B1.3.07 - Archeologisch bureau- en veldonderzoek
Tekst van het document
Transect-rapport 5918 Venray, Hoebertweg ong. Gemeente Venray (L) Archeologisch bureauonderzoek (BO) en inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase
Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein
Auteur
G. Laclé, J.P.M. de Wit
Versie
Versie 1.2
Projectcode
25040084
Datum
05-09-2025
Opdrachtgever
AROM
Uitvoerder
Transect b.v.
T: 030-7620705 E: informatie@transect.nl
Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein Bureauonderzoek
G. Laclé J.P.M. de Wit (KNA Prospector)
Veldonderzoek
J.P.M. de Wit (KNA Prospector)
Inhoudelijke controle
T. Nales (Senior KNA Prospector)
Onderzoeksmelding
5809842001
Bevoegde overheid
Gemeente Venray
Adviseur bevoegde overheid
Gemeente Venray
Status
Beoordeeld door N.J.H. Sommers (15-07-2025)
Beheer documentatie
Transect, Nieuwegein
Voorblad
Foto van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek (26-06-2025)
Autorisatie Naam Drs. T. Nales (Senior KNA Prospector)
Datum
Paraaf
05-09-2025
ISSN: 2211-7067
© Transect, Nieuwegein Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Transect aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
Samenvatting In opdracht van AROM heeft Transect b.v. in juni 2025 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Hoebertweg (ong.) in Venray (gemeente Venray). Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend veldonderzoek (IVO). De vraagstelling van deze onderzoeken richt zich op het vaststellen en toetsen van de archeologische verwachting en de bepaling in hoeverre de voorgenomen ingrepen in het kader van de planvorming effect hebben op eventuele archeologische resten in het gebied. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied op een dekzandwelving ligt dat overgaat naar een beekdalbodem in een zuidoostelijke richting. Dit gebied was hierdoor aantrekkelijk geweest voor bewoning. Op basis hiervan kunnen theoretisch gezien archeologische resten uit de periode LaatPaleolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen aanwezig zijn in de top van het dekzand. De verwachting hierop is hoog. Op het aantreffen van resten uit de periode Late Middeleeuwen-Nieuwe Tijd geldt een hoge archeologische verwachting. Het plangebied bevindt zich vanaf de Late Middeleeuwen in het dorp Veltum, die tussen de middeleeuwse dorpen van Venray en Leunen ligt. Het plangebied bevindt zich langs de bewoningslint van dit dorp, namelijk de huidige Hoebertweg.
Hierdoor geldt een hoge trefkans voor zowel bewonings- als achter erf-gerelateerde resten in het plangebied. Tijdens het veldonderzoek is vastgesteld dat de ondergrond in het plangebied uit dekzand bestaat, dat plaatselijk bedekt is geraakt met een bouwlanddek. Het dekzand bestaat in de basis van de boringen uit Oud Dekzand, hetgeen geconcludeerd is op basis van de lemigheid van het zand. Bovenop het Oud Dekzand is een dunne laag Jong Dekzand aanwezig. De top van het dekzand ligt normaal gezien op een diepte van 25 – 60 cm -Mv (24,6 tot 25,0 m +NAP). Alleen in het noordoostelijk gedeelte ligt het dekzand op 105 cm -Mv (24,3 m +NAP). Het dekzand ligt in boringen 1, 4 en 6 direct onder de moderne bouwvoor. In boringen 2, 3 en 5 is een verploegd landbouwdek tussen de bouwvoor en het dekzand aanwezig. In geen van de boringen zijn in de top van het dekzand in- of uitspoelingshorizonten aangetroffen. Ook is in het bouwlanddek sprake van zandbrokken van het onderliggende dekzand en is in boring 3 de bovengrond omgewerkt. De resultaten van de boringen wijzen er op dat dit gebied vergraven is, waarbij het bouwlanddek verwijderd is. Deze grond is plaatselijk teruggezet in het oosten van het plangebied. Dit verklaart de omgewerkte verschijning van het bouwlanddek. De mate van vergraving van het dekzand is op basis van het booronderzoek niet aantoonbaar.
Hierdoor is de hoge archeologische verwachting voor de periode Neolithicum-Nieuwe Tijd nog van toepassing voor de top van het dekzand. Vermoedelijk zijn ondiepe sporen niet meer aanwezig, maar kunnen dus nog wel diepere grondsporen (paalkuilen, waterputten, greppels etc.) als onderdeel van nederzettingsterreinen aangetroffen worden. Advies Op basis van het uitgevoerde archeologisch onderzoek is voor het plangebied een hoge archeologische verwachting voor de periode Neolithicum tot en met de Nieuwe Tijd vastgesteld. Deze resten worden in de top van het dekzand verwacht vanaf 25 – 105 cm onder maaiveld (24,3 tot 25,0 m +NAP). Omdat de toekomstige bodemingrepen tot ca. 80 cm onder maaiveld komen te liggen, wordt een vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Voor een dergelijk onderzoek dient op voorhand een Programma van Eisen opgesteld te worden, waarin de kaders en eisen van het onderzoek vastgelegd staan. Dit PvE dient door de gemeente Venray getoetst te zijn.
Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal de bevoegde overheid (de gemeente Venray) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.
Inhoud 1.
Aanleiding
1
2.
Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek
2
3.
Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied
3
4.
Planvorming en consequenties toekomstig gebruik
5
5.
Beleidskader
7
6.
Landschap, geomorfologie en bodem
8
7.
Beschrijving bekende archeologische kenmerken
10
8.
Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen
15
9.
Gespecificeerde archeologische verwachting
22
10. Resultaten veldonderzoek
24
11. Beantwoording onderzoeksvragen
27
12. Conclusie en Advies
28
13. Geraadpleegde bronnen
29
Bijlage 1: Archeologische periode-indeling voor Nederland
31
Bijlage 2: Plantekening
32
Bijlage 3: Archeologische beleidskaart van de gemeente Venray
33
Bijlage 4: Geomorfologie
35
Bijlage 5: Hoogtekaart
36
Bijlage 6: Bodemkaart
38
Bijlage 7: Archeologische informatie
39
Bijlage 8: Boorpuntenkaart
42
Bijlage 9: Foto’s van boringen
43
Bijlage 10: Boorbeschrijvingen
45
1. Aanleiding In opdracht van AROM heeft Transect b.v.1 in juni 2025 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Hoebertweg (ong.) in Venray (gemeente Venray). De aanleiding voor het onderzoek vormt de aanvraag van een TAM-omgevingsplan om nieuwe woningen te realiseren in het gebied. Voor het plangebied geldt het “Bestemmingsplan Gemeente Venray (2017)” van toepassing. Hier geldt voor het plangebied een Waarde – Archeologie 2. Vanwege deze aanduiding is een archeologisch onderzoek verplicht bij bodemingrepen die groter zijn dan 250 m2 en dieper reiken dan 50 cm -Mv. Alleen aan het uiterst zuidwesten van het plangebied is geen archeologische waarde toegekend. Aangezien de toekomstige graafwerkzaamheden binnen een plangebied van circa 6570 m2 gaat plaatsvinden met bodemingrepen dieper dan 50 cm -Mv, is een archeologisch vooronderzoek nodig.
1 Transect b.v. voldoet aan de eisen zoals gesteld in de kwaliteitsnorm ‘BRL SIKB 4000’, versie 4.2, en is gecertificeerd door
middel van een procescertificaat. Transect b.v. is certificaathouder van de volgende protocollen: ‘KNA Protocol 4001 Programma van Eisen’, ‘KNA Protocol 4002 Bureauonderzoek’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Overig’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Proefsleuven’ en ‘Protocol 4004 Opgraven’, en staat geregistreerd bij de RCE en de SIKB.
1
2. Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een gecombineerd onderzoek, te weten een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase. Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting, dat wil zeggen het aan de hand van beschikbare en nieuwe informatie over de archeologie, cultuurhistorie, geomorfologie, bodemkunde en grondgebruik, bepalen van de kans dat binnen het plangebied archeologische resten kunnen voorkomen. Hiervoor is onder andere het centraal Archeologisch Informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd, waarin de Archeologische MonumentenKaart (AMK) is opgenomen. Aanvullende (cultuur)historische informatie is verkregen uit historische kaarten. Om inzicht te krijgen in de opbouw en ontwikkeling van het landschap zijn onder andere de bodemkaart en beschikbare geologische en geomorfologische kaarten geraadpleegd. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar mogelijk bijstellen van de gespecificeerde archeologische verwachting, door het verzamelen van informatie over de feitelijke bodemopbouw, bodemreliëf en bodemintactheid in het plangebied. Hiermee ontstaat inzicht in de landschapsvormende processen en landschappelijke eenheden uit het verleden.
Op basis hiervan kan een oordeel worden gegeven over waar, wanneer en in hoeverre het gebied in het verleden geschikt was voor de mens. Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een booronderzoek (IVO-O). De toegepaste methodiek in het veld wordt beschreven bij de beschrijving van de veldresultaten (Hoofdstuk 10). Het onderzoek probeert hiermee aan de hand van feitelijke informatie antwoord te geven op de volgende vragen: • Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen? •
Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante bodemniveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze?
•
In hoeverre zijn de archeologisch relevante bodemniveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat)?
•
Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag, middelhoog en hoog?
Het resultaat van het archeologisch vooronderzoek is dit rapport met een conclusie omtrent het risico dat eventueel aanwezige archeologische waarden in het plangebied worden verstoord als gevolg van de voorgenomen plannen. Op basis van dit rapport neemt de bevoegde overheid een beslissing in het kader van de vergunningverlening of planprocedure. Het rapport bevat waar mogelijk gegevens over de – verwachte – aan- of afwezigheid, aard, omvang, ouderdom, gaafheid, conservering en (relatieve) kwaliteit van archeologische waarden. Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform protocol 4002 van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.2 (KNA 4.2). Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd conform protocol 4003 van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie versie 4.2 (KNA 4.2).
2
3. Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied Gemeente
Venray
Plaats
Venray
Toponiem
Hoebertweg (ong.)
Kaartblad
52B
Centrumcoördinaat
195.321 / 391.990
Bij het archeologisch bureauonderzoek is onderscheid gemaakt in het plangebied en het onderzoeksgebied. Het plangebied is het gebied waarin de geplande bodemingrepen zullen plaatsvinden. Het onderzoeksgebied omvat het plangebied en een deel van het direct omringende gebied en wordt bij het onderzoek betrokken om tot een beter inzicht te komen in de archeologische, (cultuur)historische en bodemkundige situatie in het plangebied. Het onderzoeksgebied beslaat in dit geval een straal van circa 500 meter rond het plangebied. Het plangebied ligt aan de Hoebertweg (ong.) in Venray (gemeente Venray). De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1. Kadastraal gezien omvat het plangebied de percelen VRY00 Sectie L nummers 3872, 3873 en 4297. Het plangebied is circa 6570 m2 groot.
3
Figuur 1: Ligging van het plangebied (met rode lijnen aangegeven, bron: www.pdok.nl).
4
4. Planvorming en consequenties toekomstig gebruik Kader
Aanvraag TAM-omgevingsplan
Oppervlakte plangebied
6570 m2
Planvorming
Nieuwbouw woningen
Omvang verstoringen
665 m2 woning 245 m2 collectieve tuin 270 m2 parkeerterrein
Bodemverstorende werkzaamheden
Graafwerkzaamheden
Diepte verstoring
Waarschijnlijk tot 80 cm -Mv.
Het voornemen bestaat om in het noorden van het plangebied acht nieuwe seniorenwoningen te realiseren verdeeld over twee gebouwen (samen 665 m2). In het midden hiervan wordt een collectieve tuin (245 m2) gerealiseerd en in het noordoosten een parkeerterrein (270 m2). In de rest van het plangebied vinden geen graafwerkzaamheden plaats. Dit gebied wordt echter ook omgezet naar een woningbestemming, waardoor het meegenomen is in dit onderzoek. Dit is gedaan zodat er in de toekomst ook woningen in dit gebied kan worden gerealiseerd. Momenteel is het plangebied in gebruik als agrarisch gebied. In het zuiden van het plangebied zijn twee bijgebouwen aanwezig. Deze bijgebouwen blijft staan. Een inrichtingstekening van de toekomstige situatie is weergegeven in bijlage 2. De ligging van de toekomstige situatie is te zien in figuur 2. De graafwerkzaamheden voor de nieuwbouw zijn ten tijde van dit onderzoek onbekend. Het uitgangspunt is echter een fundering op staal. De onderkant van deze fundering zullen tot circa 80 cm -Mv komen te liggen. Daarnaast is in het plangebied sprake van hoogteverschillen ten opzichte van de omliggende gebied. Het plangebied ligt hier lager. Hierdoor dient het plangebied opgehoogd te worden. Dit betekent dat er waarschijnlijk in het plangebied weinig afgegraven hoeft te worden. Ten tijde van dit onderzoek is de wijze van ophoging nog niet bekend.
Er zijn geen effecten op het grondwaterpeil voorzien.
5
Figuur 2: Locatie van de huidige gebouwen en de toekomstige nieuwbouw in het plangebied aan de Hoebertweg (ong.; naast nr. 33).
6
5. Beleidskader Onderzoekskader
Aanvraag TAM-omgevingsplan
Beleidskader
Bestemmingsplan Gemeente Venray (2017)
Onderzoeksgrens
Groter dan 250 m2 en dieper dan 50 cm –Mv
In 1992 heeft Nederland het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed ondertekend; ook wel het Verdrag van Malta of Valletta genoemd, naar het eiland en de plaats waar het is ondertekend. Het Verdrag is in 1998 geratificeerd en op 1 september 2007 via de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) geïmplementeerd. De Wamz is een wijzigingswet en omvat een wijziging van de Monumentenwet 1988, de Wet Milieubeheer, de Ontgrondingenwet en de Woningwet, op grond waarvan overheden onder andere bij bodemingrepen verplicht rekening moeten houden met het behoud van archeologische waarden. Sinds juli 2016 is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door Erfgoedwet, die de Monumentenwet 1988 vervangt. Het deel van het erfgoedbeheer dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving is sinds 1 januari 2024 opgenomen in de Omgevingswet. Hierin is bepaald dat gemeentes rekening moeten houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed bij het vaststellen van het omgevingsplan. Hieronder vallen dus ook bekende en/of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Dit is vastgesteld in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) artikel 5.130, lid 1.
In het belang van de archeologische monumentenzorg kan een gemeente vanuit het Omgevingsplan lokale regels stellen door monumenten (concreet) in de bodem te beschermen of ze juist vakkundig op te laten graven (lid 3, 4 en 5). Ook kunnen ze vanuit het Omgevingsplan eisen stellen aan het onderzoek, waaronder het onderzoeksthema en de onderzoeksvorm. Gemeentes hebben tot eind 2031 om tot een Omgevingsplan op te stellen. Tot die tijd geldt een Tijdelijk Omgevingsplan. In het tijdelijk omgevingsplan “Bestemmingsplan Gemeente Venray (2017)” staat, dat het plangebied een Waarde – Archeologie 2 heeft (bron: omgevingswet.overheid.nl). Deze regels zijn gebaseerd op de gemeentelijke beleidskaart, waarop aan het noorden en oosten van het plangebied een zeer hoge waarde is toegekend, vanwege de ligging in de historische buurtschap van Veltum. Daarnaast heeft zuidwesten een hoge archeologische verwachting (gemeente Venray; bijlage 3). Hierdoor geldt bij bouwwerken en/of bodemingrepen die groter zijn dan 250 m2 en dieper reiken dan 50 cm -Mv is daarom archeologisch (voor)onderzoek nodig. Gezien de toekomstige geplande werkzaamheden binnen een plangebied van circa 6570 m2 gaat plaatsvinden, is hierdoor een archeologisch onderzoek nodig (zie hoofdstuk 4).
In het kader van de aanvraag van een TAM-omgevingsplan dient de aanvrager een rapport aan de gemeente te overleggen, waarin de archeologische waarde van het plangebied naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Afhankelijk van de uitkomsten van het archeologisch (voor-)onderzoek dat hiervoor nodig is, kunnen aan de ontwikkeling regels worden verbonden ter behoud van belangrijke archeologische waarden. Deze kunnen bestaan uit technische aanpassingen of een veiligstellende opgraving. Het archeologisch vooronderzoek kan hiertoe worden uitgebreid met een al dan niet gecombineerd karterend en waarderend onderzoek, zodat op basis van de KNA-waarderingssystematiek een waardestelling kan worden opgemaakt.
7
6. Landschap, geomorfologie en bodem Archeoregio
Brabants zandgebied
Geomorfologie
Bebouwde kom
Maaiveld
25,1 tot 25,4 m +NAP
Bodem
Enkeerdgronden (kaartcode zEZ23)
Grondwater
GWT-VII
Landschapsgenese Het plangebied ligt landschappelijk gezien in het Brabants zandgebied (Berendsen, 2005; Rensink et al., 2015). Het plangebied ligt tevens op de Peelrandbreuk. De Peelrandbreuk ligt globaal tussen de lijn Meijel-Liessel-Deurne-Gemert (bron: www.odzob.nl). Ten westen daarvan is de Roerdalslenk aanwezig. In het Pleniglaciaal (circa 50000 en 15000 jaar geleden) was ter plaatse van het plangebied sprake van een bodemloze toendra. Vanwege het barre klimaat was er geen vegetatie die verstuivingen kon voorkomen, waardoor zand verstoof vanuit de drooggevallen beddingen van beken en rivieren, maar ook vanuit het Noordzee-bekken. Deze afzettingen worden gerekend tot de Formatie van Boxtel (De Mulder et al., 2003). Op lokaal niveau hebben zich duinen, ruggen en welvingen gevormd. Deze kunnen soms zelfs wel één tot twee meter boven hun omgeving uitsteken (Stouthamer et al., 2015). Vanaf de Peelhorst waterden reeds in het Weichselien verschillende beken naar het westen (de Centrale Slenk in) en naar het oosten (het Maasdal in) af. De afzettingen die hierbij tot stand kwamen, bestaan uit min of meer gelaagde zanden, met eventueel leemlagen en/of planten- en houtresten (Stouthamer et al., 2015). Vanaf het begin van het Holoceen (vanaf 9700 voor Chr.) stegen de gemiddelde jaartemperaturen, waardoor de verstuiving aan banden werd gelegd door een toenemende vegetatie.
Erosie - en sedimentatie bleven daardoor voornamelijk beperkt tot stuifzandgebieden (die ontstonden als gevolg van ontbossing in de Late-Middeleeuwen) en de laagste delen van beekdalen en depressies. In de beekdalen werden zand en leem/klei afgezet en kon tevens veen tot ontwikkeling komen (broekveen). Verder kwam op de Peelhorst hoogveen tot ontwikkeling (Moonen, 2008). Volgens de Paleogeografische kaarten van Vos et al. (2018) is het plangebied niet bedekt geraakt met veen. Geologie Volgens boring B52B1042 uit het Dinoloket van TNO (RD-coördinaten 195.333 / 392.000) wordt dekzand van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden (25,75 tot 24,25 m +NAP) op dekzand van de Formatie van Boxtel verwacht (1,5 – 10,5 m -Mv; 24,25 tot 15,25 m +NAP; bron: www.dinoloket.nl). Geomorfologie Volgens de geomorfologische kaart van Maas et al. (2019) ligt het plangebied in bebouwd gebied (bijlage 4). De omgeving van het plangebied is wel gekarteerd. 200 m ten zuiden van het plangebied bevindt zich een dekzandwelving (kaartcode L51). Op circa 600 m ten zuidoosten van het plangebied ligt een glooiing van een beekdalzijde (kaartcode H42) met daarachter een beekdalbodem (kaartcode R42; bijlage 4; Maas et al., 2019).
8
Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Volgens het AHN ligt het maaiveld in het plangebied tussen 25,1 tot 25,4 m +NAP (bron: www.ahn.nl; versie 6; bijlage 5). Ten zuiden en westen van het plangebied loopt het maaiveld op vanwege de ligging van een dekzandwelving. De top hiervan ligt op 28,6 m +NAP. Ten zuidoosten van het plangebied loopt het maaiveld af tot 21,4 m +NAP vanwege de aanwezigheid van een beekdalbodem. Bodem en grondwatertrap Volgens de bodemkaart zijn in het plangebied enkeerdgronden te verwacht (kaartcode zEZ23; bijlage 6; Alterra, 2019). Enkeerdgronden zijn zandgronden met een onvergraven, antropogene, humeuze bovengrond met een minimale dikte van 50 cm (De Bakker, 1966). Volgens de bodemkaart van de Stichting voor Bodemkartering Wageningen (1948-1950) ligt het plangebied van oorsprong in een oude bouwlandzandgronden die later uitgegraven is (bijlage 7). De grondwatertrap geeft aanvullende informatie over de conservering van organische resten. Daarnaast geeft de grondwatertrap ook informatie over de ligging van het gebied voor wat betreft droge of natte omstandigheden. De grondwatertrap in het plangebied is VII (op de bodemkaart). Dit houdt in dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) altijd beneden 80 cm -Mv ligt. Dit wijst over het algemeen naar droge gronden.
Hierdoor zijn onverbrande organische resten zoals hout, leer, bot- of plantenmateriaal binnen 80 cm -Mv waarschijnlijk niet bewaard gebleven als gevolg van oxidatie. Binnen 80 cm -Mv kunnen wel anorganische resten zoals vuursteen en aardewerk, of verbrande organische resten worden aangetroffen.
9
7. Beschrijving bekende archeologische kenmerken Wettelijk beschermd monument
Nee
AMK terrein
Nee
Verwachting gemeentelijke kaart
Zeer hoge waarde
Archeologische waarden en/of informatie
Nee
Wettelijk beschermde status Het plangebied heeft volgens het centraal archeologisch informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geen archeologisch wettelijk beschermde status. Archeologische Monumentenkaart (AMK) Het plangebied is niet opgenomen op de Archeologische MonumentenKaart (AMK; bijlage 7). In de omgeving van het plangebied is wel een AMK-terrein aanwezig. 370 m ten noordoosten van het plangebied bevindt zich een gebied met een hoge archeologische waarde (AMK-terrein 16277). Dit betreft de oude stadskern van Venray (bron: zoeken.cultureelerfgoed.nl). Archeologische verwachting Op de gemeentelijke beleidskaart is te zien dat in het plangebied sprake is van drie archeologische waarden. Aan het grootste gedeelte van het plangebied is een zeer hoge waarde toegekend. In het zuidwestelijk hoek is een hoge archeologische verwachting van toepassing. Het uiterst zuidwestelijk gedeelte van het plangebied ligt in een bufferzone van een bekende vindplaats (waarnemingen en vondstmeldingen uit Archis). Het plangebied maakt deel uit van het buurtschap Veltum. Deze buurtschap behoort zich tot het dorp Venray (gemeente Venray; bijlage 3). Bekende archeologische waarden In het plangebied zijn voor zover bekend in het verleden geen archeologische waarnemingen gedaan en heeft in het verleden niet eerder onderzoek plaatsgevonden.
In de omgeving van het plangebied is wel informatie bekend (bijlage 7). In tabel 1 is een overzicht gegeven van de verschillende onderzoeken in de omgeving van het plangebied, in tabel 2 zijn de verschillende vondstmeldingen weergegeven. Informatie uit overige bronnen Voor dit onderzoek is geen contact opgenomen met de Archeologische Werkgroup Venray. Hierdoor is geen aanvullende informatie beschikbaar voor wat betreft archeologische waarden in het plangebied. Uit de onderzoeken (tabel 1) in de omgeving van het plangebied is sprake van (recente) verstoringen waardoor de bodem tot in de C-horizont verstoord is geraakt. Plaatselijk in het gebied is een begraven en (deels) intacte podzolbodem (B-horizont) aangetroffen. Daarnaast is op circa 300 m ten noordwesten van het plangebied een mogelijke cultuurlaag aangetroffen die uit de IJzertijd dateert. Binnen deze cultuurlaag zijn geen directe aanwijzing aangetroffen voor de aanwezigheid van een vindplaats uit de IJzertijd. In de omgeving van het plangebied zijn wel vondstmeldingen gedaan binnen een straal van 500 meter rond het plangebied die wijst naar de mogelijke aanwezigheid van vindplaatsen vanaf de IJzertijd, en zelfs vroeger. Deze vondsten bestaan uit diverse aardewerk fragmenten en bronzen artefacten uit de Late Bronstijd tot en met de Late Middeleeuwen.
Daarnaast is ook een vuurstenen afslag gevonden uit het Laat-Paleolithicum.
10
Tabel 1: Overzicht van de archeologische onderzoeken rondom het plangebied (<500 m).
Zaak-ID
Toponiem
Afstand-windrichting
Type onderzoek
Bevindingen
Bron
2112774100
Haammakerstraat – Velumse Kleffenstraat
320 m ten noordwesten
Booronderzoek
In 2005 is een booronderzoek uitgevoerd aan de Haammakerstraat – Velumse Kleffenstraat. Tijdens het onderzoek blijkt dat het gebied grotendeels recent verstoord is (baksteenpuin, piepschuim en plastic). Plaatselijk is een begraven podzolbodem waargenomen die redelijk intact zijn. Daarnaast is in vijf boringen een gedeeltelijk intact bodemprofiel waargenomen. In het uiterst noordwesten is een ca. 40 cm dikke donkergrijze laag aangetroffen, die vermoedelijk geïnterpreteerd kan worden als een oude cultuurlaag uit de IJzertijd. Er zijn geen directe aanwijzingen aangetroffen van begraving (urne of crematie) uit de IJzertijd binnen het gebied.
Hensen (2006)
2146495100
Langstraat en Hoebertweg
55 m ten noorden
Booronderzoek
In 2007 is een booronderzoek uitgevoerd aan de Langstraat en Hoebertweg. Op basis van het veldonderzoek is vastgesteld dat de bodem tot in de C-horizont verstoord is tot een maximale diepte van 180 cm -Mv. In het verstoorde pakket waren baksteen fragmenten, een fragmentje van een pijpensteel en aardewerk fragmenten aangetroffen. De overgang naar het natuurlijke ondergrond is scherp. Tijdens het onderzoek zijn geen relevante archeologische resten of indicatoren aangetroffen, met uitzondering van de periode Nieuwe Tijd.
Bergman en Schorn (2007)
11
2228078100
Haammakerstraat 2c
320 m ten noordwesten
Proefsleuven
In 2009 is een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd aan de Haammakerstraat 2c. Tijdens het onderzoek is vastgesteld dat het gebied grotendeels tot diep in de C-horizont verstoord is. Plaatselijk in het gebied zijn podzolbodems (Bhorizont) aangetroffen. Er waren alleen (sub)recente verstoringen aangetroffen. Door de vele verstoringen waren geen vondsten aangetroffen.
Van Nuenen (2009)
2254565100
Blauwververstraat 18
206 m ten noorden
Booronderzoek
In 2009 is een booronderzoek uitgevoerd aan de Blauwververstraat 18. De bodem in het gebied is vergraven tot een diepte van 50 tot 170 cm -Mv. Het vergraven pakket bevat resten van het oorspronkelijke bouwlanddek en de onderliggende horizonten (C-horizonten en mogelijk B-horizont), maar ook puinresten. Plaatselijk zijn roestvlekken aangetroffen in het zand (Cg-horizont), het niveau waarbinnen het grondwater fluctueert.
Wullink en Wijnen (2009)
2388856100
De Sportlaan
435 m ten noordoosten
Booronderzoek
In 2012 is een booronderzoek uitgevoerd aan de Sportlaan. De bodem bestaat uit een zwak humeuze enkeerdgrond van 50-70 cm dik. Hieronder is een verstoord pakket aangetroffen met daarin fragmenten puin en baksteen. Deze verstoorde laag bestaat uit verschillende zandpakketten en varieert in dikte tussen 30 – 60 cm. Onder het verstoorde laag ligt een onverstoorde gele dekzand. De top hiervan bevindt zich op een diepte van 110-115 cm -Mv. De verstoringen in het plangebied zijn waarschijnlijk te relateren met het bouw van
Stiekema (2012)
12
(recente) bebouwing. In geen van de boringen zijn archeologische indicatoren waargenomen. 4578991100
N270
216 m ten zuidoosten
Booronderzoek
In 2017 en 2018 is een booronderzoek uitgevoerd ten behoeve van de herinrichting van de N270 te Venray. Tijdens het onderzoek zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats in het plangebied.
Colijn en Sophie (2018)
13
Tabel 2: Overzicht van de vondstmeldingen rondom het plangebied (<500 m).
Zaak-ID
Toponiem
Afstandwindrichting
Datering
Type onderzoek
Omschrijving vondstmelding
2883271100
Deurneseweg
443 m ten zuidoosten
Late Bronstijd – Ijzertijd
Niet-archeologisch: graafwerk
Aardewerk fragmenten waren hier aangetroffen die uit de periode Late Bronstijd-IJzertijd
2883369100
Veltumse Kleffen
343 m ten noordwesten
IJzertijd
Niet-archeologisch: kartering
Aardewerk fragmenten waren hier aangetroffen uit de IJzertijd.
3122617100
Veltumse Kleffen
369 m ten noordwesten
IJzertijd
Niet-archeologisch: kartering
Aardewerk fragmenten waren hier aangetroffen uit de IJzertijd.
3122625100
Veltumse Kleffen
370 m ten noordwesten
IJzertijd
Inspectie
Een vuurstenen kling is hier aangetroffen uit de periode IJzertijd.
2879749100
Niessenstraat
298 m ten noorden
Vroege Middeleeuwen
Archeologisch
Een randfragment grijs aardewerk was hier aangetroffen uit de periode Vroege Middeleeuwen.
2778214100
Veltum Hoedenmakerstraat
255 m ten westen
Late IJzertijd – Late Middeleeuwen
Niet-archeologisch
Diverse soorten aardewerk fragmenten waren hier aangetroffen die tussen de periode Late IJzertijd-Late Middeleeuwen dateert.
2780036100
Deurneseweg
145 m ten zuiden
IJzertijd
Niet-archeologisch
Een bronzen armband was hier aangetroffen uit de IJzertijd.
2879740100
Veltums Veld; Deurnese Weg
172 m ten zuidoosten
Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd
Niet-archeologisch: graafwerk
Scherven van Middeleeuws aardewerk waren hier aangetroffen uit de periode Late Middeleeuwen-Nieuwe Tijd.
2112774100
Veltumse Kleffen
320 m ten noordwesten
Paleolithicum - Late Middeleeuwen
Booronderzoek
Aardewerk fragmenten waren hier aangetroffen uit de periode Late Middeleeuwen. Daarnaast is ook een vuurstenen afslag aangetroffen die uit het Paleolithicum dateert. 14
8. Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen Landschapstype
Zuidelijk zandgebied (Brabant zandgebied)
Cultuurhistorische elementen
Nee
Aard historisch landgebruik
Bouwland
Historische bebouwing aanwezig
Nee
Bebouwing van cultuurhistorische waarde
Nee
Historische achtergronden van het cultuurlandschap en -situatie De oude nederzettingen in de gemeente Venray worden tot het type ‘heidedorpen’ gerekend en liggen allemaal op hoge, goed ontwaterde gronden. De nederzettingen liggen tussen akkers, akkers en beekdalen en tussen akkers en onontgonnen gebieden (Moonen, 2008). Op de oudste geraadpleegde kaart van het gebied, de kaart van Jean Joseph Tranchot 1752-1815 (figuur 3; bron: digitalecollecties.vu.nl/digital/collection/krt/id/5604), is te zien dat het plangebied tussen de laatmiddeleeuwse dorpen van Venray en Leunen bevindt, in een dorp genaamd Veltum. Ten tijde van dit onderzoek is Veltum een wijk die deel uitmaakt van Venray. Veltum is echter geen historische dorp op zichzelf, maar is als dorpje ontstaan vanwege de ligging tussen Leunen en Venray. Op het Kadastrale Minuutplan uit 1811-1832 (figuur 4) is te zien dat het dorp uit een aantal verspreide woonerven bestaat en is langs de huidige Hoebertweg ontstaan. In het uiterst oosten van het plangebied is een gebouw aanwezig (waarschijnlijk een woning). De rest van het plangebied is onbebouwd. Deze situatie is hetzelfde gebleven tot circa 1925 toen de woning verdwenen is. Vanaf toen is het hele plangebied in gebruik genomen als boomgaard. Op een historische kaart van 1975 is een bijgebouw in het oosten van het plangebied te zien.
Dit bijgebouw was in 1991 vervangen door de huidige bijgebouw. Hierna was het plangebied ook niet meer gebruikt als boomgaard maar is een agrarisch terrein geworden. In 2015 is een tweede bijgebouw in het zuiden van het plangebied gerealiseerd. De rest van het gebied is tot heden onbebouwd gebleven (figuren 5-11; bronnen: www.topotijdreis.nl; bagviewer.kadaster.nl). Militair Erfgoed Op de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) is het plangebied niet aangeduid als aandachtsgebied (bron: ikme.nl). Direct ten noorden van het plangebied bevindt zich de operatieterrein ÓverloonVenray’, die uit de Tweede Wereldoorlog dateert. Dit betreft een geallieerde offensief om de Maas en de Rijn te kunnen steken. Vanwege de ligging buiten deze zone, worden geen archeologische resten gerelateerd aan de Tweede Wereldoorlog verwacht. Voor dit onderzoek waren geen luchtfoto’s uit de Tweede Wereldoorlog voor het plangebied beschikbaar (bron: library.wur.nl). Ook zijn er geen verwachtingen op militaire objecten, raketinslagen of aan de Wereldoorlogen gerelateerde verschijnselen (bronnen: www.vergeltungswaffen.nl, www.bunkerinfo.nl; www.tracesofwar.com, www.explosievenopsporing.nl). Huidig gebruik en bodemverstoringen Ten tijde van het onderzoek omvat het plangebied grotendeels een onbebouwd terrein.
In het oosten en zuiden zijn twee bijgebouwen aanwezig, gebouwd in 1991 en 2015 (figuren 11-12; bron: bagviewer.kadaster.nl). Aangezien de toekomstige nieuwbouw alleen in het noorden van het plangebied komt te staan, waren de bouwtekeningen van de bestaande bijgebouwen niet geraadpleegd. In 2025 is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied aan de Hoebertweg (ong.). Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden is tot 2,0 m -Mv geboord. Alleen een boring is tot 4,5 m -Mv uitgevoerd. Het dekzand is tussen een diepte van 50-100 cm -Mv 15
aangetroffen. In de bodem zijn geen bijzonderheden aangetroffen die duiden op bodemverontreiniging (Kemper, 2025). Op de provinciale ontgrondingenkaart van Limburg zijn geen ontgrondingen bekend ter plaatse van het plangebied (bron: portal.prvlimburg.nl).
16
Figuur 3: Het plangebied (rood omlijnd) op de kaart van de Tranchotkaart uit 1752-1815 (bron: digitalecollecties.vu.nl/digital/collection/krt/id/5604).
Figuur 4: Het plangebied (rood omlijnd) op het Kadastrale Minuutplan uit 1811-1832 (bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl).
17
Figuur 5: Uitsnede van een topografische kaart uit 1880 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.
Figuur 6: Uitsnede van een topografische kaart uit 1900 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.
18
Figuur 6: Uitsnede van een topografische kaart uit 1925 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.
Figuur 7: Uitsnede van een topografische kaart uit 1955 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.
19
Figuur 8: Uitsnede van een topografische kaart uit 1975 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.
Figuur 9: Uitsnede van een topografische kaart uit 1995 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.
20
Figuur 10: Uitsnede van een luchtfoto uit 2022. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven (bron: www.pdok.nl).
Figuur 12: Locatie van de huidige bijgebouwen in het plangebied aan de Hoebertweg (ong.).
21
9.
Gespecificeerde archeologische verwachting
Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied op een dekzandwelving ligt dat overgaat naar een beekdalbodem in een zuidoostelijke richting. Vanwege de afstand ten opzichte van het beekdal, kan vastgesteld worden dat het plangebied niet op het gradiëntzone ligt. Maar omdat het plangebied tussen twee beekdalgebieden bevindt in combinatie met bekende vondstmeldingen uit het LaatPaleolithicum, geldt een middelhoge archeologische verwachting voor de periode Laat-PaleolithicumMesolithicum. Deze verwachting is van toepassing indien sprake van ene intacte bodem (E-B-Chorizont). Dit gebied was echter wel aantrekkelijk geweest voor bewoning vanaf het Neolithicum. Op basis hiervan kunnen theoretisch gezien archeologische resten uit de periode Neolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen aanwezig zijn in de top van het dekzand. De verwachting hierop is hoog. Op het aantreffen van resten uit de periode Late Middeleeuwen-Nieuwe Tijd geldt een hoge archeologische verwachting. Het plangebied bevindt zich vanaf de Late Middeleeuwen in het dorp Veltum, die tussen de middeleeuwse dorpen van Venray en Leunen ligt. Het plangebied bevindt zich langs de bewoningslint van dit dorp, namelijk de huidige Hoebertweg. Hierdoor geldt een hoge trefkans voor zowel bewonings- als achter erf-gerelateerde resten in het plangebied.
Stratigrafische positie Archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum-Vroege Middeleeuwen worden in de top van het dekzand verwacht. Archeologische resten uit de periode Late Middeleeuwen-Nieuwe Tijd worden vanaf maaiveld tot in de top van het dekzand verwacht. Complextypen In het plangebied worden archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum-Vroege Middeleeuwen verwacht in de vorm van vuursteen en/of vondstenconcentraties. Daarnaast worden sporen van bewoning verwacht in de vorm van huisplaatsen, erf- en erf-gerelateerde resten. Deze worden in de vorm van grondsporen verwacht. Deze grondsporen omvatten (paal)kuilen, (paal)gaten, greppels, sloten en waterputten. De gespecificeerde archeologische verwachting is nader weergegeven in onderstaande tabel 3. Prospectiekenmerken, zoekstrategie en advies Op basis van het bureauonderzoek ligt het plangebied op een gunstige bevestigingslocatie waardoor een hoge archeologische verwachting geldt voor alle perioden. Hierdoor is de vraag in hoeverre deze archeologische lagen en/of indicatoren nog intact aanwezig zijn. Om dit te kunnen toetsen, dient de lithologische opbouw van de ondergrond en de mate van intactheid van de bodem te worden vastgelegd. Dit kan plaatsvinden door middel van een verkennend booronderzoek.
Op grond van dit onderzoek kan dan een uitspraak worden gedaan of en in hoeverre archeologische resten te verwachten zijn.
22
Tabel 3: Gespecificeerde archeologische verwachtingstabel.
1
Archeologische verwachting Datering
2 3 4 5
Complextype Omvang Diepteligging Gaafheid en conservering
6 7
Locatie Uiterlijke kenmerken (artefacten en type indicatoren) Mogelijke verstoringen
8
Reden Middelhoog Laat-Paleolithicum-Mesolithicum Vanwege de ligging tussen twee beekdalgebieden kunnen theoretisch gezien sprake zijn van vuursteenconcentraties, indien de bodemopbouw intact is. Hoog Neolithicum -Vroege Het plangebied bevindt zich op een Middeleeuwen dekzandwelving. Hierdoor biedt het plangebied bewoningsmogelijkheden vanaf het Neolithicum. De verwachting voor de periode Neolithicum Vroege Middeleeuwen is hierop hoog. Hoog Late Middeleeuwen-Nieuwe tijd Vanaf de Late Middeleeuwen maakt het plangebied deel uit van een dorp die tussen de laatmiddeleeuwse dorpen Venray en Leunen bevindt. Hierdoor geldt een hoge archeologische verwachting voor de periode Late Middeleeuwen-Nieuwe Tijd. Nederzettingen (jachtkamp), huisplaatsen, erf- en erf-gerelateerde resten, sporen van landgebruik 100-1000 m2 (omvang jachtkamp); 500-2000 m2 (omvang huisplaats, algemeen) Indien aanwezig; top van het dekzand (vanaf 50 cm -Mv) -/+ De kans dat organische resten binnen 80 cm -Mv bewaard zijn gebleven is matig tot slecht. Anorganische resten zijn daarentegen wel goed bewaard gebleven. Op dit moment het hele plangebied. Vindplaatsen kenmerken zich naar verwachting door vondsten, grondsporen of cultuurlagen. Ten tijde van dit onderzoek liggen twee bijgebouwen in het zuiden en oosten van het plangebied.
In het noorden van het plangebied, waar de toekomstige woningen komen te liggen, is onbebouwd.
23
10. Resultaten veldonderzoek Onderzoeksmethodiek Het doel van het booronderzoek is het toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting in het plangebied, zoals deze is opgesteld in Hoofdstuk 9. Hiertoe is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd (conform het opgestelde Plan van Aanpak; Laclé, 2025). De boringen zijn daarbij gebruikt om zowel de mate van intactheid van de bodem als de bodemopbouw zelf te bepalen. In totaal zijn in het plangebied zes boringen gezet (boring 1-6). De boringen hebben een diepte tot maximaal 150 cm –Mv en zijn daarmee doorgezet tot minimaal 30 cm in de top van de C-horizont. De boringen zijn handmatig gezet met behulp van een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. De boringen zijn beschreven volgens de NEN5104 en de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB; SIKB 2008). Enkele foto’s van de boringen zijn weergegeven in bijlage 9. De boorstaten zijn terug te vinden in bijlage 10. De boringen zijn gelijkmatig in het plangebied uitgezet met een minimaal aantal boringen van 6 per hectare. De ligging van de boringen is opgenomen in bijlage 8. De coördinaten van de boorpunten zijn bepaald met een meetlint aan de hand van de bestaande topografie en de hoogte is aan de hand van het AHN bepaald (ahn.nl). Veldwaarnemingen Ten tijde van het veldonderzoek is het plangebied in gebruik als weiland en moestuin.
Het maaiveld is vrijwel vlak. Er zijn geen vondsten aan het maaiveld aangetroffen. Foto’s van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek zijn weergegeven in figuur 11.
Figuur 11: Foto's van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek (26-06-2025).
24
Bodemopbouw en lithologie De natuurlijke ondergrond bestaat in de basis van de boringen uit matig siltig zand tot sterk zandig leem. Dit zand is lichtgrijs tot oranje van kleur en bevat veel roestvlekken. Het zand en het leem is kalkloos en is geïnterpreteerd als Oud Dekzand. Bovenop het Oud Dekzand bevindt zich een laag zwak siltig, zeer fijn, kalkloos zand. Dit zand is lichtbruin van kleur en bevat eveneens zeer veel roestvlekken. Het zand is geïnterpreteerd als dekzand en betreft waarschijnlijk een dunne laag Jong Dekzand. De top van het dekzand is in de boringen aangetroffen op een diepte van 25-60 cm -Mv (24,6 tot 25,0 m +NAP). Alleen bij boring 2 is dit dieper aangetroffen, op 105 cm -Mv (24,3 m +NAP). Het dekzand bevat geen sporen van bodemvorming en is daarom in het geheel als C-horizont getypeerd. In boringen 1, 4 en 6 is bovenop het dekzand, via een scherpe overgang, direct sprake van een laag zwak siltig, matig humeus, zeer fijn zand. Dit zand is bruin van kleur en bevat enkele tot veel wortelresten. Deze bovenste bruine laag is geïnterpreteerd als bouwvoor. Deze bouwvoor ligt direct bovenop de C-horizont. In boring 2 en 5 is bovenop het dekzand sprake van een laag zwak siltig, zwak humeus, zeer fijn, bruin tot bruingrijs zand. Dit zand bevat zandbrokken van het onderliggende dekzand en heeft een sterk gevlekt uiterlijk.
In de laag zijn eveneens enkele roetsvlekken waargenomen. In boring 2 is in deze laag sprake van een enkele spikkel baksteen. De laag is geïnterpreteerd als een sterk verploegd bouwlanddek, waarbij de top van de C-horizont eveneens omgewerkt is. Het bouwlanddek is in boring 2 circa 85 cm dik en in boring 5 circa 30. De top van de ondergrond wordt in deze boringen eveneens gevormd door de moderne bouwvoor. In boring 3 bovenop het dekzand sprake van een verploegd bouwlanddek, zoals aangetroffen in boringen 2 en 5. De top van dit bouwlanddek ligt op een diepte van 55 cm -Mv (24,7 m +NAP) en wordt bedekt door een laag dekzand. In dit dekzand zijn humusvlekken, wortelresten en veel roestvlekken aanwezig. Het dekzand bevindt zich direct onder de moderne bouwvoor. Op basis van de stratigrafie van het dekzand bovenop de A-horizont is vastgesteld dat de ondergrond in boring 3 tot een diepte van 90 cm -Mv (24,3 m +NAP) omgewerkt is. Archeologische indicatoren De opgeboorde grondmonsters zijn te velde doorzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. Er zijn naast enkele baksteenspikkels in boring 2 geen archeologische indicatoren aangetroffen. De baksteenspikkels waren te klein voor determinatie. Overigens dient vermeld te worden dat het opsporen van archeologische vondsten niet een doel van een verkennend booronderzoek is.
Interpretatie Tijdens het veldonderzoek is vastgesteld dat de ondergrond in het plangebied uit dekzand bestaat, dat plaatselijk bedekt is geraakt met een bouwlanddek. Het dekzand bestaat in de basis van de boringen uit Oud Dekzand, hetgeen geconcludeerd is op basis van de lemigheid van het zand. Bovenop het Oud Dekzand is een dunne laag Jong Dekzand aanwezig. De top van het dekzand ligt normaal gezien op een diepte van 25 – 60 cm -Mv (24,6 tot 25,0 m +NAP). Alleen in het noordoostelijk gedeelte ligt het dekzand op 105 cm -Mv (24,3 m +NAP). Het dekzand ligt in boringen 1, 4 en 6 direct onder de moderne bouwvoor. In boringen 2, 3 en 5 is een verploegd landbouwdek tussen de bouwvoor en het dekzand aanwezig. In geen van de boringen zijn in de top van het dekzand in- of uitspoelingshorizonten aangetroffen. Ook is in het bouwlanddek sprake van zandbrokken van het onderliggende dekzand en is in boring 3 de bovengrond omgewerkt.
25
De resultaten van de boringen wijzen er op dat dit gebied vergraven is, waarbij het bouwlanddek verwijderd is. Deze grond is plaatselijk teruggezet in het oosten van het plangebied. Dit verklaart de omgewerkte verschijning van het bouwlanddek. De mate van vergraving van het dekzand is op basis van het booronderzoek niet aantoonbaar. Hierdoor is de hoge archeologische verwachting voor de periode Neolithicum-Nieuwe Tijd nog van toepassing voor de top van het dekzand. Vermoedelijk zijn ondiepe sporen niet meer aanwezig, maar kunnen dus nog wel diepere grondsporen (paalkuilen, waterputten, greppels etc.) als onderdeel van nederzettingsterreinen aangetroffen worden.
26
11. Beantwoording onderzoeksvragen 1.
Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen? Het plangebied ligt op dekzandwelvingen die in de loop van de eeuwen bedekt is met een bouwlanddek. Dit bouwlanddek is in enkele boringen nog aanwezig, maar ontbreekt in 3 boringen volledig.
2.
Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante niveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze? Het archeologisch relevante niveau bestaat uit de top van het dekzand. Dit niveau is vanaf 25105 cm -Mv (24,3-25,1 m +NAP) in het plangebied aangetroffen.
3.
In hoeverre zijn de archeologisch relevante niveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat)? De oorspronkelijke top van het dekzand is gedeeltelijk verstoord. In geen van de boringen is nog sprake van een intacte bodemopbouw. In boring 1, 4 en 6 ligt de bouwvoor direct bovenop het dekzand, hetgeen getuigd van aftopping of egalisatie van het dekzand. In de overige boringen is de top dermate verstoord dat deze in het bouwlanddek is opgenomen. In boring 3 is de bovenste 90 cm van de ondergrond zelfs volledig omgewerkt, waarbij het dekzand bovenop een A-horizont terecht is gekomen.
4.
Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag, middelhoog en hoog? Op basis van de resultaten van het veldonderzoek is vastgesteld dat in het plangebied sprake is van een dermate grote verstoring van de ondergrond dat hierin geen intacte vindplaatsen uit de periode Laat-Paleolithicum-Mesolithicum meer verwacht worden. Diepere grondsporen en resten van bewoning uit het Neolithicum-Nieuwe Tijd kunnen nog wel aangetroffen worden, waarvoor een middelhoge archeologische verwachting is vastgesteld.
27
12. Conclusie en Advies Conclusie Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied op een dekzandwelving ligt dat overgaat naar een beekdalbodem in een zuidoostelijke richting. Dit gebied was hierdoor aantrekkelijk geweest voor bewoning. Op basis hiervan kunnen theoretisch gezien archeologische resten uit de periode LaatPaleolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen aanwezig zijn in de top van het dekzand. De verwachting hierop is hoog. Op het aantreffen van resten uit de periode Late Middeleeuwen-Nieuwe Tijd geldt een hoge archeologische verwachting. Het plangebied bevindt zich vanaf de Late Middeleeuwen in het dorp Veltum, die tussen de middeleeuwse dorpen van Venray en Leunen ligt. Het plangebied bevindt zich langs de bewoningslint van dit dorp, namelijk de huidige Hoebertweg. Hierdoor geldt een hoge trefkans voor zowel bewonings- als achter erf-gerelateerde resten in het plangebied. Tijdens het veldonderzoek is vastgesteld dat de ondergrond in het plangebied uit dekzand bestaat, dat plaatselijk bedekt is geraakt met een bouwlanddek. Het dekzand bestaat in de basis van de boringen uit Oud Dekzand, hetgeen geconcludeerd is op basis van de lemigheid van het zand. Bovenop het Oud Dekzand is een dunne laag Jong Dekzand aanwezig. De top van het dekzand ligt normaal gezien op een diepte van 25 – 60 cm -Mv (24,6 tot 25,0 m +NAP).
Alleen in het noordoostelijk gedeelte ligt het dekzand op 105 cm -Mv (24,3 m +NAP). Het dekzand ligt in boringen 1, 4 en 6 direct onder de moderne bouwvoor. In boringen 2, 3 en 5 is een verploegd landbouwdek tussen de bouwvoor en het dekzand aanwezig. In geen van de boringen zijn in de top van het dekzand in- of uitspoelingshorizonten aangetroffen. Ook is in het bouwlanddek sprake van zandbrokken van het onderliggende dekzand en is in boring 3 de bovengrond omgewerkt. De resultaten van de boringen wijzen er op dat dit gebied vergraven is, waarbij het bouwlanddek verwijderd is. Deze grond is plaatselijk teruggezet in het oosten van het plangebied. Dit verklaart de omgewerkte verschijning van het bouwlanddek. De mate van vergraving van het dekzand is op basis van het booronderzoek niet aantoonbaar. Hierdoor is de hoge archeologische verwachting voor de periode Neolithicum-Nieuwe Tijd nog van toepassing voor de top van het dekzand. Vermoedelijk zijn ondiepe sporen niet meer aanwezig, maar kunnen dus nog wel diepere grondsporen (paalkuilen, waterputten, greppels etc.) als onderdeel van nederzettingsterreinen aangetroffen worden. Advies Op basis van het uitgevoerde archeologisch onderzoek is voor het plangebied een hoge archeologische verwachting voor de periode Neolithicum tot en met de Nieuwe Tijd vastgesteld.
Deze resten worden in de top van het dekzand verwacht vanaf 25 – 105 cm onder maaiveld (24,3 tot 25,0 m +NAP). Omdat de toekomstige bodemingrepen tot ca. 80 cm onder maaiveld komen te liggen, wordt een vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Voor een dergelijk onderzoek dient op voorhand een Programma van Eisen opgesteld te worden, waarin de kaders en eisen van het onderzoek vastgelegd staan. Dit PvE dient door de gemeente Venray getoetst te zijn. Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal de bevoegde overheid (de gemeente Venray) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.
28
13. Geraadpleegde bronnen Archeologische kaarten en databestanden: • Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007. • Archeologisch Informatie Systeem III (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2016. • www.ruimtelijkeplannen.nl • archis.cultureelerfgoed.nl • www.kadastralekaart.com • www.archieven.nl • www.pdok.nl • www.ahn.nl • Bodemkaart van Nederland 1:50.000 (Stiboka) • Geomorfologische kaart van Nederland • www.bodemloket.nl • bagviewer.kadaster.nl • www.kadaster.nl • www.dinoloket.nl • beeldbank.cultureelerfgoed.nl • www.topotijdreis.nl • library.wur.nl/WebQuery/geoportal/raf • www.ikme.nl • www.tracesofwar.com • www.euroradar.nl/explosieven-opsporing/ruimingskaart/ • https://omgevingswet.overheid.nl Lijst met afbeeldingen Figuur 1: Ligging van het plangebied (met rode lijnen aangegeven, bron: www.pdok.nl). Figuur 2: Locatie van de huidige gebouwen en de toekomstige nieuwbouw in het plangebied aan de Hoebertweg (ong.; naast nr. 33). Figuur 3: Het plangebied (rood omlijnd) op de kaart van de Tranchotkaart uit 1752-1815 (bron: digitalecollecties.vu.nl/digital/collection/krt/id/5604). Figuur 4: Het plangebied (rood omlijnd) op het Kadastrale Minuutplan uit 1811-1832 (bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl). Figuur 5: Uitsnede van een topografische kaart uit 1880 (bron: www.topotijdreis.nl).
Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. Figuur 6: Uitsnede van een topografische kaart uit 1900 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. Figuur 7: Uitsnede van een topografische kaart uit 1925 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. Figuur 8: Uitsnede van een topografische kaart uit 1955 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. Figuur 9: Uitsnede van een topografische kaart uit 1975 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. Figuur 10: Uitsnede van een topografische kaart uit 1995 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. 29
Figuur 11: Uitsnede van een luchtfoto uit 2022. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven (bron: www.pdok.nl). Figuur 12: Locatie van de huidige bijgebouwen in het plangebied aan de Hoebertweg (ong.). Figuur 13: Foto's van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek (26-06-2025). Literatuur Bakker, H. de, 1966. De subgroepen van het systeem voor bodemclassificatie voor Nederland. In: Boor en Spade. Berendsen, H.J.A., 2005. Landschappelijk Nederland. Assen (Fysische Geografie van Nederland). Derde, geheel herziene druk. Bergman, W.A. & E.A. Schorn, 2007. Venray Langstraat/Hoebertsweg. Bureauonderzoek en archeologisch inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Rapport R 07.0050. Colijn, J.E. & G. Sophie, 2018. Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen N270 te Venray. Antea Group Archeologie-rapport. 2017/179. Hensen, G., 2006. Haammakersstraat-Veltumse Kleffen te Venray, Karterend inventariserend veldonderzoek. Rapport 175274. Kemper, V., 2025, Verkennend bodemonderzoek, Hoebertweg ong. te Venray.MILON-rapport 20251495. Maas, G. J., W.M. van der Meij, S. P. J. v. Delft, A. H. Heidema., 2019. Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart van Nederland 1:50 000. http://legendageomorfologie.wur.nl/. Wageningen, Wageningen Environmental Research. Mulder, E.F.J de., M.C. Geluk, I. Ritsema, W.E. Westerhof & T.E.
Wong 2003, De ondergrond van Nederland, Groningen. Nuenen van, F., 2009. Haammakersstraat 2c. Rapport A-08.0478. Stiekema, M., 2012. Archeologisch bureauonderzoek Sportlaan te Venray in de gemeente Venray. Econsultancy-rapport 12063441. Stiekema, M., 2012. Archeologisch gecombineerd verkennend en karterend booronderzoek Sportlaan te Venray in de gemeente Venray. Econsultancy-rapport 12111981. Stouthamer, E., K.M. Cohen, W.Z. Hoek, 2015. De vorming van het Land. Utrecht (Fysische geografie van Nederland). Achtste, geheel herziene druk. TNO, 2020. Geologische Overzichtskaart van Nederland, schaal 1:600 000 . Vos, P.C., 2015. Origin of the Dutch coastal landscape. Longterm landscape evolution of the Netherlands during the Holocene, described and visualized in national, regional and local palaeogeographical map series. PhD dissertation, Utrecht University, Barkhuis Groningen. Vos, P., M. van der Meulen, H. Weerts en J. Bazelmans, 2018, Atlas van Nederland in het Holoceen. Landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu, Amsterdam (Prometheus). Wullink, A.J. & J.J.A. Wijnen, 2009. Een verkennend archeologisch inventariserend veldonderzoek door middel van boringen aan de Blauwververstraat te Venray (L). ARC-rapport 2009-153. 30
Bijlage 1: Archeologische periode-indeling voor Nederland Periode
Deel-/subperiode
Recent
Van
Tot
1945 na Chr.
2050 na Chr.
Nieuwe Tijd
Late-Nieuwe tijd Midden-Nieuwe tijd Vroege-Nieuwe tijd
1850 na Chr. 1650 na Chr. 1500 na Chr.
1945 na Chr. 1850 na Chr. 1650 na Chr.
Middeleeuwen
Late-Middeleeuwen B Late-Middeleeuwen A Vroege-Middeleeuwen D Vroege-Middeleeuwen C Vroege-Middeleeuwen B Vroege-Middeleeuwen A
1250 na Chr. 1050 na Chr. 900 na Chr. 725 na Chr. 525 na Chr. 450 na Chr.
1500 na Chr. 1250 na Chr. 1050 na Chr. 900 na Chr. 725 na Chr. 525 na Chr.
Romeinse Tijd
Laat-Romeinse tijd B Laat-Romeinse tijd A Midden-Romeinse tijd B Midden-Romeinse tijd A Vroeg-Romeinse tijd B Vroeg-Romeinse tijd A
350 na Chr. 270 na Chr. 150 na Chr. 70 na Chr. 25 na Chr. 12 voor Chr.
450 na Chr. 350 na Chr. 270 na Chr. 150 na Chr. 70 na Chr. 25 na Chr.
IJzertijd
Late-IJzertijd Midden-IJzertijd Vroege-IJzertijd
250 voor Chr. 500 voor Chr. 800 voor Chr.
12 voor Chr. 250 voor Chr. 500 voor Chr.
Bronstijd
Late-Bronstijd Midden-Bronstijd B Midden-Bronstijd A Vroege-Bronstijd
1100 voor Chr. 1500 voor Chr. 1800 voor Chr. 2000 voor Chr.
800 voor Chr. 1100 voor Chr. 1500 voor Chr. 1800 voor Chr.
Neolithicum
Laat-Neolithicum B Laat-Neolithicum A Midden-Neolithicum B Midden-Neolithicum A Vroeg-Neolithicum B Vroeg-Neolithicum A
2450 voor Chr. 2850 voor Chr. 3400 voor Chr. 4200 voor Chr. 4900 voor Chr. 5300 voor Chr.
2000 voor Chr. 2450 voor Chr. 2850 voor Chr. 3400 voor Chr. 4200 voor Chr. 4900 voor Chr.
Mesolithicum
Laat-Mesolithicum Midden-Mesolithicum Vroeg-Mesolithicum
6450 voor Chr. 7100 voor Chr. 8800 voor Chr.
5300 voor Chr. 6450 voor Chr. 7100 voor Chr.
Paleolithicum
Laat-Paleolithicum B Laat-Paleolithicum A Midden-Paleolithicum Vroeg-Paleolithicum
18.000 BP 35.000 BP 300.000 BP -
8.800 voor Chr. 18.000 BP 35.000 BP 300.000 BP
31
Bijlage 2: Plantekening
32
Bijlage 3: Archeologische beleidskaart van de gemeente Venray
33
34
Bijlage 4: Geomorfologie
35
Bijlage 5: Hoogtekaart
36
37
Bijlage 6: Bodemkaart
38
39
40
Bijlage 7: Archeologische informatie
41
Bijlage 8: Boorpuntenkaart
42
Bijlage 9: Foto’s van boringen Hieronder volgen enkele foto’s van boring 1. De boorkernen op onderstaande foto’s zijn van rechts naar links uitgelegd, waarbij de onderkanten van de boringen naar boven wijzen (per 50 cm). De guts is naar links (het diepste punt) uitgelegd.
Boring 1
Boring 2
Boring 3.
43
Boring 4
Boring 5
44
Bijlage 10: Boorbeschrijvingen
45
boring: 250484-1 datum: 26-6-2025, X: 195.282, Y: 392.025, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, hoogte: 25,40, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, provincie: Limburg, gemeente: Venray, plaatsnaam: Venray, opdrachtgever: AROM, uitvoerder: TRANSECT
0 cm -Mv / 25,40 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, bruin, normaal (alleen zand en veen), zeer fijn, weinig wortelresten, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: bouwvoor
45 cm -Mv / 24,95 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtbruin, humusvlekken, normaal (alleen zand en veen), zeer fijn, kalkloos Bodemkundig: C-horizont met roestvlekken, enkele Fe-vlekken
60 cm -Mv / 24,80 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: diffuus (3-10 cm) Lithologie: zand, matig siltig, oranje, normaal (alleen zand en veen), zeer fijn, kalkloos Bodemkundig: C-horizont met roestvlekken, veel Fe-vlekken
90 cm -Mv / 24,50 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: diffuus (3-10 cm) Lithologie: leem, sterk zandig, oranjegrijs, zandbrokken, normaal (alleen zand en veen), kalkloos Bodemkundig: C-horizont met roestvlekken, veel Fe-vlekken
Einde boring op 120 cm -Mv / 24,20 m +NAP
boring: 250484-2 datum: 26-6-2025, X: 195.312, Y: 392.023, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, hoogte: 25,40, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, provincie: Limburg, gemeente: Venray, plaatsnaam: Venray, opdrachtgever: AROM, uitvoerder: TRANSECT
0 cm -Mv / 25,40 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: diffuus (3-10 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs, normaal (alleen zand en veen), zeer fijn, weinig wortelresten, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: bouwvoor
20 cm -Mv / 25,20 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: diffuus (3-10 cm), aard ondergrens: diffuus (3-10 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, bruingrijs, normaal (alleen zand en veen), zeer fijn, spoor wortelresten, kalkloos Bodemkundig: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont Archeologie: enkel fragment bouwpuin (onbepaald) Opmerking: bks
60 cm -Mv / 24,80 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: diffuus (3-10 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, bruingrijs, zandbrokken, normaal (alleen zand en veen), zeer fijn, kalkloos Bodemkundig: verploegd tot in C-horizont Archeologie: enkel fragment bouwpuin (onbepaald) Opmerking: bks
105 cm -Mv / 24,35 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgeel, normaal (alleen zand en veen), zeer fijn, kalkloos Bodemkundig: C-horizont met roestvlekken, veel Fe-vlekken
130 cm -Mv / 24,10 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgeel, enkele leemlagen, normaal (alleen zand en veen), zeer fijn, kalkloos Bodemkundig: C-horizont met roestvlekken, veel Fe-vlekken