CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3.1.4.3 Teeuwenhofweg 3 20220406 Quickscan Flora en Fauna

Gemeenteraad 26 maart 2024, gemeente VenrayBij agendapunt: Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening stoppers ensaneringsregeling (ronde 3)2.577 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

QUICK SCAN FLORA EN FAUNA

Teeuwenhofweg 3, Leunen

Datum

: 6 april 2022

Rapportnummer

: 222-LTe3-nw-v1

Koolweg 64 5759 PZ Helenaveen Tel: 0493-539803 E-mail: mena@m-en-a.nl NL46 INGB 0007735427 KvK: 67445519

Project

: Quick scan flora en fauna in de omgeving Teeuwenhofweg 3 te Leunen

Opdrachtgever

: E.J.M. Direks

Datum rapport

: 6 april 2022

Van toepassing zijnde certificaat Van toepassing zijnde protocollen Nummer certificaat

: NEN-EN-ISO 9001, 2015 : -: EC-KWA-00044

Projectleider Collegiale toets

: Dhr. Ir. W.A. van Aerle : Mevr. Ing. A. van der Vleuten

Voor akkoord: W.A. van Aerle

Voor akkoord: A. van der Vleuten

Teeuwenhofweg 3, Leunen

M&A Omgeving BV

Inhoudsopgave Hfdst.

Titel

Blz.

1.

Inleiding

1

2. 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8

Inventarisatie flora en fauna Algemeen Beschrijving literatuuronderzoek Natuurnetwerk Nederland Vleermuizen Veldonderzoek door M&A Informatie door de KNNV Resultaten literatuuronderzoek Potentiële natuursoorten en relatie met ontwikkeling

2 2 3 4 5 6 7 8 8

3.

Conclusie

11

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3

: Situatietekening en luchtfoto : Foto’s onderzoekslocatie en omgeving : Natuurgegevens provincie Limburg

Teeuwenhofweg 3, Leunen

M&A Omgeving BV

1. Inleiding Op 31 januari 2022 is door dhr. E. Direks aan M&A Omgeving BV opdracht verleend tot het uitvoeren van een quick scan flora en fauna voor de sloop van de varkensstallen op het perceel aan de Teeuwenhofweg 3 in Leunen. De bestemming van de locatie wordt niet gewijzigd. In verband met de sloop van de stallen op de locatie dient te worden aangetoond dat er geen negatieve consequenties gelden voor de natuurwaarden in het gebied. De onderzoekslocatie is gesitueerd in het buitengebied ten zuiden van de bebouwde kom van Leunen.

Dit natuurwaardenonderzoek beschrijft of het voornemen van de sloop consequenties kan hebben voor de in het gebied aanwezige beschermde flora en fauna en met name voor jaarrond beschermde soorten. De luchtfoto en situatietekening van de locatie is weergegeven in bijlage 1.

1

Teeuwenhofweg 3, Leunen

M&A Omgeving BV

2. Inventarisatie flora en fauna 2.1 Algemeen In dit onderzoek zijn de huidige natuurwaarden onderzocht middels actuele literatuurgegevens. Hiervoor kan op een drietal manieren informatie worden verkregen: 1. Literatuuronderzoek door gegevens op te vragen bij het Natuurhistorisch Genootschappen, de provincie, SOVON, Vlinderstichting, RAVON, FLORON, VZZ en EIS. 2. Literatuuronderzoek middels het nemen van contact met plaatselijke natuur- en milieu instanties als IVN-afdelingen, vogelwachten, kringen van het Natuurhistorisch Genootschap etc. 3. Aanvullende hierop, het uitvoeren van een veldonderzoek. In onderhavige situatie zijn in eerste instantie stappen 1 en 3 uitgevoerd. Het opnemen met plaatselijke natuurverenigingen was ons inziens in dit geval niet noodzakelijk, daar de inventarisatie voldoende duidelijke gegevens opleverde. Algemeen doel van het onderzoek is een beeld te krijgen van de aanwezige flora en fauna. Daarbij is de nadruk gelegd op beschermde, bedreigde en schaarse soorten en soorten die specifieke milieuomstandigheden indiceren.

2

Teeuwenhofweg 3, Leunen

M&A Omgeving BV

2.2 Literatuuronderzoek Bij het literatuuronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd; 1. Het Natuurloket (SOVON, De Vlinderstichting, RAVON, EIS Nederland, FLORON, VZZ, BLWG, NMV) 2. Ministerie EZ; Vogel- en Habitatrichtlijngebieden 3. Natuurnetwerk Nederland (natuurbeheerplan Provincie Limburg) 4. Natuurbeheerplan van de gemeente Horst en Maas 5. Wet natuurbescherming (van kracht per 1-1-2017) Vervolgens is gekeken naar de status van de waarnemingen binnen de Wet natuurbescherming (Wnb), Commissie van Bern en de Nederlandse Rode Lijst. Voor deze en een aantal extra soorten geldt het “Nee, tenzij” principe als deze soorten in het plangebied voorkomen en bij ingrepen die het leefgebied aantasten. Indien beschermde vogel- en/of zoogdiersoorten voorkomen, gelden binnen de Wet natuurbescherming bij de aanleg van een nieuwe functie in een gebied de voorwaarden van hoofdstuk 3. Hierin wordt voor soorten volgens de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn het verbod om dieren te doden en verwonden, te verontrusten en de nesten, holen of andere voortplantings- of vaste verblijfplaatsen van deze dieren te verstoren, te beschadigen of weg te nemen. Dit betekent voor permanente nest- en/of verblijfplaatsen van beschermde soorten dat altijd een ontheffing van de Wnb aangevraagd dient te worden bij Gedeputeerde Staten.

Binnen het broedseizoen wordt geen ontheffing verleend voor de verstoring hiervan. Voor beschermde soorten die alleen in het broedseizoen op de locatie nestelen en/of verblijven, betekent dit dat geen bouw- en sloopwerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd in deze periode. Over het algemeen betreft deze periode het voorjaar en begin van de zomer, globaal van 15 maart tot 15 juli. Indien binnen deze periode bouw- en / of sloopwerkzaamheden worden verricht, dan moet een ontheffing in het kader van de Wnb bij Gedeputeerde Staten worden aangevraagd.

3

Teeuwenhofweg 3, Leunen

M&A Omgeving BV

2.3 Natuurnetwerk Nederland Natuurnetwerk Nederland (voorheen ecologische hoofdstructuur) is een netwerk van natuurgebieden en verbindingszones. Planten en dieren kunnen zich zo van het ene naar het andere gebied verplaatsen. Op plekken waar gaten in het netwerk zitten, legt de provincie nieuwe natuur aan. In de omgeving van de bouwlocatie zijn geen ecologische verbindingszones of Natura 2000 gebieden aanwezig. Het meest nabij gesitueerde gebied is Boschhuizerbergen op 5,6 km ten noordoosten van de locatie. De gronden van de onderzoekslocatie zijn niet aangewezen als gewenste nieuwe natuur of te verwerven percelen in het kader van natuurbeheer. De afstanden tot de EVZ en beschermde natuurgebieden zijn voldoende groot, om te kunnen stellen dat de invloed van de sloop en verbouwingen op het perceel niet relevant zijn voor genoemde gebieden. Via de Atlas Limburg zijn de gegevens van inventarisaties van broedvogels bestudeerd. Uit de laatste inventarisatieronde (2014) zijn op het perceel geen waarnemingen gedaan van beschermde soorten.

4

Teeuwenhofweg 3, Leunen

M&A Omgeving BV

2.4 Vleermuissoorten De meest voorkomende soorten in Nederland volgens de ‘Verspreidingsatlas vleermuizen’, maar ook in het betreffende gebied, zijn de Bruine Grootoorvleermuis, de Gewone Dwergvleermuis en de Ruige Dwergvleermuis. Verder komen in de regio de Laatvlieger, Rosse Vleermuis en Baardvleermuis veelvuldig voor in de bebouwde omgeving.

Gewone Dwergvleermuis

Bruine Grootoorvleermuis

De vleermuissoorten hebben een divers leefgebied (bossen, begroeide landschappen, nabij open water etc.). Vleermuizen hebben hun habitat (winter-, kraam-, zomer- en paar-verblijfplaatsen) vaak in bebouwing, bomen of opgaande gewassen. Foerageergebieden en vlieg-/migratieroutes zijn afhankelijk van landschappelijke kenmerken zoals water, lijnvormige landschapselementen (kust, dijken, duinen, rivierdalen en waterpartijen) en kleinschalige groenelementen (parken, kleine bossen). Mogelijke verblijfplaatsen van de zoogdieren zijn gebouwen, bomen, grotten, groeves, kelders, bruggen, tunnels of andere objecten met ruimte.

5

Teeuwenhofweg 3, Leunen

M&A Omgeving BV

2.5 Veldonderzoek door M&A Op 16 maart 2022 is een veldonderzoek uitgevoerd op de onderzoekslocatie, door W.A. van Aerle. De heer van Aerle heeft deskundigheid op het gebied van flora en fauna en in het bijzonder in inheemse zoogdieren en broedvogels. De buitentemperatuur bedroeg op 16 maart 2022 ongeveer 15 °C, luchtvochtigheid 40% en 2/8 bewolkingsgraad. Er was geen neerslag. Broedvogelsoorten Tijdens het veldbezoek is gekeken naar (mogelijkheden voor) flora en fauna. Daarbij is op de locatie van de te slopen varkensstallen rastermatig het gebied verkend. De milieuhinder (geluid, geur, luchtkwaliteit, licht etc.), door de sloop van de stallen op het perceel, zal reeds op een afstand van 100 meter minimaal zijn. Eventuele natuurwaarden op grotere afstand zullen geen enkele invloed meer ondervinden van de werkzaamheden. Tijdens het veldonderzoek zijn een aantal inheemse soorten (Koolmees, Merel, Spreeuw, Houtduif, Roodborst, Vink, Buizerd) waargenomen. Tijdens het veldonderzoek in de dagperiode zijn geen verblijfplaatsen / nesten van jaarrond beschermde soorten zoals bijvoorbeeld Huismussen of Gierzwaluwen waargenomen. De gebouwen zijn onderzocht op eventuele nesten / verblijfplaatsen van vogels en vleermuizen. Hierbij is niets aangetroffen.

Bij de inventarisatie is ook speciale aandacht besteed aan andere kenmerken van broedende vogelsoorten, zoals uitwerpselen en achtergelaten nestmateriaal. Kieren en gaten in de muren van de stallen en de aansluitingen van de muren op de daken zijn met behulp van een camera (Novascope) geïnspecteerd. De varkensstallen zijn hermetisch afgesloten van de buitenlucht, dit i.v.m. ongediertebestrijding in de stallen. Er is gelet op aanwezigheid van soorten, nesten en sporen van broedvogels en vleermuizen. Hierbij zijn geen aanwijzingen aangetroffen voor de aanwezigheid van fauna.

6

Teeuwenhofweg 3, Leunen

M&A Omgeving BV

Vleermuizen Bij het veldbezoek is met name speciaal gelet op de aanwezigheid van verblijfplaatsen voor vleermuizen. Deze zijn echter niet aangetroffen in de te slopen bebouwing. Ook zijn er geen verblijfsmogelijkheden in de varkensstallen. Op de onderzoekslocatie is verder weinig begroeiing aanwezig. Er is geen avondbezoek uitgevoerd, omdat de temperaturen in de avond te laag waren om uitvliegende vleermuizen te kunnen spotten. Ook andere hulpmiddelen, zoals een mistnetonderzoek of boomcamera zijn niet toegepast omdat met onderhavig onderzoek reeds is vastgesteld dat er weinig mogelijkheden zijn in de bebouwing voor vleermuizen. Overige soorten Voor de overige soorten is met name gelet op marterachtigen, zoals de steenmarter, bunzing en hermelijn. Er zijn geen sluip- of vraatsporen aangetroffen van deze soorten. De kans dat deze zullen worden aangetroffen zijn als klein te beschouwen. De bebouwing leent zich namelijk niet als verblijfplaats voor deze soorten, gezien het feit dat de stallen hermetisch afgesloten zijn van de buitenlucht.

2.6 Informatie door het KNNV Bij het KNNV te Zeist, Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, een vereniging voor veldbiologie, is navraag gedaan over informatie met betrekking tot natuurdata over de locatie Teeuwenhofweg 3 in Leunen. Uit dit telefonisch contact is duidelijk geworden dat de vereniging van de omgeving geen nadere natuurinformatie heeft.

7

Teeuwenhofweg 3, Leunen

M&A Omgeving BV

2.7 Resultaten literatuuronderzoek 2.7.1 Vogel- en Habitatrichtlijngebieden Via het ministerie van EZ zijn de Vogel- en Habitatrichtlijnkaarten beschouwd en hieruit kan worden geconcludeerd dat er geen Natura 2000 gebieden in de omgeving aanwezig zijn. Het dichtst bij gesitueerde Natura 2000 gebied is ‘Boschhuizerbergen’ op een afstand van ongeveer 5,6 km ten noordoosten van de locatie. De ontwikkelingen op het perceel hebben gezien de afstand tot het gebied geen invloed op beschermde natuurgebieden.

2.8. Potentiële natuursoorten en relatie met ontwikkeling De fysieke ontwikkeling ter plaatse betreft de sloop van de varkensstallen. Het aantal verkeersontwikkelingen zal door de werkzaamheden uiteindelijk afnemen. De emissie van geluid, geur of stof zal door de nieuwe ontwikkeling positief worden beïnvloed door het wegvallen van de stalemissies. Per natuursoort zal worden aangegeven wat de invloed van de ontwikkeling is op de mogelijk voorkomende natuursoorten zal zijn. Flora Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde soorten planten aangetroffen. Er is dus geen invloed van de ontwikkeling hierop. Vogels Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het onderzoeksgebied geschikt is als onderdeel van het foerageergebied. Er is weinig begroeiing aanwezig op het perceel, zodat broedplaatsen op het perceel schaars zijn. Er zijn tijdens het veldonderzoek een aantal inheemse soorten waargenomen, maar geen broed- of verblijfplaatsen.

8

Teeuwenhofweg 3, Leunen

M&A Omgeving BV

Er zijn in de te slopen stallen geen broed- / verblijfplaatsen aanwezig. Omdat bij de inventarisatie geen beschermde soorten zijn waargenomen en evenmin verblijfsmogelijkheden zijn geconstateerd, is het niet waarschijnlijk dat verstoring optreedt bij de werkzaamheden. In de nieuwe situatie worden de foerageermogelijkheden verruimd, vanwege het verdwijnen van de bebouwing en een gedeelte van het agrarisch bouwblok, zodat er netto een positief effect zal optreden. Ook in de omgeving blijven ruimschoots voldoende mogelijkheden over, zodat de invloed op de vogels buiten het broedseizoen te verwaarlozen is. Zoogdieren Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het onderzoeksgebied niet geschikt is voor grondgebonden zoogdieren, omdat de weilanden rondom de locatie regelmatig wordt bewerkt. Tijdens het veldbezoek zijn ook geen sporen aangetroffen van beschermde zoogdieren. Rondom het plangebied zijn geen sporen of mogelijk verblijfplaatsen aangetroffen van vleermuizen. De te slopen stallen zijn hierop degelijk onderzocht. Het is wel mogelijk dat het gebied wordt gebruikt als foerageergebied. De werkzaamheden tijdens de sloop zullen dus geen verstoring betekenen van eventueel vleermuizen. Ook hiervoor geldt dat er voldoende mogelijkheden in de directe omgeving resteren, zodat de invloed van de ontwikkeling op genoemde soorten als klein beschouwd kan worden.

Reptielen en amfibieën Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat de omgeving van het onderzoeksgebied niet geschikt is als onderdeel van het leefgebied van zowel reptielen als amfibieën. De voorwaarde hiervoor is de aanwezigheid van water in de onmiddellijke nabijheid en dat is hier niet het geval. Voor reptielen die op droge gronden habiteren is het perceel en omgeving minder geschikt, vanwege het feit dat volop verharding aanwezig is op het perceel en de weilanden rondom het perceel regelmatig worden bewerkt.

9

Teeuwenhofweg 3, Leunen

M&A Omgeving BV

Vlinders en libellen Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het onderzoeksperceel zelf minder geschikt is als onderdeel van het leefgebied van zowel vlinders als libellen, vanwege het ontbreken van waadplanten op het perceel. In de omgeving van het onderzoeksgebied is wel een juiste biotoop voor vlinders en libellen aanwezig. Tijdens het veldbezoek zijn geen soorten geconstateerd. Mieren en kevers of overige ongewervelden Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het onderzoeksgebied niet geschikt is voor beschermde soorten kevers, omdat er geen geschikte biotopen aanwezig zijn. Voor het voorkomen van beschermde soorten mieren is de aanwezigheid van open naaldbossen een voorwaarde. Tijdens het veldbezoek zijn geen soorten geconstateerd. Ook hier geldt dat de ontwikkeling op het perceel geen invloed heeft op de aanwezigheid van mieren, kevers of overige ongewervelden in het gebied. Vissen Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat in de omgeving van het onderzoeksgebied geen vissen kunnen voorkomen, omdat er geen water in de directe nabijheid aanwezig is.

10

Teeuwenhofweg 3, Leunen

M&A Omgeving BV

3. Conclusie Door het literatuuronderzoek van de inventarisatie is aangetoond dat het mogelijk is dat in het gebied beschermde flora of fauna (voornamelijk vleermuizen, broed- en wintervogels) voor kunnen komen (zie inventarisatie Natuurloket). In de nabijheid van het perceel zijn tijdens het veldbezoek in maart 2022 echter geen waarnemingen gedaan van schaarse soorten. Ook rondom het perceel zijn bij de inventarisaties geen waarnemingen gedaan van beschermde soorten (waaronder jaarrond beschermde soorten, zoals bijvoorbeeld Huismussen, (nesten van) Gierzwaluwen, uilen en vleermuisssoorten). Het veldonderzoek, uitgevoerd in de dagperiode op 16 maart 2022, is binnen het broedvogelseizoen uitgevoerd. Desondanks is er speciale aandacht besteed aan andere kenmerken van broedende vogelsoorten. Onder andere uitwerpselen van broedvogelsoorten, achtergebleven nestmaterialen en vraatsporen zijn kenmerken waarop speciaal is gelet. Het veldonderzoek kan daarom als vrij uitvoerig worden beschouwd. Bij de inventarisatie is ook aandacht besteed aan verblijfplaatsen van vleermuizen en nestkasten en -mogelijkheden in het gebied. Bij de inventarisatie van de vleermuizen is extra aandacht besteed aan mestsporen, keutels en vraatsporen.

De kieren en openingen in de te slopen bebouwing zijn onderzocht met een camera (Novascope) en hierbij zijn geen aanwijzingen aangetroffen voor verblijfplaatsen van fauna. De afstanden tot de ecologische verbindingszones en waardevolle natuurgebieden zijn voldoende groot om te kunnen stellen dat de ontwikkelingen in het plangebied een positieve invloed zullen hebben op deze gebieden. Door de sloop van de stallen op het perceel, wordt het karakter van het gebied positief beïnvloed. Er verdwijnen geen verblijfs- of broedmogelijkheden.

11

Teeuwenhofweg 3, Leunen

M&A Omgeving BV

Bij de werkzaamheden dient niettemin aandacht te worden besteed aan eventuele verstoring van natuurwaarden in het algemeen. Door extra zorg hieraan de besteden tijdens de sloop- en bouwwerkzaamheden, wordt vermeden dat de dieren hiervan teveel hinder zullen ondervinden. Op grond van deze inventarisatie gelden er geen belemmeringen voor de plannen op grond van de natuurwaarden.

12

Teeuwenhofweg 3, Leunen

Bijlage 1 : Situatietekening en luchtfoto

M&A Omgeving BV

Teeuwenhofweg 3, Leunen

M&A Omgeving BV

Bijlage 2 : Foto’s onderzoekslocatie en omgeving

Teeuwenhofweg 3, Leunen

M&A Omgeving BV

Bijlage 3 : Natuurgegevens provincie Limburg

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13807931/1