B1.03.03 - Aeres Milieu AM25104 Vliezenweg ong. Venray - verkennend bodemonderzoek
Tekst van het document
Verkennend bodemonderzoek Vliezenweg (ong.) te Venray (gemeente Venray)
Verkennend bodemonderzoek Vliezenweg (ong.) te Venray Aeres Milieu Projectnummer Status rapport Datum
: AM25104 : Definitief (versie 1) : 14 april 2025
Opdrachtgever
: De heer J.H. Albers Hardeweg 6 5801 PJ Venray
Opgesteld door
: BEd L. Koomen
Gecontroleerd door
: ing. J. Peters
Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl
2001 + 2002
Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform NEN 5740 en interpretatie aan de hand van de Leidraad Bodembescherming). Opgemerkt wordt dat bij een verkennend bodemonderzoek sprake is van een steekproefsgewijze bemonstering en het nemen van een beperkt aantal monsters. De mogelijkheid blijft daarom bestaan dat puntverontreinigingen, welke niet voortkomen uit het historisch onderzoek, niet door het onderzoek worden aangetoond. Daarnaast blijft het mogelijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van het bodemmateriaal voorkomen. Tot slot wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. Het bovenstaande betekent dat Aeres Milieu op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde bodemonderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het historisch onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.
AM25104
Pagina | 2
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ............................................................................................................................................................................................................4
2.
VOORONDERZOEK ............................................................................................................................................................................................5 2.1
Inleiding ............................................................................................................................................................................................................5
2.2
Topografische beschrijving........................................................................................................................................................................5
2.3
Bewonings- en bebouwingsgeschiedenis ............................................................................................................................................6
2.4
Dossieronderzoek ..........................................................................................................................................................................................6
2.5
Bodemopbouw en geo(hydro)logie .........................................................................................................................................................9
2.6
Beschrijving van de onderzoekslocatie .................................................................................................................................................9
2.7
Asbest ................................................................................................................................................................................................................9
2.8
Bodemkwaliteitskaart ............................................................................................................................................................................... 10
2.9
Onderzoekshypothese .............................................................................................................................................................................. 10
3.
ONDERZOEKSSTRATEGIE............................................................................................................................................................................ 11 3.1
Inleiding ......................................................................................................................................................................................................... 11
3.2
Onderzoeksstrategie NEN 5740 ............................................................................................................................................................ 11
4.
VELDWERKZAAMHEDEN.............................................................................................................................................................................. 12 4.1
Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 12
4.2
Grondbemonstering ................................................................................................................................................................................... 12
4.3
Grondwatermonstername ........................................................................................................................................................................ 13
5.
LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................................................................................................... 14 5.1
Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 14
5.2
Grondmengmonsters ................................................................................................................................................................................. 14
5.3
Grondwatermonster ................................................................................................................................................................................... 15
5.4
Toetsing van de gestelde hypothese .................................................................................................................................................. 15
6.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN.......................................................................................................................................................... 16
Bijlagen: 1 2 3 4 5 6 7 8
Topografische overzichtskaart Foto’s onderzoekslocatie Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten Boorprofielen Verklaring veldmedewerker Toetsingstabellen en analyserapport grondmengmonsters Toetsingstabellen en analyserapport grondwatermonster Rapportage bodemloket
AM25104
Pagina | 3
1.
INLEIDING
In opdracht van De heer J.H. Albers heeft Aeres Milieu B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie
: Vliezenweg (ong.) te Venray
Gemeente
: Venray
Kadastrale registratie
: Venray, sectie B, nummer 4749
Oppervlakte
: circa 1.030 m2
Huidig gebruik van de locatie
: grasland
Toekomstig gebruik
: wonen met tuin
Dit bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN 5740. Het verkennend bodemonderzoek bestaat uit een vooronderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie en aanvullend hierop een bodemonderzoek op het perceel.
Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen herontwikkeling op de onderzoekslocatie. Ter plaatse is nieuwbouw van een woning voorzien.
Doel Het doel van het verkennend onderzoek is, middels een steekproef, het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit ter plaatse. Het onderzoek is niet bedoeld om een exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven.
Onderzoek Aeres Milieu B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. In hoofdstuk 2 is het vooronderzoek en de daaruit volgende onderzoekshypothese beschreven. Naar aanleiding van de opgestelde hypothese wordt in hoofdstuk 3 de onderzoeksstrategie opgesteld. In hoofdstuk 4 worden de veldwerkzaamheden (grond-
en
grondwateronderzoek)
beschreven.
Hoofdstuk
5
beschrijft
de
laboratoriumwerkzaamheden
en
de
onderzoeksresultaten. Het rapport wordt afgesloten met hoofdstuk 6, waarin de conclusies en enkele aanbevelingen staan beschreven. Bemonstering en laboratoriumonderzoek vonden plaats in maart 2025. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de protocollen van de BRL SIKB 2000. De chemische analyses zijn uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam. Het laboratorium is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025. Alle analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatie Schema 3000 (AS3000).
AM25104
Pagina | 4
2. VOORONDERZOEK 2.1
Inleiding
Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de bepaling van de onderzoeksstrategie op onderhavige locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit vooronderzoek zijn opgenomen in voorliggend hoofdstuk. De in paragraaf 2.1 t/m 2.6 opgenomen informatie is afkomstig van/uit de opdrachtgever, het kadaster, topotijdreis.nl, het dinoloket, het bodemloket, gemeente Venray, provincie en de terreininspectie. In principe richt het vooronderzoek zich op alle percelen waarop het onderzoek betrekking heeft én de direct hieraan grenzende percelen. Indien een direct aangrenzend perceel smal (< 10 m breed) is, worden ook de percelen hier weer aan grenzend meegenomen. Indien de aangrenzende percelen groot zijn, wordt alleen het gedeelte van deze percelen binnen 25 meter vanaf de grens van de bodemonderzoekslocatie in beschouwing genomen, tenzij er aanleiding bestaat toch het gehele perceel te onderzoeken.
2.2
Topografische beschrijving
De onderzoekslocatie ligt ten westen de kern van Venray en ten noorden van de Deurneseweg (N270). Kadastraal is de locatie bekend als gemeente Venray, sectie B, nummer 4749. De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn X = 193.902 / Y = 392.371. Zie bijlage 1 voor een topografische kaart. Op onderstaande luchtfoto is de begrenzing van de onderzoekslocatie weergegeven.
Afbeelding 1: Begrenzing onderzoekslocatie (bron luchtfoto: PDOKViewer)
AM25104
Pagina | 5
2.3
Bewonings- en bebouwingsgeschiedenis
In het kader van het vooronderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Uit het kaartmateriaal is af te leiden dat de onderzoekslocatie nog nooit bebouwd is geweest. Tussen circa 1900 en 1925 was de locatie in gebruik als heide. Op de kaart uit 1925 en volgende kaarten is te zien dat vanaf 1925 de onderzoekslocatie in gebruik was als agrarisch bouwland. Ook is te zien dat de locatie direct ten noorden van de Vliezenweg ligt. Nabij de zessprong aan wegen ten oosten van de locatie is een huis gelegen, op de afbeelding uit 1963 zijn een drietal gebouwen aan de overkant van de locatie te zien. Op de kaart uit 1988 is te zien dat de bebouwing in de omgeving nog verder is toegenomen en ten noorden van de locatie is een bedrijf gevestigd. In 1999 zijn nog enkele bebouwingen gerealiseerd, onder meer op het perceel direct ten oosten van de onderzoekslocatie.
1900
1925
1963 1988 Afbeelding 2: Geraadpleegde historische kaarten (bron kaarten: topotijdreis.nl)
2.4
1937
1999-2021
Dossieronderzoek
Voor het verkrijgen van historische informatie van de onderzoekslocatie is op 25 februari 2025 een informatieverzoek ingediend bij de gemeente Venray. Gevraagd is naar uitgevoerde bodemonderzoeken en/of bodemsaneringen, verleende hinderwet- of milieuvergunningen, bouw- en/of sloopvergunningen, de aanwezigheid van onder- en/of bovengrondse brandstoftanks en gegevens over calamiteiten. Tevens is gevraagd of de locatie en de directe omgeving verdacht is op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFAS en/of GenX, of dat er ter plaatse bronlocaties bekend zijn voor PFAS of GenX. Voor de onderzoekslocatie zijn door de gemeente geen vergunningen overlegd in het kader van de voormalige Hinderwet, Wet milieubeheer, bouwvergunningen en/of sloopvergunningen.
AM25104
Pagina | 6
De gemeente Venray heeft bodemonderzoeken overlegd van een locatie in de directe omgeving. Op de locatie zelf zijn niet eerder bodemonderzoeken uitgevoerd. De relevante bodemonderzoekenzijn in tabel 2.1 weergegeven. Bodemonderzoek
Samenvatting resultaten
Vooronderzoek
Aanleiding tot het uitvoeren van het onderzoek is de aanvraag van een omgevingsvergunning. De locatie ligt
Vliezenweg 4a Venray,
zuidelijk ten opzichte van de onderzoekslocatie.
HMB, kenmerk: 23270401H,
Op basis van de resultaten van het uitgevoerde historische (bodem)onderzoek wordt geconcludeerd dat de
d.d.: 5 oktober 2023
onderzoekslocatie als onverdacht ten aanzien van bodemverontreiniging te beschouwen is. Ter plaatse van de onderzoekslocatie wordt geen bodemverontreiniging verwacht. Daarom wordt, conform het gemeentelijk beleid, de uitvoering van een verkennend bodemonderzoek in verband met de verlening van een omgevingsvergunning niet noodzakelijk geacht.
Analyseresultaten
Dit betreft een controle op de sanering van met huisvuil verontreinigde grond. Aanleiding voor de controle
Vliezenweg (ong.),
vloeit uit de verplichting die de gemeente heeft opgelegd naar aanleiding van de wijziging van het
Archimil,
bestemmingsplan. De locatie ligt zuidoostelijk ten opzichte van de onderzoekslocatie (Vliezenweg 8).
kenmerk: ARBO/BVB/bvb/041026,
De aanwezige puinverontreiniging zal in een later stadium verwijderd worden. De gemeente zal hier een
d.d.: 13 december 2004
controle over uitvoeren. Conclusies: -
De overschrijding van de BGW+-waarde voor minerale olie ter plaatse van de boringen 207 en 231 is verwijderd.
-
Ondanks dat de putwand en putbodem niet meer beschikbaar waren voor inspectie lijkt de sanering goed te zijn uitgevoerd. De hoeveelheid ontgraven grond die nog op de locatie is achtergebleven, is in overeenstemming met de verwachting.
-
De sanering van de PAK verontreinigde grond is nog niet uitgevoerd.
-
Afvoerbewijzen van de grond zijn nog niet voorradig.
Stappenplan sanering,
Vastgesteld is dat er twee spots op het terrein aanwezig zijn waar huishoudelijk afval en verbrandingsresten
Archimil,
in de bodem zijn aangetroffen en dat er een plaats is waar puin in de bodem is gebracht. De totale omvang
kenmerk: AR-
van de verontreiniging wordt ingeschat op 20 m³.
BO/BVB/bvb/040363, d.d.: 8 juni 2004
Uitvoering • De ontgraving van de verontreinigde grond kan worden uitgevoerd door de aannemer die ook gevraagd wordt voor het graven van de fundering. De op de bijgevoegde tekening aangegeven contouren zijn richtinggevend bij de graafwerkzaamheden. • Bij het ontgraven van de verontreiniging hoeft geen milieukundig begeleider aanwezig te zijn. • De aannemer markeert de horizontale grenzen van de verontreiniging in het veld aan de hand van bijgevoegde tekening. • Hierna wordt de schone toplaag ter plaatse van de verontreiniging met huishoudelijk afval verwijderd en op het perceel opgeslagen. • Nadat de toplaag is ontgraven worden de zintuiglijke waarneembare bodemvreemde materialen ontgraven en direct in een container gebracht die vervolgens afgevoerd wordt naar een erkend innemer. Van de afgifte dienen bewijzen overlegd te worden. • De puinverharding dient volledig ontgraven te worden en in een container te worden gebracht. Het puin kan vervolgens naar een innemer van puin worden afgevoerd.
AM25104
Pagina | 7
Bodemonderzoek
Samenvatting resultaten • Van de putbodems worden na de ontgraving controlemonsters genomen door Archimil welke in het laboratorium worden onderzocht. Vooralsnog wordt uitgegaan van twee (meng)monsters. Een mengmonster van de putbodems ter plaatse van het huishoudelijk afval (analyse op minerale olie). Een mengmonster van de putbodem ter plaatse van het puin (analyse op PAK's). • Wanneer op basis van deze controle-analyse blijkt dat de puinverharding afdoende is verwijderd dan kan de put worden aangevuld met schone of gebiedseigen grond. Als gebiedseigen grond kan bijvoorbeeld de grond gebruikt worden die bij het uitgraven van de fundering is vrijgekomen. Bij het aanvullen dient zorg te worden gedragen voor een goede verdichting van de grond.
Hardeweg/Vliezenweg
Aanleiding vormt de onderbouwing van een bestemmingsplanwijziging. De locatie ligt ten zuiden van de
Archimil, kenmerk: AR-
onderzoekslocatie.
/ODU/odu/040101, d.d.: 4 februari 2004
1.
De onderzochte grondmonsters zijn niet verontreinigd met lood.
2.
De verontreiniging in het mengmonster dat destijds is onderzocht kan worden toegeschreven aan een heterogeniteit op schaal van monsterneming.
3.
Aangezien er geen overschrijding van de tussenwaarde plaatsvindt is uitbreiding van het onderzoek niet noodzakelijk. Er is geen sprake van een geval van verontreiniging.
4.
Op twee hoekpunten van het raster van 7 x 7 meter is een aanzienlijke hoeveelheid puin in de bodem aangetroffen. In het vorige onderzoek is een relatie aangetoond tussen dit puin en het gehalte PAK. Het gehalte PAK in het puin overschrijdt de streefwaarde en de BGW+ waarde. Gezien het feit dat bij de ander boorpunten geen puin is aangetroffen concluderen wij dat het hier om een kleine spot gaat, < 25 m³. Verdere onderzoek en analyses zijn niet noodzakelijk.
5.
Dit onderzoek kan worden gebruikt als aanvulling op het eerdere bodemonderzoek dat is vastgelegd in het rapport van Kantersgroep Asten BV,1938R001 d.d. 12-12-2002 en brief KA·ME/JPUfjpu/030322 d.d. 01-04-2003.
Verkennend
Aanleiding vormt de aanvraag van een bestemmingsplanwijziging voor een perceel op de van de Hardeweg
bodemonderzoek
en de Vliezenweg te Venray. De locatie ligt ten zuiden van de onderzoekslocatie.
Hardeweg Venray, Kantersgroep,
kenmerk:
Bovengrond: Matig verontreinigd met lood, verder licht verhoogd met lood, PAK en minerale olie.
1938R001
Ondergrond: Geen verontreinigingen
d.d.: 12 december 2002
Grondwater: Licht verontreinigd met zink en 1.1.1.-trichloorethaan
Geadviseerd om het mengmonster met matige lood verontreiniging uit te splitsen, op basis hiervan naderonderzoek uitvoeren na de verontreiniging met minerale olie. Tabel 2.1: Overzicht uitgevoerde bodemonderzoeken
Op de locatie heeft, voor zover bekend, geen bovengrondse of ondergrondse opslag van oliehoudende producten plaatsgevonden. Er is geen informatie bekend dat op de locatie of directe omgeving (bedrijfs)activiteiten hebben plaatsgevonden die een potentiële bron zijn voor PFAS en/of GenX anders dan landelijk voorkomend bij de klasse Landbouw/natuur. Voor zover bekend hebben er op de locatie geen ophogingen, opvullingen of dempingen plaatsgevonden. Uit informatie van de gemeente Venray blijkt dat binnen of direct nabij het onderzoeksgebied geen (voormalige) stortplaatsen, ontgrondingen of ernstige bodemverontreinigingen bekend zijn. AM25104
Pagina | 8
2.5
Bodemopbouw en geo(hydro)logie
De verwachte bodemopbouw van de onderzoekslocatie wordt schematisch weergegeven in tabel 2.2. Diepte [m-mv]
Lithostratigrafie
Lithologie
0,0 – 6,4
Formatie van Boxtel
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind
6,4 – 17,6
Formatie van Beegden
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof zand, grind en midden zand, met weinig zandige klei en fijn zand, een spoor klei en kans op stenen, keien en blokken
17,6 – 51,1
Kiezeloölliet Formatie
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig klei, zandige klei, fijn zand en grind en een spoor bruinkool
51,1 – 78,4
Formatie van Breda
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand en kleiig zand, met weinig grof zand en glauconietzand en een spoor klei, bruinkool, grind en schelpen
Tabel 2.2: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket)
Het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie bevindt zich op een hoogte van circa 24,5 meter +NAP. De stroming van het freatisch grondwater is globaal noordwestelijk gericht en bevindt zich op een hoogte van circa 22,7 meter +NAP. De onderzoekslocatie bevindt zich niet binnen de grenzen van een grondwaterbeschermingsgebied.
2.6
Beschrijving van de onderzoekslocatie
Op 24 maart 2025 is een veldinspectie uitgevoerd. Hierbij is gelet op het terreingebruik en de aanwezigheid van ondergrondse tanks, stookplaatsen, (half)verhardingslagen, ophogingen, storthopen, dempingen, afgravingen en asbestverdacht materiaal op het terrein. Een fotoreportage van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 2. De fotostandplaatsen zijn opgenomen op een situatietekening in bijlage 3. De onderzoekslocatie betreft een perceel vlak grasland, zuidelijk is op de grens een groenstrook aanwezig. Er zijn geen bijzonderheden waargenomen tijdens de veldinspectie. Er zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen of bronnen van verontreinigingen. Tijdens de veldinspectie is op het terrein geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De onderzoekslocatie wordt aan de noordzijde begrensd door agrarisch bouwland, aan de oostzijde door een woning met tuin, aan de zuidzijde door de Vliezenweg en aan de westzijde door agrarisch bouwland.
2.7
Asbest
Uit het dossieronderzoek en de uitgevoerde veldinspectie is gebleken dat ter plaatse van de onderzoekslocatie geen asbestverdachte activiteiten hebben plaatsgevonden.
AM25104
Pagina | 9
2.8
Bodemkwaliteitskaart
Uit de regionale bodemkwaliteitskaart Limburg Noord (Sweco, 24-05-2019) blijkt dat de onderzoekslocatie voor de bovengrond en ondergrond ligt in het deelgebied ‘landbouw/natuur’. Voor zowel de bovengrond als de ondergrond geldt de ontgravingsklasse ‘landbouw/natuur’. Op de bodemfunctieklassenkaart heeft de locatie de functieklasse ‘landbouw/natuur’. Volgens de PFAS bodemkwaliteitskaart Limburg Noord (Sweco, 03-09-2020) geldt voor zowel de bovengrond als de ondergrond de ontgravingsklasse ‘landbouw/natuur’. Er zijn geen verhoogde gehalten aan PFAS te verwachten.
2.9
Onderzoekshypothese
Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek is de onderzoekslocatie als “onverdacht” beschouwd op het voorkomen van bodemverontreiniging. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem wordt niet verwacht (niet verdacht).
AM25104
Pagina | 10
3. ONDERZOEKSSTRATEGIE 3.1
Inleiding
Op basis van de verzamelde informatie uit het vooronderzoek (NEN 5725) en de gestelde onderzoekshypothese(n) voor de onderzoekslocatie, is een onderzoeksstrategie opgesteld conform de richtlijnen van de onderzoeksnorm NEN 5740 (BodemLandbodem; Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond) van het Nederlands Normalisatie-Instituut.
3.2
Onderzoeksstrategie NEN 5740
Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de strategie ‘ONV-NL’ (onverdacht) uit de NEN 5740. In principe worden boringen willekeurig verspreid over de gehele onderzoekslocatie. Voor het vaststellen van de milieuhygiënische conditie van de bodem (grond en grondwater) van de onderzoekslocatie zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden. ONDERZOEKSNORM NEN 5740 'ONV-NL Aantal boringen
Aantal te onderzoeken (meng)monsters
oppervlakte (m²)
tot 0,5 m
èn tot 2 m
èn met peilbuis
bovengrond
ondergrond
grondwater
1.030
6
1
1
1
1
1
NEN-grond
NEN-grond
NEN-grondwater
Analysepakket
Tabel 3.1: Veldwerk, monstername en analysestrategie volgens NEN 5740 ‘ONV-NL’ Uit elke boring worden monsters genomen in trajecten van ten hoogste 0,5 m.
Legenda bij tabel 3.1 De bovengrond en de ondergrond worden onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • drogestof-bepaling • 9 zware metalen • 10 polycyclische aromatische koolwaterstoffen • 7 polychloorbifenylen (PCB) • minerale olie Tevens bepaalt het laboratorium het gehalte aan organische stof en lutumgehalte voor het vaststellen van een toetsingskader voor de lokale bodemkwaliteit. Het grondwater wordt onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • 9 zware metalen • 8 vluchtige aromatische koolwaterstoffen (incl. naftaleen) • 21 vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen • minerale olie
AM25104
Pagina | 11
4. VELDWERKZAAMHEDEN 4.1
Algemeen
Conform de onderzoeksstrategie, zoals beschreven in hoofdstuk 3, is op de onderzoekslocatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 conform protocollen 2001 en 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Voor het traceren van de kabels en leidingen is voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden een KLIC melding verricht.
4.2
Grondbemonstering
Op 24 maart 2025 zijn de boringen geplaatst volgens de in paragraaf 3.2 weergegeven onderzoeksstrategie. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer L. Koomen, erkend monsternemer in het kader van de BRL SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002 en 2018 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. De boringen zijn verricht met behulp van de Edelmanboor (ø 7 of 10 cm). De boorpuntlocaties zijn opgenomen op een situatietekening in bijlage 3.
Ter plaatse van boorpunt 1 is een boring afgewerkt met een peilbuis. De bovenkant van het peilbuisfilter is onder de aangetroffen grondwaterstand geplaatst. Tijdens de installatie van de peilbuis is geen werkwater gebruikt. Het opgeboorde bodemmateriaal is volgens de classificatienorm voor onverharde bodems (NEN 5104) beoordeeld. Daarnaast is vastgesteld in hoeverre het opgeboorde materiaal mogelijke aanwijzingen biedt voor de aanwezigheid van visueel zichtbare verontreiniging. De uitkomende grond en alle zintuiglijk waargenomen bijzonderheden zijn per boring beschreven in de profielbeschrijvingen (zie bijlage 4). Bij het beoordelen en beschrijven van de uitkomende grond zijn zintuiglijk geen bijzonderheden geconstateerd. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de bodemopbouw heeft laagsgewijze bemonstering plaatsgevonden. In het kader van dit onderzoek is geen asbest in bodemonderzoek conform de NEN 5707 verricht naar het voorkomen van asbest in de bodem en op het maaiveld. Wel heeft een inspectie van het terrein plaatsgevonden. Op het maaiveld en in de vrijkomende grond zijn visueel geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Het voorliggende onderzoek doet echter geen bindende uitspraak over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem binnen de onderzoekslocatie.
AM25104
Pagina | 12
4.3
Grondwatermonstername
De peilbuis is een week na plaatsing op 31 maart 2025 bemonsterd conform protocol 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. De bemonstering is uitgevoerd door erkend veldwerker van Aeres Milieu, de heer L. Koomen. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand opgenomen en zijn de zuurgraad (pH) en het elektrischegeleidingsvermogen (Ec) van het grondwater bepaald. Deze waarden waren constant bij monstername. De geleidbaarheid is gecorrigeerd voor de grondwatertemperatuur. De geleiding is een maat voor de concentratie aan opgeloste stoffen in het water, terwijl de pH de zuurgraad van het water aangeeft (pH<7: zuur, pH = 7: neutraal, pH>7: basisch). De grondwatermonsters zijn in het veld, voor zover noodzakelijk gefiltreerd en geconserveerd. De in het veld gemeten parameters zijn in tabel 4.3 samengevat. Peilbuis 01
Filterdiepte (m-mv.) 2,0 – 3,0
Grondwaterstand (m-mv.) 1,7
pH (-) 6,7
Ec (µS/cm) 340
Troebelheid (NTU) 14,1
Tabel 4.3: Resultaten veldmetingen tijdens grondwatermonstername
De meetresultaten van de pH en Ec wijken niet af van natuurlijk of regionaal voorkomende waarden. In het grondwater in de peilbuis is sprake van een verhoogde troebelheid (>10 NTU). Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehalten aan organische parameters in het grondwater. Bij het voorliggende onderzoek is de index van geen enkele organische parameter verhoogd (zie 5.3 grondwateranalyse). De eventuele overschatting van de gehalten als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft geen gevolgen voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd.
AM25104
Pagina | 13
5. LABORATORIUMONDERZOEK 5.1
Algemeen
De analyses zijn uitgevoerd door het onderzoekslaboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam. Het laboratorium is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025, waar verdere conservering en (voor)behandeling van de monsters plaats heeft gevonden.
5.2
Grondmengmonsters
In het laboratorium zijn voor het chemisch onderzoek van de grondmonsters uit de boven- en ondergrond al dan niet mengmonsters samengesteld volgens onderstaande tabel’5.1. De keuze voor het samenstellen van deelmonsters tot een mengmonster of het analyseren van individuele monsters is gebaseerd op de zintuiglijke waarnemingen in het veld en op de onderzoeksstrategie. Analysemonster MM1
Traject (m -mv) 0,00 - 0,50
Deelmonsters 01 (0,00 - 0,50) 02 (0,00 - 0,40)
Zintuiglijke waarnemingen Geen bijzonderheden
Analysepakket Standaardpakket incl. lu/os
Geen bijzonderheden
Standaardpakket incl. lu/os
03 (0,00 - 0,50) 04 (0,00 - 0,50) 05 (0,00 - 0,50) 06 (0,00 - 0,50) 07 (0,00 - 0,50) 08 (0,00 - 0,50) MM2
0,50 - 2,00
01 (0,50 - 1,00) 01 (1,00 - 1,50) 01 (1,50 - 2,00) 02 (0,50 - 1,00) 02 (1,00 - 1,50) 02 (1,50 - 2,00)
Tabel 5.1: samenstelling analysemonsters en analysepakket lu/os: lutum fractie en organische stofgehalte
De analyseresultaten van de grond(meng)monsters worden in de volgende tabel 5.2 samengevat. Toetsingen zijn vooralsnog uitgevoerd volgens de tijdelijke kaders van de omgevingswet in afwachting van formele vaststelling door Rijkswaterstaat. Tevens is indicatief getoetst aan de bodemkwaliteitsklasse bij toepassing van de grond op landbodem (T101). In de Regeling bodemkwaliteit (RBK) is vastgelegd dat de toetsing altijd moet plaatsvinden door het gevonden gehalte in een monster eerst te corrigeren met het lutum en organisch stof gehalte (=berekende concentratie) en vervolgens te vergelijken met de grenswaarden van de Regeling Bodemkwaliteit. In de tabel zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de klasse landbouw/natuur. Zie bijlage 6 voor de toetsingstabellen en het analyserapport. Monster
Traject
Zintuiglijke
Verhoogde component en
Overschrijding
Indicatieve toetsing
(m -mv)
waarnemingen
berekende concentratie [mg/kg d.s.]
interventiewaarde
kwaliteit
MM1
0,00 - 0,50
Geen bijzonderheden
Koper
51
Nee
Landbouw/natuur
MM2
0,50 - 2,00
Geen bijzonderheden
-
-
Nee
Landbouw/natuur
Tabel 5.2: Toetsingsresultaten van de grond(meng)monsters
AM25104
Pagina | 14
Uit de analyseresultaten blijkt dat in de grondmengmonsters van bovengrond en ondergrond geen overschrijdingen van de interventiewaarde zijn aangetoond. In het grondmengmonster van de bovengrond (MM1) is een licht verhoogd gehalte aan koper aangetoond. Indicatief voldoet dit grondmengmonster aan bodemkwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’. In het grondmengmonster van de ondergrond (MM2) zijn geen verhoogde concentraties aangetroffen. Ook dit grondmengmonster voldoet bij indicatieve toetsing kwaliteit aan de klasse ‘landbouw/natuur’. Toelichting verontreinigingen Zware metalen bezitten een geringe mobiliteit in de bodem en hechten zich met name aan slib- en kleideeltjes. Zware metalen komen van nature in bepaalde concentraties in de bodem voor. Deze concentraties kunnen verhoogd voorkomen in het stedelijk milieu. De afgifte vindt onder andere plaats door dakpannen, dakgoten, kabels en leidingen, verkeer en afval. Ook depositie van zware metalen op de bodem door industriële activiteiten is een mogelijke oorzaak van verhoogde concentraties. Tot de bedrijfsactiviteiten die verontreiniging van de bodem met zware metalen kunnen veroorzaken worden onder andere gerekend galvanische bedrijven, grafische industrie, sloperijen en metaalbewerkende industrie.
5.3
Grondwatermonster
Door de vaststelling van de omgevingswet zijn voor grondwater nu instructieregels en omgevingswaarden opgenomen in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (bkl, artikel 4.12a signaleringsparameters beoordeling grondwatersanering). Hiervoor is nog geen nieuwe toetsingsservice beschikbaar. Er is handmatig getoetst aan de signaleringswaarde grondwaterkwaliteit uit de Bkl. Zie bijlage 7 voor het analyserapport en de toetsingstabellen. De analyseresultaten van de grondwatermonsters worden in de volgende tabel 5.3 samengevat. In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende voorkeurswaarde en signaleringswaarde.
Peilbuis Pb 1
Verhoogde component -
Gemeten concentratie [µg/l] -
Overschrijding signaleringswaarde Nee
Tabel 5.3: Toetsingsresultaten van de grondwatermonsters
Uit de analyseresultaten blijkt dat het grondwater afkomstig uit peilbuis 1 geen van de onderzochte componenten zijn gemeten in een gehalte verhoogd ten opzichte van de signaleringswaarden van de Bkl.
5.4
Toetsing van de gestelde hypothese
Geconcludeerd kan worden dat de berekende concentraties in de grond in tegenspraak zijn met de vooraf geformuleerde hypothese dat de locatie als onverdacht beschouwd kan worden. In de bovengrond is een lichte verhoging met koper gemeten. De gemeten concentratie ligt ruim beneden de interventiewaarden. Uit de monsterconclusie indicatieve toetsing kwaliteit blijkt dat beide monsters voldoen aan de klasse ‘landbouw/natuur’. Het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek is niet noodzakelijk. Geconcludeerd kan worden dat de gemeten concentraties in het grondwater in overeenstemming zijn met de vooraf opgestelde hypothese dat de locatie onverdacht is. In het grondwater zijn geen verhogingen aangetoond. Het uitvoeren van een aanvullend of nader grondwateronderzoek is niet noodzakelijk.
AM25104
Pagina | 15
6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Tijdens de veldinspectie op de locatie zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging. In het opgeboorde bodemmateriaal zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de bovengrond en ondergrond geen overschrijding van de interventiewaarde gemeten is. In het grondmengmonster van de bovengrond (MM1) is een licht verhoogd gehalte aan koper aangetoond. Indicatief voldoet dit grondmengmonster aan bodemkwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’. In het grondmengmonster van de ondergrond (MM2) zijn geen verhoogde concentraties aangetroffen. Ook dit grondmengmonster voldoet bij indicatieve toetsing kwaliteit aan de klasse ‘landbouw/natuur’. In het grondwater zijn geen verhogingen aangetoond. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen herontwikkeling op de locatie (bouwen woning). Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast.
Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit bodemkwaliteit in combinatie met de bodemvoorschriften bij milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het omgevingsplan (met bodemkwaliteitskaart) van toepassing.
AM25104
Pagina | 16
aeres milieu
Bijlage 1 Topografische overzichtskaart
AM25104
aeres milieu
Bijlage 2 Foto’s onderzoekslocatie
AM25104
AM25104
Foto 1
Foto 2
Foto 3
Foto 4
aeres milieu
Bijlage 3 Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten
AM25104
getekend volgens NEN 5104
Boring:
01
Boring:
02
Datum: X: 193901,25
24-3-2025 Y: 392365,49
Datum: X: 193914,08
24-3-2025 Y: 392356,07
0
0
gras
0
0
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
1
gras Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
1 40
50
50
Zand matig fijn, zwak siltig, sporen roest, licht grijsbeige, Edelmanboor
50 Zand matig fijn, zwak siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor
2
2
100
100
100
100 Zand matig fijn, zwak siltig, neutraal beigegrijs, Edelmanboor
Zand matig fijn, zwak siltig, neutraal beigegrijs, Edelmanboor
3
3
150
150
4
4
200
200
200
200 Zand matig fijn, matig siltig, neutraalgrijs, Zuigerboor handmatig
250
300
300
Boring:
03
Boring:
04
Datum: X: 193889,03
24-3-2025 Y: 392369,33
Datum: X: 193902,63
24-3-2025 Y: 392376,00
0
0
gras
0
0
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
1
50
50
gras Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
1
50
50
Boring:
05
Boring:
06
Datum: X: 193892,72
24-3-2025 Y: 392359,23
Datum: X: 193909,29
24-3-2025 Y: 392366,84
0
0
gras
0
0
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
1
50
50
gras Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
1
50
50
Boring:
07
Boring:
08
Datum: X: 193899,98
24-3-2025 Y: 392352,35
Datum: X: 193904,27
24-3-2025 Y: 392359,31
0
0
50
Projectnaam: Vliezenweg (ong.) te Venray Projectcode: AM25104
0
0
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
1
50
gras
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
1
50
gras
50
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
aeres milieu
Bijlage 4 Boorprofielen
AM25104
Legenda Plangebied Foto's Boringen boring tot 0,50 m - mv. boring tot 2,00 m - mv. peilbuis
aeres milieu
Bijlage 5 Verklaring veldmedewerker
AM25104
VERKLARING Hierbij verklaar ik (ondergetekende) dat de veldwerkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever zijn uitgevoerd conform de eisen van de BRL 2000 en de bijbehorende protocollen.
Projectnummer
AM25104
Onderzoekslocatie
Vliezenweg (ong.) te Venray
Opdrachtgever
De heer J.H. Albers
Afwijkingen van BRL 2000 (protocol)
Nee Ja, aard en motivatie afwijkingen beschrijven
Uitvoering werkzaamheden protocol 2001
24 maart 2025
Uitvoering werkzaamheden protocol 2002
31 maart 2025
Gecertificeerd monsternemer
L. Koomen
aeres milieu
Bijlage 6 Toetsingstabellen en analyserapport grondmengmonsters
AM25104
Inhoud Analysemonsters-conclusietabel ................................................................................................................................................ 2 Overschrijdingstabel ................................................................................................................................................................... 2 Analysemonster toetsing tabellen.............................................................................................................................................. 3 Toetstabel analysemonster: MM1 ........................................................................................................................................ 3 Toetstabel analysemonster: MM2 ........................................................................................................................................ 4 Legenda ...................................................................................................................................................................................... 5 Normentabel T.101 / T.130 ........................................................................................................................................................ 6
Projectcode: AM25104
1
Analysemonsters-conclusietabel Analysemonster
Deelmonsters
MM1
2 (0,00 - 0,40), 7 (0,00 - 0,50), 8 (0,00 0,50), 1 (0,00 - 0,50), 5 (0,00 - 0,50), 3 (0,00 - 0,50), 4 (0,00 - 0,50), 6 (0,00 0,50) 2 (0,50 - 1,00), 2 (1,00 - 1,50), 2 (1,50 2,00), 1 (0,50 - 1,00), 1 (1,00 - 1,50), 1 (1,50 - 2,00)
MM2
Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de bodem (T.101) Klasse landbouw/natuur
Beoordeling aan de interventiewaarde bodemkwaliteit (landbodem) (T.130)
Klasse landbouw/natuur
Voldoet aan Interventiewaarde
Voldoet aan Interventiewaarde
Overschrijdingstabel Analysemonster MM1
MM2
Legenda WO IND MV SV > IW
Deelmonsters 2 (0,00 - 0,40), 7 (0,00 - 0,50), 8 (0,00 - 0,50), 1 (0,00 - 0,50), 5 (0,00 - 0,50), 3 (0,00 - 0,50), 4 (0,00 - 0,50), 6 (0,00 - 0,50) 2 (0,50 - 1,00), 2 (1,00 - 1,50), 2 (1,50 - 2,00), 1 (0,50 - 1,00), 1 (1,00 - 1,50), 1 (1,50 - 2,00)
WO (T.101) Koper [Cu]
IND (T.101) -
MV (T.101) -
SV (T.101) -
>IW (T.130) -
-
-
-
-
-
Klasse Wonen Klasse Industrie Klasse Matig Verontreinigd Klasse Sterk Verontreinigd Groter dan Interventie waarden
Projectcode: AM25104
2
Analysemonster toetsing tabellen Toetstabel analysemonster: MM1 Analysemonster
MM1
Certificaatcode Datum monster
24-03-2025
Boring(en)
2, 7, 8, 1, 5, 3, 4, 6
Traject (cm-mv)
0-50
Humus (% ds)
2,1
Lutum (% ds)
2,2
Toetsing
T.101 omgevingswet
T.130 omgevingswet
Toetsdatum
14-04-2025
14-04-2025
Monsterconclusie
Klasse landbouw/natuur
Voldoet aan Interventiewaarde
Meetwaarden
GSSD
Eenheid
Oordeel T.101
Oordeel T.130
PCB (som 7)
< 4,9
< 23
µg/kg ds
<LN
<=IW
PCB 28
<1
<3
µg/kg ds
PCB 52
<1
<3
µg/kg ds
PCB 101
<1
<3
µg/kg ds
PCB 118
<1
<3
µg/kg ds
PCB 138
<1
<3
µg/kg ds
PCB 153
<1
<3
µg/kg ds
PCB 180
<1
<3
µg/kg ds
Kobalt [Co]
<3
<7
mg/kg ds
<LN
<=IW
Nikkel [Ni]
<4
<8
mg/kg ds
<LN
<=IW
Koper [Cu]
25
51
mg/kg ds
WO
<=IW
Zink [Zn]
39
91
mg/kg ds
<LN
<=IW
Molybdeen [Mo]
< 1,5
<1
mg/kg ds
<LN
<=IW
Cadmium [Cd]
0,21
0
mg/kg ds
<LN
<=IW
Barium [Ba]
< 20
< 53
mg/kg ds
---------- 6
---------- 5
Kwik [Hg]
< 0,05
<0
mg/kg ds
<LN
<=IW
Lood [Pb]
< 10
< 11
mg/kg ds
<LN
<=IW
Droge stof
91,3
91
% ds
---------- 6
---------- 5
Lutum
2,2
%
Organische stof (humus)
2,1
% ds
Gechloreerde koolwaterstoffen
Metalen
Overig
Overige (organische) verbindingen Minerale olie C10 - C12
<5
17
mg/kg ds
---------- 6
---------- 5
Minerale olie C12 - C22
<5
17
mg/kg ds
---------- 6
---------- 5
Minerale olie C22 - C30
<5
17
mg/kg ds
---------- 6
---------- 5
Minerale olie C30 - C40
<5
17
mg/kg ds
---------- 6
---------- 5
Minerale olie C10 - C40
< 20
< 67
mg/kg ds
<LN
<=IW
Naftaleen
< 0,01
<0
mg/kg ds
Anthraceen
< 0,01
<0
mg/kg ds
Fenanthreen
< 0,01
<0
mg/kg ds
Fluorantheen
0,01
0
mg/kg ds
Chryseen
< 0,01
<0
mg/kg ds
Benzo(a)anthraceen
< 0,01
<0
mg/kg ds
Benzo(a)pyreen
< 0,01
<0
mg/kg ds
Benzo(k)fluorantheen
< 0,01
<0
mg/kg ds
Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen
< 0,01
<0
mg/kg ds
Benzo(g,h,i)peryleen
< 0,01
<0
mg/kg ds
PAK 10 VROM
0,073
0
mg/kg ds
<LN
<=IW
PAK
Projectcode: AM25104
3
Toetstabel analysemonster: MM2 Analysemonster
MM2
Certificaatcode Datum monster
24-03-2025
Boring(en)
2, 2, 2, 1, 1, 1
Traject (cm-mv)
50-200
Humus (% ds)
0,4
Lutum (% ds)
4,8
Toetsing
T.101 omgevingswet
T.130 omgevingswet
Toetsdatum
14-04-2025
14-04-2025
Monsterconclusie
Klasse landbouw/natuur
Voldoet aan Interventiewaarde
Meetwaarden
GSSD
Eenheid
Oordeel T.101
Oordeel T.130
PCB (som 7)
< 4,9
< 25
µg/kg ds
<LN
<=IW
PCB 28
<1
<4
µg/kg ds
PCB 52
<1
<4
µg/kg ds
PCB 101
<1
<4
µg/kg ds
PCB 118
<1
<4
µg/kg ds
PCB 138
<1
<4
µg/kg ds
PCB 153
<1
<4
µg/kg ds
PCB 180
<1
<4
µg/kg ds
Kobalt [Co]
<3
<6
mg/kg ds
<LN
<=IW
Nikkel [Ni]
5,9
14
mg/kg ds
<LN
<=IW
Koper [Cu]
<5
<7
mg/kg ds
<LN
<=IW
Zink [Zn]
< 20
< 29
mg/kg ds
<LN
<=IW
Molybdeen [Mo]
< 1,5
<1
mg/kg ds
<LN
<=IW
Cadmium [Cd]
< 0,2
<0
mg/kg ds
<LN
<=IW
Barium [Ba]
< 20
< 40
mg/kg ds
---------- 6
---------- 5
Kwik [Hg]
< 0,05
<0
mg/kg ds
<LN
<=IW
Lood [Pb]
< 10
< 10
mg/kg ds
<LN
<=IW
Droge stof
89,2
89
% ds
---------- 6
---------- 5
Lutum
4,8
%
Organische stof (humus)
0,4
% ds
Gechloreerde koolwaterstoffen
Metalen
Overig
Overige (organische) verbindingen Minerale olie C10 - C12
<5
18
mg/kg ds
---------- 6
---------- 5
Minerale olie C12 - C22
<5
18
mg/kg ds
---------- 6
---------- 5
Minerale olie C22 - C30
<5
18
mg/kg ds
---------- 6
---------- 5
Minerale olie C30 - C40
<5
18
mg/kg ds
---------- 6
---------- 5
Minerale olie C10 - C40
< 20
< 70
mg/kg ds
<LN
<=IW
Naftaleen
< 0,01
<0
mg/kg ds
Anthraceen
< 0,01
<0
mg/kg ds
Fenanthreen
< 0,01
<0
mg/kg ds
Fluorantheen
< 0,01
<0
mg/kg ds
Chryseen
< 0,01
<0
mg/kg ds
Benzo(a)anthraceen
< 0,01
<0
mg/kg ds
Benzo(a)pyreen
< 0,01
<0
mg/kg ds
Benzo(k)fluorantheen
< 0,01
<0
mg/kg ds
Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen
< 0,01
<0
mg/kg ds
Benzo(g,h,i)peryleen
< 0,01
<0
mg/kg ds
PAK 10 VROM
< 0,07
<0
mg/kg ds
<LN
<=IW
PAK
Projectcode: AM25104
4
Legenda Parameter oordelen (T.101) <LN Landbouw natuur WO Wonen IND Industrie MV Matig verontreinigd SV Sterk verontreinigd # Verhoogde rapportagegrens GSSD Gestandaardiseerde meetwaarde Parameter oordelen (T.130) <=IW Kleiner dan gelijk aan interventiewaarde >IW Groter dan interventiewaarde # Verhoogde rapportagegrens GSSD Gestandaardiseerde meetwaarde Parameter meldingen 2 Enkele parameters ontbreken in de som 5 IW ontbreekt: zorgplicht van toepassing 6 Heeft geen normwaarde: zorgplicht van toepassing 7 Heeft andere normwaarde: zorgplicht van toepassing 9 Max waarde B ontbreekt: zorgplicht van toepassing 11 Enkele parameters ontbreken in de berekening van de somfractie 12 Interventiewaarde wordt overschreden door som fractie IW > 1 13 Indicatieve interventiewaarde wordt overschreden 14 Streefwaarde ontbreekt zorgplicht van toepassing 21 Overschrijding Emissietoetswaarde 22 Max waarde verspreiden ontbreekt 37 Geen overschrijding Interventiewaarde 38 Bij antropogene bron: > voormalige interventiewaarde 41 Verhoogde rapportagegrens geconstateerd 44 Kwaliteitseis sterk verontreinigd ontbreekt: zorgplicht van toepassing Monstermeldingen 10 Monsters waarmee gemiddelde is berekend zijn van ongelijke kwaliteit 18 Monsters waarmee gemiddelde is berekend hebben ongelijk stoffenpakket
Projectcode: AM25104
5
Normentabel T.101 / T.130 LN
WO
IND
I
50 20 20
ANORGANISCHE VERBINDINGEN Cyanide (complex, pH onbelangrijk) Cyanide (vrij) Thiocyanaten (som)
mg/kg mg/kg mg/kg
5,5 3 6
5,5 3 6
50 20 20
AROMATISCHE VERBINDINGEN 1,2,3-Trimethylbenzeen 1,2,4-Trimethylbenzeen 3-Ethyltolueen Benzeen Cresolen (som) Dodecylbenzeen Ethylbenzeen Fenol iso-Propylbenzeen (Cumeen) Propylbenzeen Som 16 Aromatische oplosmiddelen Styreen (Vinylbenzeen) Tolueen Xylenen (som)
mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg
0,45 0,45 0,45 0,2 0,3 0,35 0,2 0,25 0,45 0,45 2,5 0,25 0,2 0,45
0,45 0,45 0,45 0,2 0,3 0,35 0,2 0,25 0,45 0,45 2,5 0,25 0,2 0,45
0,45 0,45 0,45 1 5 0,35 1,25 1,25 0,45 0,45 2,5 25 1,25 1,25
BESTRIJDINGSMIDDELEN 4-Chloor-2-methylfenoxy-azijnzuur Aldrin alfa-Endosulfan alfa-HCH Atrazine Azinphos-methyl beta-HCH Carbaryl Carbofuran Chloordaan (cis + trans) DDD (som) DDE (som) DDT (som) Drins (Aldrin+Dieldrin+Endrin) gamma-HCH Heptachloor Heptachloorepoxide Hexachloorbutadieen Organotin, som TBT+TFT, als SN Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm Som niet chloorhoudende bestrijding Tributyltin (als Sn)
mg/kg µg/kg µg/kg µg/kg µg/kg µg/kg µg/kg mg/kg µg/kg µg/kg µg/kg µg/kg µg/kg µg/kg µg/kg µg/kg µg/kg µg/kg µg/kg µg/kg µg/kg µg/kg
0,55
0,55
0,55
0,9 1 35 7,5 2 0,15 17 2 20 100 200 15 3 0,7 2 3 150 400 90 65
0,9 1 35 7,5 2 0,15 17 2 840 130 200 40 40 0,7 2
100 500 500 7,5 500 0,45 17 500 34000 1300 1000 140 500 100 100
500
2500
90 65
500 65
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,1,1-Trichloorethaan 1,1,2-Trichloorethaan 1,1-Dichloorethaan 1,1-Dichlooretheen 1,2-Dichloorethaan 2-Ethyltolueen 4-chloormethylfenolen (som) 4-Ethyltolueen Chloornaftaleen cis + trans-1,2-Dichlooretheen Dichloorbenzenen (som) Dichloorfenolen (som) Dichloormethaan Dichloorpropaan Hexachloorbenzeen (HCB) Monochlooranilinen (som) Monochloorbenzeen Monochloorfenolen (som) PCB (som 7) Pentachlooraniline Pentachloorbenzeen (QCB) Pentachloorfenol (PCP) Som 29 dioxines (als TEQ) Tetrachloorbenzenen (som) Tetrachlooretheen (Per) Tetrachloorfenolen (som) Tetrachloormethaan (Tetra) Tribroommethaan (bromoform) Trichloorbenzenen (som) Trichlooretheen (Tri) Trichloorfenolen (som) Trichloormethaan (Chloroform) Vinylchloride
mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg µg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg µg/kg mg/kg mg/kg µg/kg µg/kg mg/kg µg/kg µg/kg ng/kg µg/kg mg/kg µg/kg mg/kg mg/kg µg/kg mg/kg µg/kg mg/kg mg/kg
0,25 0,3 0,2 0,3 0,2 0,45 0,6 0,45 70 0,3 2 0,2 0,1 0,8 8,5 0,2 0,2 45 20 0,15 2,5 3 55 9 0,15 15 0,3 0,2 15 0,25 3 0,25 0,1
0,25 0,3 0,2 0,3 0,2 0,45 0,6 0,45 70 0,3 2 0,2 0,1 0,8 27 0,2 0,2 45 40 0,15 2,5 1400 55 9 0,15 1000 0,3 0,2 15 0,25 3 0,25 0,1
0,25 0,3 0,2 0,3 4 0,45 0,6 0,45 10000 0,3 2 6 3,9 0,8 1400 0,2 5 5400 500 0,15 5000 5000 55 2200 4 600 0,7 0,2 5000 2,5 6000 3 0,1
METALEN Antimoon Arseen Cadmium Chroom (VI) Chroom Kobalt Koper Kwik Lood
mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg
4 20 0,6
15 27 1,2
22 76 4,3
55 15 40 0,15 50
64 35 54 0,83 210
180 190 190 4,8 530
Projectcode: AM25104
1,1 13 110 14
86 32 17
4 320 4000 17000 710 1600 0,45 17 1600 34000 2300 1700 4000 1200 4000 4000 2500
15 10 15 0,3 6,4
23000 1 5 22 3,9 2 2000 50 15 5400 1000 6700 12000 180 2200 8,8 21000 0,7 75 11000 2,5 22000 5,6 0,1
22 76 13 78 180 190 190 36 530
6
Molybdeen Nikkel Tin Vanadium Zink
mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg
1,5 35 6,5 80 140
88 39 180 97 200
190 100 900 250 720
190 100
OVERIG Benzylbutylftalaat Dihexylftalaat methylkwik som gewogen asbest
µg/kg µg/kg mg/kg mg/kg
70 70
2600 18000
48000 60000
100
100
48000 220000 4 100
OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN 1,3,5-Trimethylbenzeen (Mesityleen) 2-Propanol Acrylonitril Bis(ethylhexyl)ftalaat Butanol Butylacetaat Cyclohexanon Dibutylftalaat Diethyleenglycol Diethylftalaat Di-isobutylftalaat Dimethylftalaat Ethylacetaat Ethyleenglycol Formaldehyde Methanol Methylethylketon (MEK) Methyl-tert-butylether (MTBE) Minerale olie (totaal) Pyridine Tetrahydrofuraan Tetrahydrothiofeen
mg/kg mg/kg mg/kg µg/kg mg/kg mg/kg mg/kg µg/kg mg/kg µg/kg µg/kg µg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg
0,45 0,75 0,1 45 2 2 2 70 8 45 45 45 2 5 0,1 3 2 0,2 190 0,25 0,45 1,5
0,45 0,75 0,1 8300 2 2 2 5000 8 5300 1300 9200 2 5 0,1 3 2 0,2 190 0,25 0,45 1,5
0,45 0,75 0,1 60000 2 2 150 36000 8 53000 17000 60000 2 5 0,1 3 2 0,2 500 1 2 8,8
PAK PAK 10 VROM
mg/kg
1,5
6,8
40
Projectcode: AM25104
720
60000
150 36000 53000 17000 82000
5000 11 7 8,8
40
7
SGS Environmental Analytics Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.sgs.com/analytics-nl
Analyserapport
Aeres Milieu BV Lennart Koomen Postbus 1015 6040 KA ROERMOND
Uw projectnaam Uw projectnummer SGS rapportnummer Rapport-verificatienummer
Blad 1 van 6
: Vliezenweg (ong.) te Venray : AM25104 : 14265935, versienummer: 1. : X4BR7D68
Rotterdam, 31-03-2025
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project AM25104. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de door SGS geteste monsters en zoals door SGS ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SGS is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SGS Environmental Analytics, gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 6 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Voor meer informatie, omtrent bijvoorbeeld meetonzekerheid of gebruikte analysemethoden, kunt u contact opnemen met de afdeling Customer Support. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
René Eugster Business Unit Manager
SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 2 van 6
Analyserapport Aeres Milieu BV Lennart Koomen Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Orderdatum 24-03-2025 Startdatum 24-03-2025 Rapportagedatum 31-03-2025
Vliezenweg (ong.) te Venray AM25104 14265935 - 1
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002
Grond (AS3000) Grond (AS3000)
MM1 01 (0-50) 02 (0-40) 03 (0-50) 04 (0-50) 05 (0-50) 06 (0-50) 07 (0-50) 08 (0-50) MM2 01 (50-100) 01 (100-150) 01 (150-200) 02 (50-100) 02 (100-150) 02 (150-200)
Analyse
Eenheid
Q
monster voorbehandeling droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten
gew.-% g -
S S S S
Ja 91.3 <1 geen
Ja 89.2 <1 geen
organische stof (gloeiverlies)
% vd DS
S
2.1
0.4
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
S
2.2
4.8
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
S S S S S S S S S
<20 0.21 <3 25 <0.05 <10 <1.5 <4 39
<20 <0.2 <3 <5 <0.05 <10 <1.5 5.9 <20
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
001
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kgds S <0.01 fenantreen mg/kgds S <0.01 antraceen mg/kgds S <0.01 fluoranteen mg/kgds S 0.01 benzo(a)antraceen mg/kgds S <0.01 chryseen mg/kgds S <0.01 benzo(k)fluoranteen mg/kgds S <0.01 benzo(a)pyreen mg/kgds S <0.01 benzo(ghi)peryleen mg/kgds S <0.01 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kgds S <0.01 1) pak-totaal (10 van VROM) mg/kgds S 0.073 (0.7 factor) POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 µg/kgds PCB 52 µg/kgds PCB 101 µg/kgds PCB 118 µg/kgds PCB 138 µg/kgds PCB 153 µg/kgds PCB 180 µg/kgds som PCB (7) (0.7 factor) µg/kgds
S S S S S S S S
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 1) 4.9
002
<0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 1) 0.07
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 1) 4.9
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 3 van 6
Analyserapport Aeres Milieu BV Lennart Koomen Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Orderdatum 24-03-2025 Startdatum 24-03-2025 Rapportagedatum 31-03-2025
Vliezenweg (ong.) te Venray AM25104 14265935 - 1
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002
Grond (AS3000) Grond (AS3000)
MM1 01 (0-50) 02 (0-40) 03 (0-50) 04 (0-50) 05 (0-50) 06 (0-50) 07 (0-50) 08 (0-50) MM2 01 (50-100) 01 (100-150) 01 (150-200) 02 (50-100) 02 (100-150) 02 (150-200)
Analyse
Eenheid
MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
Q
S
001
<5 <5 <5 <5 <20
002
<5 <5 <5 <5 <20
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 4 van 6
Analyserapport Aeres Milieu BV Lennart Koomen Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Vliezenweg (ong.) te Venray AM25104 14265935 - 1
Orderdatum 24-03-2025 Startdatum 24-03-2025 Rapportagedatum 31-03-2025
Monster beschrijvingen
001
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
002
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
Voetnoten 1
De sommatie na verrekening van de 0.7 factor voor <-waarden volgens BoToVa.
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 5 van 6
Analyserapport Aeres Milieu BV Lennart Koomen Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Orderdatum 24-03-2025 Startdatum 24-03-2025 Rapportagedatum 31-03-2025
Vliezenweg (ong.) te Venray AM25104 14265935 - 1
Analyse
Monstersoort
Relatie tot norm
monster voorbehandeling
Grond (AS3000)
droge stof
Grond (AS3000)
gewicht artefacten
Grond (AS3000)
aard van de artefacten
Grond (AS3000)
organische stof (gloeiverlies)
Grond (AS3000)
lutum (bodem)
Grond (AS3000)
barium
Grond (AS3000)
cadmium
Grond (AS3000)
kobalt
Grond (AS3000)
koper
Grond (AS3000)
kwik
Grond (AS3000)
lood
Grond (AS3000)
molybdeen
Grond (AS3000)
nikkel
Grond (AS3000)
zink
Grond (AS3000)
naftaleen
Grond (AS3000)
fenantreen
Grond (AS3000)
antraceen
Grond (AS3000)
fluoranteen
Grond (AS3000)
benzo(a)antraceen
Grond (AS3000)
chryseen
Grond (AS3000)
benzo(k)fluoranteen
Grond (AS3000)
benzo(a)pyreen
Grond (AS3000)
benzo(ghi)peryleen
Grond (AS3000)
indeno(1,2,3-cd)pyreen
Grond (AS3000)
pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) PCB 28
Grond (AS3000)
Grond: NEN-EN 16179. Grond (AS3000): AS3000 en NEN-EN 16179 Grond: NEN-EN 15934. Grond (AS3000): AS3010-2 en NEN-EN 15934 AS3000 Idem AS3010-3 en NEN 5754. Grond: eigen methode. Grond (AS3000): AS3010-4 AS3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2 (ontsluiting NEN 6961 en NENEN-ISO 54321) Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem AS3010-6 Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem
PCB 52
Grond (AS3000)
PCB 101
Grond (AS3000)
PCB 118
Grond (AS3000)
PCB 138
Grond (AS3000)
PCB 153
Grond (AS3000)
PCB 180
Grond (AS3000)
som PCB (7) (0.7 factor)
Grond (AS3000)
totaal olie C10 - C40
Grond (AS3000)
Grond (AS3000)
AS3010-8 Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem AS3010-7 en NEN-EN-ISO 16703
Monster
Barcode
Aanlevering
Monstername
Verpakking
001 001 001 001 001 001
O1554220 O1554224 O1554234 O1554226 O1554194 O1554221
24-03-2025 24-03-2025 24-03-2025 24-03-2025 24-03-2025 24-03-2025
24-03-2025 24-03-2025 24-03-2025 24-03-2025 24-03-2025 24-03-2025
ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 6 van 6
Analyserapport Aeres Milieu BV Lennart Koomen Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Orderdatum 24-03-2025 Startdatum 24-03-2025 Rapportagedatum 31-03-2025
Vliezenweg (ong.) te Venray AM25104 14265935 - 1
Monster
Barcode
Aanlevering
Monstername
Verpakking
001 001 002 002 002 002 002 002
O1554229 O1554236 O1554231 O1554232 O1554225 O1554235 O1554230 O1554228
24-03-2025 24-03-2025 24-03-2025 24-03-2025 24-03-2025 24-03-2025 24-03-2025 24-03-2025