B1.3.1 - Landschappelijke inpassing Eijkenhofweg 3 en 5 (20250814)
Tekst van het document
Landschappelijk inpassingsplan Eijkenhofweg 3 en 5, Veulen
De percelen Eijkenhofweg 3 en 5 te Veulen zijn twee naast elkaar liggende bebouwde percelen waar tussen de Oostrumsche beek tussendoor loopt. De bebouwing in beide gebieden wordt gewijzigd. Daarbij hoort een inpassingsplan om de kwaliteit van het landschap te beschermen en te versterken. Beide percelen liggen in het jonge ontginningen landschap. Dit landschap heeft in de basis rationeel karakter met een rechte en gestructureerde verkaveling, aan de bebouwingslinten lopen lange groenstructuren met daarachter een weids en open landschap. Zoals in de omschrijving van het jong ontginningslandschap ligt aan de Eijkenhofweg een bomenlaan met daarachter een wijds en openlandschap. Echter ontbreekt de rationele structuur in de verkaveling. Met een meer amorfe indeling wijkt het hiermee af aan de standaard omschrijving. Vanuit de gemeente bestaat de wens om de bebouwde percelen in dit gebied te voorzien van een functionele inrichting met een groen karakter. Het doel is om het formele, rechtlijnige karakter als uitgangspunt te nemen. Beplanting in de vorm van een enkele rij bomen, singels langs zijdelingse perceelsgrenzen passen de bebouwing in zonder de bebouwing geheel te verbergen.
Inpassingsplan Eijkenhofweg 3
Ligging plangebieden - PDOK
De bestaande varkensstallen op Eijkenhofweg 3 worden gesloopt en vervangen door een loods en een mestsilo voor het akkerbouwbedrijf. Voor de nieuwe bebouwing komteen waterberging aan de zuidzijde van het plangebied. Het bestaand groen wordt zo veel mogelijk gehandhaafd. Rondom de te slopen stallen is niet al het groen te handhaven maar achter de woning blijft al het aanwezige groen behouden. Het inpassingsplan richt zich het scheiden van de bedrijfsgebouwen en de woning, en op het inpassen van de nieuwe loods. Aan de oostzijde komt een bomenrij met haag en rondom de nieuwe loods komt een struweelhaag. Deze groenelementen ontrekken de bestaande en nieuwe bebouwing voor een groot deel uit het zicht. Aan de westzijde wordt het inpassingsplan gebruikt om een scheiding te maken tussen het bedrijf en de woning. De woning wordt ingepast met een beukenhaag waar tussen het bedrijf en de woning nog 3 bomen in worden geplant om de scheiding te versterken.
Eijkenhofweg 3
Eijkenhofweg 5
In het totaal wordt er 1570m2 aan nieuwe verharding aangebracht. Met een bergingseis van 100mm/m2 verharding dient een waterberging van 157m3 gerealiseerd te worden. De GHG vormt de beperkende factor voor de diepte van de waterberging met een ligging op 0,5m. De waterberging krijgt met een dimensionering van 20m lang, 17m breed en 0,5m diep een capaciteit van 161m3. Dit is een overcapaciteit van 4m3. De overstort voor de waterberging komt aan de zuidzijde waar het overtollig water de akkers op kan stromen zonder overlast te veroorzaken.
Landschappelijke inpassing, 25-07-2024 | Eijkenhofweg 3 en 5, Veulen
situatie plangebieden - PDOK
Inpassingsplan Eijkenhofweg 5 Ook bij Eijkenhofweg 5 worden de stallen afgebroken en vervangen door een loods met een aansluitend stuk verhard oppervlak en opslagvlakken. In tegenstelling tot Eijkenhofweg 3 is hier vrijwel geen bestaand groen aanwezig. Alleen aan de noordzijde rondom de woning en de oprit is groen aanwezig. Dit is echter voornamelijk uitheems en draagt weinig bij aan de ecologische kwaliteit van het landschap. Het inpassingsplan richt zich voornamelijk op de oost en zuidzijde van het perceel. Hier komt een bomenrij die loopt van de Eijkenhofweg tot aan de opslagvlakken aan de zuidzijde van het plangebied. Rondom de opslagvlakken komt een breed struweel die de vlakken volledig uit het zicht ontnemen. Aan de zuidzijde komt een bomenrij van wilgen op gepaste afstand van de Oostrumsche beek. Met deze elementen is de oost en zuid zijde vrijwel volledig ingepast. Aan de westzijde is gekozen voor een smalle singel om de nieuwe loods met bijbehorende verharding in te passen De waterberging voor de nieuwe verharding komt aan de zuidzijde van het plangebied, tussen de verharding en de bomenrij van wilgen in. In het totaal wordt er 3990m2 aan nieuwe verharding aangebracht. Met een bergingseis van 100mm/m2 verharding dient een waterberging van 379m3 gerealiseerd te worden. De GHG vormt de beperkende factor voor de diepte van de waterberging met een ligging op 0,6m.
De waterberging wordt onderverdeel in twee delen. Deel 1 vormt het diepste gedeelte van de waterberging en het eerste gedeelte dat gevuld wordt bij neerslag. Deel 1 krijgt met een dimensionering van 68m lang, 5m breed en 0,6m diep een capaciteit van 219,5m3. Deel 2 ligt ten noorden van deel 1. Met een oppervlak van 720m2 en een diepte van 0,25m krijgt het een capaciteit van circa 175m3. Samen met deel 1 komt de capaciteit in het totaal uit op 394,5m3, een overcapaciteit van ongeveer 15,5m3. Dit is gedaan omdat er hier geen ruimte is voor een geschikte overstort naar omliggend gebied zonder dat het water mogelijk in de Oostrumsche beek terecht komt.
Beheersrichtlijnen Bij de aanplant van bomen wordt aangeraden het plaatsen van boompalen en banden sterk aangeraden om jonge bomen recht te houden. Bovendien zorgen boompalen er voor dat wortels niet bewegen en zich beter kunnen ontwikkelen. De boombanden dienen jaarlijks te worden gecontroleerd en eventueel ruimer worden gezet om insnoeren te voorkomen. Slechte boompalen indien nodig vervangen. Na 5 groeiseizoenen kunnen de boompaal en band worden verwijderd. Bij een bomenrij is het van belang dat de boom voldoende ongekroond wordt om de ruimte te creëren voor onderliggende infrastructuur of andere beplanting. Het wordt aangeraden om eens in de vijf jaar snoeiwerkzaamheden te verrichten om dit te bewerkstelligen. Naast dit onderhoud is begeleiding snoei bij overhangende takken of gevaarlijke/hinderlijke situaties noodzakelijk. Om een goed struweel ontwikkelen worden de heesters in groepen van 3 tot 5 veren aangeplant. Deze groepen worden willekeurig door elkaar geplant om een natuurlijke uitstraling te krijgen.
Voor struwelen ligt de voorkeur bij het snoeien in het vroege voorjaar. Dit onderhoud gebeurt één keer per 2 tot 3 jaar. Zo worden robuustere struwelen ontwikkeld die aantrekkelijk zijn voor vogels en overige fauna. Een andere opties is om de haag in delen sterk terug te snoeien. Door per snoeibeurt enkele planten te snoeien behoud de struweelhaag zijn vorm. . Verder is jaarrond begeleiding snoei mogelijk in het geval van overhangende takken of gevaarlijke/hinderlijke situaties. Beukenhagen kunnen het beste tussen half november en eind april worden geplant voor dat de sapstroom op gang komt. Voer zo nodig grondverbetering uit bij de plantgaten. Geef gedurende twee jaar de planten ruim voldoende water. Om een dichte haag te krijgen verdient het aanbeveling om direct na het planten te snoeien, zowel de bovenkant als de zijkant. Dit stimuleert de vertakking waardoor een volle haag ontstaat. Laat de haag elk jaar iets hoger worden tot de gewenst hoogte is bereikt. De eerste jaren na aanplant kan het beste tweemaal per jaar worden geknipt, waarvan de eerste keer vóór de langste dag (de heg heeft dan de kans om nog nieuwe loten te vormen) en de tweede keer rond 1 oktober. Na enkele jaren heeft het de voorkeur om slechts één keer per jaar de haag in het vroege voorjaar te snoeien. Jaarlijkse snoei garandeert het behoud van de vorm van de haag en stimuleert verdichting.
Snoeiwerkzaamheden dienen vermeden te worden tijdens felle zon en nachtvorst om schade aan de haag te voorkomen. Om een goede singel ontwikkelen worden de heesters en boomvormers in groepen van 3 tot 5 veren aangeplant. Deze groepen worden willekeurig door elkaar geplant om een natuurlijke uitstraling te krijgen. De boomvormers worden niet in de buitenste plantrijen aangeplant. De planten kunnen het beste tussen half november en eind april worden geplant voor dat de sapstroom op gang komt. Voer zo nodig grondverbetering uit bij de plantgaten. Geef gedurende twee jaar de planten ruim voldoende water. Een singel dient één keer per jaar in het vroege voorjaar bijgesnoeid te worden maar er kan ook gekozen worden voor een minder frequent onderhoud, bijvoorbeeld één keer per 2 tot 3 jaar, waardoor er robuuster groen ontstaat. Jaarrond is begeleidingssnoei toegestaan in het geval van overhangende takken of gevaarlijke/hinderlijke situaties. De boomvormers volstaan onder dezelfde beheerrichtlijnen. Het kappen en/of snoeien van bomen en struiken tijdens het broedseizoen, is in strijd met hoofdstuk 11 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zodra er daadwerkelijk een vogel broedt in de betreffende boom of struik.
Dit broedseizoen loopt over het algemeen van maart tot augustus, maar ook buiten deze periode kunnen snoeien kapwerkzaamheden in strijd zijn met hoofdstuk 11 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Bijvoorbeeld wanneer er een jaarrond beschermd nest aanwezig is of een vogel broedt buiten het broedseizoen. Belangrijk is dan ook om altijd voorafgaand aan de werkzaamheden te controleren of eerdergenoemde situaties niet aan de orde zijn.
Landschappelijke inpassing, 25-07-2024 | Eijkenhofweg 3 en 5, Veulen