B1.3.08 - Stikstofdepositieonderzoek 20260423-HVG004-RAP-STD-3.0
Tekst van het document
Opdrachtgever: Projectnr: Datum:
HVG Real Estate BV HVG004 13 oktober 2025
Opdrachtgever: Projectnr: Rapportnr: Status: Datum:
HVG Real Estate BV HVG004 20 2 51013 -HVG004 -RAP-STD-2 .0 Definitief 1 3 oktober 202 5
Opsteller: CBR
-+C0 CBR + -
Verificatie: RSC T 088 - 33 66 333 F 088 - 33 66 099 E info@kragten.nl
© 20 2 5 Kragten Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Kragten. Het is tevens verboden informatie en kennis verwerkt in dit rapport ter beschikking te stellen aan derden of op andere wijze toe te passen dan waaraan in de overeenkomst toestemming wordt verleend.
-+R0 RSC + -
Validatie: BZ
-+V0 BZ+ -
INHOUDSOPGAVE 2.1 2.2
Algemeen ................................ ................................ ................................ ................................ ................................ 5 Situering Natura-gebieden 2000 ................................ ................................ ................................ ................................6
3.1 3.2 3.3
Algemeen ................................ ................................ ................................ ................................ ................................ 8 Wet - en regelgeving ................................ ................................ ................................ ............................................... 8 Voortoets ................................ ................................ ................................ ................................ ................................ 9
4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.3 4.3.1 4.3.2
Algemeen ................................ ................................ ................................ .......................................................... 11 Gebruiksfase ................................ ................................ ................................ ...................................................... 11 Stookinstallaties ................................ ................................ ................................ ................................................. 11 Verkeer ................................ ................................ ................................ ................................ ................................ 11 Aanlegfase ................................ ................................ ................................ ......................................................... 14 Mobiele werktuigen ................................ ................................ ................................ .............................................14 Bouwverkeer ................................ ................................ ................................ ...................................................... 15
BIJLAGEN B1.1 B1.2
Gebruiksfase Aanlegfase
3
1
INLEIDING In opdracht van HVG Real Estate BV is door Kragten een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd in verband met het woningbouwplan “Poort van Castenray”, waar 89 woningen met bijbehorende voorzieningen worden gebouwd, gelegen aan de Horsterweg te Castenray. Daarnaast is sprake van de beëindiging van de intensieve veehouderij op de locatie Matthiasstraat 3 en wordt ter plaatse een landbouwverwant bedrijf opgestart. Ten behoeve van de juridisch -planologische verankering van het initiatief wordt een wijziging van het omgevingsplan doorgevoerd. Als onderdeel hiervan dient te worden bepaald of als gevolg van dit initiatief significant negatieve gevolgen op nabijgelegen Natura 2000 -gebieden kunnen worden uitgesloten. Een van deze mogelijke beïnvloedingsfactoren is stikstofdepositie, waarvoor voorliggend onderzoek is uitgevoerd. Ten behoeve van een voortoets voor het onderdeel stikstofdepositieis de gewenste situatie gemodelleerd op basis van de aangeleverde gegevens door de opdrachtgever. De stikstofdepositie is op de nabijgelegen Natura 2000 gebieden berekend en getoetst of het plan (mogelijke) significant negatieve gevolgen veroorzaakt op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000 -gebieden. Voorliggende rapportage geeft een overzicht van de gehanteerde uitgangspunten en rekenmethodiek, de rekenresultaten en de bevindingen.
4
2
UITGANGSPUNTEN
2.1
Algemeen Het plangebied is gelegen aan de noordzijde van de Horsterweg te Castenray, gemeente Venray . Navolgende verbeelding geeft een geografisch overzicht van de ligging van het plan en de omgeving.
Afbeelding 1
Globale ligging plangebied , met een rode pijl aangeduid op een topografische kaart.
Het plan betreft de ontwikkeling van 89 grondgebonden woningen inclusief de openbare ruimte en bijbehorende infrastructuur.Daarnaast is sprake van de beëindiging van de intensieve veehouderij op de locatie Matthiasstraat 3 en wordt ter plaatse een landbouwverwant bedrijf opgestart. De beëindiging van de intensieve veehouderij vindt plaats in het kader van de Landelijke Beëindigingsregeling Veehouderij (hierna LBV-regeling). De LBV-regeling is primair bedoeld om bedrijven met een hoge stikstofdepositie te saneren. De regeling laat het toe dat 15% van de vergunde stikstofstofruimte gebruikt mag worden voor een nieuwe activiteit. Gelet op het feit dat voor de LDV -regeling een separaat traject wordt doorlopen om de stikstofemissie fors terug te dringen, wordt deze locatie in het kader van het voorliggende onderzoek buiten beschouwing gelaten. Dit onderzoek richt zich op de beoogde woningbouwontwikkeling. Navolgende afbeelding geeft een impressie van de beoogde indeling van het woongebied .
5
Afbeelding 2 . Impressie stedenbouwkundige opzet van het beoogde woongebied.
2.2
Situering Natura-gebieden 2000 Ten behoeve van de stikstofdepositieberekeningen dient rekening gehouden te worden met de Natura 2000 gebieden waar een relevante bijdrage vanwege het plan verwacht kan worden. Navolgend zijn de meest nabij gelegen Natura 2000 -gebieden opgesomd en weergege ven in de navolgende verbeelding. Aerius Calculator bepaalt automatisch de van toepassing zijnde Natura 2000 -gebieden met een relevant effect. -
Bosschhuizerbergen Maasduinen Deurnsche Peel & Mariapeel Hangmoor Damerbruch
circa 5,6 km van plangebied circa 8,2 km van plangebied circa 8,8 km van plangebied circa 16,5 km van plangebied
Overige Natura 2000 -gebieden zijn op grotere afstand gelegen . De locatie van het plangebied is in de navolgende afbeelding weergegeven. De opgesomde en grafisch weergegeven Natura 2000 -gebieden zijn niet gelijk aan de Natura 2000 -gebieden met een relevante bijdrage , maar geven slechts een overzicht van de ligging van het plan ten opzichte van nabijgelegen Natura 2000 -gebieden.
6
Afbeelding 3 .
Situering Natura 2000 -gebieden (bron: AERIUS C alculator)
7
3
WETTELIJK KADER
3.1
Algemeen Stikstof is een scheikundig element met het symbool N. De voornaamste vorm stikstof is stikstofgas(N 2 ), de lucht bestaat voor ongeveer 78% uit stikstofgas. Bij de stikstofproblematiek gaat het niet omdit gas als zodanig, maar gaat het voornamelijk om twee reactieve verbindingen waarin het element stikstof voorkomt. • Stikstofoxiden (NO x) komen vooral in de lucht terecht door de uitlaatgassen van het verkeer en door de uitstoot van industrie. • Ammoniak (NH 3 ) komt met name van dieren in de veeteelt. Een klein deel van de ammoniakuitstoot komt uit andere bronnen zoals industrie, de bouw en het verkeer. Bij emissie van stikstofgaat het om de uitstoot van stoffen, waardoor deze in de lucht terecht komen. Bij depositie gaat het om de neerslag van stoffen vanuit de lucht, waardoor deze stoffen op of in de grond terecht komen. Daarbij kan een onderscheid worden gemaakt tussen natte depositie en droge depositie. Bij natte depositie komen de stoffen door neerslag op de bodem terecht. Bij droge depositie worden de stoffen vanuit de lucht door planten of door de bodem opgenomen. De stikstofproblematiek gaat over het overschot aan stikstof in beschermde natuurgebieden waar stikstofgevoelige natuurwaarden1 aanwezig zijn, wat volgens onderzoeken een oorzaak is van de verslechtering van de natuur.
Conform wetgeving is het derhalve niet toegestaan om stikstofdepositie te veroorzaken op specifieke beschermde natuurgebieden die mogelijk significante gevolgen op de habitattype in deze gebieden, hier meer over in navolgende paragraaf.
3.2
Wet- en regelgeving Europese wetgeving De Vogelrichtlijn (hierna Vrl) en de Habitatrichtlijn (Hrl) zijn door de Europese Unie opgesteld om de biologische biodiversiteit in Europa in stand te houden. Speciale beschermingszones worden in de Vrl 2 en Hrl3 aangewezen, genaamd ‘Natura 2000 -gebieden’. In deze Natura 2000 -gebieden worden bepaalde dieren, planten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteitte behouden. In artikel 6, derde lid van de Hrl staat: Voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor zo'n gebied, wordt een passende beoordeling gema akt van de gevolgen voor het gebied, rekening houdend met de instandhoudingsdoelstellingen van dat gebied. Gelet op de conclusies van de beoordeling van de gevolgen voor het gebied en onder voorbehoud van het bepaalde in lid 4, geven de bevoegde nationale instanties slechts toestemming voor dat plan of project nadat zij de zekerheid hebben verkregen dat het de natuurlijke kenmerken van het betrokken gebied niet zal aantasten en nadat zij in voorkomend geval inspraakmogelijkheden hebben geboden. Er is geen definitie van ‘significant e gevolgen ’. Verschillende factoren bepalen samen of sprake is van significant e gevolgen of niet. Factoren zijn bijvoorbeeld:
• • •
Afname van de oppervlakte van een habitat in relatie tot de zeldzaamheid van die habitat . Afname van een populatie in relatie tot de zeldzaamheid van planten - of diersoorten in die populatie Algemene condities van het gebied voor behoud en herstel van de habitat of soorten .
1 Stikstofgevoelige natuurwaarden zijn habitattypen en habitats van soorten in Natura 2000
-gebieden die aangetast kunnen worden door een overmaat aan depositie van stikstof. Door de aantasting kunnen deze habitattypen of habitats van soorten uiteindelijk verdwijnen. In 129 Nederlandse Natura 2000 - gebieden komen stikstofgevoelige natuurwaarden voor. 2 artikel 4, eerste en tweede lid, van de Vogelrichtlijn 3 artikel 1, onder l, van de Habitatrichtlijn
8
Nederlandse wetgeving In Nederland is deze Europese wetgeving opgenomen in de Omgevingswet (hierna Ow). In artikel 16.53c, eerste lid van de Ow staat: Een plan of een project als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de H rl maakt het bestuursorgaan dat het plan vaststelt, de aanvrager van de betrokken omgevingsvergunning, of het bevoegd gezag voor het projectbesluit een passende beoordeling als bedoeld in artikel 6, derde lid, van die richtlijn, van de gevolgen voor het Natu ra 2000 -gebied. In artikel 16.53c, tweede lid van de Ow zijn echter de volgende uitzonderingen opgenomen: In afwijking van het eerste lid hoeft geen passende beoordeling te worden gemaakt, als: a. het plan of het project een herhaling of voortzetting is van een ander plan of project, of b. het plan deel uitmaakt van een ander plan, mits voor dat andere plan of project een passende beoordeling is gemaakt en een nieuwe passende beoordeling redelijkerwijs geen nieuwe gegevens en inzichten kan opleveren over de significante gevolgen van dat plan of project. Indien sprake is van een activiteit (project) conform artikel 16.53c, eerste lid van de Ow wordt dit een ‘Natura 2000 -activiteit’ genoemd. Op basis van artikel 5.1, eerste lid onder e van de O w, is het verboden om een Natura 2000 -activiteit uit te voeren zonder een omgevingsvergunning.
En conform artikelen 4.15 lid 2 en 6.15 van de Omgevingsregeling (hierna Or) verstrekt de aanvrager van een omgevingsvergunning een berekening van de stikstofdepositie die het project of de handeling op een Natura 2000 -gebied veroorzaakt. Voor het berekenen van de stikstofdepositie moet conform artikel 4.15 lid 2 de meest recente versie AERIUS Calculator worden toegepast.
3.3
Voortoets Zoals in voorgaande paragraaf aangegeven is het noodzakelijk om een passende beoordeling uit te voeren indien een plan of project significante gevolgen kán hebben. Om te beoordelen of het project significante kan hebben wordt in eerste instantie een voortoets uitgevoerd. In een voortoets wordt op grond van objectieve gegevens nagegaan of op voorhand kan worden uitgesloten dat een plan of project op zichzelf negatieve effecten veroorzaakt op de instandhoudingsdoelstellingen 4 van Natura 2000 -gebieden, of significant verstorende effecten kan hebben op de habitattypen en soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Een voortoets beoordeeld naast stikstofdepositie tevens andere verstoringsfactoren, deze andere storingsfactoren zijn echter geen onderdeel van dit onderzoek. De resultaten van een berekening via de AERIUS Calculator zijn een objectieve manier om de negatieve gevolgen inzichtelijk te maken. Indien er uit de berekening in de AERIUS Calculator volgt dat zowel ten gevolge van de gebruiksfase als de aanlegfase geen resultaten worden berekend, kan op basis van deze objectieve gegevens worden beoordeeld dat er geen sprake is van significante gevolgen. Er zijn activiteiten met nadelige gevolgen op Natura 20 00 -gebieden, echter deze gevolgen hoeven niet significant te zijn.
In dat geval is conform de Omgevingswet sprake van “Geen Natura 2000 -activiteit, wel nadelig voor Natura 2000 -gebied”. Voor een dergelijke activiteit geldt geen vergunningplicht. Volgens de “Porthos einduitspraak”5 zal bij elk nieuw plan of project dat leidt tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000 -gebieden een voortoets gemaakt kunnen worden waarbij een ecologische analyse moet worden gegeven van de gevolgen in het licht van de specifieke milieukenmerken en omstandigheden van het betreffende Natura 2000 -gebied, ook als het gaat om een tijdelijke en beperkte toename. Daarbij zal voor de relevante Natura 2000 -gebieden moeten worden onderzocht hoe de staat van de instandhouding op dat moment is.
4 Instandhoudingsdoelstellingen zijn doelstellingen die zijn geformuleerd voor de habitattypen, habitatsoorten en vogelsoorten
waarvoor een Natura 2000 -gebied is aangewezen. 5 ABRvS 16 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3129
9
Wanneer uit de voortoets blijkt dat significant negatieve effecten op Natura 2000 -gebieden en/of aantasting van de natuurlijke kenmerken van Natura 2000 -gebieden niet kunnen worden uitgesloten, is een passende beoordeling noodzakelijk.
10
4
BEREKENINGSSYSTEMATIEK
4.1
Algemeen Ten behoeve van de berekening van de stikstofdepositie in de Natura 2000 -gebieden is een rekenmodel opgesteld met behulp van AERIUS Calculator, versie 2025 .01 6 . Daarbij is gebruik gemaakt van het ‘Handboek Werken met AERIUS Calculator’ (hierna Handboek AERIUS) en de ‘Instructie Gegevensinvoer AERIUS Calculator’ (hierna Instructie Gegevensinvoer) corresponderend met de versie van de AERIUS calculator. De AERIUS Calculator rekent op basis van het Operationele Prioritaire Stoffen model (OPS) van het RIVM en de Standaardrekenmethode 2 (SRM-2) uit artikel 8.10 van de Omgevingsregeling.
4.2
Gebruiksfase De voor stikstofdepositiemogelijk relevante bronnen betreffen de verkeersbewegingen ten gevolge van het plan en de stikstofemissies ten gevolge van stookinstallaties van de te realiseren woonfuncties. Voor de berekening is uitgegaan van het rekenjaar 2029 . De uitgangspunten zijn in navolgende paragrafen beschreven. Bijlage B1.1 geeft een weergave van de invoergegevens.
4.2.1
Stookinstallaties Middels de inwerkingtreding van de Wet voortgang energietransitie op 1 juli 2018 is voor netbeheerders de aansluitplicht op het landelijk gastransportnet voor nieuwbouwwoningen vervallen. Op deze vervallen aansluitplicht is echter bij de realisatie van woo neenheden de mogelijkheid tot het verlenen van een ontheffing conform de Regeling gebiedsaanwijzing gasaansluitplicht. Met de inwerkingtreding van deze Regeling heeft het college van Burgemeester en Wethouders de mogelijkheid om voor een gebied een ontheff ing te verlenen voor het realiseren van een gasaansluiting. De mogelijkheid tot het verlenen van een ontheffing overeenkomstig de Regeling wordt in het onderhavige plan uitgesloten.
4.2.2
Verkeer Ten gevolge van het woningbouwplan vindt een verkeersaantrekkende werking plaats. In de bepaling van de stikstofdepositie is rekening gehouden met het arriverend en vertrekkend verkeer binnen het plan. De verkeersgeneratie is bepaald met behulp van de publicatie 744 “Kencijfers parkeren” van het CROW. In de toekomstige situatie is in het plangebied een woningbouwontwikkeling gepland met 89 nieuwe woningen. In het TAM-omgevingsplan en de anterieure overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer is het woningbouwprogramma vastgelegd. Dit woningbouwprogramma is als uitgangspunt gehanteerd voor de berekeningen van de verkeersgeneratie, zoals weergegeven in de n avolgende tabel. Hierbij dient te worden opgemerkt dat voor wat betreftde woningen binnen de categorie betaalbare koop/middenhuur worstcase is uitgegaan van koopwoningen. Tabel. Verkeersgeneratie beoogde ontwikkeling Verkeersgeneratie Woningtype Aantal Kencijfer Koop, huis, vrijstaand 15 8,2 per woning Koop, huis, twee -onder32 7,8 per woning een-kap Koop, huis, tussen/hoek 18 7,4 per woning Huur, huis, sociale huur 24 4,8 per woning 89
Weekdag Totaal 123 motorvoertuigbewegingen per etmaal 249,6 motorvoertuigbewegingen per etmaal 133,2 motorvoertuigbewegingen per etmaal 115,2 motorvoertuigbewegingen per etmaal 621 motorvoertuigbewegingen per etmaal
6 https://calculator.aerius.nl/calculator/
11
Uit de tabel blijkt dat de geplande ontwikkeling naar verwachting circa 621 extra motorvoertuigbewegingen op een gemiddelde weekdag zal genereren. Aandachtspunt hierbij is dat het plan gefaseerd wordt uitgevoerd. Er zijn drie fasen voorziening, zoals onderstaand weergegeven. In fase 1 (realisatie 2026) zijn 26 woningen voorzien, in fase 2 (realisatie 2027) zijn 34 woningen voorzien en in fase 3 (realisatie 2028) zijn 2 9 woningen voorzien.
Afbeelding 4 . Weergave beoogde fasering. Voor de verkeersgeneratie is op basis van het woningbouwprogramma de verkeersgeneratie per fase berekend in de navolgende tabellen. Tabel. Verkeersgeneratie beoogde ontwikkeling – Fase 1 Verkeersgeneratie fase 1 Aantal Kencijfer Woningtype 6 8,2 per woning Koop, huis, vrijstaan d 7,8 per woning Koop, huis, twee -onder-een- 8
kap Koop, huis, tussen/hoek Huur, huis, sociale huur
4 8 26
7,4 per woning 4,8 per woning
Weekdag Totaal 49,2 motorvoertuigbewegingen per etmaal 62,4 motorvoertuigbewegingen per etmaal 29 ,6 motorvoertuigbewegingen per etmaal 38,4 motorvoertuigbewegingen per etmaal 179,6 motorvoertuigbewegingen per etmaal
12
Tabel. Verkeersgeneratie beoogde ontwikkeling – Fase 2 Verkeersgeneratie fase 2 Aantal Kencijfer Woningtype 2 8,2 per woning Koop, huis, vrijstaan d 7,8 per woning Koop, huis, twee -onder-een- 10
kap Koop, huis, tussen/hoek Huur, huis, sociale huur
14 8 34
7,4 per woning 4,8 per woning
Tabel. Verkeersgeneratie beoogde ontwikkeling – Fase 3 Verkeersgeneratie fase 3 Aantal Kencijfer Woningtype 7 8,2 per woning Koop, huis, vrijstaan d 7,8 per woning Koop, huis, twee -onder-een- 14
kap Koop, huis, tussen/hoek Huur, huis, sociale huur
8 29
4,8 per woning
Weekdag Totaal 16,4 motorvoertuigbewegingen per etmaal 78 motorvoertuigbewegingen per etmaal 103,6 motorvoertuigbewegingen per etmaal 38,4 motorvoertuigbewegingen per etmaal 236 ,4 motorvoertuigbewegingen per etmaal
Weekdag Totaal 57,4 motorvoertuigbewegingen per etmaal 109,2 motorvoertuigbewegingen per etmaal
38,4 m otorvoertuigbewegingen per etmaal 205 motorvoertuigbewegingen per etmaal
In navolgende tabel is de verkeersgeneratie per jaar bepaald. Tabel. Verkeersgeneratie per jaar Rekenjaar Aanleg 2026 26 2027 34 2028 29 2029 0
Gebruik 0 26 60 89
Verkeersgeneratie 0 179,6 416 621
Daarnaast is conform het CROW dat per woning 0,02 bewegingen vrachtverkeer opgenomen. Hierbij is uitgegaan van gelijkmatige verdeling zwaar en middelzwaar vrachtverkeer. In navolgende tabel een overzicht van de verdeling van de verkeersgeneratie per jaar . Tabel. Verdeling verkeersgeneratie Rekenjaar Licht 2027 179 2028 414,8 2029 619,2
Middelzwaar 0,3 0,6 0,9
Zwaar 0,3 0,6 0,9
Het verkeer is gemodelleerd binnen het plangebied en in noordelijke richting meegenomen tot aan de kruising Horsterweg-Overbroekseweg en in zuidelijke richting tot aan de T-splitsing van de Venrayseweg en Veld Oostenrijk. H ierna is het verkeer opgenomen in het heersend verkeersbeeld. De verkeersgeneratieis binnen de bebouwde kom gemodelleerd middels het itemtype ‘Binnen bebouwde kom (normaal)’ en buiten de bebouwde kom als ‘Buitenweg’. Uit onderzoek van TNO 7 is gebleken dat de emissie van wegverkeer kort na het starten met een koude motor, veel hoger is dan de emissie tijdens het rijden. Dit wordt de ‘koude start’ genoemd. Het aantal koude starten is toegevoegd als separate emissiebron “Verkeer” onder sector “Koude start: Overig”.
7 Emissiefactoren wegverkeer 2024,
TNO 2024 R11049
, d.d. 4 juni 2024
13
Navolgende verbeelding geeft een weergave van de gehanteerde bronnen in de gebruiksfase.
Afbeelding 5 .
4.3
Grafische weergave gehanteerde bronnen gebruiksfase
Aanlegfase Aanvullend is een berekening uitgevoerd naar de aanlegfase. Navolgend worden de uitgangspunten voor berekening naar de aanlegfase beschreven. Bijlage B1.2 geeft een weergave van de invoergegevens.
4.3.1
de
Mobiele werktuigen Ten behoeve van de aanlegfase van het project wordt gebruik gemaakt van mobiele werktuigen. De AERIUS Calculator berekent de stikstofemissie van mobiele werktuigen op basis van de STAGE categorie (motortechniek), het vermogen, het brandstofverbruik, de draaiuren en het AdBlueverbruik. • De exacte inzet van type materieel en draaiuren is ten tijde van uitvoeren van dit onderzoek nog niet bekend. De gehanteerde uitgangspunten zijn op basis van expert judgement bepaald. • Voor de stagecategorie wordt uitgegaan van STAGE IV (bouwjaar vanaf 2014), hiermee wordt ruimschoots voldaan minimumeisen van de Routekaart Schoon en Emissieloos Bouwen8 . • Het vermogen is bepaald op basis van het type materieel. • Voor het bepalen van het brandstofverbruik is conform de TNO methodiek 9 gebruik gemaakt van de invoer van het vermogen, de belasting en de motortechnologie (STAGE -klasse). • Conform artikel 7.19a van het Besluit bouwwerken leefomgeving worden maatregelen genomen om de stikstofemissie binnen het projectgebied te reduceren tijdens de sloop en bouwfase. Dit wordt gedaan door de toepassing van AdBlue. Voor het AdBlue verbruik word t uitgegaan van een percentage van het dieselverbruik conform de Instructie Gegevensinvoer bij mobiele werktuigen met een vermogen hoger dan 56 kW. Bij een vermogen lager dan 56 kW is geen AdBlue toegepast.
Het percentage AdBlue is 3% voor Stage IIIb en 6% voor Stage IV en nieuwer.
8 Routekaart Schoon en Emissieloos Bouwen, SEB, d.d. 27
-11 -2023
9 TNO 2021 R12305 AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot
van mobiele werktuigen, 13 december 2021
14
Bijlage B2 geeft een volledige weergave van de gehanteerde uitgangspunten. De stikstofemissie is tevens bepaald ter controle van de invoergegevens, hier kunnen kleine afwijking in zitten ten gevolge van afronding.
4.3.2
Bouwv erkeer In de navolgende berekening is ervan uitgegaan dat voor iedere woning 18 voertuigen zwaar vrachtverkeer nodig zijn ten behoeve van de aan - en afvoer van bouwmateriaal. Verder zijn de emissies van het stationair draaien van vrachtwagens tijdens het laden en lossen meegenomen conform Instructie Gegevensinvoer. Er is rekening gehouden met 5 minuten stationair draaien per vrachtwagen. In navolgende tabel een overzicht van de emissie kentallen voor stationair draaiend verkeer.
Tabel 1
Emissies stationair draaiend verkeer (bron: TNO)
Op basis van de voorgaande emissie kentallen is in de navolgende tabel de totale stikstofemissie ten gevolge van het stationair draaien per rekenjaar bepaald. Tabel. Emissies stationair draaiend verkeer per jaar Rekenjaar Aantal vrachtwagens NH 3 [kg] 202 6 468 0 ,04 202 7 612 0,05 202 8 522 0,04
NO x [kg] 2,89 3,59 2,90
In bijlage B2 zijn de verkeersbewegingen per jaar gedurende de aanlegfase bepaald. Het verkeer is gemodelleerd binnen het plangebied en in noordelijke richting meegenomen tot aan de kruising Horsterweg Overbroekseweg en in zuidelijke richting tot aan de T -splitsing van de Venrayseweg en Veld -Oostenrijk. Hierna is het verkeer opgenomen in het heersend verkeersbeeld. De verkeersgeneratie is binnen de bebouwde kom gemodelleerd middels het itemtype ‘Binnen bebouwde kom (normaal)’ en buiten de bebouwde kom als ‘Buitenweg’. Uit onderzoek van TNO 10 is gebleken dat de emissie van wegverkeer kort na het starten met een koude motor veel hoger is dan de emissie tijdens het rijden. Dit wordt de ‘koude start’ genoemd. Volgens het Handboek AERIUS kunnen koude start emissies gekoppeld worden aan de locaties waar verkeer langer dan twee uur geparkeerd staa t. Het vrachtverkeer voor de aan - en afvoer van bouwmateriaal zal echter maar enkele minuten geparkeerd staan. Voor de aanleg gelden de koude start emissies dus enkel voor de uitvoerders en het ondersteunend personeel.Het aantal koude starten is toegevoegd als separate emissiebron “Verkeer” onder sector “Koude start: Overig”. Navolgende verbeelding geeft een weergave van de gehanteerde bronnen in de aanlegfase.
10
Emissiefactoren wegverkeer 2024, TNO 2024 R11049
, d.d. 4 juni 2024
15
Afbeelding 6 .
Grafische weergave gehanteerde bronnen aanlegfase .
16
5
REKENRESULTATEN EN BEOORDELING Met behulp van het rekenprogramma Aerius Calculator is de stikstofdepositiebijdrage vanwege de gebruiks - en aanlegfase berekend ter plaatse van nabijgelegen gevoelige habitattypen in de voor het plan relevante Natura 2000 -gebieden. In bijlage B1.1 en B1.2 zijn voor zowel de uitgevoerde berekening naar gebruiksfase als de aanlegfase weergegeven middels de Aerius PDF -export. Uit de uitgevoerde berekeningen naar de gebruiksfase en de aanlegfase in 2026 blijkt dat de stikstofdepositie niet meer dan 0,0 0 mol N/ha/jaar bedraagt. Uit de berekeningen voor de aanlegfase in 2027 en 2028 blijkt echter dat in de Natura 2000 -gebieden “Maasduinen” en “Boschhuizerbergen” een stikstofdepositie van maximaal 0,01 mol N/ha/jaar optreedt gedurende deze twee jaren. Significant negatieve gevolgen kunnen derhalve niet op voorhand worden uitgesloten. Hiermee is mogelijk sprake is van een vergunningp licht Natura 2000 -activiteit. Ten behoeve van het vervolgtraject zijn meerdere vervolgstappen mogelijk en navolgend behandeld (in volgorde van voorkeur).
1.
Géén Natura 2000 -activiteit Hierbij is het hoofddoel om 0,00 mol N/ha/jaar stikstofdepositie te veroorzaken op Natura 2000 -gebieden waardoor significante gevolgen op voorhand kunnen worden uitgesloten. Feitelijk dient hiervoor aanvullend onderzoek te worden uitgevoerd naar een aanvul lende reductie op de stikstofemissie. In het onderhavige geval kan hierbij gedacht worden aan optimaliseren van de benodigde werkzaamheden ofwel het inzetten van emissiearm- of emissieloos (elektrisch) materieel. Deze vervolgstap kan echter financieel of technisch niet haalbaar of wenselijk zijn.
2.
Géén Natura 2000 -activiteit, wel nadelig voor Natura 2000 -gebied Er zijn activiteiten met nadelige gevolgen op Natura 200 -gebieden, echter deze gevolgen hoeven niet significant te zijn. In dat geval is conform de Omgevingswet sprake van “Geen Natura 2000 -activiteit, wel nadelig voor Natura 2000 -gebied”. Voor een dergeli jke activiteit geldt geen vergunningplicht. Volgens jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van 16 augustus, de “Porthos einduitspraak”11 zal bij elk nieuw plan of project dat leidt tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000 -gebieden een voortoets gemaakt kunnen worden waarbij een ecologische analyse moet worden gegeven van de gevolgen in het licht van de specifieke milieukenmerkenen omstandigheden van het betreffende Natura 2000 -gebied, ook als het gaat om een tijdelijke en beperkte toename. Daarbij zal voor de relevante Natura 2000 -gebieden moeten worden onderzocht hoe de staat van de instandhouding op dat moment is. Indien bij e en hogere stikstofdepositie onduidelijk is of deze vervolgstap haalbaar is, is het verstandig dit voor te bespreken met het bevoegd gezag.
3.
Natura 2000 -activiteit Indien in de voortoets niet uitgesloten kan worden dat het plan of project leidt tot significant negatieve gevolgen, dan is sprake van een Natura 2000 -activiteit. Hiervoor dient een passende beoordeling uitgevoerd te worden (conform artikel 16.53c, Omgevin gswet). Deze beoordeling moet zekerheid geven dat het project de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000 -gebied niet zal aantasten. In de passende beoordeling mag rekening worden gehouden met de effecten van mitigerende maatregelen. Dit zijn maatregelen zoals het inzetten van externe saldering of verleasen. Bij extern salderen neemt een initiatiefnemer de ruimte die ontstaat door beëindiging van een stikstofemissie-veroorzakende activiteit op een andere locatie permanent over, bij verleasen gaat het om he t tijdelijk overnemen van deze rechten. Hierbij dient wel rekening gehouden te worden met een afroming van de overgenomen stikstofrechten.
4.
ADC -toets Wanneer er, ondanks eventuele mitigerende maatregelen, (nog steeds) sprake is van een significant negatief effect, dan kan volgens dan kan volgens het Besluit kwaliteit leefomgeving een vergunning alleen worden 11
ABRvS 16 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3129
17
verleend op basis van een ADC -toets (8.74b, tweede lid, en 10.24, tweede lid, Bkl). Hiervoor gelden de volgende criteria: A. Er zijn geen alternatieven D. Sprake van dwingende redenen en groot belang C. Compenseerde maatregelen
18
6
CONCLUSIE In opdracht van HVG Real Estate BV is door Kragten een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd in verband met het woningbouwplan “Poort van Castenray”. Het plan behelst de beoogde ontwikkeling van een nieuw woongebied met maximaal 89 woningen. Ten behoeve van de juridisch -planologische verankering van het initiatief dient een bestemmingsplanprocedure te worden doorlopen. Als onderdeel hiervan dient te worden bepaald of als gevolg van dit initiatief significant negatieve gevolgen op nabijgelegen Natura 2000 -gebieden kunnen worden uitgesloten. Een van deze mogelijke beïnvloedingsfactoren is stikstofdepositie, waarvoor voorliggend onderzoek is uitgevoerd. Uit de uitgevoerde berekeningen naar de gebruiksfase en de aanlegfase in 2026 blijkt dat de stikstofdepositie niet meer dan 0,0 0 mol N/ha/jaar bedraagt. Uit de berekeningen voor de aanlegfase in 2027 en 2028 blijkt echter dat in de Natura 2000 -gebieden “Maasduinen” en “Boschhuizerbergen” een stikstofdepositie van maximaal 0,01 mol N/ha/jaar optreedt gedurende deze twee jaren. Significant negatieve gevolgen kunnen derhalve niet op voorhand worden uitgesloten. Hiermee is mogelijk sprake is van een vergunningp licht Natura 2000 -activiteit.
1. 2. 3. 4.
Ten behoeve van het vervolgtraject zijn meerdere vervolgstappen mogelijk en navolgend behandeld (in volgorde van voorkeur). Géén Natura 2000 -activiteit Géén Natura 2000 -activiteit, wel nadelig voor Natura 2000 -gebied Natura 2000 -activiteit ADC -toets Aangezien het een kleine, tijdelijke stikstofdepositie betreft wordt geadviseerd, conform vervolgstap 2, een ecologische beoordeling te verrichten naar de gevolgen van de stikstofdepositie.
19
BIJLAGEN
B1 AERIUS B1.1 Gebruiksfase
B1-1
B1.2 Aanlegfase
B1-2
B2 EMISSIEBEPALING
B2-1
Emissiebepaling aanleg Rekenjaar Projectnummer
2026 HVG004
Mobiele Werktuigen Naam Betonstorter Graafmachine Hijskraan Boor- en heistelling Trilplaat Verreiker Graafmachine Laadschop Wals Asfaltmachine Kleefwagen
STAGE Klasse
Motorbelasting/ aandrijving
STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV
Dynamisch - transmissie Dynamisch - hydrauliek Hoge last - vaste as Dynamisch - hydrauliek Beperkt - vaste as Dynamisch - hydrauliek Dynamisch - hydrauliek Dynamisch - hydrauliek Dynamisch - transmissie Dynamisch - transmissie Dynamisch - transmissie
Inzet
Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend
Classificatie tabel TNO
Motorefficientie [%]
Belasting [%]
Dieselkental [L/uur]
Bedrijfsduur [uren]
Diesel-verbruik [L]
AdBlue verbruik [L]
2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014
200 100 200 200 10 75 125 125 75 90 300
D D D D A D D D D D D
96,0596% 96,0596% 96,0596% 96,0596% 96,0596% 96,0596% 96,0596% 96,0596% 96,0596% 96,0596% 96,0596%
29,9% 36,7% 38,0% 36,7% 25,3% 36,7% 36,7% 36,7% 29,9% 29,9% 29,9%
17,10 10,63 21,41 20,71 1,34 8,11 13,15 13,15 6,75 7,99 25,38
104 208 208 52 104 156 104 52 52 52 52
1778,7 2210,7 4452,3 1077,2 139,2 1264,7 1367,6 683,8 351,1 415,7 1319,9
106,7 132,6 267,1 64,6 0 75,9 82,1 41,0 21,1 24,9 79,2
Bewegingen per dag 40 0 0
Voertuigen totaal
NOx-emissie [kg]
NH3emissie [kg]
10,12 12,98 25,08 6,08 3,30 7,61 7,91 3,95 2,16 2,50 7,39 89,08
0,43 0,53 1,07 0,26 0,00 0,30 0,33 0,16 0,08 0,10 0,32 3,58
Bouwverkeer
Invoergegevens mobiele werktuigen AERIUS
Stage klasse en vermogen Stage IV en < 56kW Stage IV en 75-560 kW
Bouwjaar
Vermogen [kW]
Bedrijfsduur [uren]
Diesel-verbruik [L]
AdBlue verbruik [L]
104 1040
139 14922
0 895
Voertuigen per dag Categorie Lichtverkeer 20 Middel zwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer
468,0
Bewegingen Stationaire totaal emissies NOx 0,0 0,0 936,0 3,59
Stationaire emissies NH3
0,04
Emissiebepaling aanleg Rekenjaar Projectnummer
2027 HVG004
Mobiele Werktuigen Naam Betonstorter Graafmachine Hijskraan Boor- en heistelling Trilplaat Verreiker Graafmachine Laadschop Wals Asfaltmachine Kleefwagen
STAGE Klasse
Motorbelasting/ aandrijving
STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV
Dynamisch - transmissie Dynamisch - hydrauliek Hoge last - vaste as Dynamisch - hydrauliek Beperkt - vaste as Dynamisch - hydrauliek Dynamisch - hydrauliek Dynamisch - hydrauliek Dynamisch - transmissie Dynamisch - transmissie Dynamisch - transmissie
Inzet
Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend
Classificatie tabel TNO
Motorefficientie [%]
Belasting [%]
Dieselkental [L/uur]
Bedrijfsduur [uren]
Diesel-verbruik [L]
AdBlue verbruik [L]
2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014
200 100 200 200 10 75 125 125 75 90 300
D D D D A D D D D D D
96,0596% 96,0596% 96,0596% 96,0596% 96,0596% 96,0596% 96,0596% 96,0596% 96,0596% 96,0596% 96,0596%
29,9% 36,7% 38,0% 36,7% 25,3% 36,7% 36,7% 36,7% 29,9% 29,9% 29,9%
17,10 10,63 21,41 20,71 1,34 8,11 13,15 13,15 6,75 7,99 25,38
136 272 272 68 136 204 136 68 68 68 68
2326,0 2891,0 5822,3 1408,6 182,1 1653,8 1788,4 894,2 459,2 543,6 1726,1
139,6 173,5 349,3 84,5 0 99,2 107,3 53,7 27,5 32,6 103,6
Bewegingen per dag 40 0 0
Voertuigen totaal
NOx-emissie [kg]
NH3emissie [kg]
13,24 16,97 32,80 7,95 4,32 9,95 10,34 5,17 2,82 3,28 9,66 116,49
0,56 0,69 1,40 0,34 0,00 0,40 0,43 0,21 0,11 0,13 0,41 4,68
Bouwverkeer
Invoergegevens mobiele werktuigen AERIUS
Stage klasse en vermogen Stage IV en < 56kW Stage IV en 75-560 kW
Bouwjaar
Vermogen [kW]
Bedrijfsduur [uren]
Diesel-verbruik [L]
AdBlue verbruik [L]
136 1360
182 19513
0 1171
Voertuigen per dag Categorie Lichtverkeer 20 Middel zwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer
612,0
Bewegingen Stationaire totaal emissies NOx 0,0 0,0 1224,0 4,69
Stationaire emissies NH3
0,05
Emissiebepaling aanleg Rekenjaar Projectnummer
2028 HVG004
Mobiele Werktuigen Naam Betonstorter Graafmachine Hijskraan Boor- en heistelling Trilplaat Verreiker Graafmachine Laadschop Wals Asfaltmachine Kleefwagen
STAGE Klasse
Motorbelasting/ aandrijving
STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV
Dynamisch - transmissie Dynamisch - hydrauliek Hoge last - vaste as Dynamisch - hydrauliek Beperkt - vaste as Dynamisch - hydrauliek Dynamisch - hydrauliek Dynamisch - hydrauliek Dynamisch - transmissie Dynamisch - transmissie Dynamisch - transmissie
Inzet
Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend
Classificatie tabel TNO
Motorefficientie [%]
Belasting [%]
Dieselkental [L/uur]
Bedrijfsduur [uren]
Diesel-verbruik [L]
AdBlue verbruik [L]
2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014
200 100 200 200 10 75 125 125 75 90 300
D D D D A D D D D D D
96,0596% 96,0596% 96,0596% 96,0596% 96,0596% 96,0596% 96,0596% 96,0596% 96,0596% 96,0596% 96,0596%
29,9% 36,7% 38,0% 36,7% 25,3% 36,7% 36,7% 36,7% 29,9% 29,9% 29,9%
17,10 10,63 21,41 20,71 1,34 8,11 13,15 13,15 6,75 7,99 25,38
116 232 232 58 116 174 116 58 58 58 58
1983,9 2465,8 4966,1 1201,5 155,3 1410,6 1525,4 762,7 391,6 463,7 1472,2
119,0 147,9 298,0 72,1 0 84,6 91,5 45,8 23,5 27,8 88,3
Bewegingen per dag 40 0 0
Voertuigen totaal
NOx-emissie [kg]
NH3emissie [kg]
11,29 14,48 27,98 6,78 3,69 8,49 8,82 4,41 2,40 2,79 8,24 99,36
0,48 0,59 1,19 0,29 0,00 0,34 0,37 0,18 0,09 0,11 0,35 4,00
Bouwverkeer
Invoergegevens mobiele werktuigen AERIUS
Stage klasse en vermogen Stage IV en < 56kW Stage IV en 75-560 kW
Bouwjaar
Vermogen [kW]
Bedrijfsduur [uren]
Diesel-verbruik [L]
AdBlue verbruik [L]
116 1160
155 16644
0 999
Voertuigen per dag Categorie Lichtverkeer 20 Middel zwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer
522,0
Bewegingen Stationaire totaal emissies NOx 0,0 0,0 1044,0 4,00
Stationaire emissies NH3
0,04
Roermond Schoolstraat 8 6049 BN Herten Postbus 14 6040AA Roermond
’s-Hertogenbosch Hintham 152-E 5246 AK Rosmalen Postbus 2309 5202 CH ’s-Hertogenbosch