Beantwoording Technische vragen M Wijnhoven (CDA) - Recentralisatie Raayland
Tekst van het document
Vragen bij agendapunt 8 van de commissie Leven d.d. 14 september 2021
Onderwerp: Vragen bij agendapunt 8 “Recentralisatie Raayland College”. In de gemeentelijke quickscan wederopbouwarchitectuur van 22-01-2019 worden de onderwijsgebouwen in de gemeente Venray omschreven. Op pagina 22 van de nota wordt het Raayland College omschreven. In de toelichting staat: Schoolgebouw van drie en vier bouwlagen met platte daken in een flauw gebogen kamstructuur met entree, aula en gang aan de noordzijde en merendeel van de lokalen aan de zonnige zuidzijde. De terugliggende donkere begane grond en de zwarte bandvensters zorgen voor een horizontaal accent en contrasteren sterk met de witte gevels. De vluchttrap zorgt voor een expressief detail. Het architectonisch behoorlijk gave en qua bouwstijl voor Venray zeldzame gebouw maakt een breed front naar de Zuidsingel. Een markant en beeldbepalend gebouw aan deze stedenbouwkundige hoofdstructuur. Vraag 1: Gelet op vetgedrukte tekst in voornoemde nota, op pagina 22, en het nu voorliggende voorstel conflicteert deze niet? Temeer omdat de Modernistische bouwstijl er een is in de wederopbouwperiode van Venray na de 2 e wereldoorlog? Er is uitvoerig onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om het gebouw te behouden voor onderwijs. Hieruit is echter gebleken dat dit niet mogelijk is met behoud van de huidige uitstraling. Onder meer in de buitenwanden is geen isolatie aangebracht.
Met de naar buiten doorlopende betonconstructies is het noodzakelijk om het gehele bouwdeel te voorzien van een nieuwe thermische schil. Los van de hoge kosten die dit met zich meebrengt betekent dit dat het gebouw, dus ook wanneer het behouden blijft voor een andere bestemming, een andere architectonische uitstraling zal krijgen. Bij de behandeling, in de gemeenteraad in 2019, is de stichting Venray Monumentaal betrokken geweest omdat zij toen voorstelde de Dr. Poelsschool te plaatsen op de Venrayse monumentenlijst. Vraag 2: Is Venray monumentaal betrokken geweest bij het voorliggende voorstel.? Dit omdat het Raayland College een school is die in de quickscan genoemd wordt en behoort tot de Venrayse wederopbouwperiode na de tweede wereldoorlog? Nee, stichting Venray Monumentaal is niet betrokken geweest aangezien het Raayland College geen beschermde monumentale status heeft. De adviesraad Sociaal Domein Venray geeft aan dat handhaven van de huidige situatie (doordecentralisatie) zonder de voorgestelde ingreep zou volgens het voorstel het toekomstperspectief van het Raayland College in gevaar brengen. Dit wordt verder helemaal niet onderbouwd en is naar onze mening een onzinnig argument.
Vraag 3: Is er wel een onderbouwing beschikbaar zodat het toekomstperspectief in onze afweging kan worden meegenomen? Het bestuur van stichting LVO en de directie van het Raayland College geven aan dat de financiële druk door de ontstane leegstand de toekomstbestendigheid van het Raayland College in gevaar brengt. Hierbij wordt toekomstbestendigheid niet bedoeld als existentieel, maar wel om over voldoende adaptief vermogen te kunnen beschikken zodat onderwijsontwikkelingen mogelijk zijn. Onderhoud en verplichtingen van de huidige leegstand kost de school netto jaarlijks 350 duizend euro. Dit is geld dat niet in onderwijs geïnvesteerd kan worden. De krimp van het aantal leerlingen heeft ervoor gezorgd dat het Raayland College geen reserves meer heeft en elk jaar moet bezuinigen. Tot nu toe heeft dat nog geen gevolgen gehad voor de breedte van het onderwijsaanbod op de school. Praktijkonderwijs-vmbohavo-vwo (incl. gymnasium) worden allemaal nog aangeboden, maar de druk is groot en als er niets gebeurd komt het moment dichtbij dat hierin keuzes gemaakt zullen moeten worden. Bouwkosten: Bouwkosten worden geraamd met de kennis van dit moment hetgeen wij begrijpen, maar de markt in de bouwwereld laat een stijgende kostenlijn zien. Vraag 4: Is hier voldoende rekening mee gehouden in de calculatie voor de komende periode, o.a.
bij de berekening van de behoefte aanbouw 600 m2 bij gebouw A – B. Dit i.v.m. de berekening van de businesscase? In de businesscase is voor de bouwkosten een index van 2,5% per jaar (langjarig gemiddelde afgelopen 15 jaar) meegenomen. Het begroten van toekomstige bouwkosten blijft echter onzeker. Echter, de insteek is dat het financiële kader voor de nieuwbouw danwel renovatie zoals opgenomen in de businesscase leidend zal zijn en kaderstellend voor het schoolbestuur. Vraag 5: Bij het slopen van de gebouwen C (min C5) D en E kan asbest worden aangetroffen. Hoe zijn de kosten voor het verwijderen daarvan gedekt en voor wie zijn deze kosten? Op basis van de Wet op het Voortgezet onderwijs en jurisprudentie is de gemeente verantwoordelijk voor de sanering van asbest. In het normbedrag voor sloop binnen de businesscase is geen rekening gehouden met de kosten die asbestsanering met zich meebrengen. Op dit moment is ook nog niet vast te stellen of, en zo ja hoeveel asbest er aanwezig is. Vraag 6: Hoe worden de tegenvallers na de recentralisatie gedekt? Zijn er afspraken gemaakt met het LVO voor eventuele tegenvallers na recentralisatie? Nee, deze afspraken zijn nog niet gemaakt.
Bij een instemmend principebesluit van de gemeenteraad op voorliggend voorstel zullen we met LVO in contact treden voor het opstellen van een vaststellingsovereenkomst waarbij we het ook moeten hebben over het waar mogelijk afdekken van toekomstige risico’s. De adviesraad Sociaal Domein geeft aan dat er meer oplossingen te bedenken zijn die door middel van een vaststellingsovereenkomst kunnen worden vastgelegd.
Vraag 7: Is aan de Adviesraad Sociaal Domein gevraagd aan welke oplossingen zij denken? Ja, er is gesproken met de adviesraad over hun advies waarbij de adviesraad aangeeft van mening te zijn dat stichting LVO wordt bevoordeeld met deze deal en dat de gemeente mee zou moeten delen in dit voordeel. De businesscase is echter gebaseerd op het herstellen van de uitvoering van de zorgplicht zonder dat het de gemeente meer kost dan nu het geval is en zonder dat een van de partijen een boekwinst of verlies lijdt. Het gaat in deze redenering ook niet om een winst, maar om het terugdringen of voorkomen van (toekomstige) verliezen aan de zijde van LVO/Raayland College. Mocht het schoolbestuur de tekorten op haar exploitatie weten terug te dringen, dan zal dat altijd zijn binnen haar lumpsumfinanciering waarop de gemeente wettelijk gezien geen aanspraak kán en mag maken. Het kan niet de bedoeling zijn dat de gemeente geld genereert uit de exploitatie van de school. De adviesraad Sociaal Domein geeft aan dat zij zich terdege bewust zijn van de huidige slechte huisvestiging van SBO Focus en Spectrum in het huidige schoolgebouw. Het lijkt hen onwaarschijnlijk dat er geen alternatieven zouden zijn. Vraag 8: Is er door de Adviesraad Sociaal Domein gewezen op Alternatieven? Ja, de adviesraad draagt (de locatie van) De Toverbal aan als alternatief.
Los van de geschiktheid van deze locatie voor een school als Focus-Spectrum, was deze locatie tot voor kort niet beschikbaar vanwege andere (herontwikkelings)plannen. Uit het IHP blijkt dat er de komende jaren behoefte is aan betere huisvesting door nieuwbouw of renovatie. Vraag 9: Waarom is deze behoefte niet meegenomen in het voorstel zodat er een win – win plus situatie ontstaat voor leerlingen in de directe omgeving van het Raayland College? De noodzaak van nieuwe huisvesting voor Focus-Spectrum en de voordelen die de locatie van het Raayland biedt komt aan de orde in het raadsvoorstel over het voorkeursscenario voor deze scholen.
Het rapport HEVO: Onder 2.2.1: In de lijn van de doelstelling (paragraaf 2.1.2) is vastgesteld dat er sprake is van een financieel neutrale overdracht, in het schoolbestuur de gebouwen kan overdragen tegen de heersende boekwaarde. Deze boekwaarde is voor het deel dat niet behoort tot de onderhoudsverplichting van de school, maar zuiver ten laste komt van de doordecentralisatie vastgesteld op € 8,5 miljoen. (Dit overigens ten opzichte van de WOZ-waarde die middels beschikking is vastgesteld op circa 19 miljoen). Vraagt 10: Wat wordt bedoeld met de niet onderhoudsverplichting van de school? Dit betreft de boekwaarde die zuiver behoort tot de investeringen in de gebouwen, niet zijnde geactiveerde investeringen in onderhoud door het schoolbestuur.
Onder 2.2.2: In het referentiejaar 2020 bedraagt het aantal leerlingen 1484. De doordecentralisatie-middelen bedraagt in 2020 € 495,-- per leerling. Dit resulteert in een totaallast in 2020 van € 773.239,-- voor de gemeente Venray. Wanneer ik het aantal leerlingen vermenigvuldig met het bedrag van € 495,-- kom ik op € 734.580,-Een verschil van € 38.659,-Vraag 11: Waar zit hem dit verschil in? Dit is inderdaad verwarrend. De peildatum voor het leerlingaantal ten behoeve van de doordecentralisatie vergoeding is het leerlingaantal op 1 oktober T-1. De doordecentralisatie vergoeding van 2020 is gebaseerd op het leerlingaantal op teldatum 1 oktober 2019: 1635 leerlingen * € 472,93 = € 773.293,70 De doordecentralisatie vergoeding van 2021 is gebaseerd op het leerlingaantal op teldatum 1 oktober 2020: 1481 (ipv 1484 zoals vermeld in het rapport) * € 495,23 = € 733.438. Onder 2.2.3: Gelet op de looptijd van de businesscase van 20 jaar wordt aangegeven dat partijen na 20 jaar vrij zijn in de realisatie van dan te plannen renovaties of vervangende nieuwbouw. Vraag 12: Zien wij het goed dat na recentralisatie de gemeente de komende 20 jaar verantwoordelijk is voor onderhoud en/of nieuwbouw van het Raayland-college? Nee, onderwijsbesturen zijn zelf verantwoordelijk voor het binnen- en buitenonderhoud van hun schoolgebouw(en). Hiervoor ontvangen zij middelen van het Rijk.
Ook na recentralisatie is de gemeente dus geen vergoeding voor onderhoud verschuldigd aan het schoolbestuur. Nieuwbouw (danwel renovatie) is feitelijk pas aan de orde wanneer de gebouwen A en B de leeftijd van 40 jaar bereiken, oftewel over 20 jaar. Het risico op een eventuele aanvraag voor uitbreiding in de komende 20 jaar, hoewel zeer onwaarschijnlijk gelet op de demografische ontwikkeling en de beschikbare ruimte die het Raayland College nog heeft, moet worden afgedekt in de vaststellingsovereenkomst. Vraag 13: Is al bekend wat de actuele technische staat is van de gebouwen A – B en C5 gelet op toekomstige renovatiekosten? De gebouwen A en B zijn pas 20 jaar oud en verkeren nog in prima staat. Het meerjarig onderhoudsplan is door het Raayland College altijd nageleefd. Renovatie danwel vervangende nieuwbouw van deze bouwdelen komt pas op zijn vroegst aan de orde over 20 jaar. Bouwdeel C5 maakt onderdeel uit van gebouw C en dient, wanneer dit behouden blijft voor het Raayland College, wel gerenoveerd te worden. De kosten daarvan zijn nog niet bekend, dit hangt ook samen met keuzes die hierin gemaakt worden bijv. m.b.t. het duurzaamheidsniveau. Het financiële kader zoals opgenomen in de businesscase zal leidend zijn en kaderstellend voor het schoolbestuur.
Onder 3.2.1: Een studie naar de alternatieve duurzame inzet van het ‘bouwdeel C’ voor een andere functie, bijvoorbeeld voor het primair of speciaal onderwijs, leidt tot de conclusie dat de investeringen daarvan dermate hoog zijn, dan nieuwbouw voor
een dergelijke functie financieel gunstiger is dan inzet van bouwdeel C. Concluderend wordt gesteld dat bij opties met het handhaven van geheel bouwdeel c niet tot sluitende casus is te komen. Vraag 14: Is de informatie uit deze studie beschikbaar voor ons? Ja, deze kan toegestuurd worden. Namens het CDA Venray, Martin Wijnhoven, Steunfractielid CDA Venray.