CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.2 Regling (1)

Gemeenteraad 26 mei 2026, gemeente VenrayBij agendapunt: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Ysselsteynseweg-Ringweg13.903 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

17 alinea's met “omgevingsplan”: 1 5 8 11 12 15 23 26 33 36 66 67 71 95 107 145 146

REGELS Preambule Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van de ontwikkeling op de locatie ‘Ysselsteynseweg-Ringweg Houbensteyn’ en is als nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22g) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Venray. Dit hoofdstuk is bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit elektronisch publicaties. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. De in dit op www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22g van het omgevingsplan van de gemeente Venray. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord ‘Artikel’, na de spatie en direct voor het artikel nummer ‘[22g]’ gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct na voor het nummer van de bijlage ‘[22g]’ gelezen worden.

Hoofstuk 1 Artikel 1

Algemene bepalingen

Begripsbepalingen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de volgende begripsbepalingen: 1.1 Begripsbepalingen Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I van het omgevingsplan , bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk;

Artikel 2

Aanvullende begripsbepalingen

2.1 Plan het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g ‘Ysselsteynseweg-Ringweg Houbensteyn’, met identificatienummer NL.IMRO.0984.TAM25005-va01 van de gemeente Venray. 2.2 Omgevingsplan Omgevingsplan van de gemeente Venray.

Artikel 3

Toepassingsbereik

3.1 Verhouding ruimtelijke regels omgevingsplan tijdelijk deel De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in het derde lid. 3.2

Verhouding met regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan van rechtswege (bruidsschat) De regels in afdeling 22.2 omgevingsplan, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk. 3.3 Geometrische afbakening reikwijdte TAM-omgevingsplan De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie ‘Ysselsteynseweg-Ringweg Houbensteyn’, waarvan de geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0984.TAM25005-va01 zoals vastgelegd op www.ruimtelijkeplannen.nl.

Artikel 4

Meet- en rekenbepalingen

De meet- en rekenbepalingen, in aanvulling op a bedoeld in artikel 22.24 van dit omgevingsplan, en de volgende meet- en rekeningbepalingen en zijn overeenkomstige toepassing op het meten van waarden die in dit hoofdstuk in m, m² of m³ zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in het bepaalde in 3.1 tot en met 3.10. 4.1 De afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens Tussen de zijdelingse grenzen van een bouwperceel en enig punt van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd-) gebouw, waar die afstand het kortst is.

1

4.2 Het bebouwingspercentage Het percentage van een bouwperceel dat met bebouwing mag worden bebouwd. Voor zover op de kaart bouwgrenzen zijn aangegeven wordt het bebouwingspercentage berekend over het gebied binnen de bouwgrenzen. 4.3 De bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 4.4 De dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 4.5 De goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 4.6 De inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 4.7 De lengte, breedte en diepte van een bouwwerk De buitenwerks tussen de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren gemeten grootste afstand. 4.8 De ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk Vanaf peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend.

4.9 De oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 4.10 Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen buiten beschouwing gelaten, tot een maximum van 1,00 meter.

2

Hoofstuk 2 Artikel 5

Functies en activiteiten

Algemeen gebruiksverbod

Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het verboden zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toebedeelde functies en activiteiten, mits hiervoor elders in het omgevingsplan andere regels voor gelden.

Artikel 6

Agrarisch

6.1 Toepassingsbereik De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als ‘Agrarisch’. 6.2 Functieomschrijving Een als ‘Agrarisch’ aangewezen locatie heeft de volgende functies: a. Agrarisch grondgebruik; b. Zonnepanelen op de grond, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – zonnepanelen’; c. erfbeplanting, wegbeplanting, landschapselementen, bosschages. 6.3 Bouwactiviteiten Op de voor 'Agrarisch’ aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd, die ten dienste staan aan de functie, waarbij de volgende eisen gelden, tenzij anders op de verbeelding weergegeven. 6.3.1 Zonnepanelen a. Zonnepanelen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – zonnepanelen’; b. De gezamenlijke oppervlakte aan zonnepanelen mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bebouwd oppervlak’. 6.3.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Naast artikel 22.27 omgevingsplan en 22.36 omgevingsplan gelden de volgende regels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: Bouwhoogte erf- en terreinafscheidingen Afstand tot de niet naar de weg gekeerde bouwperceelsgrens Afstand tot de bestemming ‘Verkeer – Wegverkeer’ 6.4

Max. 2 m Min. 5 m Min. 10 m

Specifieke functieregels

6.4.1 Verboden gebruik Tot een met de functie strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden voor: a. het gebruik van gronden voor het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen ter plaatse van de aanduiding ‘milieuzone – spuitvrije zone’; b. tijdelijke opslag van geoogste producten met een maximum van drie maanden aansluitend aan de oogst; c. het gebruik van de gronden als plaats voor kampeermiddelen, waaronder tevens caravans ten behoeve van de huisvesting door tijdelijke werknemers;

3

d. e. f. g. h. i. j. k. l.

het gebruik van gronden en opstallen voor detailhandel; het gebruik van gronden en opstallen voor het bewerken van agrarische producten van derden; het gebruik van opstallen voor kamerverhuur of logies; het gebruik van gronden voor containerteelt buiten de bouwvlakken voor een agrarisch bedrijf en/of de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – containerteelt’; het gebruik ten behoeve van horecadoeleinden, behoudens verband houdend met het binnen de functie op de grond gerichte gebruik van gronden en opstallen; het gebruik van gronden en opstallen ten behoeve van mestverwerkingsactiviteiten; het uitoefenen van nevenactiviteiten; bevi-inrichtingen; het gebruik of laten gebruiken van gronden en/of gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten behoeve van een seksinrichting, een escortbedrijf en (straat)prostitutie.

6.4.2 Zonnepanelen Het gebruik van de gronden er plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – zonnepanelen’ voor zonnepanelen is toegestaan voor de duur van 25 jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van de omgevingsvergunning. 6.4.3 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken conform de agrarische functie is uitsluitend toegestaan als binnen 2 jaar na onherroepelijk worden van het omgevingsplan de gronden zijn ingericht, conform het bepaalde in het bijgevoegde landschappelijk inpassingsplan (zie bijlage 1 en 2), en tevens als zodanig in stand worden gehouden.

Artikel 7

Bedrijf

7.1 Toepassingsbereik De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als ‘Bedrijf’. 7.2 Functieomschrijving Een als ‘Bedrijf’ aangewezen locatie heeft de volgende functies: a. Bedrijfsmatige opslag mits er geen sprake is van geurgevoelige gebouwen of functies zoals bedoeld in artikel 5.91 Bkl, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - opslag’; b. buitenopslag, tot een hoogte van 2,5 meter, mits deze middels een landschappelijk inpassingsplan wordt ingepast en uitsluitend binnen bouwvlak. Een en ander met bijbehorende voorzieningen, waaronder groen, parkeervoorzieningen, in- en uitritten, tuinen, met dien verstande dat: d. ten behoeve van de ter plaatse aanwezige functie moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. 7.3 Bouwactiviteiten In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 omgevingsplan gelden tevens de volgende beoordelingsregels: 7.3.1 Algemeen Op de voor 'Bedrijf' aangewezen gronden mogen enkel bouwwerken ten dienste van de functie worden gebouwd, met dien verstande dat: a. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, uitsluitend zijn toegestaan binnen het bouwvlak, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen, welke binnen het gehele bestemmingsvlak zijn toegestaan; b.

voor zover op de verbeelding een maximale bebouwingsoppervlakte is opgenomen mogen deze niet worden overschreden. 4

7.3.2 Bedrijf Voor de bouwwerken behorend tot het niet-agrarisch bedrijf gelden de volgende eisen: a.

Bedrijfsgebouwen

Goothoogte

Max. 5,5 m, tenzij anders op de verbeelding weergegeven.

Bouwhoogte

Max. 10 m, tenzij anders op de verbeelding weergegeven.

Dakhelling

Min. 12 º, tenzij anders op de verbeelding weergegeven.

afstand tot de niet naar de weg gekeerde bouwperceelsgrens

Min. 5 m

afstand tussen twee bedrijfsgebouwen

Max. 20 m

afstand tot de bestemming 'Verkeer - Wegverkeer'

Min. 10m

b.

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Bouwhoogte

erf- en terreinafscheidingen, achter de voorgevelrooilijn

Max. 2 m

erf- en terreinafscheidingen, voor de voorgevelrooilijn

Max. 1 m

hoogte masten voor mobiele telefonie

Max. 37,5 m

overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Max. 3 m

afstand tot de bestemming 'Verkeer - Wegverkeer'

Min. 10 m

7.4

Specifieke functieregels

7.4.1 Verboden gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. het gebruik van opstallen voor permanente of tijdelijke huisvesting; b. het gebruik van opstallen voor kamerverhuur of logies; c. het gebruik ten behoeve van horecadoeleinden, behoudens verband houdend met het binnen de bestemming op de grond gerichte gebruik van gronden en opstallen; d. inrichtingen vallend onder de categorieën genoemd in artikel 2.1, derde lid van het Besluit omgevingsrecht; e. bevi-inrichtingen; f. het gebruik of het laten gebruiken van gronden en/of gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van een seksinrichting, een escortbedrijf en (straat)prostitutie. 7.4.2 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken conform de bedrijfsfunctie is uitsluitend toegestaan als binnen 2 jaar na onherroepelijk worden van het omgevingsplan de gronden zijn ingericht, conform het bepaalde in het bijgevoegde landschappelijk inpassingsplan (zie bijlage 1 en 2), en tevens als zodanig in stand worden gehouden. 7.4.3 Voorwaardelijke verplichting sloop agrarische bebouwing Het is niet toegestaan de gronden op de locatie Ysselsteynseweg 78 te gebruiken conform de bedrijfsbestemming zonder dat sanering heeft plaatsgevonden.

Met dien verstande dat de sanering uiterlijk binnen 1 jaar na het onherroepelijk worden van het onderhavige omgevingsplan heeft plaatsgevonden.

5

Artikel 8

Maatschappelijk

8.1 Toepassingsbereik De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als ‘Maatschappelijk’. 8.2 Functieomschrijving Een als ‘Maatschappelijk’ aangewezen locatie heeft de volgende functies: a. Bedrijfsmatige en particuliere opslag, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk opslag’, b. Museum met ondergeschikte horeca, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk - museum’; Een en ander met bijbehorende voorzieningen, waaronder groen, parkeervoorzieningen, in- en uitritten, tuinen, met dien verstande dat: c. ten behoeve van de ter plaatse aanwezige functie moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. 8.3 Bouwactiviteiten In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 omgevingsplan gelden tevens de volgende beoordelingsregels: 8.3.1 Algemeen Op de voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden mogen enkel gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de functie gebouwd worden, met dien verstande dat: a. Gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, uitsluitend zijn toegestaan binnen het bouwvlak, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen, welke binnen het gehele bestemmingsvlak zijn toegestaan; b.

voor zover op de verbeelding een maximale bebouwingsoppervlakte is opgenomen mogen deze niet worden overschreden, waarbij op de locatie Ysselsteynseweg 67a het volgende geldt: 1. de functie museum met een maximaal oppervlakte van 2.400 m²; 2. de functie opslag met een maximaal oppervlakte van 1.800 m². 8.3.2 Maatschappelijk a. Bedrijfsgebouwen Goothoogte

Max. 5,5 m, tenzij anders op de verbeelding weergegeven.

Bouwhoogte

Max. 10 m, tenzij anders op de verbeelding weergegeven.

Dakhelling

Min. 12 º, tenzij anders op de verbeelding weergegeven.

afstand tot de niet naar de weg gekeerde bouwperceelsgrens

Min. 5 m

afstand tot de bestemming 'Verkeer - Wegverkeer'

Min. 10m

b.

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Max. 3 m

bouwhoogte erf- en terreinafscheidingen, achter de voorgevelrooilijn

Max. 2 m

bouwhoogte erf- en terreinafscheidingen, voor de voorgevelrooilijn

Max. 1m

Afstand tot de bestemming 'Verkeer - Wegverkeer'

Min. 10 m

6

8.4

Specifieke functieregels

8.4.1 Verboden gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. het gebruik van opstallen voor permanente of tijdelijke huisvesting; b. elke vorm van detailhandel, met uitzondering van de verkoop van streekeigen producten; c. het gebruik van opstallen ten behoeve van horecadoeleinden, behoudens ondergeschikte horecadoeleinden zoals genoemd in artikel 8.2 onder b; d. bevi-inrichtingen. 8.4.2 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken conform de maatschappelijke functie is uitsluitend toegestaan als binnen 2 jaar na onherroepelijk worden van het omgevingsplan de gronden zijn ingericht, conform het bepaalde in het bijgevoegde landschappelijk inpassingsplan (zie bijlage 1 en 2), en tevens als zodanig in stand worden gehouden. 8.4.3 Voorwaardelijke verplichting sloop agrarische bebouwing Het is niet toegestaan de gronden op de locatie Ysselsteynseweg 67a te gebruiken conform de maatschappelijke functie zonder dat sanering heeft plaatsgevonden. Met dien verstande dat de sanering uiterlijk binnen 1 jaar na het onherroepelijk worden van het onderhavige omgevingsplan heeft plaatsgevonden.

Artikel 9

Natuur

9.1 Toepassingsbereik De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als ‘Natuur’. 9.2 Functieomschrijving De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bos- en natuurgebieden; b. instandhouding, versterking en ontwikkeling van natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke en abiotische waarden en met daaraan nevengeschikt de bosbouwkundige waarde; c. dagrecreatief medegebruik 1; Een en ander met bijbehorende voorzieningen. 9.3 Bouwactiviteiten In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 gelden tevens de volgende beoordelingsregels: 9.3.1 Algemeen a. Op de gronden mag niet worden gebouwd, met uitzondering van: 1. ondergeschikte bouwwerken, zoals afrasteringen en eenvoudige recreatief ondersteunende voorzieningen, zoals wegwijzers, informatieborden en zitbanken, waarbij de hoogte van de bouwwerken maximaal 2 meter mag bedragen en geldt dat ze naar aard en afmetingen bij deze bestemming passen; b. bij de bouw van de onder a toegestane bouwwerken, dan wel de aanwezigheid van de onder a genoemde bouwwerken, dan wel als gevolg van het te verwachten gebruik van de onder a genoemde bouwwerken mogen natuurlijke, cultuurhistorische en visueel-landschappelijke waarden niet onevenredig worden geschaad.

7

9.4 Specifieke gebruiksactiviteiten Tot een met de functie strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden en opstallen voor: a. het gebruik van de gronden voor agrarische doeleinden, anders dan ter ondersteuning en het beheer van de in het gebied voorkomende en/of te ontwikkelen waarden; b. het storten, aanbrengen of toepassen van (mest)stoffen die niet noodzakelijk zijn ter verbetering of instandhouding van de kenmerkende vegetatie en flora; c. elke vorm van detailhandel, anders dan ten behoeve van het in 9.2 onder c bedoelde recreatieve gebruik, in de vorm van ambulante handel; d. het gebruik of het laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van een escortbedrijf en (straat)prostitutie; e. lawaaisporten; f. het aanbrengen van verhardingen; g. het verwijderen van een of meer bodemlagen en het daarna weer opbrengen van grond, bestaand uit de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders (vergraven); h. het vermengen, keren van (alle) lagen in het bodemprofiel met een diepte van minimaal 50 centimeter (gemeten vanaf het peil) ten behoeve van agrarisch gebruik (diepploegen- en woelen). i. het verwijderen van het microreliëf in de toplaag (egaliseren); j. het aanbrengen van drainagebuizen in de grond; k. het bemalen van een of meerdere percelen (aanbrengen onderbemaling); 9.5

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

9.5.1 Algemeen Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de navolgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te (doen) voeren of te laten voeren: a. het verwijderen van de bovenste bodemlaag / bodemlagen (afgraven); b. het opbrengen van grond van elders op de bestaande toplaag (ophogen); c. het verwijderen van het microreliëf in de toplaag (egaliseren); d. het diep in de grond indrijven van heipalen of andere voorwerpen; e. het aanbrengen van leidingen en daarna weer terugbrengen van de grond, bestaande uit de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders; f. het aanleggen van sloten of greppels, verbreden en/of uitdiepen van bestaande sloten of greppels; g. het dempen van sloten of greppels; h. het verwijderen van bomen en/of struiken (solitairen of in de vorm van bos, houtsingels, houtwallen); i. het planten van bomen en/of struiken. 9.5.1 Uitzonderingen Het in artikel 9.5.1 van de planregels vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen; b. de aanleg van kabels en leidingen betreffen binnen wegbermen gelegen binnen de functie 'Natuur” voor zover deze grenst aan de functie 'Verkeer – wegverkeer’; c. het wijzigen van de natuurvorm, zoals van bos naar heide, is toegestaan, mits e.e.a.

plaatsvindt op basis van een beheerplan; 9.5.3 Afwegingskader Een in artikel 9.5.1 van de planregels genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien door de werken en/of werkzaamheden dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de natuurwaarden van deze gronden, zoals omschreven in de bestemmingsomschrijving van onderhavige bestemming, niet onevenredig (kunnen) 8

worden geschaad, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig (kunnen) worden verkleind.

Artikel 10

Wonen

10.1 Toepassingsbereik De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als ‘Wonen’. 10.2 Functieomschrijving Een als ‘Wonen’ aangewezen locatie heeft de volgende functies: a. wonen, al dan niet in combinatie met een aan-huis-gebonden-beroep tot een maximum van 40 m2; Een en ander met daarbij behorende voorzieningen zoals verhardingen en ontsluitingen, tuinen, groen en parkeren. 10.3 Bouwactiviteiten In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 omgevingsplan gelden tevens de volgende beoordelingsregels: 10.3.1 Algemeen Op en in de voor 'Wonen’ aangewezen gronden mogen enkel bouwwerken ten dienste van de functie worden gebouwd. 10.3.2 a.

Wonen

Woning

Inhoud woning inclusief aan/bijgebouwen

Max. 875 m3

goothoogte

Max. 4,5 m

dakhelling

Min. 12 º en max. 45 º

afstand tot agrarische bedrijfsgebouwen

Min. 25 m.

b.

Aanbouwen en bijgebouwen bij de woning

goothoogte

Max. 3 m

dakvorm en -helling

afgestemd op dakvorm en -helling woning

afstand tot de niet naar de weg gekeerde bouwperceelsgrens

Min. 5 m

afstand tot de bestemming 'Verkeer - Wegverkeer'

Min. 10 m

c.

Bouwwerken, geen gebouw zijde Bouwhoogte

erf- en terreinafscheidingen, achter voorgevelrooilijn

Max. 2 m

erf- en terreinafscheidingen, voor voorgevelrooilijn

Max. 1 m

overige bouwwerken, geen gebouw zijnde

Max. 3 m

Oppervlakte ten behoeve van woning, exclusief onoverdekt zwembad

Max. 30 m2

Onoverdekt zwembad

Max. 50 m2

9

d. e. f. g.

ter plaatse van het bouwvlak is één woning toegestaan, met de daarbij behorende aan- en bijgebouwen met dien verstande dat de uitbreiding van de woning buiten het bouwvlak is toegestaan; in aanvulling op artikel 10.3.2 onder d dienen aan- en bijgebouwen bij met de dichtstbijzijnde gevel binnen een omtrek van 15 m van de achter- en zijgevels van de woning te worden gebouwd; ondergeschikte bouwdelen zijn wat betreft hoogte, verschijningsvorm en dakvorm uitgezonderd van het gestelde onder artikel 10.3.2 onder a, b en c; binnen de fundering van de woning en/of het bijgebouw bij de woning is het ondergronds bouwen van menstoegankelijke ruimten ter vergroting van het woongenot toegestaan, mits deze ruimte(n) uitsluitend van binnenuit toegankelijk zijn en geen ruimtelijke uitstraling hebben;

10.4

Specifieke functieregels

10.4.1 Verboden gebruik Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden en opstallen voor: a. het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen; b. het gebruik van opstallen, waaronder inbegrepen een woning, voor kamerverhuur of logies; c. elke vorm van detailhandel; d. het gebruik ten behoeve van horecadoeleinden; e. het gebruik of het laten gebruiken van gronden en/of gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van een sexinrichting, een escortbedrijf en (straat)prostitutie. f. aan-huis-gebonden-bedrijf; g. het splitsen van woningen; h. het gebruik van de woning voor huisvesting van tijdelijke werknemers. i. Het gebruik van gebouwen ten behoeve van bedrijfsmatige statische opslag anders dan voor het uitoefenen van een aan-huis-gebonden-beroep; j. Langdurig verblijf door mensen op de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘milieuzone – spuitvrije zone’. 10.4.2 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken conform de woonfunctie is uitsluitend toegestaan als binnen 2 jaar na onherroepelijk worden van het omgevingsplan de gronden zijn ingericht, conform het bepaalde in het bijgevoegde landschappelijk inpassingsplan (zie bijlage 1 en 2), en tevens als zodanig in stand worden gehouden.

10.4.3 Voorwaardelijke verplichting sloop agrarische bebouwing Het is niet toegestaan de gronden op de locaties Ringweg 1, II en III te gebruiken conform de woonfunctie zonder dat sanering heeft plaatsgevonden. Met dien verstande dat de sanering uiterlijk binnen 1 jaar na het onherroepelijk worden van het onderhavige omgevingsplan heeft plaatsgevonden.

Artikel 11

Leiding – Riool

11.1 Toepassingsbereik De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als ‘Leiding - Riool’. 11.2 Functieomschrijving De gronden op de verbeelding nader aangewezen voor 'Leiding - Riool' zijn, behalve voor de daar voorkomende (basis)functie, mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van ondergrondse rioolleidingen voor het transport van afvalstoffen en daarmee vergelijkbare doeleinden, waarbij: a. de figuuraanduiding 'hartlijn leiding - riool' de hartlijn van de rioolleiding aangeeft;

10

11.3 Bouwactiviteiten Op de gronden met de functie 'Leiding - Riool' mag niet worden gebouwd, met uitzondering van: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, welke noodzakelijk zijn voor het beheer en onderhoud van de leidingen. b. overige bebouwing is uitgesloten, met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde - indien onderliggende functie bebouwing toelaat - en die zijn overeengekomen met de leidingbeheerder. 11.4

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

11.4.1 Algemeen Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning binnen de gebieden met de dubbelfunctie 'Leiding Riool' de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. het verwijderen van de bovenste bodemlaag / bodemlagen (afgraven); b. het opbrengen van grond van elders op de bestaande toplaag (ophogen); c. het verwijderen van een of meer bodemlagen en het daarna weer opbrengen van grond, bestaand uit de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders (vergraven); d. het vermengen, keren van (alle) lagen in het bodemprofiel met een diepte van minimaal 50 centimeter (gemeten vanaf het peil) ten behoeve van agrarisch gebruik (diepploegen- en woelen); e. het verwijderen van het microreliëf in de toplaag (feitelijk een combinatie van ophogen en afgraven); f. het diep in de grond indrijven van heipalen of andere voorwerpen; g. het aanbrengen van leidingen en daarna weer terugbrengen van de grond, bestaande uit de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders; h. het aanbrengen van drainagebuizen in de grond; i. het bemalen van een of meerdere percelen (aanbrengen onderbemaling); j. het aanleggen van sloten of greppels, verbreden en/of uitdiepen van bestaande sloten of greppels; k. het verwijderen van bomen en/of struiken (solitairen of in de vorm van bos, houtsingels, houtwallen); l. het planten van bomen en/of struiken; m.

het verwijderen van gras en aanplanten van gewassen of jonge bomen (ten behoeve van boomkwekerij of sierteelt); n. het aanbrengen van verhardingen van meer dan 200 m2. 11.4.2 Uitzonderingen Het in artikel 11.41 van de planregels vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen. b. beplanting betreft, die voorkomt op de beplantingslijst van de leidingbeheerder; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; d. die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; e. die worden uitgevoerd ten behoeve van de instandhouding van de leiding(en); f. het aanbrengen van leidingen in wegbermen binnen de functie verkeer betreft, voor zover deze niet aansluit op de functie natuur. 11.4.3 Afwegingskader Een in artikel 11.4.1 van de planregels genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien door de werken en/of werkzaamheden dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de functie van de gronden, zoals omschreven in de functieomschrijving van onderhavige functie, niet onevenredig (kunnen) worden geschaad. De beheerder van de leiding dient te zijn gehoord.

11

Artikel 12

Waarde - Archeologie – 2

12.1 Toepassingsbereik De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als ‘Waarde – Archeologie – 2’. 12.2 Functieomschrijving De gronden op de verbeelding nader aangewezen voor 'Waarde - Archeologie - 2' zijn, behalve voor de daar voorkomende (basis)functie en, mede bestemd voor de bescherming van de archeologische waarden in het gebied. 12.3 Bouwactiviteiten a. Op of in de als 'Waarde - Archeologie - 2' aangegeven gronden mag op basis van de onderliggende functie worden gebouwd, waarbij de grond voor maximaal 500 m2 (gemeten op maaiveldniveau) wordt verstoord; b. Indien de verstoring meer dan 500 m2 bedraagt en deze verstoring dieper gaat dan 50 cm ten opzichte van maaiveld, dient de aanvrager een rapport (voortoets, bijvoorbeeld bureauonderzoek, inventariserend veldonderzoek, proefsleuvenonderzoek, opgraving, sleufgraaf, archeologische begeleiding) van een door gemeenteweg erkende archeologisch deskundige heeft overgelegd waaruit blijkt dat de in de bestemmingsomschrijving van onderhavige bestemmingsplan omschreven archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad. 12.4 Specifieke functieregels Tot een met de functie strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden en opstallen voor: a.

grondbewerkingen uit te voeren, voor zover de werkzaamheden dieper gaan dan 50 cm ten opzichte van het oorspronkelijke maaiveld; b. het indrijven van voorwerpen in de grond, dieper dan 50 cm; 12.5

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

12.5.1 Algemeen Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. het verwijderen van de bovenste bodemlaag / bodemlagen (afgraven); b. het verwijderen van een of meer bodemlagen en het daarna weer opbrengen van grond, bestaand uit de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders (vergraven); c. het vermengen, keren van (alle) lagen in het bodemprofiel met een diepte van minimaal 50 centimeter (gemeten vanaf het peil) ten behoeve van agrarisch gebruik (diepploegen- en woelen); d. het verwijderen van het microreliëf in de toplaag (egaliseren); e. het diep in de grond indrijven van heipalen of andere voorwerpen; f. het aanbrengen van leidingen en daarna weer terugbrengen van de grond, bestaande uit de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders; g. het aanbrengen van drainagebuizen in de grond; h. het bemalen van een of meerdere percelen (aanbrengen onderbemaling); i. het aanleggen van sloten of greppels, verbreden en/of uitdiepen van bestaande sloten of greppels; j. het verwijderen van gras en het vervolgens aanplanten van gewassen of jonge bomen (ten behoeve van boomkwekerij of sierteelt); 12.5.2 Uitzonderingen Het in artikel 12.5.1 van de planregels vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die: a.

het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen; 12

b. c.

d.

een oppervlakte beslaan van ten hoogste 500 m2; blijkens een rapport van een door gemeenteweg erkende archeologisch deskundige (voortoets) de in de functieomschrijving van onderhavige functie plan omschreven archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad; het aanbrengen van leidingen in wegbermen binnen de functie verkeer, voor zover deze niet aansluit op de functie natuur.

12.5.3 Afwegingskader Een in artikel 12.5.1 van de planregels genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien door de werken en/of werkzaamheden dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de archeologische waarden van deze gronden, zoals omschreven in de bestemmingsomschrijving van onderhavige bestemming, niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.

Artikel 13

Waarde - Archeologie – 4

13.1 Toepassingsbereik De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als ‘Waarde – Archeologie – 4’. 13.2 Functieomschrijving De gronden op de verbeelding nader aangewezen voor 'Waarde - archeologie - 4' zijn, behalve voor de daar voorkomende (basis)functie en, mede bestemd voor de bescherming van de archeologische waarden in het gebied. 13.3 Bouwactiviteiten Voor het bouwen op of in de als 'Waarde - Archeologie 4' aangeduide gronden gelden de volgende regels: a. Op of in de als 'Waarde - Archeologie 4' aangegeven gronden mag op basis van de onderliggende functie worden gebouwd, waarbij de grond voor maximaal 500 m² per bouwperceel (gemeten op maaiveldniveau) wordt verstoord; b. Indien de verstoring meer dan 500 m² per bouwperceel bedraagt en deze verstoring dieper gaat dan 50 cm ten opzichte van maaiveld dient de aanvrager een rapport (bureauonderzoek, inventariserend (verkennend, karterend of waarderend) veldonderzoek d.m.v. proefsleuven of boringen, opgraving, archeologische begeleiding) te overleggen, waaruit blijkt dat de archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad; c. Uitsluitend indien archeologische waarde is vastgesteld worden aan de omgevingsvergunning daartoe de volgende voorwaarden verbonden: 1.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden. Hierbij kan gedacht worden aan het al of niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag, het gebruiken van alternatieven voor het funderen van bouwwerken zoals heien, of 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of 3. de verplichting de uitvoering van de (bouw)activiteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

13

13.4

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

13.4.1 Verboden werken en werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden uit te voeren die de archeologische waarden verstoren, indien bij het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, de verstoring van gronden meer dan 500 m² per bouwperceel bedraagt en deze verstoring dieper gaat dan 50 cm: a. het verwijderen van de bovenste bodemlaag / bodemlagen (afgraven); b. het verwijderen van een of meer bodemlagen en het daarna weer opbrengen van grond, bestaand uit de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders (vergraven); c. het vermengen, keren van (alle) lagen in het bodemprofiel met een diepte van minimaal 50 centimeter (gemeten vanaf het oorspronkelijke maaiveld) ten behoeve van agrarisch gebruik (diepploegen- en woelen); d. het verwijderen van het microreliëf in de toplaag (egaliseren); e. het diep in de grond indrijven van heipalen of andere voorwerpen; f. het aanbrengen van leidingen en daarna weer terugbrengen van de grond, bestaande uit de oorspronkelijke toplaag en/of grond van elders; g. het aanbrengen van drainagebuizen in de grond; h. het bemalen van een of meerdere percelen (aanbrengen onderbemaling); i. het aanleggen van sloten of greppels, verbreden en/of uitdiepen van bestaande sloten of greppels; j.

het aanplanten van gewassen of jonge bomen (ten behoeve van boomkwekerij of sierteelt). 13.4.2 Uitzonderingen Het in artikel 13.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen; b. blijkens een rapport van een door van gemeentewege erkende archeologisch deskundige (voortoets) de archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad; c. het aanbrengen van leidingen in wegbermen binnen de functie verkeer betreffen, voor zover deze niet aansluit op de functie natuur. 13.4.3 Afwegingskader Een in artikel 13.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien door de werken en/of werkzaamheden of door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de archeologische waarden van deze gronden, zoals omschreven in de functieomschrijving van onderhavige functie, niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.

Artikel 14

Waarde – Houtopstanden en houtwallen

14.1 Toepassingsbereik De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als ‘Waarde – Houtopstanden en houtwallen’. 14.2 Functieomschrijving De gronden op de verbeelding nader aangewezen voor ‘Waarde – Houtopstanden en houtwallen’ zijn, behalve voor de daar voorkomende functie(s), mede bestemd voor de landschappelijke waarde in het gebied waar de houtopstand typerend is voor de lokale omstandigheden. 14.3 Bouwactiviteiten Op of in de als ‘Waarde – Houtopstanden en houtwallen’ aangegeven gronden mag op basis van de onderliggende functie worden gebouwd mits de in artikel 14.2 genoemde waarden niet onevenredig worden aangetast. 14

14.4 Specifieke functieregels Tot een met de functie strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden voor: a. voor agrarische doeleinden, ander dan ter ondersteuning en het beheer van de in het gebied voorkomende en/of te ontwikkelen waarden; b. het storten, aanbrengen of toepassen van (mest)stoffen die niet noodzakelijk zijn ter verbetering of instandhouding van de kenmerkende vegetatie en flora; c. de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders (vergraven); d. het vermengen, keren van (alle) lagen in het bodemprofiel met een diepte van minimaal 50 centimeter (gemeten vanaf het peil) ten behoeve van agrarisch gebruik (diepploegen- en woelen); e. het verwijderen van het microreliëf in de toplaag (egaliseren); f. het aanbrengen van drainagebuizen in de grond; g. het bemalen van een of meerdere percelen (aanbrengen onderbemaling); h. het verwijderen van gras en het vervolgens aanplanten van gewassen of jonge bomen (ten behoeve van boomkwekerij of sierteelt); i. het aanbrengen van: a. verhardingen in houtwallen en; b. verhardingen in houtopstanden van meer dan 15 m2; 14.5

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

14.5.1 Algemeen Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de navolgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te (doen) voeren of te laten voeren: a. het verwijderen van de bovenste bodemlaag / bodemlagen (afgraven); b. het opbrengen van grond van elders op de bestaande toplaag (ophogen); c. het aanbrengen van leidingen en daarna weer terugbrengen van de grond, bestaande uit de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders; d. het aanbrengen van drainagebuizen in de grond; e. het bemalen van een of meerdere percelen (aanbrengen onderbemaling); f. het aanleggen van sloten of greppels, verbreden en/of uitdiepen van bestaande sloten of greppels; g. het dempen van sloten of greppels; h. het verwijderen van bomen en/of struiken (solitairen of in de vorm van bos, houtsingels, houtwallen). 14.5.2 Uitzonderingen Het in artikel 14.5.1 van de planregels vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen; b. betreffen de aanleg van leidingen binnen wegbermen binnen de bestemming verkeer, voor zover deze niet aansluit op de bestemming natuur; c. het tijdelijk afdekken van het gewas gedurende de vorstperiode betreffen, mits als vorstmaatregel of om het groeiproces te versnellen.

14.5.3 Afwegingskader Een in artikel 14.5.1 van de planregels genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien door de werken en/of werkzaamheden dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de natuurwaarden van deze gronden, zoals omschreven in de bestemmingsomschrijving van onderhavige bestemming, niet onevenredig (kunnen) worden geschaad, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig (kunnen) worden verkleind. 15

Artikel 15

Waterstaat – Beschermingszone watergang

15.1 Toepassingsbereik De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als ‘Waterstaat – Beschermingszone watergang’. 15.2 Functieomschrijving De gronden op de verbeelding nader aangewezen voor ‘Waterstaat – Beschermingszone watergang’ zijn, behalve voor de daar voorkomende functie(s), mede bestemd voor de bescherming van de nabij gelegen waterloop. 15.3 Bouwactiviteiten Op de voor 'Waterstaat - Beschermingszone watergang' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de genoemde functie worden opgericht.

16

Hoofstuk 3 Artikel 16

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 17

Algemene aanduidingsregels

17.1 Luchtvaartverkeerzone In afwijking van het overigens in het plan bepaalde is het niet toegestaan op de gronden gelegen binnen de gebiedsaanduiding 'Luchtvaartverkeerzone', ter aanduiding van de obstakelvrije zone van het luchtvaartterrein, enig bouwwerk te bouwen, enig roerend goed, houtopstanden en/of beplantingen te hebben of aan te brengen, danwel de bodem op te hogen, met een grotere hoogte dan aangegeven op de verbeelding. 17.2 Milieuzone – spuitvrije zone 17.2.1 Omschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding ‘milieuzone – spuitvrije zone’ zijn mede aangewezen als spuitvrije zone vanwege de bescherming van de gezondheid als gevolg van het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen. 17.3 Milieuzone – stikstof 17.3.1 Omschrijving De stikstof/ammoniak uitstoot op de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘milieuzone - stikstof’ mag maximaal 15% bedragen van hetgeen zoals vastgelegd in een onherroepelijk vergunning als bedoeld in artikel 19d Natuurbeschermingswet 1998 respectievelijk artikel 2.7, tweede lid van de Wet natuurbescherming danwel een omgevingsvergunning waarbij de toestemming op grond van artikel 7, vijfde lid, van de Wet natuurbescherming is verleend.

Het betreft in dit plan, hoofdstuk 22g ‘Ysselsteynseweg-Ringweg Houbensteyn’, specifiek de vergunningen: ▪ Ysselsteynseweg 78: kenmerk: 2016/41088 (Limburg); ▪ Ysselsteynseweg 67: kenmerk: 2016/21685 (Limburg) en kenmerk: 23791/EPI (Noord-Brabant); ▪ Ysselsteynseweg 65: kenmerk: 2014/0982 (Limburg) en kenmerk: 20261/EPI (Noord-Brabant) ▪ Ysselsteynseweg 63: kenmerk: 2014/0016 (Limburg) en kenmerk: 20209/EPI (Noord-Brabant) Het gebruik van deze rechten voor het bedrijfsmatig houden van landbouwhuisdieren is niet toegestaan.

17

Bijlagen Bijlage 22g.1 Landschapsplan deel 1 Bijlage 22g.2 Landschapsplan deel 2

18

Landschapsplan in het kader van

Inpassing ten behoeve van omvorming 7 locaties Houbensteyn:

A: Ysselsteynseweg 67a B: Ysselsteynseweg 67 C: Ringweg 20 D: Ysselsteynseweg 78 E, F, G; Ringweg I, II, II

Inpassingsplan 7 locaties Houbensteyn 14-10-2025

Sloop en nieuwbouw museum en opslag Omzetten naar burgerwoning Omzetten naar burgerwoning Sloop en nieuwbouw opslagloods en zonnepanelen-weide Bouw van 3 nieuwe woningen

Colofon Opdrachtgever: Naam: Houbensteyn groep bv Ysselsteynseweg 69 5813 BK Ysselsteyn (Lb) kantoor@hgroep.nl Tel. 0478-541641

Contactpersoon: Naam: Dhr. M. Houben RO Adviseur: Bureau Leefomgeving

Dossiergegevens Titel

Inpassingsplan omvorming 7 locaties Houbensteyn

Document

Plan 14-10-2025

Status Versie

Eindplan 14-10-2025

Opsteller

Ing. Ron Janssen

Inpassingsplan 7 locaties Houbensteyn 14-10-2025

1. Inleiding Het bedrijf Houbensteyn te Ysselsteyn staat aan de vooravond van grootse veranderingen. Vanuit de overheid is de wens en mogelijkheid geboden om intensieve veehouderijen te saneren en deze onderneming heeft hier gebruik van gemaakt om de eerste 3 locaties te saneren en hier en elders nieuwe inrichtingen te creëren. Naast de sanering zullen er op de locaties het nieuwe museum, een opslagloods met zonneweide en 3 woningen worden ontwikkeld. Daarnaast worden 2 agrarische woningen omgevormd naar de bestemming burgerwoning. Al met al een grootse wijzing in de randzone van Ysselsteyn, wat de gemeente geheel ondersteund. De gemeente heeft als eis gesteld dat de landschappelijke kwaliteit in de nieuwe situatie net als bij de bedrijven van Houbensteyn een mooi groen geheel dient te zijn, afgestemd op het landschap en de bestaande beplanting. Onderstaand de gezamenlijke beschrijving van de 7 locaties waar een wijziging plaatsvindt, waarna per locatie aangegeven wordt hoe de huidige situatie eruitziet en hoe de nieuwe situatie, waarmee helder is dat voldaan wordt aan de kwaliteitswens van de gemeente Venray. Hierbij ook helder welk groen behouden blijft en wat verdwijnt en weer onderdeel wordt van het agrarische land. Hierbij zijn de bestaande groene erven een mooi vertrekpunt en wil de gemeente dit graag bevestigd zien in het landschapsplan per locatie.

De gemeente heeft hierbij de eis gesteld dat met het bestaande groen en eventueel nieuwe groen er locaties ontstaan, passend in het landschap, waarbij het groen een meerwaarde vormt. Daarnaast dient de biodiversiteit van deze stukjes landschap een impuls te krijgen. Het verdere Ruimtelijke Ordeningsplan wordt uitgewerkt en aangeleverd door Bureau Leefomgeving. Daar de eigenaar begaan is met zijn groene omgeving, (wat ook te zien is op de huidige bedrijven, fraai in het groen) is er samen een totaalplan opgesteld en is daarna uitgesplitst per locatie. Het groene decor is ook de gebruiksruimte waar de nieuwe functie ingebed in het landschap en bij bewoning dit rust en ontspanning geeft. Verder zal het groen ook het visitekaartje vormen van de andere ontwikkelingen, zoals het nieuwe museum. De basis van het inpassingsplan vormt de inventarisatie/analyse en daarna het landschapsplan hoe de nieuwe situatie in het geheel juist geïntegreerd wordt in zijn groene omgeving. Dit landschappelijk inpassingsplan is door bureau Erf- en Landschapsverfraaiing opgesteld, in nauw overleg met de initiatiefnemer en de verdere betrokkenen. Locatie staat onder weergegeven op figuur 1.

Inpassingsplan 7 locaties Houbensteyn 14-10-2025

Locatie D

Locatie B Locatie A Locatie E Locatie F Locatie C

Locatie G

Figuur 1: Ligging van de 7 projecten in zijn omgeving 2. Locatie en situatie De locaties zijn gelegen aan de oostelijke dorpsrand van het dorp Ysselsteyn en in het aangrenzende agrarische gebied. Momenteel een half-open rationeel landschap, waarin de grote bedrijven en andere bebouwing zich afwisselen met stevig groen qua landschapselementen en de erfbeplantingen. Rond de huidige locaties is veel groen aanwezig en dit zal waar mogelijk behouden blijven. Het verdere omliggende landschap kenmerkt zich door de openheid met hierin het natuurgebied Rouwkuilen en verder in het open landschap verspreid de grootse agrarische bedrijven. Dit veelal in een aantrekkelijk groen decor van de lanen en de erfaanplantingen bij de bedrijven. In het navolgende zal aangegeven worden wat de huidige situatie is, wat er verdwijnt en wat er aan nieuwe functies in dit landschap gerealiseerd gaat worden. Bestaand kwalitatief landschappelijk groen vormt hierbij al een mooie basis.

Inpassingsplan 7 locaties Houbensteyn 14-10-2025

De gemeente wil in het plan een bevestiging, dat het strookt met hun landschappelijke kwaliteitsvoorwaarde en de biodiversiteits-visie om mooie en gevarieerde groene plekken te creëren. Onderstaand geeft de basisinfo, visie en maatregelen weer. De maatregelen zijn onderdeel van de bestemmingsplanwijziging en hiermee de impuls te geven aan het totaal. 3. Basisinfo Het landschapsplan dient op maat te zijn van de ingreep in het landschap, het erf en landschap zelf en de combinatie met het bestaande groen. Dit alles passend binnen de wensen eigenaren, de kenmerken van landschap en mogelijk andere ideeen die de kwaliteit van het erf en landschap een impuls geven. Vandaar is de situatie goed bekeken per locatie (bestaand groen en foto’s per locatie in navolgende pararaaf) en zijn de basisgegevens nader bestudeerd en vormen inspiratie voor het inpassingsplan per locatie. Historie van de locaties

D

B A E F

C

G

Figuur 2: Locatie van de 7 projecten op kaart 1951 Inpassingsplan 7 locaties Houbensteyn 14-10-2025

De voorgaande kaarten laten helder de oorsprong van het landschap lezen. Het laat zien hoe de locatie terug in de tijd is geweest. Destijds een jong en rationeel open landschap met aan de hoofdaders in het landschap verspreid de bedrijven, de ontginningsboerderijen. Op een rationele wijze opgezet landschap met enkele lanen in ontwikkeling en verder nog enkele natuur-heide-enclaves, wat later de natuurgebieden bleven, zoals Rouwkuilen. Landschapsinfo op deze plek

Donkerder groen: Stimuleren aanleg boselementen rond de bestaande natuurgebieden

Mintgroen: Stimuleren aanleg landschapselementen als schil rond de bestaande natuurgebieden

Geel: Openhouden of stimuleren groenstructuren

Locatie projecten

Arcering: Stimuleren aanleg erfbeplanting en groenstructuren

Figuur 3: Handreiking vanuit Landschapskader provincie Limburg Vanuit het Landschapskader staat aangegeven dat de locaties alle zijn gelegen is in een zone waar rond de bebouwing inzet gevraagd wordt m.b.t. erfaanplant en groenstructuren. Verder rond de natuurgebieden de wens voor meer landschapselementen en boselementen. Het open agrarische gebied juist open te houden en mogelijk te versterken met enkele groenstructuren. Mooie handreiking om het plan mede op te baseren. Inpassingsplan 7 locaties Houbensteyn 14-10-2025

Ruimtelijk KwaliteitsKader gemeente Venray

Figuur 4: Uitsnede Ruimtelijk KwaliteitsKader Venray

Figuur 5: Figuur van een principe inpassing in het Jonge Ontginningsgebied Inpassingsplan 7 locaties Houbensteyn 14-10-2025

Bovenstaande kaart geeft weer dat de ontwikkelingen gelegen zijn in het Jonge Ontginningslandschap, dat vanuit de historie wel helder is. Een rationeel en open landschap, met hierbinnen de eilanden aan de hoofdstructuren de bedrijven en overige bebouwing. Figuur 5 geeft weer de pricipe inpassing van bedrijven en andere initiatieven, waarbij rond erf stevig groen wenselijk is met het behoud van doorzichten naar de verdere open ruimte in het achterland. Verder rond erf de gebiedseigen beplanting en elementen welke passen op het rustieke boerenerf.

Inpassingsplan 7 locaties Houbensteyn 14-10-2025

Onderstaand figuur 6 de handreiking van groene elementen welke toepasbaar zijn in het drogere zandlandschap en het rustieke erf, waartoe dit hier behoord. Deze handvaten geven aan dat op een erf/landschap gewerkt wordt met zowel eensoortige als gemengde hagen, met bomenrijen, houtsingels, boomgaarden en solitaire bomen. Stimulering van overhoeken, perceelsranden, bloemrijk grasland zorgt ook voor de biodiversiteitsimpuls. Naast inrichting ook met een juist beheer!

Figuur 6: Handreiking toepassing groene elementen op het erf

Onderstaand de 7 lokaties met hierbij de huidige situatie, de visie, het landschapsplan met de maatregelen hoe ze fraai in het landschap worden geintegreerd.

Inpassingsplan 7 locaties Houbensteyn 14-10-2025

Locatie A: Ysselsteynseweg 67a

Inpassingsplan 7 locaties Houbensteyn 14-10-2025

Inpassingsplan 7 locaties Houbensteyn 14-10-2025

Buurerf

Buurbedrijf Te saneren bebouwing Buurbomenrij Fraaie bomen en bomenrij Bestaande bomenzone

Bestaande bomenstruikenrand

Buurerf Essent

Bestaande halfopen bomenrij

Te saneren bebouwing en mestsilo

Te saneren bebouwing Locatie B wonen Ysselsteynseweg 67

Inpassingsplan 7 locaties Houbensteyn 14-10-2025

Toegangspad

Te saneren bebouwing

Bomenrij

Locatie C wonen Ringweg 20

Weitje met deels struweelsingel omkadering

Figuur 7 Huidige situatie locatie A: Ysselsteynseweg 67A

Bestaande bomenstruikenrand Bestaande bomenrij

4. Bestaande situatie De huidige situatie staat in figuur 7 helder weergegeven en op de foto’s. Een groots bedrijf met stallen, KI stal en de mestsilo. Met aan de straatzijde de luchtige bomenzone en ook langs de stallen de bomenrijen en deels bomen met struikenbeplanting. Het nabijgelegen weitje dat deels met struiken is omkaderd. Qua natuurwaarden vormt de groene omkadering in het verdere omliggende open cultuurlandschap een prachtig toevluchtsoord voor flora en fauna. 5. Visie landschap, biodiversiteit en beleving Vanuit de huidige situatie, de analyse en samen met de eigenaar is het inpassingsplan (figuur 8) gecreëerd, waarbij de onderstaande visie leidend was. Het plan is dat na de sanering op de locatie stallen gedeeltelijk het museum en opslag zullen verrijzen zoals op plan staat weergegeven. De overige bebouwing verdwijnt ook en wordt merendeel weer akker en aan de Ringweg verrijzen de twee woningen E en F. Landschap: De visie is om het landschap weer terug te brengen hoe het ooit was. Een open landschap met hierin de clusters bebouwing en stevige beplanting langs deze bebouwing. Vanuit de straat de doorzichten naar de open landbouwgebieden. Vandaar de voorzijde museum met een gemengde haag die het hekwerk verdoezelen en de entree en parkeerzone inkleden. De aanvulling met bomen versterken de rand met buren en een mooie entree.

Juist met een openheid onder de bomen, dat ook ruimte biedt voor exposities buiten. Juist de randen de inheemse bomen en nabij de bebouwing 2 hoogstambomen, dat een leuke plek maakt voor een entreebord. Dit sluit ook mooi aan op de bestaande te behouden bomen. De bomenrij langs het museum versterken met tweede rij en ook met aanvullend stevige bomen. De bomenzone buurman versterken door als zoom een struikenrand aan te leggen, dat privacy biedt en een stevige groene zone haaks op de straat. Het verdere groen rond de te saneren stallen verdwijnt en wordt weer agrarische grond, zoals weergegeven. De bomenrijen achter buurmans huis en stallen zijn onder open, zodat ook zij mooi het veld kunnen bezien. Biodiversiteit: Het voorgaande heeft aan de randen van het agrarische landschap een zone van struweel, nomen met vegetatie en verder groen dat voor soorten uit het agrarische landschap schuil- en nestgelegenheid biedt. Juist het erf met boomgaard, hagen en ook gras-kruiden creëert veel ruimte voor soorten die hier komen foerageren en vertoeven. Beleving: Door openheid aan de straat en vanaf parkeerplaats is er mooi de beleving van het open agrarische gebied. Ook voor de buurman die onder de bomen achter mooi zicht heeft.

De voorzijde museum met lagere hagen en ook bij boomgaard geeft een kader en inkleding raster, maar wel behoud van het zicht op het gebouw, dat juist wenselijk is bij een museum!

Inpassingsplan 7 locaties Houbensteyn 14-10-2025

Overtollige hekwerken weghalen

A: Bestaande bomen

B: Aan te planten gemengde haag F: Aan te planten bomenrij met kruidenrijke vegetatie

Buurerf met boomrijk kader

D: Aanplant mantelstrook

C: Aanplant bosschage

G: Aan te planten hoogstambomen en 2 entreebomen met kruidenrijk grasland; plek voor infobord

Parkeren

Opslag

E: Aanvullen bomenrij en aanplant 2e rij

Opslag B: Aan te planten gemengde haag

Locatie 2 nieuwe woningen E en F

Aan te planten struikensingel behorende bij C Ringweg 20

8. Het landschaps-inpassingsplan A: Ysselsteynseweg 67 A Inpassingsplan 7 locaties Houbensteyn 14-10-2025

6. Het Landschapsplan met de beheer- en inrichtingsmaatregelen De visie heeft geresulteerd in het definitieve plan. Met een juist beheer ontstaat er een meerwaarde voor de ecologische waarden en hiermee ook een hoge belevingswaarde.

A) Bestaande bomen Deze bomen dienen mooi behouden te blijven. Mogelijk bezien een keer een mindere weg te halen en de toekomstbomen ruimte te geven. Fijn is het overtollige hekwerk weg te halen. Verder de bomen voorzijde museum opkronen, maar verder de bomen natuurlijk zich laten ontwikkelen en minimale snoei. Fijn is het de ondervegetatie ook meer extensief te beheren, dus 2 x per jaar maaien, juni en september is meer dan voldoende en juist mooi voor de biodiversiteit. B) Aan te planten 190 meter gemengde haag Op de aangegeven plekken voorzijde langs hek en kader parkeerplaats, komt de gemengde haag wat ook een mooi kader is. Geeft een knussere erf-entree-geleiding en verdoezeld hekwerk en ook verharding. De haag heeft 4 stuks per meter en aanplantmaat 80-100. In totaal dan 760 stuks. Inpassingsplan 7 locaties Houbensteyn 14-10-2025

Deze haag hoeft maar 1 x per jaar gesnoeid te worden op hoogte ca 1,20 meter. De haag bestaat gemengd uit de volgende makkelijk groeiende soorten: 25 % 25 % 25 % 25%

190 Carpinus betulus 190 Acer campestre 190 Ligustrum vulgare 190 Cornus sanguinea

Haagbeuk Veldesdoorn Wilde liguster Gewone kornoelje

C) Aanplant bosschage 160 m2 Om het zicht op bebouwing wat te “breken” en nog meer focus te krijgen op het open doorzicht wordt hier een struweelbosje gezet. Klein bosje van 20 x 8 meter = 160 m2 onder de bestaande bomen. De onderlinge plantafstand is 1,25 meter en het plantsoen heeft bij aanplant een grootte van 80-100 cm en dit zijn ca. 100 stuks. Het plantsoen wordt groepsgewijs aangeplant, zoals hierboven aangegeven om te voorkomen dat overheersende soorten overwoekeren. Met onderstaande soorten wordt het aangeplant in groepjes. 10 % 25 % 20 % 5% 20 % 10 %

Aantal per groep 10 Amelanchier lamarckii Krenteboompje 4 25 Rhamnus frangula Vuilboom 25 Cornus sanguinea Gewone kornoelje 10 Cornus mas Gele kornoelje 25 Ligustrum vulgare Gewone liguster 10 Viburnum opulus Gelderse Roos

3 2 4 5 5

Beheer struikenbosje is ieder 4 jaar 33% terugsnoei, takken in het element verwerken, zodat het een dicht struweel blijft en niet hol wordt.

D) Aanplant mantelstrook 100 meter De bestaande bomen van de buurman of op de grens zijn al waardevol. Door dit te versterken met een struikenrand van 4 meter breedte wordt het visueel dicht en ecologisch nog waardevoller. De onderlinge plantafstand is 1,25 meter en het plantsoen heeft bij aanplant een grootte van 80-100 cm. Dus op deze 400 m2 zijn dit 250 stuks. Het plantsoen wordt groepsgewijs aangeplant, zoals hierboven aangegeven om te voorkomen dat overheersende soorten overwoekeren. Inpassingsplan 7 locaties Houbensteyn 14-10-2025

Met onderstaande soorten wordt het aangeplant in groepjes. 30 % 75 30 % 75 40 % 100

Cornus sanguinea Ligustrum vulgare Viburnum opulus

Aantal per groep Gewone kornoelje Gewone liguster Gelderse Roos

4 5 5

Beheer struikenmantel is minder intensief, daar ze meer schaduw hebben en minder groei. Voorstel is het te bezien maar lijkt iedere 6 jaar 33% terugsnoei, takken in het element verwerken, zodat het een dicht struweel blijft en niet hol wordt.

E) Aanvullen bomenrij en tweede rij totaal 30 stuks Om de er een dubbele rij van te maken worden er 30 stevige bomen toegevoegd. Dit zijn: 20 Ulmus leavis Fladderiep 10 Quercus petraea Wintereik De bomen hebben bij aanplant maar 14-16 en zo meteen body. Qua beheer minimale snoei. Mogelijk opkroning i.v.m. doorrijhoogte en verder zeker niet kandelaberen of overmatige snoei. Het dient samen met de bestaande bomen een dichte bomenlaan te worden.

F) Aan te planten 10 bomen Hier worden 10 bomen aangeplant die de laan en afscherming naar buurman vormen. Verder een mooi kader. Dit zijn gemengd de volgende soorten: 4 Quercus petraea Wintereik 4 Fraxinus excelsior Es Inpassingsplan 7 locaties Houbensteyn 14-10-2025

2 Ulmus leavis Fladderiep De bomen hebben bij aanplant maar 14-16 en zo meteen body. Qua beheer minimale snoei. Mogelijk enige beperkte opkroning en verder zeker niet kandelaberen of overmatige snoei. Beheer vegetatie is 2 x per jaar maaien is biodivers het beste.

G) Aanleg 2 hoogstamfruitbomen en 2 entreebomen met graslandondergroei Deze 4 bomen zijn samen een net andere beplanting en leuk tbv plaatsen entreebord of zo. Dit zijn: Entreebomen

2 Castanea sativa 1 Prunus “Lapings” 1 Prunus “Regina”

Tamme kastanje Kers Kers

Plantafstand is ca 8-10 meter. Na het eerste jaar zal eventueel inboet plaatsvinden. De snoei is terughoudend. Enige opkroning en uitdunnen kroon, waarmee de habitus behouden blijft en de boom verder kan uitgroeien tot volwassen uitgegroeide boom. Onderbegroeiing is het met 2 x per jaar maaien een meer gevarieerde vegetatie te verkrijgen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16922140/1