b NL.IMRO.0984.TAM25015-ON01 tb7 Nader vleermuisonderzoek
Tekst van het document
13-10-2025
Aanvullend onderzoek beschermde soorten Oude Heerweg 23, Blitterswijck
Aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen in de te slopen bebouwing.
Opgesteld door:
BNL advies Tuinstraat 12 5427 PR Boekel T: 06 18 71 71 57 E: info@bnladvies.nl W: www.bnladvies.nl
Projectlocatie:
Oude Heerweg 23 5863 AC Blitterswijck Definitief 25160.NOZ 13-10-2025 R.J.L. Bijvelds R.J.L. Bijvelds, R. Versteegden, B. vd Krieken
Status: Projectnummer: Datum Rapportage: Auteur: Veldwerk:
Pagina
© copyright BNL advies 2025 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. BNL advies kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.
1
Colofon:
Tuinstraat 12, 5427 PR Boekel – 06 18717157– info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Inhoud Colofon: ...................................................................................................1 1.
Inleiding .............................................................................................3
2.
Wettelijk kader .....................................................................................4 2.1
3.
2.1.1
Gebiedsbescherming ......................................................................4
2.1.2
Soortenbescherming ......................................................................5
2.2
Vergunning ....................................................................................7
2.3
Natuurnetwerk Nederland ..................................................................8
Omschrijving plangebied en Voorgenomen ontwikkeling .....................................9 3.1
Algemeen......................................................................................9
3.2
Voorgenomen ontwikkeling .................................................................9
3.2.1 4.
Te ontwikkelen kavel ................................................................... 10
Methode ........................................................................................... 12 4.1
5.
Omgevingswet ................................................................................4
Gebouwbewonende vleermuizen ........................................................ 12
Veldonderzoek .................................................................................... 14 5.1
Gebouwbewonende Vleermuizen ........................................................ 14
5.2
Gebiedsfunctie, effectanalyse en maatregelen ....................................... 14
Gebouwbewonende Vleermuizen .............................................................. 14 Mitigerende maatregelen ....................................................................... 15 Zorgplicht.......................................................................................... 15
2
Conclusie .......................................................................................... 16
Pagina
6.
Tuinstraat 12, 5427 PR Boekel – 06 18717157– info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
1. Inleiding Aanleiding Op verzoek van de initiatiefnemer is een aanvullend onderzoek flora en fauna uitgevoerd in het kader van de Omgevingswet (aanvullingswet natuur). Dit onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de QuickScan flora en fauna welke is uitgevoerd door Faunaconsult. Het ecologische onderzoek bestaat uit veldonderzoek(en) op locatie en bijbehorende verslaglegging. Geplande werkzaamheden De initiatiefnemer is voornemens om na de sloop van de bestaande bebouwing, 6 woningen te realiseren binnen het plangebied. Resultaat QuickScan Op 19 mei 2025 is door Faunaconsult een QuickScan flora en fauna uitgevoerd. Uit dit onderzoek blijkt dat het plangebied mogelijk onderdeel is van de functionele leefomgeving van: • Gebouwbewonende vleermuizen Doel De doelstelling voor het aanvullend onderzoek is geformuleerd in onderstaande onderzoeksvragen: 1. Maken soorten gebruik van het plangebied? 2. Welke functie heeft het plangebied voor de aangetroffen soort(en)? 3. Wat zijn de effecten van de voorgenomen werkzaamheden op de beschermde soort(en) die gebruikmaken van het plangebied? 4. Welke mitigerende en compenserende maatregelen dienen te worden uitgevoerd? 5. Is het noodzakelijk een vergunning op de Omgevingswet aan te vragen?
Pagina
3
Indien compenserende maatregelen noodzakelijk zijn om de schade aan beschermde soorten te compenseren, dient (ter onderbouwing van de vergunningsaanvraag) een activiteitenplan te worden opgesteld. In dit activiteitenplan worden de compenserende maatregelen nauwkeurig beschreven.
Tuinstraat 12, 5427 PR Boekel – 06 18717157– info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
2. Wettelijk kader 2.1 Omgevingswet Sinds 1 januari 2024 is in de Omgevingswet de bescherming van dier- en plantensoorten en van habitattypen in Nederland geregeld. Voorheen was dit geregeld in de Wet natuurbescherming. Hierbij moet een splitsing gemaakt worden tussen flora- faunaactiviteiten (soortenbescherming) en Natura 2000-activiteiten (gebiedsbescherming). Daarnaast kent de Omgevingswet regels voor het vellen van houtopstanden. Om een vergunningsaanvraag in behandeling te nemen, dient het onderzoek aan goedgekeurde voorwaarden (o.a. ten aanzien van methode, intensiteit, periode, tijd tussen onderzoekmomenten) te voldoen. Enkel als het onderzoek volgens deze voorwaarden uitgevoerd is, kan volgens de wetgever een goed onderbouwde uitspraak gedaan worden over; -
de aanwezigheid van beschermde soorten; de functie van een gebied of onderdelen binnen een gebied voor deze soorten; het belang van een gebied of onderdelen binnen een gebied voor aanwezige beschermde soorten; de effecten van plannen op deze soorten; de keuze voor te nemen (mitigerende- en/of compenserende) maatregelen.
De voorwaarden waaraan onderzoek moet voldoen, staan beschreven in de kennisdocumenten die in opdracht van de wetgever door BIJ12 opgesteld zijn en de inventarisatieprotocollen van het Netwerk Groene Bureaus. Onderzoeken die niet volgens deze voorwaarden uitgevoerd zijn, kunnen volgens het bevoegd gezag geen basis en onderbouwing vormen van vergunningsaanvragen en aanvragen zullen om die reden afgewezen worden. BNL advies werkt volgens bovengenoemde kennisdocumenten en inventarisatieprotocollen.
2.1.1 Gebiedsbescherming De Ow richt zich met de bescherming van natuurgebieden en hun bijzondere natuurwaarden uitsluitend op Natura 2000-gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000-gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden.
Pagina
4
Voor deze kwalificerende waarden zijn instandhoudingsdoelen opgesteld. Invloeden (ook van buitenaf) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen. Projecten, plannen en andere handelingen die nadelige effecten hebben op één of meerdere instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied, zijn vergunningplichtig of moeten de goedkeuring -een “bestuurlijk oordeel”- van het bevoegd gezag hebben (in veel gevallen zijn dit Gedeputeerde Staten en in andere gevallen is dit de minister van Economische Zaken). Zij oordelen dan of een vergunning nodig is. Of deze goedkeuring wordt gegeven, is afhankelijk van de uitkomst van de zogenaamde habitattoets.
Tuinstraat 12, 5427 PR Boekel – 06 18717157– info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Uit de habitattoets kunnen drie mogelijkheden volgen: • Er is zeker geen nadelig effect. In dit geval is er geen vergunning nodig in het kader van de Wet natuurbescherming; • Er is sprake van een nadelig effect in de vorm van verstoring, maar dit is niet significant en er is geen sprake van verslechtering van aangewezen habitats. Hieruit volgt dat een vergunningaanvraag niet aan de orde is. Wel is een bestuurlijk oordeel van het bevoegd gezag nodig; • Er is sprake van een mogelijk significant nadelig effect in de vorm van verstoring en/of er is sprake van verslechtering van aangewezen habitats. In dit geval dient een passende beoordeling opgesteld te worden en is een vergunning nodig; Een ‘passende beoordeling’ is een rapport waarin (de zo exact mogelijke omvang van) de effecten, afzonderlijk of in combinatie met andere activiteiten, van een plan, project of handeling op een Natura 2000-gebied beschreven staan. Deze nadelige effecten worden in relatie tot de instandhoudingsdoelen bepaald. Indien uit de passende beoordeling volgt dat er significant nadelige gevolgen op zullen treden, moeten de plannen getoetst worden aan de zogenaamde ADC-criteria; 1. Zijn er Alternatieven? 2. Is er sprake van een Dwingende reden van groot openbaar belang? 3.
Zijn er Compenserende maatregelen voorzien? Wanneer er een alternatief bestaat voor de voorgenomen plannen dat niet tot significant nadelige effecten op instandhoudingsdoelstellingen leidt, moet dit alternatief gekozen worden. De ecologische belangen hebben in dit geval voorrang op economische belangen. Wanneer er geen alternatieven voorhanden zijn, er sprake is van een dwingende reden van groot openbaar belang en/of er voldoende compenserende maatregelen getroffen worden, kan een vergunning voor de voorgenomen plannen verleend worden.
2.1.2 Soortenbescherming
Pagina
5
De Ow onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes voor dier- en plantensoorten, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie tabel 1). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (uit 1979) en de Habitatrichtlijn (uit 1992). Het derde beschermingsregime betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau: de Nationaal beschermde soorten (in de wet aangeduid als “andere soorten”). Vooral de artikelen 11.34 Bal Vogelrichtlijn, 11.46 Bal Habitatrichtlijnsoorten, en 11.34 Bal Andere soorten zijn belangrijk in het kader van flora- en faunaonderzoek bij onder andere ruimtelijke ontwikkelingen (zie tabel 1). Als bevoegd gezag heeft iedere afzonderlijke provincie (een aantal) algemene soorten uit deze derde categorie vrijgesteld van vergunningsplicht. Wel geldt altijd voor alle soorten de specifieke zorgplicht (artikel 11.27 bal). Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs van men verwacht kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen.
Tuinstraat 12, 5427 PR Boekel – 06 18717157– info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Tabel 1: Soortenbescherming en verbodsbepalingen.
Beschermingsregime soorten Artikel 11.38 Bal Vogelrichtlijn
Beschermingsregime soorten Artikel 11.46 Bal Habitatrichtlijn
Beschermingsregime soorten Artikel 11.55 Bal Andere soorten
Lid 1a: Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen
Lid 1a: Het is verboden in Lid 1: Onverminderd artikel 5.1 Ow, het wild levende dieren tweede lid, aanhef en onder g, is het van soorten, genoemd in verboden: in het wild levende bijlage IV, onderdeel a, bij zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, de Habitatrichtlijn, bijlage dagvlinders, libellen en kevers van de II bij het Verdrag van Bern soorten, genoemd in de bijlage, of bijlage I bij het Verdrag onderdeel A, bij deze wet: van Bonn, in hun natuurlijk a: opzettelijk te doden of te vangen; verspreidingsgebied b: de vaste voortplantingsplaatsen of opzettelijk te doden of te rustplaatsen van dieren als bedoeld in vangen. onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, Lid 1b: Het is verboden Lid 1b: Het is verboden c: vaatplanten van de soorten, genoemd opzettelijk nesten, dieren als bedoeld in het in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, rustplaatsen en eieren van eerste lid opzettelijk te in hun natuurlijke verspreidingsgebied vogels als bedoeld in het verstoren. opzettelijk te plukken en te verzamelen, eerste lid te vernielen of te af te snijden, te ontwortelen of te beschadigen, of nesten van vernielen. vogels weg te nemen.
Lid 1c: Het is verboden Lid 1c: Het is verboden Lid 2: De verboden, bedoeld in het eieren van vogels als eieren van dieren als eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet bedoeld in het eerste lid te bedoeld in het eerste lid in van toepassing op de bosmuis, de rapen en deze onder zich te de natuur opzettelijk te huisspitsmuis en de veldmuis voor zover hebben. vernielen of te rapen. deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende Lid 1d: Het is verboden Lid 1d: Het is verboden de zaken bevinden. voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Lid 3: Het verbod, bedoeld Lid 3: Het is verboden in het vierde lid, is niet van planten van soorten, toepassing indien de storing genoemd in bijlage IV, niet van wezenlijke invloed onderdeel b, bij de is op de staat van Habitatrichtlijn of bijlage I instandhouding van de bij het Verdrag van Bern, in desbetreffende vogelsoort hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Pagina
6
vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen.
Tuinstraat 12, 5427 PR Boekel – 06 18717157– info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
2.2 Vergunning Wanneer één of meerdere verbodsbepalingen van toepassing zijn voor de voorgenomen activiteit, dient een vergunning aangevraagd te worden bij de provincie waarin de activiteit plaatsvindt. Een vergunning voor het overtreden van verbodsbepalingen wordt voor soorten uit de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn alleen verleend wanneer voldaan wordt aan elk van de volgende voorwaarden: • Er bestaat geen andere bevredigende oplossing; • De vergunning is nodig: a) In het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; of b) In het belang van een dwingende reden van groot openbaar belang; of c) In het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; • Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Voor vogels kan echter geen beroep gedaan worden op belang b “dwingende reden van groot openbaar belang”. Wanneer overtreding van de verbodsbepalingen voorkomen kan worden door het treffen van mitigerende maatregelen, is het aanvragen van een vergunning niet nodig. Bij de aanvraag van een vergunning in het kader van de Ow zijn een activiteitenplan en -in sommige gevallen- een compensatieplan noodzakelijk.
Hierin staan de bevindingen uit de flora- en faunatoets vermeld en worden maatregelen beschreven die uitgevoerd zullen worden om ervoor te zorgen dat de nadelige effecten op beschermde plant- en diersoorten in en binnen de invloedssfeer van de activiteit zoveel mogelijk te voorkomen, dan wel te beperken of, in het geval van een compensatieplan, te compenseren. Overige soorten Voor de soorten uit deze categorie geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen mits een door het ministerie van EZ goedgekeurde gedragscode van toepassing is op de activiteit. Indien aantoonbaar gewerkt kan worden volgens een dergelijke gedragscode, hoeft geen vergunning aangevraagd te worden voor het overtreden van één of meerdere verbodsbepalingen van de Ow. Indien er geen goedgekeurde gedragscode van toepassing is op de activiteit of het niet mogelijk is om volgens een dergelijke gedragscode te werken, dient bij overtreding van verbodsbepalingen wel een vergunning aangevraagd te worden. De vergunning kan voor deze soorten echter op grond van meer belangen verleend worden dan het geval is voor de Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten.
Pagina
7
Zorgplicht Tenslotte geldt voor alle plant- en diersoorten (ook de onbeschermde soorten) de zorgplicht uit de Omgevingswet. Deze houdt in dat mogelijke nadelige gevolgen voor planten en dieren, voor zover redelijk, zoveel mogelijk vermeden moeten worden.
Tuinstraat 12, 5427 PR Boekel – 06 18717157– info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
2.3 Natuurnetwerk Nederland Binnen de Ow is het Natuurnetwerk Nederland (NNN) vastgelegd. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen groene gebieden, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Daarnaast kan de provincie planologische bescherming aan gebieden toekennen door hen aan te wijzen als “bijzondere provinciale natuurgebieden” of “bijzondere provinciale landschappen”.
Pagina
8
Natuurwaarden van het NNN worden afgemeten aan doelsoorten. Het is belangrijk dat verlies van en winst aan belangrijke natuurwaarden hieraan worden afgemeten. Ruimtelijke ingrepen moeten vooraf worden getoetst op hun effect op het areaal, de samenhang en de kwaliteit van het NNN. Ingrepen die geen significant negatief effect op wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN hebben, kunnen in principe doorgang vinden. Als echter het tegenovergestelde geldt, hangt doorgang van de plannen onder meer af van het belang van de plannen en van de mogelijkheden voor mitigatie en compensatie. Hierbij geldt het 'Nee, tenzij-regime'. Per saldo dient de kwaliteit en/of kwantiteit van het NNN te verbeteren. Waar Natura 2000 -gebieden met het NNN overlappen, blijft ook het NNN-regime gelden.
Tuinstraat 12, 5427 PR Boekel – 06 18717157– info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
3. Omschrijving plangebied en Voorgenomen ontwikkeling 3.1 Algemeen Het plangebied bevindt zich aan de zuidrand van Blitterswijck. De omgeving is overwegend ingericht met woningen. Het plangebied bestaat uit een voormalige garage en verharding. Het plangebied en de onderzochte omliggende gronden is in Figuur 1 weergegeven.
Figuur 1: De kavel(s) welke bezocht en onderzocht zijn op de aanwezigheid van beschermde soorten flora en fauna. Bron: Google maps.
3.2 Voorgenomen ontwikkeling
Pagina
9
Het voornemen is om de bestaande bebouwing te slopen en vervolgens worden er 6 woningen met bijbehorende tuinen gerealiseerd (zie Figuur 2).
Tuinstraat 12, 5427 PR Boekel – 06 18717157– info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Figuur 2: Schets van voorgestane situatie. Bron: Faunaconsult.
3.2.1 Te ontwikkelen kavel
Pagina
10
De te ontwikkelen kavel en omgeving is afgebeeld in Figuur 3.
Tuinstraat 12, 5427 PR Boekel – 06 18717157– info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
11
Figuur 3: Bestaande te slopen bebouwing.
Tuinstraat 12, 5427 PR Boekel – 06 18717157– info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
4. Methode 4.1 Gebouwbewonende vleermuizen De inventarisatie van vleermuizen is uitgevoerd volgens de daarvoor opgestelde protocollen. In Tabel 1 staat de beoogde werkwijze uitgewerkt, naar het landelijk vastgestelde protocol voor vleermuisonderzoek (versie 2021). Dit is een door het bevoegd gezag en het Netwerk Groene Bureaus (NGB) goedgekeurde methodiek. Alsmede zijn de kennisdocumenten vleermuizen (Bij12) geraadpleegd. Functionele leefomgeving Tijdens het vleermuisonderzoek is onderzocht welke soorten en aantallen vleermuizen in het gebied voorkomen, en welke functie(s) het plangebied heeft voor vleermuizen (verblijfplaatsen, foerageergebied en vliegroutes). Dit is essentieel om uitspraken te doen over de effecten op populaties van de beschermde soorten en de eventueel te nemen maatregelen. Ook geeft het duidelijkheid op de vraag of het indienen van een vergunningsaanvraag noodzakelijk is. Uitvoeringsstrategie Het vleermuisprotocol geeft aan dat meerdere onderzoek rondes nodig zijn om de verschillende functies van het gebied voor vleermuizen in kaart te brengen. De bezoekronden moeten worden uitgevoerd in de vleermuisactieve periode tussen half mei en eind september. Het vleermuisonderzoek in de voorjaarsperiode is met het oog op de grootte van het plangebied deels uitgevoerd door twee onderzoekers.
Voor het vleermuisonderzoek in het najaar is één onderzoeker ingezet; dit aangezien de vleermuizen veelal vanaf een vaste locatie (paar)roepen en derhalve eenvoudiger waargenomen worden. Aangezien het onderzoek geheel conform het landelijk vastgestelde vleermuisprotocol is uitgevoerd, zijn de resultaten betrouwbaar. De inventarisaties zijn uitgevoerd door R.J.L. Bijvelds, R. Versteegden, B. vd Krieken. Alle inventarisatierondes zijn uitgevoerd tijdens gunstige weersomstandigheden.
Pagina
12
Technische aanpak en projectmethodiek Het onderzoek naar vleermuizen begint vanaf zonsondergang of drie uur voor zonsopkomst met behulp van de batdetector Anabat Walkabout. Dit apparaat vormt de ultrasone roepen van vleermuizen om tot een voor mensen hoorbare frequentie, daarnaast biedt het apparaat de mogelijkheid om de sonogrammen van het geluid direct visueel te analyseren. Waarnemingen die niet ter plaatse te duiden zijn, worden op een later tijdstip geanalyseerd met behulp van Anabat Insight analyse software. Om vleermuizen te kunnen zien maakt BNL advies naast led zaklampen ook gebruik van een warmtebeeld camera, de Helion 2 XP 50 pro van Pulsar en de Hikmicro Falcon FQ35. Dit soort camera’s maakt het mogelijk om dieren die buiten de detectie afstand van de batdetectors zijn waar te nemen en de precieze locatie van invliegopeningen vast te stellen zonder lichtverstoring.
Tuinstraat 12, 5427 PR Boekel – 06 18717157– info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Tabel 1: Werkwijze en periodes van onderzoek Soortgroep Functie
Paarverblijf
Nachtzwermen Vleermuis Zomerverblijf
Periode
15-aug01-okt 01-augGeluidswaarneming, 10-sep altijd mogelijkheid opname [& 15-aprsonogram] 15-okt 15-mei15-juli
Aantal bezoeken
Interval
Weersomstandigheden Tijdstip
2x2 uur
20 dagen tussen bezoeken
Geen regen, <3 Bft, >12°C
vanaf 30 na zonsondergang tot zonsopkomst
2x 2 uur
10 dagen tussen bezoeken
Geen regen, <4 Bft, >13°C
Tussen 00:00 en 02:00
1 avond (2,5 uur), 1 ochtend (3 uur), 1 x in de kraamperiode 1x2,5 uur, 1x3 uur
20 dagen maximaal motregen, <3 Bft, >12°C tussen bezoeken, 1 in juni maximaal motregen, <3 Bft, >12°C
starten bij zonsondergang, tot zonsopkomst
Pagina
13
Kraamverblijf
Methode
Tuinstraat 12, 5427 PR Boekel – 06 18717157– info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
5. Veldonderzoek 5.1 Gebouwbewonende Vleermuizen De inventarisaties zijn uitgevoerd door R.J.L. Bijvelds, R. Versteegden, B. vd Krieken (BNL advies). Alle inventarisatierondes zijn uitgevoerd tijdens gunstige weersomstandigheden. Tijdens het veldwerk zijn twee vleermuissoorten aangetroffen binnen het plangebied. Het gebied werd als foerageergebied door de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus, ppip) en de laatvlieger (Eptesicus serotinus, eps) gebruikt. Er zijn tijdens de onderzoekronden in de te slopen bebouwingen geen verblijfsplaatsen aangetroffen van vleermuizen. Tabel 2: Data en resultaten van de uitgevoerde vleermuis inventarisatierondes Datum
Start tijd
Eind tijd
Verblijf-type
°C
Bft.
Neerslag
Ultrasone opnames
26-5-2025
21:40
24:35
Kraam/zomer-
15
1-2
Droog
Ppip, Eps
18-6-2025
22:00
00:35
Kraam/zomer-
23
1
Droog
Ppip
19-6-2025
02:15
05:20
Kraam/zomer-
11
1
Droog
Ppip, Eps
18-8-2025
23:00
01:15
Paar/winter-
19
1
Droog
Ppip, Eps
8-9-2025
22:55
01:10
Paar/winter-
16
1-2
Droog/ lichte regen
Ppip, Eps
Gewone dwergvleermuis en laatvlieger De gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus, ppip) en Laatvlieger (Eptisicus serotinus, Eps) zijn in het plangebied en omgeving op meerdere plaatsen overvliegend, jagend en sociaal roepend waargenomen. In het plangebied foerageerden dieren hoofdzakelijk ten zuiden van het onderzochte gebouw en verspreid tussen het geboomte nabij het kerkje ten zuidoosten van het plangebied. Er zijn geen vliegroutes aangetroffen tijdens het onderzoek. Er zijn geen aanwijzingen voor kraam- of zomerverblijfplaatsen van vleermuizen binnen het plangebied in de te slopen bebouwing. Tijdens laatste inventarisatierondes zijn sporadisch baltsende gewone dwergvleermuizen waargenomen die geen interesse toonden in het onderzochte gebouw. Er zijn geen aanwijzingen voor paar- en/ of winterverblijfplaatsen van vleermuizen in het plangebied in de te slopen bebouwing.
5.2 Gebiedsfunctie, effectanalyse en maatregelen Gebouwbewonende Vleermuizen
Pagina
14
De aangetroffen vleermuizen toonden geen interesse in de te slopen bebouwing en hebben daar geen zomer-, kraam-, winter- of paarverblijfplaats.
Tuinstraat 12, 5427 PR Boekel – 06 18717157– info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Mitigerende maatregelen Naar aanleiding van de quickscan en nader onderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen is er geen aanleiding tot het plaatsen van mitigerende maatregelen. In het plangebied geen verblijfplaatsen van vleermuizen waargenomen. Compenserende maatregelen worden derhalve niet noodzakelijk geacht.
Zorgplicht Te alle tijden geldt de zorgplicht voor alle plant- en diersoorten (ook de onbeschermde). De zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs van men verwacht kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen. Manieren om aan de zorgplicht te voldoen zijn onder andere: •
•
• • •
Indien er bij de werkzaamheden nieuwe verlichting in het plangebied wordt geplaatst, wordt aanbevolen om verlichting toe te passen die verstoring bij vleermuizen en andere nacht-actieve soorten zoveel mogelijk beperkt. De lichthinder voor vleermuizen door verlichting kan aanzienlijk worden beperkt door het toepassen van amberkleurige UV-vrije LED-armaturen, lagere lichtmasten en een scherpe afsnede van de lichtinval. In het kader van de zorgplicht moeten alle dieren, waaronder de licht beschermde soorten (die vrijstelling van vergunning genieten) en de niet beschermde soorten, voldoende ruimte krijgen om te vluchten of om zich te verplaatsen tijdens de werkzaamheden. Dit gebeurt door onder andere vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken, steenhopen) gefaseerd te verwijderen; in verband met verstoring van aanwezige dieren kunnen de werkzaamheden zoveel mogelijk overdag uitgevoerd worden en buiten de meest kwetsbare periode; De werkzaamheden zouden gefaseerd uitvoeren;
Pagina
15
Indien tijdens de werkzaamheden dieren aangetroffen worden dient te alle tijden een ecoloog ingeschakeld te worden.
Tuinstraat 12, 5427 PR Boekel – 06 18717157– info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
6. Conclusie Tijdens de werkzaamheden blijft te allen tijde de specifieke zorgplicht van kracht en bij een veranderende situatie dient te allen tijde een ecoloog ingeschakeld te worden. Door de resultaten van de inventarisatierondes achten wij dat de aanvraag van een vergunning flora en fauna-activiteit niet noodzakelijk. Tabel 2: Samenvatting conclusie Vervolgonderzoek
Negatieve invloed
Mogelijke mitigatie
Vergunning
Vaatplanten
Nee
Geen
Geen
Nee
Vleermuizen
Ja
Geen verblijfplaatsen aangetroffen
Nee
Nee
Vogels met jaarrond beschermde nesten
Nee
Geen
Geen
Nee
Grondgebonden zoogdieren
Nee
Geen
Zorgplicht; dieren de ruimte bieden zich naar veilige locaties te verplaatsen
Nee
Amfibieën
Nee
Geen
Geen
Nee
Reptielen
Nee
Geen
Geen
Nee
Vissen
Nee
Geen
Geen
Nee
Ongewervelden
Nee
Geen
Geen
Nee
Vaatplanten
Nee
Geen
Geen
Nee
Pagina
16
Soortgroep
Tuinstraat 12, 5427 PR Boekel – 06 18717157– info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68