CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 Quickscan flora en fauna

Gemeenteraad 30 juni 2026, gemeente VenrayBij agendapunt: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22m Grootdorp 39, Merselo.9.131 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

QUICKSCAN SOORTENBESCHERMING GROOTDORP 39 TE MERSELO

Colofon Quickscan soortenbescherming Projectnummer: E.00006281 Versie: 2 Datum: 12 mei 2026 Opdrachtnemer Agrifirm NWE BV Bedrijfsontwikkeling Exlan Waalkade 33 5347 KR Oss

Postbus 300 5340 AH Oss

Locatie Grootdorp 39 Merselo Contactpersoon AvZ T: 088 – 488 2929 F: 088 – 488 2102 Email: exlanadvies@agrifirm.com Uitvoerders AvZ KvL Collegiale check AvZ

ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN. NIETS UIT DEZE UITGAVE MAG WORDEN VERVEELVOUDIGD DOOR MIDDEL VAN DRUK, FOTOKOPIE, MICROFILM, GELUIDSBAND, ELEKTRONISCH OF OP WELKE ANDERE WIJZE DAN OOK, EN EVENMIN IN EEN GEAUTOMATISEERD GEGEVENSBESTAND WORDEN OPGESLAGEN, ZONDER VOORAFGAANDE SCHRIFTELIJKE TOESTEMMING VAN AGRIFIRM EXLAN.

2 Quickscan Soortenbescherming – Grootdorp 39 Merselo

Inhoudsopgave Quickscan soortenbescherming INLEIDING

4

HOOFDSTUK 1 TOETSINGSKADER

7

HOOFDSTUK 2 ONDERZOEKSRESULTATEN

11

HOOFDSTUK 3 CONCLUSIE

29

LITERATUUR

30

WAARNEMINGEN EFFECTEN INDICATOR SOORTEN PLAN PROJECTLOCATIE NATUURGEGEVENS PROVINCIE LIMBURG BROEDVOGELINDICATIE RAPPORT BESCHERMDE SOORTENINDICATOR (BESI)

31 35 37 38 39

3 Quickscan Soortenbescherming – Grootdorp 39 Merselo

7

11

29

Inleiding Planbeschrijving Aanleiding Het plangebied is gelegen aan de Grootdorp 39 te Merselo. De plannen omvatten het omzetten van een woonbestemming naar een maatschappelijke functie voor kleinschalige zorgvoorziening. Er worden nieuwe gebouwen gebouwd en de bomen aan de noordrand worden gerooid. In dit kader wordt door het bevoegde gezag een toets aan de soortenbescherming noodzakelijk geacht. Bij de uitvoering van de voorgenomen ingrepen moet rekening worden gehouden met het huidige voorkomen van de, op grond van de Omgevingswet, beschermde soorten. Als de voorgenomen ingreep leidt tot het overtreden van verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten, is er een Omgevingswetvergunning voor de activiteit flora en fauna benodigd. De voorliggende quickscan bevat een inventarisatie van de huidige aanwezigheid van beschermde soorten planten en dieren in en om het plangebied. Tevens worden de te verwachten effecten van de ingreep in het plangebied beoordeeld. Plangebied Het plangebied ligt in de plaats Merselo in de gemeente Venray. Het plangebied bevindt zich op de grens van de verkeerskundige en stedenbouwkundige bebouwde kom van Merselo.

Afbeelding 1: luchtfoto plangebied (bron: streetsmart.cyclomedia.com/streetsmart, geraadpleegd op 17/12/2024)

4 Quickscan Soortenbescherming – Grootdorp 39 Merselo

Afbeelding 2: luchtfoto detail plangebied (bron: streetsmart.cyclomedia.com/streetsmart, geraadpleegd op 17/12/2024)

Onderzoeksmethode Om een goede indicatie van de natuurwaarden binnen het plangebied te krijgen, wordt het onderzoek in verschillende stappen uitgevoerd. Op basis van bronnenonderzoek is nagegaan of er wettelijk beschermde planten- of diersoorten in het gebied voor kunnen komen waaraan extra aandacht geschonken dient te worden tijdens het terreinbezoek. Na het bronnenonderzoek is een verkennend terreinbezoek gebracht aan het plangebied. Hierbij is beoordeeld voor welke soorten het gebied daadwerkelijk een geschikte habitat biedt en daarmee welke soorten er voor kunnen komen. Vervolgens zijn de mogelijke effecten op de verwachte beschermde soorten beschreven. Op basis van de doorlopen procedures zijn conclusies getrokken met betrekking tot de eventuele negatieve effecten en/of obstakels inzake de Omgevingswet. Op maandag 16 december 2024 is de locatie tussen 10:00 en 11:00 uur ter plaatse geïnventariseerd, om te onderzoeken of het plangebied een zodanig belangrijke status heeft dat een aanvullend veldonderzoek noodzakelijk is. Op het moment van inventarisatie was het 5 graden Celsius en zwaar bewolkt. Op vrijdag 24 april 2026 is de locatie opnieuw bezocht tussen 10:00 en 11:00 uur. Tijdens dit veldbezoek is de nadruk gelegd op de bomenrij aan de noordzijde die gerooid zal worden. De rest van de projectlocatie is nog ongewijzigd sinds het bezoek eind 2024.

Op basis van terreinkenmerken is beoordeeld of het terrein geschikt is voor de, in de regio voorkomende, beschermde soorten.

5 Quickscan Soortenbescherming – Grootdorp 39 Merselo

Doelstelling Om een indicatie te krijgen van de effecten die de bouwwerkzaamheden hebben op de natuurwaarden binnen het plangebied, dienen de volgende vragen te worden beantwoord: 1. Welke wettelijk beschermde soorten komen in het plangebied voor? Welke status hebben deze soorten? 2. Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de beschermde soorten en komt daarmee de staat van instandhouding in gevaar? 3. Hoe dient omgegaan te worden met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde planten- en diersoorten, en welke vervolgstappen zijn nodig?

6 Quickscan Soortenbescherming – Grootdorp 39 Merselo

Hoofdstuk 1

1 Toetsingskader Omgevingswet De bescherming van natuur is in Nederland vastgelegd in nationale wetgeving. De nationale wetgeving is een Nederlandse implementatie van de belangrijkste Europese wetgevingselementen. Per 1 januari 2017 zijn de Flora- en Faunawet, de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen door de Wet natuurbescherming. En per 1 januari 2024 zijn deze allen opgenomen in de Omgevingswet. De uitvoering van deze nieuwe wet is grotendeels in handen Gedeputeerde Staten van de provincies.

1.1

Gebiedsbescherming De Omgevingswet noemt bekende maar ook enkele nieuwe soorten natuurgebieden die bescherming behoeven: de Natura 2000-gebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN), bijzondere provinciale natuurgebieden en landschappen, bijzondere nationale natuurgebieden en de nationale parken. Bij ontwikkelingen met name in het buitengebied moet rekening worden gehouden met het al dan niet van toepassing zijn van de beschermingsregimes van deze natuurgebieden. Ieder gebied kent een eigen beschermingsregime dat afzonderlijk gewogen dient te worden in relatie tot plannen, projecten en andere handelingen met mogelijk nadelige effecten voor de beschermde natuurwaarden. Natura 2000-gebieden De bekendste natuurgebieden zijn de Natura 2000-gebieden, zij kennen tevens het meest strikte beschermingsregime. De basis voor Natura 2000 zijn de Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. In Nederland zijn 164 gebieden als Natura 2000-gebied aangewezen. Daarnaast kent Nederland ook ‘bijzonder nationaal natuurgebied’. Voor ieder gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen bepaald die betrekking kunnen hebben op de bescherming van specifieke flora en fauna alsook leefgebieden van soorten. Alle projecten en handelingen binnen of buiten de gebiedsgrenzen mogen geen verstorend of verslechterend effect hebben op de instandhoudingsdoelstellingen.

Voor de voorgenomen ontwikkeling is hier, voor zover van toepassing, separaat aan getoetst. In deze rapportage wordt hier verder niet op ingegaan. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. De provincies zijn belast met de taak een dergelijk netwerk tot stand te laten te komen en in stand te laten. De uitvoering hiervan is hoofdzakelijk gestuurd vanuit de ruimtelijke ordening (provinciale verordeningen). Binnen het Natuurnetwerk Nederland geldt een “ja-mits”- benadering. Overige gebieden Naast de bovengenoemde gebieden kunnen gebieden aangewezen worden als ‘bijzondere provinciale natuurgebieden’, ‘bijzondere provinciale landschappen’ of ‘nationaal park’. De bescherming van deze gebieden vindt net als bij het NNN plaats via het ruimtelijk spoor. Daarnaast kan een gebied aangewezen worden als ‘bijzonder nationaal gebied’, een soort voorloper van de aanwijzing als Natura 2000-gebied. De bescherming van deze gebieden stemt dan ook overeen met de bescherming van Natura 2000-gebieden.

7 Quickscan Soortenbescherming – Grootdorp 39 Merselo

1.2

Soortenbescherming De Omgevingswet verbiedt het om zonder omgevingsvergunning voor de activiteit flora en fauna, activiteiten te verrichten. In hoofdstuk 11 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) wordt het beschermingsregime geregeld van alle van nature in Nederland in het wild voorkomende dieren en planten. Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie soorten beschermingsregimes: 1) Beschermingsregime soorten vogelrichtlijn (paragraaf 11.2.2) 2) Beschermingsregime soorten habitatrichtlijn (paragraaf 11.2.3) 3) Beschermingsregime ander soorten (paragraaf 11.2.4) Daarnaast zijn er vrijgestelde soorten en jaarrond beschermde vogelnesten. Vogelrichtlijn Onder de soorten van de Vogelrichtlijn vallen alle van nature in Nederland in het wild levende vogels. Het is verboden om: • Opzettelijk vogels te doden of te vangen; • Opzettelijk vogelnesten, -rustplaatsen en – eieren te vernielen of te beschadigen of vogelnesten weg te nemen; • Eieren van vogels te rapen en deze onder zich te hebben; • Opzettelijk vogels te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Habitatrichtlijn Onder de soorten van de Habitatrichtlijn vallen soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I (planten) en II (diersoorten) van het Verdrag van Bern en Bijlage I van het Verdrag van Bonn.

In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. Wat betreft deze soorten is het verboden om: • Opzettelijk dieren te doden of te vangen; • Opzettelijk dieren te verstoren; • Opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen; • Voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; • Opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Ook is het verboden deze soorten te verkopen, te vervoeren voor verkoop, te verhandelen, te ruilen of te koop of te ruil aan te bieden, tenzij het gaat om gefokte of gekweekte dieren of planten. Andere soorten Onder het beschermingsregime andere soorten vallen soorten waarvan er geen Europese verplichting tot bescherming is. Dit zijn soorten die vanuit nationaal belang extra bescherming behoeven. Het beschermingsniveau van deze soorten kan per provincie verschillen. Het is verboden om: 1) Opzettelijk dieren te doden of te vangen; 2) Vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren te beschadigen of te vernielen; 3) Opzettelijk (vaat)planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten.

Vrijgestelde soorten De verboden zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. Ook vallen de zwarte rat, bruine rat, huismuis, de mol en sommige exoten niet onder beschermingsregime van de Omgevingswet en mogen opzettelijk gedood en gevangen worden. Indien deze soorten aanwezig zijn, is een alternatievenafweging noodzakelijk en dient onnodig lijden ten alle tijden voorkomen worden. Daarnaast geldt, zoals hierboven reeds 8 Quickscan Soortenbescherming – Grootdorp 39 Merselo

aangegeven, dat provincies de bevoegdheid hebben vrijstelling te verlenen voor bepaalde soorten. Zo heeft de provincie Limburg de steenmarter, hazelworm, levendbarende hagedis en de eekhoorn gedurende specifieke periodes van het jaar vrijgesteld. Daarnaast zijn hier de aardmuis, bastaardkikker, bruine kikker, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, hermelijn, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, vos, wezel en woelrat vrijgesteld. Voor deze soorten geldt uitsluitend de specifieke zorgplicht uit de omgevingswet (artikel 11.27 Bal). Jaarrond beschermde vogelnesten De opgestelde lijst met jaarrond beschermde nesten voor vogels is een beleidsdocument dat voortvloeit uit de voormalige Flora- en faunawet en meegenomen is onder de Wet natuurbescherming. De nesten zijn ingedeeld in categorieën (1 t/m 4) waarvan de categorie 1 t/m 4 jaarrond beschermd zijn. Nesten in categorie 4 zijn enkel beschermd bij afwezigheid van voldoende alternatieven. 1) jaarrond gebruikte nesten. Deze soorten maken ook buiten het broedseizoen gebruik van de nestplaats 2) zeer plaatstrouwe broedvogels of soorten die afhankelijk zijn van bebouwing Deze soorten broeden elk broedseizoen op dezelfde plaats en zijn daarin zeer conservatief.

De fysieke voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar 3) plaatstrouwe vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest omdat ze niet of nauwelijks in staat zijn om zelf een nest te bouwen . Deze soorten zijn niet in staat een geheel eigen nest te bouwen en maken gebruik van oude kraaiennesten of nesten waar zij eerder gebroed hebben. Of ze bouwen een nieuw nest op het oude nest van het voorgaande jaar en zijn extra kwetsbaar voor verstoring. Hier vallen ook roofvogels onder die zich sinds kort aan het vestigen zijn in de provincie waarvan de staat van instandhouding nog verre van gunstig van is. 4) zijn de nesten van plaatstrouwe vogels die over voldoende flexibiliteit beschikken om zich elders te vestigen indien de nestplaats verloren gaat. Ze zijn dusdanig kwetsbaar dat de functionaliteit niet in het geding mag komen. Indien de omgeving van de bekende nestplaats vernietigd wordt moet worden bepaald of er voldoende functionaliteit behouden blijft.

1.3

Houtopstanden Afdeling 11.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) gaat over het vellen van houtopstanden en het herplanten van grond na het vellen van houtopstanden. Een houtopstand is een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend. Buiten de bescherming vallen: • Houtopstanden binnen de ‘bebouwingscontour houtkap’. Dit bebouwingscontour dient door de gemeenteraad vastgesteld te zijn in het omgevingsplan; • houtopstanden op erven of in tuinen; • bomen en struiken die specifiek voor het oogsten van fruit, noten of vruchten zijn geteeld; • houtopstanden die windschermen om boomgaarden vormen naaldbomen die duidelijk bedoeld zijn als kerstbomen én niet ouder zijn dan 20 jaar; • kweekgoed; • populieren of wilgen van: o wegbeplantingen o beplantingen langs waterwegen, of o eenrijige beplantingen langs landbouwgronden • het dunnen van een houtopstand om de groei van de overblijvende houtopstand te bevorderen. Bijvoorbeeld als onderdeel van het reguliere onderhoud van de houtopstand;

9 Quickscan Soortenbescherming – Grootdorp 39 Merselo

•

• •

beplantingen die bestaan uit populieren, wilgen, essen of elzen en duidelijk bedoeld zijn voor de productie van houtige biomassa onder de volgende voorwaarden: o Het oogsten vindt minstens 1 keer per 10 jaar plaats. o De beplantingen bestaan uit minstens 10.000 stoven per ha per beplantingseenheid. o Een beplantingseenheid moet bestaan uit aaneengesloten beplanting zonder doorsnijding door meer dan 2 m brede onbeplante stroken. o De beplantingen zijn aangelegd na 1 januari 2013. houtopstanden met een oppervlakte van minder dan 10 are. Het gaat hier om de oppervlakte van de totale houtopstand dus niet alleen van het te vellen deel; houtopstanden die bestaan uit een rijbeplanting van maximaal 20 bomen (gerekend over het totaal aantal rijen). Het gaat hier om het aantal bomen in rijbeplanting van de totale houtopstand dus niet alleen het aantal te vellen bomen.

Naast de Omgevingswet kan ook een gemeente beperkingen opleggen ten aanzien van het kappen van bomen. Er is dan een omgevingsvergunning nodig voor het kappen van bomen op grond van de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV). Tenslotte kan ook in een provinciale verordening een kapverbod opgelegd worden. Indien hier sprake van is, moet er bij de provincie een ontheffing of vrijstelling worden aangevraagd. Voor de voorgenomen ontwikkeling is hier, voor zover van toepassing, separaat aan getoetst. In deze rapportage wordt hier verder niet op ingegaan.

10

Quickscan Soortenbescherming – Grootdorp 39 Merselo

Hoofdstuk 2

2 Onderzoeksresultaten 2.1

Bronnenonderzoek Gegevens van websites als www.waarneming.nl en de verspreidingsatlas van NDFF zijn geraadpleegd voor achtergrondinformatie. Een groot aantal amateurs en professionals publiceert op deze bekende websites zijn natuurwaarnemingen, die worden gecontroleerd door een validatiecommissie. Zodoende zijn de waarnemingen uit deze bronnen redelijk betrouwbaar, maar moeilijk te verifiëren. De waarnemingen geven eventueel wel een indicatie van soorten waar tijdens het veldonderzoek extra aandacht aan besteed dient te worden. Natuurnetwerk Nederland Het natuurbeheerplan is een beleidskader om het Europese, rijks- en provinciale natuur- en landschapsbeleid te realiseren. Het gaat hier om bestaande natuurgebieden, gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt, landbouwgebieden worden ingericht en beheerd volgens agrarisch natuurbeheer en de Natura 2000-gebieden. Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland en buiten andere natuurgebieden zoals Natura 2000. Het meest dichtbijgelegen Natura 2000-gebied is het Natura 2000-gebied “Boschhuizerbergen”. Het habitatrichtlijnengebied is gelegen op een afstand van 5,2 km ten noordoosten van de projectlocatie.

•

Afbeelding

3:

ligging

Natuurnetwerk

Nederland

en

Natura

2000

(bron: atlasleefomgeving.nl/kaarten, geraadpleegd op 17/12/2024)

Even ten zuiden van de projectlocatie, op een afstand van ongeveer 200 meter, is een natuurnetwerkgebied gelegen. Het betreft het beekdal van de Loobeek. Rond deze Loobeek is een gemengd bosgebied aanwezig met naald- en loofbomen.

11

Quickscan Soortenbescherming – Grootdorp 39 Merselo

De Limburgse natuurgebieden, waaronder ook de Natura 2000-gebieden, vormen samen het Limburgse deel van het Natuurnetwerk Nederland (samen ca. 53.000 ha). Het Natuurnetwerk Limburg is gelegen in delen van beekdalen, op hellingen en op veen- en stuifzandgebieden van de hoger gelegen gebieden. Binnen het Natuurnetwerk Limburg wordt ingezet op een goede kwaliteit en bescherming van de natuur met een bijzonder accent op bedreigde Limburgse dier- en plantensoorten. Daarnaast wordt ingezet op het bieden van mogelijkheden voor natuurbeleving. De Natura 2000-gebieden (ca. 17.000 ha) vormen een selectie binnen het Natuurnetwerk Limburg. Hier ligt de absolute nadruk op de natuurwaarden: het zo spoedig mogelijk en verantwoord bereiken van een gunstige staat van instandhouding van de soorten en habitatten, waarop de aanwijzing als Natura2000-gebied is gebaseerd. De Natuurbeheerplannen van de 23 Natura 2000-gebieden in Limburg geven inzicht in hetgeen daarvoor nodig is. Er zijn ook Natura 2000-gebieden (net) buiten de provinciegrens. Vanuit de Europese wet- en regelgeving geldt een strenge wet- en regelgeving gericht op beheer en bescherming van de natuurwaarden. Onder andere via het Aanvalsplan Stikstof wordt gewerkt aan het verbeteren van de omgevingskwaliteit van de Natura 2000-gebieden. Binnen het Natuurnetwerk Nederland geldt een “nee, tenzij”- benadering.

Het project is niet gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland en dus kan geconcludeerd worden dat het project geen gevolgen heeft voor het Natuurnetwerk.

2.2

Veldonderzoek Op verschillende punten in het plangebied zijn waarnemingen verricht. Tijdens het veldbezoek is het gebied beoordeeld op de aanwezigheid van beschermde soorten en de habitatgeschiktheid voor beschermde soorten. Er is extra aandacht besteed aan de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen en vogelnesten. De ecologische factoren in de omgeving zijn met behulp van een digitale fotocamera vastgelegd. Om de flora en fauna te kunnen determineren, is gebruik gemaakt van eigen kennis en literatuur.

12

Quickscan Soortenbescherming – Grootdorp 39 Merselo

•

Afbeelding 4: projectlocatie met de bomen die blijven staan aan de zuidrand

•

Afbeelding 5: Bomen aan voorzijde projectlocatie met zicht op achterzijde Grootdorp 35A (worden gerooid)

13

Quickscan Soortenbescherming – Grootdorp 39 Merselo

•

Afbeelding 6: bomen op projectlocatie met daarachter de zijgevel van Grootdorp 33C (worden gerooid)

14

Quickscan Soortenbescherming – Grootdorp 39 Merselo

•

15

Afbeelding 7: Hekwerk rond projectlocatie met zicht op de woning aan Grootdorp 33C

Quickscan Soortenbescherming – Grootdorp 39 Merselo

•

Afbeelding 8: bomen op de zuidwesthoek van de projectlocatie, met zicht op het erf dat hoort bij grootdorp 41, de bomen op de voorgrond worden gerooid

16

Quickscan Soortenbescherming – Grootdorp 39 Merselo

•

17

Afbeelding 9: bomen op projectlocatie met zicht op een schuurtje dat behouden blijft

Quickscan Soortenbescherming – Grootdorp 39 Merselo

18

•

Afbeelding 10: toegangspoort langs de zijgevel van Grootdorp 39

•

Afbeelding 11: zicht op de kerk aan de overzijde van de straat

Quickscan Soortenbescherming – Grootdorp 39 Merselo

19

•

Afbeelding 12: hekwerk rond projectlocatie, links de woning op Grootdorp 35A

•

Afbeelding 13: te rooien bomen, datum foto 14 april 2026

Quickscan Soortenbescherming – Grootdorp 39 Merselo

20

•

Afbeelding 14: te rooien bomen, datum foto 14 april 2026

•

Afbeelding 15: te rooien bomen, datum foto 14 april 2026

Quickscan Soortenbescherming – Grootdorp 39 Merselo

•

21

Afbeelding 16: te rooien bomen, datum foto 14 april 2026

Quickscan Soortenbescherming – Grootdorp 39 Merselo

•

22

Afbeelding 17: straatbeeld in westelijke richting

Quickscan Soortenbescherming – Grootdorp 39 Merselo

•

Afbeelding 18: Straatbeeld in oostelijke richting

Flora algemeen Bij de planlocatie zijn geen bijzondere beplantingen aangetroffen. Op het terrein groeit gras met daartussen algemeen voorkomende kruiden. Doordat het gras regelmatig wordt gemaaid, hebben bijzonder flora geen kans te ontwikkelen. Verder staan er enkele grote zomereiken, esdoorns en een linde. Deze zijn minimaal 30 jaar oud. De bomen aan de noordrand van de projectlocatie worden gerooid Grondgebonden zoogdieren Specifiek wordt bekeken of binnen de betreffende inrichting verwacht kan worden of er streng beschermde zoogdieren; steenmarter, bunzing, hermelijn, wezel, eekhoorn, bever en das kunnen worden aangetroffen.

23

Quickscan Soortenbescherming – Grootdorp 39 Merselo

Steenmarter De onderzoekslocatie vormt geschikt habitat voor de steenmarter. Steenmarters gebruiken hooizolders, loze ruimtes onder het dak, schuurtjes en dergelijke, als verblijfplaats. Een steenmarter heeft binnen zijn territorium verscheidene verblijfplaatsen. Daarnaast laten steenmarters enorm veel sporen achter. Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen, zoals uitwerpselen of prooiresten aangetroffen die duiden op het gebruik van de onderzoekslocatie als vaste rust- of verblijfplaats door deze soort. Kleine marterachtigen De onderzoekslocatie biedt geen geschikte verblijflocaties voor de hermelijn, wezel en bunzing. De soorten maken gebruik van oude holen van onder andere mollen en muizen, maar ook houtwallen, steenhopen en ruimtes onder boomwortels. Desbetreffende soorten hebben binnen hun territorium verscheidene verblijfplaatsen. Tijdens het veldbezoek zijn er geen marters of sporen van marters aangetroffen op de onderzoekslocatie. Echter, dit betekent niet dat het gebied niet potentieel in gebruik is door de hermelijn, wezel en/of bunzing als migratieroute. Gezien de onderzoekslocatie kleiner is dan één hectare kan gesteld worden dat deze geen essentieel onderdeel uitmaakt van het leefgebied van een van genoemde soorten (Bouwens 2017).

Indien bij sloop/herinrichting van het gebied groenstructuren rond het perceel behouden blijven, is er geen sprake van een negatief effect op genoemde soorten. De bunzing, hermelijn en wezel zijn in de provincie Limburg vrijgesteld. Voor deze soorten geldt uitsluitend de zorgplicht. Eekhoorn De onderzoekslocatie is vanwege de afwezigheid van voldoende bomen niet geschikt als habitat voor de eekhoorn. Eekhoorns leven in oude, dicht beboste omgeving met een grote diversiteit aan soorten waarin zij hun voedsel kunnen vinden. Er staan te weinig bomen rondom de projectlocatie. De aanwezige bomen zijn nu zonder blad, daardoor is geconstateerd dat er geen nesten of holten aanwezig zijn in de bomen. Een negatief effect als gevolg van de werkzaamheden is uitgesloten. De eekhoorn is in de provincie Limburg in de periode maart-april en juli t/m november vrijgesteld. In die periode geldt alleen de zorgplicht. Bever Er leven bevers in de Loobeek. In het voorjaar van 2023 zat er nog een burcht bij de Weverslo. Voor de bever is op de onderzoekslocatie geen geschikt habitat aanwezig. De bever leeft in het water of de waterkant. Rondom de projectlocatie is geen water aanwezig. Verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen van de bever kunnen worden uitgesloten. Das Dassen komen wel voor in het gebied rondom de projectlocatie. Zij maken hun burchten in de grens tussen bos(jes) en weilanden.

Bij voorkeur in een talud, verstopt in de dekking. Rond de projectlocatie is geen houtwal aanwezig die zorgt voor dekking. Daarnaast is het terrein volledig omheind met een hekwerk dat tot aan de grond reikt. Hierdoor hebben dassen en andere grondgebonden zoogdieren geen toegang tot het terrein. Het verstoren van een vaste rust- en verblijfplaats is daarmee uit te sluiten. Tijdens het veldbezoek zijn op de onderzoekslocatie en de directe omgeving geen loop- of eetsporen, latrines en/of wissels aangetroffen die duiden op de aanwezigheid en/of het gebruik van de onderzoekslocatie door de das. Deze zijn niet waargenomen. Daarmee is uit te sluiten dat de projectlocatie onderdeel uitmaakt van een essentieel foerageergebied van de das. Verstoring ten aanzien van de das als gevolg van de voorgenomen ingreep is niet aan de orde. Het voorkomen van overige grondgebonden zoogdieren waarvoor geen vrijstelling geldt, is tijdens het veldbezoek niet vastgesteld.

24

Quickscan Soortenbescherming – Grootdorp 39 Merselo

Vleermuizen Het plangebied is zeer nauwkeurig beoordeeld op de mogelijke waarde voor vleermuizen. Hierbij is gelet op de geschiktheid van de aanwezige bebouwing als verblijfplaats voor deze dieren: aanwezigheid van spouwgaten en andere openingen in muren en daken, vetstrepen, uitwerpselen en prooiresten bij gevelopeningen. Verblijfsruimte voor vleermuizen hebben specifieke voorwaarden zoals een stabiele temperatuur en het tochtvrij zijn. Bij vleermuizen worden vier verblijfplaatsen onderscheiden; winterverblijven, zomerverblijven, kraamverblijven en paarverblijven. Aan de winterverblijven worden de hoogste eisen gesteld, daarna de kraamverblijven, dan de zomerverblijven en tenslotte de paarverblijven, waarbij de vleermuizen een zeer korte tijd op een bepaalde locatie kunnen verblijven. Er worden met de werkzaamheden geen gebouwen gesloopt. Hiermee is het uitgesloten dat er verblijfplaatsen van gebouw minnende vleermuizen worden verstoord of beschadigd. De te rooien bomen zijn gecontroleerd op holtes en loszittende bast die door gebouw minnende vleermuizen worden gebruikt als verblijfplaats. Deze zijn niet waargenomen. Het beschadigen van verblijfplaatsen van boom bewonende vleermuizen is daarmee eveneens uitgesloten. Naast de onderzoekslocatie bevinden zich omliggende woningen.

Eventuele verblijfsplaatsen hierin ondervinden door de afstand tot de projectlocatie en de aard van de ingreep geen hinder. Foerageerhabitat De onderzoekslocatie zal, gelet op de aanwezige habitat, gebruikt kunnen worden door in de omgeving verblijvende vleermuizen om te foerageren. De plannen zullen echter geen aantasting van belangrijk foerageerhabitat vormen doordat de aanwezige bomen blijven behouden. Door de voorgenomen ingreep zal het aanbod van foerageermogelijkheden niet in het geding komen. In de directe omgeving is meer geschikt foerageerhabitat voor vleermuizen aanwezig in de vorm van bomenrijen en bosranden. Vliegroutes Vleermuizen maken veelal gebruik van lijnvormige (donkere) landschapselementen zoals houtsingels, beken en lanen om zich te verplaatsen tussen verblijfsplaatsen en foerageergebieden. De bomen rondom de projectlocatie zijn zeer geschikt voor de in de buurt wonende vleermuizen zoals de grootoren die op de zolder van de kerk leven. Door de boomtoppen tijdens de bouw- en gebruiksfase niet te verlichten, wordt het foerageerhabitat en/of vliegroute niet aangetast. Indien het toch noodzakelijk is om de bouwplaats in de nachtperiode sterk te verlichten, wordt rood of groen licht aanbevolen. Hiervoor zijn vleermuizen niet gevoelig. Ook eventueel aanwezige boom bewonende vleermuizen in de aanwezige bomen worden zo niet verstoord.

Vogels Tijdens het bezoek is met name gelet op de aanwezigheid van nesten en rustplaatsen voor vogels. Er zijn broedvogels waarvan de nesten ook beschermd zijn op het moment dat ze niet voor de voortplanting in gebruik zijn. Binnen het agrarische (buiten)gebied kunnen dit zijn: boomvalk, buizerd, havik, sperwer, wespendief, huismus, steenuil, kerkuil, boerenzwaluw, huiszwaluw, bosuil, ransuil en torenvalk. Boomvalk De boomvalk is een soort die geen eigen nest maakt, maar broedt in gebruikte kraaien- en/of eksternesten in verschillende typen bos(randen) of in solitaire bomen, populierensingels, of op erven. De soort komt vooral voor in open en halfopen landschappen zoals boerenland en dorpen, alsook in buitenwijken van steden. De bomen op- en nabij de projectlocatie zijn gecontroleerd op dergelijke nesten, deze zijn niet aangetroffen. Negatieve effecten op de boomvalk als gevolg van de werkzaamheden zijn derhalve niet aan de orde.

25

Quickscan Soortenbescherming – Grootdorp 39 Merselo

Buizerd en havik De buizerd en havik broeden op grote nesten van ongeveer een meter in doorsnede en 60 centimeter diep. Dergelijke nesten zijn tijdens het veldbezoek niet waargenomen. Een broedgeval van de buizerd en havik is daarom uit te sluiten. Wespendief en sperwer De wespendief is doorgaans gebonden aan grotere bosgebieden van zowel loof- als naaldbomen. Bij voorkeur is er afwisseling binnen het bosgebied aanwezig in de vorm van open plekken. De sperwer broedt bij voorkeur meer verborgen in naaldbomen. Beide situaties zijn op de onderzoekslocatie niet aanwezig. Gezien de ligging van de onderzoekslocatie binnen agrarisch gebied en de afwezigheid van voldoende dekking is een nestplaats van de sperwer of wespendief niet te verwachten. Een broedgeval van zowel de wespendief als de sperwer zijn uitgesloten. Steenuil en kerkuil De kerkuil en steenuil hebben een voorkeur voor cultuurlandschappen met allerlei landschapselementen die voor afwisseling zorgen. Beide soorten broeden in gebouwen en gebruiken ook graag speciale nestkasten. Daarnaast worden door de steenuil ook wel boomholten gebruikt, mits er zich grote holten in bevinden. Er worden met het plan geen gebouwen gesloopt of bomen gekapt. Van het beschadigen van een nest van een steenuil of kerkuil is geen sprake. De aanwezige bomen zijn gecontroleerd op holten en sporen die kunnen duiden op de aanwezigheid van uilen.

Daarbij is gelet op individuen, veren, krijtsporen en braakballen. Deze zijn niet aangetroffen. Daarmee is eveneens uitgesloten dat een vaste rustplaats wordt beschadigd of verstoord. Er is geen sprake van een afname van belangrijk foerageergebied. Er blijft er voldoende foerageergebied aanwezig in de omgeving. Huismus Ook voor de huismus, die veel te vinden is in agrarisch gebied en vooral gebonden aan gebouwen is, is het nest jaarrond beschermd. Het habitat van een huismus moet bestaan uit een combinatie van: • plekken voor nestgelegenheid • jaarrond beschikbaar zijn van voedsel (voor volwassen en jongen) • dekking (stekelige struiken, groenblijvende struiken en klimplanten, coniferen, klimop) • plekken voor stofbaden • drinkwater Ontbreekt een van de onderdelen of liggen ze te ver van elkaar verwijderd, dan is de habitat niet geschikt. Er worden met de werkzaamheden geen gebouwen gesloopt. Daarmee is het uitgesloten dat er jaarrond beschermde nesten van huismussen worden beschadigd. Ook het aantasten van essentieel leefgebied is niet toegestaan. Er zijn geen struiken of hagen aanwezig die dekking geven. Daarnaast zijn er geen huismussen gehoord in de omgeving van de projectlocatie, die de projectlocatie zouden kunnen gebruiken als leefgebied. Van het aantasten van essentieel leefgebied is geen sprake.

Boerenzwaluw en huiszwaluw Zowel de boerenzwaluw als de huiszwaluw zijn te vinden rond boerenerven. Beide soorten maken een moddernest. Echter bouwt de boerenzwaluw zijn nest bij voorkeur in een schuur terwijl een huiszwaluw zijn nest aan de buitenkant van een gebouw maakt en helemaal dicht metselt. Ook zijn beide soorten heel sociaal. Huiszwaluwen broeden vaak in kolonies van grote aantallen nesten (soms wel meer dan 100). Boerenzwaluwen zoeken hun soortgenoten ook op, maar wonen met enkele paren bij elkaar. Er worden met de werkzaamheden geen gebouwen gesloopt. Daarmee is het beschadigen van nesten van zwaluwen uitgesloten.

26

Quickscan Soortenbescherming – Grootdorp 39 Merselo

Bosuil en ransuil De bosuil is de meest voorkomende uilensoort in Europa. Maar omdat hij vooral ’s nachts leeft, wordt hij niet altijd opgemerkt. Ze leven in veel verschillende biotopen: loof- en naaldbossen, stadsparken en groene woonwijken. Dat komt omdat ze flexibel in prooikeuze zijn. De bosuil broedt overwegend in boomholtes van (oude) bomen. Er moet het hele jaar voldoende voedsel beschikbaar en bereikbaar zijn. Daarnaast zijn voldoende roest- en broedplaatsen belangrijk. Ook de ransuil komt in veel verschillende leefgebieden voor en broedt in bomen. Echter gebruikt een ransuil vaak geen holtes, maar oude kraaien- of eksternesten. Omdat een ransuil in open velden/plekken en langs wegbermen jaagt, komen ze niet veel voor in dicht beboste gebieden. De aanwezige bomen rond de projectlocatie zijn gecontroleerd op nesten en holten die door de bosuil of ransuil gebruikt kunnen worden. Deze zijn niet waargenomen. Het beschadigen van nesten is dus uitgesloten. Er is geen sprake van een afname van belangrijk foerageergebied. Er blijft er voldoende foerageergebied aanwezig in de omgeving. Een negatief effect van het plan op de bosuil en ransuil is dus uit te sluiten. Torenvalk Een torenvalk bouwt zelf geen nest. Ze gebruiken oude kraaiennesten of speciale torenvalkkasten. Een torenvalk jaagt in open of halfopen landschappen.

In een landschap met veel (kort) grasland, heide, hoogvenen, duinen en akkers is voor hen het voedsel goed te vinden. Al biddend in de lucht jaagt hij op prooien op de grond. Op het menu staan vooral woelmuizen maar ook zangvogels en kuikens van weidevogels. Er worden met de voorgenomen werkzaamheden geen bomen gekapt. Het beschadigen van nesten is dus uitgesloten. Er is geen sprake van een afname van belangrijk foerageergebied. Er blijft er voldoende foerageergebied aanwezig in de omgeving. Een negatief effect van het plan op de torenvalk is dus uit te sluiten. Overige broedvogels De beplanting op de onderzoekslocatie kan nestgelegenheid bieden aan broedvogelsoorten zoals de merel en winterkoning. De nesten van deze soorten zijn alleen beschermd op het moment dat ze als zodanig in gebruik zijn. Reptielen, amfibieën en vissen Er zijn tijdens het terreinbezoek geen reptielen, amfibieën en/of vissen waargenomen. Voor de in Nederland voorkomende reptielsoorten zoals de hazelworm (in Limburg vrijgesteld van juli t/m september), de levendbarende hagedis (in Limburg vrijgesteld van 15 augustus t/m 15 oktober) en ringslang biedt de onderzoekslocatie geen geschikt habitat door het ontbreken van dekking in de vorm van ruigtes. Het gras is veel te kort voor het bieden van voldoende dekking. Deze soorten worden vrijwel alleen aangetroffen in specifieke natuurgebieden.

Dit geldt ook voor de specifieke beschermende amfibieënsoorten die veel eisen stellen aan zijn habitat; alpenwatersalamander, heikikker, vinpootsalamander, poelkikker en rugstreeppad. Deze zijn allen uit te sluiten omdat de betreffende locatie geen goed habitat biedt voor deze soorten door het ontbreken van voldoende oppervlaktewater. De onderzoekslocatie vormt wel een geschikt habitat voor algemene amfibieënsoorten als de bruine kikker en de gewone pad. Op de onderzoekslocatie kunnen deze soorten beschutting vinden tussen de begroeiing en onder takken- of stenenhopen. Voor algemene amfibieënsoorten geldt in het kader van de Omgevingswet een vrijstelling, zodat een ontheffing bij verstoring niet noodzakelijk is. Het is echter wel zaak om aandacht te schenken aan de zorgplicht. Vissen Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater op de onderzoekslocatie kan deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten.

27

Quickscan Soortenbescherming – Grootdorp 39 Merselo

Overige Van de overige soortgroepen, zoals dagvlinders, insecten en libellen, kan worden aangenomen dat deze soorten gedurende het jaar in het plangebied aanwezig kunnen zijn of dit gebied in de migratieroute hebben liggen. Afhankelijk van het seizoen zijn mogelijk algemene soorten te vinden op/of binnen de planlocatie. Specifieke beschermende soorten zijn voornamelijk afhankelijk van specifieke terreinkenmerken met specifieke biotopen. Binnen het plangebied is een dergelijk biotoop niet aanwezig.

2.3

Effecten van de ingreep De effecten op beschermde soorten zijn onderzocht op basis van het voornemen binnen het plangebied. Flora algemeen Er is geen bijzondere flora aangetroffen binnen het plangebied, negatieve effecten zijn uitgesloten. Grondgebonden zoogdieren Verstoring van algemene zoogdieren vindt mogelijk plaats. De onderzoekslocatie vormt geschikt habitat voor een aantal soorten grondgebonden zoogdieren. Het gaat daarbij om algemene soorten als de egel, konijn en diverse muissoorten. De verblijfsplaatsen van deze soorten worden door de voorgenomen ingreep echter niet aangetast. Verblijfplaatsen van beschermde zoogdiersoorten zijn ter plaatse niet aangetroffen. Vleermuizen Er zijn geen sporen van vleermuizen aangetroffen waaruit blijkt dat de projectlocatie als verblijfplaats wordt gebruikt. Ook heeft het project, mits voldaan wordt aan de hierna beschreven aanbeveling, geen effect op het leefgebied van in de omgeving wonende vleermuizen. Nader onderzoek in het kader van de soortenbescherming is niet noodzakelijk. Vogels Door de voorgenomen ingreep worden geen vogels en jaarrond beschermde nesten aangetast. Reptielen, amfibieën en vissen Er zijn geen reptielen, amfibieën en/of vissen instandhoudingsdoelstellingen komen niet in het gedrang.

waargenomen.

De

Overige Omdat er geen geschikt biotoop is waargenomen voor overige beschermde soorten, zijn negatieve effecten uitgesloten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

28

Quickscan Soortenbescherming – Grootdorp 39 Merselo

Hoofdstuk 3

3 Conclusie en aanbevelingen Het natuuronderzoek is gebaseerd op inventarisatiegegevens van derden, literatuuronderzoek en een verkennend veldbezoek aan het plangebied. Het beeld dat uit het onderzoek naar voren is gekomen vormt voldoende basis om gefundeerd uitspraken te doen over de gevolgen van de voorgenomen werkzaamheden voor beschermde soorten en gebieden.

3.1

Conclusie Voor de bepaling van de effecten en voor de beantwoording van de vraag of men in strijd komt met de Omgevingswet, wordt de relatie gelegd tussen het initiatief met deze wet door waar mogelijk antwoord te geven op de volgende vragen: 1. Welke wettelijk beschermde soorten komen in het plangebied voor? Welke status hebben deze soorten? 2. Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de beschermde soorten en de staat van instandhouding? 3. Hoe dient omgegaan te worden met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde planten- en diersoorten, en welke vervolgstappen zijn nodig? Het voornemen zoals opgenomen in de inleiding en de daarbij behorende werkzaamheden, zal naar verwachting geen negatief effect hebben op de staat van instandhouding van beschermde soorten. Binnen het plangebied zijn geen (verblijfplaatsen van) strikt beschermde soorten aangetroffen die door de werkzaamheden worden beïnvloed. Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er geen onevenredige directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteiten op de voortplanting en instandhouding van beschermde dieren/of plantsoorten. Lokaal zullen mogelijk algemene soorten uit het plangebied trekken op zoek naar een vervangende biotoop. Voor aanvang van de werkzaamheden dient derhalve geen aanvullend onderzoek plaats te vinden.

Een ontheffing met betrekking tot aantasting van beschermde soorten is niet nodig. De werkzaamheden kunnen leiden tot een beschadiging of vernietiging van mogelijke verblijfplaatsen en/of verstoring van eventueel aanwezige algemene soorten. Een algehele vrijstelling op basis van de Verordening natuurbescherming voor ruimtelijke ontwikkelingen is hierop van toepassing. De specifieke zorgplicht (artikel 11.27 Bal) blijft onverminderd van toepassing.

3.2

Aanbevelingen Het is aan te raden om de boomtoppen van de bomen op de projectlocatie tijdens de bouwen gebruiksfase niet aan te lichten. Zo wordt het foerageerhabitat en/of vliegroute niet aangetast. Indien het toch noodzakelijk is om de bouwplaats in de nachtperiode sterk te verlichten, wordt rood of groen licht aanbevolen. Hiervoor zijn vleermuizen niet gevoelig. Ook eventueel aanwezige boom bewonende vleermuizen in de aanwezige bomen worden zo niet verstoord.

29

Quickscan Soortenbescherming – Grootdorp 39 Merselo

Literatuur •

• • •

Broekhuizen, S., Hoekstra, B., Laar, van, V., Smeenk, C. & Thissen, J.B.M., 1992 Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Stichting uitgeverij van de KNNV, Utrecht. Europese Gemeenschappen, Richtlijn no 92/409 inzake het behoud van de vogelstand. Brussel, 1979. Europese Gemeenschappen, Richtlijn no 92/43 inzake instandhouding van de natuurlijke habitat en de wilde flora en fauna. Brussel, 1992. Provinciale Verordening (Wet) natuurbescherming Hollander, H., & Geest, van der, P., 1994. Rode-Lijst van bedreigde zoogdieren in Nederland. Red data book of threatened mammals in the Netherlands. Vereniging voor Zoogkunde en Zoogdierbescherming, Utrecht. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Ministerie van Volkshuisvesting. Ruimtelijke Ordening en milieu, 2004. Nota Ruimte. De Nederlandse libellen, Nederlandse Fauna, deel 4 Nationaal historisch museum, KNNV uitgeverij (2002) Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming (VZZ) Vleermuizen en planologie, Zoogdiervereniging (2010) Omgevingswet

• • • • • • • • • • •

www.waarneming.nl www.synbiosys.alterra.nl www.atlasleefomgeving.nl www.ravon.nl www.sovon.nl www.google.nl www.floron.nl www.natuurgegevensprovincielimburg.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.natura2000.nl www.ecologica.eu

• • • •

• •

30

Quickscan Soortenbescherming – Grootdorp 39 Merselo

Bijlage 1 Waarnemingen

31

Quickscan Soortenbescherming – Grootdorp 39 Merselo

32

Quickscan Soortenbescherming – Grootdorp 39 Merselo

33

Quickscan Soortenbescherming – Grootdorp 39 Merselo

34

Quickscan Soortenbescherming – Grootdorp 39 Merselo

Bijlage 2 Effecten indicator soorten

35

Quickscan Soortenbescherming – Grootdorp 39 Merselo

36

Quickscan Soortenbescherming – Grootdorp 39 Merselo

Bijlage 3 Plan projectlocatie

37

Quickscan Soortenbescherming – Grootdorp 39 Merselo

Bijlage 4 Natuurgegevens

provincie

Limburg

broedvogelindicatie

38

Quickscan Soortenbescherming – Grootdorp 39 Merselo

Bijlage 5 Rapport Beschermde

SoortenIndicator

(BeSI)

39

Quickscan Soortenbescherming – Grootdorp 39 Merselo

Aanvraagdatum : 17-12-2024 Rapportnummer : 171162 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI) Op 17-12-2024 heeft u de Beschermde SoortenIndicator (BeSI) geraadpleegd. Dit rapport geeft u inzicht in mogelijk nadelige effecten van uw werkzaamheid op beschermde plant- en diersoorten op de door u aangegeven locatie.

Werkzaamheid De werkzaamheid die u heeft aangegeven uit te willen voeren is: Nieuw gebouw bouwen

Locatie De locatie waar u deze werkzaamheid uit wil voeren, heeft u als volgt aangegeven:

Locatie : 192,722.53 /393,480.62

Oppervlakte : 7429

m2

De beschermde plant- en diersoorten die mogelijk nadelige effecten ondervinden van de uit te voeren werkzaamheid op de door u aangegeven locatie worden hieronder beschreven, inclusief een advies over hoe u met de soort rekening kunt houden. Bij iedere soort wordt vermeld of het een 1) vogel, 2) een zoogdier, 3) een andere diersoort dan vogel of zoogdier of 4) een plant is. Het BeSI-rapport heeft een signalerende functie. Informatie over de mogelijke vergunningsplicht van uw werkzaamheid krijgt u door de Vergunningcheck te doen. Dit rapport kunt u daarbij gebruiken om de vragen over natuur te beantwoorden. In de bijlage van het rapport worden de genoemde soorten uitgesplitst naar beschermingsregels. 1

Aanvraagdatum : 17-12-2024 Rapportnummer : 171162 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)

Antwoorden op vragen uit de Vergunningcheck Welke beschermde dieren en/of planten kunnen aanwezig zijn op de locatie van uw werkzaamheid? Vogels

Ja

Zoogdieren

Ja

Andere diersoorten dan vogels of zoogdieren

Ja

Planten

Nee

Zie de volgende pagina's voor meer informatie over de leefgebieden van deze wettelijk beschermde dieren en planten en een advies over hoe u met deze soorten rekening kunt houden.

Vogels Kunnen er op de locatie van uw werkzaamheid vogels aanwezig zijn waarvan het nest het hele jaar beschermd is?

Ja

Kunnen er op de locatie van uw werkzaamheid vogels aanwezig zijn waarvan het nest alleen tijdens het broedseizoen beschermd is?

Nee

Lees altijd de adviezen van de mogelijk aanwezige vogelsoorten. Sommige provincies hebben voor bepaalde soorten uitzonderingen.

Zoogdieren Kies alle zoogdieren die aanwezig kunnen zijn op de locatie van uw werkzaamheid. Vleermuizen

Ja

Eekhoorns

Nee

Steenmarters

Nee

Andere marterachtige dan steenmarters

Ja

Andere zoogdieren

Ja

2

Aanvraagdatum : 17-12-2024 Rapportnummer : 171162 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)

Soorten en adviezen Vogels Huismus Beschrijving leefgebied: De huismus komt meestal voor in de buurt van mensen en leeft dan vooral in struiken, het liefst met stekels die het hele jaar groen blijven, loofbomen en klimplanten. De huismus broedt in gebouwen, bijvoorbeeld onder dakpannen, en soms in klimop. Advies voor deze soort: Werk buiten het broedseizoen; de periode waarin het nest wordt gebouwd of waarin eieren en/of jongen aanwezig zijn. Voor de huismus is dat van maart tot half augustus (soms tot eind september). De huismus is zeer honkvast en is het hele jaar rondom het nest aanwezig. Daarom zijn de nesten jaarrond beschermd. Haal nesten nooit weg. Houd daarnaast bij werkzaamheden rekening met het behoud van het leefgebied van de huismus. Bijvoorbeeld door struiken of klimplanten rondom de nesten te laten staan. Raadpleeg voor meer informatie het kennisdocument over deze soort op de website van BIJ12.

Zoogdieren Boombewonende vleermuizen Beschrijving leefgebied: Boombewonende vleermuizen leven in bossen, bosranden, lanen en parken. Ze verblijven daar in boomholtes, in scheuren in bomen en ruimten achter bast. Voorbeelden zijn de rosse vleermuis en de watervleermuis. Advies voor deze soort: De holtes en spleten waar boombewonende vleermuizen in leven zijn beschermd. Laat daarom in het leefgebied van boombewonende vleermuizen bomen staan. Hetzelfde geldt voor bossen, bosranden, lanen en parken omdat ze dienen als vliegroute en jachtterrein. Voorkom daarnaast het verlichten van de bomen en het leefgebied. Raadpleeg voor meer informatie over de rosse vleermuis en de watervleermuis de kennisdocumenten op de website van BIJ12.

3

Aanvraagdatum : 17-12-2024 Rapportnummer : 171162 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)

Bunzing Beschrijving leefgebied: De bunzing leeft vooral in natte gebieden en boomgroepen. Ze houden minder van dichte bebossing en naaldbomen. Ook in dorpen en buitenwijken van steden komt de bunzing voor. Bunzingen zijn vooral ’s nachts actief. Advies voor deze soort: Vermijd werkzaamheden in de kwetsbare periode. Voor de bunzing is dit de voortplantingsperiode die loopt van begin maart tot eind september. Zorg voor voldoende voedsel en plekken om zich te kunnen verstoppen, bijvoorbeeld door muizen niet te bestrijden en hopen snoeimateriaal achter te laten. Voer werkzaamheden stap voor stap uit zodat altijd in een deel van het leefgebied rust is. In Limburg en Zuid-Holland geldt voor de bunzing een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Raadpleeg voor meer informatie het kennisdocument over deze soort op de website van BIJ12. Das Beschrijving leefgebied: De das leeft in akker- en weidelandschappen. Dassen komen o.a. voor in open terreinen, cultuurlandschappen en rivierdalen met bosjes, heggen en houtwallen. Dassen zijn in de avond actief en gebruiken vaak vaste paden (wissels). Advies voor deze soort: Vermijd werkzaamheden in de kwetsbare periode. Dit is voor de das de voortplantingsperiode. Deze begint bij de zwangerschap in december en eindigt begin juli als de jongen zelfstandig zijn.

Voorkom blokkering van dassenwissels, met name rondom wegen, omdat daarmee het risico op verkeersslachtoffers toeneemt. De das gebruikt zijn/haar burchten en vluchtpijpen het hele jaar. Dit zijn de plekken waar de das rust en zich voortplant. Zorg daarom voor rust rond en behoud van de burchten en de vluchtpijpen. Raadpleeg voor meer informatie het kennisdocument over deze soort op de website van BIJ12.

4

Aanvraagdatum : 17-12-2024 Rapportnummer : 171162 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)

Gebouwbewonende vleermuizen Beschrijving leefgebied: Gebouwbewonende vleermuizen leven in alle typen landschappen. Deze vleermuizen verblijven in gebouwen, onder andere achter betimmering en daklijsten, in spouwmuren, of onder dakpannen. Advies voor deze soort: Spleten en openingen in gebouwen waarin vleermuizen leven, zijn beschermd. Voorkom het verlichten van gevels waarin vliegopeningen zitten en het dichtmaken van invliegopeningen en holle ruimtes in muren en daken. Behoud bomenrijen, bosjes en water omdat ze dienen als vliegroute en jachtterrein. Voor meer info over de gewone en de ruige dwergvleermuis of de gewone grootoorvleermuis: zie de kennisdocumenten op de website van BIJ12 en eventueel verderop in dit rapport. Let op! Dit sluit het voorkomen van andere vleermuissoorten niet uit. Check daarnaast ook altijd natuurvriendelijkisoleren.nl. Gewone dwergvleermuis Soort Leefgebied: kraamverblijfplaats in gebouw Beschrijving leefgebied: De gewone dwergvleermuis komt in de zomer in tuinen, parken en bossen voor. Overdag verblijven ze in gebouwen, vaak achter betimmering en daklijsten, in spouwmuren of onder dakpannen. Advies voor deze soort: Dit gebouw kan door de gewone dwergvleermuis worden gebruikt als kraamverblijfplaats. Behoud open water, bomenrijen en bosschages en voorkom verlichting in het leefgebied.

Raadpleeg voor meer informatie het kennisdocument over deze soort op de website van BIJ12. Let op! Het gebouw kan door de gewone dwergvleermuis ook voor andere functies dan kraamverblijfplaats worden gebruikt. Bovendien is niet uitgesloten dat er ook andere vleermuissoorten voorkomen in dit gebouw. Haas Beschrijving leefgebied: De haas leeft vooral in gebieden waar de gras- en landbouw een beperkte omvang heeft en in open veld zoals akkers en weilanden. Daarnaast komt de haas ook voor in open bos, heide en kwelders. Advies voor deze soort: In alle provincies geldt voor de haas het hele jaar een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling, behalve in Zeeland. Utrecht en Groningen. Niettemin geldt de zorgplicht. Houd daarom bij werkzaamheden rekening met het behoud van het leefgebied van de haas, bijvoorbeeld door het aanleggen van hagen en houtwallen en door te zorgen voor kruidenrijk grasland waardoor de haas afwisselend kan eten.

5

Aanvraagdatum : 17-12-2024 Rapportnummer : 171162 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)

Konijn Beschrijving leefgebied: Het konijn leeft in halfopen (droge) landschappen zoals tuinen, perken, parken, graslanden en bosranden. Konijnen leven in holen en hebben daarom een voorkeur voor zandige bodems omdat ze daarin makkelijk kunnen graven. Advies voor deze soort: In alle provincies geldt voor het konijn het hele jaar een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling, behalve in Zeeland en Utrecht. Niettemin geldt de zorgplicht. Houd daarom bij werkzaamheden rekening met het behoud van het leefgebied van het konijn, bijvoorbeeld door verspreid stukken gras redelijk kort te maaien en te zorgen voor open plekken met zand. Ree Beschrijving leefgebied: Het ree leeft vooral in bosachtige gebieden met open plekken en aangrenzende velden, maar ook in rietvelden, duinen en akkerbouwgebieden. Voorwaarden zijn dat er in de omgeving voldoende voedsel, dekking en rust aanwezig is. Advies voor deze soort: In alle provincies geldt voor het ree het hele jaar een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Niettemin geldt de zorgplicht. Houd bij werkzaamheden rekening met het leefgebied van het ree, bijvoorbeeld door te proberen reeën niet te verstoren waardoor verkeersslachtoffers kunnen vallen.

Andere diersoorten dan vogels of zoogdieren Alpenwatersalamander Beschrijving leefgebied: De alpenwatersalamander is een amfibie en leeft onder andere in bospoelen, vennen, sloten en tuinvijvers. De winterslaap begint ongeveer half oktober en eindigt rond eind februari. De meeste alpenwatersalamander overwinteren op het land. Advies voor deze soort: Vermijd werkzaamheden in de voortplantingsperiode (water) en tijdens de winterrust (land). Voor alpenwatersalamanders betekent dit dat werkzaamheden in en nabij het water het beste kunnen worden uitgevoerd in de periode van 1 augustus tot en met 15 oktober. Werkzaamheden op het land worden bij voorkeur niet tussen half oktober en eind februari uitgevoerd. Houd bij werkzaamheden rekening met het behoud van het leefgebied van de alpenwatersalamander. Bijvoorbeeld door te zorgen voor houtstronken of houtstapels om onder te overwinteren.

6

Aanvraagdatum : 17-12-2024 Rapportnummer : 171162 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)

Bruine kikker Beschrijving leefgebied: De bruine kikker is een amfibie en leeft o.a. in sloten, poelen, vennen en tuin- en stadsvijvers. De soort leeft zowel in het water maar vaker nog op het land. De bruine kikker heeft een voorkeur voor water waar weinig of geen vis zit. Advies voor deze soort: In alle provincies geldt het hele jaar een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Niettemin geldt de zorgplicht; zorg daarom voor kleine oppervlaktewateren met weinig of geen vis zodat de larven van de bruine kikker niet worden opgegeten. Een deel van de dieren verblijft ook na de voortplanting in of bij het water. Laat daarom, ook in het kader van de zorgplicht, bij baggeren verwijderde modder en planten 24 uur op de oevers liggen zodat de bruine kikkers eruit kunnen kruipen. Gewone pad Beschrijving leefgebied: De gewone pad is een amfibie en plant zich voort in poelen, vijvers, vennen, sloten en weteringen en zwak stromende beken. De gewone pad leeft buiten de voortplantingstijd (maart) vooral op het land. Advies voor deze soort: In alle provincies geldt het hele jaar een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Niettemin geldt de zorgplicht; zorg daarom voor poelen, vijvers en sloten waarin de gewone pad zich kan voortplanten. Voorkom sterfte op wegen door in de paartijd, als de padden trekken, schermen te plaatsen en/of wegen tijdelijk af te sluiten.

7

Aanvraagdatum : 17-12-2024 Rapportnummer : 171162 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI) Hoe BeSI is gerealiseerd wordt beschreven in de onderstaande twee documenten: 1. Kwaliteitsborging Beschermde SoortenIndicator 2. Toelichting kansenkaarten beschermde soorten Bekijk deze documenten.

Disclaimer: In de Omgevingswet is vastgelegd dat iedere Nederlander zorgdraagt voor levende dieren en planten en hun directe omgeving. Dit noemen we de zorgplicht voor natuur. De Beschermde SoortenIndicator (BeSI) helpt u om aan deze zorgplicht te voldoen. In principe houdt BeSI rekening met alle Vogelrichtlijn-, Habitatrichtlijn- en andere wettelijk beschermde soorten. Ook wordt rekening gehouden met Rode-lijst soorten met een status ‘Bedreigd’ of ‘Ernstig bedreigd’. De voorwaarde die hierbij altijd geldt, is dat het mogelijk moet zijn om te berekenen hoe groot de kans is dat een soort voorkomt (kansenkaart). BeSI houdt alleen rekening met beschermde en bedreigde planten en dieren. Mogelijk gelden er ook andere natuurbeschermingsregels. Indien u daar meer informatie over wilt, kijk dan op https://iplo.nl/thema/natuur/ Het BeSI-rapport heeft alleen een signalerende functie van de mogelijk nadelige effecten van uw werkzaamheid op beschermde en bedreigde planten en dieren op de door u aangegeven locatie. Het BeSI-rapport is dus geen bindend advies. Het BeSI-rapport geeft geen informatie over een mogelijke vergunningsplicht van uw werkzaamheid. Het geeft ook geen enkel oordeel over de inhoud of status van een vergunningsplichtig voorgenomen werkzaamheid. Raadpleeg hiervoor de vergunningcheck uit het Omgevingsloket.

Het BeSI-rapport wordt gemaakt op basis van de huidige beschikbare informatie over beschermde en bedreigde planten en dieren. Als u later dan drie maanden na het maken van het BeSI-rapport start met uw werkzaamheid, dan wordt geadviseerd een nieuw actueel rapport te maken. Bewaar het door u gemaakte BeSI-rapport goed. Het kan zijn dat ernaar wordt gevraagd, bijvoorbeeld door de gemeente waar u de werkzaamheid uitvoert.

8

Aanvraagdatum : 17-12-2024 Rapportnummer : 171162 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)

Soorten uitgesplitst naar beschermingsregels Vogelrichtlijn Huismus - Passer domesticus - Kansenkaart versienummer

29-11-2022

Habitatrichtlijn Boombewonende vleermuizen - Boombewonende vleermuizen - Kansenkaart versienummer 24-03-2023 Gebouwbewonende vleermuizen - Gebouwbewonende vleermuizen - Kansenkaart versienummer 24-03-2023 Gewone dwergvleermuis - Pipistrellus pipistrellus - Kansenkaart versienummer 08-08-2024 Overige wettelijk beschermde of rode lijst soorten Alpenwatersalamander - Ichthyosaura alpestris - Kansenkaart versienummer 02-12-2022 Bruine kikker - Rana temporaria - Kansenkaart versienummer 28-11-2022 Bunzing - Mustela putorius - Kansenkaart versienummer 29-11-2022 Das - Meles meles - Kansenkaart versienummer 02-12-2022 Gewone pad - Bufo bufo - Kansenkaart versienummer 28-11-2022 Haas - Lepus europaeus - Kansenkaart versienummer 28-11-2022 Konijn - Oryctolagus cuniculus - Kansenkaart versienummer 28-11-2022 9

Aanvraagdatum : 17-12-2024 Rapportnummer : 171162 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI) Ree -

Capreolus capreolus Kansenkaart versienummer

28-11-2022

10

Aanvraagdatum : 17-12-2024 Rapportnummer : 171163 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI) Op 17-12-2024 heeft u de Beschermde SoortenIndicator (BeSI) geraadpleegd. Dit rapport geeft u inzicht in mogelijk nadelige effecten van uw werkzaamheid op beschermde plant- en diersoorten op de door u aangegeven locatie.

Werkzaamheid De werkzaamheid die u heeft aangegeven uit te willen voeren is: Groepen mensen ontvangen of huisvesten in een gebouw of op een terrein

Locatie De locatie waar u deze werkzaamheid uit wil voeren, heeft u als volgt aangegeven:

Locatie : 192,722.53 /393,480.62

Oppervlakte : 7429

m2

De door u gekozen werkzaamheid valt buiten de scope van BeSI omdat de mogelijk nadelige effecten van de werkzaamheid op de omgeving niet voldoende te duiden zijn. Waarschijnlijk gaat het om een bedrijfsactiviteit waarvoor nog andere procedures en regels gelden met betrekking tot natuurbescherming. Neem contact op met uw gemeente voor nadere informatie. U ontvangt daarom een rapport waarin alleen een overzicht is opgenomen van de mogelijk aanwezige beschermde plant- en diersoorten, uitgesplitst naar beschermingsregels. Voor aanvullende informatie over deze soorten kunt u gebruik maken van het soortenregister: https://www.nederlandsesoorten.nl 1

Aanvraagdatum : 17-12-2024 Rapportnummer : 171163 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI) Hoe BeSI is gerealiseerd wordt beschreven in de onderstaande twee documenten: 1. Kwaliteitsborging Beschermde SoortenIndicator 2. Toelichting kansenkaarten beschermde soorten Bekijk deze documenten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16975162/1