CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

B1.3.01 - Aeres Milieu AM24634 Horsterweg (ong.) te Castenray ARCH-BO V3.0 Anoniem

Gemeenteraad 30 juni 2026, gemeente VenrayBij agendapunt: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray6.549 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAPPORT Archeologisch bureauonderzoek Horsterweg (ong.) te Castenray (Gemeente Venray)

AM24634

RAPPORT Archeologisch bureauonderzoek Horsterweg (ong.) te Castenray (Gemeente Venray) Aeres Milieu Projectnummer Status rapport ISSN Nummer Datum

: AM24634 : Definitief : 2214-5656 : 25 september 2025

Opdrachtgever

: Kragten Schoolstraat 8 6049 BN Herten Postbus 14 6040 AA Roermond

Opsteller rapport Actorregistratienrs. Paraaf

: : :

Redactie Actorregistratienrs. Paraaf

: : :

Vrijgave Actorregistratienr. Paraaf

: : :

Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl

4002

Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform de geldende richtlijnen en protocollen). Aeres Milieu accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde onderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het bureau onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Pagina | 2

AM24634

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING ......................................................................................................................................................... 4 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ............................................................................................................................. 5 1.

INLEIDING ......................................................................................................................................................... 6

2.

WERKWIJZE ...................................................................................................................................................... 8 2.1

3.

Inleiding ............................................................................................................................................................................................................... 8

BUREAUONDERZOEK ................................................................................................................................... 9 3.1

Landschappelijke situatie - geomorfologie ............................................................................................................................................ 9

3.2

Landschappelijke situatie - bodem.......................................................................................................................................................... 10

3.3

Bewoningsgeschiedenis – historisch overzicht .................................................................................................................................. 11

3.4

Bewoningsgeschiedenis – archeologische waarden ........................................................................................................................ 12

3.5

Bewoningsgeschiedenis – historisch kaartmateriaal ....................................................................................................................... 14

4.

VERWACHTINGSMODEL ........................................................................................................................... 18

5.

AANBEVELINGEN ........................................................................................................................................ 21

LITERATUURLIJST................................................................................................................................................... 22

Bijlagen: 1 2 3 4 5 6

Topografische ligging onderzoeksgebied Archeologische gegevens cf. Archis 3 Archeologische Beleidskaart gemeente Venray Overzicht geomorfologische kaart Overzicht bodemkaart Reliëfkaart

Pagina | 3

AM24634

SAMENVATTING In februari 2025 is door Aeres Milieu een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd aan de Horsterweg (ong.) te Castenray (gemeente Venray). Aanleiding voor het laten uitvoeren van dit archeologisch onderzoek betreft een buitenplanse omgevingsactiviteit ten behoeve van nieuwbouw. De diepte van de toekomstige bodemverstoring is op dit moment onbekend. Er wordt vooralsnog uitgegaan van een standaard funderingsdiepte van tenminste 80 centimeter (vorstvrije diepte) beneden maaiveld. Het oosten van de onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Venray in de zones categorie 2 (monumenten van zeer hoge waarde en monumenten die betrekking hebben op de historische kernen) en 3 (overige monumenten en de bufferzone rondom de bekende vindplaatsen (waarnemingen en vondstmeldingen)). Het overige, grootste deel ligt in de zone Categorie 4 (droge en natte gebieden met een hoge verwachting). Op het leidende omgevingsplan buitengebied Venray 2010 is het plangebied gelegen in de zone waarde archeologie 2. Deze gebieden zijn behalve voor de daar voorkomende (basis)bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de archeologische waarden in het gebied. Het plangebied ligt in een relatief hooggelegen gebied van dekzandwelvingen en een dekzandrug op circa 400 meter van de Lollebeek.

De hooggelegen gebieden nabij een waterbron zullen ideale vestigingslocaties voor jager-verzamelaars. Er geldt een middelhoge verwachting voor de periode midden-paleolithicum tot en met mesolithicum. De relatief hooggelegen dekzandwelvingen en dekzandrug zullen eveneens ideale vestigingslocaties zijn geweest voor landbouwende samenlevingen. Voor de periode (laat) neolithicum tot en met vroege middeleeuwen geldt daarom een middelhoge verwachting. Het plangebied ligt aan de Matthiasstraat in de dorpskern van het dorp Castenray. Uit bestudering van historisch kaartmateriaal blijkt dat binnen het plangebied in ieder geval vanaf circa 1800 reeds bebouwing aanwezig was. Op basis van deze gegevens geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor de periode late middeleeuwen en nieuwe tijd. Wegens de verwachte aanwezigheid van een enkeerdgrond in het grootste deel van het plangebied en daarmee een eerddek zijn archeologische resten beschermd tegen latere invloeden. Voor het plangebied wordt om bovenstaande redenen een archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. Dit kan het beste in de vorm van een verkennend booronderzoek. Middels een dergelijk onderzoek wordt onderzocht in hoeverre de bodem intact is en wordt de gespecificeerde archeologische verwachtingsmodel uit dit bureauonderzoek getoetst.

De resultaten van dit bureauonderzoek zijn getoetst door de bevoegde overheid (gemeente Venray), die op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen. Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet betekent dat al bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het aanwezige bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging dan wel vernietiging als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt.

Pagina | 4

AM24634

ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Administratieve gegevens onderzoekgebied Projectnaam

AM24634

OM-nummer

5692465100

Soort onderzoek

Bureauonderzoek

Provincie

Limburg

Gemeente

Venray

Plaats

Castenray

Adres

Horsterweg (ong.) te Castenrayy

Toponiem

Matthiasstraat 3

Kadastrale registratie

x, y-coördinaten

Castenray, sectie P, nummers 182 (ged.), 742, 743, 764, 1053, 1160 (ged.) en 1161 Centrum:

199.815 ; 389.339

NW:

199.815 ; 389.339

NO:

200.014 ; 389.389

ZW:

199.590 ; 389.306

ZO:

199.990 ; 389.166

Aanleiding onderzoek

Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

Oppervlakte plangebied

Circa 7,8 ha

Huidig grondgebruik

Akkerland en bebouwde agrarische bedrijfslocatie

Opdrachtgever

Kragten

Bevoegde overheid

Gemeente Venray

Opslag documentatie en materiaal Datum uitvoering

Noordhoven 4 te Roermond tot deponering bij provinciaal depot bodemvondsten Limburg te Heerlen/E-depot Februari 2025

Pagina | 5

AM24634

1. INLEIDING In opdracht van Kragten heeft Aeres Milieu een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie

: Horsterweg (ong.) te Castenray

Gemeente

: Venray

Oppervlakte

: Circa 7,8 ha

Huidig gebruik van de locatie

: Akkerland en bebouwde agrarische bedrijfslocatie

Toekomstig gebruik

: Woningbouw, nieuw bedrijfspand

Dit archeologische onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de BRL SIKB 4000 (protocol 4002), KNA 4.1. Het archeologische onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie.

Aanleiding Aanleiding voor het laten uitvoeren van dit archeologisch bureauonderzoek betreft een buitenplanse omgevingsactiviteit (BOPA) ten behoeve van nieuwbouw. De diepte van de toekomstige bodemverstoring is op dit moment onbekend, maar uitgaande van een standaard funderingsdiepte zonder onderkeldering, zal de bodemverstoring tot ten minste 80 centimeter (vorstvrije diepte) beneden maaiveld reiken. De verwachting is dan ook dat bij het uitgraven van de bouwputten, ten behoeve van de voorgenomen nieuwbouw, de bodem tot in het archeologische niveau verstoord zal worden en eventueel aanwezige archeologische waarden daardoor verloren zullen gaan. Het oosten van de onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de Venray (2011) in de zones Categorie 2 (monumenten van zeer hoge waarde en monumenten die betrekking hebben op de historische kernen) en Categorie 3 (overige monumenten en de bufferzone rondom de bekende vindplaatsen (waarnemingen en vondstmeldingen)). Voor Categorie 2 geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 250 m 2 en dieper dan 50 cm. Voor Categorie 3 geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 100 m 2 en dieper dan 50 cm. Het overige, grootste deel van het plangebied is gelegen in de zone Categorie 4 (droge en natte gebieden met een hoge verwachting).

Voor deze verwachtingszone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 500 m 2 en dieper dan 50 cm beneden maaiveld (Bijlage 4).1 Op het leidende omgevingsplan buitengebied Venray 2010 is het plangebied gelegen in de zone waarde archeologie 2. Deze gebieden zijn behalve voor de daar voorkomende (basis)bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de archeologische waarden in het gebied. Middels dit omgevingsplan heeft de gemeente aangegeven dat er een onderzoeksplicht is voor archeologie.2

1 RAAP adviesdocument 538, 2011 2 www.omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/ Pagina | 6

AM24634

Doel Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel voor de locatie. Dit verwachtingsmodel wordt op basis van historische kaarten en bekende landschappelijke en archeologische gegevens gevormd. Dit verwachtingsmodel zal vervolgens leiden tot een aanbeveling over het behoud in-situ of eventueel vervolgonderzoek.

Plangebied Het plangebied ligt aan de Horsterweg en de Matthiasstraat te Castenray. Momenteel is het plangebied in gebruik als akkerland en als erf met bedrijfsbebouwing (Figuur 1). Ten zuiden van het plangebied is de kern van het dorp Castenray gelegen, circa 150 meter ten zuiden van de boerderij aan de Matthiasstraat 3 is de kerk gelegen. Het plangebied wordt verder omringd door akkerland. Op circa 250 meter ten oosten van het plangebied ligt de snelweg A73 en ten westen van het plangebied liggen enkele boerderijen aan de Horsterweg.

Figuur 1. Topografische ligging plangebied. Het plangebied is aangegeven met het rode kader (bron: OpenTopo (Map5)).

Pagina | 7

AM24634

2. WERKWIJZE 2.1

Inleiding

Bij het uitvoeren van het bureauonderzoek is gebruik gemaakt van verschillende bronnen. Deze bronnen geven inzicht in bekende, of te verwachten archeologische resten binnen het onderzoeksgebied. Daarnaast zijn deze bronnen van belang voor het opstellen van de landschapsgenese.

Archeologische bronnen •

Archeologische Monumentenkaart (AMK)

•

Archeologisch Informatiesysteem (Archis3)

•

Archeologische Beleidskaart van de gemeente Venray

•

Specifieke lokale informatie (heemkundekring, amateurarcheologen)

Bodem- en geomorfologische kaarten •

Bodemkaart (Alterra)

•

Geomorfologische kaart (Alterra, uit Archis3)

•

Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN5)

Historische kaarten •

Historisch kadastraal minuutplan (1800-1832)

•

Historische topografische en militaire kaarten (1830 tot 1978)

•

Moderne topografische kaart (tot 2024)

De bovenstaande bronnen worden aangevuld door mogelijke informatie afkomstig van lokale archeologische verenigingen en werkgroepen. De overige aanvullende informatie is terug te vinden in de literatuurlijst. De Heemkundekring stichting heemkundig genootschap Castenray, is per e-mail gecontacteerd met de vraag om aanvullende informatie betreffende het plangebied. Op 18 februari 2025 is hierop reactie ontvangen. 3 Deze informatie is verwerkt in hoofdstuk 3.3.

3 Mailcorrespondentie met Jan Strijbos, voorzitter Stichting Heemkundig Genootschap Castenray op 18-02-2025. Pagina | 8

AM24634

3. BUREAUONDERZOEK 3.1

Landschappelijke situatie - geomorfologie

Het plangebied ligt in het zuidelijk zandgebied van Nederland. De ondergrond wordt doorsneden door een aantal zuidoostnoordwest georiënteerde breuken, die de Roerdalslenk en het Kempenblok begrenzen. Het plangebied ligt op het oostelijke deel van de Peelhorst, een tektonisch stijgingsgebied. Op de Peelhorst komen zand en grindbodems voor die zijn afgedekt met een dun pakket dekzand van de Formatie van Boxtel.4 Tijdens de laatste ijstijd, het Weichselien (circa 115.000 – 11.700 jaar geleden), ontstond een steeds kouder en droger klimaat. Deze laatste ijstijd is belangrijk geweest voor de vorming van het huidige landschap rond het plangebied. In deze periode breidde het landijs zich sterk uit, maar bereikte Nederland niet. In het Midden-Weichselien (circa 73.00 tot 14.700 jaar geleden) was de bodem permanent bevroren. Tijdens perioden van dooi werd door sneeuwsmelt- en regenwater veel sediment verspoeld. Hierbij zijn fluvioperiglaciale afzettingen gevormd en dalen ontstaan. De fluvioperiglaciale afzettingen zijn zeer divers en bestaan uit fijn en grof zand, soms met grind, leemlagen en plantenresten en worden tot de Formatie van Boxtel gerekend. 5 Deze afzettingen zijn in het plangebied in de diepere ondergrond aanwezig. Ze bestaan hier uit zwak siltig, matig fijn zand. Later zijn de fluvioperiglaciale afzettingen bedekt met dekzand.

In de koudste en droogste perioden van het Weichselien, met name tijdens het Laat-Pleniglaciaal (circa 26.000 – 14.700 jaar geleden) en in sommige perioden van het Laat-Glaciaal (circa 14.700 – 11.700 jaar geleden), is de vegetatie grotendeels verdwenen, waardoor op grote schaal verstuiving optrad waarbij dekzand werd afgezet.6 Dit zand is kalkloos, fijnkorrelig (150 – 210 μm), goed afgerond, goed gesorteerd, arm aan grind en wordt tot het Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel gerekend. Door deze dekzandafzettingen ontstond een reliëf dat wordt gekenmerkt door zowel langgerekte dekzandruggen en dekzandkopjes als door vlaktes met depressies. Het klimaat werd tijdens het Holoceen warmer en vochtiger. Door het warmere klimaat smolten de in het Weichselien gevormde ijskappen en steeg de relatieve zeespiegel snel. Als gevolg van de snelle relatieve zeespiegelstijging in het Atlanticum (circa 8.000 – 5.000 jaar geleden) steeg de grondwaterstand, waardoor er veenvorming plaatsvond op het dekzand. Aanvankelijk vond veenvorming met name plaats in de lagere delen, zoals beekdalen. Depressies en laagten (zoals beekdalen en vennen) groeiden hierdoor dicht waardoor de ontwatering van de Peelhorst werd belemmerd. Vanaf de late middeleeuwen (tussen 1250 – 1750 na Chr.) is het veen afgegraven ten behoeve van turfwinning.

Hierdoor zijn de oudere dekzanden en terrasafzettingen weer aan het maaiveld komen te liggen. Volgens DINOLoket zijn er twee boringen in het plangebied bekend. 7 Volgens deze boringen wordt de top van de bodem gevormd door een 50 centimeter dik antropogeen esdek. De natuurlijke ondergrond bestaat uit zeer fijn tot zeer grof zand. Deze zanden zijn eolisch afgezet en zijn onderdeel van de Formatie van Boxtel Laagpakket van Wierden of Kootwijk). Volgens de Geomorfologische kaart (Bijlage 4) ligt het westen en zuiden van het plangebied binnen een complex van dekzandwelvingen al dan niet bedekt met oud-bouwlanddek (code 3L51yc).

4 Rensink e.a. 2019, 69. 5 Berendsen 2011, 189. 6 Berendsen 2011, 190. 7 www.dinoloket.nl, boringen B52E2044 en B52B0809. Pagina | 9

AM24634

Het centrum en het oosten van het plangebied is gelegen op een dekzandrug al dan niet bedekt met oud-bouwlanddek (code 3B53yc). De meest zuidelijke punt van het plangebied is niet gekarteerd vanwege de ligging in de dorpskern. Naar verwachting zal dit deel van het plangebied op een dekzandrug of dekzandwelving liggen. Circa 350 meter ten zuiden van het plangebied is een beekdalbodem gelegen (code 22R42L) waar tegenwoordig de Lollebeek doorheen stroomt. Vanaf circa 250 meter ten zuiden van het plangebied ligt een glooiing van de beekdalzijde (code 3H42). Circa 650 meter ten oosten van het plangebied ligt een periglaciale dalvormige laagte (code 22R23). De grenzen van de beekdalbodems en de dalvormige laagte zijn niet volledig gekarteerd vanwege de gedeeltelijke ligging binnen de bebouwde kom van Castenray. Op circa 250 meter ten noordwesten van het plangebied ligt een dekzandvlakte (code 2M51) met aangrenzend enkele dekzandruggen. Op het kaartbeeld van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN5, Bijlage 6) is duidelijk te zien dat het plangebied op de oostelijke uitloper van de hoger gelegen dekzandruggen ligt. Het beekdal van de Lollebeek is een lager gelegen zone. Het plangebied is relatief hooggelegen hoewel de dekzandrug ten westen van het plangebied nog hoger gelegen is. In het oosten van het plangebied is een verhoging te herkennen.

Deze verhoging komt overeen met de dekzandrug op de geomorfologische kaart.

3.2

Landschappelijke situatie - bodem

Volgens de bodemkaart (Bijlage 5) worden in het grootste deel van het plangebied hoge zwarte enkeerdgronden met lemig fijn zand (code zEZ23) verwacht. Ter plaatse van de westelijke rand van het plangebied worden veldpodzolgronden met lemig fijn zand (code Hn23/pZn23) verwacht. Bij enkeerdgronden is sprake van een eerdlaag. Dit eerddek is ontstaan doordat in sommige gevallen al vanaf de late middeleeuwen op grote schaal het systeem van potstalbemesting werd toegepast. Om de grond vruchtbaarder te maken, werden plaggen met de mest van het vee vermengd en op de akkers uitgespreid. In de loop der tijd is hierdoor een eerddek op de oorspronkelijke bodem ontstaan. De totale dikte van het eerddek is bij de enkeerdgronden meer dan 50 cm. De bouwvoor (Aaphorizont) is grijsbruin tot zwart van kleur. Hieronder liggen oudere niveaus/lagen van het eerddek (Aa-horizont), die meestal wat lichter van kleur zijn. Dergelijke cultuurdekken kunnen een beschermende werking hebben voor de potentieel aanwezige archeologische lagen. De hoge enkeerdgronden betreffen de oudste opgehoogde gronden, die over het algemeen op de hogere dekzanden liggen. De lage enkeerdgronden werden pas later in gebruik genomen vanwege de lagere ligging in het beekdal.

Door de hogere grondwaterstand was de sterke ophoging met plaggen niet alleen noodzakelijk voor de bemesting maar ook om de nattere gronden toegankelijk te maken. De kans bestaat dat er onder het eerddek nog een restant van het oorspronkelijke bodemprofiel wordt aangetroffen. Dit hoeft echter niet zo te zijn zoals vaker blijkt bij archeologisch onderzoek in bijvoorbeeld het oosten van Brabant. Indien sprake is geweest van een snelle ophoging, dan zou men onder het eerddek nog een intacte A-horizont kunnen vinden. Deze laag onderscheidt zich door een hoger humusgehalte en een meer donkere kleur. Echter, door verploeging zijn vaak de oorspronkelijke A- en E-horizont meestal reeds opgenomen in het eerddek.

Pagina | 10

AM24634

Veldpodzolgronden komen veel voor binnen de zandgronden en zijn meestal gelegen in de lagere delen van het landschap. Ze worden ook wel “natte podzolen” genoemd. Bij veldpodzolgronden is sprake van podzolering. Tijdens dit natuurlijke proces worden door infiltrerend regenwater kleine deeltjes ijzer, aluminium en lutum uitgespoeld. Dit wordt uitloging genoemd. Deze deeltjes worden door het water naar beneden getransporteerd, waar inspoeling plaatsvindt. 8 De podzolgrond bestaat uit een circa 25 cm dikke A-horizont, waaronder een lichtgrijze E-horizont (uitspoelingshorizont) kan voorkomen. Hieronder ligt de bruinkleurige B-horizont (inspoelingshorizont), die geleidelijk overgaat in de C-horizont. 9 Afhankelijk van de vroegere bodembewerking is de oorspronkelijke A-, E- en/of B-horizont al dan niet intact. Vaak zijn deze door verploeging met het onderste deel van het cultuurdek vermengd geraakt. Grondwatertrap De mogelijk aanwezige gronden worden gekenmerkt door een gemiddeld lage grondwaterstand, te weten grondwatertrap VII. Dit zijn de gemiddelde grondwaterstanden die op de bodemkaart staan aangegeven. Dit betekent dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand tussen de 80 en 140 cm beneden maaiveld ligt. De gemiddeld laagste grondwaterstand ligt dieper dan 160 cm beneden maaiveld. De veldpodzolgronden aan de westzijde van het plangebied hebben grondwatertrap VI.

De gemiddeld hoogste grondwaterstand ligt tussen de 40 en 80 cm beneden maaiveld, de gemiddeld laagste grondwaterstand is dieper dan 120 cm beneden maaiveld. Deze lage grondwaterstand zorgt voor slechte bewaringsomstandigheden voor eventuele organische resten.

3.3

Bewoningsgeschiedenis – historisch overzicht

De bestudeerde en beschikbare bronnen hebben het volgende beeld kunnen schetsen over de geschiedenis van Castenray. De naam Castenray wordt als eerst benoemd in de 15e eeuw als Casterloe. De uitgang is oorspronkelijk dus niet -ray maar -lo wat ‘bos’ betekent. De herkomst van het eerste deel is niet bekend. Een mogelijkheid is dat het is afgeleid van castrum ofwel legerkamp. Voor de aanwezigheid van een legerkamp zijn echter geen aanwijzingen aangetroffen. In het werk van Van Berkel en Samplonius wordt elders nog een mogelijkheid geopperd, namelijk ‘kast’, ‘opbergplaats’ of ‘stapelplaats van hout of koren’.10 Castenray is een voorbeeld van een lineaire nederzetting, meer specifiek een boshoeve. Hierbij liggen de boerderijen aan een kant van het veld en sluiten aan bij een verkaveling in brede stroken. Landschappelijke kenmerken waren bepalend voor de kavelstroken, voor Castenray betreft dit de aanwezige dekzandrug. 11 De kerk van Castenray ligt op circa 150 meter ten zuiden van de boerderij aan de Matthiasstraat 3. De oudste bronnen vermelden dat in 1434 een altaar is gesticht in de “onlangs gewijde kapel”, aan deze kapel werd eind 15 e eeuw een hoog laatgotisch priesterkoor gebouwd. De kapel werd bediend vanuit de St. Petrus Bandenkerk in Venray. Vanaf 1804 werd Castenray ondergebracht bij de parochie Oirlo.

In 1910/1911 is de kapel afgebroken en is een nieuwe kapel tegen het priesterkoor aangebouwd. In 1933 werd Castenray verheven tot zelfstandige parochie waarna de kapel werd uitgebreid tot kerk. 12 De afwezigheid van een eigen kerk en parochie is een aanwijzing voor de bescheiden omvang van het dorp tot aan de 20e eeuw.

8 De Bakker en Schelling 1989. 9 De Bakker en Schelling 1989, 127. 10 Van Berkel en Samplonius 2006, 89. 11 Renes 1999, 214. 12 https://www.heemkunde-castenray.nl/ Pagina | 11

AM24634

Er zijn binnen het werk van Van Blankenstein enige gegevens bekend over enige oorlogsvernielingen in de Tweede Wereldoorlog. Op 13 november 1944 is door de Duitsers de kerktoren opgeblazen.13 In het jaar 1943 is een Lancaster III neergestort in Castenray. 14 De heemkundekring stichting heemkundig genootschap Castenray heeft laten weten dat de boerderij aan de Matthiasstraat 3 in de oorlog zwaar beschadigd is geraakt. In de jaren 1950 is de boerderij herbouwd.

Figuur 2. De boerderij aan de Matthiasstraat 3 vóór de verwoesting in de Tweede Wereldoorlog (bron: Stichting heemkundig genootschap Castenray).

3.4

Bewoningsgeschiedenis – archeologische waarden

Op de leidende Archeologische Beleidskaart van de gemeente Venray is te zien dat het plangebied deels is gelegen in een archeologisch monument (monumenten van zeer hoge waarde en monumenten die betrekking hebben op de historische kernen) en/of bufferzone vindplaatsen (beleidscategorie 2 en 3). Voor het overige, grootste deel van het plangebied geldt een hoge archeologische verwachting: Beleidscategorie 4 (Bijlage 3).15 Volgens de Archeologische verwachtingskaart voor landbouwers in droge landschappen is een losse vondst bekend uit de ijzertijd. In de directe omgeving zijn vondsten bekend uit het neolithicum, Romeinse tijd, volle-late middeleeuwen en nieuwe tijd.16 In de omgeving van het plangebied (binnen een straal van 500 meter zijn volgens de gegevens uit Archis3 twee archeologische monumenten en zijn meerdere archeologische waarnemingen en onderzoeksmeldingen bekend (Bijlage 2 en Tabel 1).

13 Van Blankenstein 2006, 80 14 Auwerda en Grimm 2008, Verliesregisters 1943 15 RAAP adviesdocument 538, 2011 16 Archeologische verwachtingskaart voor landbouwers in droge landschappen, 2011. Pagina | 12

AM24634

Monumentnummer 16276 Dit monument van hoge archeologische waarde is gelegen aan de Lollebeekweg en Matthiasstraat en ligt deels in het plangebied. Het betreft de historische dorpskern van Castenray. Binnen deze contouren kunnen in de bodem resten van vroegmoderne en waarschijnlijk ook van (laat-)middeleeuwse (bewoning aangetroffen worden. Ook sporen van oudere bewoning kunnen aanwezig zijn. Monumentnummer 16273 Circa 300 meter ten oosten van het plangebied is een monument van hoge archeologische waarde gelegen. Het betreft de historische kern van het buurtschap klein-Oirlo. Binnen deze contouren kunnen in de bodem resten van vroegmoderne en waarschijnlijk ook van (laat-)middeleeuwse (bewoning aangetroffen worden. Ook sporen van oudere bewoning kunnen aanwezig zijn.

Onderzoeks- en vondstmeldingen in de omgeving van het plangebied Zaakidentificatie 3122885100

Afstand Circa 175 m ten

Soort onderzoek Particuliere

westen van het

vondst

Omschrijving Urnen met een datering neolithicum-ijzertijd

plangebied 2042117100

0 m van het

Veldkartering

plangebied

door RAAP in

Veldkartering ten behoeve van de aanleg van de A73

1989 2272141100

2322912100

Circa 200 m ten

Booronderzoek

In het plangebied is een booronderzoek uitgevoerd. In het hele plangebied is

zuiden van het

door ADC in

bij dit onderzoek een (deels) verstoorde bodemopbouw aangetroffen. In het

plangebied

2010

bovenste pakket zijn archeologische resten uit de nieuwe tijd aangetroffen.

Circa 250 meter

Booronderzoek

Uit het veldonderzoek blijkt dat de bodem in het plangebied uit een lage

ten zuiden van

door RAAP in

enkeerdgrond bestaat, die in de late middeleeuwen of nieuwe tijd ontstaan is.

het plangebied

2011

Vóór deze tijd was in het plangebied echter sprake van een betrekkelijk natte bodem. In enkele boringen is waargenomen dat het bodemprofiel tot in het moedermateriaal

is

verstoord.

Vanwege

de

oorspronkelijk

natte

omstandigheden geldt voor het plangebied een lage archeologische verwachting voor vindplaatsen van landbouwers (neolithicum t/m nieuwe tijd). Omdat het plangebied op de overgang van een hooggelegen naar een laaggelegen gebied ligt, geldt een hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen van jager-verzamelaars (laat-paleolithicum en mesolithicum). Aangezien in de boringen echter alleen sprake was van een verploegd pakket op het moedermateriaal (C-horizont), zijn eventuele vindplaatsen van jagerverzamelaars geheel verstoord geraakt. 4808722100

Circa 375 meter

Bureauonderzoek

Op basis van dit bureauonderzoek heeft het plangebied deels een verhoogde

ten zuiden van

door Sweco in

verwachting voor het aantreffen van archeologische resten van menselijke

het plangebied

2020

bewoning en activiteit, en dan met name de delen die hoger en droger in het landschap zijn gelegen. Hier kunnen in principe archeologische resten worden verwacht uit de periode laat-paleolithicum/ mesolithicum tot aan de Late middeleeuwen/ nieuwe tijd.

Pagina | 13

AM24634

Zaakidentificatie

Afstand

Soort onderzoek

Omschrijving Overige lager gelegen en daarmee nattere delen van het plangebied hebben een lage verwachting op het aantreffen van sporen van bewoning, maar hier kunnen wel nog sporen van menselijke aanwezigheid en activiteit aanwezig zijn, specifiek voor het beekdal. Het is gezien de aard van deze sporen echter lastig om deze door middel van prospectief onderzoek op te sporen. Het gaat meestal om puntlocaties van beperkte omvang. In het landschap zijn (bijvoorbeeld op basis van de Kadasterkaart 1811-1832) wel enkele ’hotspots’ aan te wijzen waar de kans op dergelijke resten het grootst is. Het gaat met name om locaties waar oude paden/wegen de Lollebeek hebben gekruist, of waar deze paden/wegen langs de beek hebben gelopen. Dit zijn locaties die dikwijls eeuwenlang door de lokale bevolking zijn bezocht en in gebruik zijn geweest.

4881793100

Circa 275 m ten

Booronderzoek

Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat het plangebied oorspronkelijk

noorden van het

door

nattere omstandigheden kende dan wat verwacht werd op basis van het

plangebied

Econsultancy in

bureauonderzoek. Mogelijk leidde de aanwezigheid van verspoelde lemige

2020

lagen in de ondergrond tot hangwater. Verder is de bodem in het plangebied door moderne bodemingrepen, mogelijk ook om de doorlatendheid te verbeteren (bijvoorbeeld door het verploegen van leemlagen in de ondergrond), matig tot sterk verstoord. Op basis van de waargenomen bodemverstoringen en de aanwezigheid van veel nattere landschappelijke omstandigheden dan op basis van het bureauonderzoek was verwacht, kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden niet meer in situ worden verwacht. De gespecificeerde archeologische verwachting zoals die is opgesteld in het bureauonderzoek wordt op basis van de resultaten van het booronderzoek bijgesteld naar laag voor alle perioden.

2017372100

Circa 380 m ten

Onderzoek door

noorden van het

de provincie

plangebied

Limburg in 1990

Binnen Archis en Dans Data Station zijn geen nadere gegevens bekend.

Tabel 1. Overzicht van Archismeldingen binnen een straal van 500 m rond het plangebied.

3.5

Bewoningsgeschiedenis – historisch kaartmateriaal

In het kader van het bureauonderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Op de oudst bestudeerde kaart, de Tranchotkaart uit de periode 1803-1828 is te zien dat er vier gebouwen aanwezig zijn. Deze zijn gesitueerd in het zuidoostelijke deel van het plangebied. De onbebouwde delen zijn naast vermoedelijk tuin, erf en boomgaard (rondom de bebouwing) met name als bouwland in gebruik. De westelijke randzone bestaat uit heide. Op het minuutplan uit het begin van de 19e eeuw (Figuur 4)17 is de situatie op kadastraal niveau te zien. Binnen het plangebied zijn nu twee gebouwen aanwezig. De twee zuidoostelijker gelegen gebouwen zijn verdwenen. Volgens de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafels (OAT) 18 behorende bij het minuutplan, betreft dit een huis en een gebouw in bezit van de weduwe van Jacob Smets met als beroep landbouwer.

17 www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Gemeente Venray, sectie G, blad 2. Minuutplans zijn de oorspronkelijke kadastrale kaarten die zijn vervaardigd vanaf 1811 en 1812 in navolging van de Fransen o.l.v. Napoleon Bonaparte. Het zijn grondbeschrijvingen (kadasters) van de gemeenten met hierop aangegeven de percelen, perceelnummers en gebouwen. 18 OAT = Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel. Dit is een register uit 1832 waarin diverse gegevens in vermeld staan die betrekking hebben op de betreffende percelen, zoals de eigenaar, beroep en woonplaats, alsmede het grondgebruik en de oppervlakte. Pagina | 14

AM24634

De overige percelen binnen het plangebied zijn eveneens in bezit van de weduwe van Jacob Smets, met uitzondering van het meest zuidelijk deel van het plangebied. Dit is in bezit van de gemeente Venray. De percelen waren in gebruik als bouwland, weiland, tuin en heide. Op latere historische topografische kaarten blijft de bebouwing lange tijd ongewijzigd is. Pas op de kaart van 1936 is zichtbaar dat een nieuw gebouw bij wordt gebouwd. Op de kaarten van 1978 en 1998 breidt de bebouwing zich uit. Het grondgebruik wisselt veel door de jaren heen. Opvallend hierbij is het ontstaan van een pad op de kaart van 1924, dit pad is weer verdwenen op de kaart van 1936 (Figuur 5). Dit pad leidt naar een bosje genaamd ‘de Wust’ dat volgens de OAT van het minuutplan (18111832) in gebruik was voor het vergaren van hakhout.

Figuur 3. Uitsnede van de Tranchotkaart uit 1803-1828, met in het rood bij benadering het plangebied aangegeven (Bron: Landesvermessungsamt 1969, blad 19).

Pagina | 15

AM24634

Figuur 4. Uitsnede van het kadastraal minuutplan uit 1811-1832, met in het rood bij benadering het plangebied aangegeven (Bron: www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl).

Pagina | 16

AM24634

Figuur 5. Uitsneden van historische kaarten uit de perioden 1901, 1930, 1950 en 1970. Het plangebied is aangegeven met het rode kader (Bron: www.topotijdreis.nl).

Pagina | 17

AM24634

4. VERWACHTINGSMODEL Jager-verzamelaars uit het paleolithicum en mesolithicum hebben als woon- en verblijfplaats vaak voor de flanken van hoger liggende terreingedeelten in het landschap gekozen. Bij voorkeur in de buurt van (open) water. Nabijgelegen watervoorzieningen waren belangrijk voor drinkwater en de aanwezige biodiversiteit. Dit vergemakkelijkt de jacht en het verzamelen van plantaardig voedsel. Het plangebied is gelegen in een relatief hooggelegen gebied van dekzandwelvingen en een dekzandrug nabij het beekdal van de Lollebeek. De hooggelegen gebieden nabij een waterbron zullen ideale vestigingslocaties voor jager-verzamelaars zijn geweest. In de nabije omgeving van het plangebied zijn tot op heden nog geen vuursteenvondsten bekend. Volgens de archeologische verwachtingskaart voor jager-verzamelaars in droge landschappen van de gemeente Venray geldt voor het plangebied een lage verwachting. Binnen het grootste deel van het plangebied worden enkeerdgronden verwacht Enkeerdgronden hebben een opgebracht antropogeen dek (eerdlaag) dat een conserverende werking kan hebben op eventueel aanwezige archeologische resten. In het uiterste westelijk deel worden veldpodzolgronden verwacht. Veldpodzolgronden zijn gevormd in relatief natte omstandigheden, wat het geen goede vestigingslocatie maakt.

Om deze redenen wordt een middelhoge verwachting toegekend voor de periode midden-paleolithicum tot en met mesolithicum. Eventueel aanwezige resten uit de periode (midden-) paleolithicum en mesolithicum worden onder de verwachte eerdlaag of in de oorspronkelijke bodem verwacht en kunnen onder andere bestaan uit tijdelijke bewoningssporen, haardkuilen, vuursteenstrooiingen. Voor de veldpodzolgronden geldt een lage verwachting. Vanaf het (laat-)neolithicum ontstaan de eerste landbouwculturen die gekenmerkt worden door meer sedentaire nederzettingen. Deze nederzettingen worden gekenmerkt door permanente woningen die soms diep in de grond gefundeerd waren, waarbij men een voorkeur had voor hoger en droger gelegen gebieden. De relatief hooggelegen dekzandwelvingen en dekzandruggen zullen eveneens ideale vestigingslocaties zijn geweest voor landbouwende samenlevingen. In het noordoostelijk deel van het plangebied is een losse vondst bekend uit de ijzertijd bekend. Op circa 175 meter ten westen van het plangebied zijn enkele urnen aangetroffen daterend uit de periode neolithicum tot en met ijzertijd. Verdere aanwijzingen voor sedentaire samenlevingen zijn (nog) niet aangetroffen in de nabijheid van het plangebied. Echter, losse vondsten kunnen wijzen op artefactvindplaatsen. Voor de periode neolithicum tot en met vroege middeleeuwen geldt een middelhoge verwachting.

Resten worden onder de verwachte eerdlaag of in de oorspronkelijke bodem verwacht en kunnen onder andere bestaan uit cultuurlagen, paalkuilen/-gaten, afvalkuilen, fragmenten aardewerk, natuursteen, of gebruiksvoorwerpen.

Het plangebied ligt aan de Horsterweg en Matthiasstraat in de oude dorpskern van het dorp Castenray. De van oorsprong 15e eeuwse dorpskerk ligt op circa 150 meter ten zuiden van het plangebied. In de directe omgeving van het plangebied zijn enkele vondsten bekend uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd. Uit bestudering van historisch kaartmateriaal blijkt dat binnen het zuidoostelijke deel van het plangebied in ieder geval vanaf circa 1800 reeds meerdere bebouwing aanwezig was, met bijbehorend bouwland, weiland, tuin en heidegronden. Deze bebouwing breidde zich in de loop van de 20e eeuw steeds verder uit tot de huidige bebouwing aan de Matthiasstraat 3. Tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft de bebouwing oorlogsschade opgelopen. Gezien de ligging aan de historische bebouwingszone van Castenray geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor de periode late middeleeuwen en nieuwe tijd. Archeologische resten worden vanaf het maaiveld verwacht en kunnen onder andere bestaan uit onder andere cultuurlagen, paalkuilen/-gaten, afvalkuilen, begravingen, gebruiksvoorwerpen van bijvoorbeeld natuursteen, fragmenten aardewerk en sporen van agrarische activiteiten. Pagina | 18

AM24634

Wat betreft de conservering en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten kan het volgende gesteld worden: Wegens de verwachte aanwezigheid van enkeerdgrond in het grootste deel van het plangebied en daarmee een eerddek zijn archeologische resten beschermd tegen latere invloeden. Over het algemeen kunnen (anorganische) vondsten en sporen onder zo’n dek in goede toestand worden aangetroffen. Mogelijke vuursteenvindplaatsen kunnen echter verstoord zijn geraakt bij de aanleg van het eerddek en de eerste bewerking ervan. Hierdoor is vaak de top van de natuurlijk bodem opgenomen in het bovenliggende opgebrachte dek. Wat betreft eventueel aanwezige organische resten is het afhankelijk hoe diep het grondwater zit. Bij hoge enkeerdgronden zijn de omstandigheden voor het aantreffen van organische resten minder goed: door de lage grondwaterstand (GWT VII) kunnen organische resten vaak enkel in dieper, waterhoudende sporen zoals waterputten bewaard blijven. Ter plaatse van de aanwezige veldpodzolgronden in de westelijke randzone is geen eerddek aanwezig, waardoor eventueel aanwezige archeologische resten niet beschermd zijn tegen latere invloeden. Door de relatief lage grondwaterstand (GWT VI) zijn ook hier de organische resten enkel bewaard gebleven in de diepe, waterhoudende sporen.

Periode Midden-

Verwachte kenmerken vindplaats Resten van kampementen, fragmenten

Diepteligging sporen Onder de verwachte eerdlaag in de

paleolithicum -

vuursteen, natuursteen,

oorspronkelijke bodem

mesolithicum

gebruiksvoorwerpen

(laat)-neolithicum –

Verwachting Middelhoog

Middelhoog

vroege

Nederzettingsresten, fragmenten aardewerk,

Onder de verwachte eerdlaag of in de

natuursteen, gebruiksvoorwerpen

oorspronkelijke bodem

Cultuurlaag, funderingsresten, natuursteen,

Vanaf het maaiveld

middeleeuwen Volle middeleeuwen – nieuwe tijd

Hoog

fragmenten aardewerk, gebruiksvoorwerpen, sporen van agrarische activiteiten, restanten wegen/paden

Tabel 2. Archeologische verwachting per periode.

Bodemverstoring Er zijn geen gegevens van bodemverstoringen binnen het plangebied bekend. Mogelijk is verstoring opgetreden als gevolg van het gebruik als akkerland (diepploegen) en later (moes)tuin en/of boomgaard. Ook de bouw van de aanwezige bebouwing kan tot bodemverstoringen hebben geleid. Er zijn geen bouwtekeningen beschikbaar. Op basis van de KLIC-melding (uitgevoerd op 21 februari 2025) zijn binnen het plangebied enkele kabels en leidingen gelegen in het zuiden van het plangebied. Deze kabels leiden van de dorpskern van Castenray naar de boerderij aan de Matthiasstraat 3 (Figuur 1).

Pagina | 19

AM24634

Figuur 1: Klic-melding van het plangebied (Bron: www.kadaster.nl).

Pagina | 20

AM24634

5. AANBEVELINGEN Op basis van het uitgevoerd bureauonderzoek kan gesteld worden dat er een (middel)hoge verwachting geldt voor alle archeologische periodes. De ligging op de relatief hoog gelegen dekzandrug en dekzandwelvingen maakt het een goede vestigingslocatie voor zowel jager-verzamelaars als latere landbouwende samenlevingen. Daarnaast is het plangebied gelegen in de historische kern van Castenray en bevat het bebouwing die teruggaat tot in ieder geval begin 19e eeuw. Voor het plangebied wordt om bovenstaande redenen een archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. Dit kan het beste in de vorm van een verkennend booronderzoek. Middels een dergelijk onderzoek wordt onderzocht in hoeverre de bodem intact is en wordt het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel uit dit bureauonderzoek getoetst. Op basis van het gemeentelijk beleid dient een aantal van 7 boringen per hectare te worden uitgevoerd en 1 proefputje (circa 30 bij 30 centimeter) per hectare. Tevens kan ter plaatse worden nagegaan wat de diepte van de verstoring ter plaatse van de huidige opstallen is. De resultaten van dit bureauonderzoek zijn getoetst door de bevoegde overheid (gemeente Venray)19, die op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen.

Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet betekent dat al bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het aanwezige bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging dan wel vernietiging als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt.

19 Toetsing Kragten-ArchAeO, extern archeologisch adviseur gemeente Venray (beoordeling aangeleverd via mail d.d. 11-9-2025). Pagina | 21

AM24634

LITERATUURLIJST Auwerda, F./ P. Grimm, 2008: Verliesregister 1939-1945, Alle militaire vliegtuigverliezen in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog, Den Haag. Bakker, de, H., 1966: ‘De subgroepen van het systeem van bodemclassificatie voor Nederland’, in Boor en spade: verspreide bijdragen tot de kennis van de bodem van Nederland, Wageningen. Bakker, de, H./ J. Schelling, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus. Staring Centrum, Wageningen. Berendsen, H.J.A., 2010: Fysisch-geografisch onderzoek, Assen. Berendsen, H.J.A., 2011: De vorming van het land. Inleiding in de geologie en Geomorfologie, Assen. Berendsen, H.J.A., 2005: Landschappelijk Nederland, Assen. Berendsen, H.J.A./E. Stouthamer/K.M. Cohen/W.Z. Hoek, 2019: Landschap in delen. De fysisch-geografische regio’s, Utrecht. Berkel, G. van/ K. Samplonius, 2006: Nederlandse plaatsnamen. Herkomst en Historie, Utrecht (Prisma). Blankenstein, van, E., 2006: Defensie- en oorlogsschade in kaart gebracht (1939 – 1945), Zeist. Hiddink, H./ H. Renes, 2007: ‘De oude akkercomplexen in de oostelijke helft van Noord-Brabant en het noorden en midden van Limburg’, in: Van Doesburg e.a. (red.), 2007: Essen in zicht: Essen en eerddekken in Nederland: onderzoek en beleid, Amersfoort (RCE).

Renes, J., 1999: Landschappen van Maas en Peel Een toegepast historisch-geografisch onderzoek in het strekplangebied Noord- en Midden-Limburg, Maastricht. Rensink, E./ H.J.T. Smeets/ M. Kosian/ H. Feiken/ B.I. Smit, 2019: Archeologische Landschappenkaart van Nederland, versie 3.0, Amersfoort. Stiboka (Stichting voor Bodemkartering), 1985: Toelichting bij de kaart 52 West, Wageningen. Stouthamer, E./ K.M. Cohen/ W.Z. Hoek, 2020: De vorming van het land. Geologie en Geomorfologie, Utrecht. TNO, 2021: Geologische overzichtskaart van Nederland, Den Haag (www.dinoloket.nl). Zonneveld, J.I.S., 1981: Vormen in het landschap, hoofdlijnen van de geomorfologie, Utrecht.

Pagina | 22

AM24634

Digitale bronnen: www.archis.cultureelerfgoed.nl

RCE, Archis3 (zoeken & vinden)

www.bagviewer.kadaster.nl

Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG)

www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl

Kadastraal minuutplan

www.cultureelerfgoed.nl

Bronnen en kaarten

www.heemkunde-castenray.nl/

Heemhundekring

www.pdok.nl

Basisregistratie Grootschalige Topografie (2017), kadaster

www.ruimtelijkeplannen.nl

Bestemmingsplan

www.topotijdreis.nl

Bonnebladen en Topografische kaarten van Nederland

www.omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart

Omgevingsloket

Archeologische kaarten en databestanden: Actueel Hoogtebestand van Nederland (2008-2019). AHN4 en AHN5 (Geraadpleegd via www.arcgis.com, bijlage in QGIS vervaardigd op basis van digitale data). Alterra 2023: Bodemkaart van Nederland,

schaal 1:50.000,

blad 52 West, Wageningen UR

(Geraadpleegd via

https://zoeken.cultureelerfgoed.nl, bijlage in QGIS vervaardigd op basis van digitale data Alterra). Alterra

2023:

Geomorfologische

kaart

van

Nederland,

schaal

1:50.000,

Wageningen

UR

(Geraadpleegd

via

https://zoeken.cultureelerfgoed.nl, bijlage in QGIS vervaardigd op basis van digitale data Alterra). Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007 (Geraadpleegd via https://zoeken.cultureelerfgoed.nl). Archeologisch Informatie Systeem II (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2015 (Geraadpleegd via https://zoeken.cultureelerfgoed.nl). Landesvermessungsamt, 1969, Kartenaufnahme der Rheinlande Tranchot en v. Müffling, 1801 – 1828, Keulen. RAAP adviesdocument 538, 2011: Actualisatie verwachtingskaart en opstellen beleidskaart met bijbehorende beleidsregels, Weert. Maas, G. J./ W.M. van der Meij/ S. P. J. v. Delft/ A. H. Heidema, 2019. Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart van Nederland, schaal

1:

1:50

000

(2019).

Wageningen,

Wageningen

Environmental

Research

(geraadpleegd

via

https://legendageomorfologie.wur.nl/).

Pagina | 23

aeres milieu

Bijlage 1 Topografische ligging onderzoeksgebied

AM24634

Legenda Plangebied

aeres milieu

Bijlage 2 Archeologische gegevens cf. Archis 3

AM24634

Legenda Plangebied

Graf (-veld)

Brug

Archis3/onderzoeksmeldingen_actueel

Nederzetting

Vliegtuigwrak

Cultus / Heiligdom

Industrie / Nijverheid

Versterking of versterkte nederzetting Agrarische productie en voedselvoorziening Landbouw

(Water-) Molen

AMK 14\Waardering Terrein van archeologische waarde Terrein van hoge archeologische waarde Terrein van zeer hoge archeologische waarde Terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd Complextype Depot

Visserij Infrastructuur Infrastructuur Scheepvaart (infrastructuur of scheepswrak)

Grondstofwinning Slagveld Complex onbepaald

aeres milieu

Bijlage 3 Archeologische beleidskaart gemeente Venray

AM24634

Legenda Plangebied

aeres milieu

Bijlage 4 Overzicht geomorfologische kaart

AM24634

Legenda Plangebied Dekzandrug Glooiing van beekdalzijde Dekzandwelvingen Landduinen met bijbehorende vlakten en laagten Dekzandvlakte Dalvormige laagte Beekdalbodem

aeres milieu

Bijlage 5 Overzicht bodemkaart

AM24634

Legenda Plangebied Vlierveengronden op zand zonder humuspodzol, beginnend ondieper dan 1.2 m Veldpodzolgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand Veldpodzolgronden; lemig fijn zand Haarpodzolgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand Hoge zwarte enkeerdgronden; lemig fijn zand Beekeerdgronden; lemig fijn zand Gooreerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand Vlakvaaggronden; lemig fijn zand Duinvaaggronden; leemarm en zwak lemig fijn zand

aeres milieu

Bijlage 6 Reliëfkaart

AM24634

Legenda Plangebied +NAP

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16974222/1