B&W adviesnota
Tekst van het document
B&W Adviesnota Onderwerp
Raadsmonitor sociaal domein 1ste helft 2025
Zaaknummer
Z25002464
B&W datum
28 oktober 2025
Naam steller
Medewerker team Maatschappelijke Ontwikkeling
Teammanager
Teammanager team Maatschappelijke Ontwikkeling
Portefeuillehouder
Martin Leenders
Besproken met portefeuillehouder? Ja, met Martin Leenders en Wim de Schryver op 13 oktober 2025 Openbaarheid Ja, per direct. Bevoegd orgaan B en W Ter bespreking aanbieden aan Commissie Leven
Advies 1. De monitor door te leiden naar de griffie voor bespreking in de commissie Leven.
Inleiding Eind 2019 is de nieuwe kadernota sociaal domein vastgesteld. In de kadernota zijn per bouwsteen doelstellingen en indicatoren benoemd. Deze doelstellingen en indicatoren vormen de basis voor de voorliggende raadsmonitor. Met de raad is afgesproken periodiek te informeren over de ontwikkelingen binnen het sociaal domein. De nu voorliggende raadsmonitor gaat over de eerste helft 2025. De monitor is voor de raad ook geheel digitaal ontsloten.
Beoogd resultaat De raad en commissie Leven informeren over de ontwikkelingen binnen het sociaal domein over de eerste helft 2025.
Argumenten 1.1 Een inhoudelijke toelichting vindt ieder half jaar plaats. De monitor sociaal domein is geheel in de stijl van de kadernota sociaal domein opgebouwd. De in de kadernota opgenomen doelstellingen en indicatoren zijn makkelijk te herleiden en in overzichtelijke tabbladen opgenomen. Per onderdeel wordt een korte toelichting en verklaring gegeven van de ontwikkeling die we zien. De raadsmonitor wordt ieder kwartaal cijfermatig bijgewerkt. Een inhoudelijk toelichting vindt ieder half jaar plaats. 1.2 De monitor sluit aan op de tweede Berap 2025. Nadrukkelijk is er voor gekozen om zoveel als mogelijk de koppeling te zoeken met de reguliere P&C-cyclus. Zo sluit de nu voorliggende raadsmonitor aan op de tweede Berap 2025. 1.3 De monitor geeft inzicht in de belangrijkste ontwikkelingen. •
Bij de opstelling van de begroting 2025 is per indicator aangegeven welke “beweging” wij beogen per indicator. In de kadernota maken wij een onderscheid tussen basis indicatoren en early warnings.
1 van 4
•
De nu voorliggende monitor geeft inzicht in de ontwikkelingen in de eerste helft van 2025 en laat ook zien dat bij indicatoren ook sprake kan zijn van sterke schommelingen per kwartaal.
•
We zien dat het aantal cliënten sociaal domein licht stijgt. Er is sprake van een toename van het aantal cliënten sociaal domein en daarmee ook de maatwerkvoorzieningen (1,4 %). Deze stijging wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door een stijging bij de Wmo en schuldhulp. Daarnaast is er ook sprake van een stijging bij het leerlingenvervoer en participatie.
•
We zien dat het aantal mensen dat volledig of voldoende zelfredzaam is toenemen ten opzichte van de vorige verslagperiode. Dit valt ook terug te zien in de ESAM-score.
•
Het aantal doorverwijzingen naar algemene voorzieningen hersteld wel licht ten opzichte van de forse daling in 2024 maar laat nog steeds een daling zien. We zien dat casuïstiek steeds complexer wordt en dat mensen veelal in een eerder stadium al een beroep hebben gedaan op algemene voorzieningen. Ook zien we dat er nog winst te behalen valt in de registratie.
•
De wachtlijsten bij Jeugd en Wmo zijn in de eerste helft 2025 weer opgelopen. Via een raadsinformatiebrief Project Toegang Sociaal Domein - Basis op Orde is de raad op 19 augustus 2025 geïnformeerd over de te nemen stappen om grip te krijgen op de wachtlijstproblematiek.
•
Bij jeugd is de stijging vooral te herleiden tot segment 4 ambulant, dit in combinatie met vervoer. Dit zien we ook terug in de financiële vertaling in de 2de Berap. Daar staat tegenover dat de dure vorm van verblijf verder afneemt hetgeen ook beleidsmatig de insteek is.
•
Wat betreft de Wmo is al eerdere aangegeven dat we, conform landelijke trend, ook de komende jaren een verdere stijging verwachten als gevolg van de vergrijzing en het langer zelfstandig thuis wonen. De bekostiging van de Wmo is onderwerp van gesprek tussen rijk en VNG en gekeken wordt naar een financieringssytematiek die beter aansluit bij de demografische ontwikkelingen dan de gebruikelijk afspraken rondom het gemeentefonds.
•
De landelijke en regionale stijging van de WW is langzaam ook terug te zien in het aantal bijstandsgerechtigden.
Kanttekeningen of risico’s 1.1 Het sturen op resultaten is geen vanzelfsprekendheid. Het sociaal domein is niet statisch maar voortdurend in beweging. Als gemeente zijn we slechts één speler in het grote krachtenveld. Dat betekent dat onze sturingsmogelijkheden beperkt zijn. Zo hebben we te maken met externe verwijzers, maatschappelijke ontwikkelingen (denk bijvoorbeeld aan energiecrisis, woningnood en Oekraïne), open eind regelingen, nieuwe wet- en regelgeving, gewijzigde financiering (gemeentefonds en specifieke uitkeringen), etc. Dit maakt het sturen op resultaten geen vanzelfsprekendheid. Bovenstaande maakt ook dat je de ontwikkelingen over een langere periode moet bezien om te bepalen of er sprake is van een trend. Kortom het resultaat over meerdere jaren laat pas echt zien of we de beweging die we nastreven daadwerkelijk realiseren. We volgen de ontwikkelingen nadrukkelijk en waar nodig of wenselijk wordt u geïnformeerd. 1.2 Toenemende kosten sociaal domein.
2 van 4
Gemeenten zijn gehouden aan reële tarieven. De definitie van wat een reel tarief is, is altijd aan discussie onderhevig. In de begroting 2026 is op basis van de nieuwe inkoop reeds rekening gehouden met een forse kostenstijging binnen de Jeugd en Wmo. Ook is een nieuwe systematiek gehanteerd waardoor er onzekerheid bestaat over de aantallen en kosten voor 2026.
Communicatie N.v.t.
Financiële gevolgen Dit voorstel heeft geen financiële gevolgen. Toelichting: Bij de 1ste Berap was er voor het sociaal domein per saldo sprake van een nadeel van € 1.015.000,-. Jeugd: € 1.277.000,- per saldo een nadeel Segment 4 ambulant perspectief 1 en 2, hulp duurzaam en GGZ. WMO: € 78.000,- per saldo een nadeel Wmo Maatwerkvoorziening, correctie ten onrechte verantwoorde kosten voor hulpmiddelen bij vervoer op de investeringen in plaats van in de exploitatie. Participatie: € 340.000,- voordeel Verschillende posten (eenmalige subsidies, overige bijzondere bijstand, meedoenbudget en schuldhulpverlening) en bijstelling BUIG. Bij de 2de Berap is er voor het sociaal domein per saldo sprake van een voordeel van € 814.000. Jeugd (per saldo een nadeel € 1.202.000,-) De grootste afwijking bij Jeugd zit in segment 4. Zowel bij ambulante hulp duurzaam als bij ambulante hulp perspectief 2 is een stijging te zien van het aantal casussen, waaronder ook enkele complexe (dure) casussen. Daarnaast maken meer jeugdigen gebruik van ambulante hulp perspectief en eerstelijnsvoorzieningen. Daarnaast is er sprake van een stijging van de kosten voor LTA (Landelijke Transitie Arrangementen). Dit komt o.a. door een dure casus en zorgt voor een nadeel.
Wmo (per saldo een voordeel € 342.000,-) Op woonvoorzieningen ontstaat nog een voordeel van € 33.000, waarbij al rekening is gehouden met drie lopende grotere woningaanpassingen. Nieuwe taken WMO: De segmenten 2A (langdurige ondersteuning) en 2B (ouderdom gerelateerde ondersteuning) laten een afwijking die deels wordt veroorzaakt door een groei van het aantal cliënten en deels omdat veel complexe casuïstiek uit segment 1A1 de maximale duur heeft bereikt die bij dit segment ingezet mag worden en daardoor verlengd wordt via segment 2A. Hierdoor ontstaat een nadeel. Daartegenover staat een voordeel bij het surplus beschermd wonen. Het overschot van het Surplus beschermd wonen wordt dit jaar niet meer ingezet en kan vrijvallen ten gunste van het begrotingsresultaat,
3 van 4
Participatie (per saldo een voordeel € 1.674.000,-) Doordat volop wordt ingezet op de opdracht ‘iedereen doet mee’ worden vanwege herprioritering minder trajecten ingekocht en worden niet alle projecten opgestart. Mensen worden wel op een andere manier geholpen. Hierdoor ontstaat een voordeel op het budget re-integratie. Het overgrote deel van het voordeel wordt veroorzaakt door een meevaller bij de BUIG. Op 30 september 2025 is de definitieve BUIG 2025 vastgesteld. Ten opzichte van de nader voorlopige BUIG levert dit een voordeel op van bijna € 850.000,-. De gemeentelijke bijdrage aan de sociale werkvoorziening valt lager uit als gevolg van minder SWers, waardoor het budget naar beneden bijgesteld kan worden. Daarnaast was het tekort van NLW NV in 2024 lager dan verwacht waardoor we een terugbetaling ontvangen. Voor meer informatie wordt verwezen naar de tweede Berap.
Vervolgtraject besluitvorming N.v.t.
Evaluatie N.v.t.
Bijlagen Bijlage 1. Raadsmonitor sociaal domein 1ste helft 2025.
Naslagwerk Overzicht doelstellingen en indicatoren kadernota sociaal domein.
4 van 4