CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen D van Dijck (VVD) - Verordening Wmo

Gemeenteraad 9 februari 2021, gemeente VenrayBij agendapunt: Aanpassen Verordening maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 20211.342 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen VVD Verordening maatschappelijke ondersteuning 2021 Vraag 1: Wat is gewijzigd in artikel 11? Antwoord: Inhoudelijk is in dit artikel niets gewijzigd. Er hebben enkele wijzigingen plaats gevonden om de leesbaarheid te verbeteren, o.a. door de opsomming onder elkaar te plaatsen in plaats van achter elkaar. Artikel 13 lid 1: Criteria PGB: Indien cliënt, naar oordeel van college, op eigen kracht voldoende in staat is te achten tot redelijke waardering van zijn belangen ter zake, dan wel met hulp van zijn sociale netwerk of van curator, bewindvoerder of mentor in staat te achten de aan de PGB verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren. Vraag 2: Hoe vindt deze beoordeling plaats? Antwoord: Diegene die het budget gaat beheren (de cliënt of een vertegenwoordiger) wordt tijdens de aanvraag gevraagd een persoonlijk budgetplan in te vullen. In het budgetplan staan de gegevens van de budgethouder of eventuele vertegenwoordiger, de reden dat een pgb wordt aangevraagd, de activiteiten die uit het pgb betaald wensen te worden om het doel te behalen en hoe voldaan wordt aan de kwaliteitseisen. Op basis van dit plan en het persoonlijk gesprek wordt beoordeeld of de budgethouder ‘pgb-vaardig’ is en dus in staat is om het pgb te beheren.

Vraag 3: Kan het college wettelijke vertegenwoordiging aanvragen of eisen? Antwoord: Nee, dit kan het college niet eisen en aanvragen dient de klant zelf te doen. Wanneer de cliënt niet in staat blijkt te zijn om zijn pgb te beheren, wordt de cliënt verzocht een vertegenwoordiger (bijv. uit sociaal netwerk) in de arm te nemen. Weigert de cliënt dit, of kan de cliënt geen vertegenwoordiger vinden, wordt het verzoek voor pgb afgewezen. De cliënt kan de zorg in natura ontvangen. Weigert de cliënt dit, wordt de aanvraag afgewezen. De cliënt kan hier tegen in bezwaar gaan. Vraag 4: Wordt dit tussentijds getoetst? Zo ja, hoe? Antwoord: Dit wordt niet actief tussentijds getoetst. Bij signalen kan dit gecontroleerd worden. Zo geeft de SVB (Sociale Verzekeringsbank) signalen af wanneer bijvoorbeeld niet betaald wordt, of wanneer aan het einde van het jaar budget over is. Op basis hiervan kan er tussentijd getoetst worden op wijziging in de vaardigheid van de budgethouder. Vraag 5: Hoe vaak komt het voor dat een PGB op grond van dit criterium wordt afgewezen en wat gebeurt er dan? Antwoord: Het komt zelden/nooit voor dat iemand een pgb wil, terwijl de cliënt het zelf niet kan beheren of dat hij niemand heeft die het voor hem kan beheren. Theoretisch kan dit voorkomen, dan wordt aangestuurd op zorg in natura en anders wordt de aanvraag afgewezen (zie antwoord vraag 3).

Artikel 13 lid 2 e: afwijzingsgronden pgb: voor zover het persoonsgebonden budget is bestemd voor besteding in het buitenland Vraag 6: Hoe kan de gemeente dit controleren?

Antwoord: De cliënt dient in zijn persoonlijk budgetplan aan te geven waar hij de ondersteuning wil inkopen. Vraag 7: Hoe vindt toetsing plaats? Antwoord: Het persoonlijk budgetplan is onderdeel van het onderzoek voor de toekenning. Artikel 14: Hoogte pgb Vraag 8: Is de gemeente verplicht het wettelijk minimum loon te betalen bij pgb? Antwoord: Nee, een cliënt moet in staat gesteld worden om diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren van derden te betrekken. Voor professionele ondersteuning wordt een pgb-tarief gehanteerd wat gelijk is aan de tarieven die de gecontracteerde aanbieders ontvangen en het pgb voor materiële zaken, zoals een woningaanpassing zijn op basis van verschillende offertes. Wettelijk is bepaald dat het pgbtarief voor niet-professionele ondersteuning ten minste het wettelijk minimum loon dient te zijn. De kwaliteitseisen die professionele ondersteuning definiëren, gelden niet voor niet-professionele ondersteuning. Om geen financiële prikkel af te geven, is het tarief voor niet-professionele ondersteuning minimaal (het wettelijk minimum loon). Vraag 9: Is er een ander tarief mogelijk? Antwoord: In de verordening worden de essentialia vastgelegd. Het college kan hier nader vorm aan geven.

Dit betekent dat wanneer in een individueel geval aantoonbaar is dat de berekeningswijze van de verordening leidt tot een pgb-hoogte waarmee de cliënt niet in staat is de benodigde maatschappelijke ondersteuning van derden te betrekken, in dat geval afgeweken kan worden van de tarieven. Vraag 10: Is er een maximum aan het PGB en zo ja hoe hoog is dat maximum? Antwoord: Een PGB voor een scootmobiel is gelijk aan de kosten die de gemeente kwijt is wanneer een scootmobiel (en onderhoud) aangeschaft wordt bij de gecontracteerde leverancier. Dit is dus het maximum. Bij een pgb voor individuele begeleiding door een professional is het uurtarief gelijk aan het uurtarief wat een gecontracteerde aanbieder ontvangt. Het maximum verschilt dan per cliënt, afhankelijk van het aantal uur begeleiding ingezet wordt om de doelen te behalen. Vraag 11: Hoe vaak komt het voor dat een maximum PGB wordt toegewezen? Antwoord: Er kan in principe niet gesproken worden van een maximum PGB. De cliënt krijgt een persoonsgebonden budget wat past bij zijn aanvraag om zijn doel te behalen. Dat kan voor individuele begeleiding een X aantal uur zijn voor een vastgesteld tarief. Of een X bedrag voor woningaanpassingen die specifiek voor zijn woning noodzakelijk zijn. Vraag 12: Hoe vaak wordt een PGB voor een traplift aangevraagd? Antwoord: Zelden tot nooit.

De hoogte van een PGB voor een traplift wordt bepaald aan de hand van de kosten die de gemeente kwijt zou zijn wanneer ze de traplift aan zouden schaffen. Voor trapliften is een aanbieder gecontracteerd waar aantrekkelijke prijsafspraken mee gemaakt zijn. De prijzen die de gemeente voor een traplift betaalt, zijn veel lager dan de particuliere prijzen. Voor

een cliënt is het niet aantrekkelijk een PGB te ontvangen voor een traplift, omdat hij dan zelf nog flink bij moet betalen. Vraag 13: Is er sprake van een toename, gezien de vergrijzing en langer zelfstandig thuis wonende ouderen? Antwoord: Er is geen sprake van een toename in aanvragen van een PGB voor trapliften. We zien wel een toename in aanvragen voor trapliften, inderdaad naar verwachting door de door u genoemde redenen. Vraag 14: Zo ja, wat doet de gemeente om deze kosten beheersbaar te houden? Antwoord: Als onderdeel van het onderzoek wordt gekeken naar alternatieven: is gebruik van de trap noodzakelijk? Is de badkamer boven? Is de slaapkamer boven? Zijn er mogelijkheden om beneden een slaapkamer in te richten? Maar ook: wat kan de cliënt zelf doen? Kan de cliënt zelf een traplift aanschaffen? Daarnaast wordt er naar het totaalplaatje gekeken: is de woning verder geschikt? Zijn er drempels in het huis? Is de badkamer geschikt? Etc. Dit wordt meegenomen in het onderzoek naar de goedkoopst compenserende oplossing. Een alternatief kan zijn om de cliënt te adviseren te verhuizen naar een geschikte woning.

Artikel 16.1 en 4 financiële tegemoetkoming voor verhuis- en inrichtingskosten Vraag 15: Wat wordt hiermee bedoeld en kunt u daar een voorbeeld van geven? Antwoord: Wanneer een woning niet meer geschikt is voor een cliënt kan deze aangepast worden of kan de cliënt verhuizen. Wanneer de cliënt ervoor kiest om te verhuizen en zelf beperkte middelen en een beperkt eigen netwerk heeft, kan de cliënt een financiële tegemoetkoming ontvangen. Bijvoorbeeld: Gezin met drie opgroeiende pubers, waarvan de vader van het gezin een ernstig ongeluk krijgt en in een rolstoel terecht komt. Na revalidatie blijkt dat er geen verbetering meer op gaat treden in de situatie van meneer. De woning is niet meer geschikt en ze moeten snel verhuizen naar een geschikte woning. Het gezin leeft nog maar van één inkomen en komt in aanmerking voor huursubsidie. Ze hebben beperkte middelen en kunnen bijvoorbeeld de kosten voor een verhuiswagen niet betalen. Hiervoor kan de gemeente een tegemoetkoming beschikbaar stellen. Artikel 29 bijdrage in de kosten: voor cliënten in de opvang voor slachtoffers van huiselijk geweld bedraagt de eigen bijdrage €227,50 per maand exclusief dagelijkse voeding. Vraag 16: Is dit een standaard bedrag, los van inkomen? Antwoord: Ja, dit is een standaard bedrag, los van inkomen. Vraag 17: Hoe wordt dit bedrag vastgesteld? Antwoord: Dit bedrag wordt bepaald door de gemeente Venlo.

Zij zijn uitvoerder van deze opvang en ontvangen hiervoor ook financiële middelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9642225/2