CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Basisvoorziening accommodatiebeleid sport en jeugd 2021-2025

Gemeenteraad 2 november 2021, gemeente VenrayBij agendapunt: Actualisatie accommodatiebeleid jeugd en sport 2021-202534.826 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Voor de overige speelvelden moet een maximale loopafstand van 150 meter worden aangehouden. Trainingsvelden zijn, met het oog op het dagelijks gebruik, bij voorkeur in de directe nabijheid van de kleedgelegenheid gelegen. Dit bespaart tevens op Situering ten opzichte van andere velden Bij velden die haaks en kort op elkaar worden gesitueerd, moet rekening worden gehouden met hinderlijke spelbeïnvloeding en mogelijke gevaarlijke situaties. Hetzelfde geldt voor twee velden in elkaars verlengde en (zeer) kort achter elkaar. Afhankelijk van de situatie moeten er dan ten minste voldoende brede ballenvangers worden geplaatst. Situering ten opzichte van hoogspanningslijnen Hoewel de meningen daarover niet eensluidend zijn, is de KNVB van mening dat mede om praktische redenen onder hoogspanningsleidingen geen sportvelden moeten worden gesitueerd. Situering ten opzichte van woningen Het komt steeds vaker voor dat in de (zeer) directe omgeving van een sportpark woningen worden gebouwd. Om problemen met de milieunormen met betrekking tot licht, geluid en afgevoerde lucht te vermijden, wordt aanbevolen rondom een strook ter breedte van 50 meter vrij te houden van bebouwing. Dit is overeenkomstig de aanbeveling van VNG en wordt tevens door de KNVB onderschreven.

Verenigingen dienen nauwlettend (herziening van) bestemmingsplanprocedures en het verlenen van bouwvergunning(en) in de gaten te houden en gebruik te maken van de mogelijkheden om in te spreken, zienswijze kenbaar Met betrekking tot aansprakelijkheidskwesties op en rond een sportpark is de KNVB van mening dat de eigenaar/verhuurder van een sportcomplex voldoende en adequate maatregelen moet treffen om voor de huurder een veilig sportgebruik te kunnen garanderen. Het is de eigenaar/verhuurder die de locatie, situering en omgeving van een sportpark bepaalt en het complex inricht. Een voetbalvereniging/huurder heeft hierop doorgaans weinig invloed. De eigenaar/verhuurder behoort ook de omgeving (bewoners van omliggende bebouwing, enzovoort) van een sportpark te vrijwaren van hinder of gevaar mogelijk Wedstrijdvelden Regels Het speeloppervlak moet bestaan uit natuurgras of kunstgras. De uitloopstroken behoren tot het speelveld en moeten aan dezelfde eisen voldoen. In/op het speeloppervlak mogen zich nooit spelvreemde elementen bevinden die gevaar kunnen opleveren voor de Het speeloppervlak mag alleen voorzien zijn van lijnen zoals in de Spelregels zijn beschreven. In het speelveld mogen geen vaste reclame-uitingen, namen, emblemen of logo's zichtbaar zijn. Natuurgras De grasmat moet voldoende gesloten zijn en steeds voldoende kort gemaaid.

De gewenste graslengte is 3 à 5 centimeter. De maaihoogte en het tijdstip van maaien dient hieraan te worden aangepast. Het speeloppervlak moet egaal (vlak) zijn en mag geen scherpe overgangen bezitten. De maximale toegestane 'egale afwijking' is 20 millimeter. In de lengterichting is, bij een volledig veld van 100 meter, een helling van maximaal 40 centimeter toegestaan. In de breedterichting is een eenzijdig afschot van 20 centimeter nog geoorloofd, of een 'dakprofiel' van maximaal 15 centimeter. Het afschot moet steeds vloeiend in één lijn of via een tonrondte verlopen. Daarnaast moet het speelveld goed zijn ontwaterd. Na kleine neerslaghoeveelheden (tot 5 millimeter in twee uur) moet een speelveld binnen dertig minuten De toplaag moet zowel onder droge als natte omstandigheden voldoende stabiel zijn. Alle eigenschappen van het speelveld behoren uniform aanwezig te zijn. Aan het einde van het seizoen dient minimaal 60 procent van het totaaloppervlak nog aan De KNVB onderschrijft de normen voor (wedstrijd)grasvelden zoals vastgelegd in: NOCNSF-KNVB2 d.d. maart 2003 (grasvelden);

NOCNSF-KNVB2-15.1 d.d. maart 2012 (Wetravelden). Kunstgras Het gebruik van kunstgras in het amateurvoetbal is voor alle categorieën, competities en klassen in het amateurvoetbal Kunstgrasvelden kunnen alleen voor officiële KNVB-wedstrijden worden gebruikt als deze zijn voorzien van een geldig Voor dit keuringscertificaat moet de totale constructie voldoen aan de norm voor voetbal, zoals aangegeven in normblad NOCNSF/KNVB2-15 (met daarin opgenomen de FIFA-vereisten voor de bovenbouw en de NOC*NSFconstructie-vereisten voor de onderbouw), de 'Spelregels veldvoetbal' en relevante bepalingen uit het Reglement Wedstrijden Amateur De houder/gebruiker van een kunstgrasveld dient, na afgifte van het certificaat, periodiek te kunnen aantonen dat het behoud van de sporttechnische eigenschappen voldoende is gewaarborgd en dat er te allen tijde sprake is van een veilig en verantwoord gebruik. Dit kan worden aangetoond via een keuring op de gebruiksnorm (NOCNSF-KNVB2-18). Voor gecertificeerde kunstgrasvelden na 1 juli 2010, geldt de verplichting dat deze in het achtste speelseizoen na certificering (evenals in het tiende en het twaalfde speelseizoen, en navolgende termijnen, afhankelijk van de resultaten) gekeurd moeten worden op het voldoen de gebruiksnorm, door een NOC*NSF/KNVB geaccrediteerd keuringsinstituut.

Voorwaarde om KNVB-competitiewedstrijden te kunnen blijven spelen op het betreffende veld is dat de gemeten waarden binnen de marges van de gebruiksnorm vallen. De resultaten van de betreffende keuringen moeten in de vorm van een kopie van de rapportage van de keuring aan de KNVB worden overhandigd. Aanbevolen wordt het kunstgrasveld regelmatig Aandachtspunten Het blijkt niet altijd mogelijk om voor de ingebruikname van een nieuw kunstgrasveld de keuringsprocedure volledig af te ronden. Zo willen sommige leveranciers/aannemers graag dat het veld enige tijd wordt ingespeeld vóór de eindkeuring plaatsheeft. Verder zijn er regelmatig (kleine) tekortkomingen die weliswaar ingebruikname niet in de weg staan, maar wel de administratieve afhandeling ophouden. De volgende handelwijze is, daar waar van toepassing, door de KNVB verplicht gesteld: KNVB-wedstrijden kunnen op kunstgras plaatsvinden als minimaal de voorloopkeuring met goed gevolg is afgerond. Het erkende keuringsinstituut behoort dit per e-mail of telefonisch direct na afloop van deze keuring door te geven aan de KNVB. De administratieve afhandeling mag (iets) later. De KNVB informeert vervolgens de vereniging per e-mail, waarna de administratieve afhandeling volgt.

Het initiatief en de verantwoordelijkheid om de bond over een en ander tijdig te Een voorloopkeuring vervangt niet de keuring op de norm voor voetbal, maar biedt slechts enige flexibiliteit bij 'nog niet Een voorloopkeuring kan tot 1 maart van het betreffende speelseizoen. Daarna dient het veld, om KNVBcompetitiewedstrijden op te mogen spelen, 'volledig' te voldoen aan de norm voor voetbal. Een voorloopkeuring brengt extra kosten met zich mee. Bemiddeling Voor eventuele problemen met de keuring wordt aanbevolen direct contact te zoeken met de KNVB, die mogelijk kan bemiddelen. Dit kan met de afdeling Ondersteuning Clubbesturen van het betreffende speeldistrict of rechtstreeks met de afdeling accommodatiezaken van de KNVB in Zeist. De keuringsprocedure voor kunstgrasvelden kan versneld plaatsvinden als Onderhoud Het is verstandig om bij de keuze van het kunstgrasveld rekening te houden met het volgende. De meeste 'sport-functionele' eigenschappen van het veld lopen, ondanks goed onderhoud, in de loop van de tijd in waarde terug en zijn zelden weer op niveau te brengen.

Het is daarom van groot belang om bij een nieuw veld te zorgen voor voldoende 'overwaarde' en vanaf het Aanbevolen wordt het kunstgrasveld regelmatig te keuren en dit te monitoren, om tijdig te kunnen sturen op onderhoud en Door de KNVB worden geen beperkende bepalingen voor het gebruik van schoeisel op kunstgrasvelden opgelegd, mits wordt voldaan aan de gestelde eisen in de 'Spelregels veldvoetbal'. In de praktijk is gebleken dat de spelers het voetballen op schoenen met een rubberen zool met vaste noppen, als het meest prettig ervaren. Trainingsvelden

Aanbevelingen Afmetingen Een trainingsveld heeft bij voorkeur de afmetingen van een wedstrijdveld. Dit om: wedstrijdsituaties volledig te kunnen nabootsen; tactische en technische trainingen goed tot hun recht te kunnen laten komen; het gebruik beter te kunnen spreiden en zo kwetsbare gebieden te mijden; onderlinge wedstrijdjes en oefenwedstrijden te kunnen spelen; meerdere groepen gelijktijdig te kunnen laten trainen. Speeloppervlak De speeleigenschappen dienen zoveel mogelijk overeen te komen met die van een wedstrijdveld. Dit houdt onder andere in: een vlak, stevig en stroef oppervlak; een uitstekende ontwatering (waterberging, waterdoorlatendheid, waterafvoer); geen scherpe delen aan het oppervlak; de mogelijkheid tot intensief gebruik, óók onder minder gunstige bodem- en weersomstandigheden; het behoud van speeleigenschappen bij intensief gebruik; gemakkelijk te onderhouden; zo mogelijk begroeid met gras. N.b.: vanwege het aanmerkelijk intensievere gebruik van trainingsvelden, zijn de eisen die aan opbouw en onderhoud van een trainingsveld worden gesteld zwaarder dan bij een wedstrijdveld. (Half)harde speeloppervlakken (gravelvelden) De KNVB acht toepassing van halfharde en harde speeloppervlakken voor trainingsdoeleinden niet wenselijk. Dit vanwege speltechnische en mogelijk medische implicaties als gevolg van het gebruik van deze speeloppervlakken.

Bovendien zijn er op deze velden eerder materiaal- en onderhoudtechnische problemen, waardoor voortdurend gericht en zorgvuldig onderhoud Wetravelden Wetravelden zijn primair wedstrijdvelden waarop slechts in gedoseerde mate trainingen mogelijk zijn, waarbij de wedstrijdwaardigheid te allen tijde gewaarborgd moet zijn. Het trainingsgebruik mag daarom niet de overhand krijgen. Overbespeling of gebruik onder ongunstige weers- en terreinomstandigheden kunnen verder leiden tot verlies van Kunstgrasvelden Kunstrasvelden zijn in principe onbeperkt bespeelbaar en derhalve goed inzetbaar als wedstrijd- én als trainingsveld. Voorwaarde is wel dat de veiligheid en bespeelbaarheid (ofwel de sporttechnische eigenschappen) voldoende gewaarborgd zijn. Een erkend keuringsinstituut kan voor de vereniging een meting uitvoeren op de gebruiksnorm. Inrichting De ideale inrichting van een trainingsveld bestaat uit: twee vaste doelen (op de vaste plaatsen) met ballenvangers; extra ballenvangers (aan de lange zijden) voor elke speelhelft; voldoende verplaatsbare doelen van verschillend formaat; trainingsveldverlichting; rondom het veld een lage afscheiding met gaaswerk/staafmatten als lage 'ballenvanger'.

Kleedgelegenheid / Clubgebouw Regels Elke bij de KNVB aangesloten vereniging is verplicht om (een) terrein(en) met, in de onmiddellijke nabijheid, voldoende kleedgelegenheid te hebben. Deze moeten voldoen aan de door het bestuur (KNVB) gestelde eisen. Per wedstrijd moeten afzonderlijke kleed/wasruimten beschikbaar zijn. Voor bezoekende teams moet er een afsluitbare kleed/wasruimte zijn, of een afsluitbare (kast)ruimte waarin zij kleding en waardevolle spullen kunnen opbergen. In de kleedkamer of de directe nabijheid daarvan moeten voldoende toiletvoorzieningen zijn. De scheidsrechter(s) en eventuele neutrale assistent-scheidsrechters behoren de beschikking te hebben over voldoende en afzonderlijke kleed-, was- en toiletgelegenheid. De kleedruimte moet qua inrichting, afmetingen en uitvoering voldoen aan de richtlijnen. De kleedgelegenheid moet altijd 'medisch/hygiënisch verantwoord' schoon zijn. Parkeergelegenheid Auto's, maar ook de verschillende soorten tweewielers en soms zelfs touringcars behoren op of bij de accommodatie in voldoende mate een geschikte plek te kunnen vinden. Aanbevelingen De KNVB stelt geen kwantitatieve eisen aan de parkeergelegenheid van een vereniging, maar vindt uiteraard wel dat deze moet voldoen aan de behoeften van de bezoekers.

Informatie over parkeernormen zijn te vinden in de CROW-publicatie 'Parkeerkerncijfers' en bij de ASVV (Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom). De noodzaak om een auto te gebruiken is afhankelijk van de: afstand tussen woning en sportpark; bereikbaarheid per openbaar vervoer; ontsluiting voor fietsers en bromfietsers; verkeersveiligheid en sociale veiligheid van de route; aanwezigheid van goede stallingmogelijkheden. Als bij de locatiekeuze en inrichting van een sportpark met deze factoren rekening gehouden kan worden, biedt dit mogelijkheden autoverkeer en de noodzaak van parkeerruimte te beperken. Bij het bepalen van het aantal benodigde parkeerplaatsen voor een nieuw sportpark kan een goede inventarisatie een praktisch hulpmiddel zijn. Een goede inventarisatie omvat de volgende informatie.

aantal parkeerplaatsen in de oude situatie (op parkeerterrein bij sportpark, in bermen, in straten, op bedrijfsterreinen en bij frequentie knelpunten (wekelijks of twee keer per jaar); aantal toeschouwers (gemiddeld en piekbezoek); aantal eigen leden dat met de auto komt (wedstrijden en training); mogelijkheden tot medegebruik in nieuwe situatie (scholen, bedrijven, kantoren, winkelcentra, enzovoort); overlast bij piekbelasting voor omgeving in nieuwe situatie; tijdelijke parkeermogelijkheden bij piekbelasting (pleinen, grasstroken, semi-verharde terreinen); dubbel gebruik voor andere activiteiten (andere sport, kermis, stallen vrachtauto's, enzovoort). Tweewielers Fietsen, bromfietsen en scooters moeten nabij het clubgebouw kunnen worden gestald, zodat visueel en sociaal toezicht mogelijk is. Bij voorkeur wordt de stallingruimte binnen het sportpark gesitueerd. Er moeten voldoende klemmen, rekken of beugels worden aangebracht, opdat fietsen geordend kunnen worden gestald en op slot gezet/ vastgezet. Voor bromfietsen

Mindervaliden Een sportpark behoort direct nabij de hoofdingang voldoende ( minimaal twee) speciaal aangegeven parkeerplaatsen voor mindervaliden te hebben. Voor informatie over de inrichting en maatvoering van dit type parkeerplaatsen wordt verwezen Touringcars Hoewel voor wedstrijdbezoek steeds minder vaak een touringcar wordt ingezet, kan het wenselijk zijn om bij de inrichting van een parkeerterrein hiermee toch rekening te houden. Voor een touringcar is een ruimte van 25 x 5 meter benodigd. 'Los- en laadperron' Bij veel sportparken is het op zaterdagochtend een komen en gaan van ouders die hun kinderen brengen en halen. Vaak hebben zij geen parkeerplaats nodig, maar slechts voor enkele minuten een veilige plek om de kinderen te kunnen 'lossen of laden'. Door hiervoor een aparte voorziening op te nemen, kunnen de soms chaotische toestanden voor de poort worden Vrije hoogte boven speelveld Regels Boven het speelveld mogen zich geen hinderlijke of gevaarlijke obstakels bevinden. Toelichting In de Spelregels veldvoetbal wordt er vanuit gegaan dat boven het speelveld en directe omgeving (de uitloop) géén hinderlijke obstakels (zaken waarmee spelers of bal in aanraking kunnen komen of waarvan zij hinder kunnen ondervinden) aanwezig Aanbevelingen In het amateurvoetbal is er nogal eens sprake van hinder en overlast van bomen en beplanting.

Bomen en struiken staan vaak te dicht op het veld, waardoor boven de uitloop en het speelveld takken kunnen hangen. In het najaar laten bepaalde bomen hun vruchten vallen - eikels, kastanjes - waardoor voor een speler die valt een minder prettige situatie ontstaat. Van indirecte invloed, maar veel ingrijpender, is de negatieve invloed van bomen en hoge plantstroken op de bespeelbaarheid van de velden. Door de sterke schaduwwerking droogt het veld minder goed en zijn vaak slechte speelcondities of zelfs Hoog opgaande bomen en plantstroken dienen daarom op voldoende afstand van het veld te worden geplaatst. In het ontwerp dient al rekening te worden gehouden met de uiteindelijke vorm van de soort boom en de plaats ten opzichte van de Beplanting aan de zuidzijde van een veld geeft meer overlast dan bomen aan de noordzijde. Er dient regelmatig en vooral tijdig te worden gesnoeid. Te vaak wordt te laat ingegrepen waardoor situaties ontstaan die lastig zijn om terug te draaien, Met betrekking tot stadions hebben de FIFA en UEFA bepaald dat voor een uitschuifbaar dak, een geluidsinstallatie of videowall boven het speelveld, er een vrije hoogte van 30 meter moet worden aangehouden. Voor de overige accommodaties geldt dat dit soort voorzieningen buiten het speelveld moeten worden geplaatst.

Voor leidingen, kabels en dergelijke geldt dat ze in de meeste gevallen in de grond worden aangebracht. Tijdelijke kabels, zoals voor een tijdelijke geluidsinstallatie, moeten buiten het speelveld om worden geleid. Voor hoogspanningsleidingen boven een

TENNIS Baanaanleg Algemeen In Nederland is gravel nog steeds de meest voorkomende baansoort. Toch is er een duidelijke ontwikkeling te zien dat verenigingen steeds vaker kiezen voor een baansoort die het speelseizoen verlengt of zelfs het hele jaar door te bespelen is. Uitgangspunt is vaak dat deze baansoort de speeleigenschappen van het gravel benadert, maar minder onderhoud vergt. Veel bedrijven zijn dan ook op zoek naar de ideale vervanger voor gravel, maar met minder onderhoud en het hele jaar door te bespelen. Belangrijk is dat verenigingen kiezen voor een baansoort die staat vermeld op de sportvloerenlijst. Dit betekent dat deze baansoort is erkend en goedgekeurd voor het spelen van competitie en toernooien onder auspiciën van de KNLTB. In geval sprake is van renovatie, ombouw of nieuwe aanleg dienen tennisbanen te worden gekeurd. Voor meer informatie over Baantypen Tennisbanen zijn grofweg onder te verdelen in een zestal baansoorten, gebaseerd op het type toplaag en soms ook op de fundering (gebonden of ongebonden), zie tabel E2.60.1. Elk type baan heeft globaal de volgende constructieopbouw: Toplaag: De toplaag is de bovenste laag van de tennisbaan, die de meeste speltechnische eigenschappen bepaalt. Fundering: De fundering (het fundament) is een stabiele laag onder de toplaag.

Deze laag, die ook wel de sporttechnische laag wordt genoemd, vormt de basis voor de toplaag en moet daarom niet alleen waterdoorlatend zijn, maar ook goed verdicht en vlak Onderbouw: De onderbouw is dat deel van de constructie waar fundering en toplaag op steunen. De onderbouw bestaat vaak uit waterdoorlatend genormeerd zand met een goed waterbergend vermogen. Constructiehoogte Ieder baantype heeft ook zijn eigen constructiehoogte, zie tabel E2.60.2. De ondergrond voor een standaardconstructie moet aan de onderstaande randvoorwaarden voldoen: De ondergrond moet vrij zijn van (ongelijkmatige) zetting; De grondwaterstandbeheersing van de ondergrond (de omgeving) moet minimaal 500 mm onder het maaiveld liggen; Het eventuele drainagestelsel (h.o.h. maximaal 4 meter) moet zich bij voorkeur op of direct onder de bodem van het cunet van de standaard constructie bevinden; De volledige constructie moet ongevoelig zijn voor vorst, conform de norm ISA-CONSTR2 (september 2001). Als de ondergrond niet aan bovenstaande randvoorwaarden voldoet, kan een afwijkende genormeerde constructie worden gebouwd (ongebonden, deels gebonden of gebonden) die aan bepaalde eisen moet voldoen. Ongebonden constructie De constructiehoogte moet minimaal 400 mm zijn. De constructie moet bestaan uit alternatieve, lichtgewicht materialen die genormeerd zijn.

Deels gebonden constructie De constructiehoogte moet minimaal 400 mm zijn.

Een constructie kan bestaan uit een standaard toplaag, een standaard fundering en een onderbouw bestaande uit genormeerd zand met een drainage op een onderlinge afstand van 2 meter. Een constructie kan ook bestaan uit alternatieve, Gebonden constructie De constructiehoogte moet minimaal 450 mm zijn. De constructie moet bestaan uit alternatieve, lichtgewicht materialen die genormeerd zijn. In zeer specifieke situaties is het niet mogelijk om te bouwen volgens de hierboven genoemde (afwijkende) genormeerde constructieopbouw. In dat geval bestaat de mogelijkheid tot een niet genormeerde, afwijkende constructieopbouw, waarbij de gehele constructie (of een gedeelte daarvan) niet voldoet aan de materiaaltechnische en/of constructietechnische normen van NOC*NSF. Een dergelijke constructie kan alleen worden toegepast als het constructievoorstel door de afdeling Advies van Sportvloerenlijst De sportvloeren die voldoen aan de KNLTB/NOC*NSF kwaliteitsnormen zijn opgenomen in de zogenoemde ‘Sportvloerenlijst Tennis (outdoor)’. Op deze lijst zijn ook de verschillende kwaliteitsaspecten als sportfunctionaliteit, bespeelbaarheid en De lijst bestaat uit drie onderdelen: goedgekeurde vloeren , erkende en gecertificeerde vloeren en tennisvloeren in onderzoek . Bij de laatste categorie is uit laboratoriumonderzoek gebleken dat de vloeren sportfunctioneel geschikt zijn voor tennis.

Andere eigenschappen van de vloeren zijn echter nog onvoldoende bekend en vragen om nader onderzoek in de praktijk voor ze een definitieve erkenning kunnen krijgen. Het gaat dan met name over de duurzaamheid. Voor de goedgekeurde vloeren geldt dat uit laboratoriumonderzoek en uit (éénmalig) onderzoek in de praktijk is gebleken dat Als een sportvloer het onderzoek en de goedkeuringsfase (het praktijkonderzoek) heeft doorlopen, mag hij worden aangelegd. Vervolgen keurt een keuringsinstantie de vloeren op locatie. Daarna wordt de vloer aan de lijst toegevoegd onder Alle sportvloeren die in deze brochure ‘Baansoorten in Beeld’ worden beschreven, horen thuis in deze laatste categorie. Hoe gebruikt u de sportvloerenlijst U kunt de sportvloerenlijst vinden op de website van ISA Sport (www.isa-sport.com). Klik in het menu ‘Sportvloerenlijst’ op de ‘Sportvloeren wizard’ en vervolgens op ‘Tennis (outdoor)’. Kies één van de drie onderdelen (in onderzoek, goedgekeurd of erkend en gecertificeerd), klik op de gebruiksvorm ‘Wedstrijd en Training’ en de lijst met verschillende baantypen verschijnt. U kunt hier de gewenste sportvloer bekijken en u vindt informatie over de aannemer die de sportvloer kan aanleggen. Elke vloer wordt beschreven in een algemeen onderdeel ‘Sportvloer’ en een uitgebreider onderdeel ‘Sportvloerkarakterisering’.

In Figuur E2.60.1 staat een voorbeeld van de sportvloer gravel, wanneer u de sportvloerenlijst op Sportvloer 2 Baansoorten Tegenwoordig zijn er diverse baansoorten op de markt waaruit verenigingen kunnen kiezen. De keuze van een baansoort is van verschillende factoren afhankelijk. Een van de uitgangspunten is dat de baansoort door het merendeel van de leden wordt gedragen en dat het aansluit bij de doelstellingen van de vereniging. In de KNLTB brochure Baansoorten in Beeld wordt uitgebreid stilgestaan bij de verschillende baansoorten. Deze brochure is een belangrijk hulpmiddel om te komen tot een In het kort volgt hier van de erkende en gecertificeerde baansoorten (maart 2008) een overzicht naar type baan.. A MINERAAL (ONGEBONDEN) A1 GRAVEL

Algemeen Gravel is een mengsel van gemalen baksteen en gebroken materiaal, afkomstig uit de keramische industrie. Van oudsher hebben de meeste verenigingen in Nederland gravelbanen: daardoor zijn ze de standaard geworden waar nieuw ontwikkelde Bijzonderheden: de baan vergt gedegen voor- en najaarsonderhoud; beregening is noodzakelijk; het speelseizoen loopt van 1 april tot 1 oktober.

A2 CANADA TENN Algemeen Canada Tenn is gemaakt van een hard en zeer slijtvast natuurgesteente dat oorspronkelijk in Canada werd gewonnen, maar ook in Europa voorkomt (bijvoorbeeld in Duitsland). Het ruwe basismateriaal wordt zodanig bewerkt dat een samenstelling met verschillende korrelgroottes ontstaat. Met kalk als bindmiddel is dit grijsgroene materiaal goed te gebruiken als toplaag Bijzonderheden: de baan wordt eenzijdig onder afschot aangelegd; het oppervlaktewater wordt afgevoerd door middel van goten; beregening is noodzakelijk; het speelseizoen loopt van 1 april tot 1 oktober; Canada Tenn is een seizoensverlengende baansoort (afhankelijk van de weersomstandigheden). Constructieopbouw A3 FRENCH COURT Algemeen French Courtbanen bestaan uit een combinatie van gravel en kunstgras. Ze zijn goed te vergelijken met gravelbanen, zowel in de voordelen (vooral sportfunctioneel) als in de nadelen (de baan is gevoelig voor water, sterk aan slijtage onderhevig en vergt intensief en specialistisch onderhoud). French Court komt speltechnisch sterk overeen met gravel en is dan ook gelijkgesteld met gravelbanen voor het spelen van KNLTB-wedstrijden.

Sinds november 2001 staat French Court vermeld op Bijzonderheden: de kunstgrasmat moet tot de top van de vezel met zand en gravel gevuld zijn; beregening is noodzakelijk: het gravel in de mat mag niet uitdrogen; het speelseizoen loopt van 1 januari tot 31 december. Constructieopbouw B MINERAAL (GEBONDEN) B1 BETONBANEN Algemeen Betonbanen bestaan uit waterdoorlatend beton met een coating. Ze worden ook wel hardcourt-, mateco- of all weatherbanen genoemd en kunnen het hele jaar bespeeld worden. De volgende erkende en gecertificeerde sportvloeren zijn betonbanen: Eurotop; Nootenboom All Weather Beton; Poritop.

Constructieopbouw B2 TENNISFORCE Algemeen TennisForce bestaat uit een halfverharding, gebonden door polyurethaan, en is afgestrooid met gravel. De baan komt speltechnisch sterk overeen met gravel en is dan ook gelijkgesteld met gravelbanen voor het spelen van KNLTB-wedstrijden. Bijzonderheden: de baan wordt eenzijdig onder afschot aangelegd; het oppervlaktewater wordt afgevoerd door middel van goten; beregening is noodzakelijk; het speelseizoen loopt van 1 januari tot 31 december. Constructieopbouw C KUNSTSTOF C1 RECAFLEX Algemeen Recaflexbanen zijn banen met een kunststof toplaag. In Nederland worden deze banen relatief weinig aangelegd, dus de ervaring is gering. De banen zijn het hele jaar bespeelbaar. Constructieopbouw C2 POROUS KUSHION KOURT Algemeen Porous Kushion Kourt bestaat uit een PVC-mat met allemaal kleine kussentjes (wafelstructuur) die is afgewerkt met een antislip coating. De toplaag kan op een waterdoorlatende onderbouw worden aangebracht. De baan is het hele jaar Constructieopbouw C3 EASICLAY Algemeen EasiClay komt in grote mate overeen met Porous Kushion Kourt. Het enige verschil is dat de mat bij EasiClay wordt afgestrooid met rubbergranulaat: daardoor glijdt de baan beter (spelers kunnen zelfs slidings maken). Beregening is niet nodig. De baan is Constructieopbouw C4 TENNISFLOOR PRO Algemeen Onder de toplaag is een waterondoorlatende cementvloer aanwezig.

Dit systeem kan zowel indoor als outdoor gebruikt Bijzonderheden: de baan wordt eenzijdig onder afschot aangelegd; het oppervlaktewater moet worden afgevoerd door lijngoten o.i.d.; het speelseizoen loopt van 1 januari tot 31 december.

Constructieopbouw D ZANDKUNSTGRAS D1 ZANDKUNSTGRASBANEN Algemeen De volgende erkende en gecertificeerde sportvloeren zijn zandkunstgrasbanen: SmashCourt; Advantage Red Court; Pro Vision. Bijzonderheden: het zand moet worden ingestrooid tot de top van de kunststofvezels; de vezels zijn korter en staan dichter op elkaar dan bij zandkunststof; afschot is niet toegestaan; het speelseizoen loopt van 1 januari tot 31 december. Constructieopbouw E ZANDKUNSTSTOF (OP ONGEBONDEN ONDERBOUW) E1 ZANDKUNSTSTOFBANEN (op ongebonden onderbouw) Algemeen Voor zandkunststofbanen zijn er momenteel twee vezeltypen op de markt verkrijgbaar, te weten de gefibrilleerde vezel en de Bij gefibrilleerde vezels komt het vezelmateriaal als een folie uit de machine en wordt vervolgens ingesneden. Hierdoor ontstaat een soort netwerkstructuur. Na aanleg zullen de vezels dan ook verder losscheuren (fibrilleren). Tot voor kort werd Monofilamentvezels worden niet uit een folie gesneden, maar als kant en klare vezels uit een mal gespoten (als een draad). Overweegt u de aanleg van een zandkunststofbaan, laat u dan voorafgaand aan uw keuze grondig voorlichten over de vooren nadelen van de verschillende vezeltypen.

Bijzonderheden: het zand moet worden ingestrooid tot de top van de kunststofvezels; de vezels zijn langer en staan iets verder uit elkaar dan bij zandkunstgras; afschot is niet toegestaan; het speelseizoen loopt van 1 januari tot 31 december. Constructieopbouw F ZANDKUNSTSTOF (OP GEBONDEN ONDERBOUW) F1 ZANDKUNSTSTOFBANEN (op gebonden onderbouw) Algemeen Deze baansoort is grotendeels gelijk aan zandkunststof op een ongebonden onderbouw. Het enige verschil is de aanwezigheid van een gebonden onderbouw in de vorm van asfalt of open beton (Mateco). Bijzonderheden:

het zand moet worden ingestrooid tot de top van de kunststofvezels; de vezels zijn langer en staan iets verder uit elkaar dan bij zandkunstgras; afschot is niet toegestaan; het speelseizoen loopt van 1 januari tot 31 december. Constructieopbouw Reglementaire eisen tennisbanen Algemeen Op grond van het KNLTB Competitie- en Wedstrijd- en Toernooireglement dienen de banen welke worden gebruikt voor officiële KNLTB-wedstrijden en na 1 januari 1997 zijn aangelegd, gerenoveerd of omgebouwd het KNLTB/NOC*NSF-keurmerk Naast toetsing aan criteria ten aanzien van duurzaamheid, bespeelbaarheid en aanleg in de praktijk, houdt dit onder meer in dat de banen minimaal moeten voldoen aan de onderstaande nadere eisen. Afmetingen Opmerking: Alle banen die na 1981 nieuw zijn aangelegd, dienen aan deze minimumeisen te voldoen. Voor banen die vóór 1981 zijn aangelegd, kan de KNLTB dispensatie verlenen voor het deelnemen aan de competitie en het organiseren van toernooien. Bij renovatie van de banen kan een vereniging meestal de uitlopen niet wijzigen. Gaat een vereniging de inrichting/baanopstelling volledig wijzigen, dan zullen de uitlopen aan de hierboven genoemde eisen moeten voldoen. Hoogteligging Banen zonder afschot: De baan dient nergens een groter verschil in hoogteligging te hebben dan 1,5 cm met de gemiddelde hoogteligging.

Banen onder afschot: In een lengteraai (= hoogteligging op één lijn) van de baan dient nergens een groter verschil in hoogteligging te zijn dan ‘plus’ of ‘min’ 1,5 cm met de gemiddelde hoogteligging in de lengterichting van de raai. De gemiddelde hoogteliggingen van de lengteraaien bepalen het afschot. Het afschot dient maximaal 10 cm op 18 meter te bedragen. Het afschot mag alleen in de Vlakheid De vlakheid behoort 5 mm onder een 3 meter rij als bovengrens te kennen. Netpalen De afstand van het speeloppervlak tot de bovenkant van de netkabel behoort 107 cm te zijn. De paal dient zo te worden geplaatst dat een net van 12,80 m hiertussen kan worden geplaatst. De netpalen staan aan weerszijden van het midden der zijlijnen.Het hart van de netpaal behoort 91,4 cm van de buitenzijde van de dubbelspelbelijning te worden geplaatst. Aanvullende eisen ten aanzien van andere baansoorten dan gravel 1. De afmetingen van het speelveld en de belijning moeten zijn zoals die te vinden zijn in de uitgave ‘Tennisregels, gespeld 2. Het oppervlak mag niet glanzend zijn (de lichtreflectie moet kleiner zijn dan 15 0/ 00 gemeten met een glansmeter). 3. Er dienen geen drempels (scherpe overgangen) in het oppervlak voor te komen. 4. Naden in constructies mogen niet breder zijn dan 5 mm. 5. De kleur van het speelveld binnen de belijning dient gelijk te zijn.

Het speelveld en de uitlopen mogen niet wit of geel zijn.

6. De belijning behoort ononderbroken wit of geel te zijn. 7. Er mag geen groter gemiddeld hoogteverschil zijn in het speeloppervlak dan 1,5 cm.

Figuur E2.60.2 Overzicht baanligging en maatvoering Voor meer informatie en een nadere detaillering zie het KNLTB document ‘Veiligheidsvoorschriften tennisbanen’.

Baaninrichting Hekwerken Algemeen

a. Een hekwerk om de banen is nodig om de bal tegen te houden, het baanoppervlak tegen schade te beveiligen en het b. Het hekwerk kan in variabele hoogten worden aangebracht. Onder normale omstandigheden voldoet een hoogte van 3 meter, waarbij de lengtezijde ledikantvormig kan verlopen naar 1 meter hoogte. Echter bij bijzondere situaties zoals grenzend aan sloten, openbare weg, en dergelijke is een hoogte van 4 meter aan te bevelen. c. De eventueel te plaatsen hekwerken rondom het gehele park blijven hier buiten beschouwing. Constructie a. Staanders buis- of profielvormig van verzinkt staal of aluminium in betonpoeren. De onderlinge afstand bedraagt b. Bovenregels van staal of aluminium buis. c. Tussenregels zijn alleen noodzakelijk bij hekwerken hoger dan 3 meter. d. Onderregels worden meestal niet toegepast in buisvorm, echter in uitvoering als spandraad. Buisvorm is een degelijker doch wat duurdere constructie, die het voordeel biedt dat het gaas hier beter aan kan worden bevestigd. e. Het gaas bestaat meestal uit groen of zwart geplastificeerd harmonicagaas met een maaswijdte van 40 mm, Ballenvangers Het is niet toegestaan om tussen de banen zogenaamde ‘ballenvangers’ te plaatsen Baantoegangshekken a. Het is aan te bevelen per baan 1 afsluitbaar toegangshek (breedte ongeveer 1 meter) op te nemen. b.

Per baanblok een der toegangshekken (deuren) uit te voeren met een doorgangsbreedte van minimaal 2 meter in verband met onderhoudsmachines en eventuele rolstoeltennissers. c. Een toegangspoort dient naar buitendraaiend en afsluitbaar te zijn. Wind- of zichtafschermingsmatten a. Indien gewenst kunnen deze tegen het hekwerk worden aangebracht (uitvoering in rustgevende kleur bij voorkeur groen). b. Bij toepassing van deze matten is het noodzakelijk, dat er in verband met windbelasting schoren worden aangebracht. Dit dient in nauw overleg met de fabrikant te geschieden (in verband met garanties). Reclameborden Het gebruik van reclameborden langs tennisbanen is toegestaan, mits de borden dusdanig zijn geplaatst dat wordt voldaan aan de eisen ten aanzien van de uitlopen. Bovendien mogen de borden niet zijn uitgevoerd in voor de spelers hinderlijke kleuren als wit, geel of fluorescerende kleuren. Indien televisieopnamen worden gemaakt zijn aanvullende eisen van Inrichtingsmaterialen Algemeen Ter completering van een tennisbaan zijn diverse inrichtingsmaterialen vereist. Netpalen Alhoewel verschillende typen mogelijk zijn, raden wij uit praktische overwegingen aluminium geanodiseerd netpalen met ankerpoer aan en winders met afneembare handslingers. Tennisnet a. Bestaande uit een stalen (geplastificeerde) spankabel. b.

Een dubbelgeweven bovenband, waaraan een nylonnet of polytheenvlechtnet is bevestigd. Adjusterband met netjuster

a. Adjusterbanden in katoen- of nylonuitvoering. b. Netadjuster ter afstelling van de juiste nethoogte, welke wordt bevestigd aan een betonnen ankerblokje met ring. Enkelspelpaaltjes a. Uitvoering in aluminium. b. Het is gewenst op deze paaltjes een merkteken aan te brengen (91,4 cm uit de voet) in verband met het meten van de Speellijnen Vaste belijning:Tegenwoordig zijn er steeds meer baansoorten waarvan de belijning wordt ingetuft of rechtstreeks op de baan wordt aangebracht in de vorm van bijvoorbeeld een coating. Losse belijning (denk aan gravelbanen, Canada Tenn enz.), hierin onderscheiden we drie soorten: Spijkerarme belijning is gemaakt van PVC en wordt in rollen aangevoerd in breedten van 50 mm. In de lijnen zijn om de 250 Spijkerloze U-profielbelijning heeft de vorm van een omgekeerde U en wordt geleverd in lengten van 1.400 mm en in breedten van 50 mm. De belijning is gemaakt van hard PVC en aan de bovenkant gestructureerd. Twee gedeelten worden aan elkaar vastgemaakt met een verbindingsstuk. De uitzetvoeg tussen twee delen moet minstens 10 mm bedragen. Spanbelijning wordt aangevoerd op rollen, is gemaakt van hard PVC en voorzien van sleuven. De belijning wordt gelegd met behulp van een spanapparaat: het materiaal wordt opgerekt en vastgezet met ankers.

De breedte van de speellijnen staan weergegeven in hoofdstuk E2.60.3 Baanaanleg, Reglementaire Eisen, Tabel afmetingen. Scheidsrechtersstoel a. Diverse typen zijn in de handel verkrijgbaar in verschillende uitvoeringen. b. De stoel dient zodanig te worden geplaatst, dat de scheidsrechter zo min mogelijk last van de zon heeft. In het Competitiereglement en Wedstrijd- en Toernooiregelement is vastgelegd waar de scheidsrechtersstoel op de baan mag Scoreborden a. Diverse typen zijn in de handel verkrijgbaar. b. Bevestiging aan een staander of ligger van een (ledikant)hekwerk of bevestigd aan een statief. Bevestiging aan een scheidsrechtersstoel is ook een mogelijkheid. Bevestiging van het scorebord aan de netpaal is niet toegestaan. Beregeningsinstallaties Algemeen Voor de meeste baansoorten zijn beregeningsinstallaties noodzakelijk om de baan in goede conditie te houden. In geval gebruik wordt gemaakt van een beregeningsinstallatie is een watertappunt op de baan aan te bevelen. Dit geldt ook als gebruik wordt gemaakt van een automatische beregeningsinstallatie. Wanneer sprake is van een baanblok van twee banen kan gebruik worden gemaakt van één tappunt en bij voorkeur plaatsen in het midden tussen twee netpalen van beide banen in. Met de capaciteit van de leidingen moet men rekening houden met uitbreidingsmogelijkheden.Uiteraard dienen de Watervoorziening a.

Te betrekken via een waterleverend bedrijf (meestal een gemeentelijke of provinciale instantie). b. In verband met de aanslag verontreinigingsheffing door de overheid wordt geadviseerd een aparte watermeter te plaatsen voor het opmeten van het watergebruik ten behoeve van was- en kleedlokalen en kantine. c. Via een bron grondwater aan te trekken. Meestal is hiervoor een toestemming vereist. Deze manier van watervoorziening zal niet altijd voordeel bieden boven de onder a genoemde methode in verband met hoge kosten voor het slaan van een bron en eventuele door de overheid toe te passen belastingen en/of toeslagen. Informeer vooraf en laat watermonsters

d. Via openbaar water (vijvers/sloten) door middel van een pompinstallatie. Het nemen van watermonsters is noodzakelijk met het oog op agressiviteit van het water (ijzer, kalk of zouthoudend) en algen- of mosvorming. Handsproei-installatie a. Het watertappunt aan te brengen aan de zijkant van de baan in het midden van de baanlengte. Dit tappunt hetzij in een betonnen putje in de grond of opgevoerd op een betonnen paal ongeveer 80 cm boven de grond. De kraan te voorzien van b. Toe te passen slangen van min. 20 meter. Uitvoering in pvc, plastic of rubber (per tappunt één slang). Aanbevolen wordt een niet daglichtdoorlatende slang in verband met algengroei. c. Sproeiers of broezen in koperen of roestvrij stalen uitvoering, waarbij het water verneveld op het baanoppervlak terecht d. Voordeel handsproei-installatie: e. Een goede dosering van water waar nodig. f. Nadeel handsproei-installatie: g. Arbeidsintensief. Automatische beregeningsinstallatie a. Bij dit systeem worden op diverse plaatsen volgens richtlijnen van de KNLTB in de baan sproeikoppen aangebracht die door leidingen worden verbonden en welke tegelijk het gehele baanoppervlak bestrijken. b. Tevens kan met dit systeem meer dan één baan tegelijk worden besproeid, waarbij de installatie met de hand in werking wordt gesteld, dan wel volautomatisch kan worden geregeld door middel van elektronische bediening (tijdstip en c.

Voordelen automatische sproei-installatie: Minder arbeidsintensief; Tijdbesparend; Er kan ës nachts worden gesproeid d. Nadelen automatische sproei-installatie: Grotere investering Bij sterke wind moet men bijsproeien (met handsproeier). Verwarming Gravelbanen Baanverwarming kan het speelseizoen van met name gravelbanen verlengen. Hierbij wordt onder de gravellaag een buissysteem aangebracht waar relatief warm grondwater doorheen wordt gepompt. Zo blijven de banen bij lichte tot matige Op een bepaalde diepte heeft grondwater een temperatuur van zo’n 12°C. In de zomer wordt het water opgepompt en via een buizensysteem onder de tennisbaan geleid. Het water neemt warmte op uit de door de zon verwarmde omgeving. Het water warmt zo op tot wel 18°C en wordt vervolgens in een ondergrondse put opgeslagen, waar het op temperatuur blijft. In de winter kan dat verwarmde water door het systeem weer worden teruggepompt naar de oorspronkelijke bron en geeft dan Baanverlichting Tennis in de avonduren vraagt om verlichting. Voor het aanbrengen van tennisbaanverlichting zijn aanbevelingen opgesteld door de KNLTB, NOC*NSF en de NSVV. Zoals de onderstaande tabel laat zien, zijn er negen categorieën, onderverdeeld in drie Laat u voor de aanschaf van een bepaald systeem goed adviseren over de mogelijkheden.

U kunt daarvoor natuurlijk contact opnemen met een leverancier, maar ook een bezoek aan andere verenigingen kan u al veel inzicht verschaffen. Aandachtspunten bij aanschaf zijn onder andere: de capaciteit van de bestaande elektrische voorziening (is uitbreiding nodig?); de lichthinder voor de omgeving; het beoogde gebruik (wedstrijd en/of training); de bedieningsmogelijkheden; de hoogte van de lichtmasten (voorkeur 15 meter); de fundering van de lichtmasten;

de veiligheid (wie gaat het onderhoud verrichten); de aanvraag van de aanlegvergunning (let op het bestemmingsplan)

Lichtmasten a. Meestal zijn 4 masten nodig voor 1 t/m 3 banen direct naast elkaar gelegen. b. De hoogten van deze masten bedragen dan respectievelijk 12, 15 en 18 meter. c. Er zijn systemen waarbij een lichtmasthoogte van 7 of 9 meter wordt toegepast. d. De armaturen moeten bereikbaar zijn door middel van klimsporten (vast of demontabel) voor het vervangen van lampen, afstellen van armaturen en onderhoud. Ook is het mogelijk om zogenaamde kantelbare masten te installeren. e. Plaatsing, verankering en dergelijke is geheel afhankelijk van plaatselijke omstandigheden en grondslag. Bekabeling a. De voeding vanaf de hoofdkabel van het energie leverende bedrijf dient van voldoende capaciteit te zijn. Wanneer dit niet het geval is zal dit extra hoge kosten met zich meebrengen. b. Bij de aanleg van nieuwe banen kunnen vooraf schutbuizen onder de baan worden aangebracht voor het later inbrengen c. Bij bestaande banen kunnen deze kabels in naastgelegen paden of groenstroken worden aangebracht. Armaturen a. Deze worden meestal uitgevoerd in aluminium of roestvrij staal. b. De keuze van lampen en armaturen moet aan specialisten worden overgelaten in verband met eisen lichtsterkte, gebruik Voor- en nadelen verlichting a.

Voordelen: Wanneer de verlichting brandt van 1 april - 15 oktober vanaf zonsondergang tot 23.00 of 24.00 uur heeft men respectievelijk ongeveer 280 - 455 speeluren per baan per seizoen meer beschikbaar (zomertijd en onbespeelbaar weer Er kunnen meer leden worden toegelaten mits speeltijden per speler worden vastgesteld; Wedstrijden die door invallende duisternis zouden moeten worden gestaakt, kunnen worden afgespeeld; De kantine brengt meer op. a. Nadelen: Er is meer onderhoud aan de banen in verband met intensiever gebruik; Kunstlicht kost energie, welke kosten in de naaste toekomst nog meer zullen stijgen; Het clubhuis zal langer dienen te zijn geopend; Bij een kleine baanbezetting per baanblok zal toch de verlichting ingeschakeld moeten zijn.

Zie ook: Brochure ‘Verlichting voor Sportaccommodaties, Tennis’ (uitgave van de Ned. Stichting voor Verlichtingskunde). Clubaccomedaties Algemeen Om initiatiefnemers de helpende hand te bieden bij de realisatie van een klantvriendelijke en sporttechnisch verantwoorde clubaccommodatie voor tennis, heeft de KNLTB in samenwerking met ISA Sport een brochure met normen en richtlijnen voor clubaccommodaties voor tennis ontwikkeld. De normen en richtlijnen, zoals deze door de KNLTB en NOC*NSF zijn opgesteld, zijn van belang om een zo goed mogelijke sporttechnische kwaliteit en een zo gezond mogelijke exploitatie van de te realiseren accommodatie te kunnen waarborgen. Om tot realisatie van de accommodatie over te kunnen gaan, is het van belang op de hoogte te zijn van de vele facetten waarmee men te maken krijgt voor, tijdens en na de bouw. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de routing, afmeting, inrichting en afwerking van de diverse ruimten in de accommodatie. Hierbij is een Norm De minimale waarde die voor een bepaald aspect dient te worden gehanteerd teneinde namens de KNLTB goedkeuring op dit aspect te kunnen verkrijgen.

Een ruimte die als norm omschreven staat dient dan ook minimaal in de accommodatie aanwezig Aanbeveling Een voorkeurswaarde die door de KNLTB wordt gehanteerd, waarvan toepassing er toe leidt dat de accommodatie een hoger kwalitatief niveau bereikt dan minimaal vereist. Een ruimte die als aanbeveling staat omschreven kan worden gezien als aanvulling op de normen en is derhalve niet noodzakelijk om goedkeuring van de KNLTB te verkrijgen. De tabel op de volgende pagina geeft de ruimtebehoefte van een tennisaccommodatie weer, waar in de volgende

Normatieve ruimten Kleed- wasruimten Minimale normen kleed- wasruimten

Afmetingen en indeling Afhankelijk van het aantal banen dat aanwezig is neemt het minimum vloeroppervlak voor de kleed- en wasruimte toe. Houd bij de reservering van het vloeroppervlak voor kleed- wasruimten rekening met een eventuele uitbreiding van het aantal De minimale (en tevens optimale) breedte van de kleedruimte bedraagt 3,0 meter, de minimale vrije inwendige hoogte 2,6 meter. De ideale maten voor een kleedruimte met een oppervlak van 3,0 x 3,0 meter. Het is niet wenselijk beneden een hoogte van 2,0 meter ramen aan te brengen. Indien er toch glas wordt verwerkt dan dient dit ondoorzichtig glas te zijn (bijvoorbeeld gem leerd, mat- of melkglas). Daarnaast dient rekening gehouden te worden met vandalisme en beschadiging door ballen. In die gevallen moet minimaal gelaagd glas, en bij voorkeur veiligheidsglas worden Inrichting De inrichting van de kleedruimte geschiedt met banken die vrij van de vloer zijn en met minimaal twee dubbele vaste kledinghaken per persoon. Per persoon dient een banklengte van minimaal 500 mm te worden opgenomen waarvan het zitvlak voldoende diep (minimaal 400 mm) is uitgevoerd. De minimale lengte dient te worden afgestemd op het aantal aanwezige tennisbanen. Om voldoende vloeroppervlak te behouden is het van belang rekening te houden met de

Tip: Plaats radiatoren bij voorkeur hoog tegen de wand. Op deze manier wordt verbranding en vandalisme voorkomen, daarnaast is het schoonmaken eenvoudiger. Directe inkijk vanuit de gang in de kleedruimte wordt bij voorkeur voorkomen. In iedere wasruimte moet rekening worden gehouden met enige loopruimte en ruimte voor het afdrogen. In de afdroogzone kunnen desgewenst enkele handdoekhaken geplaatst worden. Directe inkijk in de wasruimte dient te worden voorkomen. De wasruimte moet zodanig zijn ingedeeld dat de volgende voorzieningen kunnen worden ondergebracht: een toilet, bereikbaar via het droge gedeelte vanuit de kleedruimte; een wastafel met spiegel, eveneens bereikbaar via het droge gedeelte vanuit de kleedruimte; een wartelkraan, ten behoeve van schoonmaakwerkzaamheden (aansluiten van een slang). Tip: Pas bij de wastafel hoge kranen toe. Hierdoor kunnen bidons en flessen eenvoudig worden gevuld. Voor de situering van de toiletten kan ook worden gekozen voor een centrale toiletgelegenheid op de gang grenzend aan de kleedruimten. Het voordeel hiervan is dat verspreiding van onaangename luchtjes in de kleedruimten wordt voorkomen. Omdat de spelers voor een bezoek aan het toilet de kleedruimte moeten verlaten, dienen de toiletten centraal ten opzichte van de kleedruimten te worden gesitueerd.

Bij zeer omvangrijke kleedaccommodaties kunnen de toiletten eventueel worden verdeeld in meerdere groepen. Wanneer de toiletten op de gang worden geplaatst, dient tenminste te worden uitgegaan van Wel kan een aantal toiletten worden vervangen door urinoirs, waarvan er één eventueel lager kan worden geplaatst ten behoeve van kinderen. Daarnaast dient een onderscheid te worden gemaakt tussen dames- en herentoiletten. Afwerking Afwerking kleedruimte De afwerking van de kleedruimten dient minimaal aan de volgende normen te voldoen: minimaal één schrobput, inclusief zandvang en stankslot, per kleedruimte; dubbelhardgebakken tegels op de vloer van de kleedruimte, afgewerkt met een sanitaire plint. Andere vloerafwerkingen zijn mogelijk, mits deze stootvast, slijtvast en hygiënisch zijn; het uitvoeren van de kleedruimten in schoonmetselwerk in een niet hygroscopische steensoort, zoals baksteen en betonsteen. Het voegwerk dient met het oog op stof (zoals gravel) platvol te worden uitgevoerd. Aanbevolen wordt de wanden te voorzien van een vuilwerende coating, waardoor ze makkelijker kunnen worden schoongemaakt; vandaalbestendige en vochtbestendige plafonds zoals bijvoorbeeld systeemplafonds (dus geen gipsplaten, kunststofschrootjes of ander kwetsbaar materiaal).

Het is niet bezwaarlijk de constructie in het zicht te houden; (spat)waterdichte en vandaalbestendige armaturen en minimaal één randgeaarde wandcontactdoos; een goede afscheiding tussen de wasruimte en de kleedruimte (afschot, geen dorpel), die voorkomt dat er water vanuit de wasruimte naar de kleedruimte kan vloeien. De voorkeur hierbij gaat uit naar een roestvrijstalen (rvs) goot voorzien van een rooster van rvs of kunststof. Hierbij kan de schrobput in de kleedruimte komen te vervallen, echter niet de doucheput. De volgende aanbevelingen worden gedaan voor de afwerking van de kleedruimten: het vrijhouden van de kozijnen van de vloer, indien mogelijk door middel van een natuursteen neut. Eventueel kunnen ook kunststof en aluminium kozijnen toegepast worden; massieve en stompe binnendeuren, eventueel voorzien van een kunststof coating of stootplaten. Afwerking gang Bij de afwerking van de gang vóór de kleedruimten moet rekening worden gehouden met de volgende normen: dubbelhardgebakken tegels op de vloer van de gang, afgewerkt met een sanitaire plint. Andere vloerafwerkingen zijn mogelijk, mits deze stootvast, slijtvast en hygiënisch zijn; er dient een schrobput inclusief zandvang en stankslot te zijn opgenomen;

er dienen voorzieningen te zijn ten behoeve van de schoonmaakwerkzaamheden, zoals bijvoorbeeld een aansluitpunt voor De volgende aanbevelingen worden gedaan voor de afwerking van de gang naar de kleed- wasruimten: geen drempels bij overgang van de gang naar kleedkamer; eventueel vuilwerende coating op de wanden. Afwerking wasruimte De afwerking van de wasruimten dient minimaal aan de volgende normen te voldoen: minimaal één doucheput met voldoende capaciteit; voldoende capaciteit van de riolering, uitgaande van douche- en schrobputten en de afvoer van het toilet en de wastafel; dubbelhardgebakken vloertegels in een antislip uitvoering op de vloer van de wasruimte, afgewerkt met een sanitaire plint. Andere vloerafwerkingen zijn mogelijk, mits deze zijn voorzien van een antislipafwerking en stootvast, slijtvast en hygiënisch vandaalbestendige en vochtbestendige plafonds, geen gipsplaten of ander kwetsbaar materiaal. Het is niet bezwaarlijk de vandaalbestendige douchekoppen en drukknoppen, per douche een drukknop en bij voorkeur de leidingen in de wand weggewerkt in verband met vandalisme (denk hierbij aan de mantelbuizen); tot het plafond betegelde wanden in de wasruimten. Hierbij moeten de uitwendige hoeken bij voorkeur worden voorzien van een rvs- of kunststof hoekprofiel in verband met beschadigingen.

Andere wandafwerkingen zijn mogelijk, mits deze het voorzien van de wand achter de wastafel van tegelwerk; (spat)waterdichte en vandaalbestendige armaturen; een slangwartelkraan in de doucheruimte; het niet toepassen van ongemakkelijke constructies van voetenwasbakken of wasgoten in de wasruimten. De volgende aanbevelingen worden gedaan voor de afwerking van de wasruimten: het vrij houden van de kozijnen van de vloer, zo mogelijk door middel van een natuursteen neut. Eventueel kunnen ook kunststof en aluminium kozijnen toegepast worden; massieve en stompe binnendeuren, eventueel voorzien van een kunststof coating of stootplaten; het plaatsen van de toiletten in een afgeschermde ruimte met een apart ventilatiekanaal (dus géén schotten) om vieze het in verband met schoonmaakwerkzaamheden bij voorkeur toepassen van vrijhangende toiletten. Ontwerpcriteria Hieronder volgen kort samengevat de ontwerpcriteria van de kleed- wasruimten. Verlichting en elektra Het verlichtingsniveau in een kleed- wasruimte dient minimaal 100 lux te zijn, gemeten op vloerniveau. Om te voorkomen dat de verlichtingssterkte aan het einde van de gehanteerde onderhoudsperiode (dus wanneer lampen vervangen en armaturen gereinigd worden) beneden de minimale eisen daalt dient de verlichtingssterkte bij oplevering van de nieuwe installatie hoger te zijn dan de minimale norm van 100 lux.

De verlichtingsarmaturen moeten vandaalbestendig en spatwaterdicht zijn uitgevoerd, waarbij gedacht kan worden aan inbouwarmaturen. Een voorziening voor noodverlichting is verplicht. Deze dient Verwarming De kleed- wasruimten worden bij voorkeur verwarmd door middel van radiatoren. In verband met vandalisme en schoonmaakwerkzaamheden verdient het de voorkeur deze radiatoren hoog te plaatsen. Andere mogelijkheden zijn luchtverwarming of vloerverwarming. Het nadeel van luchtverwarming zijn de nogal eens voorkomende tochtverschijnselen; het nadeel van vloerverwarming is een hoger energieverbruik, omdat deze constant warmte afgeeft. In kleed- wasruimten Ventilatie

In de praktijk is gebleken dat een afdoende ventilatie alleen met een installatie kan worden bewerkstelligd. De capaciteit van deze installatie moet voldoende zijn om de ruimte-inhoud van de kleedruimten zes maal per uur en de wasruimten minimaal tien maal per uur te verversen. Deze eisen zijn zwaarder dan in het Bouwbesluit voor gebouwen wordt vermeld. De ventilatievoud in toiletten dient minimaal 25 m3 per uur te bedragen. Om stankoverlast in het kleed- en wasgedeelte te Door het ventileren mogen geen hinderlijke luchtstromingen ontstaan. De maximaal toelaatbare luchtsnelheid bedraagt 0,2 m/s. Om iedere vorm van tocht te vermijden zijn klapraampjes ongewenst. Mechanische afzuiging verdient de uitdrukkelijke voorkeur. Om onnodig gebruik van de mechanische ventilatie te voorkomen wordt het systeem bij voorkeur voorzien van bewegingsdetectie voorzien van een tijdschakeling. Bij toevoer van koudere (buiten)lucht moet deze, alvorens in de ruimte te worden toegelaten, worden voorverwarmd. Dit kan bij verwarming door radiatoren opgelost worden door de toevoerroosters Naast ventilatie tijdens het gebruik van de kleedlokalen dient er ook rekening te worden gehouden met ventilatie buiten de gebruiksuren om. Aanbevolen wordt om de (mechanische) ventilatie tot minimaal één uur ná gebruik door te laten draaien. Tevens is een natuurlijke ventilatie buiten de gebruiksuren om van belang.

Hierbij kan gedacht worden aan ruime kieren onder Warmwatervoorziening De capaciteit van de warmwatervoorziening moet worden afgestemd op het gebruik. De capaciteit per kleedruimte kan bepaald worden door de volgende berekening, 6 liter/min (per douchekop) x 5 minuten douchetijd x eenmaal per uur. Wanneer het warme water in tennisaccommodaties uit een grote warmwaterinstallatie (bijvoorbeeld een boiler) afkomstig is, moet de temperatuur daarvan op het tappunt boven de 60OC zijn. Anders bestaat de kans dat de warmwaterinstallatie legionellabacteriën gaat bevatten, die de veteranenziekte kan veroorzaken. Mede hierdoor is het van belang, na een periode dat de clubaccommodatie niet is gebruikt, de leidingen door te spoelen met water van meer dan 80°C. Ook dienen dode einden in leidingen te worden voorkomen. Ter voorkoming van de veteranenziekte kan een volautomatisch De temperatuurregeling moet zodanig worden ontworpen, dat alleen de beheerder of onderhoudsfunctionaris van de accommodatie de installatie kan bedienen. Met andere woorden: thermostaten, temperatuurregelaars (thermostatische mengkranen ten behoeve van de douches) en dergelijke moeten in afsluitbare ruimten worden geplaatst.

Het gebruik van Centrale toiletgroep In de centrale hal of in de kantine dient een toiletgroep te worden opgenomen met voldoende toiletten voor dames- en een privaat met voorportaal voor een fontein en de herentoiletten en urinoirs; een privaat met voorportaal voor een fontein en de damestoiletten; een toilet voor mindervaliden met de minimale afmeting van 1,65 x 2,20 meter, uitgevoerd volgens het “Handboek Indien het bouwbesluit hogere eisen stelt aan het aantal benodigde toiletten/urinoirs dan hier omschreven, dan dient te worden uitgegaan van de eisen die het Bouwbesluit hieraan stelt. Minimaal moeten één mindervalidentoilet, één herentoilet en één damestoilet aanwezig zijn. Tip: Aanbevolen wordt om het mindervalidentoilet te combineren met een damestoilet (dubbelgebruik!) en uit te voeren zonder drempels. Het voordeel van deze combinatie is dat hiermee wordt voorkomen dat het mindervalidentoilet ongebruikt Per urinoir moet worden uitgegaan van een ruimtebeslag van minimaal 0,6 x 1,2 meter (inclusief loopruimte) en per toilet van minimaal 1,0 x 2,4 meter (inclusief 1,2 meter voorportaal). Daarnaast moet rekening gehouden worden met de ruimte voor de Tip: Breng ook een urinoir lager aan dan gebruikelijk zodat deze door kinderen gebruikt kan worden. De vloer van de toiletruimte dient te zijn afgewerkt met een materiaal dat eenvoudig kan worden gereinigd.

De voorkeur gaat daarbij uit naar een steenachtig materiaal afgewerkt met vloertegels of een coating. Vanuit hygiënisch oogpunt is het beter de tegels niet van een antislip afwerking te voorzien. De wanden worden bij voorkeur voorzien van wandtegels tot aan het plafond. Het schoonmaken kan worden vereenvoudigd door het toepassen van vrijhangende toiletten en het voorzien van de

Tip: Gebruik ter plaatse van de urinoirs geen zachte en/of poreuze wandtegels. Dit bemoeilijkt het schoonmaken. Kantine Algemeen De kantine is een sociale ontmoetingsplaats voor de tennisser en de tennisliefhebber, waarbij de sfeer in deze ruimte in belangrijke mate bijdraagt tot gezelligheid en sociaal contact hetgeen voor een vereniging onontbeerlijk is. De grootte van deze ruimte dient, los van de minimale eis uit de Drank- en Horecawet, afgestemd te zijn op het aantal leden, de bezoekers van eventuele wedstrijden, alsmede de overige activiteiten die in de kantine plaatsvinden. Het kantinegedeelte dient te Ontmoetingsruimte Als vuistregel kan worden uitgegaan van een oppervlak van 1 m2 per persoon, bij aanwezigheid van tafeltjes van 1,25 m2 per persoon. Vertrekpunt voor de bepaling van het aantal personen is het aantal personen dat op een reguliere speeldag gemiddeld tijdens de piektijdstippen in de ontmoetingsruimte aanwezig is. Een goede benadering is ook het uitgaan van de Aanbevolen wordt de volgende minimale maatstaven te hanteren: 1 tot en met 4 banen: 35 m2 vloeroppervlak 5 tot en met 10 banen: 45 m2 vloeroppervlak 11 banen en meer: 55 m2 vloeroppervlak Een goed uitzicht vanuit de ontmoetingsruimte op de banen is aanbevelingswaardig. De aan de tennisbaan/tennisbanen grenzende ramen moeten bestaan uit gelaagd glas (balvast).

De garderobe moet zodanig in de directe nabijheid van de ontmoetingsruimte worden gesitueerd dat er voldoende toezicht op deze garderobe mogelijk is. Hierbij wordt geadviseerd de garderobe niet in een looproute te situeren. De ontmoetingsruimte en bijbehorende ruimten dienen te voldoen aan de plaatselijke eisen van de brandpreventie en de bijzondere wetten (Drank- en Horecawet, de Hygiënecode en AMvB voor de Horeca- en Recreatie-inrichtingen, etc.). De Drank- en Horecawet eist onder meer: een minimum oppervlakte van 35 m2; een minimum hoogte van 2,60 meter over tenminste 5/6 deel van de vloeroppervlakte; een mechanisch ventilatiesysteem met een minimum capaciteit van zesmaal de luchtinhoud van het vertrek per uur; voldoende verlichting (50 lux op 1,0 meter hoogte boven de vloer); noodverlichting (volgens NEN 1010); voldoende in- en uitgangen (per 50 bezoekers 1 Eenheid Uitgangs Breedte = 0,55 m); afzonderlijke groepen toiletten voor mannen en vrouwen, die niet rechtstreeks in de ontmoetingsruimte uitkomen (dus minimaal zijn uitgevoerd met een voorportaal). Voor de overige ontwerpgegevens dient er rekening mee te worden gehouden dat er een minimale ruimtetemperatuur moet kunnen worden behaald van 18 - 20°C. De vloer van de ontmoetingsruimte dient te zijn afgewerkt met een materiaal dat eenvoudig kan worden gereinigd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10593329/1