Beantwoording technische vragen D van Dijck (VVD) - Verordening jeugdhulp
Tekst van het document
Technische Vragen aan het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Venray Commissie Leven 21 januari 2021 Betreft agendapunt: Verordening Jeugdhulp 2021
Enkele vragen: Artikel 8)
Kwaliteit Jeugdhulpaanbieder
Hoe en wanneer wordt de kwaliteit van de jeugdhulpaanbieder getoetst of gemeten?
Antwoord: De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en de Inspectie Justitie en Veiligheid (de inspecties) hebben als taak het onderzoeken van de kwaliteit in algemene zin. De inspecties houden toezicht op de naleving van wettelijke eisen voor jeugdhulpaanbieders en jeugdhulpverleners. Ook toetsten de inspecties of voldaan wordt aan de verplichtingen die gelden voor de kwaliteit van de jeugdhulp. Bij het toezicht op de kwaliteit van de jeugdhulp maken de inspecties gebruik van toetsingskaders. Voor organisaties die jeugdbescherming en/of jeugdreclassering uitvoeren geldt dat zij voor deze taken gecertificeerd moeten zijn. De gemeente heeft geen wettelijke taak om zelf toezicht te houden op wettelijke kwaliteitseisen. Wel kan de gemeente aanvullende kwaliteitseisen stellen. Het toezien op de naleving hiervan is aan de gemeente. De gecontracteerde jeugdhulpaanbieders moeten voldoen aan de kwaliteitseisen die opgenomen staan in de inkoopcontracten. De jeugdhulpaanbieders moeten werken volgens de norm van verantwoorde werktoedeling, gebruiken maken van een Verwijsindex en de Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld toepassen. 2- Alvorens de JHV de voorgestelde jeugdhulp inzet stemt hij de geïndiceerde zorg met het college af, conform de contractuele afspraken.
* Wat houdt deze afstemming in en hoeveel tijd is hiermee gemoeid? Antwoord: De afstemming houdt in dat er gekeken wordt naar welke hulp er eerder is ingezet en of er nog lopende hulp is. Door onze eigen toegang meer te betrekken bij externe verwijzingen verwachten we dat er meer aandacht komt voor de inzet van voorliggende/algemene voorzieningen. Dat er kritischer gekeken wordt naar welk product passend is. En dat er wellicht eerder afgeschaald wordt. Een voorbeeld: Een huisarts heeft in een 10 minuten gesprek niet veel ruimte goed te kunnen onderzoeken wat de best passende zorg moet zijn; een consulent kan vaak wat breder kijken, door in overleg te gaan met de huisarts, school, gezin en aanbieder om te kijken welk product het gezin gaat helpen om te werken naar een duurzame oplossing. Om zo ook te voorkomen dat een jeugdige van aanbieder naar aanbieder gaat. Er wordt geen extra papierwerk gevraagd van de jeugdzorgaanbieder, alleen het zoeken van contact met de gemeente om af te stemmen wat de meest passende inzet is in de betreffende casus. De verwachting
is dit maar beperkt extra tijd zal kosten. Het zoeken van afstemming met alle betrokken partijen is onderdeel van het werk van de aanbieder en wordt niet apart gedeclareerd. De verwachting is daarom dat de extra handelingen niet leiden tot hogere kosten voor jeugdhulp. Daarnaast is de verwachting dat er sneller de juiste hulp (beste passende hulp) ingezet kan worden. We verwachten hier geen extra kosten. Het is onderdeel van onze taak als procesregisseur en deze aanvulling zorgt ervoor dat we deze taak beter kunnen uitvoeren. Zo kunnen we ook bij externe verwijzingen aan de voorkant afspraken maken met de aanbieder over de doelen en resultaten die behaald dienen te worden. * Keurt het college wel eens voorgestelde zorg af? Antwoord: Nee, het college kan de voorgestelde zorg niet afkeuren (tenzij het zorg is die geleverd gaat worden door een aanbieder die niet voldoet aan de kwaliteitseisen of als er sprake is van een uitzonderlijke situatie). Het college kan wel het gesprek aangaan om te kijken of er mogelijk een lichtere vorm of andere vorm van zorg ingezet kan worden. * zo ja: Hoe vaak komt dit, verhoudingsgewijs, voor? Antwoord: Nee, het afkeuren gebeurt nooit.
Het gesprek aangaan gebeurt nu nog niet zoveel (minder dan 1x per maand), omdat er in het huidige proces nog geen/weinig ruimte is om dit gesprek aan te gaan (dat is hetgeen we beogen met deze aanpassing in de verordening Jeugd). In de huidige situatie wordt wel contact opgenomen met de jeugdzorgaanbieder als er sprake is van bijvoorbeeld; een buitensporig hoog aantal uren, buitensporig zware zorg of dubbele zorg. * En zo ja: wat gebeurt er dan? Antwoord: Heel soms wordt er andere zorg of lichtere zorg ingezet, als uit het gesprek en onze gegevens blijkt dat dit wenselijk is en als de jeugdhulpaanbieder deze mening deelt. Artikel 9) 2- Het college kan, met instemming van de jeugdige en/of ouders, informatie inwinnen bij andere instanties, zoals de huisarts of onderwijs en met deze in gesprek gaan over de meest aangewezen hulp. Wat is hiervan het doel? Antwoord: Om de juiste hulp te kunnen inzetten en een zorgvuldig besluit te nemen, is het van belang dat alle feiten en omstandigheden van de specifieke hulpvraag worden onderzocht. De informatie die aanwezig is bij huisarts en bij de school van de jeugdige draagt bij/kan bijdragen aan het onderzoek wat gedaan moet worden om te komen tot passende (jeugd)hulp.
Hoe vaak maakt het college hier gebruik van en wat levert dit op? Antwoord: Het onderwijs wordt in overleg met ouders/gezin in bijna alle onderzoeken voor jeugdhulp betrokken. De Jeugdwet noemt ook het overleg met school (artikel 2.7 Jeugdwet). Door het gebruik maken van deze informatie wordt een compleet beeld gegeven van de jeugdige en kan er passende jeugdhulp ingezet worden. De huisarts wordt geraadpleegd als het in het onderzoek van de jeugdige een toegevoegde waarde heeft (bijvoorbeeld als er ook fysieke beperkingen zijn).
Weet het college wat de inzet van zorg (bv gezinscoach/ MDFT traject) daadwerkelijk oplevert? Blijven deze jeugdigen uit beeld of blijven ze/ komen ze alsnog in zorg? Antwoord: De gezinscoaches rapporteren over de resultaten die ze bereiken. Indien er toch een maatwerkvoorziening nodig is, nemen zij hierover contact op met de consulenten. De consulenten volgen de effecten van de maatzorgtrajecten. Welk instrument wordt gebruikt om het effect te meten? Antwoord: Dit is afhankelijk van welke zorg er ingezet wordt. De gezinscoach is een algemene voorziening waar alle ouders met kinderen van -9 maanden tot 23 jaar terecht kunnen met opvoedvragen. Hiervoor hebben gezinnen dus geen indicatie nodig. In de opdracht gezinscoaches hebben we een sturingsmatrix opgesteld om zo te sturen op de effecten van de inzet van gezinscoaches. Bij een MDFT traject, een maatwerkvoorziening jeugdhulp, voert de consulent procesregie. In overleg met de aanbieder en gezin maakt de consulent afspraken over de doelen en resultaten van het traject. De consulenten meten op basis van de vooraf vastgestelde doelen of deze zijn behaald. Worden de jeugdigen en de gezinnen waarbij trajecten zijn ingezet opgevolgd? Antwoord: Jeugdigen met een maatwerkvoorziening jeugdhulp krijgen een contactpersoon van de gemeente, de procesregisseur. Die volgt op hooflijnen het proces en dus de trajecten die ingezet zijn.
Op gezette tijden wordt er samen met aanbieder en gezin geëvalueerd over het traject dat ingezet is en of de beoogde doelen en resultaten zijn bereikt. Artikel 13) Hoogte PGB 4- Het college kan nadere regels vaststellen over de hoogte van het PGB? Hoe vaak komt dit voor en kunt u hier een voorbeeld van noemen? Antwoord: Het college heeft een besluit nadere regels vastgesteld. In dit besluit staat de hoogte van de PGBbedragen genoemd. Dit besluit wordt jaarlijks vastgesteld omdat de bedragen ieder jaar aangepast worden. In de Verordening wordt aangeven hoe het PGB bepaald wordt en in de nadere regels wordt de hoogte van de bedragen genoemd.
Dorris van Dijck , Commissielid VVD Venray