CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 9 quickscan natuurwetgeving

Gemeenteraad 23 september 2025, gemeente VenrayBij agendapunt: TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a, Hoendersveld Venray.4.441 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1 alinea's met “deur”: 89

Quickscan natuurwetgeving voor projectlocatie ‘Hoendersveld’ te Venray

In opdracht van: Venterra

11 november 2024 R. Rijnders BSc en ir. J.P.M. Hovens

Tegelseweg 3 5951 GK Belfeld Tel: 077-4642999 www.faunaconsult.nl

Quickscan natuurwetgeving voor projectlocatie ‘Hoendersveld’ te Venray Opdrachtgever: Opstellers/controle: Veldwerk:

Venterra R. Rijnders BSc / ir. J.P.M. Hovens R. Rijnders BSc en ir. P.J.C.A. op het Veld

Faunaconsult B.V. werkt volgens de protocollen in de kennisdocumenten van BIJ12. Onze onderzoeken voldoen daarmee aan de landelijk geldende normen en opdrachtgevers hebben een basis om ons aan te spreken op de kwaliteit van de door ons aangeleverde producten. Onze ecologen voldoen aan de deskundigheidseisen zoals gesteld door RVO. We hechten groot belang aan maatschappelijk verantwoord ondernemen en we zijn PSO gecertificeerd.

Quickscan natuurwetgeving voor projectlocatie ‘Hoendersveld’ te Venray

1

Inhoud 1

Inleiding........................................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding ............................................................................................................................... 3 1.2 Doel en status van dit document .............................................................................................. 3 1.3 Leeswijzer ............................................................................................................................... 3 2 Wet- en regelgeving ........................................................................................................................ 4 2.1 Inleiding................................................................................................................................... 4 2.2 Bescherming van Natura 2000-gebieden................................................................................. 4 2.3 Natuurnetwerk Nederland ....................................................................................................... 4 2.4 Beschermde planten en dieren .................................................................................................

5 3 Werkwijze ....................................................................................................................................... 6 3.1 Beschrijving van de werkzaamheden ...................................................................................... 6 3.2 Werkwijze ............................................................................................................................... 6 4 Aanwezige beschermde natuurwaarden .......................................................................................... 7 4.1 Beschrijving plangebied .......................................................................................................... 7 4.2 Natura 2000-gebieden ........................................................................................................... 10 4.3 Natuurnetwerk Nederland ..................................................................................................... 10 4.4 Beschermde planten en dieren ............................................................................................... 11 5 Mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden ....................................................................... 16 5.1 Natura 2000 ...........................................................................................................................

16 5.2 Natuurnetwerk Nederland ..................................................................................................... 16 5.3 Beschermde planten en dieren ............................................................................................... 16 6 Conclusies en aanbevelingen ......................................................................................................... 18 6.1 Natura 2000 ........................................................................................................................... 18 6.3 Beschermde planten en dieren ............................................................................................... 18 Literatuur ............................................................................................................................................... 19

Quickscan natuurwetgeving voor projectlocatie ‘Hoendersveld’ te Venray

2

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Venterra begeleidt de ontwikkeling van ca. 64 woningen op projectlocatie ‘Hoendersveld’ te Venray. De (voorgenomen) ontwikkelingen hebben aanleiding gegeven voor deze quickscan natuurwetgeving. Hierin is nagegaan welke effecten de ingreep heeft op lokaal voorkomende beschermde flora en fauna. Daarnaast is nagegaan welke invloed de ingreep heeft op beschermde Natura 2000-gebieden en overige beschermde natuurgebieden.

1.2

Doel en status van dit document

Het risico bestaat dat het plangebied deel uitmaakt van leefgebieden van diverse beschermde soorten. Dit document geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en mogelijke effecten als gevolg van het project. Het doel van dit document is om vast te stellen of de natuurwetgeving de geplande ontwikkeling in de weg staat. De ingreep kan een negatief effect hebben op beschermde natuurwaarden (plant- en diersoorten en bijbehorende leefgebieden) en beschermde gebieden. Dit document geeft aan of en welke vervolgstappen noodzakelijk zijn om te voldoen aan de minimale onderzoekinspanning vanuit de Omgevingswet en het Natuurnetwerk Nederland. Daarnaast worden mitigerende (verzachtende) maatregelen aangegeven om significant negatieve effecten op voorhand te voorkomen en daarmee te voldoen aan de natuurwetgeving.

1.3

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt een korte beschrijving gegeven van de relevante wet- en regelgeving. Hoofdstuk 3 beschrijft de geplande werkzaamheden en de werkwijze van de inventarisaties van de natuurwaarden. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de beleids- en veldinventarisaties weergegeven. Hoofdstuk 5 beschrijft de effecten van de voorgenomen ingreep op Natura 2000gebieden, de in en nabij het plangebied aanwezige natuurwaarden, evenals de mogelijke overtredingen op de Omgevingswet. Hoofdstuk 6 geeft de conclusies en aanbevelingen weer.

Quickscan natuurwetgeving voor projectlocatie ‘Hoendersveld’ te Venray

3

2

Wet- en regelgeving

2.1

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt een korte toelichting gegeven op de juridische bescherming van de Nederlandse natuur. De Wet natuurbescherming (Wnb) verving drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet. De Natuurbeschermingswet 1998 zorgde voor de bescherming van (natuur)gebieden; de Flora- en faunawet regelde de bescherming van alle in het wild levende plantenen diersoorten; de Boswet regelde de kap van bomen buiten de bebouwde kom (als bedoeld in de Boswet). Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden en de Wet natuurbescherming is daarin geïntegreerd. Zo wordt in artikel 5.18 van de Omgevingswet gesteld dat er per algemene maatregel van bestuur (AmvB) regels worden gesteld over het verlenen of weigeren van een omgevingsvergunning voor o.a. bouwactiviteiten. In artikel 5.10 van de Omgevingswet is geregeld dat per AmvB voor bepaalde ‘flora- en fauna-activiteiten’ wordt bepaald dat Gedeputeerde Staten op de aanvraag voor een omgevingsvergunning mogen beslissen. ‘Flora- en fauna-activiteiten’ zijn de verboden die de Wet natuurbescherming (Wnb) stelde ten aanzien van Vogelrichtlijnsoorten (artikel 3.1 Wnb); Habitatrichtlijnsoorten (artikel 3.5 Wnb) en Overige beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb).

2.2

Bescherming van Natura 2000-gebieden

Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Het is een verzameling van Habitatrichtlijn- en Vogelrichtlijngebieden en Wetlands (die worden beschermd middels de internationale Conventie van Ramsar). De bescherming van deze gebieden is gebaseerd op internationale verplichtingen en die zijn geïmplementeerd in de Nederlandse regels. In artikel 2.44 van de Omgevingswet is geregeld dat de Minister voor Natuur en Stikstof dergelijke gebieden kan aanwijzen en in artikels 3.58 en 3.59 Besluit kwaliteit leefomgeving (vanaf hier: Bkl) zijn de begrenzing en instandhoudingsmaatregelen geregeld, om de vanuit de Vogelrichtlijn en/of Habitatrichtlijn gestelde doelen te halen. De provincies hebben daarnaast de bevoegdheid om bijzondere provinciale landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen. Zij kunnen in een later stadium door de Minister worden toegevoegd aan Natura 2000-gebieden. Per Natura 2000-gebied zijn (instandhoudings)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken.

Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning wordt aangevraagd, om die vervolgens passend te beoordelen (op grond van artikel 16.53c van de Omgevingswet. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn opgenomen in Natura 2000beheerplannen, de wettelijke basis daarvoor is geregeld in artikel 10.18 van het Omgevingsbesluit (vanaf hier: Ob). Na vaststelling van de beheerplannen hoeft daarvoor geen vergunning aangevraagd te worden.

2.3

Natuurnetwerk Nederland

Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd, is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het NNN is gebaseerd op provinciale regelgeving. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: • bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; Quickscan natuurwetgeving voor projectlocatie ‘Hoendersveld’ te Venray

4

• • • •

gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; alle Natura 2000-gebieden.

Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Tot die tijd was de Rijksoverheid hiervoor verantwoordelijk. In het Natuurpact hebben de provincies met het rijk afgesproken om tot 2027 80.000 hectare natuur in te richten. Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen. De provincies hebben – zoals ook al in paragraaf 2.2 aangegeven - de bevoegdheid om bijzondere provinciale landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen. Veel provincies hebben de Nationale Landschappen (sinds 2011 geen onderdeel meer van nationaal beleid) in hun provinciale beleid opgenomen. De toetsing van de voorgenomen werkzaamheden in het plangebied aan het provinciale beleid is opgenomen in hoofdstuk 5.

2.4

Beschermde planten en dieren

De Omgevingswet kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven: - Vogels alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn (artikel 11.37 t/m artikel 11.40 van het Besluit activiteiten leefomgeving; vanaf hier: Bal). Verder nemen de meeste provincies de onder de Wet natuurbescherming benoemde vogelsoorten waarvan het nest jaarrond werd beschermd over. Voor een aantal vogelsoorten geldt dat hun nesten jaarrond beschermd zijn, ook als de soort op het moment van de handeling geen gebruik maakt van het nest. Dit is het geval wanneer een vogelsoort jaarlijks terugkeert naar zijn nest en niet of nauwelijks in staat is om elders in zijn leefgebied een vervangend nest te vinden of te maken. - Internationaal beschermde soorten alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 11.46 t/m artikel 11.48 Bal); - Overige beschermde soorten in het wild levende soorten genoemd in bijlage IX, onder A en B bij artikel 11.54 (Bal). Onder A vallen een aantal in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers.

Onder B vallen een aantal vaatplanten. In A vallen onder meer de ‘algemene’ zoogdiersoorten die onder de Wnb bij ruimtelijke ingrepen waren vrijgesteld. Vrijwel al deze soorten zijn door alle provincies eveneens voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld. De beschermde status van soorten kan echter per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. De Provincie Limburg heeft deze vastgelegd in ‘Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg’ (Gedeputeerde Staten van Limburg, 2017) en Omgevingsverordening Limburg (Provinciale Staten van Limburg, 2023). De laatste is per 1 januari 2024 ingegaan. Dit houdt in dat de meeste soorten die onder de Omgevingswet als beschermde soort zijn aangewezen, ook in de Provincie Limburg worden beschermd.

Quickscan natuurwetgeving voor projectlocatie ‘Hoendersveld’ te Venray

5

3

Werkwijze

3.1

Beschrijving van de werkzaamheden

In het plangebied worden ca. 64 woningen met parkeergelegenheid en tuinen gerealiseerd. Hiertoe wordt het gebouw in het plangebied gesloopt en wordt de vegetatie en verharding verwijderd. Zie figuur 3.1 voor een schets van de voorgestane situatie.

Figuur 3.1. Schets van de voorgestane situatie. Bron: Venterra.

3.2

Werkwijze

De quickscan is uitgevoerd door middel van een veldbezoek en een bronnenonderzoek. Op 12 juli 2023 heeft Faunaconsult B.V. het plangebied bezocht, evenals de omringende zone. Hierbij werden beschermde planten geïnventariseerd en werd beoordeeld voor welke plant- en diersoorten het plangebied geschikte habitat biedt. Waarnemingen van soorten in het plangebied zijn genoteerd. Met betrekking tot zoogdieren werd speciaal gelet op pootafdrukken, krabsporen, wissels, uitwerpselen, haren, graafsporen, holen en potentieel geschikte verblijfplaatsen. Het bureauonderzoek is gebaseerd op vrij verkrijgbare verspreidingsbronnen en waarnemingen van soorten: - Beschermde SoortenIndicator (BeSI); - RAVON (www.ravon.nl); - FLORON (www.floron.nl); - SOVON (www.sovon.nl); - Zoogdiervereniging (www.zoogdiervereniging.nl); - NDFF Verspreidingsatlas (www.verspreidingsatlas.nl).

Quickscan natuurwetgeving voor projectlocatie ‘Hoendersveld’ te Venray

6

4

Aanwezige beschermde natuurwaarden

4.1

Beschrijving plangebied

Het plangebied (zie figuur 4.1.1 en de foto’s op het voorblad) bevindt zich net ten noorden van het centrum van Venray en is omsloten door de Eindstraat, St. Jozefstraat, Hoenderstraat en Langeweg. De omgeving rond het plangebied is stedelijk ingericht met woningen, en voorzieningen als een zorgcentrum, klooster, supermarkt, etc. In het plangebied bevinden zich een te slopen gebouw, parkeerplaatsen en verwilderde vegetatie in een afwisseling van open gebied, struikvegetatie en bomenclusters/rijen. Figuren 4.1.2 t/m 4.1.7 geven een impressie van het plangebied. De figuren corresponderen met de aangegeven fotolocaties zoals weergegeven in figuur 4.1.1.

F6

F1

F2 F3

F5 F4

Figuur 4.1.1. Ligging van het plangebied (oranje omlijnd) met de locaties van de verschillende foto’s die zijn afgebeeld in figuren 4.1.2 t/m 4.1.7 en twee vleermuizenkasten (blauwe stippen). Bron: Venterra.

Quickscan natuurwetgeving voor projectlocatie ‘Hoendersveld’ te Venray

7

Figuur 4.1.2. F1: Open gebied met soorten als bijvoet, Canadese fijnstraal en valse acacia.

Figuur 4.1.3. F2: Open gebied met soorten als Canadese fijnstraal en Jacobskruiskruid. Aan de linkerzijde een rij thuja’s en aan de rechterzijde een rij valse acacia’s.

Figuur 4.1.4. F3: Grasveld met o.a. reigersbek, Jacobskruiskruid, Canadese fijnstraal en ridderzuring.

Quickscan natuurwetgeving voor projectlocatie ‘Hoendersveld’ te Venray

8

Figuur 4.1.5. F4: Het te slopen gebouw met verharding en zicht op de rij thuja’s.

Figuur 4.1.6. F5: Cluster van voornamelijk beuken. Daarnaast een grindpad en deels open gebied.

Figuur 4.1.7. F6: De parkeerplaats aan de westzijde.

Quickscan natuurwetgeving voor projectlocatie ‘Hoendersveld’ te Venray

9

4.2

Natura 2000-gebieden

In tabel 4.2 is een overzicht weergegeven van de Natura 2000-gebieden binnen een afstand van 10 kilometer van het plangebied. Overige Natura 2000-gebieden liggen op meer dan 10 kilometer afstand van het plangebied. Figuur 4.2 laat de ligging van het plangebied zien ten opzichte van Natura 2000gebieden. Tabel 4.2. Overzicht van natura 2000-gebieden binnen een afstand van 10 kilometer van het plangebied.

Natura 2000-gebieden

Afstand tot het plangebied (km) 2,6 8,6 8,8

Boschhuizerbergen Deurnsche Peel & Mariapeel Maasduinen

2,6 km

Figuur 4.2. Natura 2000-gebieden (gearceerd weergegeven) ten opzichte van het plangebied (rode stip). Bron: Natura 2000 Network Viewer.

4.3

Natuurnetwerk Nederland

Het plangebied ligt op circa 1,8 kilometer afstand van het dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), dat bestaat uit het beheertype ‘Dennen-, eiken-, en beukenbos’. Zie figuur 4.3 en het hierna volgend kader.

Quickscan natuurwetgeving voor projectlocatie ‘Hoendersveld’ te Venray 10

1,8 km

Figuur 4.3. Globale ligging van het plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van het NNN (donkergroene delen). Bron: Provincie Limburg.

4.4

Beschermde planten en dieren

Vogels en zoogdieren Volgens BeSI dient er in het plangebied rekening te worden gehouden met de volgende soorten vogels en zoogdieren: ekster, gierzwaluw, huismus, kauw, koolmees, roodborst, spreeuw, steenuil, boombewonende vleermuizen, gebouwbewonende vleermuizen, bunzing, eekhoorn, egel, huisspitsmuis, konijn en steenmarter. Het gebouw in het plangebied bevat een schuin bitumen dak. Er zijn daardoor geen broedlocaties aanwezig voor de huismus of gierzwaluw (zie figuur 4.2.1). Het gebouw bevat houten gevels met aan alle zijden een dakoverstek. Tussen het dak en de gevels zijn nergens spleten of kieren die toegang kunnen verlenen aan vleermuizen (zie figuur 4.2.2). De zuid- en westgevel bevatten deels een bekleding van damwandplaten. De ruimte hierachter is voor vleermuizen te warm in de zomer en te koud in de winter om als verblijf te dienen.

Quickscan natuurwetgeving voor projectlocatie ‘Hoendersveld’ te Venray 11

Figuur 4.2.1. Broedlocaties voor de huismus of gierzwaluw zijn in het dak van het gebouw afwezig.

Figuur 4.2.2. Spleten of kieren die toegang kunnen verlenen aan vleermuizen zijn afwezig.

Tijdens het veldbezoek zijn de huismus, gierzwaluw, koolmees, ekster, vink, zwartkop, merel en kauw waargenomen. Nesten van dergelijke soorten zijn niet waargenomen. Het is wel aannemelijk dat algemene soorten als de ekster of merel tijdens het broedseizoen in de opgaande vegetatie gaan broeden. Ondanks dat huismussen gedurende het gehele veldbezoek niet in het plangebied zijn

Quickscan natuurwetgeving voor projectlocatie ‘Hoendersveld’ te Venray 12

waargenomen (wel een enkele keer buiten het plangebied gehoord), kunnen enkele delen van het plangebied wel als foerageergebied dienen voor huismussen (verwilderde grasvelden en open gebied). De bomen in het plangebied bevatten geen roofvogelnesten, eekhoornnesten of holtes. Door de afwezigheid van holtes is het voorkomen van uilennesten in het plangebied uitgesloten. Tegen twee bomen in het plangebied hangt een vleermuizenkast (zie figuur 4.1.1. en 2.4.3). Beide kasten zijn geïnspecteerd maar vleermuizen of hun uitwerpselen zijn hierin afwezig (zie figuur 4.2.4) en één van de kasten zit zelfs vol spinrag. De kasten worden duidelijk niet door vleermuizen als verblijf gebruikt. Hoger opgaande lijnvormige vegetatie die kan fungeren als vaste vliegroute (zoals laanbomen) zijn afwezig. Doordat de bomen in het plangebied slechts enkele clusters betreft en vanwege het feit dat er in de nabijheid voldoende ander bosachtig gebied/bomenclusters ligt, is het niet te verwachten dat hier sprake is van een belangrijk foerageergebied voor vleermuizen.

Figuur 4.2.3. Twee vleermuiskasten in het plangebied.

Quickscan natuurwetgeving voor projectlocatie ‘Hoendersveld’ te Venray 13

Figuur 4.2.4. Deze vleermuiskast bevat geen (vleermuis)uitwerpselen.

Dassenburchten, dassenlatrines, -wissels en snuitputjes van dassen zijn in en rond het plangebied afwezig. Konijnenholen zijn evenmin aanwezig. Voor de wezel biedt het plangebied voldoende dekking. Vanwege de afwezigheid van water in en rond het plangebied zijn de hermelijn en bunzing niet te verwachten in het plangebied. Algemene zoogdiersoorten als de veldmuis en egel kunnen wel in het plangebied voorkomen. Amfibieën, reptielen en overige diersoorten Volgens BeSI dient er in het plangebied rekening te worden gehouden met de volgende soorten amfibieën en vlinders: Spaanse vlag, alpenwatersalamander, bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander. Met overige diersoorten hoeft volgens BeSI geen rekening te worden gehouden. In en rond het plangebied zijn geen wateren aanwezig. Voortplantingswateren voor amfibieën en leefgebied voor vissen zijn dus afwezig. Streng beschermde amfibieënsoorten zijn daardoor, en door de ligging van het plangebied in stedelijk gebied, niet in het plangebied te verwachten. Het is wel mogelijk dat enkele algemene amfibieënsoorten als de gewone pad het plangebied als landhabitat zullen gebruiken. In het plangebied staan enkele teunisbloemen. Rupsen of vraatsporen van de teunisbloempijlstaart bleken bij nadere inspectie afwezig.

De Spaanse vlag is tijdens het veldbezoek niet waargenomen in het plangebied en er zijn slechts enkele waardplanten van deze soort in het plangebied aanwezig. Ook hier waren geen rupsen of vraatsporen op aanwezig. Reptielen en andere soorten, die beschermd zijn onder de Omgevingswet, zijn niet te verwachten in het plangebied. Planten In het plangebied zijn alleen algemene, niet-beschermde planten waargenomen als beuk, Noorse esdoorn, ruwe berk, zomereik, valse acacia, hemelboom, walnoot, gewone vlier, Amerikaanse vogelkers, thuja, hulst, laurierkers, melganzevoet, ridderzuring, teunisbloem, Canadese fijnstraal, bezemkruiskruid, grote brandnetel, Jacobskruiskruid, klimop, braam, kleine maagdenpalm, stinkende gouwe, akkerdistel, duizendblad, klein streepzaad, smalle weegbree, grootbladige weegbree, klaproos, paardenbloem, hondsdraf, bosaardbei, bijvoet, hibiscus, reigersbek, Gelderse roos, hazenpoot, echte kamille, haagwinde, phacelia, weegbreeslangenkruid, kruipertje en perzikkruid. Ook volgens BeSI groeien er geen beschermde planten in het plangebied.

Quickscan natuurwetgeving voor projectlocatie ‘Hoendersveld’ te Venray 14

Tabel 4.4. (Potentieel) in het plangebied voorkomende beschermde soorten. Het beschermingsregime van de soorten in de Omgevingswet is eveneens weergegeven. * = Nesten van deze soort zijn jaarrond beschermd. Nesten komen echter niet voor in het plangebied maar delen van het plangebied kunnen wel fungeren als foerageergebied voor de huismus.

Vogels Nederlandse naam en wetenschappelijke naam Huismus (Passer domesticus) Algemene in opgaande vegetatie broedende vogels Wezel (Mustela nivalis) Egel (Erinaceus europaeus) Aardmuis (Microtus agrestis) Bosmuis (Apodemus sylvaticus) Huisspitsmuis (Crocidura russula) Veldmuis (Microtus arvalis) Gewone pad (Bufo bufo) Bruine kikker (Rana temporaria)

Internationaal beschermde soorten

Andere beschermde soorten

X* X X X X X X X X X

Quickscan natuurwetgeving voor projectlocatie ‘Hoendersveld’ te Venray 15

5

Mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden

5.1

Natura 2000

Door de voorgenomen werkzaamheden kan verstoring door geluid en beweging optreden. Deze effecten zijn echter zeer lokaal; bovendien ligt het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied ‘Boschhuizerbergen’ op een afstand van circa 2,6 kilometer van het plangebied. Vanwege de afstand verwachten wij van de voorgenomen werkzaamheden geen direct effect op bovengenoemd Natura 2000-gebied. Het hierboven genoemde Natura 2000-gebied bevat tenminste één stikstofgevoelig habitattype, dat te maken heeft met overbelasting door stikstof. De bouw en het gebruik van de woningen zal leiden tot wat stikstofuitstoot. Vanwege de omvang van de voorgenomen ingreep en de afstand tussen de Natura 2000-gebieden en het plangebied is het mogelijk dat er een significant effect door stikstofdepositie ontstaat op bovengenoemd (en verder van het plangebied gelegen) Natura 2000-gebied(en).

5.2

Natuurnetwerk Nederland

Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNN ligt op circa 1,8 kilometer afstand van het plangebied (zie figuur 4.3). Op de beheertypenkaart van de provincie is hier ‘dennen-, eiken- en beukenbos’ aangeduid. Omdat het hier een matig voedselrijk vegetatietype betreft, is dit beheertype niet bijzonder gevoelig voor N-depositie te noemen. De voorgenomen plannen hebben waarschijnlijk geen noemenswaardig effect op de natuurwaarden in het NNN.

5.3

Beschermde planten en dieren

- De (gras)vegetatie in het plangebied fungeert mogelijk als foerageergebied voor de huismus. Door de vegetatie te verwijderen, verliest het plangebied tijdelijk een klein deel van het functioneel leefgebied van de huismus. - Door vegetatie tijdens het broedseizoen te rooien, kunnen nesten van broedende vogels worden verstoord, hun jongen kunnen hierdoor te lang worden achtergelaten en eieren kunnen te lang niet worden bebroed. Ook kunnen vogels/nesten of jongen worden vernietigd. - Bij de werkzaamheden kunnen vaste voortplantings- en of rustplaatsen van algemene beschermde zoogdieren en amfibieën worden verstoord. Individuen kunnen hierbij worden verstoord en/of gedood. In de volgende tabel zijn de mogelijke overtredingen van de verbodsbepalingen van de Omgevingswet weergegeven. In hoofdstuk 6 wordt uitgelegd hoe deze overtredingen kunnen worden voorkomen.

Quickscan natuurwetgeving voor projectlocatie ‘Hoendersveld’ te Venray 16

Tabel 5.3. Mogelijke overtredingen van algemene verbodsbepalingen van de Bal. De letters in de tabel corresponderen met die van de verboden in onderstaande tekst. * = in het plangebied bevinden zich geen nesten van deze soort. Delen van het plangebied fungeren mogelijk wel als foerageergebied.

Soort

Categorie

Huismus*

Vogels met jaarrond bescherm nest Vogels

Algemene in het plangebied broedende vogels Algemeen voorkomende Andere beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën soorten

Art. 11.37 lid 1 b,d

Art. 11.46 lid 1

Art. 11.54 lid 1

a,b,d a,b

Artikel 11.37, lid 1 (vergunningplichtige / schadelijke handelingen Vogelrichtlijnsoorten) a. het opzettelijk doden of opzettelijk vangen van van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn; b. het opzettelijk vernielen of opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld onder a, of het opzettelijk wegnemen van nesten van die vogels; c. het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels als bedoeld onder a; of d. het opzettelijk storen van vogels als bedoeld onder a. Artikel 11.46, lid 1 (vergunningplichtige / schadelijke handelingen Habitatrichtlijnsoorten) a. het in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk doden of opzettelijk vangen van in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onder a, bij de habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn; b. het opzettelijk verstoren van dieren als bedoeld onder a; c. het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren van dieren als bedoeld onder a; d. het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld onder a; en e.

het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onder b, bij de habitatrichtlijn of bijlage I bij het verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Artikel 11.54, lid 1 (vergunningplichtige / schadelijke handelingen andere beschermde soorten) a. het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder A; b. het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren als bedoeld onder a; en c. het opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van vaatplanten van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder B. De onder (a) en (b) genoemde verboden zijn niet van toepassing op de bos-, huisspits- en veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende ervan of roerende zaken bevinden (artikel 11.54, lid 2 Bal).

Quickscan natuurwetgeving voor projectlocatie ‘Hoendersveld’ te Venray 17

6

Conclusies en aanbevelingen

6.1

Natura 2000

De plannen zullen geen direct effect (geluid, licht en beweging) op de natuurwaarden in Natura 2000gebieden hebben. Het is wel mogelijk dat de bouw en het gebruik van de woningen zal leiden tot een significante toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Het is daarom nodig te laten bepalen of dat het geval is. Indien daaruit blijkt dat er een significante toename is te verwachten, is er een vergunning nodig op grond van artikel 5.1, lid 1a van de Omgevingswet. 6.2 Natuurnetwerk Nederland De voorgenomen plannen hebben waarschijnlijk geen negatieve effecten op het NNN. Omdat er geen negatieve effecten op het NNN zijn te verwachten, zijn er op dit punt geen bezwaren vanuit het provinciale natuurbeleid.

6.3

Beschermde planten en dieren

Huismus Door de vegetatie (met name verwilderd grasland) te verwijderen, verliest het plangebied tijdelijk een klein deel van het functioneel leefgebied van de huismus. In de nieuwe situatie wordt er veel openbaar groen aangelegd (zie figuur 3.1). Om er op de langere termijn voor te zorgen dat de foerageerhabitats van de huismus blijven bestaan, dient er bij de aanleg van het nieuwe groen zoveel mogelijk van inheemse bes-dragende struiken, bomen en ligusterhagen/haagbeuk te worden uitgegaan. In overleg met een ter zake deskundige dient te worden bepaald op welke wijze dit kan worden gerealiseerd. Algemene vogels In de opgaande vegetatie in het plangebied komen mogelijk beschermde vogelnesten voor tijdens het broedseizoen. Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd of als strenger beschermd wordt beschouwd. Hiervoor zijn maatregelen die negatieve effecten voorkomen wel verplicht. Verstoring van broedvogels en vernietiging van vogelnesten kan worden voorkomen door de vegetatie buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) te verwijderen. Door naleving van deze maatregel worden ten aanzien van vogels geen overtredingen op de Omgevingswet begaan. Vleermuizen Tegen twee te kappen bomen in het plangebied hangt een vleermuizenkast.

Voor het verplaatsen van een niet in gebruik zijnde vleermuizenkast is geen omgevingsvergunning voor flora- en faunaactiviteiten nodig. Beide vleermuizenkasten kunnen daarom, voordat de bomen worden gekapt, worden verplaatst naar bomen buiten het plangebied. Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Omgevingswet zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde andere beschermde soorten), waarvoor in Limburg een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een omgevingsvergunning voor flora- en fauna-activiteiten voor is verkregen (deze zijn opgenomen in Bijlage X van de Omgevingsverordening Limburg; Provinciale Staten van Limburg, 2023). Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 11.28 Bal); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst.

Quickscan natuurwetgeving voor projectlocatie ‘Hoendersveld’ te Venray 18

Literatuur • • •

Gedeputeerde Staten van Limburg. 2017. Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg. Provinciaal blad nr. 5634. Ministerie van Economische Zaken, 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag. Provinciale Staten van Limburg. 2023. Omgevingsverordening Limburg. Provinciaal blad 2023, 14198.

Quickscan natuurwetgeving voor projectlocatie ‘Hoendersveld’ te Venray 19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15858865/1