CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

Besluit 19 Zienswijze Ontwerpbegroting 2025 inclusief meerjarenbegroting 2026-2028 van de RUD LN

Gemeenteraad 27 juni 2024, gemeente VenrayBij agendapunt: Ontwerpbegroting 2025 inclusief meerjarenbegroting 2026-2028 van de RUD LN30.449 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

29

gesprekken met een viertal medewerkers plaatsgevonden. Drie medewerkers zullen samen voor 2,1 fte per 1-1-2024 in dienst treden van de RUD. De vierde medewerker zal later nog volgen. Dit is het eerste begin om de extra uitvoerende werkzaamheden uit te voeren. Doordat de werving langer heeft geduurd kon niet aan de voorwaarde dat 40% van het budget van 2022 en 2023 eind 2023 gespendeerd diende te zijn, worden voldaan. Hierover heeft in december een gesprek plaatsgevonden waarin het ministerie heeft aangegeven deze voorwaarde nog niet toe te passen, mits er een aangepast plan ingediend zou worden. Het aangepast plan is eind 2023 ingediend. Net als in 2022 zijn de voornaamste uitgevoerde werkzaamheden in 2023 dan ook van voorbereidende aard, zoals het bijstellen van het plan, de planning en de gehele wervingsprocedures. Het risico verbonden aan het in dienst hebben van personeel wordt niet binnen de SPUKgelden opgevangen waardoor dit in de risico-inventarisatie en het weerstandsvermogen meegenomen zal moeten worden.

Asbest Door de kennisgroep Asbest is gewerkt aan eenduidige werkwijze zoals de toepassing van gezamenlijke uitvoeringsrichtlijnen en standaardbrieven voor alle gemeenten binnen de RUD NL. Deze gelijke werkwijze geven niet alleen voordelen voor de toezichthouders die de asbestsaneringen op locatie controleren maar ook duidelijkheid aan diegenen die sloopmeldingen binnen RUD LN gemeenten indienen. Geluid Met het in werking treden van de Omgevingswet wordt de wet- en regelgeving over het milieuthema geluid ingrijpend gewijzigd. Daarbij staat voorop het voorkomen van onbeheerste groei van het geluid door verbetering van de bewaking van geluidniveaus en bescherming tegen cumulatie van geluid van verschillende geluidbronnen. De gemeenten krijgen er een aantal geluidtaken bij. Verder zal meer informatie-uitwisseling tussen afdelingen en andere bestuursorganen moeten gaan plaatsvinden én moet er een landelijk geluidregister komen. In 2023 is gewerkt aan het op orde brengen van de informatievastlegging. IPPC Veehouderijen Op 21 februari 2017 zijn er Europese regels voor het actualiseren van de toepassing van de best beschikbare technieken (BBT) voor IPPC-inrichtingen (veehouderijen) gepubliceerd. Op grond van deze publicatie heeft het bevoegd gezag een actualisatieplicht om binnen 4 jaar na publicatie (21 februari 2021) van de BBT-publicatie voor de IPPC-installatie vast te

30

stellen of de vergunningvoorschriften voldoen aan deze BBT-conclusies en indien nodig te actualiseren. Deze actualisatie loopt al enige tijd via een regionale aanpak / project. Ondanks enige achterstand is naar verwachting eind 2024 de actualisatie afgerond.

2.4 Wat heeft het gekost? In onderstaande tabel zijn de totale baten en lasten opgenomen voor de uitvoering. In paragraaf 4.2 als onderdeel van de jaarrekening is een nadere toelichting opgenomen op de lasten en baten. Tabel 4 Taakveld

2023

primaire begroting

Lasten 1 Programmauitvoering Basis- en milieutaken Projecten Wabotaken 2 Coordinatiecentrum

2023

2023

2023

BegrotingsSPUK Wijzigingen wijziging PVA regelingen* BERAP 2023

2023 2023 Wijziging budgetoverheveling Bijgestelde realisatie PVA begroting 2023 2023 Saldo

7.4 milieubeheer 7.4 milieubeheer 8.3 wonen en bouwen 0.1 bestuur 0.4 overhead 3 Onvoorzien 0.8 overige baten en lasten 4 Vennootschapsbelasting 0.9 vpb 7 Betalingsverkeer 0.5 Treasury Totaal lasten

€ 792.000 € € € € 105.000 € € 21.000 € € 1.107.000 € € 50.000 € € € € € € 2.075.000 €

€ € € 1.009.000 € € € € € 271.000 € € € € € € € € 271.000 € 1.009.000 €

38.000 € € € 10.000 € -54.000 € -25.000 € € € -31.000 €

€ € € € -50.000 € € € € -50.000 €

Baten 5 Programmauitvoering Bestuurskosten Coördinatiecentrum 7 Betalingsverkeer Onvoorzien Basis en milieutaken Projecten Wabotaken Totaal baten

€ 21.000 € € 1.107.000 € € € € 50.000 € € 755.000 € € € € 105.000 € € 2.038.000 €

€ € 271.000 € € € € € € € € € 1.009.000 € € € 271.000 € 1.009.000 €

€ 14.000 € € € -89.000 € € € -75.000 €

-

-44.000 € 44.000 € € €

50.000 € € 50.000 € €

0.1 bestuur 0.4 overhead 0,5 Treasury 0.8 overige baten en lasten 7.4 milieubeheer 7.4 milieubeheer 8.3 wonen en bouwen

Resultaat Resultaat voor bestemming 6 Onttrekking reserve 0.10 mutaties reserves 6 Storting reserve 0.10 mutaties reserves Resultaat na bestemming

€ € € €

-37.000 € 37.000 € € €

-

€ € € €

-

€ € € €

€ € € € € € € €

2023

830.000 € 526.000 € 304.000 1.009.000 € 231.000 € 779.000 105.000 € 98.000 € 7.000 31.000 € 29.000 € 2.000 1.274.000 € 1.087.000 € 187.000 25.000 € € 25.000 € € € € 3.275.000 € 1.971.000 € 1.304.000

21.000 € 21.000 € 1.392.000 € 1.412.000 € € 77.000 € 50.000 € 50.000 € 666.000 € 433.000 € 1.009.000 € 255.000 € 105.000 € 98.000 € 3.244.000 € 2.346.000 €

-31.000 € 81.000 € 50.000 € €

375.000 € 57.000 € 50.000 € 382.000 €

31

-20.000 -77.000 233.000 755.000 7.000 898.000

406.000 -24.000 382.000

3 Paragrafen In de BBV zijn meerdere verplichte paragrafen opgenomen voor provincies, gemeenten en hun gemeenschappelijke regelingen. Deze zijn niet allemaal relevant voor de RUD. De RUD int geen belastingen en heffingen, bezit geen grondposities en is zelf geen verbonden partij bij een andere organisatie. Om deze reden zijn de paragrafen lokale heffingen, grondbeleid en verbonden partijen niet opgenomen. Hieronder staan de paragrafen: 1. Weerstandvermogen en risicobeheersing; 2. Financiering; 3. Onderhoud kapitaalgoederen; 4. Bedrijfsvoering.

3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de buffer om tegenvallers op te vangen. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de risico’s (benodigde weerstandscapaciteit) die de RUD LN loopt. Voor het beoordelen van het weerstandsvermogen is inzicht nodig in zowel de omvang en de achtergronden van de mogelijke risico’s als ook in de beschikbare weerstandscapaciteit. De ratio tussen de beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit (op basis van de geïnventariseerde risico’s) bepaalt het weerstandsvermogen van de RUD Limburg Noord. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit wordt gedefinieerd als de middelen en mogelijkheden waarover de RUD LN kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. Het is een buffer om ervoor te zorgen dat de organisatiedoelstellingen niet in gevaar komen, als risico’s werkelijkheid worden. Indien het geheel in een boekjaar niet voldoende blijkt te zijn dienen de deelnemers conform de verdeelsleutel bij te dragen aan het te kort. Het Algemeen Bestuur heeft in 2023 besloten om het positieve jaarrekeningresultaat over 2022 ter hoogte van afgerond € 135.000 te storten in een te vormen algemene reserve. Naast deze algemene reserve beschikt de RUD LN in de begroting over een post onvoorzien ter hoogte van € 50.000 die tot de weerstandscapaciteit gerekend kan worden.

Door middel van een geaccordeerde begrotingswijziging in de bestuursrapportage 2023 is deze post voor een deel ingezet, waardoor de post in 2023 uit kwam op € 25.500. Risicobeheersing De RUD LN inventariseert de risico’s waaraan de RUD LN is blootgesteld.

32

Een aantal risico’s zijn afgedekt met verzekeringen. Denk daarbij aan de aansprakelijkheidsen rechtsbijstandverzekering. Een tabel van de geactualiseerde risico-inventarisatie is in bijlage 2 opgenomen. Opgemerkt dient te worden dat de tabel inzicht geeft in de verwachtingswaarde van de risico’s. Wanneer een risico zich daadwerkelijk voordoet kan het effect groter of kleiner zijn dan de verwachtingswaarde. Beoordeling weerstandsvermogen Voor de beoordeling van het weerstandsvermogen is gebruik gemaakt van de waarderingstabel die door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement in samenwerking met de Universiteit van Twente is ontwikkeld (NARIS). Tabel 5

In de onderstaande tabel is de beoordeling van het weerstandsvermogen opgenomen. Het Algemeen Bestuur heeft in 2023 besloten om € 50.000 aan budget over te hevelen van 2023 naar 2024. Het budget is in 2023 gestort in de algemene reserve, waarbij besloten is om dit bedrag in 2024 weer te onttrekken voor de financiering van de BI-tooling. Gezien het bedrag “geoormerkt” is en niet vrij besteedbaar, had dit bedrag achteraf gezien beter in een nieuw te vormen reserve budgetoverheveling gestort kunnen worden. Gezien het budget al door het Algemeen Bestuur gelabeld is wordt dit bedrag niet meegeteld in de weerstandscapaciteit. Verder heeft het Algemeen Bestuur in 2023 besloten om een deel van de post onvoorzien incidenteel in te zetten, hierdoor is deze post verlaagd. Wat betreft het resultaat 2023 is dit bedrag volledig meegeteld in de weerstandscapaciteit, gezien het Algemeen Bestuur hier nog geen bestemming aan heeft gekoppeld. Inclusief het totale resultaat van 2023 is het weerstandsvermogen “uitstekend” te benoemen. Aangezien aan het Algemeen Bestuur voorgesteld wordt om na vaststelling van de jaarrekening het resultaat beschikbaar te gaan stellen voor een deel van de incidentele kosten voor het plan van aanpak om te komen tot een robuuste omgevingsdienst en het daaruit voortvloeiend bedrijfsplan, is tevens weergegeven welk effect dit heeft op het weerstandsvermogen.

Het weerstandsvermogen zal dan uitkomen op “voldoende”. Het uitgangspunt is dat de het weerstandsvermogen als ratio minimaal “voldoende” is. Indien de gekwantificeerde risico’s hoger zijn, dient de algemene reserve daarop te worden aangepast. Door de ontwikkelingen die de aankomende periode op ons afkomen, waarbij de financiën een onderdeel zullen zijn, wordt voorgesteld hier nu geen aparte aanpassing in te doen en de algemene reserve hier dus nog niet op aan te passen.

33

Tabel 6

Weerstandsvermogen Weerstandscapaciteit • Algemene reserve • Post onvoorzien • Resultaat 2023 Totaal Risico’s Ratio Beoordeling

Inclusief resultaat 2023

Begin 2024

€ 135.000 € 25.500 € 382.000 € 542.500 € 172.250 3,15 Uitstekend

€ 135.000 € 50.000 € 185.000 € 172.250 1,07 Voldoende

Kengetallen In artikel 11 van het BBV staat dat gemeenten, provincies en gemeenschappelijke regelingen in de paragraaf Weerstandsvermogen een set van vijf financiële kengetallen dienen op te nemen. Dit zijn kengetallen voor: de netto schuldquote, solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte, grondexploitatie en belastingcapaciteit. Gezien de RUD LN geen belastingen en heffingen int en geen grondposities bezit zijn de kengetallen voor grondexploitatie en belastingcapaciteit niet van toepassing. Hieronder zijn de (overige) ratio’s weergegeven. In bijlage 4 is de berekeningswijze uiteengezet. Tabel 7

Kengetallen

Realisatie 2022

Begroting 2023

Realisatie 2023

Duiding

Beoordeling

-7,07%

Begroting na wijziging 2023 -9,71%

Netto schuldquote

-19,29%

-30,74%

Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Hoe lager dit percentage hoe beter.

-19,29%

-7,07%

-9.71%

-30,74%

Solvabiliteitsratio

23,83%

11,13%

21,50%

30,10%

Structurele exploitatieuimte

9,81%

-1,82%

-1,54%

10,32%

Bij verstrekte leningen bestaat onzekerheid op terugbetaling. Door deze leningen van de financiële activa af te halen, wordt duidelijk wat het aandeel van de leningen in de exploitatie is en betekend voor de schuldenlast. Hoe lager dit percentage hoe beter. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de RUD in staat is zijn financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage hoe beter. Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen. Hoe hoger dit percentage hoe beter.

Door incidenteel geen terugbetaling aan de partners te verzorgen is het EV hoog. Dit zal in 2024 weer afnemen. De RUD heeft geen leningen verstrekt. Hierdoor wijkt het percentage niet af van de netto schuldquote.

Netto schuldquote, gecorrigeerd voor verstrekte leningen

34

3.2 Financiering Deze paragraaf gaat in op de wijze waarop de RUD LN zo adequaat mogelijk omgaat met het liquiditeitenbeheer. Hiervoor gelden niet alleen wettelijke kaders en regels, zoals vastgelegd in onder andere de wet FiDo (Financiering Decentrale Overheden) en RUDDO (Regeling Uitzettingen Derivaten Decentrale Overheden), maar ook interne richtlijnen; deze interne richtlijnen zijn vastgelegd in het treasurystatuut. Het statuut geeft de kaders aan waarbinnen het beleid wordt uitgevoerd. Bij de inwerkingtreding van de Wet Financiering decentrale overheden (FiDo) is het opnemen van een financieringsparagraaf in de begroting en in de jaarrekening verplicht voorgeschreven. In het Besluit Begroting en Verantwoording is neergelegd dat de financieringsparagraaf in elk geval de beleidsvoornemens voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille dient te bevatten. Onder risico’s worden in dit verband verstaan: renterisico’s, liquiditeitsrisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en voor zover van toepassing valutarisico’s. De grondslag voor de treasuryfunctie van de RUD wordt gevormd door het treasury statuut. In het treasury statuut zijn de kaders opgenomen waarbinnen het Dagelijks Bestuur de financieringsfunctie mag uitoefenen.

Treasurybeheer- en beleid De belangrijkste algemene doelstellingen van het treasurybeleid zijn: • Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; • Het beschermen van vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, liquiditeitsrisico’s en kredietrisico’s; • Het verankeren van de treasury activiteiten in de (administratieve) organisatie; • Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; • Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de wet Fido, RUDDO en de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut; • Het bewaken van de financiële risico’s op afgegeven garanties. Renterisico Het renterisico kan worden gedefinieerd als de mate waarin het saldo van de rentelasten en rentebaten verandert door wijziging in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een rente-typische looptijd van één jaar of langer. Bij de inwerkingtreding van de Wet Fido is het begrip ‘renterisico-norm’ ingevoerd. Uitgangspunt hierbij is om zoveel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen. De wettelijk vastgestelde renterisico-norm van 20% houdt in dat in enig jaar de aflossing van de lange schuld niet hoger mag zijn dan 20% van het begrotingstotaal.

De RUD LN heeft geen opgenomen (noch verstrekte) leningen, waarmee toetsing aan de renterisiconorm niet aan de orde is. Kasgeldlimiet De Wet bepaalt dat in de financieringsparagraaf informatie opgenomen dient te worden over de liquiditeitspositie van de RUD LN in relatie tot de kasgeldlimiet. Door de RUD LN werden uitsluitend positieve saldi aangehouden en kwamen debet standen in de rekening courant niet voor. De activiteiten van de RUD LN werden gefinancierd uit 35

voorschotten van de deelnemers. Deelnemers wordt aan de start van ieder jaar verzocht de deelnemersbijdrage voor het gehele jaar over te maken. Van kasgeldleningen werd aldus geen gebruik gemaakt, waardoor de kasgeldlimiet niet van toepassing is. Schatkistbankieren Sinds 15 december 2013 stelt het Rijk Schatkistbankieren verplicht. Dit houdt in dat overtollige liquiditeiten aangehouden dienen te worden in de Nederlandse schatkist: 'overtollig' verwijst naar alle middelen die decentrale overheden niet onmiddellijk nodig hebben voor de publieke taak. Aan de verplichting tot het aanhouden van overtollige liquide middelen in de schatkist is een ondergrens verbonden, namelijk 2,0% van het begrotingstotaal indien het begrotingstotaal lager is dan € 500 miljoen, waarbij het drempelbedrag minimaal € 1 miljoen bedraagt. Indien het begrotingstotaal hoger is dan € 500 miljoen is de drempel gelijk aan € 10 miljoen plus 0,2% van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat. De drempel is nooit lager dan € 1 miljoen. Voor de RUD LN betekent dat, dat overschotten slechts in de schatkist aangehouden dienen te worden, zodra deze minimaal € 1 miljoen (gemiddeld tegoed gedurende een heel kalenderkwartaal) bedragen. Interne ontwikkelingen en renteresultaat Sedert het derde kwartaal van 2022 wordt door het rijk rente vergoed over het saldo aangehouden in de schatkist.

Hierdoor is rente geboekt te hoogte van bijna € 76.000 over de periode 3e kwartaal 2022 tot en met 4e kwartaal 2023. Berekening omslagrente Nieuwe regelgeving binnen het BBV stelt dat de berekening van de ‘omslagrente’ moet worden opgenomen in de paragraaf Financiering. De omslagrente wordt bepaald door de externe rentelasten te delen door het totaal van de activa. Zoals hiervoor is weergegeven heeft de RUD LN geen externe rentelasten. De berekening van de omslagrente is daarmee niet van toepassing voor de RUD LN.

3.3 Onderhoud kapitaalgoederen De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen heeft tot doel om aan te tonen hoe RUD LN de instandhouding van haar kapitaalgoederen waarborgt. Er zijn echter geen investeringen in kapitaalgoederen door de RUD LN gerealiseerd. RUD LN beschikt niet over dienstauto’s en heeft de ondersteunende diensten zoals kantoorruimte en ICT bij de gastorganisatie Roermond ingekocht.

3.4 Bedrijfsvoering De GR RUD LN is een gemeenschappelijke regeling met een Algemeen Bestuur en een Dagelijks Bestuur. Voor de uitvoering van VTH-taken is gebruik gemaakt van de expertise die aanwezig is bij de deelnemers. Om kwaliteit van uitvoering en onderlinge afstemming te borgen is gebruik gemaakt van het coördinatiecentrum. De uitvoerende medewerkers zijn in dienst van de partners evenals de coördinerende VTH managers / lijnmanagers (LMO).

36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14156988/1