b NL.IMRO.0984.TAM25015-ON01 tb6 Ecologisch onderzoek
Tekst van het document
Quickscan natuurwetgeving Oude Heerweg 23 te Blitterswijck
In opdracht van: Beusmans & Jansen
19 mei 2025 R. Rijnders BSc en ir. J.P.M. Hovens
Tegelseweg 3 5951 GK Belfeld Tel: 077-4642999 www.faunaconsult.nl
Quickscan natuurwetgeving Oude Heerweg 23 te Blitterswijck Opdrachtgever: Opstellers/controle: Veldwerk:
Beusmans & Jansen R. Rijnders BSc / ir. J.P.M. Hovens R. Rijnders BSc en P.J.C.A. op het Veld
Faunaconsult B.V. werkt volgens de protocollen in de kennisdocumenten van BIJ12. Onze onderzoeken voldoen daarmee aan de landelijk geldende normen en opdrachtgevers hebben een basis om ons aan te spreken op de kwaliteit van de door ons aangeleverde producten. Onze ecologen voldoen aan de deskundigheidseisen zoals gesteld door RVO. We hechten groot belang aan maatschappelijk verantwoord ondernemen en we zijn PSO gecertificeerd.
Quickscan natuurwetgeving Oude Heerweg 23 te Blitterswijck
1
Inhoud 1
Inleiding........................................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding ............................................................................................................................... 3 1.2 Doel en status van dit document .............................................................................................. 3 1.3 Leeswijzer ............................................................................................................................... 3 2 Wet- en regelgeving ........................................................................................................................ 4 2.1 Inleiding................................................................................................................................... 4 2.2 Bescherming van Natura 2000-gebieden................................................................................. 4 2.3 Natuurnetwerk Nederland ....................................................................................................... 4 2.4 Beschermde planten en dieren ................................................................................................. 5 2.5 Kapmelding en kapvergunning................................................................................................
6 3 Werkwijze ....................................................................................................................................... 7 3.1 Beschrijving van de werkzaamheden ...................................................................................... 7 3.2 Werkwijze ............................................................................................................................... 7 4 Aanwezige beschermde natuurwaarden .......................................................................................... 8 4.1 Beschrijving plangebied .......................................................................................................... 8 4.2 Natura 2000-gebieden ............................................................................................................. 8 4.3 Natuurnetwerk Nederland ....................................................................................................... 9 4.4 Beschermde planten en dieren ............................................................................................... 10 4.5 Houtopstanden ....................................................................................................................... 16 5 Mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden .......................................................................
17 5.1 Natura 2000 ........................................................................................................................... 17 5.2 Natuurnetwerk Nederland ..................................................................................................... 17 5.3 Beschermde planten en dieren ............................................................................................... 17 6 Conclusies en aanbevelingen ......................................................................................................... 19 6.1 Natura 2000 ........................................................................................................................... 19 6.2 Natuurnetwerk Nederland ..................................................................................................... 19 6.3 Beschermde planten en dieren ............................................................................................... 19 Literatuur ............................................................................................................................................... 21 Bijlage I. Strenger beschermde soorten in het uurhok........................................................................... 22
Quickscan natuurwetgeving Oude Heerweg 23 te Blitterswijck
2
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Beusmans & Jansen begeleidt de realisatie van 6 woningen aan Oude Heerweg 23 te Blitterswijck. De voorgenomen ontwikkeling heeft aanleiding gegeven voor deze quickscan natuurwetgeving. Hierin is nagegaan welke effecten de ingreep heeft op lokaal voorkomende beschermde flora en fauna. Daarnaast is nagegaan welke invloed de ingreep heeft op beschermde Natura 2000-gebieden en overige beschermde natuurgebieden.
1.2
Doel en status van dit document
Het risico bestaat dat het plangebied deel uitmaakt van leefgebieden van diverse beschermde soorten. Dit document geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en mogelijke effecten als gevolg van het project. Het doel van dit document is om vast te stellen of de natuurwetgeving de geplande ontwikkeling in de weg staat. De ingreep kan een negatief effect hebben op beschermde natuurwaarden (plant- en diersoorten en bijbehorende leefgebieden) en beschermde gebieden. Dit document geeft aan of en welke vervolgstappen noodzakelijk zijn om te voldoen aan de minimale onderzoekinspanning vanuit de Omgevingswet en het Natuurnetwerk Nederland. Daarnaast worden mitigerende (verzachtende) maatregelen aangegeven om significant negatieve effecten op voorhand te voorkomen en daarmee te voldoen aan de natuurwetgeving.
1.3
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt een korte beschrijving gegeven van de relevante wet- en regelgeving. Hoofdstuk 3 beschrijft de geplande werkzaamheden en de werkwijze van de inventarisaties van de natuurwaarden. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de beleids- en veldinventarisaties weergegeven. Hoofdstuk 5 beschrijft de effecten van de voorgenomen ingreep op Natura 2000gebieden, de in en nabij het plangebied aanwezige natuurwaarden, evenals de mogelijke overtredingen op de Omgevingswet. Hoofdstuk 6 geeft de conclusies en aanbevelingen weer.
Quickscan natuurwetgeving Oude Heerweg 23 te Blitterswijck
3
2
Wet- en regelgeving
2.1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt een korte toelichting gegeven op de juridische bescherming van de Nederlandse natuur. De Wet natuurbescherming (Wnb) verving drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet. De Natuurbeschermingswet 1998 zorgde voor de bescherming van (natuur)gebieden; de Flora- en faunawet regelde de bescherming van alle in het wild levende plantenen diersoorten; de Boswet regelde de kap van bomen buiten de bebouwde kom (als bedoeld in de Boswet). Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden en de Wet natuurbescherming is daarin geïntegreerd. Zo wordt in artikel 5.18 van de Omgevingswet gesteld dat er per algemene maatregel van bestuur (AmvB) regels worden gesteld over het verlenen of weigeren van een omgevingsvergunning voor o.a. bouwactiviteiten. In artikel 5.10 van de Omgevingswet is geregeld dat per AmvB voor bepaalde ‘flora- en fauna-activiteiten’ wordt bepaald dat Gedeputeerde Staten op de aanvraag voor een omgevingsvergunning mogen beslissen. ‘Flora- en fauna-activiteiten’ zijn de verboden die de Wet natuurbescherming (Wnb) stelde ten aanzien van Vogelrichtlijnsoorten (artikel 3.1 Wnb); Habitatrichtlijnsoorten (artikel 3.5 Wnb) en Overige beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb).
2.2
Bescherming van Natura 2000-gebieden
Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Het is een verzameling van Habitatrichtlijn- en Vogelrichtlijngebieden en Wetlands (die worden beschermd middels de internationale Conventie van Ramsar). De bescherming van deze gebieden is gebaseerd op internationale verplichtingen en die zijn geïmplementeerd in de Nederlandse regels. In artikel 2.44 van de Omgevingswet is geregeld dat de Minister voor Natuur en Stikstof dergelijke gebieden kan aanwijzen en in artikels 3.58 en 3.59 Besluit kwaliteit leefomgeving (vanaf hier: Bkl) zijn de begrenzing en instandhoudingsmaatregelen geregeld, om de vanuit de Vogelrichtlijn en/of Habitatrichtlijn gestelde doelen te halen. De provincies hebben daarnaast de bevoegdheid om bijzondere provinciale landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen. Zij kunnen in een later stadium door de Minister worden toegevoegd aan Natura 2000-gebieden. Per Natura 2000-gebied zijn (instandhoudings)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken.
Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning wordt aangevraagd, om die vervolgens passend te beoordelen (op grond van artikel 16.53c van de Omgevingswet. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn opgenomen in Natura 2000beheerplannen, de wettelijke basis daarvoor is geregeld in artikel 10.18 van het Omgevingsbesluit (vanaf hier: Ob). Na vaststelling van de beheerplannen hoeft daarvoor geen vergunning aangevraagd te worden.
2.3
Natuurnetwerk Nederland
Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd, is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het NNN is gebaseerd op provinciale regelgeving. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: • bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken;
Quickscan natuurwetgeving Oude Heerweg 23 te Blitterswijck
4
• • • •
gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; alle Natura 2000-gebieden.
Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Tot die tijd was de Rijksoverheid hiervoor verantwoordelijk. In het Natuurpact hebben de provincies met het rijk afgesproken om tot 2027 80.000 hectare natuur in te richten. Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen. De provincies hebben – zoals ook al in paragraaf 2.2 aangegeven - de bevoegdheid om bijzondere provinciale landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen. Veel provincies hebben de Nationale Landschappen (sinds 2011 geen onderdeel meer van nationaal beleid) in hun provinciale beleid opgenomen. De toetsing van de voorgenomen werkzaamheden in het plangebied aan het provinciale beleid is opgenomen in hoofdstuk 5.
2.4
Beschermde planten en dieren
De Omgevingswet kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven: - Vogels alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn (artikel 11.37 t/m artikel 11.40 van het Besluit activiteiten leefomgeving; vanaf hier: Bal). Verder nemen de meeste provincies de onder de Wet natuurbescherming benoemde vogelsoorten waarvan het nest jaarrond werd beschermd over. Voor een aantal vogelsoorten geldt dat hun nesten jaarrond beschermd zijn, ook als de soort op het moment van de handeling geen gebruik maakt van het nest. Dit is het geval wanneer een vogelsoort jaarlijks terugkeert naar zijn nest en niet of nauwelijks in staat is om elders in zijn leefgebied een vervangend nest te vinden of te maken. - Internationaal beschermde soorten alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 11.46 t/m artikel 11.48 Bal); - Overige beschermde soorten in het wild levende soorten genoemd in bijlage IX, onder A en B bij artikel 11.54 (Bal). Onder A vallen een aantal in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers.
Onder B vallen een aantal vaatplanten. In A vallen onder meer de ‘algemene’ zoogdiersoorten die onder de Wnb bij ruimtelijke ingrepen waren vrijgesteld. Vrijwel al deze soorten zijn door alle provincies eveneens voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld. De beschermde status van soorten kan echter per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. De Provincie Limburg heeft deze vastgelegd in ‘Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg’ (Gedeputeerde Staten van Limburg, 2017) en Omgevingsverordening Limburg (Provinciale Staten van Limburg, 2025). De laatste is per 1 januari 2024 ingegaan. Dit houdt in dat de meeste soorten die onder de Omgevingswet als beschermde soort zijn aangewezen, ook in de Provincie Limburg worden beschermd.
Quickscan natuurwetgeving Oude Heerweg 23 te Blitterswijck
5
2.5
Kapmelding en kapvergunning
Voor houtopstanden buiten de door de gemeenteraad aan te wijzen 'bebouwingscontour houtkap' (Artikel 5.165b Bkl) dient een kapmelding te worden gedaan en geldt bovendien herplantplicht. Deze regels zijn niet van toepassing op bomen in tuinen, bomen die specifiek voor het oogsten van fruit, noten of vruchten worden geteeld, kerstbomen jonger dan 20 jaar, houtsingels rond boomgaarden, etc. De regels zijn ook niet van toepassing indien de houtopstand minder dan 10 are groot is, of als het gaat om minder dan 20 bomen in een rijbeplanting (Bal, 11.111 t/m 11.131). Binnen de 'bebouwingscontour houtkap' is de Omgevingswet niet van toepassing, maar gelden de gemeentelijke regels. In sommige gevallen dient er dus een gemeentelijke kapvergunning te worden aangevraagd.
Quickscan natuurwetgeving Oude Heerweg 23 te Blitterswijck
6
3
Werkwijze
3.1
Beschrijving van de werkzaamheden
De voormalige garage wordt gesloopt. Vervolgens worden er 6 woningen met bijbehorende tuinen gerealiseerd. Zie figuur 3.1 voor een schets van de voorgestane situatie.
Figuur 3.1. Schets van de voorgestane situatie.
3.2
Werkwijze
De quickscan is uitgevoerd door middel van een veldbezoek en een bronnenonderzoek. Op 6 mei 2025 heeft Faunaconsult B.V. het plangebied bezocht, evenals de omringende zone. Hierbij werden beschermde planten geïnventariseerd en werd beoordeeld voor welke plant- en diersoorten het plangebied geschikte habitat biedt. Waarnemingen van soorten in het plangebied zijn genoteerd. Met betrekking tot zoogdieren werd speciaal gelet op pootafdrukken, krabsporen, wissels, uitwerpselen, haren, graafsporen, holen en potentieel geschikte verblijfplaatsen. De te slopen bebouwing is van binnen en buiten geïnspecteerd met behulp van een ladder, zaklamp en boomcamera (RIDGID SeeSnake). Het bureauonderzoek is gebaseerd op vrij verkrijgbare verspreidingsbronnen en waarnemingen van soorten: - Beschermde SoortenIndicator (BeSI); - Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (www.natura2000.nl/gebieden); - RAVON (www.ravon.nl); - FLORON (www.floron.nl); - SOVON (www.sovon.nl); - Zoogdiervereniging (www.zoogdiervereniging.nl); - NDFF Verspreidingsgegevens (https://florafaunaverkenner.nl).
Quickscan natuurwetgeving Oude Heerweg 23 te Blitterswijck
7
4
Aanwezige beschermde natuurwaarden
4.1
Beschrijving plangebied
Het plangebied (zie figuur 4.1 en de foto’s op het voorblad) bevindt zich aan de zuidrand van Blitterswijck. De omgeving is overwegend ingericht met woningen. Het plangebied bestaat uit een voormalige garage en verharding.
Figuur 4.1. Ligging van het plangebied (rood omlijnd). Bron: Google Maps.
4.2
Natura 2000-gebieden
In tabel 4.2. is een overzicht weergegeven van de Natura 2000-gebieden binnen een afstand van 10 kilometer van het plangebied. Overige Natura 2000-gebieden liggen op meer dan 10 kilometer afstand van het plangebied. Figuur 4.2 laat de ligging van het plangebied zien ten opzichte van Natura 2000gebieden. Tabel 4.2. Overzicht van de natura 2000 gebieden binnen een afstand van 10 km van het plangebied.
Natura 2000 gebieden Maasduinen Boschhuizerbergen
Afstand tot plangebied (km) 1,7 6,1
Quickscan natuurwetgeving Oude Heerweg 23 te Blitterswijck
8
1,7 km
Figuur 4.2. Natura 2000-gebieden (rood en blauw gearceerd) ten opzichte van het plangebied (rode stip). Bron: Natura 2000 Network Viewer.
4.3
Natuurnetwerk Nederland
Het plangebied ligt op zo’n 264 meter afstand van het dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), dat bestaat uit beheertype N16.03 Droog bos met productie (zie figuur 4.3).
264 m
Figuur 4.3. Ligging van het plangebied (rood omlijnd) ten opzichte van het NNN (groene vlakken). Bron: Provincie Limburg.
Quickscan natuurwetgeving Oude Heerweg 23 te Blitterswijck
9
4.4
Beschermde planten en dieren
In Bijlage I is een lijst weergegeven van de strenger beschermde soorten die volgens de NDFFverspreidingsgegevens in en rond het plangebied voorkomen (op basis van de afgelopen 5 jaar en het uurhok waarin het plangebied zich bevindt). Volgens de BeSI komen de volgende strenger beschermde soorten mogelijk in/rond het plangebied voor; vogels: boerenzwaluw, gierzwaluw, huismus, kauw, spreeuw, steenuil; zoogdieren: boombewonende vleermuizen, gebouwbewonende vleermuizen, gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, aardmuis, bunzing, das, haas, huisspitsmuis, konijn, ree, steenmarter, veldmuis; amfibieën: poelkikker, rugstreeppad, bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander; reptielen: hazelworm, levendbarende hagedis; insecten: teunisbloempijlstaart, gele tubebij; planten: grote leeuwenklauw. Zoogdieren en vogels De voormalige garage bevat voor een deel een plat bitumen plat dak zonder kiezels en deels een golfplaten dak met dakbeschot. Onder de ‘golven’ bevindt zich geen vogelschroot. Huismussen kunnen daardoor in principe onder de golfplaten broeden maar de golfplaten reiken tot een brede dakgoot. Dit is voor huismussen geen veilige locatie om te nestelen doordat er bij een brede dakgoot meer kans is op predatie door bijvoorbeeld katten (zie figuur 4.4.1). Daarnaast zijn er geen panlatten aanwezig (zie figuur 4.4.2).
Het is dan ook onwaarschijnlijk dat er huismussen onder de golfplaten broeden. Tijdens het veldbezoek (dat plaatsvond tijdens het broedseizoen en in de ochtend) zijn geen huismussen waargenomen in of rond het plangebied. Gierzwaluwen hebben nergens een invliegmogelijkheid. Overige openingen of holtes waarin vogels kunnen broeden zijn afwezig. Vogelnesten zijn in het plangebied dus afwezig. Door de ingemetselde dakgoot kunnen vleermuizen niet onder de dakgoot invliegen. Op enkele plekken bevinden zich wel openingen of kieren waardoor vleermuizen in principe een achterliggende ruimte of mogelijk een spouw kunnen bereiken: - aan de voorzijde bevindt zich een ventilatiesleuf (zie figuur 4.4.3); - aan de achterzijde van het gebouw bevindt zich een open spouw onder een overkapping (zie figuur 4.4.4); - aan de achterzijde van het gebouw bevindt zich een gat in de gevel (al dan niet met krantenpapier erin; zie figuur 4.4.5); - aan de achterzijde bevindt zich een boeiboord dat kiert met de gevel (zie figuur 4.4.6); - aan de achterzijde bevindt zich naast een garagedeur een open spouw (zie figuur 4.4.7). Op de stenen aan het uiteinde bevonden zich tevens twee vleermuisuitwerpselen (zie figuur 4.4.8). Mogelijk bevat het gebouw dus steenmarteruitwerpselen aangetroffen.
vleermuisverblijven.
In
het
gebouw
zijn
nergens
Quickscan natuurwetgeving Oude Heerweg 23 te Blitterswijck 10
Figuur 4.4.1. Door kans op predatie zijn huismussen niet onder de golfplaten te verwachten.
Figuur 4.4.2. Panlatten waarachter een nest kan worden gemaakt zijn afwezig.
Quickscan natuurwetgeving Oude Heerweg 23 te Blitterswijck 11
Figuur 4.4.3. Ventilatiesleuven.
Figuur 4.4.4. Spleten tussen de gevel en het dak.
Quickscan natuurwetgeving Oude Heerweg 23 te Blitterswijck 12
Figuur 4.4.5. Gat in de muur met spouwtoegang.
Quickscan natuurwetgeving Oude Heerweg 23 te Blitterswijck 13
Figuur 4.4.6. Het boeiboord kiert met de gevel.
Figuur 4.4.7. Zichtbare spouw aan de achterzijde.
Quickscan natuurwetgeving Oude Heerweg 23 te Blitterswijck 14
Figuur 4.4.8. Vleermuisuitwerpselen in de spleet bij de open spouw.
Bomen en opgaande vegetatie zijn afwezig in het plangebied. Daarmee is het voorkomen van roofvogelnesten, uilennesten, eekhoornnesten en verblijven van boombewonende vleermuizen in het plangebied uitgesloten. Hoger opgaande lijnvormige vegetatiestructuren die kunnen fungeren als vaste vliegroute/foerageergebied van vleermuizen zijn eveneens afwezig. Het plangebied vormt geen foerageergebied voor vogels. Voor kleine marterachtigen is er geen dekking. Het is wel mogelijk dat algemene zoogdiersoorten als de huisspitsmuis in het plangebied voorkomen. Doordat het plangebied bestaat uit een garage met verharding zijn overige zoogdieren als benoemd in Bijlage I niet in het plangebied te verwachten. Sporen van deze soorten zijn dan ook afwezig in het plangebied.
Quickscan natuurwetgeving Oude Heerweg 23 te Blitterswijck 15
Amfibieën, reptielen en vissen Wateren zijn in en rond het plangebied afwezig; vissen zijn daardoor zeker afwezig in het plangebied. Daarnaast is het biotoop in het plangebied ongeschikt als leefgebied voor strenger beschermde amfibieën (verharding en geen dekking). Het is ook onwaarschijnlijk dat algemene amfibieënsoorten als de gewone pad in het plangebied voorkomen. Reptielen zijn wegens het aanwezige biotoop evenmin te verwachten in het plangebied. Vlinders en libellen Waardplanten van strenger beschermde vlinders zijn afwezig en het plangebied vormt daarnaast geen geschikt habitat voor dergelijke soorten. Strenger beschermde vlindersoorten zijn daardoor niet in het plangebied te verwachten. Wegens de afwezigheid van waterplanten is het plangebied ook ongeschikt als leefgebied voor libellen. Overige diersoorten Overige diersoorten die zijn beschermd onder de Omgevingswet, zoals de vermiljoenkever, zijn wegens de afwezigheid van een geschikt biotoop niet te verwachten in het plangebied. Planten In het plangebied zijn alleen niet-beschermde planten waargenomen als heermoes, paardenbloem, klimop, braam, vogelmuur, akkerdistel en scherpe boterbloem. Tabel 4.4 geeft de beschermde soorten weer die (mogelijk) een vaste voortplantings- of rustplaats in en rond het plangebied hebben. Tabel 4.4. (Potentieel) in het plangebied voorkomende beschermde soorten.
Het beschermingsregime van de soorten in de Omgevingswet is eveneens weergegeven.
Vogels Nederlandse naam en wetenschappelijke naam Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) Ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) Laatvlieger (Eptesicus serotinus) Huisspitsmuis (Crocidura russula)
4.5
Internationaal beschermde soorten X X X
Andere beschermde soorten
X
Houtopstanden
In het plangebied bevinden zich geen te kappen bomen. Er hoeft dus geen provinciale kapmelding te worden gedaan en er is dus ook geen herplantingsplicht van toepassing, vanuit de Omgevingswet. Eventuele overtredingen op de Omgevingswet m.b.t. houtopstanden zijn dus niet aan de orde.
Quickscan natuurwetgeving Oude Heerweg 23 te Blitterswijck 16
5
Mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden
5.1
Natura 2000
Door de voorgenomen werkzaamheden kan verstoring door geluid, licht en beweging optreden. Deze effecten zijn zeer lokaal; bovendien ligt het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied ‘Maasduinen’ op een afstand van circa 1,7 kilometer van het plangebied. Vanwege de afstand verwachten wij van de voorgenomen werkzaamheden geen direct effect (geluid, licht en beweging) op bovengenoemd Natura 2000-gebied. Het hierboven genoemde Natura 2000-gebied bevat tenminste één stikstofgevoelig habitattype, dat te maken heeft met overbelasting door stikstof. De voorgenomen werkzaamheden zullen leiden tot wat stikstofuitstoot. Door de geringe omvang van de werkzaamheden en de afstand tussen het plangebied en het Natura 2000 gebied, verwachten wij echter geen significant effect op bovengenoemd (en verder van het plangebied gelegen) Natura 2000-gebied(en).
5.2
Natuurnetwerk Nederland
Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNN ligt op 264 meter afstand van het plangebied (zie figuur 4.3). Vanwege deze afstand hebben de voorgenomen plannen waarschijnlijk geen noemenswaardig effect op de natuurwaarden in het NNN.
5.3
Beschermde planten en dieren
- De garage bevat mogelijk zomer-, kraam-, paar- en/of winterverblijven van verschillende soorten vleermuizen. Door het gebouw te slopen, verdwijnen mogelijk vaste voortplantings- of rustplaatsen. Eventueel aanwezige vleermuizen kunnen bij de sloop worden gestoord, verwond en/of gedood. - Bij de werkzaamheden kunnen vaste voortplantings- en of rustplaatsen van algemene beschermde zoogdieren worden verstoord. Individuen kunnen hierbij worden verstoord en/of gedood. In de volgende tabel zijn de mogelijke overtredingen van de verbodsbepalingen van het Bal weergegeven. In hoofdstuk 6 wordt uitgelegd hoe deze overtredingen kunnen worden voorkomen.
Quickscan natuurwetgeving Oude Heerweg 23 te Blitterswijck 17
Tabel 5.3. Mogelijke overtredingen van algemene verbodsbepalingen van het Bal. De letters in de tabel corresponderen met die van de verboden in onderstaande tekst.
Soort Vleermuizen Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren
Beschermingsregime Omgevingswet Internationaal beschermde soorten Andere soorten
Art. 11.37 Art. 11.46 Art. 11.54 lid 1 lid 1 lid 1 a,b,d a,b
Artikel 11.37, lid 1 (vergunningplichtige / schadelijke handelingen Vogelrichtlijnsoorten) a. het opzettelijk doden of opzettelijk vangen van van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn; b. het opzettelijk vernielen of opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld onder a, of het opzettelijk wegnemen van nesten van die vogels; c. het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels als bedoeld onder a; of d. het opzettelijk storen van vogels als bedoeld onder a. Artikel 11.46, lid 1 (vergunningplichtige / schadelijke handelingen Habitatrichtlijnsoorten) a. het in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk doden of opzettelijk vangen van in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onder a, bij de habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn; b. het opzettelijk verstoren van dieren als bedoeld onder a; c. het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren van dieren als bedoeld onder a; d. het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld onder a; en e.
het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onder b, bij de habitatrichtlijn of bijlage I bij het verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Artikel 11.54, lid 1 (vergunningplichtige / schadelijke handelingen andere soorten) a. het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder A; b. het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren als bedoeld onder a; en c. het opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van vaatplanten van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder B. De onder (a) en (b) genoemde verboden zijn niet van toepassing op de bos-, huisspits- en veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende ervan of roerende zaken bevinden (artikel 11.54, lid 2 Bal).
Quickscan natuurwetgeving Oude Heerweg 23 te Blitterswijck 18
6
Conclusies en aanbevelingen
6.1
Natura 2000
De plannen zullen naar onze mening waarschijnlijk geen effect op de natuurwaarden in Natura 2000gebieden hebben. Om elk risico uit te sluiten, is het echter te overwegen de te verwachten stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden te laten bepalen. Indien daaruit blijkt dat er een significante toename is te verwachten, is er een vergunning nodig op grond van artikel 5.1, lid 1a van de Omgevingswet.
6.2
Natuurnetwerk Nederland
Door de werkzaamheden gaat er geen NNN verloren. De voorgenomen plannen hebben geen negatieve effecten op het NNN. Omdat er geen negatieve effecten op het NNN zijn te verwachten, zijn er op dit punt geen bezwaren vanuit het provinciale natuurbeleid.
6.3
Beschermde planten en dieren
Vleermuizen: aanvullend onderzoek en mitigatie vooraf De te slopen garage bevat mogelijk vleermuisverblijven. Het slopen van dit gebouw kan daarom leiden tot verstoring of vernietiging van vleermuizen en hun verblijven. Omdat alle vleermuissoorten streng zijn beschermd, dient het voorkomen van dergelijke verblijven conform het vleermuisprotocol (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus en Zoogdiervereniging, 2021) te worden onderzocht. Volgens het vleermuisprotocol zijn daartoe 5 onderzoeksronden nodig: - 3 ronden (2 avonden en 1 ochtend) onderzoek met batdetectors in de kraamtijd 15 mei – 15 juli (waarbij er minimaal 20 dagen zit tussen de twee avonden en tussen één avond en de ochtend); - 2 ronden (1 avond en 1 ochtend) onderzoek met batdetectors in de paartijd (15 augustus – 1 oktober, waarbij er minimaal 20 dagen zit tussen de twee bezoeken). Indien blijkt dat er vleermuisverblijven aanwezig zijn, dient er een omgevingsvergunning voor floraen fauna-activiteiten te worden aangevraagd. Ook dient de functionaliteit van het plangebied te worden gewaarborgd. Dit houdt in dat er op aangepaste wijze wordt gesloopt (zodat er geen vleermuizen worden gedood) en dat er voor elk verblijf dat zijn functie niet meer kan vervullen vier nieuwe vleermuisverblijven worden gecreëerd (BIJ12, 2024).
Om vertraging te voorkomen, is het daarom verstandig om vooruitlopend op de resultaten van het vleermuizenonderzoek alvast vleermuiskasten tegen nabijgelegen gebouwen op te hangen. Gewone dwergvleermuizen hebben bijvoorbeeld de tijd nodig om aan nieuwe verblijfplaatsen te wennen. Gedurende deze gewenningsperiode moeten zowel de oorspronkelijke situatie als de nieuw aangebrachte vervangende voorzieningen beide aanwezig zijn (BIJ12, 2024). Het is daarom beter om voor zekerheid te gaan en alvast 4 vleermuiskasten op te hangen van types als VK WS 01, VK WS 02 of VK MP 05 (te bestellen bij vivarapro.nl) of VMT1 of VMT1a (te bestellen bij unitura.nl). Dit dient te gebeuren aan niet te slopen panden binnen een straal van 200 meter van het plangebied (BIJ12, 2024), onder begeleiding van een deskundige. Als blijkt dat er vleermuisverblijven aanwezig zijn die door de sloopwerkzaamheden zullen worden vernietigd, wordt vertraging van de werkzaamheden (in verband met de gewenningsperiode) in de meeste gevallen voorkomen. Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren In het plangebied komen mogelijk zoogdieren voor, die onder de Omgevingswet zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde andere beschermde soorten), waarvoor in Limburg een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud.
Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een omgevingsvergunning voor flora- en fauna-activiteiten voor is verkregen (deze soorten zijn opgenomen in Bijlage X van de Omgevingsverordening Limburg; Provinciale Staten van Limburg, 2025). Wel geldt altijd de
Quickscan natuurwetgeving Oude Heerweg 23 te Blitterswijck 19
Zorgplicht (artikel 11.27 Bal); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst.
Quickscan natuurwetgeving Oude Heerweg 23 te Blitterswijck 20
Literatuur • • • • •
BIJ12. 2024. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus. Versie 2.0. BIJ12, Utrecht. Gedeputeerde Staten van Limburg. 2017. Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg. Provinciaal blad nr. 5634. Ministerie van Economische Zaken, 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag. Provinciale Staten van Limburg. 2025. Omgevingsverordening Limburg. Provinciaal blad 2025, 1614. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus en Zoogdiervereniging. 2021. Vleermuisprotocol 2021, januari 2021. www.netwerkgroenebureaus.nl en www.zoogdiervereniging.nl.
Quickscan natuurwetgeving Oude Heerweg 23 te Blitterswijck 21
Bijlage I. Strenger beschermde soorten in het uurhok De strenger beschermde soorten die volgens de NDFF-verspreidingsgegevens in en rond het plangebied voorkomen (op basis van de afgelopen 5 jaar en het uurhok waarin het plangebied zich bevindt).
Blauwe reiger Boerenzwaluw Boomvalk Bosuil Buizerd Draaihals Gierzwaluw Grauwe klauwier Grote gele kwikstaart Grutto Havik Huismus Huiszwaluw IJsvogel Kerkuil Kramsvogel Oehoe Oeverzwaluw Ooievaar Amfibieën Alpenwatersalamander
Reptielen Levendbarende hagedis
Vogels Paapje Raaf Ransuil Ringmus Rode wouw Roek Roerdomp Slechtvalk Sperwer Spotvogel Steenuil Torenvalk Visdief Wespendief Wulp Zomertortel Zwarte specht Zwarte wouw Vlinders Grote vos Kleine ijsvogelvlinder Spiegeldikkopje Teunisbloempijlstaart Vaatplanten Kartuizer anjer Tengere distel
Zoogdieren Bever Damhert Das Eekhoorn Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Grijze grootoorvleermuis Steenmarter Wolf
Libellen Beekrombout
Quickscan natuurwetgeving Oude Heerweg 23 te Blitterswijck 22