B&W Adviesnota Raadsmonitor Sociaal Domein
Tekst van het document
B&W Adviesnota Onderwerp
Raadsmonitor sociaal domein 2023
Zaaknummer
Z24001093
B&W datum
14 mei 2024
Naam steller
Medewerker team Maatschappelijke Ontwikkeling
Teammanager
Teammanager team Maatschappelijke Ontwikkeling
Portefeuillehouder
Martin Leenders
Besproken met portefeuillehouder? Ja, met Martin Leenders en Wim de Schryver op 6 mei 2024 Openbaarheid Ja, per direct. Bevoegd orgaan B en W Ter bespreking aanbieden aan Commissie Leven, ter informatie aan de raad
Advies 1. De monitor door te leiden naar de griffie voor bespreking in de commissie Leven.
Inleiding Eind 2019 is de nieuwe kadernota sociaal domein vastgesteld. In de kadernota zijn per bouwsteen doelstellingen en indicatoren benoemd. Deze doelstellingen en indicatoren vormen de basis voor de voorliggende raadsmonitor. Met de raad is afgesproken periodiek te informeren over de ontwikkelingen binnen het sociaal domein. De nu voorliggende raadsmonitor gaat over het jaar 2023. Inmiddels is dit alweer de vijfde monitor die wordt opgeleverd in de nieuwe stijl. De monitor is voor de raad ook geheel digitaal ontsloten.
Beoogd resultaat De raad en commissie Leven informeren over de ontwikkelingen binnen het sociaal domein over de het jaar 2023.
Argumenten 1.1 Een inhoudelijke toelichting vindt ieder half jaar plaats. De monitor sociaal domein is geheel in de stijl van de kadernota sociaal domein opgebouwd. De in de kadernota opgenomen doelstellingen en indicatoren zijn makkelijk te herleiden en in overzichtelijke tabbladen opgenomen. Per onderdeel wordt een korte toelichting en verklaring gegeven van de ontwikkeling die we zien. De raadsmonitor wordt ieder kwartaal cijfermatig bijgewerkt. Een inhoudelijk toelichting vindt ieder half jaar plaats. 1.2 De monitor sluit aan op de jaarrekening 2023. Nadrukkelijk is er voor gekozen om zoveel als mogelijk de koppeling te zoeken met de reguliere P&C-cyclus. Zo sluit de nu voorliggende raadsmonitor aan op de jaarrekening 2023. 1.3 De monitor geeft inzicht in de belangrijkste ontwikkelingen. •
Bij de opstelling van de begroting 2023 is per indicator aangegeven welke “beweging” wij beogen per indicator. In de kadernota maken wij een onderscheid tussen basis indicatoren en early warnings.
1 van 3
•
De nu voorliggende monitor geeft inzicht in de ontwikkelingen in 2023 en laat ook zien dat bij indicatoren ook sprake kan zijn van sterke schommelingen per kwartaal.
•
Voor het eerst in jaren is er sprake van een toename van het aantal cliënten sociaal domein en daarmee ook de maatwerkvoorzieningen (3,2 %). Opvallend is dat we een stijging zien over de hele linie heen. Terwijl eerder alleen sprake was van een stijging voor de Wmo zien we nu eenzelfde beweging bij Jeugd en Participatie. Zoals ook in de vorige rapportage al aangegeven blijft de Wmo stijgen. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de Hulp bij het Huishouden. We verwachten ook de komende jaren een verdere stijging als gevolg van de vergrijzing en het langer zelfstandig thuis wonen. De stijging bij Participatie is bovenal een gevolg van de stijging van de bijzondere bijstand. Een logisch gevolg door van het nieuwe armoedebeleid dat in 2023 is vastgesteld en uitgaat van ambtshalve toekenningen. De stijging bij jeugd is vooral te herleiden tot een groter beroep op segment 4, crisis en vervoer.
•
Daarentegen zien we bijna een verdubbeling van het aantal verwijzingen naar algemene voorzieningen. Overigens wordt dit beeld bovenal gerealiseerd door Wmo. Bij Jeugd zien we een omgekeerd trend.
•
We zien een licht dalende trend van het aantal mensen dat voldoende en volledig zelfredzaam zijn. Daarentegen zien we ook dat de oplossingen steeds meer gevonden worden in het sociaal netwerk of algemene voorzieningen.
Kanttekeningen of risico’s 1.1 Het sturen op resultaten is geen vanzelfsprekendheid. Het sociaal domein is niet statisch maar voortdurend in beweging. Als gemeente zijn we slechts één speler in het grote krachtenveld. Dat betekent dat onze sturingsmogelijkheden beperkt zijn. Zo hebben we te maken met externe verwijzers, maatschappelijke ontwikkelingen (denk bijvoorbeeld aan energiecrisis, woningnood en Oekraïne), open eind regelingen, nieuwe wet- en regelgeving, gewijzigde financiering (gemeentefonds en specifieke uitkeringen), etc. Dit maakt het sturen op resultaten geen vanzelfsprekendheid. Bovenstaande maakt ook dat je de ontwikkelingen over een langere periode moet bezien om te bepalen of er sprake is van een trend. Kortom het resultaat over meerdere jaren laat pas echt zien of we de beweging die we nastreven daadwerkelijk realiseren. We volgen de ontwikkelingen nadrukkelijk en waar nodig of wenselijk wordt u geïnformeerd. 1.2 Toenemende kosten sociaal domein. We zien op alle fronten binnen en buiten het sociaal domein forse loonsverhogingen. Dit werkt ook door in de bedrijfsvoering van onze aanbieders en partners en daarmee ook hun marges. Gemeenten zijn gehouden aan reële tarieven. De definitie van wat een reel tarief is, is altijd aan discussie onderhevig. Niet moet worden uitgesloten dat op termijn deze kosten gaan landen in het sociaal domein.
In 2023 zijn we ook geconfronteerd met een aantal aanbieders die in financieel zwaar weer zijn beland.
Communicatie N.v.t.
Financiële gevolgen Bij de jaarrekening is nog een bedrag van ongeveer € 3.000.000 vrij komen te vallen. De belangrijkste oorzaken hiervoor zijn:
2 van 3
•
Hoger restant surplus beschermd wonen als gevolg van circulaires
•
Woningaanpassingen
•
Lagere uitgaven Participatie (Buig-re-integratie en inburgering)
•
Ontvangst brede SPUK
Als we kijken naar de indicatoren dan zien we dat de uitgaven per saldo lager zijn uitgevallen dan primair begroot, dat de ontvangen inkomsten hoger zijn uitgevallen dan primair begroot en dat er wederom sprake is van een verschuiving in budgetten van maatwerk naar omgeving. Wat dat betreft liggen we nog steeds op koers. Als we echter inzoomen op de uitgaven 2022 versus 2023 dan zien we een forse stijging van de uitgaven op het terrein van Jeugd en Participatie. Voor wat betreft Participatie is die stijging te verklaren door de stijging van de uitkeringslasten als gevolg van de verhoging van het wettelijk minimumloon met 10% per 1-1-2023. Daar staat tegenover ook weer hogere inkomsten in de Buig. Daarnaast zijn de uitgaven in het kader van het armoedebeleid gestegen als gevolg van het vastgestelde nieuwe armoede- en schuldenbeleid op 9 mei 2023. Voor wat betreft Jeugd vinden we de oorzaken voornamelijk terug door de stijging van de kosten segment 4 en kosten uit 2022 die nog ten laste kwamen van 2023. Voor meer cijfermatige onderbouwing en toelichting wordt verwezen naar de jaarrekening 2023, programma 1 Leven.
Vervolgtraject besluitvorming N.v.t.
Evaluatie N.v.t.
Bijlagen 1. Raadsmonitor sociaal domein 2023.
Naslagwerk Overzicht doelstellingen en indicatoren kadernota sociaal domein
3 van 3