CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 2-3 Toelichting Merseloseweg 165b

Gemeenteraad 31 oktober 2023, gemeente VenrayBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan ‘Merseloseweg 165b Venray’.18.261 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGSPLAN “Merseloseweg 165b Venray” NL.IMRO.0984.BP22035-va01 Vastgesteld

Document:

Bestemmingsplan “Merseloseweg 165b Venray”

IDN:

NL.IMRO.0984.BP22035-va01

Status:

Vastgesteld

Datum:

31 oktober 2023

Bureau Leefomgeving B.V. Schoolstraat 7 5961 EE HORST 077 – 208 60 99 contact@bureauleefomgeving.nl www.bureauleefomgeving.nl

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING ...........................................................................................................................................................3 1.1

Aanleiding en doel van het bestemmingsplan ................................................................................................................................... 3

1.2

Ligging van het plangebied .......................................................................................................................................................................... 3

1.3

Vigerend bestemmingsplan ........................................................................................................................................................................ 4

2.

HUIDIGE SITUATIE ..........................................................................................................................................6

3.

BEOOGDE SITUATIE .......................................................................................................................................8

4.

5.

6.

7.

8.

3.1

Uitgangspunten en doelstellingen van het plan................................................................................................................................. 8

3.2

Stedenbouwkundige/ ruimtelijke aspecten......................................................................................................................................... 8

3.3

Duurzaamheid ................................................................................................................................................................................................. 9

BELEIDSKADER............................................................................................................................................... 11 4.1

Rijksbeleid....................................................................................................................................................................................................... 11

4.2

Provinciaal beleid......................................................................................................................................................................................... 13

4.3

Gemeentelijk beleid ................................................................................................................................................................................... 17

RANDVOORWAARDEN/ RESULTATEN ONDERZOEKEN .............................................................. 22 5.1

Milieuaspecten .............................................................................................................................................................................................. 22

5.2

Externe veiligheid........................................................................................................................................................................................ 30

5.3

Water............................................................................................................................................................................................................... 31

5.4

Kabels, leidingen en straalpaden........................................................................................................................................................... 33

5.5

Natuur ............................................................................................................................................................................................................. 33

5.6

Archeologie en cultuurhistorie............................................................................................................................................................. 36

5.7

Verkeer en parkeren................................................................................................................................................................................. 37

5.8

Niet-gesprongen explosieven................................................................................................................................................................ 38

JURIDISCHE ASPECTEN .............................................................................................................................. 39 6.1

Toelichting op de verbeelding ............................................................................................................................................................... 39

6.2

Toelichting op de planregels .................................................................................................................................................................. 40

UITVOERBAARHEID ..................................................................................................................................... 41 7.1

Economische uitvoerbaarheid............................................................................................................................................................... 41

7.2

Handhaving .................................................................................................................................................................................................... 41

7.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................................................................................... 42

PROCEDURE .................................................................................................................................................... 44

Vastgesteld

1

BIJLAGE ▪ Bijlage 1: Aerius berekening bouwfase ▪ Bijlage 2: Aerius berekening gebruiksfase ▪ Bijlage 3: Omgevingsdialoog Separate bijlagen: ▪ Bodemonderzoek (Stukton) ▪ Akoestisch onderzoek (HMB Groep) ▪ Quickscan flora & fauna (Faunaconsult)

Vastgesteld

2

1.

INLEIDING

1.1

Aanleiding en doel van het bestemmingsplan

Bij de gemeente Venray is door initiatiefnemers een verzoek ingediend voor het oprichten van één vrijstaande woning aan de Merseloseweg in Venray, ten westen de woningen Merseloseweg 165 en 165a. De locatie waar de woning is beoogd staat kadastraal bekend als gemeente Venray, sectie B, nummer 4682.

Afbeelding 1. Ligging locatie Merseloseweg ongenummerd in Venray (rood omcirkeld)

Op basis van het vigerende bestemmingsplan “Venray” is de bouw van een nieuwe woning op deze locatie niet toegestaan. De locatie is thans bestemd als ‘Wonen’ en de voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor woondoeleinden. Hoofdgebouwen c.q. woningen mogen echter alleen worden opgericht binnen een bouwvlak. Op de beoogde locatie van de nieuwe woning is geen sprake van aanwezigheid van een dergelijk bouwvlak. Op basis van het vigerende bestemmingsplan is dan ook niet mogelijk om op deze locatie een nieuwe woning op te richten. Om de nieuwe woning in een passend juridisch-planologisch kader vast te leggen is voorliggend bestemmingsplan, in het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgesteld. In dit bestemmingsplan wordt aan de locatie een woonbestemming met bouwrechten toegekend, waardoor de bouw van de woning mogelijk wordt.

1.2

Ligging van het plangebied

De locatie waarop de nieuwe woning is beoogd staat kadastraal bekend als gemeente Venray, sectie B, nummers 4555 en 4682 en heeft een oppervlakte van circa 825 m2. Betreffend perceel wordt in onderhavige ruimtelijke onderbouwing aangeduid als “het plangebied”. Het plangebied is in de huidige situatie onbebouwd en betreft thans een braakliggend grasveld.

Vastgesteld

3

Afbeelding 2. Luchtfoto van het plangebied met de locatie rood omcirkeld

De locatie is gelegen ten westen van het centrum van Venray, aan de Merseloseweg. De Merseloseweg vormt de verbindingsweg tussen Venray en het kerkdorp Merselo. De weg begint in het centrum van Venray en loopt in westelijke richting, door de woonwijk Vlakwater en het beekdal van de Loobeek, naar de kern van Merselo. Het plangebied maakt onderdeel uit van de woonwijk Vlakwater. Deze woonwijk ligt ten westen van het centrum van Venray en bestaat grofweg uit twee delen te weten de Molenklef en het oorspronkelijke Vlakwatergebied. Het plangebied is gelegen in het Vlakwatergebied, deze woonwijk kenmerkt zich door de ruime percelen met hierop riante woningen die omringd worden door groen. De locatie wordt in het oosten begrensd door de achtertuinen van de woningen Merseloseweg 165 en 165a en in het zuiden door de tuin van de woning Merseloseweg 163b. In het westen grenst de locatie aan grasveld en in het noorden aan de Merseloseweg. Aan de overzijde van deze weg zijn eveneens woningen gelegen.

1.3

Vigerend bestemmingsplan

De locatie maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan “Venray” (vastgesteld d.d. 19 september 2019) en is geheel bestemd als ‘Wonen’. De locatie is daarnaast voorzien van de maatvoeringsaanduiding ‘maximum bouwhoogte: 140 m’ en van de gebiedsaanduidingen ‘luchtvaartzone’ en ‘overige zone – radarverstoringsgebied’.

Vastgesteld

4

Afbeelding 3. Uitsnede verbeelding bestemmingsplan “Venray” met plangebied rood omlijnd

De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen met de daarbij behorende voorzieningen waaronder waterhuishoudkundige voorzieningen, parkeervoorzieningen en paden en verhardingen. Voor hoofdgebouwen geldt dat deze binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak dienen te worden gebouwd. Per bouwvlak is maximaal één woning toegestaan. Het realiseren van de nieuwe woning op deze locatie past niet in het vigerende bestemmingsplan. Het plangebied is dan wel bestemd voor woondoeleinden, echter voor hoofdgebouwen geldt dat deze alleen opgericht mogen worden binnen een bouwvlak. Op de beoogde locatie van de nieuwe woning is geen sprake van aanwezigheid van een bouwvlak. Het is dan ook niet mogelijk om binnen het plangebied een nieuwe woning op te richten.

Vastgesteld

5

2.

HUIDIGE SITUATIE

Het plangebied is gelegen in een overgangszone van een hogere dekzandrug (welke thans is bebost) naar het beekdal van de Loobeek. Het beekdal van de Loobeek heeft van oudsher een open karakter. Het grondgebruik betreft hier voornamelijk weidegebied. De boscomplexen op de dekzandrug hebben daarentegen een besloten karakter. In de tussengelegen zone is van oudsher sprake van een meer gevarieerd grondgebruik; hier zijn zowel weidegronden als akkers te vinden.

Afbeelding 4. En Afbeelding 5. Impressie Merseloseweg

De lage natte gronden van het beekdal werden gebruikt als weidegrond voor het vee, terwijl de hogere gronden niet geschikt bleken voor landbouw (te droog). De hogere gronden werden daarom aangeplant met bos. Op de overgang van laag naar hoog waren de condities optimaal voor akkerbouw, dergelijke gronden werden daarom ontgonnen. De landbouwgronden werden collectief ontgonnen en gebruikt. Hierdoor ontstonden de open veldcomplexen, welke thans ten noorden van het plangebied herkenbaar zijn.

Afbeelding 6. En Afbeelding 7. Impressie plangebied

Vastgesteld

6

Het plangebied is gelegen in de woonwijk Vlakwater. Deze woonwijk is sinds de jaren ’60 in ontwikkeling. De woningen die in deze periode zijn gerealiseerd betreffen ruime vrijstaande woningen die zijn gelegen in een bosrijke omgeving. In het oudere deel van deze buurt domineert daardoor het groen. Omstreeks 1990, 2009 en 2018 heeft een verder ontwikkeling aan de westelijke zijde van de woonwijk plaats gevonden, richting het beekdal van de Loobeek. Deze woningen betreffen eveneens vrijstaande woningen die zijn gelegen op ruime kavels. Deze woningen zijn daarbij niet meer gelegen in een boscomplex maar zijn wel groen ingericht in aansluiting op de eerder gerealiseerde woningen. In de omgeving van het plangebied overheerst dan ook de woonfunctie samen met de groenfunctie.

Afbeelding 8. Impressie ontwikkeling woonwijk Vlakwater met rood de eerst gerealiseerde woningen omstreeks 1960, geel de uitbreiding van de woonwijk in 1990, oranje de uitbreiding van de woonwijk in 2009 en blauw de uitbreiding van de woonwijk in 2018.

Vlakwater is gelegen in een bosrijke omgeving. Op korte afstand van de woonwijk liggen dan ook diverse bos- en natuurgebieden waaronder het St. Oda Park en het gelijknamige Vlakwater. De natuurfunctie is in de omgeving prominent aanwezig. Door de vele bos en natuurgebieden heeft het Vlakwatergebied een belangrijke ‘groene-longfunctie’ voor Venray en is een belangrijk uitloop- en recreatiegebied.

Vastgesteld

7

3.

BEOOGDE SITUATIE

Initiatiefnemers zijn voornemens om ten westen van de woningen Merseloseweg 165 en 165a een nieuwe woning te realiseren. De locatie waar de woning is beoogd staat kadastraal bekend als gemeente Venray, sectie B, nummer 4682. De woning betreft een vrijstaande levensloopbestendige woning en sluit aan bij de eigen behoefte van de initiatiefnemers.

3.1 Uitgangspunten en doelstellingen van het plan De doelstelling van dit bestemmingsplan is gericht op het planologisch mogelijk maken voor het oprichten van één vrijstaande, levensloopbestendige woning, ten westen van de woningen Merseloseweg 165 en 165a. Aan de hand van het bouwplan zijn bij de opstelling van dit bestemmingsplan de volgende uitgangspunten leidend geweest: ▪ Het bestemmingsplan dient een adequate en duidelijke regeling te bevatten voor de realisatie van één nieuwe woning binnen het plangebied. ▪ Aan de locatie wordt een nieuw bouwvlak toegekend; ▪ Binnen het bouwvlak is maximaal één woning toegestaan; ▪ Er mag uitsluitend een levensloopbestendige woning worden gerealiseerd; ▪ De maximale goothoogte van de woning bedraagt 4 meter en de maximale bouwhoogte bedraagt 9 meter; ▪ De maatvoeringsaanduiding ‘maximum bouwhoogte: 140 m’ is opnieuw van toepassing verklaard; ▪ De aanwezige gebiedsaanduidingen zijn voor het plangebied opnieuw van toepassing verklaard; ▪ Ten behoeve van de uniformiteit van bestemmingsplannen binnen de gemeente Venray dient onderhavig bestemmingsplan qua systematiek aan te sluiten bij het bestemmingsplan “Venray”. De uitgangspunten hebben geleid tot een bestemmingsplan waarbij het plangebied bestemd blijft als ‘Wonen’.

Aan het plangebied is echter een nieuw bouwvlak toegekend met de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden: 1’ waardoor het oprichten van één nieuwe woning mogelijk wordt. Het hoofdgebouw is uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan. De nieuwe woning dient levensloopbestendig gerealiseerd te worden waarbij de goothoogte niet meer mag bedragen van 4 meter en de bouwhoogte niet meer dan 9 meter. Het gebied buiten het bouwvlak is daarnaast voorzien van de maatvoeringsaanduiding ‘maximum bouwhoogte: 140 m’ zoals reeds het geval. Voor het plangebied zijn tevens de gebiedsaanduidingen ‘luchtvaartverkeerzone’ en ‘overige zone – radarverstoringsgebied’ opgenomen zoals dat in het vigerende bestemmingsplan reeds het geval is.

3.2

Stedenbouwkundige/ ruimtelijke aspecten

Het voornemen bestaat om ten westen van de woningen Merseloseweg 165 en 165a een vrijstaande woning te realiseren. De beoogde bouwlocatie betreft thans een grasveld, omgeven door woningen. De omgeving van het plangebied kenmerkt zich door de woonfunctie. De woningen betreffen voornamelijk vrijstaande woningen bestaande uit een of twee bouwlagen afgewerkt met een kap. Met onderhavig initiatief wordt één vrijstaande woning gerealiseerd bestaande uit één bouwlaag die wordt afgewerkt met een kap. Het type woning en de hoogte van de woning sluit dan ook goed aan bij de omgeving. De woning betreft een levensloopbestendige woning, bij een levensloopbestendige woning worden voorzieningen aangebracht die het mogelijk maken de woning een leven lang te bewonen. Door het oprichten van een badkamer en slaapkamer op de begane grond is de woning levensloopbestendig.

Vastgesteld

8

Bouwtekeningen voor de nieuwe woning zijn nog niet aanwezig. Middels onderhavig bestemmingsplan wordt dan ook niet een specifieke woning geregeld, maar wordt een bouwrecht aan de locatie toegekend. Het bouwrecht kan worden ingevuld met een vrijstaande woning, zolang deze voldoet aan de bepalingen uit de planregels. Over de architectonische uitstraling van de nieuwe woning is momenteel dan ook nog niets bekend. Het bouwvlak van de woning is gesitueerd in de doorgetrokken zijgevellijn van de woning Merseloseweg 165a. Het bouwvlak is daarnaast met de zuidwestelijke hoek 3 meter uit de zijdelingse perceelsgrenzen ingetekend en vanuit daar is een bouwvlak van 12 meter bij 15 meter ingetekend. Deze maat komt overeen met andere woningen die aan de Merseloseweg zijn gelegen. Het bouwvlak mag worden bebouwd met één vrijstaande levensloopbestendige woning. De maximale goothoogte van de nieuwe woning bedraagt maximaal 4 meter en de maximale goothoogte 9 meter. Deze maat komt eveneens overeen met de andere woningen in de omgeving van het plangebied.

Bouwvlak

Afbeelding 9. Situering nieuwe woning

3.3

Duurzaamheid

De ambities ten aanzien van duurzaamheid in Venray zijn hoog, zoals neergelegd in de Energiestrategie 2030 (zie voor de inhoud van deze strategie paragraaf 4.3.4). Het Bouwbesluit stelt dat vanaf 1 januari 2021 nieuwbouw bijna energieneutraal (BENG) moet zijn. De binnen het plangebied te realiseren woning zal in ieder geval voldoen aan 'BENG'. In het bestemmingsplan kunnen alleen regels worden opgenomen die bijdragen aan 'een goede ruimtelijke ordening'. Voor de uitleg van dit begrip is in de rechtspraak het criterium ‘ruimtelijk relevant’ ontwikkeld. Alleen regels die ruimtelijk relevant zijn, kunnen in het bestemmingsplan opgenomen worden. Algemeen erkend wordt dat energietransitie een ruimtelijke impact heeft, maar de visie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State is dat hiertoe geen regels in het bestemmingsplan kunnen worden opgenomen.

Vastgesteld

9

De gemeente Venray heeft met betrekking tot het aspect 'duurzaamheid' geen extra eisen opgenomen in het principebesluit. In de uitwerking van onderhavig plan zullen in de omgevingsvergunning aanvraag de volgende duurzaamheidsmaatregelen worden overwogen: ▪ De woning wordt niet aangesloten op gas (elektrisch koken); ▪ De woning zal worden aangesloten op een warmtepomp ter verwarming en koeling van de woning; ▪ De woning wordt zeer goed geïsoleerd en heeft een zeer lage warmtevraag;

Vastgesteld

10

4.

BELEIDSKADER

4.1

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 januari 2023, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo’n visie die is vastgelegd in artikel 3.1, lid 3 Ow. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie in de zin van artikel 2.3 Wro. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak.

Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: ▪ Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; ▪ Duurzaam economisch groeipotentieel; ▪ Sterke en gezonde steden en regio’s; ▪ Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzen. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteiten van verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Op basis van de vier verschillende prioriteiten en de drie afwegingsprincipes zijn 21 nationale belangen geformuleerd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Relevante nationale belangen voor onderhavig initiatief zijn als volgt: ▪ Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; ▪ Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; ▪ Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; ▪ Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Conclusie Met het initiatief wordt ingespeeld op de geformuleerde nationale belangen.

Bovendien geldt voor het plangebied dat er geen nationale belangen uit de NOVI in het geding in het geding zijn, mede gezien de kleinschaligheid en de aard van het initiatief.

Vastgesteld

11

4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen daarvan in werking getreden. Voor de nationale belangen die kaderstellend zijn voor besluiten van gemeenten zijn in het Barro regels opgenomen die direct het bestemmingsplan en daarmee gelijk te stellen besluiten betreffen. Zij strekken ertoe dat de nationale ruimtelijke afweging, die door het kabinet in samenspraak met de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal is gemaakt, bij besluitvorming over bestemmingsplannen wordt gerespecteerd. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op Rijksvaarwegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, het Nationaal Natuurnetwerk, de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater langs de Maas en maximering van de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer.

Conclusie Met het initiatief worden geen van de genoemde belangen geschaad. In het plangebied is geen sprake van een gebiedsreservering voor de lange termijn. Het initiatief is daarom niet in strijd met de beleidsregels zoals deze zijn opgenomen in het Barro. 4.1.3 Ladder duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is in oktober 2012 ingevoerd en is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. De ladder is juridisch vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ontwikkeling (Bro). Sinds invoering van de ladder is er veel jurisprudentie ontstaan en is er veel over geschreven. De ladder werd als te ingewikkeld ervaren en zorgde voor veel onderzoekskosten. Per 1 juli 2017 is de regeling daarom gewijzigd. De drie treden uit de oorspronkelijke tekst worden losgelaten en vervangen door de volgende tekst: “De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.

Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”. Met onderhavig initiatief is sprake van een woningbouwlocatie aangezien binnen het plangebied een woning wordt gerealiseerd, zodoende is in beginsel sprake van een stedelijke ontwikkeling. De omvang van de woningbouwlocatie is echter ook bepalend of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. De Afdeling is in een eerdere zaak van oordeel geweest dat een aantal van 11 toe te voegen woningen, een ontwikkeling is die niet voorziet in een woningbouwlocatie of een andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015, ECLI: NL: RVS:2015:2921, r.o.

4.3). Vastgesteld

12

Gelet hierop kan zeker geconcludeerd worden dat het realiseren van één woning evenmin een stedelijke ontwikkeling betreft als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid Bro. Het initiatief valt derhalve niet onder de werking van de ladder en hoeft er dus niet aan getoetst te worden.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Provinciale Omgevingsvisie Limburg Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. Op 1 oktober 2021 hebben Provinciale Staten de Provinciale Omgevingsvisie, met bijbehorend m.e.r vastgesteld. De Provinciale Omgevingsvisie is per 25 oktober 2021 in werking getreden. De Provinciale Omgevingsvisie Limburg vervangt het voormalige ‘Provinciaal Omgevingsplan Limburg’ (POL2014). De omgevingsvisie is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: 1. Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving; a. In stedelijk c.q. bebouwd gebied; Zowel in de stedelijke centra als in de landelijke kernen liggen er diverse uitdagingen. In stedelijke centra heeft dit met name te maken met de versterking van de stedelijkheid, in de landelijke kernen met het behoud van de leefbaarheid. Limburg is rijk aan volkscultuur en tradities en heeft een rijk verenigingsleven.

Hoewel sociale verbanden zoals verenigingen vroeger vanzelfsprekend waren, staan deze nu steeds meer onder druk. Er zijn daarnaast uitdagingen op het gebied van de verbetering en verduurzaming van de woningvoorraad, de toegankelijkheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen en het klimaatbestendig maken van de bebouwde omgeving. Ook kent het bebouwd gebied opgaven met betrekking tot de arbeidsmarkt en ruimte voor bedrijvigheid. b. In landelijk gebied; Limburg kent een uniek landschap en prachtige natuurgebieden. Dit is niet vanzelfsprekend. In het landelijk gebied ligt de nadruk op uitdagingen die te maken hebben met onder meer klimaatadaptatie, de transitie van de landbouw, de inpassing van energie en het zoeken van de balans tussen natuur(behoud), ruimtelijke kwaliteit en het mogelijk maken van ontwikkelingen. Daarnaast zijn schaalvergroting en leegstand van agrarische bebouwing, toeristisch-recreatief (mede)gebruik, biodiversiteit, stikstof en (grond)waterkwaliteit belangrijke thema’s. 2. Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie; inclusief landbouwtransitie; Tot 2020 groeit het aantal banen in Limburg. De welvaart en het gemiddelde opleidingsniveau nemen toe, maar niet voor iedereen. Hoewel de werkloosheid gelijk is aan het landelijk gemiddelde (peildatum 2019, 3e kwartaal), is de bruto participatiegraad in Limburg relatief laag.

In sectoren als de bouw, horeca en toerisme, zorg en ICT wordt een krapte op de arbeidsmarkt ervaren. Demografische ontwikkelingen maken dat de beroepsbevolking slinkt en het aantal ouderen toeneemt. Een bijzonder punt van zorg is de groeiende maatschappelijke tweedeling die zich ook fysiek uit in de vorm van de ruimtelijke concentratie van kwetsbare groepen. Samen met het verhogen van de arbeidsparticipatiegraad en het aantrekken van internationale werknemers kunnen ontwikkelingen als digitalisering, robotisering en automatisering het tekort aan arbeidskrachten – onder meer als gevolg van demografische ontwikkelingen – tegengaan. 3. Klimaatadaptie en energietransitie; Klimaatverandering vergroot de kans op overstromingen en wateroverlast, hittegolven en hittestress en langdurige perioden van droogte. Dit brengt uitdagingen en veiligheidsoverwegingen, maar ook kansen met zich mee. Bijvoorbeeld het koppelen van thema's. Deze klimaatontwikkelingen hebben invloed op onze voedselvoorziening, de leefbaarheid, gezondheid en de natuur. Ook verandert de komende jaren de energievoorziening in Nederland fors. Deze energietransitie zal ook een grote impact hebben op de woon- en leefomgeving in Limburg.

Vastgesteld

13

Energiebesparing in industrie, landbouw, woningen en mobiliteit én het accommoderen van de ruimtevraag voor de opwekking van duurzame energie, zoals zonne- en windenergie, zijn hierbij uitdagingen met impact op de omgeving. De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: ▪ Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; ▪ Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg. Wonen en leefomgeving De POVI houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woonbehoeften van de Limburger zijn daarbij leidend. Verder liggen hierin ook mogelijkheden bij te dragen aan klimaat-, energie-, en duurzaamheidsdoelstellingen. Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit thema, vanuit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De POVI is hierbij een op hoofdlijnen richtinggevend kader. Aangezien de toekomst onderhevig zal zijn aan veranderingen, en elke specifieke regio voor een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s, agenda’s en instrumenten noodzakelijk. Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn.

De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande woningvoorraad. Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instantie levensloopbestendig dienen te worden gemaakt, en daarna ook verduurzaamd. Getalsmatig zijn er voldoende woningen, kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten. Verder is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid van woningen, aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende prijzen. Een belangrijk instrument om de kwaliteit van het bebouwde gebied op orde te maken is de ladder voor duurzame verstedelijking. Hierdoor wordt de ruimte in bebouwd gebied optimaal benut. Uitgangspunt hierbij is dat leegstaand vastgoed wordt hergebruikt en herbestemd wordt. Wonen is in principe alleen toegestaan in daarvoor bestemde woongebieden, hierop kunnen – tijdelijke – uitzonderingen worden gemaakt in de vorm van een flexibele schil. Woonkwaliteit is niet alleen afhankelijk van de woning zelf. Omstandigheden die hier ook op van toepassing zijn, zijn bijvoorbeeld sociaaleconomische omstandigheden, gezondheid, leefbaarheid, het voorzieningenniveau, de bereikbaarheid en een veilige omgeving.

De aandacht ligt bij het ontwikkelen van gemengde wijken, die bij kunnen dragen aan een sterk sociaal weefsel en verkleinen op die manier kloven in de samenleving. Ook belangrijk zijn natuur- en klimatologische eigenschappen van een woongebied. Groen, schone lucht, het tegengaan van hittestress en voorzieningen om wateroverlast (zowel overstromingen als droogte) tegen te gaan dragen daarmee bij aan de omgevingskwaliteit. Conclusie Onderhavig initiatief voorziet in het realiseren van één woning in de bebouwde kom van Venray. Met het realiseren van een woning op deze locatie wordt optimaal gebruik gemaakt van de beschikbare ruimte binnen de bebouwde kom van Venray. De nieuwe woning is beoogd voor de initiatiefnemers waardoor sprake is van bouwen naar reële behoefte. Mede gelet op het regionale en gemeentelijke beleidskader past het onderhavige initiatief binnen het POVI. 4.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2021 Op 17 december 2021 hebben Provinciale Staten de Omgevingsverordening Limburg vastgesteld. In de Omgevingsverordening Limburg staan regels op het gebied van milieu, wegen, water, grond, landbouw, natuur, wonen en ruimte.

Vastgesteld

14

Alle regels die betrekking hebben op het omgevingsbeleid zijn ondergebracht in één verordening, die grofweg twee typen regels bevat: ▪ Instructieregels gericht tot gemeenten of het waterschap; ▪ Regels voor activiteiten die rechtstreeks voor eenieder gelden of voor specifieke doelgroepen. De volgende regels uit de Omgevingsverordening Limburg 2021 zijn in dit geval van toepassing: ▪ Groenblauwe mantel, beekdal ▪ Wonen, werken en recreëren Groenblauwe mantel Een van de wijzigingen in de Omgevingsverordening 2021 ten opzichte van de Omgevingsverordening 2014 betreft het samenvoegen van de zilvergroene en bronsgroene landschapszone tot de groenblauwe mantel. De regels voor beide typen gebieden komen sterk overeen, net als het feitelijke gebruik. In de Omgevingsverordening Limburg 2021 is opgenomen dat in de Groenblauwe mantel inzichtelijk moet worden gemaakt wat de betekenis van een ontwikkeling in een ‘plangebied’ is voor de natuurwaarden in aangrenzende gebieden van het Natuurnetwerk Limburg. De provincie geeft daarbij aan dat het belangrijk is dat dit niet meer is dan een motiveringsplicht en geen gebodsbepaling. De verwachting is dat deze motiveringsplicht in veel situaties weinig extra inspanning (motivering) vergt omdat verbindingsof bufferfuncties niet geraakt worden.

Het plangebied is gelegen op korte afstand van een gebied dat is aangewezen als ‘Beekdal’ en daarbij is aangeduid als ‘Groenblauwe mantel’ derhalve is een motiveringsplicht benodigd. Met onderhavig initiatief wordt één woning gerealiseerd aan de Merseloseweg in Venray. De woning wordt gerealiseerd in de bebouwde kom van Venray en in een bestaand lint. Met het initiatief wordt dan ook geen afbreuk gedaan aan de groenblauwe mantel in de omgeving. Wonen, werken en recreëren In de Omgevingsverordening Limburg 2021 is opgenomen dat de motivering bij een plan dat betrekking heeft op de realisatie van een of meerdere woningen beschrijft dat: a. Rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie; b. Sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk behoefteonderzoek; c. Over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of Zuid- Limburg. De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; d. Het omgevingsplan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring, bedoeld in Afdeling 14.5; e.

Realisatie van de woningen beoogd is binnen 5 jaar na vaststelling van het omgevingsplan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen. Onderhavig initiatief is hierboven getoetst aan het rijksbeleid en het provinciaal beleid en wordt hieronder getoetst aan het regionale en gemeentelijk beleid. Uit de toetsing blijkt dat het realiseren van één woning op deze locatie passend is. Conclusie Op dit moment geldt nog de Omgevingsverordening Limburg 2014. Met de komst van de Omgevingswet (verwachte inwerkingtreding: 1 januari 2024) is een nieuwe verordening nodig die de huidige gaat vervangen. Tot het moment dat de Omgevingswet en de nieuwe Omgevingsverordening Limburg in werking treden, blijft de huidige verordening gelden. Hierna is het initiatief getoetst aan de huidige verordening.

Vastgesteld

15

4.2.3 Omgevingsverordening Limburg 2014 Op 12 december 2014 is de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld en in werking getreden. De juridische doorwerking van het omgevingsbeleid wordt in deze verordening geregeld. Naast bepalingen die voor iedereen gelden (gedragsregels), bevat de Omgevingsverordening ook een hoofdstuk "Ruimte", waarin instructieregels naar gemeenten zijn opgenomen. De te maken regionale bestuursafspraken worden in de Omgevingsverordening Limburg geborgd. Sindsdien hebben allerlei wijzigingen van de Omgevingsverordening Limburg 2014 plaatsgevonden. In januari 2023 is de Omgevingsverordening nogmaals herzien op bepaalde onderdelen. De volgende regels uit de Omgevingsverordening zijn in dit geval van toepassing: ▪ Nieuwe woningen In artikel 2.2.2 van de verordening is bepaald dat een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, rekening moet houden met het bepaalde in artikel 3.1.6, tweede lid van het Bro (ladder duurzame verstedelijking). Onderhavig initiatief is getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking, zie paragraaf 4.1.3. Er is sprake van de bouw van één woning. Bij het bouwen van één woning is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, waardoor de ladder niet van toepassing is. Artikel 2.4.2 van de Omgevingsverordening Limburg heeft betrekking op 'wonen' en kent de volgende bepalingen: 1.

rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie; 2. sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk regionaal behoefteonderzoek; 3. over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of Zuid- Limburg. De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; 4. het ruimtelijk plan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring. 5. realisatie van de woningen beoogd is binnen vijf jaar na vaststelling van het ruimtelijk plan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen. Het betreft hier een zodanig kleinschalige ontwikkeling dat deze niet valt onder de definitie 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' zoals bedoeld in artikel 2.2.1 van de Omgevingsverordening Limburg 2014 en artikel 1.1.1 onder i, jo. artikel 3.1.6 lid 2 van het Bro. Hierdoor is de toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking in het kader van dit plan niet aan de orde. Verwezen wordt naar de motivatie zoals opgenomen in paragraaf 4.1.3.

Het initiatief voorziet in het realiseren van één nieuwe woning. Zoals in paragraaf 4.3.4 van onderhavige onderbouwing is vermeld, is er in casu sprake van bouwen naar reële behoefte. Tevens is sprake van een woning met een duurzaam karakter, afgestemd op de levensbehoefte van de initiatiefnemers. Het initiatief past daarmee in de Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg. Conclusie Het initiatief is passend binnen de Omgevingsverordening Limburg 2014. 4.2.4 Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg De gemeente Venray heeft samen met de gemeenten in Noord-Limburg (Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Venlo, Venray en Peel en Maas en de provincie Limburg) afspraken gemaakt over de regionale woningmarkt. In 2016 resulteerde dit in de ‘Regionale Structuurvisie wonen Noord-Limburg’. Ondertussen is op 22 september 2020 de geactualiseerde ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 – 2024’ vastgesteld. Op grond van artikel 2.1, lid 3 Wet ruimtelijke ordening (Wro) heeft de ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 – 2024’ de status van een intergemeentelijke structuurvisie. Hierdoor heeft het document een juridische status en een zelfbindend karakter.

Vastgesteld

16

Voor de gemeente Venray gold in het kader van de ‘Regionale Structuurvisie wonen Noord-Limburg’ een reductieopgave van 105 woningbouwplannen in de periode 2016-2020. Uit de recent vastgestelde Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 blijkt dat de gemeente Venray de gestelde opgave ruim heeft overtroffen. Een van de centrale opgave in de Regionale Woonvisie is de kwalitatieve mismatch tussen de (toekomstige) woningbehoefte en de bestaande woningvoorraad. Hierover staat aangegeven dat bij nieuwbouw bij voorkeur ingezet dient te worden op de realisatie van toekomstbestendige en flexibele woonsegmenten. Hierbij dienen de huishoudprognose van E’til (Progneff) als referentieprognose ten aanzien van het aantal nog toe te voegen nieuwbouwwoningen. Echter, de kwalitatieve toets is leidend. Progneff wordt daardoor als basis gehanteerd, maar er is (indien kwalitatief wenselijk) ruimte om ‘goede dingen’ te blijven realiseren.

Daarvoor gelden de volgende regionale uitgangspunten: ▪ Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen; ▪ Gekeken dient te worden naar koppelkansen; ▪ Toevoegen van woningen leidt niet tot het vergroten van het kwetsbare woningoverschot; ▪ Het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte; ▪ De regio streeft sociale en duurzame woonconcepten na; ▪ Er wordt gezocht naar aansluiting op de landelijk, regionale en lokale duurzaamheidsdoelen. Aanvullend is daarnaast in de Regionale Woonvisie tevens opgenomen dat: ▪ Naast nieuwbouw dient er ook gekeken te worden naar de potentie van de bestaande voorraad en hoe deze zich verhoudt tot de veranderende (kwalitatieve) behoefte. ▪ Ook dient er aandacht te zijn voor de huisvesting van specifieke doelgroepen, zoals starters en ouderen. Ten aanzien van deze doelgroepen wordt vooral ingezet op het realiseren van geschikte woningen voor ouderen, daar op deze manier de doorstroming wordt bevorderd. Zo ontstaat er tevens ruimte voor de starter op de woningmarkt. ▪ Vraag en aanbod dienen in de regio beter met elkaar in evenwicht te zijn. De oplossing hiervoor ligt grotendeels binnen de bestaande woningvoorraad. ▪ Leefbaarheid in kleine kernen staat onder druk. Toevoegen van woningen (in kleine mate) kan helpen om de leefbaarheid te verbeteren, maar vooral om de doorstroming te bevorderen.

Conclusie Met het beoogde initiatief is sprake van een particulier initiatief, waarbij slechts één nieuwe woning wordt opgericht. De behoefte aan de nieuwe woning welke met onderhavig initiatief mogelijk wordt gemaakt is niet direct af te leiden uit de Regionale Woonvisie, maar blijkt wel uit het feit dat initiatiefnemers binnen het plangebied één nieuwe woning willen realiseren. De woning is beoogd voor de eigen woonbehoefte van initiatiefnemers en wordt levensloopbestendig gerealiseerd zodat initiatiefnemers hier voor de rest van hun leven kunnen wonen. De woning wordt gerealiseerd in de bebouwde kom van Venray en sluit aan op het bestaande bebouwingslint van de Merseloseweg. Gezien de aard van het initiatief en de behoefte van de initiatiefnemers sluit de nieuwe woning aan op de regionale uitgangspunten op basis van de Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1 Toekomstvisie Venray 2030 In 2009 heeft de gemeente Venray een strategische visie vastgesteld met als tijdzone 2020. In 2013 is de Strategische visie ‘Venray, stad in de Peel (2025)’ als een aanvulling op en herijking van de strategische visie 2020, ‘Venray Dorp en Stad’ opgesteld met een doorkijk naar 2025. De nieuwe toekomstvisie Venray 2030, ‘Venray loopt voorop’ is tot stand gekomen in 2019 en geeft een doorkijk naar 2030. De toekomstvisie gaat in op: ▪ De grote ontwikkelingen die op Venray afkomen en aangeven wat dit betekent voor de opgaven op lokaal en regionaal niveau en voor de vraagstukken of agendapunten voor het lokaal bestuur (kompas);

Vastgesteld

17

▪ ▪

Verbinding en energie opleveren door samen met de Venrayse gemeenschap – inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners – te komen tot een gezamenlijk toekomstbeeld van Venray; Slim verbinding leggen met andere participatietrajecten, zodat hier op voortgebouwd kan worden onder meer bij de totstandkoming van de omgevingsvisie.

Ten aanzien van het thema wonen zijn wat betreft het voorliggend initiatief geen nieuwe of afwijkende uitgangspunten geformuleerd. Het belang van een goede kwaliteit van woonomgeving en woningen, de aanwezigheid van werkgelegenheid en kwalitatief goede voorzieningen, wordt andermaal onderstreept. Met de visie op de gewenste toekomstrichting kan de gemeente Venray effectief sturing geven aan het proces van beleidsontwikkeling en prioritering. De thema’s die centraal staan zijn: 1. Venray is dorp en stad; 2. Venray is kennisintensief; 3. Venray zorgt voor elkaar; 4. Venray is levendig; 5. Venray voorziet in alle woonwensen. De gemeente wil voorzien in alle woonwensen en biedt daarbij de ruimte voor een gevarieerde en boeiende maatschappelijke omgeving. Door een grote zorg voor het in stand houden en verbeteren van de bestaande woonwijken (soms in de vorm van herstructurering) beoogt de gemeente unieke woonmilieus creëren, waarin de bestaande sociale structuren en voorzieningen op een positieve wijze worden beïnvloed. Conclusie Initiatiefnemers willen graag één nieuwe levensloopbestendige woning realiseren in de bebouwde kom van Venray. De woning is beoogd om te voorzien in de eigen woningbehoefte van de initiatiefnemers, die behoefte hebben aan een levensloopbestendige woning.

Met het initiatief wordt dan ook aangesloten bij het streven van gemeente Venray om te voorzien in alle woonwensen. 4.3.2 Omgevingsvisie Venray De gemeente Venray heeft, in het kader van de op handen zijnde Omgevingswet en door gewijzigde inzichten, op 2 november 2021 een nieuwe omgevingsvisie voor het grondgebied van de gemeente opgesteld. Daarin heeft de gemeente de nieuwe beleidsuitgangspunten voor ontwikkelingen in de gemeente opgenomen. De nieuwe omgevingsvisie biedt de basis van de nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente en dient als ruimtelijk toetsingskader. In de omgevingsvisie wil de gemeente laten zien voor welke uitdagingen de gemeente staat en waar zij als gemeente naar toe willen in de toekomst. De omgevingsvisie vormt de ruimtelijke vertaling van de strategische visie: de Toekomstvisie 2030 "Venray loopt voorop". De omgevingsvisie is samen met de input van inwoners, ondernemers en verenigingen tot stand gebracht. De gemeente wil de belangrijke waarden van Venray beschermen en versterken. Daarbij wordt aan de hand van ambities rekening gehouden met verschillende opgaven zoals de klimaatverandering, de energietransitie en de woningbouw om het woningtekort op te lossen. Belangrijk vraagstuk daarbij is hoe de gemeente er over 10 jaar uit zal zien. De ambities spelen een rol in ontwikkelingen binnen de verschillende deelgebieden.

Het plangebied is in de Omgevingsvisie van Venray voor aangewezen als woongebied. Woongebied De woongebieden zijn over een aantal jaar veranderd in groene wijken en dorpen waar jong en oud over een woning beschikken die past bij hun levensfase en levensstijl. In het toekomstig Venray ziet de gemeente voldoende betaalbare en voldoende nultredenwoningen. De gemeente ziet een groene woonomgeving, bijzondere woonvormen en vitale gemeenschappen die voor elkaar zorgen. Vastgesteld

18

De mens staat centraal en de inwoners hebben de kansen en keuzemogelijkheden om te kunnen deelnemen aan de samenleving. Denk bijvoorbeeld aan de toegang tot voorzieningen en vervoer. In de woonwijk Vlakwater zijn de belangrijkste ruimtelijke ambities en speerpunten als volgt: ▪ Verandering van de bevolkingssamenstelling door vergrijzing. Het is daarom belangrijk dat de wijk aantrekkelijk is dan wel wordt voor gezinnen met jonge kinderen. ▪ Een door de vergrijzing groeiende eenzaamheid en sociaal isolement. Dit vraagt bevordering van sociale cohesie en – vooral binnen de buurten - betrokkenheid op elkaar. ▪ De verplaatsing van het VieCuri ziekenhuis, leidt tot nieuwe (woon)plannen voor het terrein van VieCuri. De wijkraad en de bewoners willen hier nauw bij betrokken worden. ▪ Plannen die een grote bedreiging voor de rust, de luchtkwaliteit en het woongenot van de wijk vormen, zoals de uitbreiding van (varkens)stallen en de reactivering van vliegbasis De Peel, door het te verwachten geluid en de uitstoot van stikstof en CO2. ▪ Het evenementenbeleid van de gemeente Venray dat nog in ontwikkeling is, mag geen bedreiging vormen voor de rust en de natuur in de wijk en het Vlakwaterbos. ▪ Verbetering van de verkeersveiligheid op de Merseloseweg.

De wijkontsluitingsfunctie, die vanaf het centrum tot aan de Hoopweg op de weg ligt, mag geen belemmering vormen om de weg veiliger te maken. ▪ Aandacht voor wensen en signalen van wijkbewoners ten aanzien van (verkeers)veiligheid en cohesie Vlakwater is een ruim opgezette, bosrijke wijk, waarin het mooi en goed wonen is. Aan handhaving van deze kwaliteit wordt door de bewoners veel waarde gehecht. In de woonwijk wonen relatief veel ouderen, die veelal zelfredzaam zijn en zijn gesteld op hun privacy. Zij blijven graag zo lang mogelijk in de eigen woning wonen. Conclusie Vlakwater kenmerkt zich door haar groene omgeving en het is dan ook belangrijk om hier geen afbreuk aan te doen. Initiatiefnemers zijn voornemens om, in het bestaande lint van de Merseloseweg, één nieuwe woning te realiseren. De woning is beoogd om te voorzien in de eigen woningbehoefte van de initiatiefnemers en sluit aan bij de werkelijke vraag. De woning zal met groen worden omkaderd net zoals de andere woningen in de omgeving. Hierdoor wordt geen afbreuk gedaan aan de groene omgeving. Het initiatief sluit dan ook uitstekend aan op de Omgevingsvisie Venray. 4.3.3 Omgevingsprogramma Wonen 2022-2026 Op 15 februari 2022 heeft de gemeenteraad van de gemeente Venray het Omgevingsprogramma Wonen 2022-2026 vastgesteld.

In het Omgevingsprogramma Wonen staat hoe Venray zich wil blijven ontwikkelen als een fijne gemeente om te wonen. Op hoofdlijnen wordt richting gegeven aan de verschillende belangrijke vraagstukken rondom het wonen. Venray staat voor grote opgaven op het gebied van het wonen. De druk op de woningmarkt is groot, wachttijden voor sociale huurwoningen lopen op. En door prijsstijgingen in de koopsector is een koopwoning voor mensen met een lager en middeninkomen steeds minder bereikbaar. Volgens recente prognoses zal de bevolking en het aantal huishoudens in Venray in de komende jaren blijven toenemen. De veronderstelde krimp van de bevolking verschuift naar later. Daarnaast verandert de samenstelling van de bevolking: ook in de gemeente Venray is sprake van vergrijzing. Maar de opgave is diverser. De gemeente Venray zit midden in een ingrijpende transitie op het gebied van verduurzaming, energie en warmte, met de nodige consequenties voor het bouwen en verbouwen van woningen. En veranderingen in het zorglandschap zorgen eveneens voor een opgave voor andere woonvormen voor mensen die zorg en begeleiding nodig hebben, zoveel mogelijk in de eigen thuissituatie. Vitaliteit en leefbaarheid van de wijken en kernen staat soms onder druk en vraagt dan ook aandacht.

Vastgesteld

19

De opgave waar de gemeente voor staat, is dan ook bijzonder complex en veelzijdig. Deze worden samengevat aan de hand van vijf inhoudelijke thema’s, die in het omgevingsprogramma verder zijn uitgewerkt in zo concreet mogelijke aanpak, acties en maatregelen: 1. Snel voldoende woningen bouwen 2. Gevarieerd aanbod 3. Duurzame woningvoorraad 4. Wonen en zorg 5. Vitale wijken en kernen Conclusie Het initiatief voldoet aan deze inhoudelijke thema’s. Het initiatief voorziet in de realisatie van één levensloopbestendige woning. De woning is daarmee perfect voor bewoning door ouderen en sluit aan bij de behoefte van de initiatiefnemers. Het initiatief sluit derhalve uitstekend aan het omgevingsprogramma Wonen 2022-2026 van de gemeente Venray. 4.3.4 Structuurvisie Bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling gemeente Venray 2011 In de ‘Structuurvisie Bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling gemeente Venray 2011’ vastgelegde kwaliteitsbeleid omtrent een bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling is gebaseerd op de gedachte dat ruimtelijke ontwikkelingen (bouwactiviteiten) leiden tot verlies aan ruimtelijke kwaliteit en dat dit verlies moet worden gecompenseerd. Achterliggend doel is het behoud en waar mogelijk versterking van de (groene) kwaliteiten van zowel het buitengebied als het stedelijk gebied. Woningbouw dient in principe plaats te vinden binnen de contouren van de dorpen en de grens stedelijke dynamiek.

Daarnaast kan het in bepaalde gevallen toch wenselijk zijn om ook in het buitengebied op beperkte schaal incidentele woningbouw toe te staan. In dit geval is het plangebied gelegen in de bebouwde kom van Venray, derhalve binnen de contour. Voor alle woningbouwontwikkelingen geldt dat alleen kan worden gebouwd bij aantoonbare vraag. Daarnaast is levensloopbestendig en flexibel bouwen het uitgangspunt voor elk nieuw woningbouwplan. Zoals blijkt uit paragraaf 4.4.2 en 4.3.4 is binnen de gemeente Venray vraag naar seniorenwoningen. Het toevoegen van één levensloopbestendige woning voldoet derhalve aan de vraag. Voor het bepalen van de hoogte van de bijdrage in het stedelijk gebied wordt aangesloten bij de bijdrage ruimtelijke ontwikkeling zoals vastgelegd in de nota grondbeleid 2011. De tegenprestatie vindt zo veel mogelijk ter plaatse en/of in de nabijheid van de ingreep plaats. Indien dit niet mogelijk is, komt de bijdrage ten goede van het kwaliteitsfonds stedelijk gebied. Conclusie Initiatiefnemers hebben met de gemeente Venray een anterieure overeenkomst gesloten waarmee zij zich verplicht hebben de kwaliteitsbijdrage te voldoen. 4.3.5 Energiestrategie In 2013 is de Energiestrategie 2030 voor de gemeenten Beesel, Venlo en Venray: 'Energie voor groene groei' vastgesteld.

Door de gemeenteraad is daarbij de ambitie uitgesproken om in 2030 CO2-neutraal (ofwel energieneutraal met compensatiemaatregelen) te zijn. Op basis van deze visie is door het college het 2e Uitvoeringsprogramma Energie Venray (2018-2021) vastgesteld. Met de Energiestrategie en het bijbehorende UP zijn de doelstellingen en de gefaseerde uitvoering op lange en korte termijn uitgewerkt. De gemeente is voor het bereiken van de energiedoelen afhankelijk van alle energiegebruikers en energieleveranciers in de gemeente: bedrijfsleven, huishoudens, instellingen etc. De samenleving laat zich echter niet door de overheid sturen om energie te besparen of lokaal duurzaam op te wekken. Daarvoor moet er in de samenleving vooral ruimte zijn die leidt tot creativiteit en innovatie van de bedrijven en inwoners zelf.

Vastgesteld

20

De overheid heeft daarin een rol als partner die samenwerkt, belemmeringen wegneemt, faciliteert en het goede voorbeeld geeft. De betrokkenheid van de overheid zorgt voor het aanjagen en versnellen van de gewenste ontwikkelingen. Het streefbeeld in 2030 voor woningen laat zich als volgt schetsen: ▪ Gebouwen hebben de laagste energievraag ▪ Gebouwen worden energiecentrales ▪ Slimme netwerken zorgen voor optimale uitwisseling ▪ 50% van de bestaande woningen en gebouwen zijn 50% energiezuiniger en 50% van de woningen voorziet in 100% van eigen energievraag In paragraaf 3.3 is reeds aan de orde gekomen welke duurzaamheidsmaatregelen met de realisatie van de woning voorzien zijn.

Vastgesteld

21

5.

RANDVOORWAARDEN/ RESULTATEN ONDERZOEKEN

Dit hoofdstuk bevat een inventarisatie van de verschillende omgevingsaspecten die van invloed zijn op het realiseren van het initiatief. Daarbij komen onder meer de volgende aspecten aan de orde: milieu (geluid, bodem, bedrijfshinder en zonering, luchtkwaliteit), waterhuishouding (riolering en watertoets), externe veiligheid, archeologie en cultuurhistorie, verkeer en vervoer, kabels, leidingen en overige belemmeringen, alsmede natuur en landschap.

5.1

Milieuaspecten

5.1.1 M.e.r.-beoordeling Op basis van artikel 7.17 Wm, dient het bevoegd gezag een beslissing te nemen omtrent de vraag of bij de voorbereiding van het betrokken besluit voor de activiteit, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Middels deze paragraaf wordt invulling gegeven aan de vereisten van artikel 7.16 Wm, op basis waarvan het bevoegd gezag op grond van artikel 7.17 Wm een beslissing kan nemen. Deze paragraaf bevat een toetsing aan de selectiecriteria als bedoeld in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling (zie hierna).

Kenmerken van het project ▪ Omvang van het project ▪ Cumulatie met andere projecten ▪ Gebruik van natuurlijke grondstoffen ▪ Productie van afvalstoffen ▪ Verontreiniging en hinder ▪ Risico van ongevallen, mede gelet op de gebruikte stoffen en technologieën Plaats van het project ▪ Bestaand grondgebruik ▪ Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied ▪ Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden), gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang Kenmerken van het potentiële effect ▪ Bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking) ▪ Grensoverschrijdende karakter van het effect ▪ Waarschijnlijkheid van het effect ▪ Duur, frequentie en de omkeerbaarheid van het effect De beoogde ontwikkeling en de hiervan deel uitmakende onderdelen komen in lijst C van de bijlage van het Besluit m.er. niet als activiteit voor. Met betrekking tot de ontwikkeling is in onderdeel D (11.2) van de bijlage van het Besluit m.e.r.

het volgende opgenomen: “de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.” De voorgenomen ontwikkeling ligt ver onder de drempelwaarde die is opgenomen in kolom 2, namelijk een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 woningen of meer of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer.

Vastgesteld

22

Omdat het initiatief onder de drempelwaarden valt zoals aangegeven in categorie D11.2 van het Besluit m.e.r., volgt hierna een toets of op basis van de hiervoor genoemde criteria een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd moet worden. Deze paragraaf is mede opgesteld op basis van de onderzoeken die uitgevoerd zijn in het kader van het bestemmingsplan. Kenmerken van het project Criteria Omvang van het project

Cumulatie met andere projecten Gebruik van natuurlijke grondstoffen Productie van afvalstoffen

Verontreiniging en hinder Risico van ongevallen

Toets Het initiatief heeft betrekking op het realiseren van één nieuwe woning. Het geldende bestemmingsplan staat deze ontwikkeling niet toe. Om de ontwikkeling mogelijk te maken wordt afgeweken van het bestemmingsplan middels een omgevingsvergunning. Het initiatief valt onder de drempelwaarden zoals genoemd in de D-lijst voor stedelijke ontwikkelingsprojecten Nee Nee Nee, behoudens (regulier) huishoudelijk afval wat door erkende verwerkers opgehaald en verwerkt zal worden. Ook de (tijdelijke) afvalstoffen die ontstaan door de bouw worden door erkende verwerkers opgehaald en verwerkt. Daarbij vindt zoveel mogelijk als kan recycling plaats Er is geen sprake van een activiteit die leidt tot verontreiniging of hinder voor het milieu Nee, het plangebied bevindt zich buiten plaatsgebonden risicocontouren en er is geen sprake van een verslechtering van het groepsrisico

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13200978/1