CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

B&W Nota / Collegevoorstel

Commissie Leven 4 september 2025, gemeente VenrayBij agendapunt: Raadsmonitor Sociaal Domein.1.650 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

B&W Adviesnota Onderwerp

Monitor sociaal domein 2024

Zaaknummer B&W datum

13 mei 2025

Naam steller

Medewerker team Maatschappelijke Ontwikkeling

Teammanager

Teammanager team Maatschappelijke Ontwikkeling

Portefeuillehouder

Martin Leenders

Besproken met portefeuillehouder? Ja, met Martin Leenders op 28 april 2025 Openbaarheid Ja, per direct. Bevoegd orgaan B en W Ter bespreking aanbieden aan Commissie Leven

Advies 1. De monitor door te leiden naar de griffie voor bespreking in de commissie Leven.

Inleiding Eind 2019 is de nieuwe kadernota sociaal domein vastgesteld. In de kadernota zijn per bouwsteen doelstellingen en indicatoren benoemd. Deze doelstellingen en indicatoren vormen de basis voor de voorliggende raadsmonitor. Met de raad is afgesproken periodiek te informeren over de ontwikkelingen binnen het sociaal domein. De nu voorliggende raadsmonitor gaat 2024. Inmiddels is dit alweer de zevende monitor die wordt opgeleverd. De monitor is voor de raad ook geheel digitaal ontsloten.

Beoogd resultaat De raad en commissie Leven informeren over de ontwikkelingen binnen het sociaal domein over 2024.

Argumenten 1.1 Een inhoudelijke toelichting vindt ieder half jaar plaats. De monitor sociaal domein is geheel in de stijl van de kadernota sociaal domein opgebouwd. De in de kadernota opgenomen doelstellingen en indicatoren zijn makkelijk te herleiden en in overzichtelijke tabbladen opgenomen. Per onderdeel wordt een korte toelichting en verklaring gegeven van de ontwikkeling die we zien. De raadsmonitor wordt ieder kwartaal cijfermatig bijgewerkt. Een inhoudelijk toelichting vindt ieder half jaar plaats. 1.2 De monitor sluit aan op de jaarrekening 2024. Nadrukkelijk is er voor gekozen om zoveel als mogelijk de koppeling te zoeken met de reguliere P&C-cyclus. Zo sluit de nu voorliggende raadsmonitor aan op de jaarrekening 2024. 1.3 Ten opzichte van de voorgaande monitors is één indicator toegevoegd. Op verzoek van de raad is ook de indicator wachtlijsten Jeugd en Wmo toegevoegd.

1 van 5

1.4 De monitor geeft inzicht in de belangrijkste ontwikkelingen. •

Bij de opstelling van de begroting 2024 is per indicator aangegeven welke “beweging” wij beogen per indicator. In de kadernota maken wij een onderscheid tussen basis indicatoren en early warnings.

•

De nu voorliggende monitor geeft inzicht in de ontwikkelingen 2024 en laat ook zien dat bij indicatoren ook sprake kan zijn van sterke schommelingen per kwartaal.

•

De gesignaleerde stijging van het aantal cliënten sociaal domein in 2023 zette zich in het eerste halfjaar door, maar laat over geheel 2024 een stabiele ontwikkeling of zelfs een licht dalende trend zien (-0.3%). Procentueel forse dalingen in het aantal cliënten binnen Jeugd, Participatie en Schuldhulp en een procentuele stijging binnen Leerlingenvervoer en Wmo.

• •

We zien een lichte stijging van het aantal mensen dat voldoende of volledig zelfredzaam is. De inzet van algemene voorzieningen daalt maar hiertegenover staat dat oplossingen meer worden gevonden in eigen kracht en/of het sociale netwerk. Het aantal doorverwijzingen naar algemene voorzieningen bij Wmo neemt af maar het aantal doorverwijzingen vanuit Jeugd neemt toe.

•

Wat betreft de Wmo is al eerdere aangegeven dat we, conform landelijke trend, ook de komende jaren een verdere stijging verwachten als gevolg van de vergrijzing en het langer zelfstandig thuis wonen. De bekostiging van de Wmo is onderwerp van gesprek tussen rijk en VNG en er wordt naar een financieringssytematiek gekeken die beter aansluit bij de demografische ontwikkelingen dan de gebruikelijk afspraken rondom het gemeentefonds. Vooruitlopend op de uitwerking zijn vanaf 2026 reeds aanvullende middelen beschikbaar gesteld in relatie tot indexering voor demografie. Hierover bent u reeds eerder geïnformeerd via de raadsinformatiebrief septembercirculaire 2024.

•

De daling bij Participatie is bovenal een gevolg van de dalingen in de eenmalige en periodieke bijzondere bijstand (periodiek: vervallen bewindvoerderskosten). In het kader van bewindvoering hebben afgelopen jaar heronderzoeken plaatsgevonden bij inwoners die al een bepaalde tijd bijzonder bijstand bewind problematische schulden ontvingen, zonder dat daar tussendoor wijzigingen hadden plaatsgevonden. Daarbij is met name gekeken welke klanten nog het tarief voor problematische schulden hadden, terwijl de schulden inmiddels verholpen waren, of niet meer problematisch waren. Dit heeft in de praktijk geleid tot beëindiging van het bewind of een lager tarief voor bewindvoering. De participatietrajecten vertonen juist een stijgende lijn, waarmee verder wordt geïnvesteerd in de ontwikkelkansen van onze inwoners.

•

Opvallend is de daling van het aantal maatwerkvoorzieningen bij jeugd i.r.t. de stijgende kosten. Veel hogere kosten per client in segment 4 (ambulant). Dit heeft twee oorzaken: De inzet om jongeren meer/langer in thuissituatie te laten wonen en daarnaast zien we dat de huidige productsamenstellingen niet goed aansluiten, waardoor er vaker maat- en meerwerk wordt geïndiceerd. Daarnaast neemt de druk op de toegang door de personele (onder)bezetting toe. Dit heeft geleidt tot een oplopende wachtlijst, aflopende indicaties automatisch verlengd worden. Ook heeft de oplopende wachttermijn ertoe geleidt dat jeugdigen/ouders voor hun hulpvraag uitwijken naar de huisarts als externe verwijzer, die ook relatief vaak complexere (en duurdere) voorzieningen indiceert.

Kanttekeningen of risico’s 1.1 Het sturen op resultaten is geen vanzelfsprekendheid. Het sociaal domein is niet statisch maar voortdurend in beweging. Als gemeente zijn we slechts

2 van 5

één speler in het grote krachtenveld. Dat betekent dat onze sturingsmogelijkheden beperkt zijn. Zo hebben we te maken met externe verwijzers, maatschappelijke ontwikkelingen (denk bijvoorbeeld aan energiecrisis, woningnood en Oekraïne), open eind regelingen, nieuwe wet- en regelgeving, gewijzigde financiering (gemeentefonds en specifieke uitkeringen), etc. Dit maakt het sturen op resultaten geen vanzelfsprekendheid. Bovenstaande maakt ook dat je de ontwikkelingen over een langere periode moet bezien om te bepalen of er sprake is van een trend. Kortom het resultaat over meerdere jaren laat pas echt zien of we de beweging die we nastreven daadwerkelijk realiseren. We volgen de ontwikkelingen nadrukkelijk en waar nodig of wenselijk wordt u geïnformeerd. 1.2 Toenemende kosten sociaal domein. We zien op alle fronten binnen en buiten het sociaal domein stijgende kosten (loon en prijs). Dit werkt ook door in de bedrijfsvoering van onze aanbieders en partners en daarmee ook hun marges. Gemeenten zijn gehouden aan reële tarieven. De definitie van wat een reel tarief is, is altijd aan discussie onderhevig. Niet moet worden uitgesloten dat op termijn deze kosten gaan landen in het sociaal domein. Op dit moment loopt het proces rondom de nieuwe inkoop bij een aantal segmenten Jeugd en de verlenging van bestaande contracten op andere domeinen/segmenten. Dit is dus sociaal domein breed.

Bij het verlengen van bestaande contracten of het afsluiten van nieuwe contracten per 1 januari 2026, dient de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) inzake reële prijzen te worden toegepast, en moeten de tarieven en indexaties opnieuw worden beoordeeld. Tevens dienen we dan ook verplicht de contractstandaarden in gebruik te nemen. Die contractstandaard gaat uit van het toepassen van de definitieve OVA-index. In maart 2025 zijn de nieuwe tarieven 2026 (exclusief OVA-index 2026) door ons college vastgesteld. Dit betekent voor segment Wmo een stijging van 6,38%, voor Jeugdhulp een stijging van 12,89%, participatie individueel 6,16% en Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang, Bemoeizorg en Preventie een stijging van 6,38%. De exacte financiële impact zal bij de opstelling van de begroting 2026 worden meegenomen.

Communicatie N.v.t.

Financiële gevolgen Bij de eerste Berap is een bedrag van € 200.000,- vrijgevallen naar de algemene middelen. Bij de tweede Berap was er per saldo sprake van een voordeel van € 1.744.000 bij het sociaal domein. Dit bedrag is vrijgevallen naar de algemene middelen. Zowel bij de Wmo als bij Participatie was er sprake van een voordeel, waar bij Jeugd juist sprake was van een nadeel. Jeugd (per saldo een nadeel € 443.000) •

De grootste nadelen bij Jeugd doen zich voor in segment 4 (ambulante hulp, consultatie, vaktherapie, GGZ). Bij jeugdhulp begeleiding is sprake van een toename van de zwaarte van de zorg en een stijging van de gemiddelde kosten per cliënt. Omdat de huidige producten niet goed aansluiten bij de vraag wordt ook meer maat- en meerwerk ingezet.

•

Hogere kosten bij de jeugdhulp zonder verblijf vanwege meer inzet maat- en meerwerk doordat producten niet goed aansluiten. Daarnaast hebben jeugdigen vaker een langdurige begeleidingsvraag. Ook mede door de wachtlijsten bij de jeugdconsulenten stijgen de

3 van 5

kosten. Indicaties worden verlengd of worden middels een verkorte procedure afgehandeld. Wmo (per saldo een voordeel € 658.000) •

Stijging aantal cliënten hulp bij het huishouden en segmenten 2a en 2b.

•

Voordeel beschermd wonen als gevolg van de meicirculaire 2024 waarbij de budgetten voor beschermd wonen zijn opgehoogd en daarmee een hoger surplus per gemeente.

•

Stabilisatie van uitgaven woningaanpassingen.

Participatie (per saldo een voordeel € 1.529.000) •

De definitieve Buig 2024 sluit hoger en extrapolatie van de uitkeringen laat zien dat we dit bedrag niet nodig hebben.

•

Vrijval restantmiddelen energietoeslag.

•

Voordeel bijzondere bijstand als gevolg van lager bereik meedoenregeling.

•

Lagere uitgaven re-integratie.

•

Lagere uitvoeringskosten inburgering door inrichting werkplein en nieuwe processen waardoor geen nieuwe initiatieven zijn opgestart.

Bij de jaarrekening is nog een aanvullend voordeel van € 1.984.000 gerealiseerd. De belangrijkste oorzaken hiervoor zijn: •

Voordelen op de eenmalige subsidies bij WMO en Participatie;

•

De definitieve Buig is hoger uitgevallen dan verwacht, terwijl het aantal uitkeringsgerechtigden gedurende het jaar is gestabiliseerd;

•

Lagere kosten voor re-integratie trajecten;

•

Lagere kosten bijzondere bijstand door de inzet van een project, waarbij gekeken is of de huidige dienstverlening vanuit bewindvoering en het daarbij geldende tarief, nog passend was gelet op de actualiteit.

Bij WMO zijn er aanvullende voordelen door: •

Een hoger surplus Beschermd Wonen;

•

Lagere kosten voor Hulp bij Huishouden (stijging minder fors dan verwacht bij 2e berap);

•

Lagere uitgaven aan Hulpverlening bij huiselijk geweld.

Als we kijken naar de indicatoren zien we dat de uitgaven per saldo lager zijn uitgevallen dan primair begroot, dat de ontvangen inkomsten hoger zijn uitgevallen dan primair begroot en dat er wederom sprake is van een verschuiving in de budgetverdeling van maatwerk naar omgeving. Wat dat betreft liggen we nog steeds op koers.

Vervolgtraject besluitvorming N.v.t.

Evaluatie N.v.t.

Bijlagen 1. Raadsmonitor sociaal domein 2024

4 van 5

Naslagwerk Overzicht doelstellingen en indicatoren kadernota sociaal domein

5 van 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15545615/2