CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

b NL.IMRO.0984.TAM25006-ON01 tb4

Gemeenteraad 14 april 2026, gemeente VenrayBij agendapunt: TAM-omgevingsplan Schoutenstraatje 20, Venray4.677 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Natuur

NADER ONDERZOEK HUISMUSSEN EN VLEERMUIZEN Aanvullend onderzoek in het kader van de Omgevingswet

Locatie: Schoutenstraatje 20 Venray Rapportnummer: 2025-BE-1323 In opdracht van: Bureau Leefomgeving Noorderhof 16 5804 BV Venray

Nader onderzoek huismussen en vleermuizen Schoutenstraatje 20 Venray, BE-1323

Colofon Rapportage Brabant Eco Rapportnummer 2025-BE-1323 Opdrachtgever Bureau Leefomgeving Contactpersoon De heer P. van de Ligt Locatie Schoutenstraatje 20 Venray Auteur Veerle Basten Collegiale controle Freek Rovers Opleverdatum 28 september 2025

De Lange Kant 27 5061 PX Oisterwijk 06-24218274 www.brabanteco.nl

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron.

Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Brabant Eco geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek door toepassing van adviezen.

1

Nader onderzoek huismussen en vleermuizen Schoutenstraatje 20 Venray, BE-1323

Inhoudsopgave SAMENVATTING ............................................................................................................... 3 1.

INLEIDING ................................................................................................................. 4 1.1 Aanleiding......................................................................................................................... 4 1.2 Doelstelling ...................................................................................................................... 4 1.3 Criteria.............................................................................................................................. 4 1.4 Geldigheidsduur ............................................................................................................... 5

2.

PROJECTGEGEVENS ................................................................................................... 6 2.1 Ligging van het plangebied .............................................................................................. 6 2.2 Omschrijving van het invloedsgebied .............................................................................. 6 2.3 Voorgenomen ontwikkeling ............................................................................................. 7 2.4 Mogelijk aanwezige beschermde soorten en functies...................................................... 7

3. NADER ONDERZOEK HUISMUSSEN ........................................................................... 10 3.1 Onderzoeksmethode ...................................................................................................... 10 3.2 Resultaten veldonderzoek ............................................................................................. 10

4. NADER ONDERZOEK VLEERMUIZEN .......................................................................... 14 4.1 Onderzoeksmethode ...................................................................................................... 14 4.2 Resultaten veldonderzoek ............................................................................................. 15

5.

EFFECTENBEOORDELING ......................................................................................... 17 5.1 Effectenbeoordeling huismussen ................................................................................... 17 5.2 Effectenbeoordeling vleermuizen .................................................................................. 17

6.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ............................................................................ 18 6.1 Conclusies....................................................................................................................... 18 6.2 Toetsing Omgevingswet/staat van instandhouding ...................................................... 18

7. BRONNEN ................................................................................................................ 20

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

2

Nader onderzoek huismussen en vleermuizen Schoutenstraatje 20 Venray, BE-1323

SAMENVATTING

Initiatiefnemer is voornemens om de bestaande bebouwing in het plangebied Schoutenstraatje 20 te Venray te verbouwen tot twee woningen. In opdracht van Bureau Leefomgeving is door Brabant Eco in april 2025 een ecologische quickscan uitgevoerd. Volgens het rapport met nummer BE-1323 (d.d. 6 mei 2025) is er in plangebied mogelijk essentieel leefgebied van huismussen en verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig. Daarom is geadviseerd om nader onderzoek te laten uitvoeren naar het voorkomen van huismussen en vleermuizen en de functie van het plangebied voor deze beschermde dieren. Aan Brabant Eco is de opdracht gegeven deze nader onderzoeken naar huismussen en vleermuizen uit te voeren. Deze rapportage is een verslaglegging van het uitgevoerde onderzoek met de te verwachten effecten en kan als addendum van de ecologische quickscan worden gebruikt. Uitgevoerd onderzoek van april 2025 tot en met september 2025 leidt tot de conclusie dat er in het plangebied geen verblijfplaatsen, nestlocaties of functioneel leefgebied van huismussen of vleermuizen aanwezig zijn. Tijdens de gehele onderzoeksperiode zijn in en nabij het plangebied twee vleermuissoorten waargenomen: de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) en de laatvlieger (Eptesicus serotinus). De gewone dwergvleermuizen zijn foeragerend waargenomen. De laatvlieger is twee keer passerend waargenomen.

Er zijn geen in- of uitvliegende, bouncende of baltsende vleermuizen waargenomen. Daarnaast zijn binnen het plangebied geen nestplaatsen van huismussen vastgesteld. In de directe omgeving zijn wel huismussen waargenomen, op minimaal 5 meter van het te slopen gebouw. De werkzaamheden dienen daarom buiten de meest kwetsbare periode van de huismus te worden uitgevoerd, namelijk buiten het broedseizoen van maart tot en met augustus. Daarnaast zijn tijdens het onderzoek huismussen vastgesteld in de struik aan de zuidzijde van het plangebied, die als beschutting fungeert. Deze vegetatie blijft naar verwachting behouden, waardoor de functie voor de soort in stand blijft. Indien de struiken toch zouden verdwijnen, zijn in de directe omgeving voldoende alternatieve beschuttingsmogelijkheden aanwezig, zodat negatieve effecten op de huismus kunnen worden uitgesloten. Er zijn geen effecten te verwachten die van negatieve invloed zijn op de duurzame staat van instandhouding van de waargenomen soorten en hun functioneel leefgebied. De Omgevingswet wordt niet overtreden door de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Een vergunningsaanvraag in het kader van de ecologie voor het uitvoeren van de plannen is dan ook niet nodig. Veerle Basten Brabant Eco September 2025

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

3

Nader onderzoek huismussen en vleermuizen Schoutenstraatje 20 Venray, BE-1323

1. INLEIDING In dit hoofdstuk staan de aanleiding, het doel, de criteria en de geldigheidsduur van de nader soortonderzoeken beschreven.

1.1 Aanleiding Volgens opdrachtgever Bureau Leefomgeving is het voornemen om het plangebied Schoutenstraatje 20 te Venray te herontwikkelen. De bestaande bebouwing zal verbouwd worden tot twee woningen. Omdat de opdrachtgever bij de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling gebonden is aan de Omgevingswet, is door Brabant Eco een ecologische quickscan uitgevoerd voor het plangebied en de directe omgeving. Uit deze ecologische quickscan, met rapportnummer BE-1323 (d.d. 6 mei 2025), blijkt dat binnen het plangebied mogelijk essentieel leefgebied van huismussen en vleermuizen aanwezig is. Citaat uit het rapport: “Het is niet uit te sluiten dat de aanwezige vegetatie rondom het gebouw dient als essentieel leefgebied van huismussen. Het functionele leefgebied van huismussen is jaarrond beschermd. Het is niet geheel met zekerheid uit te sluiten dat er verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen aanwezig zijn in de bebouwing binnen het plangebied. Deze verblijfplaatsen, inclusief het functionele leefgebied van vleermuizen, zijn strikt beschermd.” Huismussen en alle soorten vleermuizen zijn beschermd. Daarom heeft Brabant Eco in opdracht van Bureau Leefomgeving in en rond het plangebied onderzoek naar leefgebied van huismussen en verblijfplaatsen van vleermuizen uitgevoerd. De bevindingen van dit vervolgonderzoek zijn beschreven in deze rapportage.

De rapportage kan als addendum aan de voornoemde ecologische quickscan worden toegevoegd.

1.2 Doelstelling Het doel van dit nader onderzoek is te onderzoeken of het plangebied deel uitmaakt van het functionele leefgebied van huismussen en vleermuizen. Vragen die centraal staan binnen dit nader onderzoek: o Maken huismussen gebruik van het plangebied en welke functies heeft het plangebied? o Welke vleermuissoorten maken gebruik van het plangebied en welke functies heeft het plangebied? o Heeft de voorgenomen ruimtelijke ingreep een negatief effect op huismussen en vleermuizen? o Is het naar aanleiding van de voorgenomen ruimtelijke ingreep noodzakelijk een vergunning aan te vragen in het kader van de Omgevingswet?

1.3 Criteria Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o Het onderzoek is uitgevoerd door ecologisch deskundigen. Een ecologisch deskundige heeft aantoonbare specifieke ecologische kennis en ervaring en geeft ecologisch advies en/of begeleidt werkzaamheden op het gebied van habitats en soorten. o Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk bureau. Brabant Eco verklaart hierbij geen enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek. o De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. o Het onderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Brabant Eco.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

4

Nader onderzoek huismussen en vleermuizen Schoutenstraatje 20 Venray, BE-1323

o

o

o

Het onderzoek naar huismussen is uitgevoerd conform Kennisdocument Huismus versie 2.1, februari 2023 van BIJ12. De kennisdocumenten van BIJ12 bevatten inzichten over soorten die door experts uit de wetenschap en de praktijk bij elkaar worden gebracht en worden ongeveer eens per vijf jaar geactualiseerd. Het onderzoek naar vleermuizen is uitgevoerd conform Vleermuisprotocol 2021 (geactualiseerd voor meervleermuis 20250324) van Netwerk Groene Bureaus, de Zoogdiervereniging en Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Dit protocol bevat de meest recente wetenschappelijke inzichten, waarbij per soort is voorgeschreven onder welke veldcondities, in welke periodes, met welke frequentie en voor welke duur onderzoek uitgevoerd dient te worden. Bij het hanteren van Kennisdocument Huismus versie 2.1 en Vleermuisprotocol 2021 wordt in juridische zin voldaan aan de wensen die het bevoegd gezag stelt. Tevens wordt voldaan aan de inspanningsverplichting om tot een gedegen onderzoek te komen.

1.4 Geldigheidsduur Geldigheid van onderzoeks- en verspreidingsgegevens is aan een maximale periode gebonden. Voor zwaar beschermde soorten als vleermuizen en huismussen geldt een geldigheidstermijn van circa 3 jaar. Na deze periode zijn de gegevens verouderd en dient beoordeeld te worden of de gegevens voldoende up-to-date zijn om te gebruiken bij ruimtelijke ingrepen. Het plangebied dient in die tijd niet significant te zijn veranderd waardoor nieuwe leefsituaties kunnen zijn ontstaan.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

5

Nader onderzoek huismussen en vleermuizen Schoutenstraatje 20 Venray, BE-1323

2. PROJECTGEGEVENS

In dit hoofdstuk worden de belangrijkste gegevens ten aanzien van de voorgenomen ontwikkelingen weergegeven. Allereerst wordt ingegaan op de geografische ligging van het plangebied en de kenmerken van het invloedsgebied. Vervolgens worden de voorgenomen ontwikkelingen en het toekomstige gebruik beschreven. Ten slotte wordt aangegeven welke beschermde soorten en functies mogelijk aanwezig zijn in en om het plangebied.

2.1 Ligging van het plangebied Het plangebied is gelegen aan het Schoutenstraatje 20, in de kern van Venray. Venray is een stad en gemeente in de provincie Limburg. Ten westen van de stad liggen de natuurgebieden Odapark en Vlakwater. De ligging van het plangebied in de wijdere omgeving is weergegeven in onderstaande afbeelding.

Venray

Afbeelding 1: Ligging plangebied (rode pin) in de wijdere omgeving. Bron: Google Earth.

2.2 Omschrijving van het invloedsgebied Het plangebied bestaat uit een voormalig horecapand en vegetatie. Het invloedsgebied bestaat vooral uit winkelbestemmingen en burgerbebouwing. Op onderstaande afbeelding wordt het plangebied globaal aangegeven.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

6

Nader onderzoek huismussen en vleermuizen Schoutenstraatje 20 Venray, BE-1323

Afbeelding 2: Globaal omlijnd plangebied in blauw. Bron: Google Earth.

2.3 Voorgenomen ontwikkeling Het initiatief bestaat uit het herontwikkelen van het plangebied Schoutenstraatje 20 te Venray. Het voornemen is om de bestaande bebouwing met een oppervlakte van 198 m² inpandig te verbouwen tot twee woningen.

2.4 Mogelijk aanwezige beschermde soortgroepen en functies Uit de voornoemde ecologische quickscan blijkt dat de aanwezige vegetatie mogelijk dient als essentieel leefgebied voor huismussen. Daarnaast blijkt dat er zich in het gebouw mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen bevinden. Er zijn verspreid over het gebouw meerdere potentiële invliegopeningen aanwezig. Zo bevinden zich onder de dakgoot aan de westzijde kierende ruimtes achter de houten plank. Daarnaast zijn in de gevels diverse gaten zichtbaar en zijn de loodslabben plaatselijk kierend. Onderstaande foto’s geven een impressie van de vegetatie en de diverse openingen in het gebouw.

Foto 1 & 2: Vegetatie ten zuiden van het gebouw.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

7

Nader onderzoek huismussen en vleermuizen Schoutenstraatje 20 Venray, BE-1323

Foto 3: Opening in de gevel. Bron: Quickscan Brabant Eco d.d. 6 mei 2025

Foto 4: Opening bij houten plank.

Huismussen Volgens de gegevens van de NDFF zijn er de laatste vijf jaar binnen een straal van twee kilometer vanuit het plangebied huismussen waargenomen. De huismus (Passer domesticus) is een echte gebouwbewoner die op de Rode Lijst van de Nederlandse broedvogels staat. De nesten worden vaak onder dakpannen, in kieren van muren, of in klimop die langs gevels groeit gemaakt. De nesten worden niet alleen gebruikt om eieren uit te broeden, maar ook als slaapplaats buiten het broedseizoen. Nesten van huismussen zijn het gehele jaar beschermd, omdat huismussen als koloniebroeders elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en daarin zeer honkvast zijn. Ze hebben een klein leefgebied, meestal niet groter dan enkele honderden meters rondom hun nest. Dit betekent dat de drie essentiële onderdelen van het leefgebied van belang voor de huismus, de nestlocatie, het habitat met voedselaanbod en beschutting, allemaal dicht bij elkaar dienen te liggen. Ook deze essentiële onderdelen van het leefgebied zijn beschermd. Vleermuizen De vleermuissoorten die volgens de uitdraai van de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. In de tabel staat per soort weergegeven waar verblijfplaatsen kunnen worden aangetroffen en de status van voorkomen in Nederland.

Daarnaast is met een kruisje per soort aangegeven welke potenties het plangebied voor de desbetreffende soort heeft. Vleermuissoort

Status*

Verblijfplaatsen in

Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus)

A

Vooral bebouwing

Laatvlieger (Eptesicus serotinus)

A

Vaak bebouwing

Tweekleurige vleermuis (Vespertilio murinus)

ZZ

Soms bebouwing, soms bomen

Winterverblijf

Kraam- Zomer- Paarverblijf verblijf verblijf

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Tabel 1: Waargenomen vleermuizen binnen een straal van twee kilometer. *A = algemeen, VZ = vrij zeldzaam, ZZ = zeer zeldzaam.

Meervleermuis Op 24 maart 2025 is door het Netwerk Groene Bureaus een actualisatie voor het Vleermuisprotocol 2021 uitgebracht, specifiek voor de meervleermuis. De actualisatie beschrijft nieuwe onderzoeksmethode voor

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

8

Nader onderzoek huismussen en vleermuizen Schoutenstraatje 20 Venray, BE-1323 kraam- en satellietverblijfplaatsen van deze soort. Onderdeel van deze actualisatie is de Koloniekaart Meervleermuis, waarin gevonden kraam- en satellietverblijven weergegeven staan, inclusief de verwachte actieradius waarin aanvullend onderzoek naar deze types verblijfplaatsen noodzakelijk is.

Afbeelding 3: Ligging plangebied globaal weergegeven met rode stip op deel van de Koloniekaart Meervleermuis.

Het uitgevoerde onderzoek naar vleermuizen heeft betrekking op verblijfplaatsen van gebouwbewonende soorten. Daarnaast ligt het plangebied volgens de kansenkaart buiten het onderzoeksgebied voor zowel satellietverblijven van mannelijke meervleermuizen als kraamverblijven van vrouwelijke meervleermuizen. De nadruk van het onderzoek heeft gelegen op gebouwbewonende vleermuissoorten, zoals de gewone- en ruige dwergvleermuis, maar de omgeving is ook meegenomen tijdens het onderzoek. Naast verblijfplaatsen zijn ook andere essentiële onderdelen van het leefgebied van vleermuizen beschermd. Dit zijn de belangrijke foerageergebieden en vliegroutes. Deze onderdelen zullen niet worden aangetast met de voorgenomen ontwikkelingen, omdat alleen een gebouw zal worden verbouwd.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

9

Nader onderzoek huismussen en vleermuizen Schoutenstraatje 20 Venray, BE-1323

3. NADER ONDERZOEK HUISMUSSEN In dit hoofdstuk staan de onderzoeksmethode, de gebruikte apparatuur, inzet en de resultaten van het uitgevoerde onderzoek naar huismussen beschreven.

3.1 Onderzoeksmethode Het nader onderzoek naar huismussen is uitgevoerd volgens Kennisdocument Huismus versie 2.1, februari 2023 van BIJ12. BIJ12 ondersteunt de samenwerkende provincies bij wettelijke taken en met kennis, informatie en data over het landelijk gebied en de fysieke leefomgeving. Er zijn voor diverse diersoorten kennisdocumenten opgesteld waarin onder andere het ecologisch onderzoek en mogelijke maatregelen worden beschreven. De kennisdocumenten worden regelmatig vernieuwd met actuele informatie. Onderzoek dat volgens de kennisdocumenten wordt uitgevoerd, kan in principe volstaan bij vergunningaanvragen en juridische procedures. Het inventariseren van nestplaatsen kan op verschillende manieren uitgevoerd worden. Het is per project maatwerk welke inventarisatiemethode ingezet wordt en welke intensiviteit van nader onderzoek nodig is.

Afbeelding 4: Op hoofdlijnen weergegeven de geschiktheid van periodes van inventariseren voor verschillende wijzen van inventariseren (bron: Kennisdocument Huismus versie 2.1, februari 2023 BIJ12).

Het uitgevoerde onderzoek is gericht op waarnemingen van exemplaren en nestindicatieve waarnemingen. Er zijn bij dit onderzoek geen dakpannen gelicht. Er is zowel visueel als auditief geïnventariseerd. De afwezigheid van broedende huismussen kan voldoende aannemelijk worden gemaakt als er gedurende minimaal 1 uur geen waarnemingen zijn verricht die duiden op de aanwezigheid van een nest- of rustplaats tijdens: twee gerichte veldbezoeken in de optimale periode van 1 april tot en met 15 mei of drie gerichte veldbezoeken in de periode van 10 maart tot en met 20 juni, waarvan minimaal één bezoek in de optimale periode heeft plaatsgevonden. De inventarisatie moet bij voorkeur onder gunstige weersomstandigheden (geen regen, geen kou en/of een maximale windsterkte van 4 Bft, of te hoge temperaturen) en op geluidsluwe momenten plaatsvinden. Het meest geschikte moment van de dag zijn vaak enkele uren na zonsopkomst, wanneer de temperatuur is opgelopen, en de laatste uren voor zonsondergang. Tussen de bezoeken dient minimaal een tussenperiode van 10 dagen te zitten. Dit onderzoek is uitgevoerd met twee onderzoeksrondes door één persoon in de optimale periode.

3.2 Resultaten veldonderzoek Tijdens de onderzoeksrondes is vooral het te verbouwen gebouw onderzocht op de aanwezigheid van nesten van huismussen. Daarnaast is de directe omgeving hierin meegenomen. Er is met name gefocust op

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

10

Nader onderzoek huismussen en vleermuizen Schoutenstraatje 20 Venray, BE-1323 in- en uitvliegende huismussen en roepende mannetjes. Daarnaast is gelet op foeragerende huismussen, huismussen in beschutting, huismussen met nestmateriaal en zandbaden. Het plangebied is in totaal voor het nader onderzoek naar huismussen twee keer bezocht, zie onderstaande tabel. Ronde en functie 1 Nest- of rustplaatsen

Datum en tijd

2 Nest- of rustplaatsen

08-052025 08:0009:00

27-042025 08:4509:45

Zonsopkom st/zonsond ergang 06:16 / 20:52

Temperat uur

Wind

Bewolking

Neerslag

Waarnemingen

14 °C

1 Bft O

Helder

Geen

05:56 / 21:10

11 °C

1 Bft O

Half bewolkt

Geen

Op de bebouwing in het plangebied geen huismussen waargenomen, wel in de vegetatie. Ook huismussen waargenomen in directe omgeving. Op de bebouwing in het plangebied geen huismussen waargenomen, wel in de vegetatie. Ook huismussen waargenomen in directe omgeving.

Tabel 2: Overzicht onderzoeksrondes huismusonderzoek.

Tijdens de veldonderzoeken zijn in het plangebied geen huismussen vastgesteld op of in de bebouwing. Wel zijn binnen het plangebied drie huismussen waargenomen in de struik aan de zuidzijde. Op en rondom de bebouwing van het plangebied zijn daarnaast meerdere huismussen waargenomen. Aan het Schoutenstraatje 27 en Grotestraat 8 en 2/2a is nestactiviteit vastgesteld, waarbij huismussen onder de dakpannen verdwenen. Daarnaast zijn bij Grotestraat 10, 17 en 21, bij Wilhelminastraat 1A en bij Grote Markt 5 roepende huismussen waargenomen, voornamelijk vanaf de dakrand en dakgoten. Verder zijn huismussen regelmatig gezien in de bomen en vegetatie in de omgeving, onder meer langs de Grotestraat en Wilhelminastraat. Daarnaast is aan de westelijke gevel van het te verbouwen gebouw een duivennest aanwezig, waar een duif bij zat.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

11

Nader onderzoek huismussen en vleermuizen Schoutenstraatje 20 Venray, BE-1323

Afbeelding 5: Plangebied in blauw omkaderd. Rode stip = locatie waargenomen huismus(sen), oranje cirkel = leefgebied huismussen, paarse stip = locatie duivennest. Bron: Google Earth.

Foto 5 & 6: Huismus koppel op dak Schoutenstraatje 27.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

12

Nader onderzoek huismussen en vleermuizen Schoutenstraatje 20 Venray, BE-1323

Foto 7: Huismus man met nestmateriaal op dak Schoutenstraatje 27. Foto 8: Huismus man roepend vanaf Grotestraat 21.

Foto 9: Duivennesten tegen oostzijde gebouw plangebied (Schoutenstraatje 20).

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

13

Nader onderzoek huismussen en vleermuizen Schoutenstraatje 20 Venray, BE-1323

4. NADER ONDERZOEK VLEERMUIZEN

In dit hoofdstuk staan de onderzoeksmethode, de gebruikte apparatuur, inzet en resultaten van het uitgevoerde onderzoek naar vleermuizen beschreven.

4.1 Onderzoeksmethode Vleermuisonderzoek is behoorlijk complex, doordat de soortgroep gedurende het jaar verschillende verblijfplaatsen kent, met elk hun eigen functie. Een verblijfplaats kan gemakkelijk over het hoofd worden gezien. Daarom wordt het onderzoek uitgevoerd volgens het landelijk vastgestelde protocol voor vleermuisonderzoek: Vleermuisprotocol 2021. Vleermuisprotocol 2021 is een door de Gegevensautoriteit Natuur (GaN) en het Netwerk Groene Bureaus goedgekeurde methodiek. Het is een hulpmiddel voor deskundige vleermuisonderzoekers en de beoordelaars van vleermuisonderzoek om te bepalen wat een juridisch redelijke onderzoeksinspanning is voor een specifieke locatie. De protocollen zijn opgesteld om het onderzoek voor de Omgevingswet optimaal te laten verlopen. Wanneer de protocollen in essentie zijn gevolgd, bestaat grote mate van juridische zekerheid dat voldaan is aan een wettelijke en maatschappelijk verantwoorde inspanning om na te gaan of soorten en functies van gebieden in het geding zijn. Onderzoeken die volgens deze protocollen uitgevoerd worden, kunnen in principe volstaan bij vergunningaanvragen en juridische procedures. Het onderzoek is specifiek gericht op het in kaart brengen van verblijfplaatsen, soortsamenstelling en gebiedsgebruik van vleermuizen. Er is zowel visueel als auditief geïnventariseerd.

De ultrasone geluiden die vleermuizen uitzenden zijn voor ons hoorbaar gemaakt met behulp van geavanceerde batdetectors: de Elekon Batlogger M, M2 en de Magenta Bat5 Bat Detector. De Batloggers registreren ook de GPS-coördinaten (via een geïntegreerde GPS-ontvanger) en de omgevingstemperatuur op het moment van opname. Wanneer de soort tijdens de onderzoeksronde in het veld niet met 100% zekerheid bepaald kon worden zijn de opnames later met de BatExplorer software geanalyseerd. Door de vleermuizen ook zoveel mogelijk visueel waar te nemen is de determinatie geverifieerd en is het gedrag, en daarmee vaak de functie van het gebied, vastgesteld. Het weer is van invloed op de activiteiten van vleermuizen en daardoor op de doelmatigheid van het inventariseren. Harde wind (meer dan 3 Bft), neerslag, dichte mist en temperaturen onder 7 tot 12 °C zijn (afhankelijk van de soort) belemmerende factoren. Om de aanwezige vleermuizen zo goed mogelijk in kaart te brengen zijn er op verschillende momenten in het jaar onderzoeksrondes uitgevoerd, zoals in Vleermuisprotocol 2021 staat beschreven. Zoals te zien in de Kraamkolonie Kansenkaart (afbeelding 3), ligt het plangebied buiten het kansrijke onderzoeksgebied van zowel kraamverblijven en satellietverblijven van de meervleermuis. Zodoende kan worden volstaan met het regulier onderzoek voor vleermuizen.

De voorzomerbezoeken zijn uitgevoerd voor het in kaart brengen van kraam- en zomerverblijven. Hiervoor zijn drie rondes uitgevoerd, waarvan één in de ochtend (ronde 2) en twee in de avond (ronde 1 en 3), met minstens 20 dagen tussen de avondbezoeken. Tijdens de nazomerbezoeken lag de nadruk op het in kaart brengen van paarterritoria met paarverblijven en indicaties voor winterverblijven. Hiervoor zijn er twee rondes uitgevoerd (ronde 4 en 5), ook met minstens 20 dagen tussen de avondbezoeken. De veldbezoeken zijn uitgevoerd door deskundig onderzoekers, zoals Rijksdienst voor Ondernemend Nederland bedoelt. Er wordt gewerkt vanuit de expertise van de te onderzoeken soorten opgedaan door ervaring, studie, vrijwilligerswerk en bijscholing op gebied van ecologie, natuur, flora, fauna en natuurwetgeving.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

14

Nader onderzoek huismussen en vleermuizen Schoutenstraatje 20 Venray, BE-1323 Het is van belang dat bij de onderzoeksrondes minimaal 75% van de vleermuisgeschikte plekken binnen het plangebied zijn te overzien door de onderzoeker(s). Voor het te verbouwen gebouw geldt dus dat hiervoor per onderzoeksronde twee onderzoekers nodig zijn, zie onderstaande afbeelding.

Afbeelding 6: Gehele planlocatie in blauw; te onderzoeken gebouw in rood; globale focuslocaties onderzoekers in geel.

4.2 Resultaten veldonderzoek Tijdens de onderzoeksrondes is vooral het te verbouwen gebouw onderzocht op de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen. Daarnaast is de directe omgeving hierin meegenomen. Er is met name gefocust op in- en uitvliegende vleermuizen en daarnaast is gelet op foeragerende, communicerende en zwermende vleermuizen en uitwerpselen. Het plangebied is in totaal voor het nader onderzoek naar vleermuizen vijf keer bezocht, zie onderstaande tabel. Ronde en functie 1 Kraam- en zomerverblijfplaatsen 2 Kraam- en zomerverblijfplaatsen

Zon op/ onder 21:25

21:51

Datum en tijd

Tempe ratuur

Wind

Bewolking

Neerslag

Waarnemingen

17-052025 21:2523:25 10-062025 03:1905:19

13 °C

3 Bft NW

Helder

Geen

13 °C

3 Bft ZW

Zwaar bewolkt

Geen

1 foeragerende gewone dwergvleermuis. Geen uitvliegers. Geen waarnemingen.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

15

Nader onderzoek huismussen en vleermuizen Schoutenstraatje 20 Venray, BE-1323 3 Kraam- en zomerverblijfplaatsen

21:54

14-062025 21:5423:54

20 °C

2 Bft W

Half bewolkt

Geen

4 Paarverblijven

20:48

20 °C

2 Bft N

Licht bewolkt

Geen

5 Paarverblijven

20:09

20-082025 20:4822:48 07-092025 22:1500:15

13 °C

3 Bft Z

Licht bewolkt

Geen

3 foeragerende gewone dwergvleermuizen, 2 passerende laatvliegers. Geen uitvliegers. 1 foeragerende gewone dwergvleermuis. Geen baltsgeluiden. Geen waarnemingen.

Tabel 3: Overzicht onderzoeksrondes vleermuisonderzoek.

4.2.1 Voorzomeronderzoeken 2025 De voorzomeronderzoeken waren met name gericht op het vaststellen van zomer- en kraamverblijfplaatsen van vleermuizen. Tijdens deze onderzoeken zijn meerdere malen foeragerende gewone dwergvleermuizen waargenomen, een maximum van drie individuen tegelijk. Daarnaast zijn in één ronde twee passerende laatvliegers vastgesteld. Er zijn geen in- of uitvliegende vleermuizen waargenomen.

4.2.2 Nazomeronderzoeken 2025 De nazomeravondbezoeken in augustus en september 2025 waren vooral gericht op het vaststellen van zwermgedrag bij verblijfplaatsen, baltsende vleermuizen en het vaststellen van paarverblijfplaatsen. Tijdens deze onderzoeken is één foeragerende gewone dwergvleermuis waargenomen. Er zijn geen in- of uitvliegende vleermuizen waargenomen en er is geen zwerm-, bounce- of baltsgedrag waargenomen.

Afbeelding 7: Gehele planlocatie in blauw. Rode cirkel = foerageergebied gewone dwergvleermuizen, gele stip = passerende laatvlieger. Bron: Google Earth.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

16

Nader onderzoek huismussen en vleermuizen Schoutenstraatje 20 Venray, BE-1323

5. EFFECTENBEOORDELING In dit hoofdstuk wordt beschreven wat voor effecten de voorgenomen ontwikkelingen hebben op de verschillende soorten en functies in en om het plangebied.

5.1 Effectenbeoordeling huismussen Nestlocaties Uit het onderzoek naar huismussen blijkt dat het te slopen gebouw niet door huismussen wordt gebruikt als nestlocatie. Er zijn bij het gebouw geen huismussen waargenomen. In de directe omgeving zijn wel huismussen waargenomen, op minimaal 5 meter van het te slopen gebouw. De werkzaamheden dienen daarom buiten de meest kwetsbare periode van de huismus te worden uitgevoerd, namelijk buiten het broedseizoen van maart tot en met augustus. Foerageergebied Tijdens het onderzoek zijn er geen foeragerende huismussen binnen het plangebied waargenomen. Negatieve effecten op foerageergebied van huismussen kunnen worden uitgesloten. Beschutting Tijdens het onderzoek zijn huismussen waargenomen in de struik ten zuiden van het plangebied. Omdat de werkzaamheden een interne verbouwing van het gebouw betreft, blijft deze vegetatie behouden en deze beschuttingsmogelijkheid aanwezig. Mocht de beplanting aan de zuidzijde toch verdwijnen, dan zijn er in de directe omgeving voldoende alternatieven aanwezig. Zo maken huismussen al veelvuldig gebruik van de haag ten oosten van het plangebied en van de bomen in de aangrenzende straten. Zandbaden Binnen het plangebied zijn geen geschikte plekken aanwezig voor huismussen om een zandbad te kunnen nemen. Deze zullen dus ook niet verdwijnen met de voorgenomen werkzaamheden.

5.2 Effectenbeoordeling vleermuizen Verblijfplaatsen/paarterritoria Tijdens het vleermuisonderzoek zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen in of direct grenzend aan het plangebied vastgesteld. Foerageergebied Uit het vleermuisonderzoek blijkt dat de directe omgeving van het te slopen gebouw niet tot essentieel foerageergebied van vleermuizen behoort. In de directe omgeving is en blijft voldoende alternatief foerageergebied aanwezig. Daarmee zijn bij de voorgenomen ontwikkelingen geen negatieve effecten op foeragerende vleermuizen te verwachten. Vliegroutes In de directe omgeving van het plangebied zijn geen lijnvormige structuren aanwezig die als vliegroute voor vleermuizen kunnen dienen. Ten gevolge van de voorgenomen ruimtelijke ingreep worden dus geen vliegroutes aangetast.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

17

Nader onderzoek huismussen en vleermuizen Schoutenstraatje 20 Venray, BE-1323

6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

In dit hoofdstuk worden de conclusies van het nader onderzoek beschreven en de verbodsbepalingen uit de Omgevingswet die mogelijk worden overtreden met de voorgenomen ingreep. Ook staan de vervolgstappen vermeld.

6.1 Conclusies Tijdens het uitgevoerde nader onderzoek zijn in het plangebied geen verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld. Het plangebied vormt ook geen essentieel foerageergebied en er zijn geen vliegroutes aanwezig. Wel zijn er foeragerende gewone dwergvleermuizen en passerende laatvliegers waargenomen. Daarnaast zijn binnen het plangebied geen nestplaatsen van huismussen vastgesteld. In de directe omgeving zijn wel huismussen waargenomen, op minimaal 5 meter van het te slopen gebouw. De werkzaamheden dienen daarom buiten de meest kwetsbare periode van de huismus te worden uitgevoerd, namelijk buiten het broedseizoen van maart tot en met augustus. Daarnaast zijn tijdens het onderzoek huismussen vastgesteld in de struik aan de zuidzijde van het plangebied, die als beschutting fungeert. Deze vegetatie blijft naar verwachting behouden, waardoor de functie voor de soort in stand blijft. Indien de struiken toch zouden verdwijnen, zijn in de directe omgeving voldoende alternatieve beschuttingsmogelijkheden aanwezig, zodat negatieve effecten op de huismus kunnen worden uitgesloten.

6.2 Toetsing Omgevingswet/staat van instandhouding Er zijn waarnemingen gedaan van de gewone dwergvleermuis en laatvlieger. De gewone dwergvleermuis en de laatvlieger zijn algemene vleermuissoorten in Nederland die gebruikmaken van diverse verblijfplaatsen, zoals spouwmuren, achter betimmering, onder daklijsten en dakpannen, of onder het lood rondom schoorstenen. Zie de onderstaande afbeeldingen voor recente verspreidingsinformatie van de gewone dwergvleermuis en laatvlieger.

Afbeelding 8: Verspreiding gewone dwergvleermuis. Bron: Verspreidingsatlas.nl

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Afbeelding 9: Verspreiding laatvlieger.

18

Nader onderzoek huismussen en vleermuizen Schoutenstraatje 20 Venray, BE-1323 De huismus is een algemene broedvogel die sterk gebonden is aan gebouwen en stedelijke structuren, waar hij nestplaatsen vindt in gevels, spouwmuren en dakconstructies. Zie de onderstaande afbeelding voor recente verspreidingsinformatie van de huismus.

Afbeelding 10: Verspreiding huismus. Bron: SOVON.

Met de voorgenomen werkzaamheden gaan geen verblijf- of nestplaatsen van vleermuizen of huismussen verloren. In de directe omgeving van het plangebied zijn huismussen waargenomen. Om verstoring van deze soort te voorkomen, dienen de werkzaamheden buiten de meest kwetsbare periode plaats te vinden, namelijk het broedseizoen (maart t/m augustus). Zodoende is er geen sprake van een negatieve invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

19

Nader onderzoek huismussen en vleermuizen Schoutenstraatje 20 Venray, BE-1323

7. BRONNEN

Websites www.bij12.nl www.limburg.nl www.google.com/maps www.iplo.nl www.NDFF.nl www.netwerkgroenebureaus.nl www.rijksoverheid.nl www.sovon.nl www.stichtingdemussentoevlucht.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vogelbescherming.nl www.waarneming.nl www.wetten.overheid.nl www.zoogdiervereniging.nl Andere bronnen Ecologische quickscan Brabant Eco BE-1323 Kennisdocument Huismus (februari 2023, BIJ12) Vleermuisprotocol (2021, NGB, Zoogdiervereniging, RVO) Bijlagen Bijlage 1: De verspreidingslijst van NDFF Bijlage 2: Beleidskader

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16773832/1