Bijlage 02 Eindrapport zienswijzen Drie woningen Beetezijweg
Tekst van het document
Bestemmingsplan ‘Drie woningen Beetezijweg Blitterswijck’ Eindrapport adviezen en zienswijzen
Bestemmingsplan ‘Drie woningen Beetezijweg Blitterswijck’ Eindrapport adviezen en zienswijzen
Gemeente Venray Postbus 500 5800 AM Venray
Samengesteld door Team Ruimtelijke Ontwikkeling
1
Bestemmingsplan ‘Drie woningen Beetezijweg Blitterswijck’ Eindrapport adviezen en zienswijzen
Inhoud 1
Inleiding
3
2
Zienswijzen
4
Zienswijze 1 ................................................................................................................ 4 Zienswijze 2 ................................................................................................................ 7 3
Vervolgprocedure
12
Bijlage A: Overzicht indieners zienswijzen (niet openbaar)
2
Bestemmingsplan ‘Drie woningen Beetezijweg Blitterswijck’ Eindrapport adviezen en zienswijzen
1
Inleiding
Deze nota bevat de gemeentelijke reactie op de binnengekomen zienswijzen naar aanleiding van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan ‘Drie woningen Beetezijweg’ met het identificatienummer NL.IMRO.0984.BP22007-on01. Het bestemmingsplan ‘Drie woningen Beetezijweg Blitterswijck’ heeft ter visie gelegen van 14 april 2023 tot en met 25 mei 2023 (digitaal en op papier) in het klantencontactcentrum gemeentehuis Venray en elektronisch via de internetsite van de gemeente Venray en via www.ruimtelijkeplannen.nl. Tijdens de inzage termijn heeft eenieder het recht gehad een schriftelijke of mondelinge zienswijze in te dienen bij de gemeenteraad. In deze nota wordt ingegaan op de ingediende zienswijzen tegen het ontwerpbestemmingsplan. Er zijn twee zienswijzen binnengekomen tegen het ontwerpbestemmingsplan. Deze zienswijzen zijn binnen de daartoe gestelde termijn verzonden naar de gemeente en dus ontvankelijk. In hoofdstuk 2 wordt inhoudelijk ingegaan op de ingediende zienswijzen. De zienswijzen zijn hierin beknopt en zakelijk weergegeven. Voor zover bij de samenvatting van zienswijzen onderdelen van de betreffende reacties niet of niet geheel worden genoemd, betekent dit niet dat deze buiten beschouwing zijn gebleven. De zienswijzen zijn als geheel beoordeeld. De reacties worden samengevat weergegeven en voorzien van een gemeentelijke reactie.
Daarbij is steeds aangegeven in welke mate de opmerkingen leiden tot aanpassingen in het vast te stellen bestemmingsplan. Tenslotte, volgt in hoofdstuk 3 een toelichting over de vervolgprocedure. Bijlage A bevat de persoonsgegevens van de natuurlijke personen en de rechtspersonen van de indieners van de zienswijzen (hierna: reclamanten) en de inhoudelijke reacties. Deze bijlage is vanwege de vermelde persoonsgegevens van de natuurlijke personen vertrouwelijk en zal niet ter inzage worden gelegd.
3
Bestemmingsplan ‘Drie woningen Beetezijweg Blitterswijck’ Eindrapport adviezen en zienswijzen
2
Zienswijzen
Tegen het ontwerpbestemmingsplan ‘Drie woningen Beetezijweg Blitterswijck’ dat ter inzage heeft gelegen van 14 april 2023 tot en met 25 mei 2023 zijn twee schriftelijke zienswijzen binnengekomen. De persoonsgegevens van de indiener van de zienswijze (hierna: reclamant) zijn geanonimiseerd verwerkt in dit rapport, in verband met de bescherming van de privacy van de gegevens op internet. 1. XXX (reclamant 1), ingekomen op 23 april 2023; 2. Anker Rechtshulp namens bewoners XXX (reclamant 2), ingekomen op 25 mei 2023. Aan de indieners van de zienswijzen is een uniek nummer toegekend. Dit overzicht van nummers inclusief adresgegevens staat opgenomen in bijlage A (niet openbaar). Hieronder zijn de zienswijzen samengevat en voorzien van een reactie. Opgemerkt kan worden dat de zienswijzen niet hebben geleid tot de aanpassing van het plan. Dit is in het gemeentelijk antwoord op de zienswijzen vermeld. Er is per zienswijze aangegeven of deze binnen de gestelde termijn is ontvangen, of de zienswijzen ontvankelijk worden verklaard en inhoudelijk onderbouwd hoe de gemeente het standpunt uit de zienswijze ziet. De termen reclamant en indiener van zienswijze worden door elkaar gebruikt en hebben een identieke betekenis.
Zienswijze 1 Ontvankelijkheid De schriftelijke zienswijze d.d. zondag 23 april 2023, is tijdig ontvangen op zondag 23 april 2023 binnen de gestelde termijn. De zienswijze is inhoudelijk onderbouwd en voldoet aan de gestelde eisen. De zienswijze is ontvankelijk. Zienswijze Reclamant 1 is tegen woningbouw op deze locatie. De woningen worden te hoog (goothoogte 4 meter met twee etages en dakkapellen). Ze staan dichter op de straat (rooilijn) dan de overige woningen in de straat. De bouw schendt de privacy en veroorzaakt planschade. Standpunt gemeente Stedenbouwkundig gezien is voorliggend plan in balans met haar omgeving als gekeken wordt naar het aantal en de grootte van de woningen versus de grootte van de plek/ het stuk straat.
4
Bestemmingsplan ‘Drie woningen Beetezijweg Blitterswijck’ Eindrapport adviezen en zienswijzen
Reclamant geeft aan dat hij de woningen te dicht aan de straat vindt staan. Het bouwvlak is gelegen op 3 meter vanuit de openbare weg. De rooilijn is optimaal gekozen om het effect op de omgeving te minimaliseren en om op de vrij ondiepe kavels toch levensloopbestendige woningen te kunnen realiseren. Hierbij zijn er een aantal factoren van belang. -
Er worden 3 woningen mogelijk gemaakt in plaats van de eerder door initiatiefnemer gevraagde 4;
-
De percelen zijn breder, waardoor de buitenruimte tussen de woningen meer benut wordt.
-
Er blijft voldoende afstand van bebouwing tot de achterste perceelsgrens aanwezig.
-
Door de beperkte goothoogte van 4 m (<1,5 bouwlaag, welke 4,5m bedraagt) en de kaprichting is parallel aan de weg in combinatie met de afstand tot de erfgrens is er geen onevenredig negatief effect op het ruimtelijk beeld ter plaatse, maar is er sprake van een gebalanceerde inpassing op deze plek.
De woningen hebben een lage goothoogte en een kap parallel aan de weg. Door deze eigenschappen hebben ze een geoptimaliseerd minimaal effect op het ruimtelijk beeld en de beleving van de massa vanaf de straat. Dit valideert een positie meer naar de straat gelegen. Daarbij zijn er door de ontwikkelende partij diverse keuzes op het gebied van kwaliteit gemaakt, waardoor het totaalbeeld en ook in sterke relatie met de voortuin van 3,00m rustig en landelijk oogt. Oude boerderijen staan ook weleens bijna op de weg; in een landelijke omgeving staan niet alle gebouwen op afstand van de voorste erfgrens maar er op.
Bij de bouwregels is aansluiting gezocht bij de huidige bestaande bebouwing rond de Beetezijweg. Conform het vigerend bestemmingsplan “Blitterswijck”, dat geldt voor de omliggende woningen, woningen een goothoogte van 4,5 meter dan wel 5 meter mogen hebben. De drie nieuwe woningen worden lager en mogen conform het nieuwe bestemmingsplan ‘Drie woningen Beetezijweg Blitterswijck’ maximaal een goothoogte van 4 meter hoog hebben. Dit is geborgd middels de op de verbeelding en regels opgenomen aanduiding maximum goothoogte 4 m. De goothoogte is aldus in vergelijking met de omgeving lager. Er is een rustig straatbeeld door de eenduidige rooilijn, lage goothoogte en door het positioneren van de parkeerplaatsen achter de voorgevelrooilijn. De landschappelijke inpassing leidt tot een groen totaalbeeld. Er komen gemengde hagen tussen de kavels (verbeelding, toelichting BP 28 nov 2022 pag. 24) die de verspringing van de rooilijn integreren en verzachten. De realisatie van deze erfbeplanting is in de regels geborgd in artikel 4.5.2. als voorwaardelijke verplichting. In de toelichting op p. 21 is een afbeelding toegevoegd van de nieuwe woningen met dakkapel aan de voorkant. Het al dan niet toevoegen van deze dakkappelen tijdens de bouwfase staat los van deze procedure. Reclamant meent dat de toevoeging van voorliggende woningen de privacy schendt.
De locatie heeft een woonbestemming en is gelegen binnen de bebouwde kom waardoor te verwachten is dat ter plaatse verdichting zou kunnen gaan plaatsvinden. Er is binnen de
5
Bestemmingsplan ‘Drie woningen Beetezijweg Blitterswijck’ Eindrapport adviezen en zienswijzen
planlocatie juridisch-planologisch een bouwwerk van enige omvang mogelijk. We merken op dat de gestelde privacyaspecten ex artikel 5:50 BW in de ruimtelijke ordening leidend is. De afstandsnormen van deze privaatrechtelijke regeling behoren in een bestemmingsplan te worden gerespecteerd. Aangezien de bebouwing wordt gescheiden door een straat kan hier aan worden voldaan doordat hiermee genoeg ruimte wordt aangehouden om aan de afstandsnormen te voldoen. Er is daarbij zoveel mogelijk rekening gehouden met de omliggende woningen en het voorkomen van inkijk. Er is een groene inpassing in het ontwerp meegenomen met hagen en bomen, waardoor er groen in het beeld terugkomt dat zorgt voor privacy richting de buren. Het woonprogramma van de drie nieuwe woningen aan de Beetezijweg vindt met name plaats op de begane grond. Dat is af te leiden vanuit de lage goothoogte: deze beperkt de vrije ruimte op de verdieping dusdanig dat de activiteiten op de verdieping beperkt blijven. Daarbij betreft het hier woningen met een ligging aan de weg, waarbij aan straatzijde eenieder reeds kan passeren. Het is daarom de vraag in hoeverre er inbreuk op de privacy zal ontstaan. Ons inziens is geen sprake van onevenredige aantasting van de privacy door vaststelling van voorliggend bestemmingsplan.
Er is thans sprake van goede ruimtelijke ordening (Raad van State, 202002-19, 201901149/1/R3, ECLI:NL:RVS:2020:515). Tevens bestaat er volgens vaste jurisprudentie geen blijvend recht op vrij uitzicht (Raad van State, 15-02-2023, nr. 202200430/1/R4, ECLI:NL:RVS:2023-597). Belemmering hiervan is tevens lastig te vermijden in een stedelijke omgeving (zoals hier het geval). Dit aspect vormt derhalve geen zwaarwegend argument om geen medewerking te verlenen aan voorliggend bestemmingsplan. Indien reclamant meent schade te lijden vanwege de nieuwbouw, heeft hij het recht om hiervoor, na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan, een planschadeverzoek in te dienen bij de gemeente. Dit betreft een separate procedure op grond van afdeling 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening met een zelfstandig besluitvormingstraject. Deze procedure staat los van de procedure voor de wijziging van het bestemmingsplan. Bij de beoordeling van dit verzoek zal rekening worden gehouden met de voorzienbaarheid van de nieuwbouw alsmede met het ‘normaal maatschappelijk risico’ waardoor een deel van de planschade in ieder geval voor eigen rekening van reclamant zal blijven. Conclusie Woningbouw op deze locatie wordt passend geacht, waarbij goed is nagedacht over het optimaal benutten van de ruimte, het aantal woningen, de grootte, de oriëntatie en ontsluiting voor privacy en groen beeld.
De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
6
Bestemmingsplan ‘Drie woningen Beetezijweg Blitterswijck’ Eindrapport adviezen en zienswijzen
Zienswijze 2 Ontvankelijkheid De schriftelijke zienswijze d.d. woensdag 24 mei 2023, is tijdig ontvangen op donderdag 25 mei 2023 binnen de gestelde termijn. De zienswijze is inhoudelijk onderbouwd en voldoet aan de gestelde eisen. De zienswijze is ontvankelijk. Reactie De zienswijze van reclamant gaat in op de volgende punten: Provinciale Omgevingsverordening Limburg Het ontwerpbestemmingsplan is volgens reclamant 2 in strijd met de provinciale Omgevingsverordening Limburg 2014. Artikel 2.4.2 uit de toelichting heeft het verkeerde citaat weergegeven waardoor de invulling van de tekst onjuist is en niet is getoetst aan het juiste artikel 2.4.2 van de Omgevingsverordening Limburg 2014. Er had volgens reclamant getoetst moeten zijn aan de volgende bepaling: Artikel 2.4.2 Instructieregels nieuwe planvoorraad wonen De toelichting bij een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op de realisatie van een of meerdere woningen beschrijft dat: a. rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) b. c.
d. e.
en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie; sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk regionaal behoefteonderzoek; over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of Zuid- Limburg. De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; het ruimtelijk plan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring. realisatie van de woningen beoogd is binnen vijf jaar na vaststelling van het ruimtelijk plan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen.
Doordat niet aan het juiste artikel is getoetst blijkt niet dat er rekening is gehouden met hoofdstuk 3 en 5 van de provinciale omgevingsverordening (sub a). Er is een gebrek aan motivering doordat niet is onderbouwd en er geen afwegingskader uiteen is gezet. Voorts ontbreekt een actueel onafhankelijk regionaal behoefteonderzoek zoals sub b vereist en ontbreekt daardoor ook het geheel aan afstemming hierover uit sub c. Ook blijkt nu niet dat het ruimtelijk plan wordt gemonitord conform sub d conform de Limburgse systematiek. Reclamant vraagt deze strijdigheid te erkennen en op te heffen.
7
Bestemmingsplan ‘Drie woningen Beetezijweg Blitterswijck’ Eindrapport adviezen en zienswijzen
Gevolgen van enige betekenis Voorts kunnen er gevolgen van enige betekenis optreden als gevolg van onderhavig plan. De bewoners van de nieuwe woningen zullen rechtstreeks inzicht krijgen op het perceel en de woning van reclamant. De vrijheid om zich vrij te bewegen wordt beperkt en vormt een inbreuk op het recht op privacy. Daarbij zal het uitzicht ernstig worden aangetast door vermindering van het landschap dat nu ervaren wordt. Ook wordt de woning mogelijk minder waard als gevolg van de nieuwe woningen. Extra bebouwing kan een negatief effect hebben op de vastgoedwaarde. Standpunt gemeente Omgevingsverordening Limburg 2014 Op 1 januari 2023 is een nieuwe versie van de Omgevingsverordening Limburg 2014 in werking getreden met een nieuw artikel 2.4.2. Doordat voorliggend bestemmingsplan in concept voor deze datum is ingediend is per abuis het artikel niet aangepast. Daardoor is getoetst aan de eerder geldende bepaling uit de Omgevingsverordening Limburg 2014 en is dit artikel onverhoopt in de toelichting zo blijven staan. Dit leidt tot een tekstuele aanpassing van de toelichting, waarbij alsnog getoetst zal worden aan voorliggend nieuwe artikel 2.4.2. van de Omgevingsverordening Limburg 2014. Deze toetsing aan het nieuwe artikel 2.4.2 wordt in hoofdstuk 3 van de toelichting uitgewerkt.
Uit de reactie van de provincie Limburg in het kader van artikel 3.8, lid 1 Wro op het ontwerpplan volgt overigens dat het plan door de provincie is beoordeeld op de adequate doorwerking van de provinciale belangen en dat zij geen aanleiding ziet om ten aanzien van het plan een zienswijze in te dienen. Het voorgaande betekent dat wel degelijk is voldaan aan de instructieregel.
Gevolgen van enige betekenis Reclamant verwacht een vermindering van leefbaarheid en privacy in zijn woning. Ook wordt een negatief effect verwacht op de vastgoedwaarde van de woning door reclamant. De locatie heeft een woonbestemming en is gelegen binnen de bebouwde kom waardoor te verwachten is dat ter plaatse verdichting zou kunnen gaan plaatsvinden. Er is binnen de planlocatie juridischplanologisch een bouwwerk van enige omvang mogelijk. We merken op dat de gestelde privacyaspecten ex artikel 5:50 BW in de ruimtelijke ordening leidend is. De afstandsnormen van deze privaatrechtelijke regeling behoren in een bestemmingsplan te worden gerespecteerd. Aangezien de bebouwing wordt gescheiden door een straat kan hier aan worden voldaan doordat hiermee genoeg ruimte wordt aangehouden om aan de afstandsnormen te voldoen. Er is daarbij zoveel mogelijk rekening gehouden met de omliggende woningen en het voorkomen van inkijk. Er is een groene inpassing in het ontwerp meegenomen met hagen en bomen aan de voorzijde , waardoor er groen in het beeld terugkomt. Tevens worden er bomen op de percelen gerealiseerd die zorgen voor privacy naar de buren. De realisatie van deze erfbeplanting is in de regels geborgd in artikel 4.5.2. als voorwaardelijke verplichting.
8
Bestemmingsplan ‘Drie woningen Beetezijweg Blitterswijck’ Eindrapport adviezen en zienswijzen
Het wonen van de drie nieuwe woningen aan de Beetezijweg vindt met name plaats op de begane grond. Dat is af te leiden vanuit de lage goothoogte: deze beperkt de vrije ruimte op de verdieping dusdanig dat de activiteiten op de verdieping beperkt blijven. Daarbij betreft het hier woningen met een ligging aan de weg, waarbij aan straatzijde eenieder reeds kan passeren. Het is daarom de vraag in hoeverre er inbreuk op de privacy zal ontstaan. Ons inziens is geen sprake van onevenredige aantasting van de privacy door vaststelling van voorliggend bestemmingsplan. Er is thans sprake van goede ruimtelijke ordening (Raad van State, 2020-02-19, 201901149/1/R3, ECLI:NL:RVS:2020:515). Tevens bestaat er volgens vaste jurisprudentie geen blijvend recht op vrij uitzicht (Raad van State, 15-02-2023, nr. 202200430/1/R4, ECLI:NL:RVS:2023-597). Belemmering hiervan is tevens lastig te vermijden in een stedelijke omgeving (zoals hier het geval). Dit aspect vormt derhalve geen zwaarwegend argument om geen medewerking te verlenen aan voorliggend bestemmingsplan. Indien reclamant meent schade te lijden vanwege de nieuwbouw, heeft hij het recht om hiervoor, na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan, een planschadeverzoek in te dienen bij de gemeente. Dit betreft een separate procedure op grond van afdeling 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening met een zelfstandig besluitvormingstraject.
Deze procedure staat los van de procedure voor de wijziging van het bestemmingsplan. Bij de beoordeling van dit verzoek zal rekening worden gehouden met de voorzienbaarheid van de nieuwbouw alsmede met het ‘normaal maatschappelijk risico’ waardoor een deel van de planschade in ieder geval voor eigen rekening van reclamant zal blijven. Conclusie De zienswijze is deels gegrond en leidt tot onderstaande tekstuele aanpassing van paragraaf 4.2.2 in de toelichting van het bestemmingsplan. Deze tekstuele aanpassing leidt daarentegen niet tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan, omdat de plantoelichting geen juridisch bindende status heeft. 4.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. Hoewel de op 17 december 2021 vastgestelde Omgevingsverordening Limburg (2021) hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen in. Het gaat hier om instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen, zonne-energie, na-ijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestingsnormen voor internationale werknemers. Artikel 2.4.2 van de omgevingsverordening heeft betrekking op de planvoorraad 'wonen'.
Hierin is bepaald dat de motivering bij een omgevingsplan dat betrekking heeft op de realisatie van een of meerdere woningen beschrijft dat: a. rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie;
9
Bestemmingsplan ‘Drie woningen Beetezijweg Blitterswijck’ Eindrapport adviezen en zienswijzen
b. sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk regionaal behoefteonderzoek; c. over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of ZuidLimburg. De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; d. het omgevingsplan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring, bedoeld in afdeling 14.5; e. realisatie van de woningen beoogd is binnen 5 jaar na vaststelling van het omgevingsplan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen. Wanneer gekeken wordt naar voornoemd sub a. en b. betekent dat voor dit plan het volgende. De voorgenomen ontwikkeling voorziet op de toevoeging van drie woningen aan de Beetezijweg in Blitterswijck. Volgens de POVI is wonen in beginsel enkel toegestaan binnen bestaand bebouwd
gebied. Op de kaart behorende bij de POVI is te zien dat het plangebied is gelegen binnen het bestaand bebouwd gebied van Blitterswijck.
Afbeelding: Uitsnede Omgevingsverordening Limburg 2014 De woningen worden levensloopbestendig gebouwd, waarmee ze voorzien in de kwalitatieve behoefte en de ambities uit de Omgevingsvisie Limburg.
10
Bestemmingsplan ‘Drie woningen Beetezijweg Blitterswijck’ Eindrapport adviezen en zienswijzen
In Venray hebben we de ambitie om 2.000 woningen te realiseren tot 2035 (zie ook het omgevingsprogramma Wonen). Deze ambitie is voortgekomen uit de Woonbehoeftepeiling Venray uitgevoerd door de Stec Groep (vastgesteld door het College van B&W op 14 december 2021) en is tevens gebaseerd op de Progneff huishoudensprognose 2020 van de provincie Limburg. Laatstgenoemde prognose is geactualiseerd in 2021 en vormt samen met de prognose Pearl 2022 de basis voor de kwantitatieve woonopgave zoals opgenomen in de Woonmonitor van de Provincie uit 2022. Er is dus behoefte aan de toevoeging van woningen in Venray, ook in Blitterswijck. In kwalitatieve
zin
is
volgens
de
Woonmonitor
vooral
behoefte
aan
appartementen
en
nultredenwoningen. Uit de lokale Woonbehoeftepeiling blijkt voorts dat men in de kern Blitterswijck de voorkeur geeft aan een vrijstaande woning. In de regionale woonvisie (Regionale woonvisie Noord-Limburg 2020-2024) wordt tevens kwalitatief duidelijk dat er nog een opgave te realiseren valt als het gaat om woningbouw. Er is een mismatch in de huidige woningvoorraad en de toekomstige bevolkingssamenstelling. Vanuit de gedachte om woningen levensloopbestendig te houden en de match te laten bestaan waarbij rekening wordt gehouden met de bevolking, worden de woningen levensloopbestendig gebouwd. Op deze wijze wordt er kwalitatief rekening gehouden met veranderingen in de woningmarkt. Met de realisatie van drie levensloopbestendige woningen in Blitterswijck wordt tegemoet gekomen aan deze behoefte. Mede gelet op de regionale en gemeentelijke beleidskaders past het onderhavige initiatief binnen dit onderdeel van de Provinciale Omgevingsvisie Limburg.
Aan sub c. wordt ook voldaan. Op pagina 26 van de regionale woonvisie Noord-Limburg 20202024 staat dat gemeenten plannen bij meer dan 10 woningen dienen af te stemmen in de regio. Het plan Beetezijweg bestaat uit de toevoeging van drie woningen en is derhalve niet afgestemd in de regio Noord-Limburg, omdat dat volgens de afspraken niet nodig is. Sub d. betreft de Plancapaciteitsmonitor Limburg (PCM). Het plan is opgenomen in de PCM. De PCM is raadpleegbaar via www.pcmlimburg.nl en wanneer ingezoomd wordt op de locatie van het plangebied van het bestemmingsplan ‘Drie woningen Beetezijweg Blitterswijck’ is te zien dat deze locatie is opgenomen in de PCM.
e. In een anterieure overeenkomst met initiatiefnemer is een realisatietermijn vastgesteld welke voldoet aan sub e van artikel 2.4.2 van de omgevingsverordening. Bij niet tijdig nakomen van deze gestelde termijn is een boete verschuldigd welke per week oploopt. Mocht realisatie van de woningen binnen 5 jaar na vaststelling van het omgevingsplan niet worden gehaald, dan wordt afgewogen hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen in overeenstemming met op dat moment wenselijke en binnen het provinciale beleid passende bestemming. Geconcludeerd kan worden dat het project niet strijdig is met de Omgevingsverordening Limburg 2014.
11
Bestemmingsplan ‘Drie woningen Beetezijweg Blitterswijck’ Eindrapport adviezen en zienswijzen
3
Vervolgprocedure
Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad is voorzien op 31 oktober 2023. Publicatie van het vaststellingsbesluit dient binnen twee weken na vaststelling plaats te vinden. De reden hiervoor is, dat het plan ongewijzigd is ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. De beroepstermijn van zes weken vangt aan op de dag na de terinzagelegging van het besluit. Belanghebbenden zijn in de gelegenheid om gedurende de beroepstermijn een beroepschrift in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het bestemmingsplan treedt in werking op de dag nadat de beroepstermijn is afgelopen. Hierbij geldt het voorbehoud dat wanneer iemand een voorlopige voorziening aanvraagt en deze wordt toegekend, de inwerkingtreding van het plan kan worden geschorst.
Bijlagen Bijlage A niet-geanonimiseerde zienswijzen (Vertrouwelijk, niet publiceren)
12