Bijlage 6 Volkshuisvestelijk ambtelijk advies
Tekst van het document
Bijlage 6: Volkshuisvestelijk ambtelijke advies Disclaimer: Het ambtelijk advies is geredeneerd vanuit één vakdiscipline. Gezien de doorlooptijd van het proces is het niet gelukt om dit advies integraal af te stemmen. Vanuit het maatschappelijk domein, het grondbeleid, milieu, planologie, natuur en groen is het voorstelbaar dat andere doelen prefereren boven het volkshuisvestelijk doel. Het is daarmee een eenzijdig advies en wanneer de doelen langs elkaar gelegd worden, kan blijken dat het niet realistisch is. In het kader van zorgvuldige besluitvorming en volledige informatie, is het volkshuisvestelijk advies als bijlage toegevoegd. Advies flexwonen Op de eerste plaats is dit advies puur volkshuisvestelijk van aard en daarmee geredeneerd vanuit één vakdiscipline. Op de tweede plaats is dit advies vanuit de redenatie van het Omgevingsprogramma Wonen, waarin feitelijke een opdracht opgenomen zit: “inzetten op flexwoningen” en in de samenwerkingsafspraken “Gemeente en Wonen Limburg onderzoeken de mogelijkheden tot het inzetten van flexwoningen.” Zowel het college van B&W (met de ondertekening van de afspraken) als de gemeenteraad (met het instemmen van het Omgevingsprogramma Wonen) zijn akkoord gegaan met deze opdracht.
Flexwonen is vanuit volkshuisvestelijk perspectief een voorstelbare oplossing het versnellen van woningbouw voor iedereen (de doelstelling die wordt nagestreefd). De nuance die hierbij hoort is als volgt: alle seinen moeten op groen staan. Dat wil zeggen: 1. Er moet op een andere manier participatie plaatsvinden (alléén over de inrichting). 2. Het daadkrachtig kiezen van locaties (over de locatie geen participatie). 3. De doelgroepen worden gematcht aan de locatie en staan niet ter discussie. 4. Een actieve houding van de gemeente, waarbij grond wordt verworven (financiële middelen). 5. Mogelijke afwijking van bepaalde normen (parkeren, milieu of anderszins). 6. Er moet voldoende ambtelijke capaciteit zijn om realisatie mogelijk te maken. De praktijk is echter weerbarstiger gebleken en daarmee komt de vraag naar boven of het in de gemeente Venray nog realistisch is om flexwonen te realiseren. Deze inschatting is op basis van bovenstaande randvoorwaarden een bestuurlijke inschatting en een afweging. Ambtelijk vanuit de vakdiscipline wonen / volkshuisvesting is deze in generieke zin namelijk niet te geven. Er zijn enkele essentiële vragen die de gemeenteraad en het college van B&W zichzelf dient te stellen: 1.
In hoeverre mogen er financiële middelen gepaard gaan met het realiseren van versnelde huisvesting voor een beperkt aantal woningen én mag dit mogelijk verliesgevend zijn tegen een acceptabele / elke prijs?
2. Óf wordt er politiek een groter belang gehecht aan het bieden van een dak boven het hoofd, zonder eventuele financieel perspectief? 3. Mag voor de versnelling er ook een genoegen worden genomen met een mindere parkeerbalans, stedenbouwkundige uitstraling, minder groen etc. Met andere woorden: welk belang prevaleert boven welk belang? En in hoeverre wordt de ruimte beleidsmatig opgezocht? Het gaat vaak om maatwerk en locatieafhankelijke keuzes: de ene locatie is de andere niet. In verwerving kost locatie X wellicht minder dan locatie Y of zijn de milieuaspecten acceptabeler of juist niet. Puur vanuit het Omgevingsprogramma Wonen geredeneerd zou een onderzoek naar waar het wel kan, in combinatie met bovenstaande randvoorwaarden kunnen leiden tot realisatie. Het is immer niet voor niets opgenomen in het Omgevingsprogramma als bijvoorbeeld een mogelijke oplossing in het huisvesten van statushouders. Alle seinen moeten echter op groen staan.