Bijlage 11 Archeologisch bureauonderzoek (nieuw)
Tekst van het document
Militaire topografische kaart (veldminuut)
1936
652
1:50.000
Bebouwing noordoostzijde verdwenen, nu boomgaard en grasland. Rest van het plangebied akker.
Bebouwing ten oosten en zuiden plangebied toegenomen.
Topografische kaart
1955
52 B
1:25.000
Boomgaard verdwenen, nu grasland de rest akker.
Geen grootschalige veranderingen.
Topografische kaart
1958
52 B
1:25.000
Geen veranderingen.
Bebouwing ten oosten en zuiden plangebied toegenomen.
Topografische kaart
1967
52 B
1:25.000
Noordoostzijde boomgaard en aan de oostzijde nieuwe bebouwing. Rest van het plangebied akker.
Deurneseweg aangelegd. Ten noorden ligt een sportterrein.
Topografische kaart
1978
52 B
1:25.000
Onderdeel sportpark met groenvoorziening, doorsneden door huidige wegen/paden geen bebouwing meer.
Sportpark is uitgebreid, doorsnedendoor wegen/paden. Bebouwing omgeving toegenomen.
30
Beeldbank Vrije Universiteit. Aezel. 32 Topotijdreis (bron voor deze kaart en de hierop volgende kaarten in deze tabel). 31
Rapport 10686.003 versie 2
Pagina 14 van 22
Topografische kaart
1987
52 B
1:25.000
Deel honkbalveld, noordoosthoek verhard (huidige situatie).
Bebouwing omgeving toegenomen.
Topografische kaart
1999
52 B
1:25.000
Geen veranderingen.
Bebouwing omgeving toegenomen.
Topografische kaart
2011
52 B
1:25.000
Geen veranderingen.
Bebouwing omgeving toegenomen.
Op basis van het beschikbare gedetailleerde historische kaartmateriaal was het plangebied gedurende de 19e eeuw tot in de tweede helft van de 20e eeuw grotendeels in agrarisch gebruik als weiland, akker, boomgaard. Alleen aan de noordoostzijde lag een erf met bebouwing (figuur 9). De bebouwing is tussen 1923 en 1936 verdwenen maar iets zuidelijker is tussen 1958 en 1967 nieuwe bebouwing gerealiseerd die in 1978 alweer is verdwenen. Tussen 1967 en 1978 is het plangebied in gebruik geraakt als sportveld en dat is het nu nog (heden ten dagen deels honkbalveld). Rijks- en gemeentemonumenten binnen attentiegebied Een rijksmonument is in Nederland een zaak (een bouwwerk of object, of het restant daarvan) die van algemeen belang is wegens de schoonheid, de betekenis voor de wetenschap of de cultuurhistorische waarde. Tot 2012 moest een monument 50 jaar of langer geleden zijn vervaardigd om in het kader van de Monumentenwet voor bescherming in aanmerking te komen. Per 1 januari 2012 is dit criterium vervallen. Een gemeente kan besluiten een bijzonder pand op de gemeentelijke monumentenlijst te zetten. Dit gebeurt als een pand geen nationale betekenis heeft, maar wel van plaatselijk of regionaal belang is. De gemeente legt haar monumentenbeleid vast in de gemeentelijke monumentenverordening. Naast het gemeentelijk monument is er ook nog het Monumenten Inventarisatie Project (MIP).
De MIP Gemeentebeschrijvingen vormen een verzameling beschrijvingen van de historischgeografisch, sociaaleconomische, architectuurhistorische, bouwhistorische en stedenbouwkundige ontwikkelingen van gemeenten in de periode 1850-1940. Deze beschrijvingen zijn samengesteld in het kader van het Monumenten Inventarisatie Project (MIP). Dit project was een initiatief van het Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur om een landelijk overzicht te krijgen van de bouwkunst en stedenbouw uit de periode 1850-1940. Het MIP werd in de periode 1987-1994 uitgevoerd door de provincies en de vier grote steden, in samenwerking met de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. Binnen de 50 meter attentiezone liggen geen rijksmonumenten en geen gemeentelijke monumenten, maar wel één MIP monument. Het gaat hier om de Leunseweg 55, een woonhuis gebouwd in de stijl van het Traditionalisme in 1948. Bouwhistorische gegevens Bij de gemeente Venray is het gemeentelijk archief geraadpleegd (contactpersoon de heer Konings), wat geen bouwdossiers heeft opgeleverd. Tweede Wereldoorlog Om vast te stellen of mogelijke archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied aanwezig zijn, is een aantal publicaties geraadpleegd. 33 Uit deze bronnen blijkt dat in het plangebied archeologische resten uit de Tweede Wereldoorlog te verwachten zijn.
Tijdens de oorlog hebben rondom het plangebied gevechtshandelingen plaatsgevonden tijdens de bevrijding. Hiervan kunnen binnen het plangebied nog resten worden verwacht. Stellingen worden niet verwacht maar de aanwezigheid van explosieven is niet uit te sluiten, zo is er in het plangebied al een explosief geruimd en in Amersfoort & Kamphuis, 1990/Jong, 1969 – 1994/ Indicatieve kaart Militair Erfgoed/VEO Bommenkaart/Ruimingskaart/Klep & Schoenmaker, 1995/Zwanenburg, 1990. 33
Rapport 10686.003 versie 2
Pagina 15 van 22
de omgeving verschillende waaronder mijnen langs de Leuneseweg. AVG heeft in 2016 in opdracht van de Provincie Limburg een vooronderzoek naar de aanwezigheid van conventionele explosieven uitgevoerd ter plaatse van de projectlocatie N270 via Venray – fase 1 (direct ten zuiden van het Plangebied) te Venray, het plangebied ligt binnen het analysegebied van dit onderzoek. Hieruit blijkt dat in het plangebied Ontplofbare Oorlogsresten verwacht kunnen worden. 34 Aanvullende informatie Archeologische Verenigingen Voor aanvullende informatie is contact gezocht met de plaatselijke Archeologische Werkgroep Venray (AWV). De heer R. Bloemen heeft hierop gereageerd met de mededeling dat ze vrijwel direct ten zuiden van het plangebied op twee locaties archeologische resten hebben aangetroffen. Bij een archeologische controle, aan de Zuivelweg 3 te Leunen (direct ten zuidwesten van het plangebied), zijn door leden van de AWV in 2014 vondsten en een spoor aangetroffen uit de prehistorie op een perceel waar eerder een varkensstal was gesloopt. Uit het spoor zijn scherven verzameld van een pot of urn welke door toedoen van een graafmachine kapot was gedrukt. Hierdoor is niet duidelijk wat dit grondspoor voorstelt. Mogelijk een graf of afvalkuil.
Bij naspeuren in het archief van de AWV bleek niet ver van deze vindplaats al een melding te zijn over prehistorische vondsten welke op 9 december 1959, door de toenmalige archeologische werkgroep, zijn gevonden in het talud van de aan te leggen weg tussen Veltum en Leunen. Deze weg staat nu bekent als Deurneseweg. De vindplaats lag aan de rand van het veld genaamd “Konsveld”, ook “Kaonsveld” geschreven (zie bijlage 7). Tijdens het onderzoek werden bij het graven van een proefsleuf op 1 meter onder het maaiveld 55 prehistorische scherven gevonden. Deze zaten in een kuil waarbij ook houtskool werd gevonden. Hierdoor is later gespeculeerd dat dit een oven kon zijn. De locatie is destijds door professor dr. P.J.R. Modderman (specialist prehistorie) geïnterpreteerd als zijnde een urnenveld. Hiermee dateren we de vondsten Late-Bronstijd – Vroege-IJzertijd (ongeveer 1050 - 400 v. Chr.). 2.8
Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel
Op grond van de gegevens uit het bureauonderzoek is de volgende gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld: Tabel IV.
34
Gespecificeerde archeologische verwachting
Archeologische periode
Gespecificeerde verwachting
Te verwachten complextype/resten
Relatieve diepte t.o.v. het maaiveld
(Laat-)Paleolithicum
Middelhoog
Kampementen, vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Mesolithicum
Middelhoog
Kampementen, vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Neolithicum
Hoog
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, houtskool en gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Bronstijd
Hoog
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, metaalresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Horst, 2016.
Rapport 10686.003 versie 2
Pagina 16 van 22
IJzertijd
Hoog
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Romeinse tijd
Hoog
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Vroege-Middeleeuwen
Hoog
Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Late-Middeleeuwen
Hoog
Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Nieuwe tijd
Hoog
Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen
Onder maaiveld/in het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Uit de landschappelijke ligging, waarschijnlijk op dekzandwelvingen (code L51yc) mogelijk 200 meter van de rand van een beekdal, blijkt dat het plangebied vanaf het Paleolithicum redelijk gunstig is geweest voor jagers en verzamelaars en vanaf het Neolithicum voor landbouwers. Uit de archeologische gegevens die verzameld zijn uit het onderzoeksgebied blijkt dat er in de omgeving van het plangebied sporen van menselijke activiteit zijn waar genomen uit het Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Een vuursteenvondst is breed gedateerd op Paleolithicum tot en met Bronstijd. Voor de rest zijn er geen vondstmeldingen bekend uit het Paleolithicum en Mesolithicum. Door archeologisch onderzoek is er een goed beeld van waar de jagers en verzamelaars hun tijdelijke kampementen vestigden. De jagers en verzamelaars waren afhankelijk van een aantal ecologische factoren, zoals het voedselaanbod en de aanwezigheid van grondstoffen in de omgeving van de locatie. Ze leefde van de jacht, visserij en het verzamelen van onder andere noten, vruchten en wortels. Dit soort voedsel was met name te vinden op het overgangsgebied van hoge en droge gronden naar lage en natte gronden, de gradiëntzone, en dichtbij water, zoals vennen en beken. Op dit soort locaties was ook drinkwater bereikbaar.
35 Gezien de mogelijke ligging 200 meter van een beekdal is de verwachting middelhoog voor de perioden Paleolithicum en Mesolithicum. Het ligt wat verder van de rand van het beekdal dan gebruikelijk is voor een gradiëntzone maar ook niet zover dat het uit te sluiten is. Voor de landbouwers zijn andere factoren van belang bij de locatiekeuze. Vanaf het Neolithicum ging men zich vestigen op één locatie. Om te kunnen blijven wonen op één plek werd het kunnen uitvoeren van landbouw een belangrijke factor. Voor akkerbouw is onder andere een vruchtbare bodem en een goede afwatering van belang.36 Gezien de waarschijnlijke ligging van het plangebied op dekzandwelvingen en de mogelijke aanwezigheid van een grafveld uit de Bronstijd-IJzertijd direct ten zuiden van het plangebied heeft het plangebied een hoge verwachting voor de perioden Neolithicum tot en met Vroege-Middeleeuwen. 35 36
Louwe Kooijmans et al., 2005. Louwe Kooijmans et al., 2005.
Rapport 10686.003 versie 2
Pagina 17 van 22
Vanaf de Middeleeuwen zijn schriftelijke bronnen bekend die de bekende locatiekeuzes en archeologische gegevens kunnen aanvullen. Vanaf de 13 e eeuw wordt de locatie langs kruisingen en splitsingen van doorgaande en lokale wegen ook van belang voor de locatiekeuze van een nederzetting. Deze nederzettingen kunnen zijn gegroeid tot de hedendaagse gehuchten en woonkernen. 37 Het plangebied ligt aan doorgaande wegen en op de oudste kaarten staat bebouwing in het plangebied. Daarnaast is het ook landschappelijk geschikt in de perioden Late-Middeleeuwen tot en met Nieuwe tijd waardoor het een hoge verwachting krijgt voor deze perioden. In het hele plangebied kunnen archeologische resten voorkomen uit alle archeologische perioden. De kans op het voorkomen van de resten is hoog voor alle perioden. Deze archeologische resten worden verwacht onder het eerddek en in de top van de oorspronkelijke C-horizont. De vondstenlaag is opgenomen onder in het eerddek; hier wordt ook wel van ‘cultuurlaag’ gesproken: een doorwerkte oude bodem tussen het eerddek en de ongeroerde ondergrond met kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, vuursteen en houtskool. Aan en direct onder het maaiveld worden archeologische resten verwacht uit de Nieuwe tijd. De vondstenlaag van deze resten zal zich niet dieper bevinden dan circa 30 cm beneden het maaiveld.
Archeologische sporen worden verwacht in de top van de C-horizont. Organische resten en metaal zullen door de relatief droge en zure bodemomstandigheden slecht zijn geconserveerd. Het complextype en de omvang kunnen niet nader worden gespecificeerd door de beperkte gegevens. Dat een gebied een middelhoge of hoge archeologische verwachting heeft, betekent niet dat eventuele aanwezige archeologische resten behoudenswaardig zijn. De waarde van archeologische vindplaatsen wordt grotendeels bepaald door de mate waarin grondsporen dan wel vondsten in situ bewaard zijn gebleven. Het plangebied is in het verleden in gebruik geweest als agrarisch gebied, akker, weiland, boomgaard, heeft bebouwing gekend (met erf) en is later in gebruik geraakt als sporterrein. Door ploegen/, plant- en rooiwerkzaamheden, bouw- en sloopactiviteiten alsook de aanleg van het sporterrein kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden, die vanaf het maaiveld worden verwacht, mogelijk verloren zijn gegaan. Vooral vindplaatsen uit het Paleolithicum en Mesolithicum, die voornamelijk bestaan uit vuursteenstrooingen, zijn erg gevoelig voor verstoringen. Het verploegen/vergraven van de E- en B-horizont kunnen deze vindplaatsen al dermate hebben aangetast dat ze niet meer behoudenswaardig zijn.
3
CONCLUSIE EN ADVIES
Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. In het hele plangebied kunnen archeologische resten voorkomen uit alle archeologische perioden en de kans daarop is middelhoog tot hoog. Gezien de mogelijke ligging 200 meter ten noorden van een beekdal is de verwachting middelhoog voor resten uit de perioden Paleolithicum en Mesolithicum. De waarschijnlijke ligging van het plangebied op dekzandwelvingen en de mogelijke aanwezigheid van een grafveld uit de Bronstijd-IJzertijd direct ten zuiden van het plangebied geeft het plangebied een hoge verwachting voor resten uit de perioden Neolithicum tot en met Vroege-Middeleeuwen. Het plangebied ligt aan doorgaande wegen en op de oudste kaarten staat bebouwing aan de noordoostzijde van het plangebied. Daarnaast is het ook landschappelijk geschikt in de perioden LateMiddeleeuwen tot en met Nieuwe tijd waardoor het een hoge verwachting krijgt voor deze perioden.
37
Renes, 1999.
Rapport 10686.003 versie 2
Pagina 18 van 22
Gezien de in dit bureauonderzoek opgestelde archeologische verwachting is binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen (zie figuur 10). Het vervolgonderzoek voor een groot deel van het plangebied kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een Inventariserend veldonderzoek, verkennend booronderzoek. Gezien de aanwezigheid van een historisch erf aan de noordoostzijde van het plangebied kan hier het beste een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek worden uitgevoerd. Gezien de omvang van het plangebied en de aanwezigheid van een hoge zwarte enkeerdgrond is in dit stadium voor een groot deel van het plangebied de meest geschikte onderzoeksmethode een verkennend booronderzoek. Verspreid in het plangebied dienen boringen te worden gezet met als doel om inzicht te krijgen in de toestand van het bodemprofiel. Tevens dient gekeken te worden naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen. Door middel van het verkennend booronderzoek dient te worden vastgesteld of er binnen het plangebied archeologische resten in situ te verwachten zijn. Gezien de ligging van de noordoostzijde van het plangebied in een historisch erf is in dit stadium, voort dit deel van het plangebied, de meest geschikte onderzoeksmethode een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek.
Booronderzoeken zijn in historische kernen minder geschikt gezien de grote kans op het voorkomen van puinlagen die aan historische bebouwing toegeschreven kunnen worden. Bij een proefsleuvenonderzoek dienen verspreid over het plangebied sleuven gegraven te worden met als doel om eventuele archeologische waarden te karteren en waarderen. Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. Bovenstaand advies is van Econsultancy. De resultaten van onderhavig onderzoek dienen te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Venray). De bevoegde overheid neemt vervolgens een besluit.
Rapport 10686.003 versie 2
Pagina 19 van 22
LITERATUUR Amersfoort, H. & P.H. Kamphuis, 1990: Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied. ‘s- Gravenhage. Berendsen, H.J.A., 2008: Fysische Geografie van Nederland, deel 1: De vorming van het land. Inleiding in de geologie en de geomorfologie. Van Gorcum, Assen. Doesburg, J. van, M. de Boer, J. Deeben, B.J. Groenewoudt en T. de Groot (red.), 2007: Essen in zicht. Essen en plaggendekken in Nederland: onderzoek en beleid. Amersfoort. Exaltus, R. & J. Orbons, 2009: Leunseweg, Venray. Gemeente Venray. Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O); Bureauonderzoek Verkennend en karterend booronderzoek. ArcheoPro Archeologisch rapport Nr 913. Maastricht. Horst, J. ter, 2016: Vooronderzoek N270 via Venray – fase 1. Rapport 1762131-VO-02. Heijen Jong, L. de, 1969-1994: Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. ‘s- Gravenhage. Klep C. & B. Schoenmaker, 1995: De Bevrijding Van Nederland 1944-1945 - Oorlog op de flank. Den Haag. Locher, W.P. & H. de Bakker, 1990: Bodemkunde van Nederland. Deel 1: Algemene bodemkunde. Malmberg, Den Bosch. Louwe Kooijmans,. L.P., P.W. van den Broeke, H. Fokkens, A. van Gijn (red.), 2005: Nederland in de prehistorie. Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam. Moonen et.al, 2008: Begrensd verleden; Een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart en de cultuurhistorische waardenkaart voor de gemeente Venray.
RAAP-rapport 1482, Weesp Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff, T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen. RAAP, 2011: Actualisatie verwachtingskaart en opstellen beleidskaart met bijbehorende beleidsregels. RAAP Adviesdocument 538, Weesp. Reijnders, A.P.M., 2019: Historisch bodemonderzoek Nieuwbouw “Medisch Centrum” aan de Sportlaan 4 te Venray. Rapportnummer: E199534.001/TRE. Voerendaal. Renes, J., 1999: Landschappen van Maas en Peel. Een toegepast historisch-geografisch onderzoek in het streekplangebied Noord- en Midden-Limburg. Eisma, Leeuwarden. Stichting voor Bodemkartering, 1968: Bodemkaart van Nederland, 1:50.000, blad 52 West Venlo. Vossen I. & I. Kaptein, 2007: Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek t.b.v. uitbreiding sporthal De Wetteling aan de Zuidsingel te Venray. Archeologische Rapporten Oranjewoud 2007/88. Heerenveen. Wageningen Environmental Research, 2017: Geomorfologische Kaart van Nederland (2017), schaal 1:50.000.
Rapport 10686.003 versie 2
Pagina 20 van 22
Zwanenburg G.J., 1990: En nooit was het stil - Kroniek van een luchtoorlog. Emmen. BRONNEN Aezal; internetsite, september 2022. https://aezel.eu/ontdekken/geografie/minuutplans Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, september 2022/oktober 2024. https://archis.cultureelerfgoed.nl Atlas Limburg; internetsite, augustus 2022.
https://portal.prvlimburg.nl/viewer/app/default Beeldbank Vrije Universiteit; internetsite, september 2022. http://imagebase.ubvu.vu.nl/cdm/compoundobject/collection/krt/id/5629/rec/1 Bodemloket, internetsite, september 2022. http://www.bodemloket.nl Dinoloket; internetsite, september 2022. http://www.dinoloket.nl/ Indicatieve kaart Militair Erfgoed; internetsite, september 2022. http://www.ikme.nl/ Kadaster, Basisregistratie Topografie (BRT) (2021) ‘TOP25raster’; internetsite, september 2022. https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/api/records/44061dee-c6cf-4a94-85137370867ad32e. NGR/Wageningen Environmental Research (2018), ‘BRO - Bodemkaart van Nederland 1:50.000’ internetsite, september 2022. https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search;jsessionid=11F26FB095C4D0E1D6 AC7C8A4B52D94D#/metadata/ed960299-a147-4c1a-bc57-41ff83a2264f. NGR/Wageningen Environmental Research (2019) ‘BRO - Geomorfologische Kaart van Nederland 1:50:000’, internetsite, september 2022. https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/459231d0-7379-4f26a444-7616e1d888f0. Provinciaal Omgevingsplan Limburg; internetsite, september 2022. https://www.limburg.nl/onderwerpen/cultuur/erfgoed/archeologie/arch-onderzoek/ PDOK/Rijkswaterstaat (2018) ‘Actueel Hoogtebestand Nederland 3 WCS’; internetsite, september 2022.
https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search;jsessionid=46C4686376C42712F15 3C906C9BEB9CD#/metadata/bfcc588f-9393-4c70-b989-d9e92ac2f493. Ruimingskaart; internetsite, september 2022. http://www.beobom.nl/ruimingskaart/
Rapport 10686.003 versie 2
Pagina 21 van 22
SIKB; internetsite, september 2022. https://www.sikb.nl Topotijdreis: 200 jaar topografische kaarten; internetsite, september 2022. https://www.topotijdreis.nl VEO Bommenkaart; internetsite, september 2022. http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/
Rapport 10686.003 versie 2
Pagina 22 van 22
Figuur 1. Het plangebied op de topografische kaart (1:25.000).
Rapport 10686.003 versie 2
Figuur 2. Het plangebied op de kadastrale kaart.
Rapport 10686.003 versie 2
Figuur 3. Het plangebied op een luchtfoto uit 2020.
Rapport 10686.003 versie 2
Figuur 4. Situering van het plangebied binnen de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Venray.
Rapport 10686.003 versie 2
Rapport 10686.003 versie 2
Figuur 5. Het plangebied op de geomorfologische kaart.
Rapport 10686.003 versie 2
Figuur 6. Het plangebied op het actueel hoogtebestand (AHN3).
Rapport 10686.003 versie 2
Figuur 7. Het plangebied op de bodemkaart.
Rapport 10686.003 versie 2
Figuur 8. Archeologische waarden en onderzoeken in de omgeving van het plangebied.
Rapport 10686.003 versie 2
Rapport 10686.003 versie 2
Figuur 9. Het plangebied op historische kaarten.
Situatie 1819 (bron: Beeldbank Vrije Universiteit)
Situatie 1821 (bron: Aezel)
Situatie 1895 (bron: Topotijdreis)
Situatie 1923 (bron: Topotijdreis)
Situatie 1936 (bron: Topotijdreis)
Situatie 1967 (bron: Topotijdreis)
medisch centrum te Venray. Het plangebied op historische kaarten. Legenda Plangebied
Rapport 10686.003 versie 2
Figuur 10. Advieskaart
Rapport 10686.003 versie 2
Bijlage 1 Ouderdom in jaren
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken
Chronostratigrafie
MIS
Holoceen 11.755 12.745 13.675 14.025
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
15.700
1 Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)
Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)
2
LaatPleniglaciaal 29.000
50.000
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal
3
Formatie van Kreftenheye
Formatie van Boxtel
4
75.000
VroegW eichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000
370.000 410.000
5a 5c 5d
Eemien (warme periode)
5e
Saalien (ijstijd)
6
Holsteinien (warme periode)
Formatie van Beegden
5b
Eem Formatie Formatie van Drente
Formatie van Urk
Elsterien (ijstijd) 475.000
Cromerien (warme periode) 850.000
Pre-Cromerien 2.600.000
Rapport 10686.003 versie 2
Formatie van Sterksel
Formatie van Peelo
Cal. jaren v/n Chr.
14
C jaren
Chronostratigrafie
Pollen zones
0
1950
Vb2
1500
Subatlanticum koeler vochtiger
450 0 12
Vb1 Va
Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem
Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd
800 815
2650
IVb Subboreaal koeler droger
2000
3755
IVa
5000
4900
5300
7020
8240
Atlanticum warm vochtig
III
Boreaal warmer
II
Preboreaal warmer
I
8000
9000
8800 11.755
10.150
12.745
10.800
13.675
11.800
14.025
12.000
15.700
13.000
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
Late Dryas
LW III
Allerød
LW II
Vroege Dryas LW I Bølling
35.000
Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)
Bronstijd
Neolithicum
Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend
Mesolithicum
parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra
VroegWeichselien (VroegGlaciaal)
perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap
Laat-Paleolithicum
75.000
115.000 130.000
Eemien (warme periode)
Midden-Paleolithicum loofbos
Saalien (ijstijd) 300.000
Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).
Rapport 10686.003 versie 2
Bijlage 2 AMK nr. 16277
16266
AMK-terreinen
Locatie
Datering
Waarde en omschrijving
445 meter ten noorden van het plangebied Venray te Venray Gemeente Venray Coördinaat: 195764/393128
Middeleeuwen laat Nieuwe tijd
485 meter ten zuidoosten van het plangebied Leunen te Leunen Gemeente Venray Coördinaat: 196382/391254
Middeleeuwen laat Nieuwe tijd
Complex: Stad Waarde: Terrein van hoge archeologische waarde Terrein met de oude stadskern van Venray. Op de AMK zijn historische dorpskernen en clusters oude bebouwing als gebieden van hoge archeologische waarde aangegeven. Dit is op grond van het belang van deze locaties, waar de wortels van de huidige dorpen of steden kunnen liggen. De begrenzing van deze kernen is gebaseerd op 19e-eeuwse en vroeg 20e-eeuwse kaarten. Binnen deze contouren kunnen in de bodem resten van vroegmoderne en waarschijnlijk ook van laatmiddeleeuwse (vanaf circa 1300 AD) bewoning aangetroffen worden. Ook sporen van oudere bewoning kunnen aanwezig zijn. Bedacht dient echter te worden dat de bewoning in de Vroege- en Volle-Middeleeuwen (tot circa 1300 AD) een meer dynamisch karakter gehad kan hebben en dat de plaats en grens ervan niet perse hoeft samen te vallen met die van de latere bewoning. Complex: Nederzetting Waarde: Terrein van hoge archeologische waarde Terrein met de oude dorpskern van Leunen. Op de AMK zijn historische dorpskernen en clusters oude bebouwing als gebieden van hoge archeologische waarde aangegeven. Dit is op grond van het belang van deze locaties, waar de wortels van de huidige dorpen of steden kunnen liggen. De begrenzing van deze kernen is gebaseerd op 19e-eeuwse en vroeg 20e-eeuwse kaarten.
Binnen deze contouren kunnen in de bodem resten van vroegmoderne en waarschijnlijk ook van laatmiddeleeuwse (vanaf circa 1300 AD) bewoning aangetroffen worden. Ook sporen van oudere bewoning kunnen aanwezig zijn. Bedacht dient echter te worden dat de bewoning in de Vroege- en Volle-Middeleeuwen (tot circa 1300 AD) een meer dynamisch karakter gehad kan hebben en dat de plaats en grens ervan niet perse hoeft samen te vallen met die van de latere bewoning.
Rapport 10686.003 versie 2
Bijlage 3 Zaaknummer (OMnummer) 4578991100
3293300100
Onderzoeksmeldingen
Locatie
Aard, uitvoerder en resultaten van het onderzoek
Zuidelijk deel plangebied ligt er in te Venray Gemeente Venray Coördinaat: 197704/392582 Direct ten noorden van het plangebied te Venray Gemeente Venray Coördinaat: 196032/392122
Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Antea Group Archeologie Datum: 2017-11-11 Resultaat: Geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 2015-07-13 Resultaat: Volgens de opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting ligt het plangebied op het zuidelijke deel van een dekzandrug, wat met name voor landbouwers een gunstige vestigingslocatie is geweest. De archeologische verwachting voor het Laat-Paleolithicum en het Mesolithicum is laag. De archeologische verwachting voor het Neolithicum, de Bronstijd, IJzertijd, Romeinse tijd en Middeleeuwen en de Nieuwe tijd is hoog. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 2015-07-14 Resultaat: Op basis van de aangetroffen verstoorde bodemprofielen kan worden geconcludeerd dat archeolo-ische waarden niet meer in situ worden verwacht. De gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderzoek, is door het booronderzoek bijgesteld naar laag voor alle perioden. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Archeopro Datum: 2009-02-17 Resultaat: Nergens binnen het plangebied zijn archeologische indicatoren aangetroffen.
In verband met de tot grote diepte verstoorde bodem en het ontbreken van archeologische indicatoren, geven de resultaten van het onderzoek geen aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren. Evenmin zijn tijdens het onderzoek archeologische resten aangetroffen waarmee tijdens de verdere planvorming of bij de uitvoering van de geplande werkzaamheden rekening zou moeten worden gehouden Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 2012-02-06 Resultaat: De archeologische verwachting voor het Laat-Paleolithicum en het Mesolithicum is laag. De archeologische verwachting voor het Neolithicum, de Bronstijd, IJzertijd, Romeinse tijd en Vroege-Middeleeuwen is middelhoog. De archeologische verwachting voor de LateMiddeleeuwen en de Nieuwe tijd is hoog. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 2012-02-08 Resultaat: Het hele plangebied is ontgraven is tot in de C-horizont. Hierdoor is een groot gedeelte van de mogelijke archeologische resten verloren gegaan. Op basis van de waargenomen bodemverstoringen en de aanwezigheid van bebouwing op een deel van de nieuwbouwlocatie, kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden niet meer in situ worden verwacht. Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek adviseert Econsultancy om het plangebied vrij te geven.
Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 2004-06-23 Resultaat: In opdracht van Gemeente Venray wordt een booronderzoek uitgevoerd op de locatie Acaciastraat te Venray. Het terrein ligt op een industrieterrein aan de zuidrand van de stad. Op de locatie zal nieuwbouw ten behoeve van de brandweerkazerne worden gerealiseerd. Aangezien er geen enkele archeologische indicator is aangetroffen, luidt het advies om geen verder archeologisch onderzoek uit te voeren. De uitkomst van het booronderzoek geven blijk van een verstoorde bodem in het plangebied op een diepte variërend tussen 90 en 200 cm onder maaiveld, waarbij het vermoedde esdek dusdanig verstoord is dat de aanwezigheid hiervan niet met zekerheid kon worden vastgesteld. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: BILAN Datum: 2004-07-06 Resultaat: Het plangebied ligt op een esdek in een regio waar waarnemingen uit alle archeologische
3293309100
Direct ten noorden van het plangebied te Venray Gemeente Venray Coördinaat: 196032/392122
2232646100 (33457)
Direct ten oosten van het plangebied te Venray Gemeente Venray Coördinaat: 196147/392056
2357379100 (50482)
45 meter ten zuidoosten van het plangebied te Leunen Gemeente Venray Coördinaat: 196151/391908
2357387100 (50483)
45 meter ten zuidoosten van het plangebied Leunseweg 22 te Leunen Gemeente Venray Coördinaat: 196151/391908
2049198100 (6734)
70 meter ten noordoosten van het plangebied Acaciastraat te Venray Gemeente Venray Coördinaat: 196229/392223
2050541100 (7050)
90 meter ten noordoosten van het plangebied Acaciastraat / Deurneseweg te Venray Gemeente Venray
Rapport 10686.003 versie 2
Coördinaat: 196278/392166
2168479100 (24316)
135 meter ten noordwesten van het plangebied Sporthal Zuidsingel te Venray Gemeente Venray Coördinaat: 195925/392274
2168487100 (24317)
135 meter ten noordwesten van het plangebied Sporthal Zuidsingel te Venray Gemeente Venray Coördinaat: 195924/392274
2217086100 (31280)
135 meter ten noorden van het plangebied Sporthal De Wetteling te Venray Gemeente Venray Coördinaat: 195940/392284 180 meter ten zuidoosten van het plangebied Molenhofweg te Leunen Gemeente Venray Coördinaat: 196336/391853
2336853100 (47800)
2384076100 (53937)
225 meter ten noordwesten van het plangebied Sportlaan te Venray Gemeente Venray Coördinaat: 195725/392210
2388856100 (54547)
225 meter ten noordwesten van het plangebied Sportlaan te Venray Gemeente Venray Coördinaat: 195725/392211
2444801100 (61740)
320 meter ten noorden van het plangebied Zuidsingel te Venray Gemeente Venray Coördinaat: 196237/392548 370 meter ten zuidoosten van het plangebied Van Berlostraat te Leunen Gemeente Venray Coördinaat: 196260/391578
2117042100 (17009)
Rapport 10686.003 versie 2
perioden bekend zijn. In het plangebied zelf werd in het verleden een neolithische vuistbijl gevonden aan de oppervlakte. Het plangebied ligt in een gebied met een hoge archeologische dichtheid naar IJzertijd toe. De Romeinse tijd is minder vertegenwoordigd. Een karterend booronderzoek werd aanbevolen. Er wordt geen vervolgonderzoek aanbevolen. De bodem is in het grootste gedeelte van het plangebied verstoord. Enkel in het centrale gedeelte werd bij vijf boorpunten een relatief onverstoorde bodem aangetroffen. In geen enkele boring werd een archeologische laag of een artefact aangetroffen. Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: Oranjewoud BV Datum: 2007-09-05 Resultaat: Aangezien geen vindplaats is aangetroffen kan geen waardering worden uitgesproken noch een selectieadvies worden gegeven. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Oranjewoud BV Datum: 2007-09-06 Resultaat: Tijdens het karterend booronderzoek zijn geen vindplaatsen aangetoond. Geadviseerd is geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Bevoegd gezag (toetsing provincie Limburg) is akkoord met advies (dd. 19-2-2008). Toetsing door SRE: geen instemming met advies. SRE stelt vervolgonderzoek d.m.v. proefsleuven voor. In 3 boringen zijn archeologische indicatoren aangetroffen: 2x aw (LME-NT) en 1x vuursteenfragmentje, onbewerkt.
De vondsten zijn afkomstig uit het plaggendek en naar alle waarschijnlijkheid met bemesting hier terecht gekomen. Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: BAAC BV Datum: 2008-10-13 Resultaat: Geen nader onderzoek aanbevolen vanwege het ontbreken van archeologische vindplaatsen. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 2011-08-04 Resultaat: Er is één boring gezet tot een diepte van 1,2 m -mv. De boringen is midden op het plangebied gezet. Volgens de bodemkaart wordt van nature een veldpodzolbodem in het plangebied verwacht. Op basis van het boorprofiel kan worden geconcludeerd dat deze bodem door de (diepe) bodemverstoring niet meer intact in het plangebied aanwezig is. Het bodemprofiel in het plangebied is verstoord tot een diepte van 90 cm mv. Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 2012-10-02 Resultaat: Volgens de opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting is de kans op het voorkomen van archeologische resten hoog voor resten vanaf het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd. De archeologische resten worden verwacht onder en in het esdek en in de top van de oorspronkelijke C-horizont.
Omdat van archeologische resten uit het LaatPaleolithicum en Mesolithicum uitsluitend vuurwerkstrooiingen en gebruiksvoorwerpen worden verwacht in de nabijheid van beekdalen is de verwachting dat deze in het plangebied aanwezig zijn laag. Econsultancy adviseert om een inventariserend veldonderzoek uit te voeren door middel van een verkennend booronderzoek, teneinde de op basis van het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde verwachting aan te vullen en te toetsen. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 2012-11-13 Resultaat: Op basis van de waargenomen bodemverstoringen en de afwezigheid van archeologische indicatoren, kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden niet meer in situ worden verwacht. Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek adviseert Econsultancy om het plan-gebied vrij te geven. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Archeodienst Gelderland BV Datum: 2014-05-21 Resultaat: Niet vermeld in Archis (vanwege faillissement uitvoerder). Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: Synthegra BV Datum: 2006-02-01 Resultaat: Geen vervolgonderzoek omwille van de verstoring van de bodem door de bouw van de champignonkwekerij met bijbehorende verhardingen en het woonhuis. Er werden geen
2188445100 (27218)
455 meter ten zuidoosten van het plangebied Korenmolen te Leunen Gemeente Venray Coördinaat: 196481/391642
2215611100 (31088)
475 meter ten zuiden van het plangebied St. Catharinastraat te Leunen Gemeente Venray Coördinaat: 195770/391367
2062376100 (9292)
495 meter ten zuidoosten van het plangebied Van Berlostraat te Leunen Gemeente Venray Coördinaat: 196515/391478
Rapport 10686.003 versie 2
archeologische indicatoren aangetroffen. De provincie Limburg onderschreef het advies. Type onderzoek: archeologische begeleiding Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 2006-08-14 Resultaat: "Regenwaterbuffer'' korenmolen te Leunen. In het vlak zijn een aantal oude beekarmen zichtbaar als een donkere verkleuring van ca. 1.5 meter breed en parallel lopend met de huidige beek, er zijn ook nog sporen van ontwateringsgreppels die ca. 20 centimeter breed zijn en haaks tegen over de beek lopen. Vaag is ook nog te zien over het gehele afgegraven vlak ploegsporen in al deze grondsporen zitten fragmenten van recente datum afvalmaterialen (baksteen, dakpan, aardewerk.) Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: SOB Research Datum: 2008-09-23 Resultaat: Omdat er uiteindelijk geen grondroerende werkzaamheden plaats zullen vinden, geen verder onderzoek Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: BAAC BV Datum: 2005-02-04 Resultaat: De bodem in drie kavels is verstoord tot onder de inspoelingshorizont van het dekzand. Voor deze kavels wordt geen vervolgonderzoek aanbevolen. De bodem in één kavel is onverstoord. Hier ligt een esdek op een dekzandbodem. Vanwege de geringe grootte van de kavel (1350 vierkante meter) wordt een archeologische begeleiding aanbevolen. In geen van de boringen zijn archeologische indicatoren aangetroffen.
Bijlage 4 Zaaknummer (Waarnemingsnr.) 2879846100
2217086100
Vondstmeldingen Locatie
Omschrijving
130 meter ten zuiden van het plangebied De Wieen te Leunen Gemeente Venray Coördinaat: 196025/391800 195 meter ten noordwesten van het plangebied te Venray Gemeente Venray Coördinaat: 195865/392285
Neolithicum - Nieuwe tijd : - fragmenten van keramische vaatwerk
IJzertijd : - handgevormd aardewerk Romeinse tijd : - handgevormd aardewerk Vroege-Middeleeuwen : - 2 fragmenten van gedraaid aardewerk
2168487100
2883271100
2217086100
210 meter ten noordwesten van het plangebied Sporthal Zuidsingel te Venray Gemeente Venray Coördinaat: 195900/392270 210 meter ten zuidwesten van het plangebied De Wieen te Leunen Gemeente Venray Coördinaat: 195725/391875
225 meter ten noordwesten van het plangebied Sporthal De Wetteling te Venray Gemeente Venray Coördinaat: 195929/392278
Nieuwe tijd : - 5 fragmenten van roodbakkend geglazuurd aardewerk - 3 fragmenten van industrieel wit (Maastrichts/Regout) Paleolithicum - Bronstijd : - fragment van een vuursteen object, Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - 2 fragmenten van roodbakkend geglazuurd aardewerk Bronstijd : - handgevormd aardewerk Bronstijd - IJzertijd : - handgevormd aardewerk - cultuurlaag Romeinse tijd : - 3 fragmenten van gedraaid aardewerk Vroege-Middeleeuwen : - keramische afval Late-Middeleeuwen : - fragment van grijsbakkend gedraaid aardewerk Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - 3 fragmenten van steengoed - 5 fragmenten van roodbakkend geglazuurd aardewerk
3115221100
3121637100
2883822100
240 meter ten oosten van het plangebied te Leunen Gemeente Venray Coördinaat: 196400/392050 455 meter ten noorden van het plangebied Venrayse Veld te Venray Gemeente Venray Coördinaat: 196225/392575 500 meter ten noorden van het plangebied Venrayse Veld te Venray Gemeente Venray Coördinaat: 196250/392625
Rapport 10686.003 versie 2
Nieuwe tijd : - 3 fragmenten van witbakkend geglazuurd aardewerk Neolithicum : - fragment van een vuursteen bijl
IJzertijd - Romeinse tijd : - handgevormd aardewerk Vroege-Middeleeuwen : - aardewerk IJzertijd : - handgevormd aardewerk
Bijlage 5
Bewoningsgeschiedenis van Nederland
Als aanvullende informatie wordt hieronder een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland weergegeven. Paleolithicum (tot circa 8800 v. Chr.) De vroegste bewoningssporen in Nederland uit deze periode dateren uit de voorlaatste ijstijd, circa 300.000-130.000 jaar geleden. Waarschijnlijk hebben in de koudste fasen van de ijstijden in Nederland geen mensen geleefd. Daarentegen was bewoning in de warmere perioden wel mogelijk. De mensen die hier toen leefden trokken als jagers/vissers/verzamelaars rond in kleine groepen en maakten gebruik van tijdelijke kampementen. Veranderingen in het klimaat zorgden voor een veranderende flora en fauna. Tijdens de koude perioden bestond het groot wild onder meer uit rendieren, mammoeten, paarden en steppewisenten. Vooral op paarden en rendieren werd in het LaatPaleolithicum intensief jacht gemaakt. Tijdens de warmere perioden werd er onder andere op herten, wilde zwijnen en oerossen gejaagd. Mesolithicum (circa 8800-4900 v. Chr.) Rond de overgang van het Pleistoceen naar het Holoceen (circa 9000 v. Chr.) verbeterde het klimaat voor een langdurige periode. De gemiddelde temperatuur steeg, waardoor de variatie in flora en fauna (o.a. bosontwikkeling) toenam. De mens kreeg nu de mogelijkheid om meer gevarieerd te eten: vruchten en andere eetbare gewassen stonden nu vaker op het menu.
Doordat de temperatuur steeg, trok het groot wild (met name rendieren) naar het noorden, en maakte plaats voor meer territoriumgebonden klein wild, vogels en vissen. Door deze veranderende leefomstandigheden werd de jachttechniek aangepast. De vuursteen bewerkingstechniek hield met deze ontwikkeling gelijke tred. Er werden kleine vuursteenspitsen vervaardigd die als pijl- en harpoenpunt werden gebruikt. Met de stijging van de temperatuur begon het landijs te smelten en de zeespiegel te stijgen. Het tot dan toe droge Noordzee-Bekken kwam onder water te staan. De groepen jagers/vissers/verzamelaars wisselden nog wel van locatie maar exploiteerden kleinere gebieden. In het voorjaar viste men in de rivieren, tijdens de zomer leefde men voornamelijk langs de kust, waar naast vis en schaaldieren ook zeehonden als voedselbron dienden. In de herfst verzamelde men noten en vruchten, terwijl in de winter op onder meer pelsdieren werd gejaagd. Neolithicum (circa 5300-2000 v. Chr.) Aan het begin van deze periode gingen het jagen, vissen en verzamelen een steeds minder belangrijke rol spelen. Men ging nu zelf cultuurgewassen telen en dieren houden bij het kamp.
Uit vondsten valt af te leiden dat het om twee groepen mensen gaat, enerzijds kolonisten met een vrijwel agrarische levenswijze, anderzijds om de autochtone mesolitische bevolking die een half agrarische levensstijl erop na gaat houden. Deze verandering ging gepaard met enkele technologische en sociale vernieuwingen zoals: het wonen op een vaste plek in een huis, het gebruik van vaatwerk van (gebakken) klei en de introductie van geslepen stenen dissels en bijlen. De bevolking groeide nu gestaag, mede door de productie van overschotten. Uit het Neolithicum zijn verschillende nu nog zichtbare grafmonumenten bekend, te weten grafkelders, hunebedden en grafheuvels. Bronstijd (circa 2000-800 v. Chr.) Het begin van dit tijdvak valt samen met het eerste gebruik van bronzen voorwerpen zoals bijlen. Vuurstenen werktuigen bleven, zij het minder, in gebruik. Het aardewerk uit deze periode is over het algemeen tamelijk zeldzaam. Vuursteenmateriaal uit de Bronstijd is meestal niet goed te onderscheiden van dat uit andere perioden. Lange tijd bleven bronzen voorwerpen zeer schaars binnen Nederlands grondgebied. Door het van nature ontbreken van de benodigde grondstoffen moest het brons worden geïmporteerd en ontstonden er handelscontacten over langere afstanden. Eén en ander had
Rapport 10686.003 versie 2
wel tot gevolg dat er binnen de bevolking grotere verschillen ontstonden door verschillen op basis van bezit. De grafheuveltraditie, die tijdens het Neolithicum haar intrede deed, werd in eerste instantie voortgezet, maar rond 1200 v. Chr. vervangen door begravingen in urnenvelden. Het gaat hier om ingegraven urnen met crematieresten waar overheen kleine heuveltjes werden opgeworpen, omgeven door een greppel. Een Kopertijd voorafgaand aan de Bronstijd wordt in Noordwest-Europa niet onderscheiden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Middellandse Zeegebied. Wel zijn uit het LaatNeolithicum koperen voorwerpen bekend. IJzertijd (circa 800-12 v. Chr.) In deze periode werden voor het eerst ijzeren voorwerpen vervaardigd. Voor de productie van werktuigen en wapens werd brons vervangen door ijzer. Er ontstond een inheemse ijzerproductie. Het gebruik van vuursteen voor het vervaardigen van werktuigen duurde nog in beperkte mate voort. Ten opzichte van de Bronstijd traden er in de aardewerktraditie geen radicale veranderingen op. Evenals in het Neolithicum en de Bronstijd woonden de mensen in verspreid liggende hoeven ('Einzelhöfe') of in nederzettingen bestaande uit maar enkele huizen; deze werden in een beperkt gebied nogal eens verplaatst. Op de hogere zandgronden ontstonden uitgebreide omwalde akkercomplexen (raatakkers).
Opvallend zijn de verschillen in materiële welstand (bezit van metalen voorwerpen), die mogelijk op sociale ongelijkheid duiden. In de zogenaamde vorstengraven uit Zuid Nederland, met daarin luxe, geïmporteerde bijgaven, zijn vermoedelijk lokale of regionale autoriteiten begraven. De meeste begravingen vonden nog immer plaats in urnenvelden. Tijdens de IJzertijd werd het Friese kustgebied gekoloniseerd en ontstonden de eerste terpen. Romeinse tijd (circa 12 v. Chr. - 450 n. Chr.) Met de komst van de Romeinen eindigt de prehistorie en begint de geschreven geschiedenis. Aangezien de schriftelijke bronnen slechts een zeer fragmentarisch beeld schetsen, is men toch nog in belangrijke mate aangewezen op de archeologie als informatiebron. Een tijd lang diende het Nederlandse rivierengebied als uitvalsbasis voor veldtochten in het noorden van Germanië. In 47 n. Chr. werd de Rijn definitief als Romeinse rijksgrens ingesteld. Ter controle en verdediging van deze zogenaamde 'limes' werden langs de Rijn, tot diep in Duitsland, 'castella' (militaire forten) gebouwd. De inheemse manier van leven handhaafde zich nog lange tijd. Wel werd, vooral na de opstand van de Bataven tegen de Romeinse overheersers in 69-70 n. Chr., de Romeinse invloed steeds duidelijker.
In veel inheems-Romeinse nederzettingen was bijvoorbeeld, naast het eigen handgevormde aardewerk, Romeins importaardewerk in gebruik, dat op de draaischijf was vervaardigd. Er werden, vooral in Limburg, grootse villa's (Romeinse herenboerderijen) gebouwd, hetzij nieuw gesticht, hetzij ontwikkeld vanuit een bestaande inheemse nederzetting. De Romeinen legden een voor die tijd al uitgebreide infrastructuur aan, waardoor het gebied steeds beter werd ontsloten. Op verschillende plaatsen ontstonden aanzienlijke nederzettingen, waarvan er enkele met een stedelijk karakter (zoals Nijmegen). De inheemse bevolking, ten noorden van de Limes, werd niet zo sterk beïnvloed door de Romeinse aanwezigheid. Er was wel sprake van handelscontacten en het uitwisselen van geschenken. In de tweede helft van de derde eeuw ontstond, onder meer door invallen van Germaanse stammen, een instabiele situatie die met korte onderbrekingen voortduurde tot in de vijfde eeuw. Uiteindelijk leidde dit in het jaar 406 tot de definitieve ineenstorting van de grensverdediging langs de Rijn. Middeleeuwen (circa 450-1500 n. Chr.) Over de Vroege-Middeleeuwen, vooral over het tijdvak 450-600 n. Chr., is relatief weinig bekend. Zowel historische bronnen als archeologische overblijfselen zijn schaars. De bevolkingsomvang was ten opzichte van de voorafgaande periode sterk afgenomen.
De marktgerichte economie verdween en de mensen vielen terug op zelfvoorziening. De politieke macht was na het wegvallen van de Ro-
Rapport 10686.003 versie 2
meinse staatsorganisatie in handen gekomen van regionale en lokale hoofdlieden. Een gezaghebbende status was nu vooral gebaseerd op militair succes en materiële welstand. Deze instabiele periode wordt ook wel aangeduid als de 'tijd van de volksverhuizingen'. Vanaf de 10e – 11e eeuw wordt een overheersende positie van de al dan niet adellijke grootgrondbezitters waargenomen. Dit vertaalt zich in nieuwe nederzettingsvormen als mottes, kastelen en versterkte hoeven. In verband met de aanhoudende bevolkingsgroei, en mede dankzij gunstige klimatologische omstandigheden, werd een begin gemaakt met het ontginnen van woeste gronden als bos, heide en veen. Veel van de huidige dorpen en steden dateren uit deze periode. Door de aanleg van dijken en kaden werden laaggelegen gebieden beschermd tegen wateroverlast. De heersende rivaliteit tussen de vorsten leidde, in combinatie met een zwak centraal gezag, veelvuldig tot lokaal geweld, waarvan de bevolking vaak het slachtoffer werd. Door het aanleggen van burgen, schansen, landweren en wallen trachtte men zich te beveiligen. Nieuwe tijd (1500-heden) De Nieuwe tijd kenmerkt zich door een groot aantal veranderingen vooral op het gebied van mens- en wereldbeeld. Er is sprake van een Europese overzeese expansie wat leidt tot handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie.
Er ontstaat een nieuwe wetenschappelijke belangstelling die resulteert in vele uitvindingen. Deze uitvindingen vormen de motor van de industriele revolutie. Er ontstaat een nationale staat die centraal bestuurd wordt. Als gevolg van deze ontwikkelingen neemt het belang en de omvang van steden toe en neemt de macht van adel af. Het grootste deel van de bevolking is niet meer werkzaam en woonachtig op het platteland maar in de steden. In verband met de aanhoudende bevolkingsgroei worden aan het eind van de 19 e tot het begin van de 20e eeuw op grote schaal woeste gronden gecultiveerd. Door de industriële revolutie komen steeds meer producten beschikbaar voor steeds meer mensen waardoor de welvaart stijgt. In de Nieuwe tijd vindt er eveneens een hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke Oudheid plaats, wat zich tot in het begin van de 20e eeuw uit in de kunsten.
Rapport 10686.003 versie 2
Bijlage 6
AMZ-cyclus
Het AMZ-proces Archeologisch onderzoek in Nederland wordt in het algemeen uitgevoerd binnen het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het gehele traject van de AMZ omvat een aantal stappen die elkaar kunnen opvolgen, afhankelijk van het resultaat van de voorgaande stappen. Om inhoudelijke, prijs- en planningstechnische redenen kan er soms voor gekozen worden om bepaalde stappen gelijktijdig uit te voeren. Bovendien kan, indien reeds voldoende gegevens bekend zijn, een stap worden overgeslagen. Elke stap eindigt met een rapport met daarin een advies voor de vervolgstappen. Na elke stap wordt er een besluit genomen door de bevoegde overheid, gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, op basis van de resultaten van het archeologisch onderzoek. Indien na een bepaalde stap blijkt dat geen nader vervolgonderzoek nodig is, wordt het archeologisch onderzoek afgesloten. Ook kan de bevoegde overheid besluiten dat een vindplaats van zo groot belang is, dat deze in situ behouden moet worden. Dan dienen de archeologische resten in de grond beschermd te worden door planaanpassing of planinpassing. Het begint met het bepalen van de onderzoeksplicht. Gemeentelijke, provinciale en landelijke archeologische waardenkaarten geven aan of het plangebied in een gebied ligt met een archeologische verwachting.
Indien dit het geval is, dan zal er in het kader van de planprocedure onderzoek verricht moeten worden om te bepalen of er archeologische waarden binnen het plangebied aanwezig zijn. Hiermee start de zogenaamde AMZ-cyclus (zie schema). De eerste fase: Bureauonderzoek Elk archeologisch onderzoek begint met een bureauonderzoek. Dit heeft tot doel het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende of verwachte archeologische waarden, binnen het plangebied om tot een gespecificeerd verwachtingsmodel te komen, op basis waarvan een beslissing genomen kan worden ten aanzien van een eventuele vervolgstap. De tweede fase: Inventariserend VeldOnderzoek (IVO) Het doel van een IVO is het aanvullen en toetsen van het gespecificeerde verwachtingsmodel. Het IVO moet informatie geven over de aan- of afwezigheid, de aard, het karakter, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden. Inventariserend Veldonderzoek; Booronderzoek en Veldkartering Door een booronderzoek kan er een goede inschatting gemaakt worden van de kans op archeologische waarden (grondsporen en daarmee samenhangende voorwerpen). Bij het booronderzoek is een onderscheid aangebracht in een verkennende, karterende en waarderende fase.
De verkennende fase heeft tot doel inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze. Op deze manier worden kansarme zones uitgesloten en kansrijke zones geselecteerd voor de volgende fasen. Tijdens de karterende fase wordt het onderzoeksgebied systematisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische vondsten of sporen. De waarderende fase sluit aan op de karterende fase. Het waarnemingsnet kan verdicht worden om de horizontale begrenzing, ligging en omvang van archeologische vindplaatsen vast te stellen. Een veldkartering wordt uitgevoerd wanneer vondsten of sporen aan de oppervlakte worden verwacht en zichtbaar zijn op het moment dat het onderzoek uitgevoerd wordt. Dit type onderzoek bestaat uit het systematisch belopen van het maaiveld van het plangebied.
Rapport 10686.003 versie 2
Inventariserend Veldonderzoek; Proefsleuven Als uit vooronderzoek blijkt dat binnen het plangebied archeologische resten aangetroffen kunnen worden kan de bevoegde overheid beslissen tot een proefsleuvenonderzoek. Proefsleuven zijn lange sleuven van minimaal twee tot vijf meter breed die worden aangelegd in de zones waar in de voorgaande onderzoeksfase aanwijzingen voor vindplaatsen zijn aangetroffen. De KNA schrijft voor dat bij een dergelijk onderzoek minimaal 5% van het te verstoren gebied onderzocht dient te worden. Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen en indien proefsleuvenonderzoek door praktische redenen niet uitvoerbaar is, kan besloten worden tot proefsleuven variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen, die aanleiding geven tot nader onderzoek, kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan.
De derde fase: Opgraven Indien de archeologische resten niet in situ bewaard kunnen blijven, maar wel van belang zijn voor de wetenschap, kan de bevoegde overheid besluiten over te gaan tot een opgraving. Het doel hiervan is volgens de KNA het documenteren van gegevens en het veiligstellen van materiaal van vindplaatsen om daarmee informatie te behouden, die van belang is voor kennisvorming over het verleden. Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen, kan besloten worden tot een opgraving variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen, die aanleiding geven tot nader onderzoek, kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan.
Rapport 10686.003 versie 2
Schema van de Archeologische Monumenten Zorg Vergunningaanvraag/ruimtelijke ontwikkeling ▼ Toetsing aan archeologisch beleid (Gemeente, Provincie, Rijk) ▼ Bureauonderzoek* (verzamelen gegevens en opstellen verwachtingsmodel) ▼ Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ▼ Inventariserend veldonderzoek* ▼ ▼ Verkennend veldonderzoek ►**** Karterend veldonderzoek Door middel van: Door middel van: - terreininspectie - oppervlaktekartering booronderzoek** - booronderzoek** - proefsleuven*** ▼ ▼***** Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ▼ Bewezen of hoge kans op de aanwezigheid van archeologie ▼****** Waarderend veldonderzoek door middel van proefsleuven*** (variant begeleiding) ▼ Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ▼ ▼ Opgraven*** Beschermen Verwijderen van de Bescherming van de archeologische archeologie door resten door archeoplanaanpassing logen (variant begeleiding)
► Vergunningverlening indien geen onderzoek noodzakelijk wordt geacht.
► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden). Ook kan besloten worden over te gaan op het begeleiden van de graafwerkzaamheden door archeologen.***
► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden). Ook kan besloten worden over te gaan op het begeleiden van de graafwerkzaamheden door archeologen.*** ► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie, wel archeologische waarden aanwezig maar geen vervolgonderzoek noodzakelijk op grond van waardering. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden).
* Combinatie bureauonderzoek en IVO verkennende of karterende fase mogelijk, indien een PvA aanwezig is. ** Voorafgaand aan het booronderzoek dient een PvA worden opgesteld, toetsing door de bevoegde overheid. *** Voorafgaand aan het onderzoek dient een PvE en PvA te worden opgesteld, toetsing door de bevoegde overheid. **** Na een verkennend booronderzoek kan de bevoegde overheid besluiten dat een aanvullend karterend bureauonderzoek moet worden uitgevoerd. ***** Een combinatie van bureauonderzoek en IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven is mogelijk, indien een PvA en een goedgekeurd PvE aanwezig is en met instemming van de bevoegde overheid. ****** Een combinatie van bureauonderzoek en IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven of een IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven is mogelijk, indien een PvA en een goedgekeurd PvE aanwezig is en met instemming van de bevoegde overheid.
Rapport 10686.003 versie 2
Bijlage 7
Gegevens Archeologische weekgroep Venray
Vondst van Prehistorische scherven in het talud van de weg van Veltum naar Leunen, tegenover St. Petrus Molen. Op de rand van het veld genaamd “Kaonsveld”. Op deze locatie vermoed professor Modderman een urnenveld.