CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 03-03-03 Archeologisch onderzoek Drie woningen Beetezijweg Blitterswijck

Gemeenteraad 31 oktober 2023, gemeente VenrayBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan ‘Drie woningen Beetezijweg Blitterswijck’9.915 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ARCHEOLOGISCH VOORONDERZOEK BEETEZIJWEG 3, 5 EN 7 IN BLITTERSWIJCK GEMEENTE VENRAY

Archeologisch vooronderzoek Beetezijweg 3, 5 en 7 in Blitterswijck Opdrachtgever

Beusmans en Jansen Adviseurs Steeg 12 5975 CE Sevenum

Rapportnummer

17527.002

Versienummer1

1

Datum

19 januari 2021

Vestiging

Zuid-Holland Hoofdweg 240 3067 GJ Rotterdam 010-7640828 rotterdam@econsultancy.nl

Opsteller

R.S. Verheij, MSc, drs. A.J. Wullink en dr. A.C. Mientjes

Paraaf

Kwaliteitscontrole

ir. F.F.J.M. Top

Paraaf

© Econsultancy bv, Rotterdam Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot) 1

Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeeld door de bevoegde overheid.

Econsultancy Archeologisch Rapport

Administratieve gegevens plangebied Projectcode

17527.002

Toponiem

Beetezijweg 3, 5 en 7

Opdrachtgever

Beusmans en Jansen Adviseurs

Gemeente

Venray

Plaats

Blitterswijck

Provincie

Limburg

Kadastrale gegevens

Gemeente Wanssum, sectie E, perceel 584

Omvang plangebied

1605 m2

Kaartblad

52E (1:25.000)

Coördinaten centrum plangebied

X: 204800 / Y: 393620

Bevoegde overheid

Gemeente Venray Raadhuisstraat 1 5801 MB Venray

T: 0478-523333 E: gemeente@venray.nl

Deskundige namens de bevoegde overheid

Venlo en Regio Drs. J.W. Schotten Postbus 3434 5902 RK Venlo

T: 077-3596363 E: j.schotten@venlo.nl

Onderzoeksmelding ARCHIS3

5140838100

Archeoregio NOaA

4: Brabants zandgebied

Beheer en plaats documentatie

Econsultancy, Rotterdam; Provinciaal Depot Bodemvondsten Limburg

Uitvoerders

Econsultancy, R.S. Verheij, MSc & drs. A.J. Wullink

Kwaliteitszorg Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Tevens is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.

Econsultancy Archeologisch Rapport

SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van Beusmans en Jansen Adviseurs een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor het plangebied gelegen aan de Beetezijweg 3, 5 en 7 in Blitterswijck in de gemeente Venray. De initiatiefnemer heeft het voornemen om drie woonhuizen in het plangebied te realiseren. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO-overig), verkennende fase door middel van boringen. Volgens het bureauonderzoek worden er in het plangebied rivierafzettingen van de Formatie van Beegden verwacht, met eventueel daarop dekzandafzettingen van de Formatie van Boxtel. In de top van de rivierafzettingen worden archeologische resten verwacht vanaf het Laat-Paleolithicum. Het veldonderzoek heeft uitgewezen dat ter plaatse van het plangebied een plaggendek aanwezig is met een dikte tussen circa 80 en 100 cm met hieronder Pleistocene rivierafzettingen van de Maas. In de top van de rivierafzettingen is verbruining opgetreden.

Binnen het plangebied zijn er geen dekzandafzettingen aangetroffen. Uit het vooronderzoek kan worden geconcludeerd dat het plangebied op rivierafzettingen ligt, behorend tot de Formatie van Beegden. Hierop is een 80 tot 100 cm dik plaggendek aangetroffen. Onder het plaggendek in de top van de rivierafzettingen is een 10 tot 30 cm dikke verbruiningshorizont (Bw-horizont) aangetroffen. Binnen deze verbruiningshorizont zouden archeologische resten bewaard kunnen zijn gebleven. De verwachting voor resten uit het Vroeg-Paleolithicum – Vroege Middeleeuwen wordt hiermee bevestigd. De verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd kan naar laag worden bijgesteld, omdat de top van het plaggendek mogelijk geroerd is. Econsultancy adviseert om de dubbelbestemming ‘waarde – archeologie 2’ te handhaven. Dit betekent dat bij toekomstige vergunningplichtige werkzaamheden dieper dan 50 cm -mv en groter dan 250 m2 eerst verder onderzoek moet worden uitgevoerd. Dit onderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een karterend/waarderend veldonderzoek door middel van proefsleuven. Dit onderzoek heeft tot doel vast te stellen of er binnen het plangebied archeologische resten aanwezig zijn in de verbruiningslaag.

Het proefsleuvenonderzoek dient te worden uitgevoerd op basis van een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen, waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. Bovenstaand advies is van Econsultancy. Er is, op grond van de gebruikte onderzoeksmethode, geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven. Over de aan- of afwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig uitsluitsel worden gegeven. Aan dit advies kunnen geen rechten worden ontleend. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Venray), die vervolgens het advies over neemt of niet. Als het plangebied nu of in de toekomst door de gemeente Venray wordt vrijgegeven voor bodemroerende werkzaamheden, dan blijft er, conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016, een meldingsplicht bestaan. Eventuele archeologische resten die bij werkzaamheden worden aangetroffen moeten worden gemeld bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de provincie Limburg of de gemeente Venray.

Rapport 17527.002 versie 1

INHOUDSOPGAVE

1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

BUREAUONDERZOEK .............................................................................................................. 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9

3

INVENTARISEREND VELDONDERZOEK .............................................................................. 13 3.1 3.2 3.3 3.4

4

Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................... 2 Methoden .......................................................................................................................... 2 Afbakening en huidige situatie van het plangebied .......................................................... 3 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................... 4 Beschrijving van het historische gebruik .......................................................................... 5 Archeologische waarden .................................................................................................. 8 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel ........................................................ 11 Conclusie bureauonderzoek ........................................................................................... 12

Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................. 13 Methoden ........................................................................................................................ 13 Resultaten ....................................................................................................................... 13 Conclusie veldonderzoek ............................................................................................... 14

CONCLUSIE EN ADVIES ......................................................................................................... 15

LITERATUUR ...................................................................................................................................... 16 BRONNEN .......................................................................................................................................... 17

Rapport 17527.002 versie 1

LIJST VAN TABELLEN Tabel 1. Tabel 2. Tabel 3.

Aardwetenschappelijke gegevens plangebied Gespecificeerde archeologische verwachting Bodemopbouw boring 1

LIJST VAN AFBEELDINGEN Ligging van het plangebied Figuur 1. Figuur 2. Het plangebied op de kadastrale kaart Figuur 3. Het plangebied op een luchtfoto Figuur 4. Toekomstige situatie in het plangebied Figuur 5. Het plangebied op de geomorfogenetische kaart van het Maasdal Figuur 6. Het plangebied op de geomorfologische kaart Figuur 7. Maaiveldhoogte in het plangebied Figuur 8. Het plangebied op de bodemkaart Figuur 9. Het plangebied op historisch kaartmateriaal Figuur 10. Archeologische waarden en onderzoeken Figuur 11. Archeologische verwachtingskaart jagers-verzamelaars in droge landschappen Figuur 12. Archeologische verwachtingskaart landbouwers in droge landschappen Figuur 13. Archeologische verwachtingskaart jagers-verzamelaars en landbouwers in droge en natte landschappen Figuur 14. Archeologische beleidskaart Figuur 15. Boorpuntenkaart

BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken Archeologische monumenten Onderzoeksmeldingen Vondstmeldingen Boorstaten en profiel

Rapport 17527.002 versie 1

1

INLEIDING

Econsultancy heeft in opdracht van Beusmans en Jansen Adviseurs een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de Beetezijweg 3, 5 en 7 in Blitterswijck in de gemeente Venray. De initiatiefnemer heeft het voornemen drie woonhuizen in het plangebied te realiseren. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992), de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006) en de Erfgoedwet (2016). Econsultancy is gecertificeerd volgens de BRL 4000 Archeologie2, voor de KNA-protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004, zoals vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en ondergebracht bij het SIKB te Gouda. Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (KNA-protocol 4002, hoofdstuk 2) en een inventariserend veldonderzoek, verkennende fase, door middel van boringen (IVO-O; KNAprotocol 4003, hoofdstuk 3). Op basis van de resultaten van het onderzoek en in relatie tot de geplande bodemverstoringen wordt geadviseerd of en in welke vorm vervolgonderzoek nodig is (hoofdstuk 4). Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in december 2021 door R.S. Verheij, MSc, A.J.

Wullink (senior KNA-prospector) en dr. A.C. Mientjes (senior KNA-prospector en -archeoloog). Het rapport is gecontroleerd door ir. F.F.J.M. Top.

2 SIKB, 2018; zie ook www.sikb.nl

RAPPORT 17527.002 versie 1

Pagina 1 van 17

2 2.1

BUREAUONDERZOEK Doelstelling en onderzoeksvragen

Het doel van het bureauonderzoek is om een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Om deze vraag te beantwoorden wordt een inventarisatie gemaakt van bekende aardwetenschappelijke, archeologische en (cultuur)historische gegevens. Aan de hand deze inventarisatie wordt het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. 2.2

Methoden

Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform KNA-protocol 40023, volgens specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven volgens specificatie LS06. Daarnaast wordt het onderzoek uitgevoerd conform het opgestelde beleid voor archeologisch onderzoek binnen de gemeente Venray. Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht: afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04); opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05).

Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd: het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); relevante (wetenschappelijke) literatuur en historisch kaartmateriaal; de recente topografische kaart (schaal 1:25.000); recente luchtfoto’s; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN); de archeologische verwachtingskaarten van de gemeente Venray; Heemkundevereniging Meerlo-Wanssum.

3 SIKB, 2018

RAPPORT 17527.002 versie 1

Pagina 2 van 17

2.3

Afbakening en huidige situatie van het plangebied

Afbakening Het plangebied ligt ten zuidwesten van de kern van Blitterswijck, aan de rand van de bebouwde kom, aan de Beetezijweg. De zuidzijde van het plangebied grenst aan de Beeteweg. In het noorden ligt de Oude Heerweg en in het oosten de Berkenstraat. Ten zuiden van het plangebied liggen meerdere boomgaarden en de Hooge Heide. Het plangebied ligt in de kadastrale gemeente Wanssum, sectie E en beslaat perceel 584. De oppervlakte van het plangebied is 1.605 m2. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1 en figuur 2. Het onderzoeksgebied is het gebied waarbinnen voor het bureauonderzoek relevante informatie wordt verzameld. Dit is het gebied in een straal van circa 500 m rondom het plangebied. Huidige situatie Het plangebied beslaat een grasveld met aan de zuidoostzijde een groenstrook. Het plangebied is niet bebouwd. In figuur 3 is de huidige situatie weergegeven. Vigerend beleid Volgens het vigerend bestemmingsplan Blitterswijck4 uit 2014 heeft het plangebied een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. Volgens de bijbehorende planregels is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij ingrepen groter dan 250 m2 en dieper dan 50 cm -mv.

De dubbelbestemmingen zijn afgeleid van de gemeentelijke beleidskaart en de bijbehorende beleidsnota.5 Milieukundige situatie Tegelijkertijd met het archeologisch onderzoek is door Econsultancy ook een milieuhygiënisch onderzoek uitgevoerd.6 Uit dit onderzoek is gebleken dat er in de bovengrond, ondergrond en grondwater geen verontreinigingen aanwezig zijn. De bodem bestaat voornamelijk uit zwak tot sterk siltig, matig fijn tot zeer fijn zand. De bovengrond is bovendien zwak humeus (tot maximaal 0,5 m -mv). 2.4

Toekomstige situatie

De initiatiefnemer heeft het voornemen om in het plangebied drie woonhuizen te realiseren. De toekomstige situatie wordt verbeeld in figuur 4. Het woonhuis aan de Beetezijweg 3 krijgt een oppervlakte van 525,7 m2, op nummer 5 een oppervlakte van 509,3 m2 en op nummer 7 een oppervlakte van 543,2 m2. In deze fase van de planvorming is het onbekend tot hoe diep de fundering zal reiken.

4

www.ruimtelijkeplannen.nl RAAP, 2011 6 Econsultancy-rapportage 17527.001, 2021 5

RAPPORT 17527.002 versie 1

Pagina 3 van 17

2.5

Aardwetenschappelijke gegevens

De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Tabel 1.

Aardwetenschappelijke gegevens plangebied

Type gegevens

Gegevensomschrijving

Geologie

Formatie van Boxtel op Laag van Wijchen, Formatie van Beegden op Formatie van Beegden.

Geomorfologie

Dalvlakteterras bedekt met dekzand

Bodemkunde

Hoge bruine enkeerdgronden

Grondwatertrap

VII

Landschappelijke ontwikkeling en geologie Het plangebied ligt op een rivierterras van de Maas, in het midden van de Venloslenk, een tektonisch dalingsgebied. Ten oosten van dit dalingsgebied ligt de Viersenbreuk en ten westen hiervan een andere breuk. In het Pleistoceen worden in dit gebied afzettingen van de Maas afgezet, behorend tot de Formatie van Beegden. De terrassen van de Maas zijn door de tijd heen ontstaan door een afwisseling van warme en koude periodes. Tijdens een ijstijd stroomt de Maas als vlechtende rivier door het landschap en vormt een riviervlakte waarop zand en grind is afgezet. Tijdens de warme periode die op de koude periode volgt veranderd de Maas in een meanderende rivier en snijd zich in de riviervlakte in. Tegelijkertijd komt door tektonische opheffing van de Ardennen en Limburg de riviervlakte omhoog, zodat de riviervlakte hoger komt te liggen dan de insnijdende Maas. De riviervlakte vormt zodoende een rivierterras in het landschap. Door de afwisseling van warme en koude periodes zijn er in het gebied meerdere terrassen ontstaan, voornamelijk tijdens het Laat Plioceen en Pleistoceen. In de afgelopen drie miljoen jaar zijn er 31 terrasniveaus gevormd in het Maasdal, onderverdeeld in laag-, midden- en hoogterrassen.

In het Plioceen worden de hoogterrassen gevormd, tot 1,2 miljoen jaar geleden zijn de middenterrassen gevormd en in het Weichselien en Salien zijn de laagterrassen gevormd. De jongste terrassen liggen direct aan de Maas. Verder van de Maas vandaan, hoger in het landschap, zijn de terrassen ouder. Omdat de Maas aan het begin van het Pleistoceen verder oostelijk stroomde, liggen de oudste en hoogste terrassen in het oosten van Zuid-Limburg.7 Het plangebied ligt op terras nummer 5, gevormd in de Jonge Dryas (12.850 – 11.650 jaar geleden), al dan niet bedekt met dekzand (figuur 5).8 Geomorfologie en maaiveldhoogte Volgens de geomorfologische kaart van Nederland (figuur 6) ligt het plangebied op een dalvlakteterras, al dan niet afgedekt met dekzand. Ten westen van het plangebied liggen landduinen met bijbehorende vlakten en laagten. Ten zuidoosten van het plangebied ligt een restgeul van de Maas. Op het Actueel hoogtebestand van Nederland (AHN3; figuur 7) zijn de landduinen als hoger gelegen delen in het landschap te onderscheiden. Het maaiveld van het dalvlakteterras ligt tussen 17 en 19,5 m NAP. Het maaiveld van de landduinen ligt tussen 15,5 en 20 m NAP. Het maaiveld van de restgeul van de Maas ligt rond 13,5 m NAP. In het plangebied ligt het maaiveld tussen 17,5 en 18,3 m NAP.

7 Rivierterras - Geologie van Nederland 8 van den Berg, 1996

RAPPORT 17527.002 versie 1

Pagina 4 van 17

Bodem en grondwater Volgens de bodemkaart van Nederland (figuur 8) komen er in het plangebied hoge bruine enkeerdgronden voor. Ten noorden van het plangebied komen vorstvaaggronden voor, ten westen duinvaaggronden en ten oosten poldervaaggronden en oude rivierkleigronden. Enkeerdgronden zijn zandgronden, die voorkomen op hogere zandruggen langs grote beekdalen. De bovengrond is bruin en minimaal 50 cm dik. De bovengrond is ontstaan door ophoging van de oorspronkelijke bodem met potstalmest. Vorstvaaggronden en duinvaaggronden zijn hoge zandgronden met een bouwvoor die weinig humus bevat. Het verschil tussen de twee gronden is dat bij vorstvaaggronden onder de bovengrond een geelbruine laag tot 60 of 80 cm diep voorkomt en dit is bij duinvaaggronden niet het geval. Het zijn bodemprofielen met een zwak ontwikkelde Bw-horizont. Vorstvaaggronden worden gevormd in mineralogisch rijkere rivier(duin)zanden, terwijl duinvaaggronden kenmerkend zijn voor jonge, mineralogisch arme stuifzanden. Poldervaaggronden zijn kleigronden met een slecht ontwikkelde A-horizont, die worden gekenmerkt door periodieke hoge waterstanden, waardoor binnen 50 cm -mv gleyverschijnselen (roestvlekken voorkomen). De hoge bruine enkeerdgronden hebben grondwatertrap VII.

Dit betekent dat de hoogste grondwaterstand (winterpeil) tussen 80 en 140 cm -mv staat en de laagste grondwaterstand (zomerpeil) dieper dan 120 cm -mv. De grondwaterstand is van invloed op de conservering van organische archeologische resten, zoals hout, leer en bot. Deze resten worden boven de laagste grondwaterstand niet of slecht geconserveerd verwacht. 2.6

Beschrijving van het historische gebruik

Bewoningsgeschiedenis en historisch kaartmateriaal In de gemeente Venray dateren de eerste archeologische resten uit het Paleolithicum, Mesolithicum en Vroeg-Neolithicum. Deze sporen zijn voornamelijk aangetroffen in overgangsgebieden van natte lage gebieden naar hoge droge gebieden, zogenaamde gradiëntsituaties. Door het voorkomen van een grote verscheidenheid aan vegetatie en de daaraan gekoppelde voedselbronnen en in de nabijheid van water, zijn deze plekken geschikt voor jagers-verzamelaars. De vondsten bestaan voornamelijk uit vuursteenartefacten. Geschikte verblijfslocaties zijn bijvoorbeeld de hogere Maasterrassen. De landbouwers uit het Neolithicum – Nieuwe tijd vestigen zich in gebieden bepaald door de ontwateringstoestand, bodemvruchtbaarheid en bewerkbaarheid van de bodem. Met name hoge bruine enkeerdgronden, veldpodzolgronden met grondwatertrap VI en VII, moderpodzolgrond, vorstvaaggronden met grondwatertrap VII en hoge zwarte enkeerdgronden hebben een hoge verwachting voor resten van landbouwers.9 In 1242 wordt Blitterswijck voor het eerst vermeld, wanneer Willem van Blitterswijck wordt genoemd. De eerste akte dateert uit 1360. Blitterswijck ligt in Opper-Gelre en maakt deel uit van het Land van Kessel, eigendom van Hertog van Gelre vanaf 1279. In 1543 komen Gelre en het Land van Kessel aan de Habsburgers.

Tijdens de Opstand kiest Opper-Gelre de Spaanse kant en bij de vrede van Münster in 1648 blijft Opper-Gelre, met het Land van Kessel, in Spaanse handen.

9 RAAP, 2011

RAPPORT 17527.002 versie 1

Pagina 5 van 17

In 1713, na de Spaanse Successieoorlog, wordt Opper-Gelre gesplitst en komt Blitterswijck in handen van de Pruisen. In 1795 wordt Pruisisch-Gelre veroverd door de Fransen en in 1815 wordt Blitterswijck deel van het Koninkrijk der Nederlanden. In 1830 wordt het gebied onderdeel van België na de Belgische onafhankelijkheidsstrijd, maar wordt in 1839 bij Nederland gevoegd (als onderdeel van het hertogdom Limburg, na 1866 de provincie Limburg).10 Volgens de kadastrale minuut uit 1811 – 1832 beslaat het plangebied perceel 365 (figuur 9A). Dit perceel is in bezit van Hendrik Goossen en is in gebruik als bouwland. Het perceel ligt pal ten zuidwesten van de historische kern van Blitterswijck. De zuidzijde van het plangebied grenst aan de huidige Beeteweg. De meeste percelen rondom het plangebied en ook het perceel dat het plangebied beslaat zijn langgerekt en hebben een noordoost-zuidwest oriëntatie. Op het perceel ten oosten van het plangebied staat bebouwing. Het plangebied ligt in het gebied de Beeten. Op de topografische kaart uit 1899 is te zien dat het plangebied onbebouwd is en de westzijde van het plangebied grenst aan de huidige Beetezijweg (figuur 9B). Op het perceel ten oosten van het plangebied staat bebouwing. De situatie is ten opzichte van de kadastrale minuut weinig veranderd, er is alleen bebouwing bijgekomen in de kern van Blitterswijck.

Rond 1937 komt er bebouwing bij in Blitterswijck, ook ten zuidwesten van het plangebied aan de andere kant van de huidige Beetezijweg en ten noorden van het plangebied (figuur 9C). De situatie binnen het plangebied blijft onveranderd. Rond 1980 komt er meer bebouwing bij, voornamelijk langs de wegen (figuur 9D). Ten westen van het plangebied is langs de huidige Beetezijweg bebouwing bijgekomen. Rond 1999 is ten zuiden van het plangebied de St. Annakapel gebouwd (figuur 9E). Verder is te zien dat er meerdere delen land als boomgaard worden gebruikt. Tot op heden blijft de situatie nagenoeg onveranderd (figuur 9F). Rijks- en gemeentemonumenten binnen attentiegebied Binnen het plangebied of direct daaromheen liggen geen rijksmonumenten. Wel ligt er één MIP-object ten westen van het plangebied. MIP-objecten zijn gebouwen die tijdens het Monumenten Inventarisatie Project van de RCE, dat is uitgevoerd tussen 1986 en 1995, als bouwkundig waardevol zijn aangemerkt.

Het MIP-object betreft een woonhuis aan de Beetezijweg 14, welke vermoedelijk reeds gesloopt is omdat het huidige pand dateert uit 1971 en MIP-objecten dateren van voor de Tweede Wereldoorlog.11 Tweede Wereldoorlog Om vast te stellen of er mogelijke archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied aanwezig zijn, is een aantal publicaties geraadpleegd.12 Volgens de indicatieve kaart militair erfgoed lag ten noordoosten van het plangebied de Maaslinie en de Maas-stellung. De Maaslinie diende als vertragingslinie om het Nederlandse leger de tijd te geven de achterliggende Peel-Raamstelling gereed te maken. De Maas-stellung was een Duitse verdedigingslinie langs de oostoever van de Maas en was aangelegd om een geallieerde invasiemacht uit het westen en zuiden te kunnen stoppen of vertragen.

10 Renes, 1999 11 BAG-viewer, PDOK; MIP-objecten-databace RCE. De gemeentebeschrijvingen zijn niet meer via de RCE te downloaden. 12 ikme.nl; VEO Bommenkaart; Ruimingskaart; Wageningen University & Research—Geoportal.

RAPPORT 17527.002 versie 1

Pagina 6 van 17

Ten westen van Blitterswijck lag het operatieterrein Overloon-Venray. Dit was het terrein waar de Slag om Overloon-Venray of Operatie Aintree plaats heeft gevonden. Deze slag was onderdeel van het geallieerde offensief om de Maas en uiteindelijke de Rijn over te kunnen steken. De archeologische verwachting voor de linies betreft naast het gebouwde erfgoed zoals bunkers en tankversperringen ook archeologische resten zoals de resten van gevechts- en waarnemingsposities voor infanterie, opstellingen voor geschut, loopgraven, mangaten, overstoven betonbouw, versperringen en barakken. Ter plaatse van het operatieterrein kunnen resten van munitieartikelen aanwezig zijn. Daarnaast kunnen meer statische structuren worden verwacht, zoals resten van stellingen, versperringen, loopgraven en ondersteunende posten. Ook inslagen van granaten en mortieren kunnen worden verwacht, vaak in de vorm van beschadigingen aan bestaande bouw of bomen en als microreliëf. Het raadplegen van de bronnen geeft geen redenen om aan te nemen dat er archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied te verwachten zijn. Heemkundevereniging Meerlo-Wanssum Op 9 december 2021 is er contact gezocht met de heemkundevereniging Meerlo-Wanssum voor aanvullende historische informatie over het plangebied. In het tijdsbestek van dit onderzoek is op het verzoek geen reactie gekomen.

RAPPORT 17527.002 versie 1

Pagina 7 van 17

2.7

Archeologische waarden

Er ligt één archeologisch monument in de omgeving van het plangebied, waar het plangebied deel van uitmaakt (figuur 10 en bijlage 2). Verder zijn er meerdere archeologische onderzoeken uitgevoerd in de omgeving van het plangebied (in een straal van 500 m) en zijn er ook meerdere vondsten gedaan (figuur 10, bijlage 3 en 4). AMK-terrein De oude dorpskern van Blitterswijck is een AMK-terrein (AMK nr. 16624) van hoge archeologische waarde. Het plangebied maakt hier onderdeel van uit. Binnen het terrein zijn er bewoningssporen uit de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd aangetroffen. De begrenzing van deze kernen is gebaseerd op 19e- en vroeg 20e-eeuwse kaarten. Binnen deze contouren kunnen in de bodem resten van vroegmoderne en waarschijnlijk ook van laatmiddeleeuwse (vanaf circa 1300 AD) bewoning aangetroffen worden. Ook sporen van oudere bewoning kunnen aanwezig zijn. Er moet wel rekening gehouden worden met dat de bewoning in de Vroege- en Volle Middeleeuwen (tot circa 1300 AD) een meer dynamisch karakter gehad kan hebben en dat de plaats en grens ervan niet perse hoeft samen te vallen met die van de latere bewoning. Archeologische onderzoeken Circa 60 m ten noorden van het plangebied is in 2009 een bureau- en booronderzoek uitgevoerd (zaakid. 2266578100). Uit het bureauonderzoek is gebleken dat de onderzoekslocatie op een laatglaciaal Maas-terras met dekzandruggen ligt.

De locatie ligt mogelijk op de noordoostelijke uitloper van een grote landduin. Het Maas-terras heeft een hoge archeologische verwachting voor resten vanaf het Laat-Paleolithicum. Uit het booronderzoek is gebleken dat de locatie inderdaad op het dalvlakteterras ligt, maar er geen dekzand aanwezig is. In de rivierafzettingen heeft zich een holtpodzolbodem ontwikkeld. In een boring is in de Bw-horizont een fragment prehistorisch aardewerk aangetroffen. Geconcludeerd kan worden dat binnen de onderzoekslocatie mogelijk een archeologische vindplaats aanwezig is uit de prehistorie (periode Neolithicum – Romeinse Tijd). Er wordt vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven geadviseerd. Echter, is door de gemeente Venray het onderzoeksgebied vrijgegeven omdat het oppervlakte wat verstoord zal worden te kleine is en omdat door verbruining de kwaliteit van de sporen sterk zal zijn verminderd. Ten oosten van het plangebied (circa 190 m) is in 2009 een booronderzoek uitgevoerd (zaakid. 2230378100). Uit het onderzoek is gebleken dat het terrein in de afgelopen tien jaar is gesaneerd, waardoor de bodem met daarin eventuele archeologische waarden is afgegraven. Archeologische waarden worden daarom niet meer verwacht. Er is geadviseerd om het onderzoeksgebied vrij te geven. Circa 250 m ten noordoosten van het plangebied is in 2008 een booronderzoek uitgevoerd (zaakid. 2186736100).

Tijdens het booronderzoek zijn er geen aanwijzingen voor archeologische resten aangetroffen in het westelijk deel van het onderzoeksgebied. In het oostelijk deel van het onderzoeksgebied, binnen de grenzen van AMK monumentnummer 16624, zijn hoogstwaarschijnlijk de funderingsresten van een 19e-eeuwse boerderij aangetroffen. Er is geadviseerd om met de gemeente Meerlo-Wanssum te overleggen in hoeverre zij de historische waarde van de funderingsresten van de 19e-eeuwse boerderij van belang achten binnen het kader van het beheer van het historische karakter van de dorpskern. De waarde van de aanwezige funderingsresten kan door middel van proefsleuven onderzocht worden. Voor zover bekend is dit onderzoek nog niet uitgevoerd.

RAPPORT 17527.002 versie 1

Pagina 8 van 17

Ten noorden van het plangebied (circa 250 m) is in 2012 een bureau- en booronderzoek uitgevoerd (zaakid. 2361411100). Uit het onderzoek is gebleken dat het noorden van het onderzoeksgebied binnen de historische kern van Blitterswijck ligt en volgens het gemeentelijk archeologiebeleid daar een inventariserend veldonderzoek in de vorm van proefsleuven verplicht is. Het zuidelijke deel van het onderzoeksgebied is onderzocht met een booronderzoek. Uit dit booronderzoek is gebleken dat de ondergrond bestaat uit een bouwvoor van 30 cm dik, bestaande uit bruin grijs, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus zand met daaronder een bruine laag bestaande uit matig fijn, zwak siltig zand. Deze laag varieert sterk in dikte en kan als B-horizont worden geïnterpreteerd. De C-horizont bestaat over het algemeen uit beige, matig fijn, zwak siltig zand. Er wordt geconcludeerd dat archeologische resten in het zuidelijke deel van het onderzoeksgebied niet meer worden verwacht ter plaatse van de bebouwing en ten noorden van deze bebouwing. Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek wordt er geadviseerd om het zuidelijke deel van het plangebied nader te onderzoeken in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Behoud van een eventuele archeologische vindplaats bij bodemverstoringen dieper dan 30 cm is niet mogelijk. Ter plaatse van de bebouwing is de ondergrond mogelijk verstoord.

De mate van verstoring kan doormiddel van het proefsleuvenonderzoek vastgesteld worden, waardoor ook ter plaatse van de bebouwing een proefsleuvenonderzoek geadviseerd wordt. Dit onderzoek is voor zover bekend nog niet uitgevoerd. Circa 350 m ten noordoosten van het plangebied aan de Pastoor Verhegenstraat is in 2012 een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd (zaakid. 2383233100). Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn er geen archeologische resten aangetroffen. Het bodemprofiel blijkt grotendeels intact te zijn. Onder de bouwvoor bevindt zich een esdek dat direct op de C-horizont ligt. In de onderkant van het esdek is een drietal aardewerkfragmenten uit de 19e eeuw aangetroffen. Er zijn echter geen aanwijzingen dat er op enig moment bewoning binnen het onderzoeksgebied heeft plaatsgevonden. Gezien de intactheid van de bodem en de afwezigheid van archeologische vondsten of andere archeologische indicatoren ouder dan de Nieuwe tijd (bijv. oude cultuurlagen) wordt er geconcludeerd dat er binnen het onderzoeksgebied geen vindplaats aanwezig is die nader onderzocht moet worden. Op archeologische gronden kan het onderzoeksgebied dan ook worden vrijgegeven. Uit twee booronderzoeken, circa 400 m ten noorden (zaakid. 2233067100) en circa 450 m ten noordoosten van het plangebied (zaakid.

2122120100), is gebleken dat er geen vervolgonderzoek noodzakelijk is omdat er geen duidelijk aanwijzingen zijn aangetroffen dat zich archeologische resten in de onderzoekgebieden bevinden. Circa 500 m ten zuidwesten van het plangebied aan de Beeteweg is in 2005 een booronderzoek uitgevoerd (zaakid. 2070995100). Uit het onderzoek is gebleken dat het onderzoeksgebied landschappelijk gezien gunstig ligt, de archeologische verwachting hoog is en de natuurlijke bodemopbouw onverstoord is. Hierdoor bestaat er een zeer reële kans dat archeologische waarden in het plangebied aanwezig zijn, ook al zijn deze in de boringen niet waargenomen. Er wordt vervolgonderzoek aanbevolen in de vorm van proefsleuven. Dit onderzoek is zover bekend nog niet uitgevoerd. Vondsten Naast de bovengenoemde vondsten zijn er in de omgeving van het plangebied drie vondsten gedaan. Circa 190 m ten westen van het plangebied is een vuurstenen schrabber uit het Neolithicum gevonden ter plaatse van de Meerlosche Heide (zaakid. 2723636100). Circa 400 m ten noordoosten van het plangebied is een handgevormd aardewerk object, afkomstig van een urnenveld in Blitterswijck-Ooyen, uit de Late Bronstijd gevonden (zaakid. 3114063100) en stenen funderingen uit de Late Middeleeuwen (zaakid. 2849698100). De funderingen zijn aangetroffen tijdens een opgraving en behoren tot de kerk van Maria Geboorte.

RAPPORT 17527.002 versie 1

Pagina 9 van 17

Archeologische verwachting De gemeente Venray heeft meerdere verwachtingskaarten en een beleidskaart voor de regio. Volgens de archeologische verwachtingskaart voor jagers-verzamelaars in droge landschappen heeft het plangebied een lage archeologische verwachting voor het Paleolithicum – Vroeg-Neolithicum (figuur 14). Op de kaart is ook de vondst uit het Neolithicum ten zuidwesten van het plangebied weergegeven. Deze verwachtingskaart is gebaseerd op gradiëntzones, overgangsgebieden van nat/laag naar droog/hoog, waar resten worden verwacht uit het Paleolithicum – Vroeg-Neolithicum. Deze gradiëntzones bevinden zich tussen gebieden met grondwatertrap III en VI of VII, alsmede tussen V en VI of VII en zijn maximaal 200 m breed. Dit zijn gebieden met een hoge verwachting voor vindplaatsen van jagers-verzamelaars. De overige gebieden hebben een lage verwachting. Het plangebied ligt in het droge/hoge gebied ten westen van de gradiëntzone. Volgens de verwachtingskaart voor landbouwers in droge landschappen heeft het plangebied een hoge verwachting voor het Neolithicum – Nieuwe tijd (figuur 12). Deze kaart is gebaseerd op voor landbouwers geschikte gebieden, waarbij de ontwateringstoestand, bodemvruchtbaarheid en de bewerkbaarheid van de bodem bepalende factoren zijn.

Er is een onderscheid gemaakt tussen gronden die voldoen aan alle factoren, gronden die voldoen aan enkele factoren en gronden die niet of nauwelijks aan enige factoren voldoen. De bodems zijn geclassificeerd in bodems met een lage, middelhoge of hoge verwachting. De hoge bruine enkeerdgronden die worden verwacht in het plangebied hebben een hoge verwachting voor landbouwers. Volgens de verwachtingskaart voor jagers-verzamelaars en landbouwers in droge landschappen heeft het plangebied een hoge archeologische verwachting en ligt het plangebied binnen een AMK-terrein (figuur 13). Deze kaart is gebaseerd op de voorgaande kaarten. Volgens de beleidskaart van de gemeente Venray ligt het plangebied in een zone met categorie 2 (figuur 14). Categorie 2 betreft in dit geval een monument met betrekking tot historische kernen. Binnen deze categorie geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen die dieper reiken dan 50 cm -mv en groter zijn dan 50 m2. Deze onderzoekplicht komt niet overeen met het beleidsplan dat jonger is (2014) dan de beleidskaart (2011). Uit het beleidsplan geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen die dieper reiken dan 50 cm -mv en plangebieden groter dan 250 m2.

RAPPORT 17527.002 versie 1

Pagina 10 van 17

2.8

Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel

Op grond van het bureauonderzoek is de volgende gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld (zie tabel 2). Tabel 2.

Gespecificeerde archeologische verwachting

Archeologische periode

Verwachting en complextype

Te verwachten resten

Relatieve diepte t.o.v. het maaiveld

Laat-Paleolithicum – VroegNeolithicum

Laag; kampementen

Vondstlaag met strooiing van vuursteen en houtskool; haardkuilen.

In de top van rivierafzettingen, onder een esdek

Neolithicum – Vroege Middeleeuwen

Hoog; bewoningssporen, sporen van landgebruik

Akkerlagen, cultuurlagen, ophooglagen; sloten/greppels, afvalkuilen, paalkuilen, waterputten; vuur- en natuursteen, aardewerk, houtskool, (on)verbrand bot, verbrand leem.

In de top van rivierafzettingen, onder een esdek

Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd

Hoog; sporen van landgebruik

Akkerlagen, sloten/greppels.

In de top van rivierafzettingen en in het esdek

Het plangebied ligt op een Maas-terras gevormd in het Jonge Dryas (12.850 – 11.650 jaar geleden), al dan niet afgedekt door dekzand. In het plangebied worden rivierafzettingen van de Formatie van Beegden verwacht, met eventueel daarop dekzandafzettingen van de Formatie van Boxtel. Het plangebied ligt ten westen van de Maas en in het zuidwesten van Blitterswijck en is op basis van historisch kaartmateriaal nooit bebouwd geweest en in gebruik geweest als bouwland. In de top van het Maas-terras worden archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum – Vroeg-Neolithicum verwacht, onder een esdek. De verwachting voor deze periode is laag omdat het plangebied binnen een hoog/droog gebied ligt en niet binnen een overgangszone tussen dit gebied en een nat/laag gebied. Volgens de gemeentelijke verwachtingskaart van deze periode geldt er alleen een hoge verwachting voor de overgangsgebieden. Uit de periode Laat-Paleolithicum – Vroeg-Neolithicum worden kampementen verwacht in de vorm van een vondstlaag met strooiing van vuursteen en houtskool. Daarnaast worden er uit deze periode ook haardkuilen verwacht. Ook worden er in de top van het Maas-terras bewoningssporen en sporen van landgebruik uit het Neolithicum – Vroege Middeleeuwen verwacht, onder een esdek. De verwachting voor deze periode is hoog omdat er in het plangebied hoge bruine enkeergronden worden verwacht.

Deze gronden krijgen volgens de gemeentelijke verwachtingskaart van deze periode een hoge verwachting, omdat de gronden geschikt zijn voor bewoning en landbouw. Resten van landbouwers uit het Neolithicum – Vroege Middeleeuwen worden verwacht in de vorm van cultuur- en akkerlagen met strooiing van houtskool, vuursteen, aardewerk en verbrand leem en grondsporen zoals paal- en afvalkuilen, greppels en waterputten. Sporen van landgebruik uit de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd worden verwacht in de top van het Maas-terras en in het esdek. Voor deze periode geldt een hoge verwachting. Bodemverstoring Er zijn geen redenen om aan te nemen dat er verstoring van de ondergrond binnen het plangebied heeft plaatsgevonden. Er zou alleen eventueel verstoring hebben kunnen plaatsvinden door het gebruik van het plangebied als bouwland.

RAPPORT 17527.002 versie 1

Pagina 11 van 17

2.9

Conclusie bureauonderzoek

Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Uit het bureauonderzoek is gebleken dat in het plangebied resten vanaf het Laat-Paleolithicum worden verwacht in de top van het Maas-terras, dat vermoedelijk door een esdek wordt afgedekt. Om de archeologische verwachting te toetsen is een vervolgonderzoek noodzakelijk. Dit onderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een inventariserend veldonderzoek, verkennende fase, door middel van boringen. Dit onderzoek heeft tot doel om de landschappelijke opbouw en de mate van verstoring voor het plangebied vast te stellen en hiermee de archeologische verwachting voor het plangebied te bepalen.

RAPPORT 17527.002 versie 1

Pagina 12 van 17

3

INVENTARISEREND VELDONDERZOEK

3.1

Doelstelling en onderzoeksvragen

Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen. Het veldonderzoek heeft tot doel antwoord te vinden op de vraag wat de bodemopbouw en de mate van verstoring is binnen het plangebied en hoe dit de archeologische verwachting beïnvloed in het kader van de voorgenomen bodemingrepen. 3.2

Methoden

Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd conform KNA-protocol 400313, volgens specificaties VS01, VS03 en VS05. Daarnaast wordt het onderzoek uitgevoerd conform beleid voor archeologisch onderzoek binnen de gemeente Venray. Het veldonderzoek is op 21 december 2021 uitgevoerd door dr. A.C. Mientjes (Senior KNA-archeoloog en Senior KNA-prospector). Voorafgaand aan het veldwerk, op 9 december 2021, is door R.S. Verheij, MSc, een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld. In totaal zijn vier boringen tot 1,5 meter beneden het maaiveld geplaatst. De boringen zijn lineair binnen een raai uitgevoerd met een onderlinge afstand van circa 20 meter. De locatie van de boringen en de NAP-hoogte van het maaiveld zijn bepaald met behulp van een GPS-systeem. De locatie van de boringen is te zien op figuur 15. Voor de boringen is gebruik gemaakt van een Edelmanboor met een diameter van 7 centimeter. De boringen zijn lithologisch beschreven conform de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode.14 De boorbeschrijvingen en een profiel zijn te vinden in bijlage 5. 3.3

Resultaten

Geologie en bodem De resultaten van de boringen zijn opgenomen in de vorm van boorprofielen en worden in bijlage 5 weergegeven. Op basis van deze boorprofielen kan de bodemopbouw als volgt worden weergegeven, waarbij de vier uitgevoerde boringen een relatief uniforme bodemopbouw laten zien (zie tabel I hieronder). Tabel 3.

Bodemopbouw boring 115

Diepte16

Samenstelling

Interpretatie

0-65

Zand, matig grof, zwak siltig, donkerbruin, in tot wortels

Plaggendek

65-100

Zand, matig grof, matig siltig, donkerbruin, relatief natte bodem

Plaggendek

100-120

Zand, matig grof, zwak siltig, roodbruin

Rivierafzettingen: verbruiningshorizont

120-150

Zand, matig grof, zwak siltig, lichtbruin, mogelijk banden-B

Rivierafzettingen: C-horizont

13 SIKB, 2018. 14 Bosch, 2005. 15 Overeenkomstige bodemopbouw: boring 2, 3 en 4. 16 Centimeters beneden maaiveld.

RAPPORT 17527.002 versie 1

Pagina 13 van 17

Bij alle vier de boringen is er beneden een graszode een plaggendek aanwezig tot een diepte van circa 80 en 100 cm -mv. Een duidelijk onderscheid tussen een bouwvoor en een plaggendek kan niet worden gemaakt anders dan dat bovenin wortels aanwezig zijn. Het plaggendek bestaat uit donker bruin(grijs), matig grof, siltig zand. Naar onderen toe lijkt het plaggendek siltiger te worden. In Boring 3 en 4 is het plaggendek gevlekt wat er mogelijk op wijst dat het plaggendek in (sub)recente tijden is geroerd. Beneden het plaggendek zijn rivierafzettingen van de Maas aangetroffen, die gerekend kunnen worden tot de Formatie van Beegden (meer precies: Formatie van Beegden, rivierzand en -grind, code Be3). De aangetroffen rivierafzettingen lijken gedurende het Pleistoceen te zijn afgezet, tijdens het Jonge Dryas.17 Het bovenste deel van de rivierafzettingen, met een dikte van tussen de circa 10 en 30 cm, bestaat uit roodbruin, zwak siltig, matig grof zand. In Boring 3 en 4 lijkt deze zandlaag enigszins geroerd. Deze top van de rivierafzettingen is als een verbruiningshorizont (Bw-horizont) geïnterpreteerd. Verbruining ontstaat door het vrijkomen van ijzeroxiden bij de afbraak van mineralen. Het vrijgekomen ijzer wordt in huidjes afgezet rondom de mineralen delen in de bodem, waardoor een homogene, bruine kleur in de top van de pleistocene rivierafzettingen ontstaat.

Dit homogeniserende effect van de bodem heeft vaak tot gevolg dat bij gravende archeologische onderzoeken sporen moeilijk leesbaar zijn. Tot slot zijn aan de onderzijde van de boringen rivierafzettingen bestaande uit lichtbruin, matig grof zand aangetroffen, waarbinnen mogelijk banden-B aanwezig zijn. Deze onderste laag is als de C-horizont gedefinieerd. Archeologische indicatoren In geen van de vier boringen zijn archeologische indicatoren waargenomen. Het gaat hier echter om een inventariserend veldonderzoek, dat zich richt op de bodemopbouw en mogelijke bodemverstoringen die de archeologische trefkans kunnen beïnvloeden en niet zo zeer op het onderzoeken op de aanwezigheid van archeologische vondsten en/of sporen. 3.4

Conclusie veldonderzoek

Het veldonderzoek heeft tot doel antwoord te vinden op de vraag wat de bodemopbouw en de mate van verstoring is binnen het plangebied en hoe dit de archeologische verwachting beïnvloedt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen. Volgens het bureauonderzoek worden er in het plangebied rivierafzettingen van de Formatie van Beegden verwacht, met eventueel daarop dekzandafzettingen van de Formatie van Boxtel. In de top van de rivierafzettingen worden archeologische resten verwacht vanaf het Laat-Paleolithicum. Het veldonderzoek heeft uitgewezen dat ter plaatse van het plangebied een plaggendek aanwezig is met een dikte tussen circa 80 en 100 cm met hieronder Pleistocene rivierafzettingen van de Maas. In de top van de rivierafzettingen is verbruining opgetreden (bijlage 5). Binnen het plangebied zijn er geen dekzandafzettingen aangetroffen. Geconcludeerd kan worden dat er in de verbruiningshorizont resten van het Laat-Paleolithicum – Vroege Middeleeuwen worden verwacht. De verwachting voor de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd kan naar laag worden bijgesteld omdat de top van het plaggendek mogelijk geroerd is.

17 van der Berg, 1996

RAPPORT 17527.002 versie 1

Pagina 14 van 17

4

CONCLUSIE EN ADVIES

Uit het vooronderzoek kan worden geconcludeerd dat het plangebied op rivierafzettingen ligt, behorend tot de Formatie van Beegden. Hierop is een 80 tot 100 cm dik plaggendek aangetroffen. Onder het plaggendek in de top van de rivierafzettingen is een 10 tot 30 cm dikke verbruiningshorizont (Bw-horizont) aangetroffen. Binnen deze verbruiningshorizont zouden archeologische resten bewaard kunnen zijn gebleven. De verwachting voor resten uit het Vroeg-Paleolithicum – Vroege Middeleeuwen wordt hiermee bevestigd. De verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd kan naar laag worden bijgesteld, omdat de top van het plaggendek mogelijk geroerd is. Econsultancy adviseert om de dubbelbestemming ‘waarde – archeologie 2’ te handhaven. Dit betekent dat bij toekomstige vergunningplichtige werkzaamheden dieper dan 50 cm -mv en groter dan 250 m2 eerst verder onderzoek moet worden uitgevoerd. Dit onderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een karterend/waarderend veldonderzoek door middel van proefsleuven. Dit onderzoek heeft tot doel vast te stellen of er binnen het plangebied archeologische resten aanwezig zijn in de verbruiningslaag. Het proefsleuvenonderzoek dient te worden uitgevoerd op basis van een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen, waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. Bovenstaand advies is van Econsultancy.

Er is, op grond van de gebruikte onderzoeksmethode, geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven. Over de aan- of afwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig uitsluitsel worden gegeven. Aan dit advies kunnen geen rechten worden ontleend. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Venray), die vervolgens het advies over neemt of niet. Als het plangebied nu of in de toekomst door de gemeente Venray wordt vrijgegeven voor bodemroerende werkzaamheden, dan blijft er, conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016, een meldingsplicht bestaan. Eventuele archeologische resten die bij werkzaamheden worden aangetroffen moeten worden gemeld bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de provincie Limburg of de gemeente Venray.

RAPPORT 17527.002 versie 1

Pagina 15 van 17

LITERATUUR Berg, M. W. van den. (1996). Fluvial sequences of the Maas: A 10 Ma record of neotectonics and climatic change at various time-scales. Bosch, J. (2005). Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. NITG-TNO. https://www.sikb.nl/doc/archeo/leidraden/Leidraad%20ASB%20versie%205_2%20geactualiseerd%20september%202008.pdf Econsultancy. (2021). Rapportage verkennend bodemonderzoek (17527.001) Beetezijweg te Blitterswijck (17527.001). RAAP Archeologisch Adviesbureau Bv. (2011). Actualisatie verwachtingskaart en opstellen beleidskaart met bijbehorende beleidsregels Gemeente Venray (Nr. 15642VENR-F). RAAP. Renes, J. (1999). Landschappen van Maas en Peel. Een toegepast historisch-geografisch onderzoek in het streekplangebied Noord- en Midden-Limburg. https://edepot.wur.nl/211741 SIKB. (2018). BRL SIKB 4000. Beoordelingsrichtlijn Archeologie (Versie 4.1, 24 mei 2018 ed.). SIKB.

RAPPORT 17527.002 versie 1

Pagina 16 van 17

BRONNEN AHN; internetsite, januari 2022. http://www.ahn.nl Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, januari 2022. https://archis.cultureelerfgoed.nl Bodemloket, internetsite, januari 2022. http://www.bodemloket.nl Beeldbank Cultureelerfgoed; internetsite, januari 2022 http://www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Dinoloket; internetsite, januari 2022. http://www.dinoloket.nl/ Indicatieve kaart Militair Erfgoed; internetsite, januari 2022. http://www.ikme.nl/ Kadaster Topotijdreis; internetsite, januari 2022. http://www.topotijdreis.nl/ Ruimingskaart; internetsite, januari 2022. http://www.beobom.nl/ruimingskaart/ SIKB; internetsite, januari 2022. http://www.sikb.nl VEO Bommenkaart; internetsite, januari 2022. http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/ Wageningen University & Research—Geoportal; internetsite, januari 2022. https://library.wur.nl/WebQuery/geoportal/raf#1

RAPPORT 17527.002 versie 1

Pagina 17 van 17

Figuur 1. Ligging van het plangebied

RAPPORT 17527.002 versie 1

Figuur 2. Het plangebied op de kadastrale kaart

RAPPORT 17527.002 versie 1

Figuur 3. Het plangebied op een luchtfoto

RAPPORT 17527.002 versie 1

Figuur 4. Toekomstige situatie in het plangebied

RAPPORT 17527.002 versie 1

Figuur 5. Het plangebied op de geomorfogenetische kaart van het Maasdal

RAPPORT 17527.002 versie 1

RAPPORT 17527.002 versie 1

Figuur 6. Het plangebied op de geomorfologische kaart

RAPPORT 17527.002 versie 1

Figuur 7. Maaiveldhoogte in het plangebied

RAPPORT 17527.002 versie 1

Figuur 8. Het plangebied op de bodemkaart

RAPPORT 17527.002 versie 1

Figuur 9. Het plangebied op historisch kaartmateriaal

RAPPORT 17527.002 versie 1

Figuur 10.

Archeologische waarden en onderzoeken

RAPPORT 17527.002 versie 1

RAPPORT 17527.002 versie 1

Figuur 11.

Archeologische verwachtingskaart jagers-verzamelaars in droge landschappen

RAPPORT 17527.002 versie 1

RAPPORT 17527.002 versie 1

Figuur 12.

Archeologische verwachtingskaart landbouwers in droge landschappen

RAPPORT 17527.002 versie 1

RAPPORT 17527.002 versie 1

Figuur 13. Archeologische verwachtingskaart jagers-verzamelaars en landbouwers in droge en natte landschappen

RAPPORT 17527.002 versie 1

RAPPORT 17527.002 versie 1

Figuur 14.

Archeologische beleidskaart

RAPPORT 17527.002 versie 1

RAPPORT 17527.002 versie 1

Figuur 15.

Boorpuntenkaart

RAPPORT 17527.002 versie 1

Bijlage 1 Ouderdom in jaren

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken

Chronostratigrafie

MIS

Holoceen 11.755 12.745 13.675 14.025

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

15.700

1 Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)

Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)

2

LaatPleniglaciaal 29.000

50.000

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal

3

Formatie van Kreftenheye

Formatie van Boxtel

4

75.000

VroegW eichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000

370.000 410.000

5a 5c 5d

Eemien (warme periode)

5e

Saalien (ijstijd)

6

Holsteinien (warme periode)

Formatie van Beegden

5b

Eem Formatie Formatie van Drente

Formatie van Urk

Elsterien (ijstijd) 475.000

Cromerien (warme periode) 850.000

Pre-Cromerien 2.600.000

Rapport 17527.002 versie 1

Formatie van Sterksel

Formatie van Peelo

Cal. jaren v/n Chr.

14

C jaren

Chronostratigrafie

Pollen zones

0

1950

Vb2

1500

Subatlanticum koeler vochtiger

450 0 12

Vb1 Va

Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem

Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd

800 815

2650

IVb Subboreaal koeler droger

2000

3755

IVa

5000

4900

5300

7020

8240

Atlanticum warm vochtig

III

Boreaal warmer

II

Preboreaal warmer

I

8000

9000

8800 11.755

10.150

12.745

10.800

13.675

11.800

14.025

12.000

15.700

13.000

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

Late Dryas

LW III

Allerød

LW II

Vroege Dryas LW I Bølling

35.000

Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)

Bronstijd

Neolithicum

Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend

Mesolithicum

parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra

VroegWeichselien (VroegGlaciaal)

perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap

Laat-Paleolithicum

75.000

115.000 130.000

Eemien (warme periode)

Midden-Paleolithicum loofbos

Saalien (ijstijd) 300.000

Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).

Rapport 17527.002 versie 1

Bijlage 2 AMK nr. 16624

Archeologische monumenten

Locatie

Datering

Waarde en omschrijving

350 meter ten noordoosten van het plangebied Blitterswijck te Blitterswijck Gemeente Venray Coördinaat: 205054/393830

Middeleeuwen laat Nieuwe tijd

Complex: Nederzetting, onbepaald Waarde: Terrein van hoge archeologische waarde Terrein met bewoningssporen uit de Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe Tijd. Het gaat om de oude dorpskern van Blitterswijck. Op de AMK zijn historische dorpskernen en clusters oude bebouwing als gebieden van hoge archeologische waarde aangegeven. Dit is op grond van het belang van deze locaties, waar de wortels van de huidige dorpen of steden kunnen liggen. De begrenzing van deze kernen is gebaseerd op 19de-eeuwse en vroeg 20ste-eeuwse kaarten. Binnen deze contouren kunnen in de bodem resten van vroegmoderne en waarschijnlijk ook van laatmiddeleeuwse (vanaf circa 1300 AD) bewoning aangetroffen worden. Ook sporen van oudere bewoning kunnen aanwezig zijn. Bedacht dient echter te worden dat de bewoning in de Vroege- en Volle Middeleeuwen (tot circa 1300 AD) een meer dynamisch karakter gehad kan hebben en dat de plaats en grens ervan niet perse hoeft samen te vallen met die van de latere bewoning.

Rapport 17527.002 versie 1

Bijlage 3

Rapport 17527.002 versie 1

Onderzoeksmeldingen

22-12-2021 11:18

Archis 3 - zoeken

Zaak Zaaktype Registratie rapportplichtige onderzoeksmelding Zaakidentificatie 2266578100 Voorafgaand onderzoek Archis2 Onderzoeksmeldingsnr38205 Eigen kenmerk project Verwerving verwervingswijzen~archeologisch~non-destructief~archeologisch: boring Uitvoerder Archaeological Research en Consultancy Bevoegd gezag particulier Provincie Limburg Gemeente Venray Plaats Blitterswijck Toponiem Beetezijweg X coördinaat 204796 Y coördinaat 393681 Startdatum veldwerk 01/01/2009 Verwachte einddatum veldwerk02/01/2009 Meldingsdatum 01/01/2009 Omschrijving Status zaak Onderzoek afgemeld op 26-05-2015

Zaakdocumenten Document ID 2002293 Archis2 22980 Rapportmeldingsnr Auteur A.J. Wullink & J.J.A. Wijnen Titel Een karterend archeologisch inventariserend veldonderzoek door middel van boringen aan de Beetezijweg te Blitterswijck, gemeente Meerlo-Wanssum (L) Jaar 2010 Reeks ARC-rapport Volgnr 2010-1 Link https://archisarchief.cultureelerfgoed.nl/Archis2/Archeorapporten/18/AR22980 Externe Link -

https://archis.cultureelerfgoed.nl/zoekenenvinden/#/zaak/search/(zaak:(fields:('*':'2266578100')))

1/1

22-12-2021 11:21

Archis 3 - zoeken

Zaak Zaaktype Registratie rapportplichtige onderzoeksmelding Zaakidentificatie 2230378100 Voorafgaand onderzoek Archis2 Onderzoeksmeldingsnr33143 Eigen kenmerk project Verwerving verwervingswijzen~archeologisch~non-destructief~archeologisch: boring Uitvoerder ADC ArcheoProjecten Bevoegd gezag particulier Provincie Limburg Gemeente Venray Plaats Blitterswijck Toponiem X coördinaat 204985 Y coördinaat 393574 Startdatum veldwerk 26/01/2009 Verwachte einddatum veldwerk27/01/2009 Meldingsdatum 22/01/2009 Omschrijving Status zaak Onderzoek afgemeld op 19-05-2017

Zaakdocumenten Document ID 10023967 Archis2 Rapportmeldingsnr Auteur Hanemaaijer, M. & R. van Lil Titel Gemeente Meerlo Wansum, Blitterswijck, Berkenstraat Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek Jaar 2009 Reeks ADC-rapport Volgnr 1806 Link https://archisarchief.cultureelerfgoed.nl/Archis3/Zaakdocumenten/223/2230378/afm/ Externe Link -

https://archis.cultureelerfgoed.nl/zoekenenvinden/#/zaak/search/(zaak:(fields:('*':'2230378100')))

1/1

22-12-2021 11:34

Archis 3 - zoeken

Zaak Zaaktype Registratie rapportplichtige onderzoeksmelding Zaakidentificatie 2186736100 Voorafgaand onderzoek Archis2 Onderzoeksmeldingsnr26969 Eigen kenmerk project Verwerving verwervingswijzen~archeologisch~non-destructief~archeologisch: boring Uitvoerder ADC ArcheoProjecten Bevoegd gezag Gemeente Provincie Limburg Gemeente Venray Plaats Blitterswijck Toponiem Op den Dries X coördinaat 205020 Y coördinaat 393735 Startdatum veldwerk 29/02/2008 Verwachte einddatum veldwerk01/03/2008 Meldingsdatum 13/02/2008 Omschrijving Status zaak Onderzoek afgemeld op 26-05-2015

Zaakdocumenten Document ID 2027966 Archis2 Rapportmeldingsnr12618 Auteur Breda, W. van & R. van Lil Titel Blitterswijck, Op Den Dries, gemeente Meerlo-Wanssum Jaar 2008 Reeks Rapport Volgnr 1366 Link Externe Link https://doi.org/10.17026/dans-23h-8368

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13201000/1