B1.3.1 - Verkennend bodemonderzoek AM23475
Tekst van het document
Verkennend bodemonderzoek Gertrudisstraat - Hoofdstraat te Oirlo Gemeente Venray
Verkennend bodemonderzoek Gertrudisstraat - Hoofdstraat te Oirlo Gemeente Venray Aeres Milieu Projectnummer Status rapport Datum
: AM23475 : Definitief (versie 3) : 12 mei 2025
Opdrachtgever
: Bureau Leefomgeving Noorderhof 16 5804BV Venray
Opgesteld door
: MSc A. Soomers | BEd L. Koomen
Gecontroleerd door
: ing. T. Thijssen
Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl
2001 + 2002
Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform NEN 5740 en interpretatie aan de hand van de Leidraad Bodembescherming). Opgemerkt wordt dat bij een verkennend bodemonderzoek sprake is van een steekproefsgewijze bemonstering en het nemen van een beperkt aantal monsters. De mogelijkheid blijft daarom bestaan dat puntverontreinigingen, welke niet voortkomen uit het historisch onderzoek, niet door het onderzoek worden aangetoond. Daarnaast blijft het mogelijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van het bodemmateriaal voorkomen. Tot slot wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. Het bovenstaande betekent dat Aeres Milieu op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde bodemonderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het historisch onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.
Pagina | 2
AM23475
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ............................................................................................................................................................................................................4
2.
VOORONDERZOEK ............................................................................................................................................................................................5 2.1
Inleiding ............................................................................................................................................................................................................5
2.2
Topografische beschrijving........................................................................................................................................................................5
2.3
Bewonings- en bebouwingsgeschiedenis ............................................................................................................................................6
2.4
Dossieronderzoek ..........................................................................................................................................................................................7
2.5
Bodemopbouw en geo(hydro)logie .........................................................................................................................................................8
2.6
Beschrijving van de onderzoekslocatie .................................................................................................................................................8
2.7
Asbest ................................................................................................................................................................................................................9
2.8
Bodemkwaliteitskaart ..................................................................................................................................................................................9
2.9
Onderzoekshypothese .................................................................................................................................................................................9
3.
ONDERZOEKSSTRATEGIE............................................................................................................................................................................ 10 3.1
Inleiding ......................................................................................................................................................................................................... 10
3.2
Onderzoeksstrategie NEN 5740 ............................................................................................................................................................ 10
4.
VELDWERKZAAMHEDEN.............................................................................................................................................................................. 11 4.1
Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 11
4.2
Grondbemonstering ................................................................................................................................................................................... 11
4.3
Grondwatermonstername ........................................................................................................................................................................ 12
5.
LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................................................................................................... 13 5.1
Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 13
5.2
Grond(meng)monsters .............................................................................................................................................................................. 13
5.3
Grondwatermonsters ................................................................................................................................................................................. 14
5.4
Toetsing van de gestelde hypothese .................................................................................................................................................. 15
6.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN.......................................................................................................................................................... 17
Bijlagen: 1 2 3 4 5 6 7
Topografische overzichtskaart Foto’s onderzoekslocatie Situatietekening Boorprofielen Verklaring veldmedewerker Toetsingstabellen en analyserapport grondmengmonsters Toetsingstabellen en analyserapport grondwatermonsters
Pagina | 3
AM23475
1.
INLEIDING
In opdracht van Bureau Leefomgeving heeft Aeres Milieu B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie
: Gertrudisstraat - Hoofdstraat te Oirlo
Gemeente
: Venray
Kadastrale registratie
: sectie R, nummers 443 (ged.), 445, 950 (ged.), 1254 en 1681
Oppervlakte
: circa 14.000 m2
Huidig gebruik van de locatie
: Agrarisch bouwland
Toekomstig gebruik
: Herontwikkeling onderzoekslocatie. Ter plaatse is woningbouw voorzien.
Dit bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN 5740. Het verkennend bodemonderzoek bestaat uit een vooronderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie en aanvullend hierop een bodemonderzoek op het perceel.
Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit verkennend bodemonderzoek is een planvoornemen in het kader van de nieuwbouw van woningen.
Doel Het doel van het verkennend onderzoek is, middels een steekproef, het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit ter plaatse. Het onderzoek is niet bedoeld om een exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven.
Onderzoek Aeres Milieu B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. In hoofdstuk 2 is het vooronderzoek en de daaruit volgende onderzoekshypothese beschreven. Naar aanleiding van de opgestelde hypothese wordt in hoofdstuk 3 de onderzoeksstrategie opgesteld. In hoofdstuk 4 worden de veldwerkzaamheden (grond-
en
grondwateronderzoek)
beschreven.
Hoofdstuk
5
beschrijft
de
laboratoriumwerkzaamheden
en
de
onderzoeksresultaten. Het rapport wordt afgesloten met hoofdstuk 6, waarin de conclusies en enkele aanbevelingen staan beschreven. Bemonstering en laboratoriumonderzoek vonden plaats in februari 2024. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de protocollen van de BRL SIKB 2000. De chemische analyses zijn uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam. Het laboratorium is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025. Alle analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatie Schema 3000 (AS3000).
Pagina | 4
AM23475
2. VOORONDERZOEK 2.1
Inleiding
Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de bepaling van de onderzoeksstrategie op onderhavige locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit vooronderzoek zijn opgenomen in voorliggend hoofdstuk. De in paragraaf 2.1 t/m 2.6 opgenomen informatie is afkomstig van/uit de opdrachtgever, het kadaster, topotijdreis.nl, het dinoloket, het bodemloket, gemeente Venray, omgevingsdienst RUD Limburg Noord, provincie Limburg en de terreininspectie. In principe richt het vooronderzoek zich op alle percelen waarop het onderzoek betrekking heeft én de direct hieraan grenzende percelen. Indien een direct aangrenzend perceel smal (< 10 m breed) is, worden ook de percelen hier weer aan grenzend meegenomen. Indien de aangrenzende percelen groot zijn, wordt alleen het gedeelte van deze percelen binnen 25 meter vanaf de grens van de bodemonderzoekslocatie in beschouwing genomen, tenzij er aanleiding bestaat toch het gehele perceel te onderzoeken.
2.2
Topografische beschrijving
De onderzoekslocatie ligt aan de noordkant van Oirlo, tegen het bebouwde gebied aan, grenzend aan de Oirloseweg. Kadastraal is de locatie bekend als gemeente Venray, sectie R, nummers 443 (ged.), 445, 950 (ged.), 1254 en 1681. De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn X = 199.875 / Y = 391.687. Zie bijlage 1 voor een topografische kaart. Op onderstaande luchtfoto is de begrenzing van de onderzoekslocatie weergegeven.
Afbeelding 1: Begrenzing onderzoekslocatie (bron luchtfoto: PDOK )
Pagina | 5
AM23475
2.3
Bewonings- en bebouwingsgeschiedenis
In het kader van het vooronderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Uit het kaartmateriaal is af te leiden dat de onderzoekslocatie vanaf 1850 (de eerst beschikbare kaart) onbebouwd is geweest. Opvallend is wel het veranderende wegenpatroon door het onderzoeksgebied en de boomgaarden op verschillende plekken gedurende verschillende perioden. Zo is te zien op de kaart uit 1899 dat er vanaf dit jaar een aanpassing aan de (N-Z) weg is gemaakt en dat deze voor een groter gedeelte, dan voor deze tijd, door het onderzoeksgebied loopt. Vanaf 1925 komt daar een tweede weg (O-W) bij die tevens door het onderzoeksgebied loopt. Op de historische kaarten vanaf 1937 is er te zien dat deze (O-W) weg als onverhard wordt weergegeven. Vanaf de kaarten uit 1970 wordt deze (O-W) weg niet meer weergegeven. De kaart uit 1978 laat de eerste grote ontwikkeling in bebouwing ten zuiden van het onderzoeksgebied zien. In 1988 komt daar een stukje weg bij dat in de zuidwestelijke punt van ons plangebied richting het noordwesten loopt. Op de historische kaart uit 1988 is tevens een eerste boomgaard zichtbaar die voor 1994 weer verwijderd is. In 1999 is er een tweede boomgaard binnen het onderzoeksgebied zichtbaar die in de jaren daarna uitbreidt tot de grootte die de kaart uit 2011 weergeeft. Vanaf 2015 is deze boomgaard niet meer zichtbaar op het historisch kaartmateriaal.
De kaart uit 2015 komt overeen met de huidige weergave van het plangebied.
1899
1925
1999 2011 Afbeelding 2: Geraadpleegde historische kaarten (bron kaarten: topotijdreis.nl)
1988
2015
Pagina | 6
AM23475
2.4
Dossieronderzoek
Voor het verkrijgen van historische informatie van de onderzoekslocatie is op 6 februari 2024 een informatieverzoek ingediend bij de gemeente Venray. Gevraagd is naar uitgevoerde bodemonderzoeken en/of bodemsaneringen, verleende hinderwet- of milieuvergunningen, bouw- en/of sloopvergunningen, de aanwezigheid van onder- en/of bovengrondse brandstoftanks en gegevens over calamiteiten. Tevens is gevraagd of de locatie en de directe omgeving verdacht is op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFAS en/of GenX, of dat er ter plaatse bronlocaties bekend zijn voor PFAS of GenX. In het gemeentelijk archief waren echter geen, voor het verkennend bodemonderzoek relevante, (milieu)dossiers beschikbaar. Voor de onderzoekslocatie zijn geen vergunningen verleend in het kader van de voormalige Hinderwet, Wet milieubeheer, bouwvergunningen en/of sloopvergunningen. Via de website van de gemeente Venray is bodeminformatie gedownload van de locatie en directe omgeving. De bodemrapportage is opgenomen in bijlage 8. Uit de rapportage blijkt dat op de locatie niet eerder bodemonderzoeken zijn uitgevoerd. In de directe omgeving van het plangebied zijn de in tabel 2.1 weergegeven bodemonderzoeken uitgevoerd. Bodemonderzoek
Samevatting resultaten
Historisch
Conclusie: Locatie bevindt zich ten oosten van de onderzoeklocatie, aan de overzijde van de Hoofdstraat.
bodemonderzoek
Er is sprake van voormalige bodembelasting op de locatie, waardoor het vermoeden van bodemverontreiniging
Hoofdstraat 7, Oirlo
aanwezig is. Dit in verband met de voormalige ondergrondse HBO-tank (verwijderd in 1981 (± 3 m³)). De verwachte
Econsultancy,
verontreinigende stoffen voor deze situatie zijn minerale olie en vluchtige aromaten. De onderzoekslocatie kan
05091559-07
op grond van het vooronderzoek ten aanzien van de parameter asbest als "onverdacht" worden beschouwd.
d.d. 25-10-2005 Verkennend
Locatie bevindt zich ten oosten van de onderzoeklocatie, aan de overzijde van de Hoofdstraat.
bodemonderzoek
Bovengrond: zwak humeus, matig siltig, matig fijn zand. Zwak tot sterk puinhoudend, zwak tot sterk
Hoofdstraat 11, Oirlo
baksteenhoudend, zwak metaalhoudend en matig kolengruishoudend. Tevens is plaatselijk een volledig puinlaag
Econsultancy,
aangetroffen. De zintuiglijk verontreinigde bovengrond is licht verontreinigd met cadmium, koper, lood, zink en
6306.001
PAK. Plaatselijk is de (sterk puinhoudende) bovengrond sterk verontreinigd met koper.
d.d. 17-05-2018
Ondergrond: zwak siltig, matig fijn zand, zwak gleyhoudend. Grondwater: geen verontreinigingen aangetroffen. Asbest: Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld asbestverdachte materialen aangetroffen. Conclusie: De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "verdacht" dient worden beschouwd wordt, op basis van de onderzoeksresultaten, bevestigd. De onderzoekslocatie is formeel verdacht voor het voorkomen van asbest in bodem en puin.
Tabel 2.1: Overzicht uitgevoerde bodemonderzoeken
Op de onderzoekslocatie heeft, voor zover bekend, geen bovengrondse of ondergrondse opslag van oliehoudende producten plaatsgevonden. Er is geen informatie bekend dat op de locatie of directe omgeving (bedrijfs)activiteiten hebben plaatsgevonden die een potentiële bron zijn voor PFAS en/of GenX anders dan landelijk voorkomend bij de klasse Landbouw/natuur.
Pagina | 7
AM23475
Voor zover bekend hebben er op de locatie geen ophogingen, opvullingen of dempingen plaatsgevonden. Uit informatie van de provincie Limburg blijkt dat binnen of direct nabij het onderzoeksgebied geen (voormalige) stortplaatsen, ontgrondingen of ernstige bodemverontreinigingen bekend zijn.
2.5
Bodemopbouw en geo(hydro)logie
De bodemopbouw van de onderzoekslocatie wordt schematisch weergegeven in tabel 2.2. Diepte [m-mv]
Lithostratigrafie
Lithologie
0,00 – 1,24
Formatie van Boxtel,
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige
tweede zandige eenheid.
klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind.
Formatie van Boxtel,
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige
derde zandige eenheid.
klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind.
Formatie van Boxtel,
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige
vierde zandige eenheid.
klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind.
Formatie van Beegden,
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof zand, grind en midden zand, met
eerste zandige eenheid.
weinig zandige klei en fijn zand, een spoor klei en kans op stenen, keien en blokken.
Formatie van Beegden,
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof zand, grind en midden zand, met
tweede zandige eenheid.
weinig zandige klei en fijn zand, een spoor klei en kans op stenen, keien en blokken.
Formatie van Beegden,
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof zand, grind en midden zand, met
derde zandige eenheid.
weinig zandige klei en fijn zand, een spoor klei en kans op stenen, keien en blokken.
Kiezeloöliet Formatie,
Kleiige eenheid, bestaande uit zandige klei, klei en midden zand, met weinig bruinkool
eerste kleiige eenheid.
en fijn en grof zand en een spoor grind.
Kiezeloöliet Formatie,
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig klei,
tweede zandige eenheid.
zandige klei, fijn zand en grind en een spoor bruinkool.
Kiezeloöliet Formatie,
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig klei,
derde zandige eenheid.
zandige klei, fijn zand en grind en een spoor bruinkool.
Kiezeloöliet Formatie,
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig klei,
vierde zandige eenheid.
zandige klei, fijn zand en grind en een spoor bruinkool.
1,24 – 2,52
2,52 – 4,54
4,54 – 11,62
11,62 – 17,73
17,73 – 22,27
22,27 - 22,69
22,69 - 26,67
26,67 - 27,06
27,06 - 29,07
Tabel 2.2: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket coördinaten 199870, 391693 (RD))
Het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie bevindt zich op een hoogte van circa 23,97 meter +NAP. De stroming van het freatisch grondwater is globaal noordwestelijk gericht en bevindt zich op een hoogte van circa 20,7 meter +NAP. De onderzoekslocatie bevindt zich niet binnen de grenzen van een grondwaterbeschermingsgebied.
2.6
Beschrijving van de onderzoekslocatie
Op 15 februari 2024 is een veldinspectie uitgevoerd. Hierbij is gelet op het terreingebruik en de aanwezigheid van ondergrondse tanks, stookplaatsen, (half)verhardingslagen, ophogingen, storthopen, dempingen, afgravingen en asbestverdacht materiaal op het terrein. Een fotoreportage van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 2. De fotostandplaatsen zijn opgenomen op een situatietekening in bijlage 3.
Pagina | 8
AM23475
Locatie betreft een onbebouwd uitgestrekt grasland, met houten paaltjes en stroomdraad voor dieren. De zuidwestelijke hoek van de onderzoekslocatie is in gebruik als straat (Gertrudisstraat 18 t/m 24). Deze weg is bestraat met stoeptegels, er zijn klinkers gebruikt als goot voor de afwatering. Er zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen of bronnen van verontreinigingen. Tijdens de veldinspectie is op het terrein geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De onderzoekslocatie wordt aan de noordzijde begrensd door gras- en akkerland, aan de oostzijde door grasland, de Oirloseweg en de huizen met tuin aan de Gertrudisstraat, aan de zuidzijde tevens door de huizen met tuin aan de Gertrudisstraat en aan de westzijde door grasland en de huizen met tuin aan de Gertrudisstraat nummers 18 t/m 24.
2.7
Asbest
Uit het dossieronderzoek en de uitgevoerde veldinspectie is gebleken dat ter plaatse van de onderzoekslocatie geen asbestverdachte activiteiten hebben plaatsgevonden.
2.8
Bodemkwaliteitskaart
Uit de regionale bodemkwaliteitskaart Limburg Noord (Sweco, 24-05-2019) blijkt dat de onderzoekslocatie voor de bovengrond en ondergrond ligt in het deelgebied ‘Venray’. Voor zowel de bovengrond als de ondergrond geldt de ontgravingsklasse ‘Landbouw/Natuur’. Op de bodemfunctieklassenkaart heeft de locatie de functieklasse ‘Landbouw/Natuur’. Volgens de PFAS bodemkwaliteitskaart Limburg Noord (Sweco, 03-09-2020) geldt voor zowel de bovengrond als de ondergrond de ontgravingsklasse ‘Landbouw/Natuur’. Er zijn geen verhoogde gehalten aan PFAS te verwachten.
2.9
Onderzoekshypothese
Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek is de onderzoekslocatie als “onverdacht” beschouwd op het voorkomen van bodemverontreiniging. De aanwezigheid van verhoogde gehalten aan OCB in de bodem ter plaatse van de voormalige boomgaarden (1988-1994 en 1999-2015) wordt niet verwacht (onverdacht). Vanaf eind jaren ’80 mag er geen gebruik meer gemaakt worden van OCB’s in boomgaarden en worden daarom niet meegenomen in dit onderzoek. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem wordt niet verwacht (onverdacht).
Pagina | 9
AM23475
3. ONDERZOEKSSTRATEGIE 3.1
Inleiding
Op basis van de verzamelde informatie uit het vooronderzoek (NEN 5725) en de gestelde onderzoekshypothese(n) voor de onderzoekslocatie, is een onderzoeksstrategie opgesteld conform de richtlijnen van de onderzoeksnorm NEN 5707 (Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond) van het Nederlands Normalisatie-Instituut en NEN 5740 (Bodem-Landbodem; Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond).
3.2
Onderzoeksstrategie NEN 5740
Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de strategie ‘ONV-NL’ uit de NEN 5740. In principe worden boringen willekeurig verspreid over de gehele onderzoekslocatie. Voor het vaststellen van de milieuhygiënische conditie van de bodem (grond en grondwater) van de onderzoekslocatie zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden. ONDERZOEKSNORM NEN 5740 'ONV-NL' Aantal boringen
Aantal te onderzoeken (meng)monsters
oppervlakte (m²)
tot 0,5 m
èn tot 2 m
èn met peilbuis
bovengrond
ondergrond
grondwater
14.000
16
5
2
3
2
2
NEN-grond
NEN-grond
NEN-grondwater
Analysepakket
Tabel 3.1: Veldwerk, monstername en analysestrategie volgens NEN 5740 ‘ONV-NL’ Uit elke boring worden monsters genomen in trajecten van ten hoogste 0,5 m.
Legenda bij tabel 3.1 De bovengrond en de ondergrond worden onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • drogestof-bepaling • 9 zware metalen • 10 polycyclische aromatische koolwaterstoffen • 7 polychloorbifenylen (PCB) • minerale olie Tevens bepaalt het laboratorium het gehalte aan organische stof en lutumgehalte voor het vaststellen van een toetsingskader voor de lokale bodemkwaliteit. Het grondwater wordt onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • 9 zware metalen • 8 vluchtige aromatische koolwaterstoffen (incl. naftaleen) • 21 vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen • minerale olie
Pagina | 10
AM23475
4. VELDWERKZAAMHEDEN 4.1
Algemeen
Conform de onderzoeksstrategie, zoals beschreven in hoofdstuk 3, is op de onderzoekslocatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 conform protocollen 2001 en 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Voor het traceren van de kabels en leidingen is voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden een KLIC melding verricht.
4.2
Grondbemonstering
Op 15 februari 2024 zijn de boringen geplaatst volgens de in paragraaf 3.2 weergegeven onderzoeksstrategie. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer H. van der Tillaar. De heer is erkend monsternemer in het kader van de BRL SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002 en 2018 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. De boringen zijn verricht met behulp van de Edelmanboor (ø 7 of 10 cm). De boorpuntlocaties zijn opgenomen op een situatietekening in bijlage 3.
Gebaseerd op de diepte en stroming van het freatisch grondwater zijn er twee boringen afgewerkt met een peilbuis, zie tabel 4.2. Deze zijn verspreid op de onderzoekslocatie geplaatst, ter plaatse van de boorpunten 4 en 21. De bovenkant van de peilbuisfilters is onder de aangetroffen grondwaterstand geplaatst. Tijdens de installatie van de peilbuizen is geen werkwater gebruikt. Het opgeboorde bodemmateriaal is volgens de classificatienorm voor onverharde bodems (NEN 5104) beoordeeld. Daarnaast is vastgesteld in hoeverre het opgeboorde materiaal mogelijke aanwijzingen biedt voor de aanwezigheid van visueel zichtbare verontreiniging. De uitkomende grond en alle zintuiglijk waargenomen bijzonderheden zijn per boring beschreven in de profielbeschrijvingen (zie bijlage 4). In tabel 4.1 is de boring beschreven waarin zintuiglijk afwijkingen zijn geconstateerd. Boring 23
Diepte boring (m -mv) 0,05 – 2,00
Traject (m -mv) 0,10 - 0,50
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
-
Volledig menggranulaat
(gemeentegrond) Tabel 4.1: Overzicht zintuiglijke afwijking
Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de bodemopbouw heeft laagsgewijze bemonstering plaatsgevonden. In het kader van dit onderzoek is geen asbest in bodemonderzoek conform de NEN 5707 verricht naar het voorkomen van asbest in de bodem en op het maaiveld. Wel heeft een inspectie van het terrein plaatsgevonden, op het maaiveld zijn visueel geen asbestverdachte materialen aangetroffen. De aangetroffen zintuiglijke afwijking van volledig menggranulaat in boring 23 Pagina | 11
AM23475
(gemeentegrond) dient als asbestverdacht te worden beschouwd. Het voorliggende onderzoek doet echter geen bindende uitspraak over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem binnen de onderzoekslocatie.
4.3
Grondwatermonstername
De peilbuizen zijn een week na plaatsing op 22 februari 2024 bemonsterd conform protocol 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. De bemonstering is uitgevoerd door erkend veldwerker van Aeres Milieu, de heer H. van der Tillaar. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand opgenomen en zijn de zuurgraad (pH) en het elektrischegeleidingsvermogen (Ec) van het grondwater bepaald. Deze waarden waren constant bij monstername. De geleidbaarheid is gecorrigeerd voor de grondwatertemperatuur. De geleiding is een maat voor de concentratie aan opgeloste stoffen in het water, terwijl de pH de zuurgraad van het water aangeeft (pH<7: zuur, pH = 7: neutraal, pH>7: basisch). De grondwatermonsters zijn in het veld, voor zover noodzakelijk gefiltreerd en geconserveerd. De in het veld gemeten parameters zijn in tabel 4.2 samengevat. Peilbuis 04
Filterdiepte (m-mv.) 2,70 - 3,70
Grondwaterstand (m-mv.) 2,40
pH (-)
Ec (µS/cm)
5,7
392
Troebelheid (NTU) 31,6
21
2,30 - 3,30
2,20
5,1
312
204
Tabel 4.2: Resultaten veldmetingen tijdens grondwatermonstername
De meetresultaten van de pH en Ec wijken niet af van natuurlijk of regionaal voorkomende waarden. In het grondwater uit alle peilbuizen is sprake van een verhoogde troebelheid (>10 NTU). Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehalten aan organische parameters in het grondwater. Bij het voorliggende onderzoek is de index van geen enkele organische parameter groter dan 0,5. De eventuele overschatting van de gehalten als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft geen gevolgen voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd.
Pagina | 12
AM23475
5. LABORATORIUMONDERZOEK 5.1
Algemeen
De analyses zijn uitgevoerd door het onderzoekslaboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam. Het laboratorium is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025, waar verdere conservering en (voor)behandeling van de monsters plaats heeft gevonden.
5.2
Grond(meng)monsters
In het laboratorium zijn voor het chemisch onderzoek van de grondmonsters uit de boven- en ondergrond al dan niet mengmonsters samengesteld volgens onderstaande tabel. De keuze voor het samenstellen van deelmonsters tot een mengmonster of het analyseren van individuele monsters is gebaseerd op de zintuiglijke waarnemingen in het veld en op de onderzoeksstrategie. Analysemonster MM1
Traject (m -mv) 0,00 - 0,50
Deelmonsters 03 (0,00 - 0,50), 04 (0,00 - 0,50),
Zintuiglijke waarnemingen Geen bijzonderheden
05 (0,00 - 0,50), 13 (0,00 - 0,50),
waargenomen.
Analysepakket Standaardpakket incl. lu/os
14 (0,00 - 0,50), 15 (0,00 - 0,50). MM2
0,00 - 0,50
01 (0,00 - 0,50), 02 (0,00 - 0,50),
Geen bijzonderheden
06 (0,00 - 0,50), 07 (0,00 - 0,50),
waargenomen.
Standaardpakket incl. lu/os
11 (0,00 - 0,50), 12 (0,00 - 0,50), 16 (0,00 - 0,50), 17 (0,00 - 0,50). MM3
0,00 - 0,50
08 (0,00 - 0,50), 09 (0,00 - 0,50),
Geen bijzonderheden
10 (0,00 - 0,50), 18 (0,00 - 0,50),
waargenomen.
Standaardpakket incl. lu/os
19 (0,00 - 0,50), 20 (0,00 - 0,50), 21 (0,00 - 0,50), 22 (0,00 - 0,50). MM4
0,50 - 1,00
06 (0,50 - 0,90), 08 (0,50 - 1,00),
Geen bijzonderheden
13 (0,50 - 0,90), 18 (0,50 - 1,00),
waargenomen.
Standaardpakket incl. lu/os
23 (0,50 - 1,00). MM5
0,50 - 1,50
04 (0,50 - 1,00), 06 (1,00 - 1,50),
Geen bijzonderheden
08 (1,00 - 1,40), 13 (1,00 - 1,50),
waargenomen.
Standaardpakket incl. lu/os
18 (1,00 - 1,50), 21 (0,60 - 1,00) 23 (1,00 - 1,50). Tabel 5.1: samenstelling analysemonsters en analysepakket lu/os: lutum fractie en organische stofgehalte
De analyseresultaten van de grondmengmonsters worden in de volgende tabel samengevat. Toetsingen zijn vooralsnog uitgevoerd volgens de tijdelijke kaders van de omgevingswet in afwachting van formele vaststelling door Rijkswaterstaat medio 2024.
Pagina | 13
AM23475
In de Regeling bodemkwaliteit (RBK) is vastgelegd dat de toetsing altijd moet plaatsvinden door het gevonden gehalte in een monster eerst te corrigeren met het lutum en organisch stof gehalte (=berekende concentratie) en vervolgens te vergelijken met de grenswaarden van de Regeling Bodemkwaliteit. In de tabel zijn de toetsingsresultaten van de grondmengmonsters weergegeven, er zijn geen concentraties van stoffen aangetroffen waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de klasse landbouw/natuur. Zie bijlage 6 voor de toetsingstabellen en het analyserapport. Monster
MM1
Traject
Zintuiglijke
Verhoogde component en
Overschrijding
Indicatieve toetsing
(m -mv)
waarnemingen
berekende concentratie [mg/kg d.s.]
interventiewaarde
kwaliteit
0,00 - 0,50
Geen bijzonderheden
-
-
Altijd toepasbaar
-
-
Altijd toepasbaar
waargenomen. MM2
0,00 - 0,50
Geen bijzonderheden waargenomen.
MM3
0,00 - 0,50
Geen bijzonderheden
-
Altijd toepasbaar
waargenomen. MM4
0,50 - 1,00
MM5
0,50 - 1,50
Geen bijzonderheden
PAK 10 VROM
0,03
-
Altijd toepasbaar
-
-
-
Altijd toepasbaar
waargenomen. Geen bijzonderheden waargenomen. Tabel 5.2: Toetsingsresultaten van de grondmengmonsters
Uit de analyseresultaten blijkt dat grondmengmonsters MM1 (dieptetraject 0,00 – 0,50 m-mv.), MM2 (dieptetraject 0,00 – 0,50 m-mv.), MM3 (dieptetraject 0,00 – 0,50 m-mv.) en MM5 (dieptetraject 0,50 – 1,50 m-mv.), geen verhoogde componenten bevatten die de achtergrondwaarde overschrijden. In grondmengmonster MM4 (dieptetraject 0,50 – 1,00 m-mv.) is een lichte verhoging met PAK 10 VROM aangetroffen, er is geen overschrijding van de interventiewaarde aangetoond. Toelichting verontreinigingen De afkorting PAK staat voor Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen. Het gaat hierbij om een verbindingsklasse van meer dan 200 stoffen, die bestaan uit twee of meer aan elkaar verbonden benzeenringen. Ze ontstaan met name bij verbrandingsprocessen, en kunnen dus zowel een synthetische als een natuurlijke oorsprong hebben. PAK’s ontstaan o.a. door onvolledige verbranding van minerale olie zoals die ook in het verkeer plaatsvindt. Ze worden tevens gevormd bij het proces van droge destillatie van steenkool, zoals die bij gas- en cokesfabrieken werd toegepast. Daarnaast kunnen ze worden aangetroffen bij de vervaardiging en verwerking van rubber, kunststoffen, verf, lakken, minerale olie en teerproducten. In de chemische grondstoffenindustrie dienen ze als tussenproducten bij verschillende syntheses, bijvoorbeeld van verfstoffen en farmaceutica.
De belangrijkste PAK-verbindingen in steenkoolteer zijn naftaleen, chryseen, fenanthreen en fluorantheen. Alle zijn praktisch onoplosbaar in water, niet vluchtig en persistent (niet afbreekbaar).
5.3
Grondwatermonster
Door de vaststelling van de omgevingswet zijn voor grondwater nu instructieregels en omgevingswaarden opgenomen in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL). Vooralsnog is hiervoor geen nieuwe toetsingsservice beschikbaar. Derhalve is vooralsnog getoetst aan de oude normen uit de Wet bodembescherming/Circulaire bodemsanering middels BoToVa. Pagina | 14
AM23475
De analyseresultaten van de grondwatermonsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven. *
Het gehalte is groter dan of gelijk aan de streefwaarde (of de detectiegrens, indien deze hoger is) en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde;
**
het gehalte is groter dan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;
***
het gehalte is groter dan de interventiewaarde.
In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende streefwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 7 voor de toetsingstabellen en het analyserapport.
Peilbuis
Filtertraject [m-mv] 2,70 - 3,70
04
21
2,30 - 3,30
Grondwaterstand [m-mv.]
Verhoogde component
2,30
Zink
Gemeten concentratie [µg/l] en toetsing 0,16 *
Cadmium
0,04
*
-
-
-
2,10
Tabel 5.3: Toetsingsresultaten van de grondwatermonsters
Uit de analyseresultaten blijkt dat er in het grondwater afkomstig uit peilbuis 04 een verhoging van de componenten zink en cadmium gemeten is. Deze concentraties overschrijden de streefwaarde maar zijn kleiner dan de interventiewaarde. Het grondwater afkomstig uit peilbuis 21 bevat geen gemeten componenten met verhoogde gehalten ten opzichte van de streefwaarde. De lichte verontreiniging met zink en cadmium worden waarschijnlijk gedeeltelijk van buiten de onderzoekslocatie aangevoerd, aangezien in de ondergrondmonsters geen verhoogde concentraties gemeten zijn. Op de locatie zijn ook geen verontreinigingsbronnen aan te wijzen die in relatie zouden kunnen staan met de verontreiniging aan zink en cadmium.
De verhogingen met zware metalen worden overal in het grondwater van Noord- en Midden Limburg aangetroffen en passen in het beeld van de achtergrondconcentraties. Aangezien op de onderzoekslocatie geen aanwijsbare bronnen zijn gevonden, worden de verontreinigingen toegeschreven aan de verhoogde achtergrondconcentraties conform de circulaire van de provincie Limburg d.d. 12 september 1995 (nr. 95/36199V).
5.4
Toetsing van de gestelde hypothese
Geconcludeerd kan worden dat de berekende concentraties in de boven- en ondergrond niet in tegenspraak zijn met de vooraf geformuleerde hypothese dat de locatie als onverdacht beschouwd kan worden. Het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek is niet noodzakelijk. Op basis van zintuiglijke waarnemingen kan hypothese onverdacht ten aanzien van asbest in de bodem wordt bevestigd. De aangetroffen zintuiglijke afwijking van volledig menggranulaat (geen bodem) in boring 23 dient als asbestverdacht te worden beschouwd. Menggranulaat wordt gezien als niet vormgegeven bouwstof en is derhalve niet meegenomen in het onderzoek.
Pagina | 15
AM23475
Het voorliggende onderzoek doet echter geen bindende uitspraak over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem binnen de onderzoekslocatie. Geconcludeerd kan worden dat de gemeten concentraties in het grondwater niet in tegenspraak zijn met de vooraf opgestelde hypothese dat de locatie onverdacht is. Het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek is gelet op de aangetroffen componenten en gemeten concentraties niet noodzakelijk.
Pagina | 16
AM23475
6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Tijdens de veldinspectie op de locatie zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de bovengrond en ondergrond geen overschrijding van de interventiewaarde gemeten is. In de ondergrond is een lichte verhoging met PAK 10 VROM aangetoond (MM4). Het freatisch grondwater is licht verontreinigd met zink en cadmium. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen nieuwbouw van woningen. In het kader van dit onderzoek is geen asbest in bodem onderzoek conform de NEN 5707 / 5897 verricht naar het voorkomen van asbest in de bodem en op het maaiveld. Wel heeft een inspectie van het terrein plaatsgevonden. Op het maaiveld zijn visueel geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In de vrijkomende grond (boring 23, dit betreft gemeentegrond) is een laag met volledig menggranulaat (0,10-0,50 m-mv) aangetroffen. Deze laag is aangebracht als fundering van de weg en dient als asbestverdacht te worden beschouwd. Menggranulaat wordt gezien als niet vormgegeven bouwstof en is derhalve niet meegenomen in het onderzoek.
Het voorliggende onderzoek doet echter geen bindende uitspraak over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem binnen de onderzoekslocatie. Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit bodemkwaliteit in combinatie met milieubelastende activiteiten met bodemvoorschriften uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het omgevingsplan (met bodemkwaliteitskaart) van toepassing.
Pagina | 17
AM23475
aeres milieu
Bijlage 1 Topografische overzichtskaart
AM23475
aeres milieu
Bijlage 2 Foto’s onderzoekslocatie
AM23475
AM23475
Foto 1
Foto 2
Foto 3
Foto 4
Foto 5
Foto 6
AM23475
Foto 7
Foto 8
Foto 9
Foto 10
aeres milieu
Bijlage 3 Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten en asbestinspectiegaten
AM23475
Legenda Plangebied Foto's Boorpunten [23] boring tot 0,5 m-mv. [16] boring tot 2,0 m-mv [5] peilbuis [2]
aeres milieu
Bijlage 4 Boorprofielen
AM23475
getekend volgens NEN 5104
Boring:
01
Boring: 0
0
gras
1 50
Boring:
0
0
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor
50
1 50
Boring: 0
gras
1 50
04 0
0
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
50
gras Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor
50
03
0
02
gras Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
50
Zand zeer fijn, matig siltig, licht beigegrijs, Edelmanboor
2 100 3 140
Zand zeer fijn, sterk siltig, matig roesthoudend, grijsoranje, Edelmanboor
150 4 190
200 220
Zand zeer fijn, zwak siltig, zwak roesthoudend, grijsoranje, Edelmanboor Zand zeer fijn, zwak siltig, sporen grind, grijsoranje, Zuigerboor handmatig
250
300
350
Boring:
Boring:
05 0
0
gras
50
Zand matig fijn, zwak siltig, matig grindhoudend, grijsoranje, Zuigerboor handmatig
06 0
0
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
360 370
gras Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1 50 2 90
Zand matig fijn, zwak siltig, licht oranjegeel, Edelmanboor
100 3 150
150
Zand matig fijn, zwak siltig, sporen roest, grijsoranje, Edelmanboor
4 200
200
Projectnaam: Gertrudisstraat - Hoofdstraat te Oirlo Projectcode: AM23475
Opdrachtgever: Bureau Leefomgeving
getekend volgens NEN 5104
Boring:
07
Boring: 0
0
gras
0
0
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
50
08 gras Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1 50 2 100
100
Zand zeer fijn, matig siltig, licht grijsgeel, Edelmanboor
3 140
Zand zeer fijn, matig siltig, zwak roesthoudend, grijsoranje, Edelmanboor
150 4 200
200
Boring:
09
Boring: 0
0
gras
50
50
Boring:
Boring: 0
0 1
50
0
1 50
Boring: 0
gras
1 50
14 0
0
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor
gras Zand zeer fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
1 50
gras Zand zeer fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
50
13
50
12
0
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor
50
0
50
50
gras
gras Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
11
Boring:
0
0
Zand zeer fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
1
10
50
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
2 90
Zand zeer fijn, zwak siltig, licht grijsgeel, Edelmanboor
100 3 150 4 200
200
Projectnaam: Gertrudisstraat - Hoofdstraat te Oirlo Projectcode: AM23475
Opdrachtgever: Bureau Leefomgeving
getekend volgens NEN 5104
Boring:
15
Boring: 0
0
gras
1 50
Boring:
0
0
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor
50
1 50
Boring: 0
gras
1 50
18 0
0
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor
50
gras Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
50
17
0
16
gras Zand zeer fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
1 50 2 100
100
Zand zeer fijn, zwak siltig, licht geelbeige, Edelmanboor
3 150
150
Zand zeer fijn, zwak siltig, licht beigeoranje, Edelmanboor
4 200
200
Boring:
Boring:
19 0
0
gras
1 50
Boring:
1
gras
0
gras Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
60
22
0
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
50
Boring: 0
gras Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
50
21
0
0
0
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor
50
20
50
Zand zeer fijn, matig siltig, licht beigegrijs, Edelmanboor
2 100 3 150
150
Zand zeer fijn, matig siltig, sterk roesthoudend, grijsoranje, Edelmanboor
4 200
200
Zand zeer fijn, matig siltig, grijsoranje, Edelmanboor 250 280
Zand zeer fijn, matig siltig, grijsoranje, Zuigerboor handmatig
300 330
Projectnaam: Gertrudisstraat - Hoofdstraat te Oirlo Projectcode: AM23475
Opdrachtgever: Bureau Leefomgeving
getekend volgens NEN 5104
Boring:
23 0 5 10
0
Zand matig grof, zwak siltig, grijsbeige, Graven
1 50
50
tegel
2
Volledig menggranulaat, matig zandhoudend, beigegrijs, Graven Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Graven
100
100
Zand zeer fijn, matig siltig, grijsbeige, Edelmanboor
3 150
150
Zand zeer fijn, sterk siltig, matig roesthoudend, grijsoranje, Edelmanboor
4 200
200
Projectnaam: Gertrudisstraat - Hoofdstraat te Oirlo Projectcode: AM23475
Opdrachtgever: Bureau Leefomgeving
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
aeres milieu
Bijlage 5 Verklaring veldmedewerker
AM23475
VERKLARING Hierbij verklaar ik (ondergetekende) dat de veldwerkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever zijn uitgevoerd conform de eisen van de BRL 2000 en de bijbehorende protocollen.
Projectnummer
AM23475
Onderzoekslocatie
Gertrudisstraat – Hoofdstraat te Oirlo
Opdrachtgever
Bureau Leefomgeving
Afwijkingen van BRL 2000 (protocol)
Nee Ja, aard en motivatie afwijkingen beschrijven
Uitvoering werkzaamheden protocol 2001
15 februari 2024
Uitvoering werkzaamheden protocol 2002
22 februari 2024
Gecertificeerd monsternemer
H. van den Tillaar
aeres milieu
Bijlage 6 Toetsingstabellen en analyserapport grondmengmonsters
AM23475
Tabel 1: Samenstelling en toetsing Beoordeling aan de interventiewaarde bodemkwaliteit (landbodem) (T.130) Analysemonster Certificaatcode Datum Traject (cm-mv) Humus (% ds) Lutum (% ds) Datum van toetsing Bodemklasse monster
MM1 14027803 15-2-2024 0-50 2,6 3,2 1-3-2024 Voldoet aan Interventiewaarde
Monstermelding 1 Monstermelding 2 Monstermelding 3 Meetw
GSSD
T130
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180
4,9 <1 <1 <1 <1 <1 <1 <1
<18,8 <3 <3 <3 <3 <3 <3 <3
µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds
<=IW
METALEN Kobalt Nikkel Koper Zink Molybdeen Cadmium Barium Kwik Lood
<3 <4 9,1 < 20 < 1,5 < 0,2 < 20 < 0,05 16
<7 <7 17,7 <31 <1,1 <0,2 <47 <0,05 24
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<=IW <=IW <=IW <=IW <=IW <=IW ---------- (5) <=IW <=IW
OVERIG Droge stof Lutum Organische stof (humus)
87,4 3,2 2,6
87,4
% ds % % ds
---------- (5)
OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C12 Minerale olie C12 - C22 Minerale olie C22 - C30 Minerale olie C30 - C40 Minerale olie C10 - C40
<5 <5 <5 7 < 20
13 13 13 27 <54
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
---------- (5) ---------- (5) ---------- (5) ---------- (5) <=IW
PAK Naftaleen Anthraceen Fenanthreen Fluorantheen Chryseen Benzo(a)anthraceen Benzo(a)pyreen Benzo(k)fluorantheen Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen Benzo(g,h,i)peryleen PAK 10 VROM
< 0,01 < 0,01 < 0,01 0,03 0,01 < 0,01 0,02 0,01 0,02 0,02 0,138
<0,01 <0,01 <0,01 0,03 0,01 <0,01 0,02 0,01 0,02 0,02 0,138
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<=IW
LET OP! Dit is niet een volledige valide T130 toetsing. Op de achtergrond wordt de huidige T12 toetsing aangeroepen bij BoToVa. Wat wij doen zijn de Oordelen en Conclusies omzetten volgens de documentatie van Rijkswaterstaat. https://www.bodemplus.nl/bibliotheek/@287157/factsheet-botova-wijzigingen-omgevingswet/
Tabel 2: Samenstelling en toetsing Beoordeling aan de interventiewaarde bodemkwaliteit (landbodem) (T.130) Analysemonster Certificaatcode Datum Traject (cm-mv) Humus (% ds) Lutum (% ds) Datum van toetsing Bodemklasse monster
MM2 14027803 15-2-2024 0-50 1,7 2,4 1-3-2024 Voldoet aan Interventiewaarde
Monstermelding 1 Monstermelding 2 Monstermelding 3 Meetw
GSSD
T130
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180
4,9 <1 <1 <1 <1 <1 <1 <1
<24,5 <4 <4 <4 <4 <4 <4 <4
µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds
<=IW
METALEN Kobalt Nikkel Koper Zink Molybdeen Cadmium Barium Kwik Lood
<3 <4 7,5 < 20 < 1,5 0,22 < 20 < 0,05 16
<7 <8 15,3 <33 <1,1 0,38 <52 <0,05 25
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<=IW <=IW <=IW <=IW <=IW <=IW ---------- (5) <=IW <=IW
OVERIG Droge stof Lutum Organische stof (humus)
89,6 2,4 1,7
89,6
% ds % % ds
---------- (5)
OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C12 Minerale olie C12 - C22 Minerale olie C22 - C30 Minerale olie C30 - C40 Minerale olie C10 - C40
<5 <5 <5 <5 < 20
18 18 18 18 <70
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
---------- (5) ---------- (5) ---------- (5) ---------- (5) <=IW
PAK Naftaleen Anthraceen Fenanthreen Fluorantheen Chryseen Benzo(a)anthraceen Benzo(a)pyreen Benzo(k)fluorantheen Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen Benzo(g,h,i)peryleen PAK 10 VROM
< 0,01 < 0,01 < 0,01 0,02 0,01 < 0,01 < 0,01 < 0,01 0,01 < 0,01 0,089
<0,01 <0,01 <0,01 0,02 0,01 <0,01 <0,01 <0,01 0,01 <0,01 0,089
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<=IW
LET OP! Dit is niet een volledige valide T130 toetsing. Op de achtergrond wordt de huidige T12 toetsing aangeroepen bij BoToVa. Wat wij doen zijn de Oordelen en Conclusies omzetten volgens de documentatie van Rijkswaterstaat. https://www.bodemplus.nl/bibliotheek/@287157/factsheet-botova-wijzigingen-omgevingswet/
Tabel 3: Samenstelling en toetsing Beoordeling aan de interventiewaarde bodemkwaliteit (landbodem) (T.130) Analysemonster Certificaatcode Datum Traject (cm-mv) Humus (% ds) Lutum (% ds) Datum van toetsing Bodemklasse monster
MM3 14027803 15-2-2024 0-50 2,1 2,5 1-3-2024 Voldoet aan Interventiewaarde
Monstermelding 1 Monstermelding 2 Monstermelding 3 Meetw
GSSD
T130
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180
4,9 <1 <1 <1 <1 <1 <1 <1
<23,3 <3 <3 <3 <3 <3 <3 <3
µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds
<=IW
METALEN Kobalt Nikkel Koper Zink Molybdeen Cadmium Barium Kwik Lood
<3 <4 8,6 20 < 1,5 0,23 < 20 < 0,05 14
<7 <8 17,4 46 <1,1 0,39 <51 <0,05 22
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<=IW <=IW <=IW <=IW <=IW <=IW ---------- (5) <=IW <=IW
OVERIG Droge stof Lutum Organische stof (humus)
88,6 2,5 2,1
88,6
% ds % % ds
---------- (5)
OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C12 Minerale olie C12 - C22 Minerale olie C22 - C30 Minerale olie C30 - C40 Minerale olie C10 - C40
<5 <5 <5 <5 < 20
17 17 17 17 <67
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
---------- (5) ---------- (5) ---------- (5) ---------- (5) <=IW
PAK Naftaleen Anthraceen Fenanthreen Fluorantheen Chryseen Benzo(a)anthraceen Benzo(a)pyreen Benzo(k)fluorantheen Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen Benzo(g,h,i)peryleen PAK 10 VROM
< 0,01 < 0,01 < 0,01 0,02 < 0,01 < 0,01 0,01 < 0,01 0,01 0,01 0,092
<0,01 <0,01 <0,01 0,02 <0,01 <0,01 0,01 <0,01 0,01 0,01 0,092
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<=IW
LET OP! Dit is niet een volledige valide T130 toetsing. Op de achtergrond wordt de huidige T12 toetsing aangeroepen bij BoToVa. Wat wij doen zijn de Oordelen en Conclusies omzetten volgens de documentatie van Rijkswaterstaat. https://www.bodemplus.nl/bibliotheek/@287157/factsheet-botova-wijzigingen-omgevingswet/
Tabel 4: Samenstelling en toetsing Beoordeling aan de interventiewaarde bodemkwaliteit (landbodem) (T.130) Analysemonster Certificaatcode Datum Traject (cm-mv) Humus (% ds) Lutum (% ds) Datum van toetsing Bodemklasse monster
MM4 14027803 15-2-2024 50-100 1,5 3,9 1-3-2024 Voldoet aan Interventiewaarde
Monstermelding 1 Monstermelding 2 Monstermelding 3 Meetw
GSSD
T130
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180
4,9 <1 <1 <1 <1 <1 <1 <1
<24,5 <4 <4 <4 <4 <4 <4 <4
µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds
<=IW
METALEN Kobalt Nikkel Koper Zink Molybdeen Cadmium Barium Kwik Lood
<3 <4 5,4 < 20 < 1,5 < 0,2 < 20 < 0,05 < 10
<6 <7 10,5 <30 <1,1 <0,2 <44 <0,05 <11
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<=IW <=IW <=IW <=IW <=IW <=IW ---------- (5) <=IW <=IW
OVERIG Droge stof Lutum Organische stof (humus)
89,3 3,9 1,5
89,3
% ds % % ds
---------- (5)
OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C12 Minerale olie C12 - C22 Minerale olie C22 - C30 Minerale olie C30 - C40 Minerale olie C10 - C40
<5 <5 5 <5 < 20
18 18 25 18 <70
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
---------- (5) ---------- (5) ---------- (5) ---------- (5) <=IW
PAK Naftaleen Anthraceen Fenanthreen Fluorantheen Chryseen Benzo(a)anthraceen Benzo(a)pyreen Benzo(k)fluorantheen Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen Benzo(g,h,i)peryleen PAK 10 VROM
< 0,01 0,12 0,67 0,79 0,24 0,25 0,25 0,10 0,16 0,17 2,757
<0,01 0,12 0,67 0,79 0,24 0,25 0,25 0,10 0,16 0,17 2,757
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<=IW
LET OP! Dit is niet een volledige valide T130 toetsing. Op de achtergrond wordt de huidige T12 toetsing aangeroepen bij BoToVa. Wat wij doen zijn de Oordelen en Conclusies omzetten volgens de documentatie van Rijkswaterstaat. https://www.bodemplus.nl/bibliotheek/@287157/factsheet-botova-wijzigingen-omgevingswet/
Tabel 5: Samenstelling en toetsing Beoordeling aan de interventiewaarde bodemkwaliteit (landbodem) (T.130) Analysemonster Certificaatcode Datum Traject (cm-mv) Humus (% ds) Lutum (% ds) Datum van toetsing Bodemklasse monster
MM5 14027803 15-2-2024 50-150 0,6 2,2 1-3-2024 Voldoet aan Interventiewaarde
Monstermelding 1 Monstermelding 2 Monstermelding 3 Meetw
GSSD
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180
4,9 <1 <1 <1 <1 <1 <1 <1
<24,5 <4 <4 <4 <4 <4 <4 <4
µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds
<=IW
METALEN Kobalt Nikkel Koper Zink Molybdeen Cadmium Barium Kwik Lood
<3 <4 <5 < 20 < 1,5 < 0,2 < 20 < 0,05 < 10
<7 <8 <7 <33 <1,1 <0,2 <53 <0,05 <11
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<=IW <=IW <=IW <=IW <=IW <=IW ---------- (5) <=IW <=IW
OVERIG Droge stof Lutum Organische stof (humus)
88,2 2,2 0,6
88,2
% ds % % ds
---------- (5)
OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C12 Minerale olie C12 - C22 Minerale olie C22 - C30 Minerale olie C30 - C40 Minerale olie C10 - C40
<5 <5 <5 <5 < 20
18 18 18 18 <70
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
---------- (5) ---------- (5) ---------- (5) ---------- (5) <=IW
PAK Naftaleen Anthraceen Fenanthreen Fluorantheen Chryseen Benzo(a)anthraceen Benzo(a)pyreen Benzo(k)fluorantheen Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen Benzo(g,h,i)peryleen PAK 10 VROM
< 0,01 < 0,01 < 0,01 < 0,01 < 0,01 < 0,01 < 0,01 < 0,01 < 0,01 < 0,01 0,07
<0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,07
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<=IW
---------< <=IW >IW
T130
: Geen toetsnorm aanwezig : kleiner dan de detectielimiet : Kleiner of gelijk aan Interventiewaarde : Groter dan Interventiewaarde
LET OP! Dit is niet een volledige valide T130 toetsing. Op de achtergrond wordt de huidige T12 toetsing aangeroepen bij BoToVa. Wat wij doen zijn de Oordelen en Conclusies omzetten volgens de documentatie van Rijkswaterstaat. https://www.bodemplus.nl/bibliotheek/@287157/factsheet-botova-wijzigingen-omgevingswet/
5 # GSSD
: IW ontbreekt: zorgplicht van toepassing : verhoogde rapportagegrens : Gestandaardiseerde meetwaarde - Getoetst via de BoToVa service, versie 3.2.0 -
LET OP! Dit is niet een volledige valide T130 toetsing. Op de achtergrond wordt de huidige T12 toetsing aangeroepen bij BoToVa. Wat wij doen zijn de Oordelen en Conclusies omzetten volgens de documentatie van Rijkswaterstaat. https://www.bodemplus.nl/bibliotheek/@287157/factsheet-botova-wijzigingen-omgevingswet/
Tabel 1: Samenstellingwaarden en toetsing voor T101 Analysemonster Certificaatcode Datum Traject (cm-mv) Humus (% ds) Lutum (% ds) Datum van toetsing Bodemklasse monster
MM1 14027803 15-2-2024 0-50 2,6 3,2 1-3-2024 Klasse landbouw/natuur
Monstermelding 1 Monstermelding 2 Monstermelding 3 Meetw
GSSD
T101
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180
4,9 <1 <1 <1 <1 <1 <1 <1
<18,8 <3 <3 <3 <3 <3 <3 <3
µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds
<LN
METALEN Kobalt Nikkel Koper Zink Molybdeen Cadmium Barium Kwik Lood
<3 <4 9,1 < 20 < 1,5 < 0,2 < 20 < 0,05 16
<7 <7 17,7 <31 <1,1 <0,2 <47 <0,05 24
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<LN <LN <LN <LN <LN <LN ---------- (6) <LN <LN
OVERIG Droge stof Lutum Organische stof (humus)
87,4 3,2 2,6
87,4
% ds % % ds
---------- (6)
OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C12 Minerale olie C12 - C22 Minerale olie C22 - C30 Minerale olie C30 - C40 Minerale olie C10 - C40
<5 <5 <5 7 < 20
13 13 13 27 <54
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
---------- (6) ---------- (6) ---------- (6) ---------- (6) <LN
PAK Naftaleen Anthraceen Fenanthreen Fluorantheen Chryseen Benzo(a)anthraceen Benzo(a)pyreen Benzo(k)fluorantheen Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen Benzo(g,h,i)peryleen PAK 10 VROM
< 0,01 < 0,01 < 0,01 0,03 0,01 < 0,01 0,02 0,01 0,02 0,02 0,138
<0,01 <0,01 <0,01 0,03 0,01 <0,01 0,02 0,01 0,02 0,02 0,138
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<LN
LET OP! Dit is niet een volledige valide T101 toetsing. Op de achtergrond wordt de huidige T1 toetsing aangeroepen bij BoToVa. Wat wij doen zijn de Oordelen en Conclusies omzetten volgens de documentatie van Rijkswaterstaat. https://www.bodemplus.nl/bibliotheek/@287157/factsheet-botova-wijzigingen-omgevingswet/
Tabel 2: Samenstellingwaarden en toetsing voor T101 Analysemonster Certificaatcode Datum Traject (cm-mv) Humus (% ds) Lutum (% ds) Datum van toetsing Bodemklasse monster
MM2 14027803 15-2-2024 0-50 1,7 2,4 1-3-2024 Klasse landbouw/natuur
Monstermelding 1 Monstermelding 2 Monstermelding 3 Meetw
GSSD
T101
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180
4,9 <1 <1 <1 <1 <1 <1 <1
<24,5 <4 <4 <4 <4 <4 <4 <4
µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds
<LN
METALEN Kobalt Nikkel Koper Zink Molybdeen Cadmium Barium Kwik Lood
<3 <4 7,5 < 20 < 1,5 0,22 < 20 < 0,05 16
<7 <8 15,3 <33 <1,1 0,38 <52 <0,05 25
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<LN <LN <LN <LN <LN <LN ---------- (6) <LN <LN
OVERIG Droge stof Lutum Organische stof (humus)
89,6 2,4 1,7
89,6
% ds % % ds
---------- (6)
OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C12 Minerale olie C12 - C22 Minerale olie C22 - C30 Minerale olie C30 - C40 Minerale olie C10 - C40
<5 <5 <5 <5 < 20
18 18 18 18 <70
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
---------- (6) ---------- (6) ---------- (6) ---------- (6) <LN
PAK Naftaleen Anthraceen Fenanthreen Fluorantheen Chryseen Benzo(a)anthraceen Benzo(a)pyreen Benzo(k)fluorantheen Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen Benzo(g,h,i)peryleen PAK 10 VROM
< 0,01 < 0,01 < 0,01 0,02 0,01 < 0,01 < 0,01 < 0,01 0,01 < 0,01 0,089
<0,01 <0,01 <0,01 0,02 0,01 <0,01 <0,01 <0,01 0,01 <0,01 0,089
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<LN
LET OP! Dit is niet een volledige valide T101 toetsing. Op de achtergrond wordt de huidige T1 toetsing aangeroepen bij BoToVa. Wat wij doen zijn de Oordelen en Conclusies omzetten volgens de documentatie van Rijkswaterstaat. https://www.bodemplus.nl/bibliotheek/@287157/factsheet-botova-wijzigingen-omgevingswet/
Tabel 3: Samenstellingwaarden en toetsing voor T101 Analysemonster Certificaatcode Datum Traject (cm-mv) Humus (% ds) Lutum (% ds) Datum van toetsing Bodemklasse monster
MM3 14027803 15-2-2024 0-50 2,1 2,5 1-3-2024 Klasse landbouw/natuur
Monstermelding 1 Monstermelding 2 Monstermelding 3 Meetw
GSSD
T101
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180
4,9 <1 <1 <1 <1 <1 <1 <1
<23,3 <3 <3 <3 <3 <3 <3 <3
µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds
<LN
METALEN Kobalt Nikkel Koper Zink Molybdeen Cadmium Barium Kwik Lood
<3 <4 8,6 20 < 1,5 0,23 < 20 < 0,05 14
<7 <8 17,4 46 <1,1 0,39 <51 <0,05 22
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<LN <LN <LN <LN <LN <LN ---------- (6) <LN <LN
OVERIG Droge stof Lutum Organische stof (humus)
88,6 2,5 2,1
88,6
% ds % % ds
---------- (6)
OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C12 Minerale olie C12 - C22 Minerale olie C22 - C30 Minerale olie C30 - C40 Minerale olie C10 - C40
<5 <5 <5 <5 < 20
17 17 17 17 <67
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
---------- (6) ---------- (6) ---------- (6) ---------- (6) <LN
PAK Naftaleen Anthraceen Fenanthreen Fluorantheen Chryseen Benzo(a)anthraceen Benzo(a)pyreen Benzo(k)fluorantheen Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen Benzo(g,h,i)peryleen PAK 10 VROM