CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 10 Nader ecologisch onderzoek

Gemeenteraad 23 september 2025, gemeente VenrayBij agendapunt: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c, Nieuw Medisch Centrum Venray3.666 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan Flora en Fauna Wieënhof 1 te Venray

Projectgegevens Rapportnummer Datum rapportage Versienummer

: N230002 : 18 november 2024 : 1

Quickscan Flora en Fauna Wieënhof 1 te Venray

Opdrachtgever

: Pouderoyen B.V., de heer B. Weekers Wijchenseweg 102 (2e etage) 6538 SX NIJMEGEN

Contactpersoon Aelmans Milieu Ecologisch medewerker Datum uitvoering veldwerk

: de heer J.J. Jager MSc : .J. Jager MSc, P.A.M. Heesakkers, J.G.A Timmermans, Y.C. van der Sterren BSc : 27-05-2024 t/m 06-09-2024

Opsteller rapportage Handtekening

: J.J. Jager MSc :

Controle rapportage Handtekening

: Y.C. van der Sterren BSc :

Rapportstatus

: definitief

Aelmans Milieu is een handelsnaam van Aelmans Milieu Oss B.V. Landweerstraat-Zuid 109 5349 AK Oss T (0412) 65 50 58 oss@aelmans.com www.aelmans.com/milieu

Op onze dienstverlening zijn de algemene voorwaarden van Aelmans Milieu Oss B.V. van toepassing die u vindt op www.aelmans.com. Aelmans Milieu Oss B.V., h.o. Aelmans Milieu, is inschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 16077486. Dit rapport is opgesteld in opdracht, is vertrouwelijk en mag niet worden gedupliceerd of aan derden openbaar worden gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever. Alleen aan het volledige originele document kunnen rechten worden ontleend door de opdrachtgever. Derden (met uitzondering van bevoegde gezagen) kunnen geen rechten ontlenen aan dit rapport. Aelmans Milieu is niet aansprakelijk voor schade die direct dan wel indirect voortvloeit uit conclusies, aannames en/of aanbevelingen die vermeld staan in dit rapport. Aelmans Milieu is niet aansprakelijk voor mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van dit rapport zelf neemt. Sjabloonversie januari 2024

Inhoud 1

Inleiding ...................................................................................................................1 1.1 Aanleiding ............................................................................................................................... 1 1.2 Doelstelling ............................................................................................................................. 2 1.3 Omschrijving plangebied ........................................................................................................ 3

2

Wettelijk kader ........................................................................................................4 2.1 Omgevingswet ........................................................................................................................ 4 2.2 Zorgplicht ................................................................................................................................ 4 2.3 Activiteiten met betrekking tot dieren of planten in het wild................................................ 5 2.4 Rijksdienst voor Ondernemend Nederland ............................................................................ 5

3

Methode ..................................................................................................................6 3.1 Vleermuizen............................................................................................................................ 6

4

Resultaten ...............................................................................................................8 4.1 Vleermuizen............................................................................................................................ 8 4.2 Overige soorten ...................................................................................................................... 9

5

Conclusie ...............................................................................................................10 5.1 Vleermuizen.......................................................................................................................... 10 5.2 Overige soorten .................................................................................................................... 10

Bijlage 1

Kaartmateriaal

Bijlage 2

Literatuurlijst

Bijlage 3

Factsheet verlichting

N230002

1 Inleiding 1.1

Aanleiding Pouderoyen B.V. heeft, in verband met de bouw van een nieuw zorgcentrum en aanleg van een nieuwe ontsluitingsweg, aan Aelmans Milieu opdracht gegeven voor het uitvoeren van een naderonderzoek met betrekking het voorkomen van gebouwbewonende vleermuissoorten ter plaatse van het perceel de Wieënhof 1 te Venray. De contactpersoon namens de opdrachtgever was de heer B. Weekers. De werkzaamheden bij Aelmans Milieu zijn gecoördineerd door de heer J.J. Jager MSc.

Figuur 1: de te onderzoeken delen met links de bomen met gaten en rechts de bestaande gevel welke geschikt is voor vleermuizen.

Op de onderzoekslocatie staat een pand waar dicht nabij (c.a 3 meter) de bestaande gevel een nieuw pand wordt gerealiseerd. Doordat dit nieuwe pand dichtbij het bestaande pand wordt gerealiseerd kan dit de aanvliegroute naar bestaande verblijfplaatsen van vleermuizen blokkeren. Uit een eerder uitgevoerde quickscan flora en fauna van Econsultancy (Rapportage quickscan Wet natuurbescherming nieuw medisch centrum te Venray, kenmerk: 10686.004, d.d. 15 september 2022), blijkt dat het pand mogelijk gebruikt kan worden als verblijfplaats door gebouwbewonende vleermuissoorten. Ook zal er een nieuwe ontsluiting worden gerealiseerd hiervoor moeten enkele bomen mogelijk gerooid worden waaronder een boom die uit een eerder uitgevoerde winterinspectie door Econsultancy (winterinspectie jaarrond beschermde nesten, eekhoornnesten en verblijfplaatsen vleermuizen, kenmerk: 10686.008, d.d. 15 februari 2023) holtes blijkt te hebben die geschikt zijn voor boombewonende vleermuizen (figuur 2).

Nader onderzoek Flora en Fauna Wieënhof 1 te Venray Aelmans Milieu

1

N230002

Figuur 2: De resultaten van het winteronderzoek met de bomen waarvan de gaten geschikt zijn voor vleermuizen (gele driehoeken) en ongeschikt bleken (blauwe bollen). de ontsluiting zal tussen bomen 7 en 8 gerealiseerd worden (rode contour).

1.2

Doelstelling Dit onderzoek zal antwoord geven op de volgende onderzoeksvragen: •

Zijn er verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig binnen de onderzoekslocatie?

•

Als er verblijfplaatsen voor vleermuizen aanwezig zijn, voor welke soorten, hoeveel individuen, en welke functie hebben deze verblijfplaatsen?

•

Is er sprake van een vliegroute nabij de bomenlaan?

•

Leiden de werkzaamheden tot een verlies of verstoring van de aanwezige verblijfplaatsen en vliegroute?

•

Is een vergunningsaanvraag noodzakelijk voor het uitvoeren van de bouw- en rooiwerkzaamheden?

Nader onderzoek Flora en Fauna Wieënhof 1 te Venray Aelmans Milieu

2

N230002

1.3

Omschrijving plangebied De onderzoekslocatie is gelegen aan de rand van het dorp Venray. De directe omgeving bestaat hoofdzakelijk uit woonhuizen met siertuinen ten noorden en oosten, en velden en buitengebied ten westen en zuiden. De dorpskern ligt ten noorden. Het te bouwen pand wordt gerealiseerd op een intensief beheerd sportveld. Het nieuw te bouwen pand zal dicht tegen de westgevel van het Wieënhof 1 komen en de ontsluiting zal ten zuiden op de weg In de Wieën aansluiten. Voor de ontsluiting zal een deel van de hier aanliggende bomenlaan gerooid worden. De muren van het Wieënhof zijn relatief nieuw, maar het mortel en voegwerk is in een zeer slechte staat.

Nader onderzoek Flora en Fauna Wieënhof 1 te Venray Aelmans Milieu

3

N230002

2 Wettelijk kader 2.1

Omgevingswet De bescherming van natuurgebieden en van nature in het wild levende dieren of planten is in artikel 4.3. lid 1 onder j, en o en lid 3 onder d van de Omgevingswet opgenomen. De bescherming is gericht op het beschermen en ontwikkelen van de natuur en het in standhouden en herstellen van de biologische diversiteit. Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), onderdeel van de Omgevingswet, beschrijft 3 afdelingen met activiteiten waarvoor regelgeving is opgesteld: 1. Activiteiten met mogelijke gevolgen voor Natura 2000-gebieden of bijzondere nationale natuurgebieden (Afdeling 11.1 van het Bal) 2. Activiteiten met betrekking tot dieren of planten in het wild (Afdeling 11.2 van het Bal) 3. Activiteiten die houtopstanden, hout en houtproducten betreffen (Afdeling 11.3 van het Bal) Onder de Omgevingswet geldt een specifieke zorgplicht per activiteiten groep. Volgens de zorgplicht dient men redelijkerwijs de nadelige gevolgen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken en indien de gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt achterwegen te laten.

2.2

Zorgplicht Onder artikelen 11.6, 11.27 en 11.116 van het Bal zijn specifieke zorgplichten opgesteld. De zorgplicht geldt voor ieder die een activiteit uitvoert waarbij redelijkerwijs vermoed kan worden dat deze nadelige gevolgen kan hebben op in het wild levende dieren, planten, bomen maar ook natuurgebieden. Volgens de zorgplicht dient men redelijkerwijs de nadelige gevolgen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken en indien de gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt achterwegen te laten. Voornamelijk voor de minder streng beschermde soorten geldt in praktijk dat onnodig doden, verwonden of beschadigen vermeden dient te worden. Voor flora en fauna- en Natura 2000-activiteiten houdt de zorgplicht in dat voorafgaand aan de activiteit een quickscan flora en fauna wordt uitgevoerd naar de aanwezigheid van beschermde soorten, hun leefgebieden en natuurgebieden. Als deze aanwezig zijn kunnen, indien mogelijk op grond van objectieve gegevens, nadelige gevolgen worden uitgesloten voor dieren van die soorten, hun nesten, foerageerplaatsen, voortplantingsplaatsen, rustplaatsen en eieren, of voor beschermde planten en natuurgebieden. Indien dit niet mogelijk is kunnen de gevolgen met passende maatregelen worden voorkomen. Deze dienen wel gecontroleerd te worden.

Indien de maatregelen het beoogde effect niet hebben moeten de werkzaamheden gestaakt worden of, als dit redelijkerwijs niet meer mogelijk is, moeten passende herstelmaatregelen worden getroffen.

Nader onderzoek Flora en Fauna Wieënhof 1 te Venray Aelmans Milieu

4

N230002

2.3

Activiteiten met betrekking tot dieren of planten in het wild Het is verboden om zonder een omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit uit te voeren (art. 5.1 lid 2 onder g, Omgevingswet). Een flora- en fauna-activiteit is een activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten. Vergunningsplichtige gevallen zijn in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) onderverdeeld in drie beschermingsregimes: 1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (§11.2.2 van het Bal). De wet voorziet ook in de bescherming van de nesten, rustplaatsen en eieren en het verbieden van het opzettelijk verstoren van vogels. 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn (§11.2.3 van het Bal). Hierbij gaat het om de bescherming van de soorten genoemd in deze verdragen, hun voortplantings- of rustplaatsen, en het vernielen van beschermde planten door plukken afsnijden of ontwortelen. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. 3. Beschermingsregime andere soorten. Dit zijn soorten die genoemd zijn in de bijlage IX van het Bal.

Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers (onderdeel A van de bijlage), hun vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen en vaatplanten (onderdeel B van de bijlage) voorkomend in Nederland (§11.2.4 van het Bal). De bescherming van vleermuizen en hun verblijfplaatsen vallen onder het tweede beschermingsregime.

2.4

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Ecologisch onderzoek valt niet onder een erkenningsregeling, er worden echter wel randvoorwaarden gesteld aan de competenties van de personen die het veldwerk uitvoeren. Door het RVO is een omschrijving opgesteld van een ecologisch deskundige. Een ecologische deskundige is iemand die ecologisch advies geeft of werkzaamheden begeleidt op het gebied van habitats en soorten. Hij of zij heeft schriftelijk voldoende aantoonbare ervaring en specifieke ecologische kennis om ecologisch onderzoek te kunnen doen. Hij of zij: • (her)kent de functionaliteit van leefgebieden van beschermde soorten; • heeft kennis van de algemeen erkende onderzoeksmethoden; • kan ecologische werkprotocollen uitwerken; • kan specifieke maatregelen begeleiden. J.J. Jager MSc, P.A.M. Heesakkers, J.G.A Timmermans, Y.C. van der Sterren BSc voldoen aan de bovengenoemde voorwaarden.

Nader onderzoek Flora en Fauna Wieënhof 1 te Venray Aelmans Milieu

5

N230002

3 Methode 3.1

Vleermuizen In de reeds uitgevoerde quickscan flora en fauna van Econsultancy, word het bestaande pand geschikt geacht voor de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en meervleermuis. De te rooien bomen met gaten wordt door Econsultancy geschikt geacht voor de rosse vleermuis, franjestaart, Brandt's vleermuis, baardvleermuis, bosvleermuis en watervleermuis. Voor de te verwachten vleermuissoorten is gewerkt conform de richtlijnen van het vleermuisprotocol, dat is opgesteld door het vleermuisvakberaad van het Netwerk Groene Bureaus en de Zoogdiervereniging (versie januari 2021). Voor de vleermuizen zijn in de periode 15 mei tot en met september 2022 5 bezoeken uitgevoerd. Het overzicht van de veldbezoeken staat weergegeven in tabel 1. Tabel 1 Overzicht van de veldbezoeken voor vleermuizen

Datum

Type

Tijdsduur

Weer

Temperatuur

27-05-2024

Kraam- en Zomerverblijf, vliegroute Kraam- en zomerverblijf, vliegroute Kraam- en zomerverblijf Zomer- en paarverblijf Zomer- en paarverblijf

02:29 – 05:29

Overwegend droog Zwaar bewolkt ZW 1 BFT Bewolkt kort miezer ZW 2BFT

12°C

Zonsopkomst & –ondergang 05:29

9°C

21:55

13-06-2024

03-07-2024

21:55 – 00:30

21:56 – 00:26

Droog, Bewolkt, 14°C 21:56 ZZW 2BFT 16-08-2027 23:08 – 01:08 Droog, Bewolkt 18°C 20:54 ZW 2BFT 06-09-2024 20:10 – 23:00 Droog, zwaar 20°C 20:10 bewolkt NW1 BFT Tijdens het veldbezoek is door 2 veldwerkers de westgevel van het Wieënhof 1 en de bomenlaan geobserveerd op de aanwezigheid van vleermuizen. Door strategische plaatsen in te nemen en vooraf bepaalde looproutes te volgen zoals aangegeven in figuur 3 was het mogelijk om meer dan 75% van de westgevel en bomenlaan te observeren. Tijdens het veldbezoek werd er naargelang de starttijden gekeken naar vleermuizen die uitvlogen, invlogen of duidelijke binding met het pand of boom hadden. Ook is er tijdens het paarseizoen (najaar) gelet op baltsgeluiden en of er paarverblijven in de het pand of bomen aanwezig zijn. Bij een aantal soorten (bijv. de gewone dwergvleermuis) onderhoudt een mannetje een territorium waarin hun paarverblijf ligt. Bij deze soorten vliegt een mannetje rond terwijl deze ook baltsroepen maakt. Hierdoor kan er binding met een pand of boom worden waargenomen waarin waarschijnlijk een paarverblijf is.

Nader onderzoek Flora en Fauna Wieënhof 1 te Venray Aelmans Milieu

6

N230002

Voor het veldwerk werd gebruik gemaakt van de Elekon batlogger M2 en de Elekon batscanner. Hiermee worden de ultrasone geluiden van vleermuizen omgezet in hoorbaar geluid. Daarbij is het met de batlogger mogelijk om de geluiden op te nemen en met behulp van software te analyseren. Hierdoor kunnen sommige soorten accurater gedetermineerd worden. Ook is tijdens het onderzoek gebruik gemaakt van een warmtebeeld camera van Zeiss om het gedrag van de vleermuizen beter te kunnen observeren.

Figuur 3: met de strategische plaatsen (rood) was het mogelijk om meer dan 75% van de westgevel en bomenlaan te observeren. De zwarte pijlen geven de kijkrichtingen aan en de blauwe lijnen de looprichting..

Nader onderzoek Flora en Fauna Wieënhof 1 te Venray Aelmans Milieu

7

N230002

4 Resultaten 4.1

Vleermuizen Tijdens het veldbezoek zijn 6 soorten waargenomen binnen de onderzoekslocatie. Deze soorten zijn de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, gewone grootoorvleermuis en ingekorven vleermuis. Van de waarnemingen was de gewone dwergvleermuis de meest voorkomende. Tabel 2: Vleermuiswaarnemingen per bezoek.

Veldbezoek

Soorten

Aantal

waarneming

1

Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Gewone dwergvleermuis Kleine dwergvleermuis Laatvlieger Gewone dwergvleermuis Kleine dwergvleermuis Rosse vleermuis Laatvlieger Gewone grootoorvleermuis Gewone dwergvleermuis Rosse vleermuis Gewone dwergvleermuis laatvlieger

6 1

Overvliegend of foeragerend Overvliegend

10 4 2 19 6 4 2 1

Overvliegend of foeragerend Overvliegend of kort foeragerend Overvliegend Overvliegend of foeragerend Overvliegend of kort foeragerend Overvliegend Overvliegend Overvliegend

8 1 3 1

Overvliegend met baltsgeluiden Overvliegend Overvliegend met baltsgeluiden Overvliegend

2

3

4 5

Onder verblijfplaatsen is een onderscheid van 5 soorten namelijk; kraam-, zomer-, winter-, massawinter- en paarverblijfplaats. Tijden het onderzoek zijn geen van deze type verblijfplaatsen waargenomen. Met behulp van de geluidsopnames is geconfirmeerd dat er enkele baltsende vleermuizen zijn komen overvliegen, echter is er geen paarterritorium in of nabij de onderzoekslocatie vastgesteld en is er geen binding met het pand waargenomen. Tijdens de veldbezoeken zijn er vleermuizen overvliegend waargenomen, met name langs de bomenlaan en aan de zuidelijke randen van de velden. Vermoedelijk ligt de locatie naast of onder een vliegroute. De bomenlaan langs de In de Wieën wordt gebruikt als vliegroute.

Nader onderzoek Flora en Fauna Wieënhof 1 te Venray Aelmans Milieu

8

N230002

4.2

Overige soorten Ten tijde van alle 5 veldbezoeken is gelet op de aanwezigheid van beschermde diersoorten die initieel niet in dit onderzoek worden onderzocht. Tijdens de veldbezoeken zijn geen waarnemingen gedaan van andere beschermde diersoorten zoals marterachtigen, uilen of gierzwaluwen. Wel blijkt dat de onderzoekslocatie wordt gebruikt als foerageergebied van algemene vogelsoorten zoals merel, scholekster, boomkruiper, vink en dergelijken. Ook broedde er tijdens het onderzoek een scholekster op het pand en hingen er boomkruipers aan de gevel te slapen. De geplande werkzaamheden hebben geen effect op deze soorten.

Nader onderzoek Flora en Fauna Wieënhof 1 te Venray Aelmans Milieu

9

N230002

5 Conclusie 5.1

Vleermuizen Op de onderzoekslocatie zijn in de te rooien bomen en het nabijgelegen pand geen verblijfplaatsen van vleermuizen waargenomen. Wel is er tijdens het najaar binding met het pand waargenomen, echter was dit aan de westzijde wat niet onder invloed is van de geplande werkzaamheden. Derhalve leidt de bouw van het nieuwe pand niet tot een overtreding van de Omgevingswet. Een vergunningsaanvraag voor een flora en fauna activiteit in het kader van de Omgevingswet is niet noodzakelijk. De houtwal wordt gebruikt als vliegroute door vleermuizen, Ter plaatse van de aan te leggen ontsluitingsweg is reeds een gat in deze houtwal, echter is deze deels gevuld met hoog gegroeide struiken. Deze struiken zullen gerooid worden met mogelijk de direct hiernaast gelegen bomen. Gezien de bomen aan de overzijde van de openbare weg met hun blad kroon aansluiten met de te behouden bomen van de laan kan hier door vleermuizen het gat overbrugt worden. Zodoende kunnen vleermuizen de route blijven gebruiken ondanks de voorgenomen kap, echter dient deze vliegroute niet verstoort te worden met verlichting. Geadviseerd wordt om vleermuisvriendelijke verlichting aan te leggen zodat de houtwal als vliegroute kan blijven fungeren. Zie voor de inrichting van vleermuisvriendelijke verlichting bijlage 3.

Gezien de onderzoekslocatie naast of onder een migratie route ligt wordt er geadviseerd om tijdens de sloop- en bouwwerkzaamheden vleermuisvriendelijke verlichting toe te passen. Ook wordt geadviseerd om de bouwlampen in de avond- en schemeruren uit te schakelen of naar beneden en naar de locatie toe te richten.

5.2

Overige soorten De te rooien bomen en struiken kunnen door algemene broedvogels gebruikt worden als broedlocatie. Deze soorten zijn bij een ruimtelijke ontwikkeling vrijgesteld waardoor een vergunningsaanvraag voor een flora en fauna activiteit in het kader van de Omgevingswet niet noodzakelijk is. Wel dient er voor vogels rekening gehouden te worden met het broedseizoen. Dit houdt in dat de rooiwerkzaamheden buiten het broedseizoen uitgevoerd moeten worden. Indien dit niet mogelijk is zal er voor aanvang van de rioolwerkzaamheden een broedcontrole uitgevoerd moeten worden.

Nader onderzoek Flora en Fauna Wieënhof 1 te Venray Aelmans Milieu

10

Bijlage 1 Kaartmateriaal

Bijlage 1

Uw referentie: N230002

Kadastrale kaart

Uw referentie: N230002

Deze kaart is noordgericht

12345 25

Schaal 1: 500

Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens

Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Venray L 3347

Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 14 november 2024 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

Bijlage 2 Literatuurlijst

Literatuurlijst • Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) – Hoofdstuk 11 (https://www.omgevingsweb.nl/wpcontent/uploads/po-assets/379207.pdf) • Bij12 Kennisdocumenten (www.bij12.nl/onderwerp/natuurinformatie/kennisdocumentensoorten-natuurbescherming/) • De zoogdiervereniging (www.zoogdiervereniging.nl) • Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (https://minlnv.nederlandsesoorten.nl/ content/rode-lijsten) • NGB Soortinventarisatieprotocollen (www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aankwaliteit/soortinventarisatieprotocollen) • NDFF Verspreidingsatlas (www.verspreidingsatlas.nl/) • Rijksoverheid (www.rijksoverheid.nl) • Slagboom en Peters (app.slagboomenpeeters.com) • Waarneming (www.waarneming.nl)

Bijlage 3 Factsheet verlichting

Factsheets stadsnatuur

Factsheet vleermuizen

WAT

Duurzame verlichting is zuinig én natuurvriendelijk Nachtelijke verlichting is belangrijk voor de veiligheid van verkeer, woon- en werkomgeving. Verlichting is alleen duurzaam als zij energiezuinig is en nachtdieren, zoals vleermuizen, niet verstoord worden.

Profiterende soorten Alle soorten vleermuizen zijn gebaat bij een zo donker mogelijk leefgebied. In stedelijk gebied zijn meervleermuizen en grootoorvleermuizen het meest afhankelijk van donkere vliegroutes en foerageergebieden. In donkere stadsbossen en parken kunnen ook watervleermuizen en franjestaarten zich thuis voelen.

WAAROM

Schaalgrootte en actualiteit De hoeveelheid verlichting en lichtvervuiling neemt in Nederland sterk toe: in 43% van Nederland is op een heldere nacht de melkweg niet meer zichtbaar. In de openbare ruimte staan naar schatting 3,4 miljoen lantaarnpalen en andere lichtmasten. Daarnaast hebben bedrijven en woningen vaak ook hun eigen terrein-, tuin- of gevelverlichting. Sinds 2005 wordt voor verlichting meestal de veel zuinigere LED-verlichting gebruikt. Verlichting in de openbare ruimte kost ook veel energie. Daarom streeft het Energieakkoord Nederland naar energiebesparing en slimmere verlichting in de openbare ruimte.

Impact op vleermuizen

Erik Korsten

Vleermuizen worden snel verstoord door verlichting. Soms kunnen vleermuizen door verlichting een verblijfplaats, vliegroute of voedselgebied zelfs niet meer gebruiken. De mate waarin het licht vleermuizen verstoort, is afhankelijk van de hoeveelheid licht, de lichtkleur en de gevoeligheid van een soort voor licht. Wit, blauw en groen licht is door het aandeel UV-licht veel verstorender dan rood licht. Verlichting kan door verstoring van het gedrag van insecten ook hun voortplanting verstoren, waardoor ook het voedselaanbod voor vleermuizen afneemt. Met natuurinclusieve verlichting kan veiligheid voor mensen samengaan met het versterken van onze nachtelijke natuur.

Deze factsheet is te downloaden via www.zoogdiervereniging.nl/winkel/factsheets

Jaap Bouwens

Theo Douma

VERLICHTING

HOE

Beperken van verlichting De beste methode: zo min mogelijk verlichten. Vraag je altijd af waar en hoeveel licht er werkelijk nodig is. Streef bij de transitie van bestaande verlichting naar LED-verlichting naar energiebesparing en minder lichtverstoring, niet naar een toename van het licht voor dezelfde kosten.

Alleen verlichten waar het nodig is Waar toch verlicht moet worden kan verstoring voorkomen worden door het kiezen van de juiste armatuur en lamphoogte. Een goede armatuur en lamphoogte richt het licht precies daar waar het nodig is. Bomen, struiken en groene wallen kunnen voorkomen dat aangrenzend leefgebied door verlichting wordt verstoord. Zo hou je bijvoorbeeld een tuin, plantsoen, vijver, gevel met vleermuiskasten, houtwal of park donker en geschikt voor vleermuizen.

Alleen verlichten wanneer het nodig is De meeste verlichting brandt voor onze veiligheid en hoeft niet te branden als er niemand is. Verlichtingsschema’s afgestemd op verkeersdrukte, werktijden en kwetsbare perioden voor vleermuizen kunnen veel verstoring voorkomen. Bewegingsmelders schakelen (intensere) verlichting alleen in wanneer mensen aanwezig zijn.

Kies de passende lichtkleur Ook de keuze van de lichtkleur kan verstoring van vleermuizen verminderen. Rood licht verstoort vleermuizen minder op vliegroutes en bij het jagen op insecten. Wanneer wit licht nodig is, kunnen lampen met een klein aandeel UV-licht de ernstigste verstoring voorkomen. Ook kan met een tijdschema de lichtkleur aangepast worden. Erik Korsten

Vleermuisvriendelijk bouwen vraagt om natuurinclusief verlichten Pas bij natuurinclusieve nieuwbouw of het inrichten van een vleermuisvriendelijk park waar nodig vleermuisvriendelijke verlichting toe. Voorkom dat verlichting de goede bedoelingen voor de vleermuizen teniet doet.

Verlichting en de wet Voor het aanbrengen of uitbreiden van verlichting op een locatie waar vleermuizen verblijven, jagen of regelmatig vliegen gelden de bepalingen van de Omgevingswet. De hierboven genoemde methoden voor natuurinclusief verlichten kunnen negatieve effecten voorkomen of verminderen maar dienen wel afgestemd te worden op de aanwezige vleermuizen en de wijze waarop vleermuizen de locatie gebruiken.

WAAR

i

Goede voorbeelden • • • • • • •

Rijkswaterstaat zet zich in voor vleermuisvriendelijk licht Vleermuisvriendelijk verlicht fietspad tussen Oosterhout en Dorst Vleermuisvriendelijke wijkverlichting in Nieuwkoop Licht op natuur Richtlijn Lichthinder NSVV RIVM over Lichtvervuiling Eurobats Guidelines for bats in lighting projects

Zie ook factsheet: • Nieuwbouw • Na-isolatie • Meervleermuis

Paul van Hoof

Deze factsheet is mede tot stand gekomen met financiële steun van:

Meer informatie via: www.zoogdiervereniging.nl/kennisbank

ZV06F

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15858679/1