CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3.1.2.3 Lollebeekweg 20 20210409QuickScanFloraFauna

Gemeenteraad 26 maart 2024, gemeente VenrayBij agendapunt: Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening stoppers ensaneringsregeling (ronde 3)2.782 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

QUICK SCAN FLORA EN FAUNA

Lollebeekseweg 20, Castenray

Datum

: 9 april 2021

Rapportnummer

: 221-CLo20-nw-v1

Koolweg 64 5759 PZ Helenaveen Tel: 0493-539803 E-mail: mena@m-en-a.nl NL46 INGB 0007735427 KvK: 67445519

Project

: Quick scan flora en fauna in de omgeving Lollebeekseweg 20 te Castenray

Opdrachtgever

: Dhr. R. van Casteren

Datum rapport

: 9 april 2021

Van toepassing zijnde certificaat Van toepassing zijnde protocollen Nummer certificaat

: NEN-EN-ISO 9001, 2015 : -: EC-KWA-00044

Projectleider Collegiale toets

: Dhr. Ir. W.A. van Aerle : Mevr. Ing. A. van der Vleuten

Voor akkoord: W.A. van Aerle

Voor akkoord: A. van der Vleuten

Lollebeekseweg 20, Castenray

M&A Omgeving BV

Inhoudsopgave Hfdst.

Titel

Blz.

1.

Inleiding

1

2. 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8

Inventarisatie flora en fauna Algemeen Beschrijving literatuuronderzoek Natuurnetwerk Nederland Vleermuissoorten Veldonderzoek door M&A Informatie door de KNNV Resultaten literatuuronderzoek Potentiële natuursoorten en relatie met ontwikkeling

2 2 3 4 4 5 6 7 8

3.

Conclusie

11

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3

: Situatietekening en luchtfoto : Foto’s locatie en omgeving : Natuurnetwerk Limburg

Lollebeekseweg 20, Castenray

M&A Omgeving BV

1. Inleiding Op 28 januari 2021 is door de heer R. van Casteren aan M&A Omgeving BV opdracht verleend tot het uitvoeren van een quick scan flora en fauna voor de sloop van de varkensstallen op een perceel aan de Lollebeekseweg 20 te Castenray. De uitvoering van de quick scan is een eerste stap om te vermijden dat soorten verstoord of vernietigd kunnen worden bij de uitvoering van nieuwe ontwikkelingen. Met een bureauonderzoek en veldwerkonderzoeken wordt vastgesteld of er bij de plannen sprake kan zijn op overtreding van de Wet natuurbescherming, of dat deze met eenvoudige maatregelen zijn te voorkomen. In verband met de sloop van de gebouwen dient te worden aangetoond dat er geen negatieve consequenties gelden voor de natuurwaarden in het gebied. De onderzoekslocatie is ruimschoots verhard en de locatie is in gebruik als varkensbedrijf. De locatie is gesitueerd in het buitengebied ten westen van de bebouwde kom van Castenray (gemeente Venray). Dit natuurwaardenonderzoek beschrijft of het voornemen van de sloop consequenties kunnen hebben voor de in het gebied aanwezige beschermde flora en fauna en met name voor jaarrond beschermde soorten in het gebied. De luchtfoto van de locatie is weergegeven in bijlage 1.

1

Lollebeekseweg 20, Castenray

M&A Omgeving BV

2. Inventarisatie flora en fauna 2.1 Algemeen In dit onderzoek zijn de huidige natuurwaarden onderzocht middels actuele literatuurgegevens. Hiervoor kan op een drietal manieren informatie worden verkregen: 1. Literatuuronderzoek door gegevens op te vragen bij het Natuurhistorisch Genootschappen, de provincie, SOVON, Vlinderstichting, RAVON, FLORON, VZZ en EIS. 2. Literatuuronderzoek middels het nemen van contact met plaatselijke natuur- en milieu instanties als IVN-afdelingen, vogelwachten, kringen van het Natuurhistorisch Genootschap etc. 3. Aanvullende hierop, het uitvoeren van een veldonderzoek. In onderhavige situatie zijn in eerste instantie stappen 1 en 3 uitgevoerd. Het opnemen met plaatselijke natuurverenigingen was ons inziens in dit geval niet noodzakelijk, daar de inventarisatie voldoende duidelijke gegevens opleverde. Algemeen doel van het onderzoek is een beeld te krijgen van de aanwezige flora en fauna. Daarbij is de nadruk gelegd op beschermde, bedreigde en schaarse soorten en soorten die specifieke milieuomstandigheden indiceren.

2

Lollebeekseweg 20, Castenray

M&A Omgeving BV

2.2 Literatuuronderzoek Bij het literatuuronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd; 1. Het Natuurloket (SOVON, De Vlinderstichting, RAVON, EIS Nederland, FLORON, VZZ, BLWG, NMV) 2. Ministerie EZ; Vogel- en Habitatrichtlijngebieden 3. Natuurnetwerk Nederland (natuurbeheerplan Provincie Limburg en Actieplan bedreigde soorten van Venray en Sevenum) 4. Wet natuurbescherming (van kracht per 1-1-2017) Vervolgens is gekeken naar de status van de waarnemingen binnen de Wet natuurbescherming (Wnb), Commissie van Bern en de Nederlandse Rode Lijst. Voor deze en een aantal extra soorten geldt het “Nee, tenzij” principe als deze soorten in het plangebied voorkomen en bij ingrepen die het leefgebied aantasten. Indien beschermde vogel- en/of zoogdiersoorten voorkomen, gelden binnen de Wet natuurbescherming bij de aanleg van een nieuwe functie in een gebied de voorwaarden van hoofdstuk 3. Hierin wordt voor soorten volgens de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn het verbod om dieren te doden en verwonden, te verontrusten en de nesten, holen of andere voortplantings- of vaste verblijfplaatsen van deze dieren te verstoren, te beschadigen of weg te nemen. Dit betekent voor permanente nest- en/of verblijfplaatsen van beschermde soorten dat altijd een ontheffing van de Wnb aangevraagd dient te worden bij Gedeputeerde Staten.

Binnen het broedseizoen wordt geen ontheffing verleend voor de verstoring hiervan. Voor beschermde soorten die alleen in het broedseizoen op de locatie nestelen en/of verblijven, betekent dit dat geen bouw- en sloopwerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd in deze periode. Over het algemeen betreft deze periode het voorjaar en begin van de zomer, globaal van 15 maart tot 15 juli. Indien binnen deze periode bouw- en / of sloopwerkzaamheden worden verricht, dan moet een ontheffing in het kader van de Wnb bij Gedeputeerde Staten worden aangevraagd.

3

Lollebeekseweg 20, Castenray

M&A Omgeving BV

2.3 Natuurnetwerk Nederland Natuurnetwerk Nederland (voorheen ecologische hoofdstructuur) is een netwerk van natuurgebieden en verbindingszones. Planten en dieren kunnen zich zo van het ene naar het andere gebied verplaatsen. Op plekken waar gaten in het netwerk zitten, legt de provincie nieuwe natuur aan. In de omgeving van de nieuwbouwlocatie zijn geen ecologische verbindingszones of andere waardevolle natuurgebieden gesitueerd. Ook zijn de gronden niet aangewezen als gewenste nieuwe natuur of te verwerven percelen in het kader van natuurbeheer. In het kader van het provinciale natuurbeheer zijn lokale actieplannen opgesteld voor bescherming van bedreigde soorten. De gemeente Venray heeft voor diverse natuurgebieden op hun grondgebied het beleid en bescherming beschreven. Onderhavige locatie is niet in de nabijheid van deze gebieden gesitueerd, zodat onderhavige ontwikkeling geen directe invloed hierop zal hebben.

2.4 Vleermuissoorten De meest voorkomende soorten in Nederland volgens de ‘Verspreidingsatlas vleermuizen’, maar ook in het betreffende gebied, zijn de Bruine Grootoorvleermuis, de Gewone Dwergvleermuis en de Ruige Dwergvleermuis. Verder komen in de regio de Laatvlieger, Rosse Vleermuis en Baardvleermuis veelvuldig voor in de bebouwde omgeving.

Gewone Dwergvleermuis

Bruine Grootoorvleermuis

4

Lollebeekseweg 20, Castenray

M&A Omgeving BV

De vleermuissoorten hebben een divers leefgebied (bossen, begroeide landschappen, nabij open water etc.). Vleermuizen hebben hun habitat (winter-, kraam-, zomer- en paar-verblijfplaatsen) vaak in bebouwing, bomen of opgaande gewassen. Foerageergebieden en vlieg-/migratieroutes zijn afhankelijk van landschappelijke kenmerken zoals water, lijnvormige landschapselementen (kust, dijken, duinen, rivierdalen en waterpartijen) en kleinschalige groenelementen (parken, kleine bossen). Mogelijke verblijfplaatsen van de zoogdieren zijn gebouwen, bomen, grotten, groeves, kelders, bruggen, tunnels of andere objecten met ruimte.

2.5 Veldonderzoek door M&A Op 19 februari 2021 is een veldonderzoek uitgevoerd op de onderzoekslocatie, door W.A. van Aerle. De heer van Aerle heeft deskundigheid op het gebied van flora en fauna en in het bijzonder in inheemse zoogdieren en broedvogels. De buitentemperatuur bedroeg op 19 februari 2021 ongeveer 14 °C, luchtvochtigheid 40% en 6/8 bewolkingsgraad. Er was geen neerslag. Tijdens het veldbezoek is gekeken naar flora en fauna. Daarbij is rondom de te slopen stallen rastermatig het terrein verkend. De milieuhinder (geluid, geur, luchtkwaliteit, licht etc.), door de sloop van de stallen, zal reeds op een afstand van 100 meter minimaal zijn. Eventuele natuurwaarden op grotere afstand zullen geen enkele invloed meer ondervinden van de sloopwerkzaamheden. Tijdens het veldonderzoek zijn een aantal inheemse soorten (Ekster, Houtduif, Vink, Koolmees, Merel, Buizerd, Konijn, Mol) waargenomen. Tijdens het veldonderzoek in de dagperiode zijn geen jaarrond beschermde soorten, zoals bijvoorbeeld Huismussen of Gierzwaluwen waargenomen.

5

Lollebeekseweg 20, Castenray

M&A Omgeving BV

De stallen zijn opgebouwd uit halfsteense muren met geïsoleerde golfplaten of damwand daken. De kieren tussen daken en muren zijn onderzocht met een camera (Novascope) om te schouwen of er sporen van aanwezigheid zijn van bijvoorbeeld vleermuizen. Hierbij zijn geen constateringen gedaan dat er vleermuizen aanwezig zijn in de stallen. Door de sloop worden dus geen eventuele verblijfplaatsen van vleermuizen vernietigd. Bij de inventarisatie is ook speciale aandacht besteed aan andere kenmerken van broedende vogelsoorten, zoals uitwerpselen en achtergelaten nestmateriaal. Het gebied leent zich door de openheid als foeragegebied voor bijvoorbeeld de das. Er zijn bij het veldonderzoek geen sporen aangetroffen van de das.

2.6 Informatie door het KNNV Bij het KNNV te Zeist, Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, een vereniging voor veldbiologie, is navraag gedaan over informatie met betrekking tot natuurdata over de locatie Lollebeekseweg 20 in Castenray. Uit dit telefonisch contact is duidelijk geworden dat de vereniging van de omgeving geen nadere natuurinformatie heeft.

6

Lollebeekseweg 20, Castenray

M&A Omgeving BV

2.7 Resultaten literatuuronderzoek 2.7.1 Natuurloket Binnen het kilometerhok zijn volgens het Natuurloket een aantal beschermde flora en fauna geïnventariseerd. Het blijkt dat 6 landzoogdiersoorten, 28 broedvogelsoorten, 76 wintervogelsoorten, 2 dagvlinders, 1 micronachtvlinder en 6 sprinkhanen / krekels in het kilometerhok van de onderzoekslocatie zijn gespot. De inventarisatie van alle soorten wordt als redelijk tot slecht / onbepaald beschouwd. Verder zijn 32 vaatplantensoorten, 18 korstmossoorten en 1 paddenstoel aangetroffen. De inventarisatie kan als redelijk tot slecht / onbepaald beschouwd worden. In het plangebied is het mogelijk dat er vleermuizen, broed- en wintervogelsoorten de locatie gebruiken als foerageergebied. Voor de overige soorten en soortgroepen leent de locatie zich niet als een juiste habitat, zodat de kans zeer klein is dat deze op de onderzoekslocatie aanwezig zullen zijn. Aangezien het onderzoeksgebied slechts een klein gedeelte van de kilometerhokken beslaat is het niet zeker dat de geregistreerde soorten ook daadwerkelijk voorkomen binnen het onderzoeksgebied. In paragraaf 2.8 zal daarom voor de verschillende natuursoorten worden aangegeven, hoe waarschijnlijk het zal zijn dat deze voorkomen in het onderzoeksgebied en in hoeverre de ontwikkeling op het perceel van invloed is op de betreffende soorten.

7

Lollebeekseweg 20, Castenray

M&A Omgeving BV

2.7.2 Vogel- en Habitatrichtlijngebieden Via het ministerie van EZ zijn de Vogel- en Habitatrichtlijnkaarten beschouwd en hieruit kan worden geconcludeerd dat er geen Vogel- en Habitatrichtlijngebieden in de omgeving aanwezig zijn. Het dichtst bij zijnde gebied is het Natura 2000 gebied ‘Boschhuizerbergen’ dat op ruim 4,9 km ten noorden van de onderzoekslocatie is gesitueerd. Verder is ten zuiden van de onderzoekslocatie het Natura 2000 gebied ‘Deurnesche Peel en Mariapeel’ gesitueerd, op een afstand van ongeveer 6,7 km en in het noordoosten op 8,9 km het gebied ‘Maasduinen’. De sloop van de stallen op het perceel zal qua stikstofdepositie een positief effect hebben op de Natura 2000 gebieden.

2.8. Potentiële natuursoorten en relatie met ontwikkeling De fysieke ontwikkeling ter plaatse betreft de sloop van 5 stallen op de locatie. Het aantal verkeersontwikkelingen zal door de werkzaamheden iets toenemen, maar door het saneren van het varkensbedrijf sterk afnemen. De emissie van geluid, geur of stof zal door de nieuwe ontwikkeling ruimschoots binnen de te stellen normering blijven. Per natuursoort zal worden aangegeven wat de invloed van de ontwikkeling is op de mogelijk voorkomende natuursoorten zal zijn. Flora Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde soorten planten aangetroffen. Er is dus geen invloed van de ontwikkeling hierop. Vogels Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het onderzoeksgebied geschikt is als onderdeel van het foerageergebied. Er is weinig begroeiing aanwezig op het perceel, zodat broedplaatsen op het perceel schaars zijn. In de stallen zijn geen broedplaatsen aangetroffen van broedvogels. Er zijn tijdens het veldonderzoek alleen een aantal inheemse soorten waargenomen. Omdat bij de inventarisatie geen beschermde soorten zijn waargenomen, is het niet waarschijnlijk dat verstoring optreedt bij de werkzaamheden. In de nieuwe situatie zullen nieuwe foerageermogelijkheden worden gerealiseerd, door het verdwijnen van de bedrijfsbebouwing, zodat voor het gebied een positief effect wordt bewerkstelligd. 8

Lollebeekseweg 20, Castenray

M&A Omgeving BV

Zoogdieren Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het onderzoeksgebied geschikt is voor een aantal grondgebonden zoogdieren (o.a. Konijn en Mol). Tijdens het veldbezoek zijn echter geen sporen aangetroffen van beschermde zoogdieren. Ook van de Das, die in de omgeving volop aanwezig is, zijn geen sporen aangetroffen. Rondom het plangebied zijn geen sporen of mogelijk verblijfplaatsen aangetroffen van vleermuizen. Ook in de stallen zijn geen sporen aangetroffen van de aanwezigheid van vleermuizen. Het is wel mogelijk dat het gebied wordt gebruikt als foerageergebied. De werkzaamheden tijdens de sloop zullen dus geen verstoring betekenen van eventueel verblijfplaatsen van vleermuizen. Ook hiervoor geldt dat er voldoende mogelijkheden in de directe omgeving resteren, zodat de invloed van de ontwikkeling op genoemde soorten als klein beschouwd kan worden. Reptielen en amfibieën Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat de omgeving van het onderzoeksgebied niet geschikt is als onderdeel van het leefgebied van zowel reptielen als amfibieën. De voorwaarde hiervoor is de aanwezigheid van water in de onmiddellijke nabijheid en dat is hier niet het geval. Ook voor reptielen die op droge gronden habiteren is het perceel en omgeving minder geschikt, vanwege het feit dat de ruimte rond de stallen ruimschoots verhard is.

Vlinders en libellen Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het onderzoeksperceel zelf minder geschikt is als onderdeel van het leefgebied van zowel vlinders als libellen. In de omgeving van het onderzoeksgebied is wel een juiste biotoop voor vlinders en libellen aanwezig. Tijdens het veldbezoek zijn geen soorten geconstateerd. Er kunnen altijd individuele soorten incidenteel op het perceel aanwezig zijn, maar in het kader van de quick scan is dit niet relevant.

9

Lollebeekseweg 20, Castenray

M&A Omgeving BV

Mieren en kevers of overige ongewervelden Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het onderzoeksgebied niet geschikt is voor beschermde soorten kevers, omdat er geen geschikte biotopen aanwezig zijn. Voor het voorkomen van beschermde soorten mieren is de aanwezigheid van open naaldbossen een voorwaarde. Tijdens het veldbezoek zijn geen soorten geconstateerd. Ook hier geldt dat de ontwikkeling op het perceel geen invloed heeft op de aanwezigheid van mieren, kevers of overige ongewervelden in het gebied. Vissen Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat in de omgeving van het onderzoeksgebied geen vissen kunnen voorkomen, omdat er geen water in de directe nabijheid aanwezig is.

10

Lollebeekseweg 20, Castenray

M&A Omgeving BV

3. Conclusie De uitvoering van de quick scan is een eerste stap om te vermijden dat soorten verstoord of vernietigd kunnen worden bij de uitvoering van nieuwe ontwikkelingen. Met een bureauonderzoek en veldwerkonderzoeken wordt vastgesteld of er bij de plannen sprake kan zijn op overtreding van de Wet natuurbescherming, of dat deze met eenvoudige maatregelen zijn te voorkomen. Door het literatuuronderzoek van de inventarisatie is aangetoond dat het mogelijk is dat in het gebied beschermde flora of fauna (voornamelijk vleermuizen, broed- en wintervogels) voor kunnen komen (zie inventarisatie Natuurloket). In de nabijheid van het perceel zijn tijdens het veldbezoek in februari 2021 echter geen waarnemingen gedaan van schaarse soorten. Ook rondom het perceel zijn bij de inventarisaties geen waarnemingen gedaan van beschermde soorten. Het veldonderzoek, uitgevoerd in de dagperiode op 19 februari 2021, is buiten het broedvogelseizoen uitgevoerd. Daarom is er speciale aandacht besteed aan andere kenmerken van broedende vogelsoorten. Onder andere uitwerpselen van broedvogelsoorten en hun kuikens, achtergebleven nestmaterialen, vraatsporen en uitwerpselen zijn kenmerken waarop speciaal is gelet. Het veldonderzoek kan daarom als vrij uitvoerig worden beschouwd.

Bij de inventarisatie is ook aandacht besteed aan verblijfplaatsen van vleermuizen en nestkasten en -mogelijkheden in het gebied. Ook in de bomen in de omgeving (o.a. langs de Lollebeekseweg) is degelijk onderzoek uitgevoerd op o.a. toegangsmogelijkheden en verblijfplaatsen van vleermuizen en jaarrond beschermde soorten zoals bijvoorbeeld Huismussen en Gierzwaluwen. Bij de inventarisatie van de vleermuizen is extra aandacht besteed aan mestsporen, keutels en vraatsporen. Volgens het Natuurnetwerk Nederland zijn er geen ecologische verbindingszones in de nabijheid van het perceel gesitueerd. Ook is het perceel niet gesitueerd in een waardevol gebied qua natuurwaarden. Door de sloop van de stallen op het perceel, wordt het karakter van het gebied op een positieve manier beïnvloed. Het open karakter van de omgeving zal door het verdwijnen van de bebouwing worden versterkt. Er verdwijnen geen verblijfs- of broedmogelijkheden. 11

Lollebeekseweg 20, Castenray

M&A Omgeving BV

Het is onwaarschijnlijk dat broedende soorten in de omgeving door de werkzaamheden worden verstoord. Bij de werkzaamheden dient niettemin aandacht te worden besteed aan eventuele verstoring van natuurwaarden in het algemeen. Door extra zorg hieraan de besteden tijdens de bouwwerkzaamheden, wordt vermeden dat de dieren hiervan teveel hinder zullen ondervinden. Op grond van deze inventarisatie gelden er geen belemmeringen voor de plannen op grond van de natuurwaarden.

12

Lollebeekseweg 20, Castenray

Bijlage 1 : Situatietekening en luchtfoto

M&A Omgeving BV

Overzicht bebouwing Lollebeekseweg 20

Stal 5

Begane grond Loods 1

Loods 2

Woonhuis

Stal 1

Stal 4

Stal 2

Schaal 1:650

Stal 3

Lollebeekseweg 20, Castenray

Bijlage 2 : Foto’s locatie en omgeving

M&A Omgeving BV

Lollebeekseweg 20, Castenray

Bijlage 3 : Natuurnetwerk Limburg

M&A Omgeving BV

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13807926/1