Bijlage 3.1.5.1 Wusterweg 1 Toelichting Marcellis Wusterweg 1 Castenray
Tekst van het document
4.1 Locatie 4.1.1 Bestaande situatie De projectlocatie is gelegen in het buitengebied aan de Wusterweg 1 op 550 meter van de kern Castenray. In de directe omgeving zijn voornamelijk agrarische bedrijven gelegen. Op deze bedrijven worden varkens, paarden, vleeskuikens of legkippen gehouden. Op de projectlocatie was tot medio 2021 een varkenshouderij gevestigd. Deze is door deelname aan de Srv beëindigd.
Afbeelding 1: Projectlocatie Wusterweg 1 Op de projectlocatie zijn naast een woning met bijgebouw, een kapschuur en 4 varkensstallen aanwezig. De varkenstallen hebben een oppervlakte van ca. 5.000m2. Het bouwvlak is ca. 20.000 m2.
Afbeelding 2: Aanwezige bebouwing en bouwvlak De beplanting bestaat uit eiken bomen aan de zuid en west kant van het perceel naast de openbare weg. Aan de noordkant van het perceel staan linde bomen. Aan de oostkant is op de perceelsgrens een singel bestaande uit eiken en berken bomen.
4.1.2 Planvoornemen Initiatiefnemer neemt met zijn bedrijf deel aan de Saneringsregeling varkenshouderij (Srv). Als gevolg hiervan wordt de agrarische bedrijfsbebouwing gesaneerd. De bedrijfswoning met bijgebouw (nr.5) en een kapschuur (nr.6) blijft wel behouden. De milieutoestemming voor het houden van de varkens is reeds ingetrokken. De planologische mogelijkheden voor het uitoefenen van een (intensieve) veehouderij moet van het plangebied worden verwijderd. Dit is ook de reden van de voorliggende wijziging van het bestemmingsplan. Eerder is op 12 mei 2021 een verzoek ingediend om een principebesluit voor het wijzigen van het bestemmingsplan. Het voorliggende plan voldoet aan de voorwaarden. Initiatiefnemer is dan ook voornemens om het totale oppervlak aan bestaande varkensstallen nr.’s 1t/m4 (ca. 5.000 m2) te slopen. De kapschuur nr.6 (96 m2) blijft behouden. De grond ter plaatse van de te slopen stallen zal in gebruik worden genomen als landbouwgrond en voor een nieuw te bouwen loods. De nieuw te bouwen loods zal gebruikt worden conform de agrarische bestemming en voor het houden van vee (zie tabel 1) Tabel 1: vergunde dieraantallen na beëindiging intensieve veehouderij Huisvestings-systeem RAV / BWL-code Diercategorie
Ammoniak kg NH3 totaal kg per dier NH3/jr.
Aantal dieren
K1.100 Traditioneel
Volwassen paarden 3 jaar en ouder
10
5,0
50,0
K3.100 Traditioneel
Volwassen pony's 3 jaar en ouder
10
3,1
31,0
A2.100 Traditioneel
Zoogkoeien ouder dan 2 jaar
41
4,1
168,1
A3.100 Traditioneel
Vrouwelijk jongvee tot 2 jaar
52
4,4
228,8
B1.100
Schapen ouder dan 1 jaar
31
0,7
21,7
Totalen bedrijf
499,6
Het bouwvlak zal aan de zijde van de Wusterweg op 8 mtr van de bestemming verkeer komen te liggen. Aan de zijde van de Horsterweg wordt het bouwvlak juist verder naar de Horsterweg gelegd. Hierdoor zal het totale oppervlakte bouwvlak gelijk blijven. Gelet op de energietransitie is het in de nabije toekomst misschien noodzakelijk om zoveel mogelijk zonne-energie op te wekken. Het (voormalige) intensieve bouwvlak kan dan conform de ‘KODE’ invulling geven aan deze behoefte.
Afbeelding 3: Weergave beoogde situatie met bouwvlak
Het hemelwater wordt op eigen grond geïnfiltreerd. Er was ca. 5.000m2 bebouwing met ca. 1.000m2 erfverharding aanwezig. Het regenwater van deze verharding / bebouwing werd terplekke in de grond geïnfiltreerd / of naar zaksloten afgevoerd. Er was geen afvoer naar het openbaar riool. In de gevraagde situatie is er minder bebouwing, waardoor de hemelwaterberging/infiltratie dus geen probleem is.
Afbeelding 4: Weergave beoogde situatie met beplanting en infiltratie zone. 4.1.3 Toelichting van toepassing zijnde beleid/bestemmingsplan De vigerende bestemmingsplannen ter plaatse zijn de bestemmingsplannen ‘Buitengebied Venray 2010, herziening regels’ (onherroepelijk 20-09-2020); ‘Buitengebied Venray 2010, herziening regels’ (onherroepelijk 01-11-2016); ‘Partiele herziening Mantelzorg Venray’ (onherroepelijk 10-05-2011) en ‘Buitengebied Venray 2010’ (onherroepelijk 14-12-2010). In het bestemmingsplan ‘Buitengebied Venray 2010’ is aan de projectlocatie een bouwvlak met een omvang van ongeveer 2,0 ha toegekend zoals weergegeven op navolgende afbeelding. Op de locatie gelden de volgende bestemmingen en aanduidingen: - Enkelbestemming Agrarisch; - Dubbelbestemming: Waarde Archeologie 2, - Bouwvlak; - Functieaanduiding: intensieve veehouderij; - Gebiedsaanduiding: reconstructiewetzone – verwevingsgebied. In afbeelding 5 is een uitsnede weergegeven van de verbeelding behorende bij het ‘Buitengebied Venray 2010’. Op de verbeelding zijn de bestemmingen en aanduidingen weergegeven die binnen de projectlocatie gelegen zijn.
Binnen de bestemmingsplannen ‘Buitengebied Venray 2010, herziening regels’ (onherroepelijk 20-092020); ‘Buitengebied Venray 2010, herziening regels’ (onherroepelijk 01-11-2016) en ‘Partiele herziening Mantelzorg Venray’ (onherroepelijk 10-05-2011) zijn geen specifieke bestemmingen en aanduidingen opgenomen voor de projectlocatie. Bestemmingen en aanduidingen zoals opgenomen in bestemmingsplan ‘Buitengebied Venray 2010’ zijn daarom geldend voor de projectlocatie. Voor de gewenste activiteit, het verwijderen van de aanduiding ‘intensieve veehouderij’ is niet rechtstreeks toegestaan binnen het vigerend bestemmingsplan.
Afbeelding 5: uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied Venray 2010' (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
4.1.4 Toelichting milieuaspecten Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het verplicht om inzicht te bieden in de relevante milieu-hygiënische en planologische aspecten. Omdat met de wijziging van de bestemming enkel wordt voorkomen dat er nog een intensieve veehouderij kan worden gevoerd op de locatie, is een verdere toets aan milieuaspecten niet relevant. Ten opzichte van het huidige bestemmingsplan betekent dit slechts een beperking van eventuele milieueffecten, waardoor op voorhand uitgesloten kan worden dat de wijziging van de bestemming mogelijk negatieve effecten kan hebben voor milieuaspecten. Onderstaand zijn een aantal onderdelen verder uitgewerkt, voornamelijk in relatie tot de sloop van de aanwezige varkensstallen. 4.1.4.1 Natuur Voorafgaand aan de beoogde wijziging dient onderzocht te worden of er sprake is van een aantasting van wettelijk beschermde natuurwaarden op basis van de groene wet- en regelgeving. Hierna zijn de diverse aspecten ten aanzien van natuurwaarden beschreven. Gebiedsbescherming De gebiedsbescherming is beperkt tot de Natura 2000-gebieden en eventueel buiten het Natuur Netwerk liggende bijzondere provinciale natuurgebieden. De bescherming van het Natuur Netwerk Nederland is al beschermd in het Barro en de provinciale verordening. In Nederland zijn 161 Natura 2000-gebieden aangewezen.
Voorbeelden van de Natura 2000-gebieden zijn Boschhuizerbergen, Maasduinen, Deurnesche Peel & Mariapeel. De provincie Limburg heeft geen bijzondere provinciale natuurgebieden vastgesteld. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming (Wnb) wordt aangevraagd. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn (of worden) opgenomen in Natura 2000beheerplannen. Na vaststelling van de beheerplannen hoeft daarvoor geen vergunning aangevraagd te worden. Het dichtstbij liggende Natura 2000-gebied betreft Boschhuizerbergen, dat op een afstand van circa 5 kilometer ligt. Elke ruimtelijke ontwikkeling kan negatieve effecten hebben op de Natura 2000-gebieden. Er zijn namelijk verschillende factoren die kunnen leiden tot de verstoring van beschermde vogel- en habitattypen en soorten. Vooral de storingsfactoren verzuring en vermesting door stikstof uit de lucht
spelen hierbij een belangrijke rol, omdat deze ook op grote afstand van een gebied voor effecten kunnen zorgen. Daarnaast kunnen andere factoren eveneens leiden tot een verstoring van habitattypen en soorten, indien een ontwikkeling op korte afstand van een gebied plaatsvindt. Verzuring en vermesting door stikstof uit de lucht Middels het rekenprogramma AERIUS kan de stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden worden berekend. Hiermee wordt het effect op verzuring en vermesting in beeld gebracht. Wanneer met het rekenprogramma AERIUS kan worden aangetoond dat een initiatief geen toename in stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden tot gevolg heeft, kan de ontwikkeling doorgang vinden. Indien er wel sprake is van een toename in stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden moet onderbouwd worden hoe deze toename in depositie ongedaan wordt gemaakt (door het treffen van maatregelen of extern salderen). Middels het rekenprogramma AERIUS kan de stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden berekend. Hiermee kan het effect op verzuring en vermesting in beeld gebracht. Om aan te tonen dat er als gevolg van de beoogde ontwikkeling geen toename in stikstofdepositie op Natura 2000gebieden plaatsvindt zijn middels het rekenprogramma AERIUS berekeningen gemaakt voor de gebruiksfase van het initiatief. De uitgangspunten voor deze berekening zijn uiteengezet in bijlage 2.
Deze worden gevolgd door de rekenresultaten van deze berekening. Hieruit blijkt dat de stikstofdepositie in de gebruiksfase van het plan niet groter is dan 0,00 mol/ha/jaar. Het aspect stikstofdepositie vormt derhalve geen belemmering voor vaststelling en uitvoering van het plan. Gezien het vorenstaande kan geconcludeerd worden dat negatieve effecten op soorten en habitattypen in beschermde Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten. Er is derhalve op grond van de Wet natuurbescherming geen omgevingsvergunning in het kader van gebiedsbescherming noodzakelijk. Bescherming van soorten Gelet op de aard van het initiatief, dient met name bepaald te worden of ter plaatse van de te slopen varkensstallen, beschermde natuurwaarden voorkomen, die verstoord zouden kunnen worden. Verboden handelingen dienen te worden voorkomen en handelingen mogen niet leiden tot aantasting van de gunstige staat van instandhouding. Het (onopzettelijk) doden, verwonden of verontrusten van deze soorten is zonder ontheffing niet toegestaan. Gezien het huidige intensieve gebruik van het bouwvlak en de landbouwgronden grenzend aan het bouwvlak is de aanwezigheid van beschermde of bijzondere soorten echter niet te verwachten. Er is door M&A een Flora en Fauna onderzoek uitgevoerd op locatie in het kader van de sloop van de varkensstallen.
Het rapport is als separate bijlage (bijlage 3) bijgevoegd aan deze ruimtelijke onderbouwing. Tijdens de veldinspectie werd de ecologische potentie van de locatie en de directe omgeving in relatie met het mogelijk voorkomen van beschermde soorten onderzocht. Naast de biotopen is er gezocht naar directe en indirecte aanwijzingen voor het voorkomen van beschermde soorten. Zo is er onder andere gelet op holen, uitwerpselen, prooiresten, braakballen, vraat-, loop en veegsporen. De conclusie is als volgt: - In het plangebied is geen geschikte habitat waargenomen voor deze vogels. De varkensstallen zijn gesloopt en de onbebouwde gronden worden voor intensief voor akkerbouw gebruikt; - Het is onwaarschijnlijk dat broedende vogelsoorten in de omgeving worden verstoord. - Op grond van de inventarisatie gelden er geen belemmeringen voor de plannen op grond van de natuurwaarden. Stikstof emissie Met deze wijziging van het bestemmingsplan worden geen nieuwe activiteiten mogelijk gemaakt. Er is dan ook geen stikstof noodzakelijk. Mocht er een bouwvergunning gevraagd worden, dan zal ten tijde van het aanvragen van de bouwvergunning aangetoond worden dat er geen significant effect is. 4.1.5 Boringsvrije zone Op basis van de Omgevingsverordening Limburg 2014 ligt de planlocatie in de boringsvrije zone Venloschol.
In deze boringsvrije zone is het verboden beneden 5 meter boven NAP, een boorput te maken/hebben, de grond te roeren, een gesloten bodemenergiesysteem of aardwarmtesysteem te maken/hebben en werken op of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van slecht doorlatende bodemlagen aantasten.
In het kader van dit plan worden er geen werkzaamheden mogelijk, en zijn er geen werkzaamheden gepland die de grond beneden 5 mtr boven NAP roeren. Er zijn geen werkzaamheden die een negatieve beïnvloeding hebben op de beschermende werking van slecht doorlatende bodemlagen. 4.1.6 Verkeer en parkeren De planlocatie wordt ontsloten via de Wusterweg middels reeds bestaande inritten. Er is ook geen toename van verkeer. Het benodigd aantal parkeerplaatsen wordt berekend aan de hand van de ‘Beleidsnota Parkeernormen Venray’. In deze beleidsnota zijn de parkeerkencijfers van het CROW vertaald naar parkeernormen voor de Gemeente Venray. De normen staan weergegeven in bijlage 3 van de beleidsnota. Daarnaast staan in deze beleidsnota de uitgangspunten en toepassingsregels met betrekking tot parkeren. De ligging van een gebied bepaalt mede de parkeernorm. Venray is daarom ingedeeld in vier stedelijke zones: • Centrum; • Schil/overloopgebied; • Rest bebouwde kom, kerkdorpen en buitengebied; • Buiten de bebouwde kom. De planlocatie is gelegen in de zone ‘buiten bebouwde kom’. De beleidsnota kent geen specifieke parkeernormen voor agrarische activiteiten die worden uitgevoerd op de planlocatie. Er wordt daarom gekozen om het aantal parkeerplaatsen te baseren op het maximaal aantal werknemers.
Aantal parkeerplaatsen Huidige situatie
Aantal parkeerplaatsen Beoogde situatie
Woning werknemer
Aantal
Parkeernorm 2,0 1
Eenheid per
Functie Wonen vrijstaand Agrarisch bedrijf
1 5
2,0 5
2,0 5
Afbeelding 6: berekening parkeerbehoefte Er zullen vijf parkeerplaatsen worden gerealiseerd ten behoeve van de agrarische activiteiten. Het aantal parkeerplaatsen voldoet aan de normen die gesteld worden in ‘Beleidsnota Parkeernormen Venray’. De parkeerplaatsen zullen aan de oostzijde van het perceel, naast de Wusterweg tegen de te realiseren bedrijfsbebouwing gerealiseerd worden. Zie afbeelding 7.
Afbeelding 7: parkeerplaatsen Wanneer er meer dan 5 personen werkzaam zullen zijn, zal het aantal parkeerplaatsen binnen de inrichting vergroot worden naar het maximaal aantal werknemers.
Huidige Verkeersgeneratie
Beoogde Verkeersgeneratie
Aantal
Eenheid per
Verkeersgeneratie
Functie Wonen vrijstaand Agrarische activiteiten Totaal
7,8 – 8,6
Woning
1
7,8 – 8,9
7,8 – 8,9
3,9 – 5,7
Per 100m2
3000
117 – 171
214 – 313
124,8 – 179,9
221,8 – 321,9
Afbeelding 8: verkeersgeneratie In afbeelding 8 is de verkeersgenaratie op basis van de verkeersgeneratie cijfers vanuit de Crow weergegeven van de huidige en beoogde situatie. Hieruit blijkt dat er een afname is van de verkeersgeneratie. Echter gezien de bedrijfsopzet in zowel de beoogde als in de huidige situatie is de verkeersgeneratie als ‘worst-case’-situatie te beschouwen. Hierdoor zullen de verkeersbewegingen lager zijn, dan uit de berekeningen op basis van de Crow blijkt. De huidige generatie is dan ook hoger dan de toekomstige. Hierdoor vormt het aspect verkeer en parkeren geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 4.1.7 Toelichting van de aanpassingen op de verbeelding De wijziging op de verbeelding betreft het wijzigen van de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’ naar de functieaanduiding ‘agrarisch bedrijf’ en een vormverandering van het bouwvlak. Hiermee wordt voorkomen dat een intensieve veehouderij nog gevoerd kan worden. Het voeren van een agrarisch bedrijf was tevens toegestaan onder de aanduiding ‘intensieve veehouderij’. Het bouwvlak blijft hetzelfde, zoals ook is aangegeven op eerdere tekening van de beoogde situatie. Dit bouwvlak is noodzakelijk voor de beoogde agrarische bedrijfsvoering. Ook de enkelbestemming, dubbelbestemmingen en gebiedsaanduiding worden niet gewijzigd.
4.1.8 Toelichting van de aanpassingen van de planregels De regels van de vigerende bestemmingsplannen worden niet gewijzigd. 4.1.9 Omgevingsdialoog De directe omgeving is persoonlijk benaderd met de vraag of er bezwaren waren tegen het verwijderen van de bestemming IVH. De bewoners van de Horsterweg 26, 37, 39, 39d, 41 en Steegkamp 2 hadden geen opmerkingen danwel bezwaren over het verwijderen van de IVH bestemming. 4.1.10 Bijlagen Bijlage 1 Toelichting en berekening AERIUS Bijlage 2 Historisch bodemonderzoek Bijlage 3 QuickScan Flora en Fauna