CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 Begrippenkader

Gemeenteraad 24 september 2024, gemeente VenrayBij agendapunt: Startnotitie AZC + Startnotitie huisvesting4.325 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 5: Begrippenkader Begrippenlijst met definities over woonvormen, doelgroepen binnen volkshuisvestingsbeleid, doelgroepen genoemd in het proces omtrent flexwonen, opvang van asielzoekers in Nederland. Woonvormen Flexwonen ............................................................................................................................................ 3 Flexwoning ........................................................................................................................................... 4 Tijdelijke woning ................................................................................................................................... 4 Verplaatsbare woning ............................................................................................................................. 4 Modulaire woning .................................................................................................................................. 4 Prefab woning ....................................................................................................................................... 4 Het verschil tussen Prefab en Modulair .....................................................................................................

5 Reguliere huisvesting / Zelfstandige woning / Woning ................................................................................ 5 Meergeneratiewoning: ............................................................................................................................ 5 Overige woonvormen ............................................................................................................................. 5 Overige woonvormen binnen wonen en zorg ............................................................................................. 6

Doelgroepen Volkshuisvestelijk beleid Aandachtsgroepen ................................................................................................................................. 7 Urgenten (urgentiecategorieën) ............................................................................................................... 7 Mantelzorgers en mantelzorgontvangers................................................................................................... 9 Mensen met een lichamelijke, verstandelijke of zintuigelijke beperking of psychische kwetsbaarheid ................ 9 (Dreigend) dakloze mensen, incl. uitstroom MO, bankslapers en mensen op niet-conventionele woonplakken ... 9 Uitstromers Beschermd Wonen ................................................................................................................ 9 Uitstromers uit instellingen voor klinische geestelijke gezondheidszorg......................................................... 9 Uitstromers uit de vrouwenopvang en opvang voor slachtoffers van mensenhandel ....................................... 9 Uitstromers uit de Jeugdhulp met verblijf en pleegzorg............................................................................... 9 Uitstromers uit detentie en forensische zorg ...........................................................................................

10 Stoppende sekswerkers ........................................................................................................................ 10 Arbeidsmigranten ................................................................................................................................ 10 Studenten........................................................................................................................................... 11 Woonwagenbewoners........................................................................................................................... 11 Ouderen ............................................................................................................................................. 11 Statushouder ...................................................................................................................................... 11 Vergunninghouders .............................................................................................................................. 11

1

Overig genoemde doelgroepen Urgentwoningzoekende ........................................................................................................................ 13 Spoedzoekers...................................................................................................................................... 13 Asielzoekers ........................................................................................................................................ 13 Vluchtelingen ...................................................................................................................................... 13 Verschil tussen vluchteling en asielzoeker ............................................................................................... 14 Ontheemden ....................................................................................................................................... 14 Brede doelgroep van Ontheemden ......................................................................................................... 15 Starters .............................................................................................................................................. 15 Doorstromer ....................................................................................................................................... 17

Opvang van asielzoekers in Nederland Asielzoekerscentrum (azc) .................................................................................................................... 18 Noodopvang........................................................................................................................................ 18 Crisisnoodopvang ................................................................................................................................ 18

2

Woonvormen Flexwonen

De woning zelf

De bewoning

De locatie

Tijdelijke / verplaatsbare woningen

Prefabwoning

Modulaire woning

Flexwonen Flexwoningen zijn kleine woningen die verplaatsbaar, stapelbaar, schakelbaar of splitsbaar zijn. Daarnaast heeft een van de volgende aspecten een tijdelijk karakter: -

de woning zelf;

-

de bewoning (door het gebruik van tijdelijke huurconctracten)

-

de locatie.

De woningvoorraad kan relatief snel worden uitgebreid met flexwonen, temeer omdat er ook locaties of gebouwen kunnen worden benut waar in eerste instantie geen woonbestemming op rust. Bijvoorbeeld leegstaande gebouwen/kantoorpanden die beschikbaar zijn voor de tijdelijke verhuur. De gedachte in het kabinetsbeleid is dat flexwonen een flexibele schil vormt als aanvulling op de reguliere woningmarkt. Hierdoor kan beter ingespeeld worden op groei en krimp van de vraag. Onder de Omgevingswet mogen gemeenten afwijken van eerdere bestemmingsplannen zonder tijdslimiet voor de tijdelijke vergunning. Dus ook voor flexibele, verplaatsbare woningbouw. Ook mogen zij afwijken van het omgevingsplan met een omgevingsvergunning voor een zogenaamde ‘buitenplanse omgevingsactiviteit’. Bron: Kamerstukken II, 2018/2019, 32847 nr. 521. / Rapport Kansen en risico’s van tijdelijke woningen, Dienst Analyse en Onderzoek, 2023 / Rijksdienst voor Ondernemend Nederland: Flexwonen (rvo.nl) /

3

Flexwoning Zie tijdelijke woning / verplaatsbare woning Bron: Dashboard - Begrippenlijst - Nederland (datawonen.nl)

Tijdelijke woning Tijdelijke woningen vormen een onderdeel van het bredere begrip flexwoningen. Het zijn woningen die voor een bepaalde tijd gebouwd worden op een tijdelijke locatie (met woonbestemming of tijdelijke afwijking). Dit betekent dat de woning na een bepaalde periode verplaatst (of gesloopt) moet worden. In de regel zijn de woningen verplaatsbaar en modulair: de woningen worden vaak gedeeltelijk of geheel in de fabriek ‘gebouwd’. Het zijn woningen die voldoen aan de eisen die gelden voor nieuwbouw óf die getoetst zijn aan tijdelijke woningen zoals gedefinieerd in het Bouwbesluit (termijn van ten hoogste 15 jaar). Bron: Kamerstukken II, 2018/2019, 32847 nr. 521. / Rapport Kansen en risico’s van tijdelijke woningen, Dienst Analyse en Onderzoek, 2023 / Rijksdienst voor Ondernemend Nederland: Flexwonen (rvo.nl) / Dashboard - Begrippenlijst - Nederland (datawonen.nl)

Verplaatsbare woning Zie tijdelijke woning.

Modulaire woning Modulair bouwen is een bouwtechniek (binnen prefab-bouwen. Zie ook prefabwoningen) waarbij modules worden gekoppeld of gestapeld om een gebouw of woning te creëren:

•

Modules zijn prefab-componenten die een ruimte ontsluiten, zoals bijvoorbeeld een volledige kamer, badkamer, aanbouw of keuken etc.

•

De modules worden in een fabriek geproduceerd en vervolgens op de bouwplaats afgeleverd voor installatie. Dit in tegenstelling tot prefab onderdelen als wandpanelen en dakspanten.

•

De modules zijn gebruiksklaar en worden met behulp van een hijskraan geplaatst op locatie

•

Daarna moeten modules alleen worden geïnstalleerd en aangesloten

•

Modulaire gebouwen zijn flexibel modules kunnen eenvoudig toegevoegd of verwijderd worden.

Overlap met flexwoningen is mogelijk: de woning kan namelijk modulair van aard zijn. Bron: Wat is modulaire bouw? | Portakabin® NL / Modulair bouwen, wat houdt het in? Unbrick

Prefab woning Al het materiaal wat vooraf wordt gefabriceerd in een fabriek om later als compleet onderdeel te fungeren in een gebouw of woning, valt onder de noemer Prefab. Als deze onderdelen in modules zijn gebouwd, zoals bijvoorbeeld een complete badkamer dan spreken we van modulaire bouw. Prefab-onderdelen kunnen van verschillende materialen worden gemaakt, waaronder hout, staal en beton. Sommige van deze onderdelen kunnen min of meer afgewerkt worden voordat ze naar de bouwplaats worden vervoerd en geïnstalleerd. Zo kunnen bijvoorbeeld wandpanelen ‘open’ zijn en ter plaatse aankomen zonder isolatie, dampremmende lagen of externe bekleding. Bron: Wat is het verschil tussen Prefab en Modulair bouwen? - Ripstaal

4

Het verschil tussen Prefab en Modulair Modulaire bouw wordt vaak verward met prefab bouw. De overeenkomsten zijn duidelijk: beide gaat het om woning- gebouwdelen die in een indoor locatie (fabriek) voorbereidend geproduceerd worden, voor ze naar een bouwplaats gaan. Het verschil is echter dat het bij prefab om losse bouwelementen gaat (wanden, vloerdelen, dakspanten) en het bij modulaire bouw gaat om meerdere van deze prefabelementen die samen een omsloten ruimte vormen. Vaak compleet met isolatie en raampartijen. Wanneer het dus gaat over modulaire woningen, dan hebben we het over een pregefabriceerde (woon)ruimte die volledig 3D wordt geassembleerd en vervoerd. Een modulair huis kan dus een prefabwoning genoemd worden, hoewel een prefabwoning niet altijd een modulaire woning is. Bron: Modulair bouwen, wat houdt het in? Unbrick

Reguliere huisvesting / Zelfstandige woning / Woning Reguliere huisvesting is een woning die onderdeel is van de openbare woningmarkt. Een zelfstandige woning (zelfstandig verblijfsobject) is een (deel van een) gebouw met een woonfunctie waar voorzieningen als toilet, keuken en badkamer niet gedeeld hoeven te worden met andere huishoudens. Een gebouw of deel van een gebouw dat volgens de bouw of verbouw blijvend is bestemd voor permanente bewoning. Bovendien is onder andere vereist dat bij de bouw of verbouw aan de op dat moment bestaande bouwtechnische voorschriften voor woningen is voldaan. Indien niet aan de eisen van een zelfstandig verblijfsobject met een woonfunctie wordt voldaan (bijvoorbeeld bij studentenkamers of instellingsplaatsen) dan wordt gesproken over onzelfstandige woonruimten Bron: Ministerie van Jusititie, 2022: Begrippenlijst Vreemdenlingenbeleid / Dashboard - Begrippenlijst - Nederland (datawonen.nl) / Ministerie BZK wet basisregistraties adressen en gebouwen

Meergeneratiewoning: Gebruik van een deel van eengezinswoning/bijbehorende bouwwerken voor het voeren van een 2 e huishouden op hetzelfde adres, waarbij sprake is van een aantoonbare familierelatie 1e of 2e graads. Bron: (concept) Mantelzorgnota Gemeente Venray

Overige woonvormen Binnen het volkshuisvestelijk beleid zijn er verschillende type woningen en definities te onderscheiden. Zowel binnen de nieuwbouw als bestaande voorraad. Deze begrippenlijst is niet uitputtend in het geven van definities. De meestvoorkomende en bekendste type woningen worden hieronder opgesomd: 2-onder-1-kapwoning, geschakelde 2-onder-1-kapwoning, geschakelde woning, halfvrijstaande woning, vrijstaande woning, hoekwoning, tussenwoning, bungalow, eengezinswoning, meergezinswoning, woonwagen, benedenwoning, bovenwoning, galerijflat, maisonnette, penthouse, portiekflat, studentenkamer, serviceflat, drive-in-woning, patiowoning, rijtjeshuis en nieuwbouwwoning. Deze begrippen zijn niet nader gedefinieerd in deze lijst, gezien de marginale invloed op de startnotie. Dit geldt ook voor de prijsgrenzen van een betaalbare koopwoning, sociale – en middenhuurwoningen.

5

Overige woonvormen binnen wonen en zorg Ook op het gebied van wonen en zorg zijn er (concept) definities. De exacte definiëring van is door het ministerie nog niet vastgesteld. Veelal gaat het om beschermd, beschut of geschikte woonvormen. Het kan gaan om een seniorenwoning, mantelzorgwoning, pre-mantelzorgwoning, aanleunwoning, kangoeroewoning, nultredenwoning, levensloopbestendige woning, geclusterde woonvorm, woonzorgcomplex, intramurale woning, verpleeghuiswoning en woonhofjes. Deze begrippen zijn niet nader gedefinieerd in deze lijst, gezien de marginale invloed op de startnotie.

6

Doelgroepen Volkshuisvestelijk beleid Aandachtsgroepen Aandachtsgroepen zijn groepen mensen met minder kans dan andere op de woningmarkt. Bijvoorbeeld door hun behoefte aan een specifieke soort woning of woonvorm, wat zij kunnen betalen voor de huisvesting, wat extra nodig is aan begeleiding en zorg en het draagvlak in de buurt. Het gaat om mensen die zich in een kwetsbare situatie bevinden of een specifieke woonbehoefte hebben. De aandachtsgroepen zijn in het adviesrapport ‘Een thuis voor iedereen’ en het wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting opgenomen. Exacte definities zijn opgenomen in Artikel 8.2a Ontwerpregeling Versterking Regie Volkshuisvesting.

Urgenten (urgentiecategorieën) Urgenten zijn woningzoekende uit aandachtsgroepen die voorrang krijgen op huisvesting omdat dat dringend noodzakelijk is voor wie het snel vinden van groot maatschappelijk belang is. Wettelijke urgenten Dit zijn de groepen waarvoor verplichte urgentie gaat gelden, wanneer de Wet versterking regie volkshuisvesting van kracht wordt. Deze groepen zijn smal gedefinieerd. Het is immers het uitgangspunt dat urgentie alleen geldt voor mensen in de meest kwetsbare positie Lokale urgenten Dit zijn groepen die gemeenten aanvullend op de beoogde wettelijke urgentiecategorieën als urgentiecategorie in hun verordening kunnen opnemen. Veel gemeenten hebben in hun huisvestingsverordening bijvoorbeeld of sociaal urgenten opgenomen als urgentiecategorie. Regionaal is een huisvestingsverordening in voorbereiding om de urgentiecategorieën vast te leggen. Onderstaand geeft een overzicht van de aandachtsgroepen en urgenten in het wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting en lagere regelgeving.

7

8

Mantelzorgers en mantelzorgontvangers Woningzoekenden die wegens het langdurige en intensieve karakter van de mantelzorg behoefte hebben aan andere woonruimte zodat zij deze kunnen ontvangen of verlenen.

Mensen met een lichamelijke, verstandelijke of zintuigelijke beperking of psychische kwetsbaarheid Woningzoekenden die op grond van ernstige en chronische medische redenen (lichamelijke, verstandelijke of zintuigelijke beperking of psychische kwetsbaarheid) andere woonruimte of specifieke woonvormen behoeven.

(Dreigend) dakloze mensen, incl. uitstroom MO, bankslapers en mensen op nietconventionele woonplakken Woningzoekenden die buitenslapen, mensen die verblijven in maatschappelijke opvang (woningzoekenden aan wie wegens dakloosheid een voorziening voor opvang is verleend als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015), mensen in niet-conventionele woonplekken vanwege een gebrek aan huisvesting (zoals op een vakantiepark) en mensen die uit nood verblijven bij familie en vrienden. Hierin wordt ook de woonbehoefte van groepen zoals zelfredzame remigrantenhuishoudens met de Nederlandse nationaliteit zonder huisvesting meegenomen.

Uitstromers Beschermd Wonen Woningzoekenden die uitstromen uit een beschermd wonen instelling: Woningzoekenden die een voorziening voor beschermd wonen als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verlaten.

Uitstromers uit instellingen voor klinische geestelijke gezondheidszorg Woningzoekenden die een verblijf in een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg verlaten waar zij geneeskundige geestelijke zorg ontvingen of woningzoekenden die in verband met geneeskundige zorg als bedoeld in artikel 10, onderdeel g, van de Zorgverzekeringswet in een instelling verbleven in verband met zorg zoals psychiaters en klinischpsychologen plegen te bieden en deze verlaten.

Uitstromers uit de vrouwenopvang en opvang voor slachtoffers van mensenhandel Woningzoekenden die een voorziening voor opvang als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verlaten voor slachtoffers van huiselijk geweld of mensenhandel en die daar verbleven omdat zij door problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben moeten verlaten.

Uitstromers uit de Jeugdhulp met verblijf en pleegzorg Woningzoekenden die de leeftijd van achttien jaar doch [maar] niet de leeftijd van drieëntwintig jaar hebben bereikt en die een accommodatie, gesloten accommodatie of voorziening voor pleegzorg als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet verlaten.

9

Uitstromers uit detentie en forensische zorg Woningzoekenden die een inrichting of voorziening als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, een penitentiaire inrichting als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Penitentiaire beginselenwet of een instelling voor forensische zorg als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet forensische zorg verlaten.

Stoppende sekswerkers Woningzoekenden die deelnemen aan een overheidsprogramma gericht op duurzaam stoppen met sekswerk waarbinnen begeleiding van sekswerkers plaatsvindt bij het vinden van ander werk, een andere woning of juiste zorg.

Arbeidsmigranten Onderdaan van een andere lidstaat van de EU die zijn hoofdverblijf niet in NL heeft en in Nederland verblijft om tijdelijke werkzaamheden te verrichten.

In het beleidskader Internationale Werknemers zijn de volgende definities vastgesteld: Internationale werknemer of arbeidsmigrant? Een internationale werknemer is iemand die zijn of haar land verlaat, vaak voor een beperkte duur om elders (beter betaald) werk te verrichten. Internationale werknemers worden onderscheiden in twee groepen: kenniswerkers en arbeidsmigranten. -

Een kenniswerker is een internationale werknemer met een bruto jaarinkomen van meer dan € 30.845 (jonger dan 30 jaar) of meer dan € 42.068 (vanaf 30 jaar; prijspeil 2023).

-

Een arbeidsmigrant is een internationale werknemer niet zijnde een kenniswerker.

Wonen of verblijven? Kenniswerkers vinden doorgaans zelf of met behulp van hun werkgever een plek op de reguliere woningmarkt. Arbeidsmigranten die hier langer willen verblijven, stromen vaak ook door naar reguliere woningen. Voor deze mensen gelden dezelfde regels als voor alle andere woningzoekenden. Venray maakt voor hen geen apart huisvestingsbeleid, maar neemt hun vraag mee in het reguliere woonbeleid en woningbouwprogrammering. Planologisch gezien is huisvesting op twee soorten locaties mogelijk: locaties met de bestemming “wonen” en locaties met de bestemming “logies of verblijf”. De voorwaarden die aan woonlocaties worden gesteld zijn strenger dan die voor logies- of verblijfslocaties. Op locaties met de bestemming wonen is het toegestaan hier voor onbepaalde tijd te wonen of verblijven. Op locaties met de bestemming logies- of verblijf mogen mensen alleen tijdelijk verblijven. 10

Studenten Woningzoekende die voltijds is ingeschreven bij een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1. van de Wet educatie en beroepsonderwijs of bij een instelling als bedoeld in artikel 1.2 onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, gevestigd binnen het gebied van de woningmarktregio.

Woonwagenbewoners Woningzoekende die wil wonen in een woonwagen (als bedoeld in artikel 235 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek) en voor wie het wonen in een woonwagen onderdeel uitmaakt van diens culturele identiteit doordat deze persoon zelf of zijn ouders of grootouders in een woonwagen hebben gewoond.

In het beleidskader Woonwagen- en standplaatsenbeleid van de gemeente Venray zijn woonwagenbewoners als volgt gedefinieerd: Woonwagenbewoners die zich van generatie op generatie als zodanig manifesteren en die zich beschouwen als een bevolkingsgroep met een van andere bevolkingsgroepen te onderscheiden cultuur. De onderscheidende cultuur verwijst naar mensen die in een woonwagen wonen (specifieke woonwijze) en deel uitmaken van een familie die van generatie op generatie bij elkaar op een locatie en in een woonwagen woont of heeft gewoond (in familieverband samenwonen op een woonwagenlocatie).

Ouderen Als ouderen worden personen van 65 jaar en ouder bedoeld.

Statushouder Vergunninghouder als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel j, van de Huisvestingswet 2014

Vergunninghouders Houders van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 8, onderdeel a, b, c, of d, van de Vreemdelingenwet 2000, op basis van de gemeentelijke taakstelling bedoeld in artikel 28 van de Huisvestingswet. De definitie van statushouder en vergunninghouder is daarmee hetzelfde en kan als synoniem worden gebruikt. Een statushouder is dus een voormalig asielzoeker die een vergunning heeft gekregen om in Nederland te mogen blijven.

11

Bronvermelding aandachtsgroepen: -

Wetsvoorstel Versterking Regie Volkshuisvesting & Memorie van Toelichting: https://wetgevingskalender.overheid.nl/Regeling/WGK014088/Download/7d1f677f-e733-43a8-9ad4-1f88b332902e_2.pdf

-

Ontwerpbesluit Versterking Regie Volkshuisvesting & Toelichting: https://open.overheid.nl/documenten/4ac4b293-df39-45c8-a03426d7f4ec16f7/file

-

Ontwerpregeling Versterking Regie Volkshuisvesting & Toelichting: https://open.overheid.nl/documenten/d7813241-6bbb-4d27-b51862f3124d64dc/file

-

Platform 31. (2024). Wonen en zorg in het Volkshuisvestingsprogramma. In Volkshuisvesting Nederland. https://www.volkshuisvestingnederland.nl/documenten/publicaties/2024/03/08/handreiking-wonen-en-zorg-in-hetvolkshuisvestingsprogramma

12

Overige genoemde doelgroepen In het voorstel en amendement van de gemeenteraad uit juni 2023 worden doelgroepen genoemd buiten de bovengenoemde aandachtsgroepen uit het volkshuisvestelijk beleid. Deze doelgroepen komen niet terug in formele definiëring in de conceptvoorstellen Versterking Regie Volkshuisvesting, maar zijn voor het totaal beeld van belang om te definiëren.

Urgentwoningzoekende Zie urgenten.

Spoedzoekers De term spoedzoeker is niet nader gedefinieerd in de conceptvoorstellen Versterking Regie Volkshuisvesting en komt ook maar eenmalig voor in de memorie van toelichting. Met deze doelgroep wordt in de volksmond vaak bedoelt: woningzoekende die door uitzonderlijke situaties per direct op zoek zijn naar onderdak / met grote spoed een woonruimte nodig hebben. Wanneer woonruimte voor spoedzoekers gerealiseerd dient te worden, is nadere afbakening over welke woningzoekende gesproken wordt noodzakelijk.

Asielzoekers Een asielzoeker is een persoon die op de vlucht is en internationale bescherming zoekt, maar waar het beroep op een vluchtelingenstatus nog niet bepaald is. Wanneer asiel aangevraagd wordt in Nederland, woont de persoon in een asielzoekerscentrum tot de Nederlandse overheid heeft geluisterd naar het verhaal waarom het gevaarlijk is in het land waar vandaan gekomen wordt. Een asielzoeker kan in feite alleen bescherming aanvragen in het land van aankomst. Daarna moet de asielzoeker in staat zijn om te bewijzen dat hij/zij voldoet aan de criteria om beschermd te worden als vluchteling. In Nederland beslist de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) of een asielzoeker wordt erkend als vluchteling. Als dat het geval is en een asielzoeker als vluchteling wordt erkend, dan krijgen zij de ‘vluchtelingenstatus’. Op dat moment spreekt men niet meer over een asielzoeker, maar over een vergunninghouder/statushouder. Bron: Vluchtelingenwerk, Wat houdt de asielprocedure in? (vluchtelingenwerk.nl) / Stichting Vluchteling, Verschil tussen vluchtelingen, asielzoekers en migranten? / UNHCR, Veelgestelde vragen over vluchtelingen - UNHCR Nederland

Vluchtelingen Een vluchteling is een persoon die gedwongen zijn of haar land is ontvlucht vanwege oorlog, geweld of vervolging. In veel gevallen is dat plotseling en zonder voorafgaande waarschuwing. Vluchtelingen kunnen niet naar huis terugkeren totdat de omstandigheden in het land van herkomst veilig zijn. Redenen voor vervolging kunnen godsdienst, politieke overtuiging, seksuele voorkeur of het behoren tot een bepaald etnische groep zijn. Een officiële instantie zoals de overheid of de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties bepaalt of een persoon die internationale bescherming zoekt een vluchteling is volgens de definitie van het Vluchtelingenverdrag. Zij die de vluchtelingenstatus krijgen worden beschermd door internationale verdragen en overeenkomsten. Vluchtelingen in Nederland krijgen de kans om wetmatig permanente inwoners en uiteindelijk burgers te worden.

13

Oekraïense vluchtelingen Voor Oekraïense vluchtelingen die naar Nederland komen, gelden andere regels dan voor vluchtelingen uit andere landen. Zij mogen bijvoorbeeld direct in Nederland werken en hoeven geen asiel aan te vragen. Zij mogen tijdelijk in Nederland verblijven zonder visum en hebben een andere verblijfstatus. Bron: Vluchtelingenwerk, Wat houdt de asielprocedure in? (vluchtelingenwerk.nl) / Stichting Vluchteling, Verschil tussen vluchtelingen, asielzoekers en migranten? / UNHCR, Veelgestelde vragen over vluchtelingen - UNHCR Nederland

Verschil tussen vluchteling en asielzoeker Niet iedere asielzoeker is een vluchteling. Een asielzoeker is iemand die een ander land om bescherming vraagt door een asielverzoek in te dienen. Tijdens de asielprocedure wordt onderzocht of hij of zij recht heeft op deze bescherming. De meeste vluchtelingen beginnen dus als asielzoeker. Wanneer iemand de vluchtelingenstatus krijgt, noemen we diegene ook een statushouder /vergunninghouder. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) koppelt deze vergunninghouders aan gemeenten. Gemeenten moeten zorgen voor passende woonruimte voor statushouders. Bron: Vluchtelingenwerk, Wat houdt de asielprocedure in? (vluchtelingenwerk.nl) / Stichting Vluchteling, Verschil tussen vluchtelingen, asielzoekers en migranten? / UNHCR, Veelgestelde vragen over vluchtelingen - UNHCR Nederland

Ontheemden Onderdanen van derde landen of staatlozen die hun land of regio van oorsprong hebben moeten verlaten of geëvacueerd zijn, met name ingevolge een verzoek van internationale organisaties, en wier terugkeer onder veilige en duurzame omstandigheden onmogelijk is gezien de situatie in dat land en die eventueel kunnen vallen onder de toepassing van artikel 1A van het Verdrag van Genève of andere internationale of nationale instrumenten van internationale bescherming, in het bijzonder: -

personen die uit door een gewapend conflict of inheems geweld getroffen gebieden hebben moeten vluchten;

-

personen die ernstig gevaar lopen op dan wel slachtoffer zijn geweest van systematische of algemene schending van de mensenrechten;

-

"massale toestroom": de aankomst in de Gemeenschap van een aanzienlijk aantal ontheemden, uit een bepaald land of bepaalde geografische zone, ongeacht of zij op eigen initiatief of met hulp, bijvoorbeeld in het kader van een evacuatieprogramma, de Gemeenschap zijn binnengekomen;

-

"vluchtelingen": onderdanen van een derde land of staatlozen in de zin van artikel 1A van het Verdrag van Genève;

-

"niet-begeleide minderjarigen": onderdanen van derde landen of staatlozen jonger dan achttien jaar die zonder begeleiding van een volwassene die krachtens de wet of het gewoonterecht voor hen verantwoordelijk is, op het grondgebied van een lidstaat aankomen, zolang zij niet daadwerkelijk onder de hoede van een dergelijke volwassene staan, of minderjarigen die nadat zij op het grondgebied van de lidstaten zijn aangekomen, zonder begeleiding worden achtergelaten;

-

"verblijfstitel": elke door de autoriteiten van een lidstaat afgegeven en volgens zijn wetgeving opgestelde vergunning of toestemming, op grond waarvan het een onderdaan

14

van een derde land of een staatloze is toegestaan op het grondgebied van die lidstaat te verblijven; -

"gezinshereniger": elke onderdaan van een derde land die in een lidstaat tijdelijk bescherming geniet overeenkomstig een besluit op grond van artikel 5 en die wenst dat leden van zijn gezin zich bij hem/haar voegen.

Bron: Regeling Tijdelijke wet Opvang Oekraïne, vmefb06hgmyp.pdf (eerstekamer.nl) / Europese Unie Richtlijn, Richtlijn - 2001/55 - EN - EUR-Lex (europa.eu)

Brede doelgroep van Ontheemden In eerder voorstellen is gesproken over een ‘brede doelgroep van ontheemden’. Bovenstaande definitie van ontheemde toont aan dat onder de term ook de asielzoeker, vluchteling en statushouder valt. Lokaal woningzoekende Er is geen definitie te geven over wie lokaal woningzoekende zijn. Het afbakenen van dit begrip (binnen de Huisvestingsverordening) is uiteindelijk aan de gemeenteraad indien het wenselijk is dit begrip op te nemen. Een voorbeeld van een dergelijke afbakening in een verordening (Gemeente De Rode Venen): Voorrang lokaal woningzoekenden bij toewijzing huurwoningen tot aan de liberalisatiegrens | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl)

Starters Voor de term starter zijn verschillende interpretaties mogelijk en het begrip wordt vaak gebruikt zonder daar een duidelijke definitie voor te geven. In veel definities zit een overeenkomst: het gaat om een nieuw huishouden. Daarnaast is er onderscheid mogelijk in starters op de koopwoningmarkt en huurwoningmarkt. Er zijn echter ook verschillen in definities: bijvoorbeeld over het wel/niet benoemen van leeftijden, inkomen of de maximale koopprijs van een woning. Meest eenvoudige is om aansluiting te vinden bij de definities van het CBS en het Woononderzoek Nederland (2021): Een huishouden dat na verhuizing hoofdbewoner van een woning is en dat nieuw gevormd is of geïmmigreerd, of voor de verhuizing geen hoofdbewoner van een woning was. Dit kan op de volgende manieren: -

Een huishouden dat nieuw gevormd is (huwelijk, samenwonen, zelfstandig wonen);

-

Een huishouden dat geïmmigreerd is;

-

Een huishouden dat uit een onzelfstandige woning naar een zelfstandige woning verhuisd is.

Bron: Starter (woningmarkt) | CBS

Semi-starter Er kan ook sprake zijn van semi-starters volgens het CBS. De semi-starter wordt als volgt gedefinieerd: Een huishouden dat voor en na de verhuizing zelfstandig woont, maar waarvan de vorige woning niet beschikbaar is voor de woningmarkt. Dit kan op de volgende manieren:

15

-

Scheiding (een persoon van het voormalig echtpaar zoekt een nieuwe woning, de andere blijft in dezelfde woning wonen);

-

Een huishouden dat een woongroep verlaat;

-

Een huishouden waarvan de vorige woning gesloopt is (bijvoorbeeld door herstructurering).

Bron: Dashboard Begrippenlijst, Dashboard - Begrippenlijst - Nederland (datawonen.nl)

Bovenstaande definities gaan echter niet uit van leeftijd, inkomen of maximale koopprijs. Hierdoor is in theorie iemand van 60 jaar ook een starter, kan een starter ook iemand zijn die voor het eerst een woning koopt en deze woning een waarde heeft van bijvoorbeeld €600.000. Op dat moment schiet het de term ‘starterswoning’ ook voorbij. Overigens is voor de term starterswoning ook geen eenduidige definitie, maar in de volksmond wordt dit vaak gezien als een relatief betaalbare woning. Voor de volledigheid volgen hieronder nog enkele definities van starters: Starter op de huurwoningmarkt Huishouden dat na verhuizing voor het eerst in een zelfstandige huurwoning gaat wonen. Bron: Woonbond, 2014

Starter op de koopwoningmarkt Huishouden (voormalig huurder dan wel semi-starter) dat na verhuizing voor het eerst in een zelfstandige koopwoning gaat wonen en dat nog niet eerder een koopwoning in zijn of haar bezit heeft gehad. Bron: Begrippenlijst Wonen, MRE: https://www.stedelijkgebiedeindhoven.nl/sites/default/files/202401/2024%20Regionale%20Begrippenlijst%20Wonen.pdf / Dashboard Begrippenlijst, Dashboard - Begrippenlijst - Nederland (datawonen.nl)

Starter in het kader van overdrachtsbelasting In Nederland betaal je overdrachtsbelasting wanneer je een bestaande woning koopt. Starters tot 35 jaar profiteren van een ‘startersvrijstelling’. Hier zitten een aantal voorwaarden aan vast: het gaat om huizenkopers tussen de 18 en 35 jaar, de koopsom van de woning mag niet hoger zijn dan €510.000. Bron: Consumentenbond, Overdrachtsbelasting 2024 | Consumentenbond

Starter in het kader voor het Nationaal Koopfonds Het Nationaal Koopfonds is opgezet door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) om starters te helpen met het kopen van een nieuwbouwwoning. Het Nationaal Koopfonds definieert een starter als: een persoon die niet meer dan twee keer modaal (ca. €83.000) verdient en een huis niet duurder dan €390.000.- koopt. Bron: Stichting Op Maat, Persbericht SVn en Stichting OpMaat

Starterslening Venray In Venray is er de mogelijkheid voor starters om de starterslening aan te vragen. De voorwaarden die hieraan zitten zijn dat een persoon voor het eerst een woning koopt, de woning in Venray ligt en de totale koopsom bedraagt niet meer dan €280.000.Bron: Starterslening Venray, Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Venray houdende regels omtrent een starterslening voor de financiering van een eigen woning (Verordening Starterslening gemeente Venray 2021) | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl)

16

Doorstromer Een binnen Nederland verhuizend huishouden. Voor en na de verhuizing is het huishouden de hoofdbewoner van een woning. De vorige woning is na de verhuizing volledig beschikbaar voor nieuwe bewoners. Bron: Woononderzoek 2021, Kernpublicatie van het WoON 2021 onderzoek (woononderzoek.nl) / Dashboard Begrippenlijst, Dashboard Begrippenlijst - Nederland (datawonen.nl)

17

Opvang van asielzoekers in Nederland

Asielzoekerscentrum (azc) Reguliere opvanglocatie. Organisatie via het COA. Aantallen tellen mee in het kader van de spreidingswet.

Noodopvang Tijdelijke opvang bij tekort in azc. Bijvoorbeeld in paviljoens, (evenementen)hallen, vakantieparken of cruiseschepen. Organisatie via het COA. De aantallen die hiermee gepaard gaan tellen wel mee in het kader van de spreidingswet, mits beschikbaar tot 1 februari 2026. De opvang die in Venray georganiseerd is, is te kenmerken als Noodopvang.

Crisisnoodopvang Zeer tijdelijke opvang (een week tot enkele weken). Bijvoorbeeld in sporthallen of locaties die normaliter gebruikt worden voor crises en rampen. Organisatie op regionaal niveau door Veiligheidsregio’s en gemeenten. Aantallen die hiermee gehuisvest worden tellen niet mee in het kader van de Spreidingswet. Bron: Rijksoverheid, Welke opvang is er voor asielzoekers? | Rijksoverheid.nl / Dashboard Asiel Microsoft Power BI

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14438647/1