CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

b NL.IMRO.0984.TAM24004-va01 tb7 bodem en wateronderzoek

Gemeenteraad 24 februari 2026, gemeente VenrayBij agendapunt: TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venray20.377 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Rapport Projectnummer: 51006816 Referentienummer: NL24-648800269-91690 Datum: 14-06-2024

Verkennend bodem- en waterbodemonderzoek 150 kV-tracé Boxmeer-Venray 002.813.20

Concept

Opdrachtgever: TenneT TSO B.V. Utrechtseweg 310 6812 AR ARNHEM

Sweco Philitelaan 73 5617 AM Eindhoven Postbus 1265 5602 BG Eindhoven Nederland

T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl

Sweco Nederland B.V. Eindhoven Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt

Harry van den Bergh Adviseur Environmental Consultancy M +31 6 29 07 52 33

Revisiebeheer Revisie Concept

Datum 28-03-2023 14-06-2024

Status C0 C1

Belangrijkste wijzigingen Omgeschreven naar Omgevingswet

2 (33)

Verantwoording Titel

Verkennend bodem- en waterbodemonderzoek

Subtitel

150 kV-tracé Boxmeer-Venray

Projectnummer

51006816

Projectnummer TenneT

002.813.20

Referentienummer

NL24-648800269-91690

Revisie

C1

Datum

14-06-2024

Auteur

Harry van den Bergh

E-mailadres

harry.vandenbergh@sweco.nl

Gecontroleerd door

Jan van Nuenen

Paraaf gecontroleerd

Goedgekeurd door

Jan van Nuenen

Paraaf goedgekeurd

Kwaliteitsborging en onafhankelijkheid Het managementsysteem van Sweco Nederland B.V. voldoet aan verschillende eisen en normen. Een algemeen overzicht hiervan is opgenomen in de bijlage Kwaliteitsborging. Sweco Nederland B.V. verklaart hierbij dat zij en haar onderaannemers geen belang hebben bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Het onderzoek is derhalve volgens de eisen uit het Besluit bodemkwaliteit onafhankelijk uitgevoerd. Volgens het Besluit bodemkwaliteit dient onderzoek uitgevoerd te worden volgens, door de SIKB, vastgestelde beoordelingsrichtlijnen. In de rapportage wordt, indien van toepassing, expliciet vermeld bij welke werkzaamheden is afgeweken van de beoordelingsrichtlijnen en onderliggende protocollen. De consequenties hiervan zijn dan toegelicht.

3 (33)

Inhoudsopgave 1

Inleiding .................................................................................................................. 6

1.1

Algemeen ................................................................................................................. 6

1.2

Scope en doelstelling .............................................................................................. 6

1.3

Opbouw van het rapport .......................................................................................... 8

2

Vooronderzoek....................................................................................................... 9

2.1

Algemene informatie tracé ....................................................................................... 9

2.2

Samenvatting resultaten vooronderzoek ............................................................... 10

2.3

Onderzoekshypothese en -strategie ..................................................................... 12

3

Veld- en laboratoriumonderzoek........................................................................ 15

3.1

Veldonderzoek ....................................................................................................... 15

3.2

Laboratoriumonderzoek ......................................................................................... 19

3.3

Afwijkingen onderzoeksstrategie: tracéwijzigingen ............................................... 19

3.4

Afwijkingen onderzoeksstrategie: belemmeringen tijdens veldwerk ..................... 19

4

Resultaten veldonderzoek .................................................................................. 20

4.1

Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen ....................................................... 20

4.2

Grondwatergegevens ............................................................................................ 20

4.3

Monsterselectie grondmonsters ............................................................................ 22

5

Resultaten laboratoriumonderzoek ................................................................... 23

5.1

Toetsingskader ...................................................................................................... 23

5.2

Grond ..................................................................................................................... 24

5.3

Grondwater ............................................................................................................ 26

5.4

Waterbodem .......................................................................................................... 31

5.5

Veiligheidsklasse ................................................................................................... 31

5.6

Noodzaak tot vervolgonderzoek ............................................................................ 31

6

Conclusie en advies ............................................................................................ 32

6.1

Conclusies ............................................................................................................. 32

6.2

Advies .................................................................................................................... 33

4 (33)

Bijlage 1

Resultaten vooronderzoek op kaart

Bijlage 2

Overzichtskaart tracé

Bijlage 3

Situatietekeningen

Bijlage 4

Boorprofielen

Bijlage 5

Overzichtstabel onderzoeksresultaten

Bijlage 6

Analysecertificaten

Bijlage 7

Toetsingstabellen

Bijlage 8

Veiligheidsklasse

Bijlage 9

Toetsingskader bodemkwaliteit

Bijlage 10

Kwaliteitsborging

Bijlage 11

Overzichtstabel onderzoeksresultaten oud tracé (vervallen boringen)

Bijlage 12

Situatietekeningen oud tracé (vervallen boringen)

5 (33)

1

Inleiding

1.1 Algemeen Als onderdeel van het project 'Versterken 150 kV-net Boxmeer-Venray' (voorts: project) dient een nieuwe ondergrondse 150 kV-hoogspanningsverbinding gerealiseerd te worden tussen de 150 kV-hoogspanningsstations Boxmeer in Noord-Brabant (hierna: BMR150) en Venray in Limburg (hierna: VENR150). Hiertoe dienen de volgende netuitbreidingen te worden gerealiseerd: · Twee kabelvelden op BMR150. · Twee kabelvelden op VENR150. · 150 kV-kabelverbinding (met een lengte van circa 19 km) tussen Boxmeer en Venray bestaande uit twee circuits. Op basis van een tracéstudie is een voorkeursalternatief (VKA) tussen beide stations gekozen. Binnen het VKA is vervolgens een definitief tracé bepaald. Het tracé is weergegeven in figuur 1-1 en in meer detail in bijlage 2. Het tracé is opgedeeld in deeltracés, waarbij voor de HDD’s en mini-HDD’s de naamgeving van de partij (SGS) die het tracé heeft ontworpen is aangehouden (‘HDD01’ tot en met ‘HDD20’). Voor de stukken open ontgraving is de naamgeving A tot en met W gebruikt. Daarnaast vormen de stations afzonderlijke deellocaties: BMR150 en VENR150. De deeltracés en stations zijn weergegeven in bijlage 2. Voor de wijziging van het bestemmingsplan, voor de m.e.r.-beoordeling, voor het ontwerp van het Basis Ontwerp (BO) en voor het aanvragen van de benodigde vergunningen zijn veld- en bodemonderzoeken ter plaatse van het tracé noodzakelijk.

Milieuhygiënisch bodemonderzoek betreft één van deze noodzakelijke onderzoeken. Conform Omgevingswet is milieuhygiënisch bodemonderzoek benodigd bij het voornemen van een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie en/of de Milieubelastende Activiteit (MBA) ‘graven in bodem’. 1.2 Scope en doelstelling In opdracht van TenneT TSO B.V. heeft Sweco Nederland B.V. het milieuhygiënisch bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het tracé. Het tracé is weergegeven in figuur 1-1 en dient voor dit bodemonderzoek als het onderzoeksgebied. Tevens worden er aanpassingen aan de stations van Boxmeer en Venray doorgevoerd. De invloed van deze aanpassingen is ook opgenomen in het onderzoek. Bij het tracé gelden voor het uitvoeren van het onderzoek de volgende uitgangspunten: · Op locaties van open ontgravingen zal een sleuf gegraven worden voor de aanleg van de kabel. · De maximale ontgravingsdiepte in agrarisch gebied betreft 2,3 meter. · De maximale ontgravingsdiepte in niet-agrarisch gebied betreft 1,7 meter. · Kruisingen van het tracé worden voornamelijk aangelegd middels gestuurde boringen in de vorm van mini-HDD’s en HDD’s (horizontal directional drilling).

Deze rapportage beschrijft de resultaten van het milieuhygiënisch bodem-, waterbodem- en grondwateronderzoek dat conform Omgevingswet en conform het geldende onderzoeksprotocol van TenneT (versie 2.0, 12 oktober 2020) en de hierin vernoemde NEN-normen en andere normen uitgevoerd is.

6 (33)

Het doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit van het tracé en de eventueel daaruit vrijkomende grond in verband met mogelijke saneringen, grondverzet en Arbo-veiligheid (CROW 400). Het onderzoek is niet bedoeld om de exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven.

Figuur 1-1

Ligging tracé.

7 (33)

1.3 Opbouw van het rapport In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: · de conclusies van het vooronderzoek en onderzoeksstrategie (hoofdstuk 2); · de uitgevoerde veld- en laboratoriumwerkzaamheden (hoofdstuk 3); · de resultaten van het veldonderzoek (hoofdstuk 4); · de resultaten van het laboratoriumonderzoek (hoofdstuk 5); · conclusies en advies (hoofdstuk 6). De bijlagen maken onlosmakelijk deel uit van deze rapportage.

8 (33)

2

Vooronderzoek

2.1 Algemene informatie tracé De ligging van de onderzoekslocatie wordt gevormd door de hartlijn van het tracé. In het vervolg van het rapport zal de term ‘tracé’ worden gebruikt om de onderzoekslocatie van het milieuhygiënisch bodemonderzoek aan te geven. Het tracé is, van noord naar zuid, gelegen langs Boxmeer, Stevensbeek, Overloon en Venray. De noordgrens wordt gevormd door het hoogspanningsstation Boxmeer (BMR150). De zuidgrens wordt gevormd door het hoogspanningsstation Venray (VENR150). De totale lengte van het tracé bedraagt circa 20 km. Het tracé is opgedeeld in deeltracés (zie paragraaf 1.1), waarbij voor het verkennend bodemonderzoek alleen de tracés in open ontgraving onderzocht hoefden te worden. De deeltracés met hun lengte en maximale ontgravingsdiepte zijn weergegeven in tabel 2-1. De deeltracés zijn op een kaart weergegeven in bijlage 2. Tabel 2-1

Deeltracés verkennend bodemonderzoek (in open ontgraving)

Deeltracé

Omschrijving locatie

Lengte

Diepte (m-mv)1)

BMR150

Station Boxmeer

100

1,8

A

Zandkant west

255

1,8

B

Zandkant oost

230

1,8

C

Sambeeksedijk noord 1

310

1,8

D

Sambeeksedijk noord 2

230

1,8

E

Sambeeksedijk zuid 1

425

1,8

F

Sambeeksedijk zuid 2

345

1,8

G

Radioweg

655

1,8

H

Striep

1070

1,8

I

Lindelaan

250

1,8

J

Mullemsedijk

370

1,8

K

Duivenbosweg

445

1,8

L

Baltussenweg

930

1,8

M

Oploseweg

420

1,8

N

Rieterdreef

610

1,8

O

Vredepeelweg

865

1,8

P

Roosendaalseweg

280

1,8

Q

Rozendaal

940

1,8

Q-R

Afleidingskanaal

50

1,8

R

Loonsedijk

330

1,8

S

Hansenberg

420

1,8

T

Laagheidseweg

295

1,8

U

Overloonseweg

550

1,8

V

Loobeek

565

1,8

V-W

Spurkt

55

1,8

W

Metaalweg

20

1,25

VENR150

Station Venray

120

1,8

TOTAAL

11.135

1) Maximale ontgravingsdiepte/Diepte HDD. Algemene regel: bij open ontgraving in landelijk gebied bedraagt ontgravingsdiepte 1,8 m-mv en in stedelijk gebied 1,25 m-mv.

9 (33)

Het maaiveld ter plaatse van het tracé bevindt zich tussen circa 15 en 25 m +NAP. Het huidige landgebruik is grotendeels agrarisch en in mindere mate wonen en natuur. Industrie bevindt zich in het noorden van Venray (industriegebied Smakterheide). Er liggen enkele fruitteelt en/of boomkwekerij nabij het tracé. Op enkele locaties kruist het tracé een gedempte sloot, voormalige weg of (semi-)onverharde weg. Bij de huidige (grotere) sloten en wegen die worden gekruist, is een mini-HDD of een HDD voorzien. De bovenste circa 5 meter van de bodem van het tracé bestaat uit de derde zandige eenheid van de Formatie van Boxtel. Hieronder bevindt zich de tweede zandige eenheid van de Formatie van Beegden. Dit pakket is circa 12,5 meter dik. Onder de Formatie van Beegden bevindt zich de derde zandige eenheid van de Kiezeloöliet Formatie met een dikte van circa 20 meter. Hieronder, van circa 20 tot 50 m-NAP (of 40 tot 70 m-mv), bevindt zich de eerste zandige eenheid van de Formatie van Breda. De overheersende grondwaterstroomrichting is in noordoostelijke richting. Voor een gedetailleerder beeld van algemene info over de bodem binnen het tracé wordt verwezen naar ‘Milieuhygiënisch bureauonderzoek – Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150 kV, Sweco Nederland B.V., referentienummer: SWNL0278139, d.d. 25-08-2021’.

2.2 Samenvatting resultaten vooronderzoek Het doel van het milieuhygiënisch vooronderzoek is om na te gaan in welke vorm er vervolgonderzoek noodzakelijk is met betrekking tot de toekomstige werkzaamheden voor de 150 kV-verbinding en de uitbreidingen van beide stations. Het vooronderzoek (conform de NEN 5725) is in een eerder stadium van het project uitgevoerd en staat beschreven in een afzonderlijke rapportage (Milieuhygiënisch bureauonderzoek – Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150 kV, Sweco Nederland B.V., referentienummer: SWNL0278139, d.d. 25-08-2021). De belangrijkste resultaten van het vooronderzoek zijn weergegeven in bijlage 1. De resultaten van het vooronderzoek zijn akkoord bevonden door de opdrachtgever en zullen als dusdanig worden meegenomen in dit onderzoek. Er dient wel opgemerkt te worden dat in het vooronderzoek de onderzoekslocatie bestond uit het voorkeursalternatief (VKA) van 40 meter breed. Na de oplevering van die rapportage is het tracé nog meermaals gewijzigd. Op de locaties van het definitieve tracé waar nog geen vooronderzoek was verricht, heeft slechts in beperkte mate vooronderzoek plaatsgevonden. Conclusies op basis van historisch kaartmateriaal en bodemkwaliteitskaart Op basis van historisch kaartmateriaal en de bodemkwaliteitskaart (BKK) zijn verdachte locaties aangegeven.

In tabel 2-2 zijn aan de hand van het type activiteiten de verwachte verontreinigingen toegelicht. In bijlage 1 is hiervan een overzichtskaart bijgevoegd.

10 (33)

Tabel 2-2

Aanbevelingen en conclusies op basis van historisch kaartmateriaal en BKK

Type

Omschrijving

Verdacht

Eindconclusie/aanbevelingen

Gedempte sloot

Het tracé doorkruist 7 gedempte sloten.

Verdacht op het voorkomen van bodemvreemde bijmengingen zoals puin, bakstenen en asbest.

Verkennend onderzoek conform NEN 5740 nodig (maatwerk, 3 handboringen tot 0,25 m onder ontgravingsdiepte per sloot)

Voormalige weg

Het tracé doorkruist 10 voormalige wegen.

Verdacht op het voorkomen van bodemvreemde bijmengingen zoals puin, bakstenen en asbest.

Verkennend onderzoek conform NEN 5740 nodig (maatwerk, 3 handboringen tot 0,25 m onder ontgravingsdiepte per weg)

Boomkwekerij

Het tracé ligt in de nabijheid van 4 boomkwekerijen.

Verdacht op het voorkomen van organochloorbestrijdingsmiddelen in de bovengrond.

Verkennend onderzoek conform NEN 5740 nodig (VED-HE-L, handboringen tot 0,25 m onder ontgravingsdiepte, aantal afhankelijk van lengte) als boomkwekerij historisch aanwezig was

Fruitteelt

Het tracé ligt in de nabijheid van 2 fruitteeltbedrijven.

Verdacht op het voorkomen van organochloorbestrijdingsmiddelen in de bovengrond.

Verkennend onderzoek conform NEN 5740 nodig (VED-HE-L, handboringen tot 0,25 m onder ontgravingsdiepte, aantal afhankelijk van lengte) als fruitteeltbedrijf historisch aanwezig was

Erf/proefboerderij

Het tracé in de nabijheid van één erf en één proefboerderij.

Verdacht op het voorkomen van bodemvreemde bijmengingen als puin, baksteen, sintels en de aanwezigheid van olietanks of metaalhoudende materialen. Tevens verdacht op de aanwezigheid van macro-nutriënten en zware metalen als gevolg van mestopslag.

Verkennend onderzoek conform NEN 5740 nodig (VED-HE-L, handboringen tot 0,25 m onder ontgravingsdiepte, aantal afhankelijk van lengte) naar aanwezige verontreinigingen

Bedrijventerrein

Ten noorden van Venray ligt een bedrijventerrein.

Verdacht op het voorkomen van verontreiniging met VOCl, zware metalen, minerale olie en PAK.

Verkennend onderzoek conform NEN 5740 nodig (VED-HE-L, handboringen tot 0,25 m onder ontgravingsdiepte, aantal afhankelijk van lengte) naar aanwezige verontreinigingen

Conclusies op basis van het dossieronderzoek Na uitvoering van het dossieronderzoek blijkt dat verschillende locaties gelegen aan het aan te leggen kabeltracé verdacht zijn op het voorkomen van bodemverontreinigingen. In tabel 2-3 zijn de locaties aan de hand van locatiecodes toegelicht. In bijlage 1 is hiervan een overzichtskaart bijgevoegd. Tabel 2-3 Locatiecode

Aanbevelingen en conclusies op basis van dossieronderzoek Adres

Verdacht

Eindconclusie/aanbevelingen

NB075600019

Zandkant ong. Boxmeer

Geen verontreinigingen in de grond. Verontreinigingen met zware metalen in grondwater.

Voldoende onderzocht, verhoogde gehaltes aan zware metalen in grondwater als gevolg van natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden.

NB075600143

Zandkant ong. 5831 AE Boxmeer

Geen verhoogde gehaltes in grond, plaatselijk matig tot sterk verhoogde concentraties aan zware metalen in het grondwater.

Voldoende onderzocht, verhoogde gehaltes aan zware metalen in grondwater als gevolg van natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden.

NB170202958

Sambeeksedijk 5 5845 ES Sint Anthonis

Licht verhoogde gehaltes aan zink, minerale olie en PAK aangetoond in grond, licht verhoogde gehaltes aan chroom.

Geen invloed op tracé, > 100m afgelegen. Voldoende onderzocht, verhoogde gehaltes aan zware metalen in grondwater gevolg van natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden.

NB170200251

Sambeeksedijk 6A/6B 5845 ES Sint Anthonis

Geen verhoogde gehaltes in grond, plaatselijk matig verhoogde gehaltes aan chroom, koper, lood en zink in het grondwater.

Geen invloed op tracé, > 50m afgelegen. Voldoende onderzocht, verhoogde gehaltes aan zware metalen in grondwater gevolg van natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden.

Noord-Brabant

11 (33)

Locatiecode

Adres

Verdacht

Eindconclusie/aanbevelingen

NB170203380

Mullemsedijk 21 5844 AR Stevensbeek

Geen verhoogde gehaltes in grond, plaatselijk licht verhoogde gehaltes aan chroom en cadmium in het grondwater.

Voldoende onderzocht, verhoogde gehaltes aan zware metalen in grondwater gevolg van natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden.

LI098400011

Nieuwhuisweg 1 Venray

Verhoogde gehaltes aan VOCl en zware metalen in het grondwater. Mogelijk licht verhoogde gehaltes VOCl, zware metalen, PAK en minerale olie in grond.

Voldoende onderzocht, aanwezigheid verhoogde gehaltes bekend. Verhoogde gehaltes aan zware metalen in grondwater gevolg van natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden.

LI098400006

Metaalweg ong. Venray

Mogelijk licht verhoogde gehaltes aan zware metalen, minerale olie, PAK en EOX in grond. Licht tot matig verhoogde gehaltes aan zware metalen in het grondwater.

Verhoogde gehaltes aan zware metalen in grondwater gevolg van natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden.

LI098400216

Metaalweg 9 Venray

Verdachte deellocaties op minerale olie, BTEXN, VOCl en zware metalen in grond en grondwater zijn in het verleden gesaneerd.

Onvoldoende duidelijk wat de huidige verontreinigingssituaties van de locatie betreft.

LI098400923

Smakterweg e.o. Venray

Licht tot matig verhoogde gehaltes aan zink, PCB en PAK in boven- en ondergrond. Locatie is niet asbestverdacht.

Voldoende onderzocht, licht verhoogde gehaltes aanwezig.

LI098400930

Keizersveld Venray

Licht tot matig verhoogde gehaltes aan zware metalen in grond aangetoond. In het grondwater zijn verhoogde gehaltes aan zware metalen, benzeen en VOCl aangetoond.

Verhoogde gehaltes aan zware metalen in grondwater gevolg van natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden. Het is onduidelijk of de uitvoering van de inkadering van de verontreiniging in het grondwater heeft plaatsgevonden.

LI098400452

Maasheseweg 87 Venray

Licht tot sterk verhoogde gehaltes aan minerale olie en BTEXN in grond. In het grondwater zijn licht tot sterk verhoogde gehaltes aan VOCl, xylenen en minerale olie aangetoond.

Aanwezigheid verontreiniging bekend, wordt gesaneerd en gemonitord. Verontreiniging is afkomstig van het Inalfa-terrein.

LI098400077

Rozendaal/Nieuw Dalland Merselo

Bodemverontreiniging met macronutriënten (fosfaat, nitraat en ammonium) en zware metalen in grond en voornamelijk grondwater aanwezig.

Aanwezigheid verontreiniging bekend en is aangepakt middels controle en beheer, verwacht wordt dat evenwicht van nature hersteld in het grondwater.

LI098400007

Maasheseweg 89 te Venray

Licht verhoogde gehaltes aan zware metalen, minerale olie, VOCl, EOX en PAK aangetoond in grond. Licht tot sterk verhoogde gehaltes aan zware metalen en VOCl.

VOCl verontreiniging is afkomstig van het Inalfaterrein. Verhoogde gehalte aan zware metalen word toegeschreven aan van nature verhoogde achtergrondconcentraties.

LI098400101

Maasheseweg 83 te Venray

Verontreiniging met VOCl en minerale olie in het grondwater over gehele terrein wordt gemonitord en gesaneerd.

VOCl verontreiniging aanwezig op het gehele terrein, deze wordt gemonitord en gesaneerd.

Limburg

2.3 Onderzoekshypothese en -strategie Het vooronderzoek wordt voldoende compleet geacht om een gefundeerde onderzoeksstrategie op te stellen voor het veldonderzoek. Met de laatste en definitieve versie van het tracé (versie 28 september 2022) werd duidelijk waar een open ontgraving gepland is en waar een gestuurde boring (mini-HDD of HDD) gepland is. Met deze informatie zijn de verdachte locaties uit het vooronderzoek nogmaals bekeken om te bepalen of hier (aanvullend) bodemonderzoek noodzakelijk is. Hieruit is naar voren gekomen dat minder bodemonderzoek noodzakelijk is ter plaatse van de verdachte locaties uit het vooronderzoek. Zo zijn minder gedempte sloten en voormalige wegen die gekruist worden door een open ontgraving. Daarnaast zijn geen open ontgravingen meer gesitueerd ter plaatse van boomkwekerijen, fruitteeltbedrijven en een proefboerderij. 12 (33)

Op basis van de resultaten van het vooronderzoek en op basis van het laatste tracé zijn onderzoekslocaties met strategieën gedefinieerd (tabel 2-4). Voor de verdeling van de onderzoekslocaties zijn de kadastrale percelen gebruikt binnen de deeltracés (zie paragraaf 2.1). Tabel 2-4

Onderzoeksstrategieën

Deeltracé BMR150 A

Perceel Q169 (station) Q206 (akker)

Lengte/Oppervlakte 100 m 255 m

Verdacht op -

B

Q133 (akker)

230 m

-

C

L36 (akker)

310 m

-

D

L53 (akker)

230 m

-

E

L53 (sloot) L78/L81 (akker)

425 m

-

F

L238 (akker)

345 m

-

G

L480 (akker)

655 m

-

L480 (gedempte sloot)

5m

L480 (voormalige weg)

5m

H

M253 (akker)

1070 m

Puin, bakstenen (zware metalen, PAK en asbest) Puin, bakstenen (zware metalen, PAK en asbest) -

I

M341 (akker)

250 m

-

J

R3/R156 (akker)

370 m

-

K

V53 (akker)

445 m

-

L

930 m

-

M

S604/S157/S149 (akker) S157 (sloot 1) S157 (sloot 2) T56/T57/T261 (akker)

420 m

-

N

T57 (sloot) T229/T225 (akker)

610 m

-

T229 (sloot) T225 (gedempte sloot)

5m

O

U449 (akker)

865 m

Puin, bakstenen (zware metalen, PAK en asbest) -

P

U22 (sloot) U19 (akker)

280

-

Q

U19 (sloot) U510/U34 (akker)

520 m

-

Strategie1) n.v.t. NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS) NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS) NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS) NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS) NEN 5720: LN NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS) NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS) NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS) NEN 5740: VED-HE-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS) NEN 5740: VED-HE-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS) NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS) NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS) NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS) NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS) NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS) NEN 5720: LN NEN 5720: LN NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS) NEN 5720: LN NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS) NEN 5720: LN NEN 5740: VED-HE-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS) NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS) NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS) NEN 5720: LN NEN 5740: ONV-L

13 (33)

Deeltracé

Perceel

Lengte/Oppervlakte

Verdacht op

U33 (weg)

5m

U427/U38 (akker)

420 m

Puin, bakstenen (zware metalen, PAK en asbest) -

Q-R

V292 (akker)

50 m

-

R

V301/V9 (akker)

330 m

-

S

V232 (akker)

420 m

-

T

V230 (sloot) V110 (sloot) V223/V224 (akker)

295 m

-

U

V224 (sloot) V74/V72 (akker)

270 m

-

V74 (sloot) V69 (sloot) V66 (voormalige weg)

5m

V66/V330 (akker)

280 m

Puin, bakstenen (zware metalen, PAK en asbest) -

V

V66 (sloot) U335/U334 (akker)

565 m

-

V-W

U242 (akker)

55 m

-

W

T2596/T2873 (berm)2)

80 m

T5907 (parkeerplaats)

20 m

Verontreinigingen in stedelijk gebied -

T5552 (station)

120 m

-

VENR150 1)

2)

Strategie1) NEN 5740: VED-HO-L (PFAS) NEN 5740: VED-HE-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS) NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS) NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS) NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS) NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS) NEN 5720: LN NEN 5720: LN NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS) NEN 5720: LN NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS) NEN 5720: LN NEN 5720: LN NEN 5740: VED-HE-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS) NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS) NEN 5720: LN NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS) NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS) NEN 5740: VED-HE-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS) NEN 5740: ONV-NL NEN 5740: VED-HO-NL (PFAS) NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS)

Bij de sloten (strategie NEN 5720: LN) is tevens per sloot één analyse op PFAS in waterbodem (pakket van 30 stuks PFAS) meegenomen. Bij de grondmonsters is het aantal analyses op PFAS (pakket van 30 stuks PFAS) bepaald op basis van strategie NEN 5740: VED-HO-L. Deellocatie ten tijde van oud tracé. Omdat boringen dichtbij definitief tracé met open ontgraving liggen, zijn de boringen met analyses nog wel relevant.

14 (33)

3

Veld- en laboratoriumonderzoek

3.1 Veldonderzoek Het veldwerk is in opdracht van Sweco Nederland B.V. uitgevoerd door Sialtech B.V. (certificaatnummer VB-059/8) in de periode 4 februari 2022 tot en met 12 december 2022. Het veldwerk (vanaf acceptatie van de opdracht voor het veldwerk tot en met de overdracht van de veldgegevens, veldwerkrapportage en monsters aan Sweco Nederland B.V.) is verricht onder de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek) en de bijbehorende protocollen 2001, 2002 en 2003 (zie bijlage 10). De bemonstering van de peilbuizen is uitgevoerd door Sialtech B.V. (certificaatnummer VB-059/8) in de periode 31 maart 2022 tot en met 18 januari 2023. De machinale boringen zijn uitgevoerd door Sialtech B.V. (certificaatnummer MEB-001/8) onder de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2100 in de periode 14 februari 2022 tot en met 7 dember 2022. Het veldwerk is uitgevoerd door persoonlijk gecertificeerde veldwerkers waarvan de naam vermeld is bij de boorprofielen in bijlage 4. De uitgevoerde veldwerkzaamheden staan beschreven in tabel 3-1. Tabel 3-1

Overzicht veld- en laboratoriumwerkzaamheden Perceel

Strategie

Boringen2)

Analyses1)

BMR150

Q169 (station)

-

Q206 (akker)

n.v.t. NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS)

-

A

05 x boring tot 2,3 m-mv 01 x boring tot 6,0 m-mv met peilbuis

02 NEN-gr 01 NEN-gw 02 PFAS

B

Q133 (akker)

NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS)

05 x boring tot 2,3 m-mv 01 x boring tot 6,0 m-mv met peilbuis

02 NEN-gr 01 NEN-gw 02 PFAS

C

L36 (akker)

NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS)

06 x boring tot 2,3 m-mv 01 x boring tot 6,0 m-mv met peilbuis

03 NEN-gr 00 NEN-gw8) 02 PFAS

D

L53 (akker)

NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS)

05 x boring tot 2,3 m-mv 01 x boring tot 6,0 m-mv met peilbuis

02 NEN-gr 01 NEN-gw 02 PFAS

L53 (sloot)

NEN 5720: LN

10 x steken waterbodem tot 0,5 m in vaste bodem

01 NEN-wb 01 PFAS

E

L78/L81 (akker)3)

NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS)

06 x boring tot 2,3 m-mv 01 x boring tot 6,0 m-mv met peilbuis

02 NEN-gr 01 NEN-gw 02 PFAS

F

L238 (akker)

NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS)

07 x boring tot 2,3 m-mv 01 x boring tot 6,0 m-mv met peilbuis

04 NEN-gr 01 NEN-gw 02 PFAS

G

L480 (akker)

NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS)

11 x boring tot 2,3 m-mv 02 x boring tot 6,0 m-mv met peilbuis

04 NEN-gr 01 NEN-gw9) 04 PFAS

L480 (gedempte sloot)

NEN 5740: VED-HE-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS) NEN 5740: VED-HE-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS) NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS)

03 x boring tot 2,3 m-mv

02 NEN-gr

03 x boring tot 2,3 m-mv

02 NEN-gr

18 x boring tot 2,3 m-mv 02 x boring tot 6,0 m-mv 02 x boring tot 6,0 m-mv met peilbuis

07 NEN-gr 01 NEN-gw10) 04 PFAS

Deeltracé

L480 (voormalige weg) H

M253/M255 (akker)

15 (33)

Strategie NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS)

Boringen2)

Analyses1)

05 x boring tot 2,3 m-mv 01 x boring tot 6,0 m-mv met peilbuis

02 NEN-gr 01 NEN-gw11) 02 PFAS

R3/R156 (akker)

NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS)

06 x boring tot 2,3 m-mv 01 x boring tot 6,0 m-mv 01 x boring tot 6,0 m-mv met peilbuis

06 NEN-gr 02 NEN-gw5) 02 PFAS

K

V53 (akker)

NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS)

09 x boring tot 2,3 m-mv 01 x boring tot 6,0 m-mv 01 x boring tot 6,0 m-mv met peilbuis

04 NEN-gr 01 NEN-gw 02 PFAS

L

S604/S157/S149 (akker)

NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS)

15 x boring tot 2,3 m-mv 02 x boring tot 6,0 m-mv 02 x boring tot 6,0 m-mv met peilbuis

04 NEN-gr 02 NEN-gw 04 PFAS

S157 (sloot 1)

NEN 5720: LN

10 x steken waterbodem tot 0,5 m in vaste bodem

01 NEN-wb 01 PFAS

S157 (sloot 2)

NEN 5720: LN

10 x steken waterbodem tot 0,5 m in vaste bodem

01 NEN-wb 01 PFAS

T56/T57/T261 (akker)

NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS)

09 x boring tot 2,3 m-mv 01 x boring tot 6,0 m-mv met peilbuis

02 NEN-gr 01 NEN-gw12) 02 PFAS

T57 (sloot)

NEN 5720: LN

10 x steken waterbodem tot 0,5 m in vaste bodem

01 NEN-wb 01 PFAS

T229/T225 (akker)

NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS)

10 x boring tot 2,3 m-mv 01 x boring tot 6,0 m-mv 02 x boring tot 6,0 m-mv met peilbuis

05 NEN-gr 02 NEN-gw 04 PFAS

T229 (sloot)

NEN 5720: LN

10 x steken waterbodem tot 0,5 m in vaste bodem

01 NEN-wb 01 PFAS

T225 (gedempte sloot)

NEN 5740: VED-HE-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS) NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS)

03 x boring tot 2,3 m-mv

02 NEN-gr

13 x boring tot 2,3 m-mv 02 x boring tot 6,0 m-mv 02 x boring tot 6,0 m-mv met peilbuis

06 NEN-gr 03 NEN-gw6) 04 PFAS

U22 (sloot)

NEN 5720: LN

10 x steken waterbodem tot 0,5 m in vaste bodem

01 NEN-wb 01 PFAS

U19 (akker)

NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS)

06 x boring tot 2,3 m-mv 01 x boring tot 6,0 m-mv

02 NEN-gr 01 NEN-gw7) 02 PFAS4)

U19 (sloot)

NEN 5720: LN

10 x steken waterbodem tot 0,5 m in vaste bodem

01 NEN-wb 01 PFAS

U510/U34 (akker)

NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS)

08 x boring tot 2,3 m-mv 01 x boring tot 6,0 m-mv 01 x boring tot 6,0 m-mv met peilbuis

04 NEN-gr 01 NEN-gw 04 PFAS

U33 (weg)

NEN 5740: VED-HE-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS) NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS)

01 x boring tot 2,3 m-mv

02 NEN-gr

07 x boring tot 2,3 m-mv 01 x boring tot 6,0 m-mv 01 x boring tot 6,0 m-mv met peilbuis

02 NEN-gr 01 NEN-gw 02 PFAS

Deeltracé

Perceel

I

M341 (akker)

J

M

N

O

P

Q

U449 (akker)

U427/U38 (akker)

Q-R

V292 (akker)

NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS)

01 x boring tot 2,3 m-mv 01 x boring tot 6,0 m-mv met peilbuis

02 NEN-gr 01 NEN-gw 02 PFAS

R

V301/V9 (akker)

NEN 5740: ONV-L

07 x boring tot 2,3 m-mv

02 NEN-gr

16 (33)

Perceel

Strategie

Boringen2)

Analyses1)

01 x boring tot 6,0 m-mv met peilbuis

01 NEN-gw 02 PFAS

V232 (akker)

NEN 5740: VED-HO-L (PFAS) NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS)

07 x boring tot 2,3 m-mv 01 x boring tot 6,0 m-mv 01 x boring tot 6,0 m-mv met peilbuis

04 NEN-gr 01 NEN-gw 02 PFAS

V230 (sloot)

NEN 5720: LN

10 x steken waterbodem tot 0,5 m in vaste bodem

01 NEN-wb 01 PFAS

V110 (sloot)

NEN 5720: LN

10 x steken waterbodem tot 0,5 m in vaste bodem

01 NEN-wb 01 PFAS

V223/V224 (akker)

NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS)

06 x boring tot 2,3 m-mv 01 x boring tot 6,0 m-mv met peilbuis

02 NEN-gr 01 NEN-gw 02 PFAS

V224 (sloot)

NEN 5720: LN

10 x steken waterbodem tot 0,5 m in vaste bodem

01 NEN-wb 01 PFAS

V74/V72 (akker)

NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS)

05 x boring tot 2,3 m-mv 01 x boring tot 6,0 m-mv

03 NEN-gr 06 nikkel, lu/os 02 PFAS

V74 (sloot)

NEN 5720: LN

10 x steken waterbodem tot 0,5 m in vaste bodem

01 NEN-wb 01 PFAS

V69 (sloot)

NEN 5720: LN

10 x steken waterbodem tot 0,5 m in vaste bodem

01 NEN-wb 01 PFAS

V66 (voormalige weg)

NEN 5740: VED-HE-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS) NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS)

03 x boring tot 2,3 m-mv

03 NEN-gr

04 x boring tot 2,3 m-mv 01 x boring tot 6,0 m-mv met peilbuis

04 NEN-gr 01 NEN-gw 02 PFAS

V66 (sloot)

NEN 5720: LN

10 x steken waterbodem tot 0,5 m in vaste bodem

01 NEN-wb 01 PFAS

V

U335/U334 (akker)

NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS)

13 x boring tot 2,3 m-mv 01 x boring tot 6,0 m-mv 01 x boring tot 6,0 m-mv met peilbuis

04 NEN-gr 01 NEN-gw 04 PFAS

V-W

U242 (akker)

03 x boring tot 2,3 m-mv

02 NEN-gr 01 PFAS

W

T2596/T2873 (berm)2)

NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS) NEN 5740: VED-HE-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS)

02 x boring tot 1,75 m-mv 01 x boring tot 6,0 m-mv met peilbuis

02 NEN-gr 01 NEN-gw 02 PFAS

T5907 (parkeerplaats)

NEN 5740: ONV-NL NEN 5740: VED-HO-NL (PFAS)

02 x boring tot 2,3 m-mv 01 x boring tot 6,0 m-mv

03 NEN-gr 01 NEN-gw13) 02 PFAS

T5552 (station)

NEN 5740: ONV-L NEN 5740: VED-HO-L (PFAS)

03 x boring tot 1,75 m-mv

02 NEN-gr 01 NEN-gw14) 01 PFAS

Deeltracé

S

T

U

V66/V330 (akker)

VENR150

1)

NEN-gr: droge stof, lutum, organische stof, zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), PAK (10 van VROM), Polychloorbifenylen (PCB, 7 stuks) en minerale olie (GC). NEN-gw: pH, EC, NTU, zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCl), vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen) en minerale olie (GC). NEN-wb: droge stof, lutum, organische stof, zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), PAK (10 van VROM), Polychloorbifenylen (PCB, 7 stuks) en minerale olie (GC). PFAS: pakket van 30 stuks poly- en perfluoralkylstoffen.

17 (33)

2) 3) 4) 5) 6) 7) 8) 9) 10) 11) 12) 13) 14)

lu/os: lutum en organische stof. Met het filter van de peilbuis 0,5 tot 1,5 meter onder de actuele grondwaterspiegel. In verband met belemmeringen tijdens het veldwerk zijn 3 boringen achterwege gelaten. Dit is een afwijking op de NEN, zie paragraaf 3.3. Betreft 2 mengmonsters waarvan ook deelmonsters van perceel U449 zijn. Waarvan één NEN-gw-analyse van een peilbuis die is vervallen na een tracéwijziging (hb-097 op circa 30 m van definitieve tracé), maar al wel was geplaatst en daarom voor de volledigheid wel is bemonsterd. Waarvan één NEN-gw-analyse van een peilbuis die is vervallen na een tracéwijziging (hb-173 op circa 240 m van definitieve tracé), maar al wel was geplaatst en daarom voor de volledigheid wel is bemonsterd. Hiervoor is peilbuis hb-191 gebruikt (op circa 30 m van deeltracé P) die nog was geplaatst op basis van het oude tracé. Bij betreffende peilbuis (hb-016) zijn abusievelijk geen monsters genomen. Van de 2 peilbuizen op deeltracé G is er 1 (hb-061) vernield en/of verdwenen voordat monstername kon plaatsvinden. Van de 2 peilbuizen op deeltracé H is er 1 (hb-072) vernield en/of verdwenen voordat monstername kon plaatsvinden. De peilbuis op deeltracé I (hb-090) is vernield en/of verdwenen voordat monstername kon plaatsvinden. Als alternatief is peilbuis mb-16 bemonsterd.

De peilbuis op deeltracé M (hb-140) is vernield en/of verdwenen voordat monstername kon plaatsvinden. Als alternatief is peilbuis mb-22 bemonsterd. Peilbuis mb-48 is voor de volledigheid geanalyseerd op NEN-gw. Peilbuis mb-46 is voor de volledigheid geanalyseerd op NEN-gw.

De locaties van de boringen en peilbuizen zijn weergegeven in bijlage 3. De boorlocaties zijn bepaald aan de hand van de bevindingen van het vooronderzoek, KLIC-meldingen, wensen van de perceeleigenaren en het terreingebruik. De opgeboorde grond is bemonsterd per 0,5 m of per te onderscheiden bodemlaag. Bij het verrichten van boringen is de grond visueel geïnspecteerd op grondsoorten, bodemvreemde bijmengingen en afwijkende kenmerken. De boringen zijn beschreven in boorprofielen, weergegeven in bijlage 4. Uit de geplaatste peilbuizen zijn grondwatermonsters genomen. Bij de bemonstering zijn de volgende werkzaamheden verricht: · Het opnemen van de grondwaterstand in de peilbuizen. · Het bepalen van de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en de troebelheid (NTU) van het grondwater. · Het nemen van grondwatermonsters uit de peilbuizen. De peilbuizen van enkele machinale boringen ter plaatse van industriegebied Smakterheide te Venray (mb-39, mb-40, mb-44, mb-45, mb-46 en mb-48), die initieel niet bedoeld waren voor het geohydrologisch onderzoek, zijn geanalyseerd op het VOCl-pakket (vluchtige chloorkoolwaterstoffen) in verband met de bekende grondwaterverontreiniging met VOCl ter plaatse (kenmerk LI98400007). Doel hiervan was om een eerste beeld te verkrijgen van de huidige situatie van de verontreiniging en niet om de complete omvang van de VOCl-vlek te bepalen.

Bij het verrichten van de steken in de waterbodem is het slib en/of de vaste bodem visueel geïnspecteerd op zintuiglijk afwijkende kenmerken. Het opgeboorde materiaal is bemonsterd per 0,5 m of per te onderscheiden bodemlaag. De steken zijn beschreven in boorprofielen, weergegeven in bijlage 4.

18 (33)

3.2 Laboratoriumonderzoek De geselecteerde grond-, grondwater- en waterbodemmonsters zijn in het laboratorium van SGS Environmental Analytics B.V geanalyseerd. Menging van de grondmonsters heeft plaatsgevonden in het laboratorium. De analyses zijn uitgevoerd conform de bijbehorende protocollen, vallend onder het accreditatieschema van de AS3000-richtlijn. De analysecertificaten met de resultaten van het laboratoriumonderzoek en een toelichting op de toegepaste analysemethoden zijn weergegeven in bijlage 6. Een overzicht van de verrichte laboratoriumanalyses is weergegeven in tabel 3-1. 3.3 Afwijkingen onderzoeksstrategie: tracéwijzigingen Gedurende het verkennend bodemonderzoek is het tracé, en daarmee het onderzoeksgebied, meermaals gewijzigd. Dit is onder andere gebeurd door een wijziging in de werkstrookindeling en de beslissing van TenneT om 2 circuits in plaats van 1 circuit te realiseren. Een deel van het veldwerk was tijdens deze wijzigingen reeds uitgevoerd. Dat heeft als consequentie dat niet alle boringen op de hartlijn van het tracé liggen (zie bijlage 3). Dit is een afwijking op de onderzoeksstrategie, omdat normaliter de boringen op de hartlijn van het tracé uitgevoerd dienen te worden. Na elke tracéwijziging is beoordeeld of de reeds uitgevoerd boringen nog representatief waren voor het nieuwe tracé.

Voor de percelen waar de boringen afwijken van de hartlijn van het tracé (met name Q206, R156 en U242) acht Sweco de boringen met bijbehorende analyseresultaten nog steeds representatief voor het definitieve tracé, aangezien de boringen gesitueerd zijn binnen veelal hetzelfde perceel met gelijksoortig landgebruik. 3.4 Afwijkingen onderzoeksstrategie: belemmeringen tijdens veldwerk Bij de uitvoering van het veldwerk is bij enkele handboringen niet de gewenste einddiepte bereikt in verband met de aanwezigheid van een harde (grind)laag vanaf ongeveer 4,0 m-mv. Gezien het geringe aantal boringen waar het om gaat en gezien de ontgravingsdiepte bij de werkzaamheden (2,3 m-mv bij open ontgravingen), wordt dit niet als kritieke afwijking gezien. De boringen die wel volledig uitgevoerd konden worden, hebben voldoende inzicht gegeven in de bodemopbouw en milieuhygiënische kwaliteit van het tracé. Ter plaatse van perceel L81, deeltracé E, zijn door belemmeringen tijdens het veldwerk 3 boringen achterwege gelaten. Omdat de boringen met bijbehorende labresultaten uit de directe omgeving voldoende inzicht hebben gegeven, wordt deze afwijking niet als kritiek beschouwd. Bij vier peilbuizen kon geen bemonstering worden uitgevoerd, omdat de peilbuizen na plaatsing zijn vernield of verwijderd door onbekenden.

Voor twee van die vier peilbuizen kon een alternatieve peilbuis (van een machinale boring) worden gevonden ter vervanging. Bij één peilbuis zijn abusievelijk geen monsters genomen. Gezien de ligging in onverdachte gebieden van de peilbuizen die niet bemonsterd zijn, wordt deze afwijking niet als kritiek beschouwd. Daarnaast hebben de resultaten van de peilbuizen die wel bemonsterd zijn, voldoende inzicht gegeven in de milieuhygiënische kwaliteit van het grondwater.

19 (33)

4

Resultaten veldonderzoek

4.1 Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen De resultaten van de bodemkundige beoordeling van de boringen zijn in bijlage 4 in de vorm van boorprofielen weergegeven. De belangrijkste zintuiglijke verontreinigingskenmerken zijn in tabel 4-1 vermeld; bij de boringen en bodemintervallen die niet in deze tabel zijn vermeld, zijn zintuiglijk geen verontreinigingskenmerken waargenomen. Er zijn heel beperkt bodemvreemde bijmengingen aangetroffen in de opgeboorde grond. Het betreft bijmenging met baksteen. In de waterbodem van de sloten zijn geen zintuiglijke verontreinigingskenmerken waargenomen. Tevens zijn er geen asbestverdachte materialen op het maaiveld, in de bodem en in de waterbodem aangetroffen. Tabel 4-1

Resultaten zintuiglijke waarnemingen grond

Boring

Maximale boordiepte (mmv)

Diepte (m-mv)

Grondsoort

Zintuiglijke waarneming

hb-001

6,00

0,50 - 1,30

Zand

zwak puinhoudend

hb-013

2,30

0,40 - 0,80

Zand

sporen baksteen, sporen houtskool

hb-073

2,30

0,40 - 0,80

Zand

matig baksteenhoudend

0,80 - 1,30

Zand

matig baksteenhoudend

hb-251

2,30

0,35 - 0,70

Zand

zwak baksteenhoudend

hb-337

2,30

0,50 - 0,80

Zand

resten beton

hb-338

6,00

0,50 - 0,80

Zand

resten beton

4.2 Grondwatergegevens De resultaten van de veldmetingen grondwater zijn weergegeven in tabel 4-2. Tabel 4-2 Perceel1)

Resultaten veldmetingen grondwater Peilbuis

Filterstelling (m -mv)

Grondwaterstand (m -mv)

pH (-)

EC (µS/cm)

Troebelheid (NTU)

Belucht

Peilbuizen milieuhygiënisch bodemonderzoek Q206

hb-001

2,50 - 3,50

1,88

6,5

659

-

Nee

Q133

hb-008

1,00 - 2,00

1,12

6,7

525

8,28

Nee

L36

hb-016

1,60 - 2,60

1,45

5,8

371

36,1

-

L53

hb-024

1,00 - 2,00

0,30

5,9

447

20,4

Nee

L81

hb-031

2,00 - 3,50

1,38

4,7

616

12,5

-

L238

hb-041

1,00 - 2,00

0,65

6,2

806

4,9

Nee

L480

hb-055

1,40 - 2,40

1,10

4,7

466

117

Nee

L480

hb-0612)

1,60 - 2,60

-

-

-

-

-

M253

hb-0722)

1,60 - 2,60

-

-

-

-

-

M255

hb-085

1,00 - 2,00

0,86

4,4

566

230

Nee

M341

hb-0902)

1,50 - 2,50

-

-

-

-

-

R3

hb-0973)

1,20 - 2,20

1,15

5,0

253

4,44

Nee

V53

hb-107

1,00 - 2,00

0,90

5,9

649

32,9

Nee

S604

hb-119

3,00 - 4,00

2,43

4,9

192

8,55

-

S157

hb-130

2,00 - 3,00

1,53

5,4

362

41,9

-

T56

hb-1402)

1,00 - 2,00

-

-

-

-

-

T229

hb-148

1,20 - 2,20

0,33

5,5

858

21,6

Nee

T225

hb-160

1,00 - 2,00

0,88

5,8

184

128

Nee

20 (33)

Perceel1)

Peilbuis

Filterstelling (m -mv)

Grondwaterstand (m -mv)

pH (-)

EC (µS/cm)

Troebelheid (NTU)

Belucht

U449

hb-1733)

1,50 - 2,50

0,99

6,1

591

62,2

Nee

U449

hb-1913)

1,40 - 2,40

1,35

5,0

528

157

Nee

U510

hb-203

2,50 - 3,50

2,95

3,6

502

9,6

-

U427

hb-213

3,00 - 4,00

3,20

3,8

845

26,1

-

V301

hb-225

2,30 - 3,30

1,95

4,3

654

12,6

-

V232

hb-230

1,30 - 2,30

0,00

5,8

380

24,1

Nee

V74

hb-247

1,00 - 2,00

0,79

6,0

442

47,3

Nee

V66

hb-255

1,00 - 2,00

0,57

6,1

430

14,7

Nee

U335

hb-284

1,00 - 2,00

0,25

4,7

345

20,5

-

T2873

hb-305

3,50 - 4,50

2,52

4,5

990

420

Nee

T2873

hb-3103)

3,50 - 4,50

2,79

5,4

542

161

Nee

T2873

3)

hb-314

3,70 - 4,70

3,05

5,5

580

18,6

Nee

R3

hb-318

3,00 - 4,00

2,51

5,7

703

45,9

Nee

U449

hb-319

2,50 - 3,50

1,85

5,3

345

14,6

-

U449

hb-323

2,50 - 3,50

2,18

5,7

838

24,5

Nee

T5907

hb-338

3,50 - 4,50

3,19

6,4

130

29,6

-

V292

hb-341

1,50 - 2,50

0,84

5,6

291

425

-

M716

mb-164)

2,00 – 3,00

0,85

6,5

765

14,7

-

T261

mb-225)

1,00 - 2,50

0,72

5,6

552

13,6

Nee

6)

Peilbuizen geohydrologisch onderzoek T3140

mb-46

6,00 - 7,00

3,32

6,9

624

12,7

Nee

T3140

mb-46

15,00 - 16,00

4,62

7,1

407

11,9

Nee

T5907

mb-48

19,07 - 20,07

2,71

5,7

257

135

-

A2840

mb-39

2,57 - 3,57

2,09

5,6

420

64,2

-

A2840

mb-39

16,05 - 17,05

2,23

5,6

459

130

-

T1680

mb-40

3,80 - 4,80

3,03

5,6

346

550

-

T2873

mb-44

3,51 - 4,51

2,75

5,4

451

190

-

T2873

mb-44

13,05 - 14,05

3,07

5,9

472

510

-

T2873

mb-45

4,02 - 5,02

4,01

6,0

298

423

-

T2873 mb-45 15,10 - 16,10 4,40 5,9 397 539 1) Zie ook tabel 2-4 en bijlage 5. 2) De peilbuizen zijn vernield of verwijderd door onbekenden. Monstername was hierdoor niet mogelijk. 3) Tracé gewijzigd nadat peilbuis was geplaatst. Deze peilbuis is wel bemonsterd. 4) Betreft een peilbuis van een machinale boring die gebruikt werd voor het geohydrologisch onderzoek. Deze peilbuis is bemonsterd als alternatief voor hb-090, die verwijderd bleek te zijn. 5) Betreft een peilbuis van een machinale boring die gebruikt werd voor het geohydrologisch onderzoek. Deze peilbuis is bemonsterd als alternatief voor hb-140, die verwijderd bleek te zijn. 6) Betreft peilbuizen van machinale boringen die gebruikt zijn voor het geohydrologisch onderzoek. In verband met de bekende VOCl-verontreiniging ter plaatse van deze peilbuizen, zijn deze peilbuizen geanalyseerd op het VOCl-pakket. 7) -: geen veldgegevens beschikbaar.

Een eventueel afwijkende zuurgraad (pH), geleidingsvermogen (EC) of troebelheid (NTU, Nephelometric Turbidity Units) in het grondwater kan een indicator zijn voor de aanwezigheid van verontreinigende stoffen. De in tabel 4-2 weergegeven waarden voor de zuurgraad en het elektrisch geleidingsvermogen worden niet als afwijkend beschouwd.

21 (33)

Bij een NTU > 10 moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat de concentraties aan relatief zware organische verbindingen beïnvloed zijn door de troebelheid van het water. Dit geldt voor bijna alle gemeten monsters in tabel 4-2. De peilbuizen hebben voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook zijn de peilbuizen zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt (≤ 0,1 l/min), zodat de grondwaterstand slechts gering is gedaald tijdens afpompen en bemonstering (< 50 cm). Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming en dat de gemeten waarden voor troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater. Bij de beoordeling van de resultaten wordt hier rekening mee gehouden. 4.3 Monsterselectie grondmonsters De grondmonsters zijn zodanig geselecteerd dat, na uitvoering van de analyses, een zo representatief mogelijk beeld verkregen wordt van de milieuhygiënische kwaliteit van bovenen ondergrond. De samenstelling en motivatie van de geselecteerde (meng)monsters is weergegeven in de overzichtstabel in bijlage 5.

22 (33)

5

Resultaten laboratoriumonderzoek

5.1 Toetsingskader In dit hoofdstuk worden de analyseresultaten getoetst aan het vigerend beleid. In bijlage 5 is een overzichtstabel opgenomen van de analyses en toetsingsresultaten van de grond- en waterbodemmonsters. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 6. De complete toetsingen per monster (grond, waterbodem en grondwater) zijn opgenomen in bijlage 7. Een toelichting op de toetsingskaders en beschrijving van de veiligheidskaders is opgenomen in bijlage 9. Omdat het tracé gedurende het bodemonderzoek meermaals gewijzigd is, is er data vergaard op locaties die niet meer relevant is voor het huidige tracé. Dit komt omdat de ligging van het tracé is gewijzigd of omdat het ontwerp van het tracé is gewijzigd (bijvoorbeeld een mini-HDD in plaats van een open ontgraving). Op deze locaties was al veldwerk uitgevoerd. Om deze data niet verloren te laten gaan, is deze data opgenomen in bijlage 11 en bijlage 12. Omgevingswet (Ow) Voor de bepaling of en in welke mate bodemverontreiniging aanwezig is, zijn toetsingswaarden opgenomen in de Regeling Bodemkwaliteit 2022, Bijlage B, Kwaliteitseisen voor bodem grond en baggerspecie. De analyseresultaten zijn getoetst aan de toetsingswaarden uit deze regeling. Aanvullend op de Regeling Bodemkwaliteit 2022 toetst Sweco ook aan de tussenwaarde. Dat is het gemiddelde van de achtergrond- en de interventiewaarde.

Deze toetsing geeft, in combinatie met de bodemkwaliteitskaart en locatiespecifieke kenmerken, een indicatie voor de noodzaak tot vervolgonderzoek. Besluit bodemkwaliteit (Bbk) Voor de MBA toepassen van grond of baggerspecie gelden algemene kwaliteitseisen. Deze staan in paragraaf 4.124 van het Bal (Besluit activiteiten leefomgeving). De combinatie van de bodemkwaliteitsklasse van de ontvangende bodem en de bodemfunctieklasse bepaalt de toepassingseis. De toetsingen aan het Bal geven een eerste indicatie van de kwaliteitsklasse van de te hergebruiken grond. Voorliggend onderzoek met deze toetsingen kan niet gebruikt worden als milieuverklaring bodemkwaliteit die bij een melding van het toepassen van grond in het kader van de Bbk dient te worden aangeleverd. Hiervoor dient een partijkeuring conform de BRL1000 te worden uitgevoerd. PFAS Voor de toepassing van grond met betrekking tot PFAS gelden andere richtlijnen. De PFAS-verbindingen zijn getoetst aan de normen zoals opgenomen in het ‘Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ (versie december 2023). Waterbodem Het materiaal van de waterbodem (baggerspecie of slib) wordt beoordeeld op de verspreidingsmogelijkheden op een aangrenzend perceel en op de toepassingsmogelijkheden op of in de landbodem.

23 (33)

Verspreiden op aangrenzend perceel heeft in het algemeen de voorkeur. Aangrenzende landeigenaren hebben een ontvangstplicht. Het toetsingskader hiervoor beoordeeld de ecologische risico’s van het totaal aan parameters via de msPAF. In onderstaand figuur zijn de toetsingsmogelijkheden weergegeven. Verspreiden op aangrenzend perceel Verspreidbaar en ontvangstplicht msPAF

Niet verspreidbaar

Als verspreiden niet mogelijk is, kan de baggerspecie elders worden toegepast, direct of via een tijdelijke opslag. Hiervoor gelden de normen van het Besluit bodemkwaliteit.

ventilatie Voldoende ßà onvoldoende

Mutageen of carcinogeen 1000 mg/kg ds of 1000 µg/l

Mutagene en carcinogene stoffen Veiligheidsklasse Veiligheidsklasse Rood Zwart SRC

Niet-vluchtige stof

Alle stoffen Geen Veiligheidsklasse veiligheidsklasse Oranje <75% SRC

Vluchtige stof

interventiewaarde

tussenwaarde

CROW 400 De veiligheidsaspecten voor werken in of met verontreinigde grond worden indicatief beoordeeld op basis van de CROW 400. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de toetsingstool van het laboratorium (@mis van SGS Environmental Analytics B.V.). De toetsingsmogelijkheden zijn als volgt:

De bepaling van de veiligheidsklasse is weergegeven in bijlage 8. Een toelichting op de veiligheidsklassen is opgenomen in bijlage 9. 5.2 Grond Een overzicht van de geselecteerde monsters en de onderzoeksresultaten is opgenomen in een overzichtstabel in bijlage 5. In een aantal van de onderzochte grondmonsters zijn gehalten boven de toetsingswaarden aangetoond. De grondmonsters met overschrijdingen van toetsingswaarden zijn weergegeven in tabel 5-1. Hierbij is de bodemindex tussen haakjes opgenomen. Deze index geeft aan in welke mate er een overschrijding is of niet: · Index < 0 : Toetsing onder voormalige streefwaarde of voormalige achtergrondwaarde, schoon. · 0 < Index <= 0,5 : Toetsing tussen voormalige streefwaarde of voormalige achtergrondwaarde en de voormalige tussenwaarde, licht verontreinigd. · 0,5 < Index <= 1 : Toetsing tussen voormalige tussenwaarde en de interventiewaarde, matig verontreinigd. · Index > 1 : Toetsing overschrijdt de interventiewaarde, sterk verontreinigd.

24 (33)

Tabel 5-1

Overschrijdingen van de toetsingswaarden grondmonsters

Monster1)

Deelmonsters (cm-mv)

≤ IW (index)4)

> IW (index)

Kwaliteitsklasse2)

L238-mbg02

hb-043 (0,00 - 0,30) hb-044 (0,00 - 0,35) hb-045 (0,00 - 0,40) hb-046 (0,00 - 0,30)

Koper (0,04) Zink (0,01)

-

Landbouw/Natuur

T2873-bg03

hb-313 (0,60 - 0,80)

Minerale olie C10 - C40 (0,15) Zink (0,08)

-

Matig verontreinigd

T2873-mbg02

hb-307 (0,00 - 0,50) hb-309 (0,00 - 0,50) hb-310 (0,00 - 0,50) hb-312 (0,00 - 0,50)

Zink (0,03) Lood (0,07) PAK 10 VROM (0,29)

-

Industrie

T2873-mog02

hb-307 (0,50 - 0,80) hb-309 (0,90 - 1,40) hb-310 (0,80 - 1,10) hb-312 (0,50 - 0,70)

Zink (0,07)

-

Landbouw/Natuur

U27-mbg01

hb-199 (0,00 - 0,20) hb-199 (0,20 - 0,60)

PCB (som 7) (0,02) PAK 10 VROM (0,07)

-

Wonen

U33-bg01

hb-210 (0,00 - 0,20)

Cadmium (0,03) Kwik (-) Lood (0,22)

Zink (1,55)

Sterk verontreinigd

U427/U38mbg01

hb-211 (0,00 - 0,50) hb-212 (0,00 - 0,50) hb-214 (0,00 - 0,50) hb-216 (0,00 - 0,50) hb-217 (0,00 - 0,40) hb-219 (0,00 - 0,40)

Koper (0,01)

-

Landbouw/Natuur

U510/U34mbg01

hb-200 (0,00 - 0,30) hb-201 (0,00 - 0,50) hb-202 (0,00 - 0,35) hb-203 (0,00 - 0,30) hb-204 (0,00 - 0,30) hb-205 (0,00 - 0,50)

Koper (0,01)

-

Landbouw/Natuur

V74-mbg01

hb-245 (0,00 - 0,35) hb-246 (0,00 - 0,35)

Cadmium (0,02) Kwik (-) Lood (0,01)

-

Wonen

V74-mbg02

hb-247 (0,00 - 0,50) hb-248 (0,00 - 0,35) hb-249 (0,00 - 0,50) hb-250 (0,00 - 0,40)

Cadmium (-)

-

Landbouw/Natuur

V74-mog013)

hb-245 (0,35 - 0,85) hb-246 (0,35 - 0,85) hb-247 (0,50 - 1,00) hb-248 (0,50 - 1,00) hb-249 (0,50 - 1,00) hb-250 (0,40 - 0,90)

Kobalt (0,07) Koper (0,08) Nikkel (0,54) Zink (0,06) Kwik (-)

-

Industrie

V74-hb-245-2

hb-245 (0,35 - 0,85)

-

-

Landbouw/Natuur

V74-hb-246-2

hb-246 (0,35 - 0,85)

-

-

Landbouw/Natuur

V74-hb-247-2

hb-247 (0,50 - 1,00)

-

-

Landbouw/Natuur

V74-hb-248-3

hb-248 (0,50 - 1,00)

-

-

Landbouw/Natuur

V74-hb-249-2

hb-249 (0,50 - 1,00)

-

-

Landbouw/Natuur

V74-hb-250-2

hb-250 (0,40 - 0,90)

-

-

Landbouw/Natuur

25 (33)

Monster1)

Deelmonsters (cm-mv)

≤ IW (index)4)

> IW (index)

Kwaliteitsklasse2)

V232-mbg01

hb-228 (0,00 - 0,40) hb-229 (0,00 - 0,25) hb-231 (0,00 - 0,40) hb-232 (0,00 - 0,40)

Cadmium (0,02)

-

Landbouw/Natuur

V232-mbg02

hb-230 (0,20 - 0,40) hb-235 (0,00 - 0,20) hb-236 (0,00 - 0,20)

Cadmium (0,04) Kwik (-)

-

Landbouw/Natuur

V223-mbg01

hb-239 (0,00 - 0,40) hb-240 (0,00 - 0,30) hb-241 (0,00 - 0,30) hb-242 (0,00 - 0,30) hb-243 (0,00 - 0,50)

Cadmium (0,01)

-

Landbouw/Natuur

1)

2) 3) 4)

De monsternaam begint met het perceelnummer (zie tabel 2-4 en bijlage 5) gevolgd door een bepaalde codering. Bij de codering staat m voor mengmonster, bg staat voor bovengrond, og staat voor ondergrond. Bij een separaat monster is het monsterpotje aangegeven (weergegeven in de boorprofielen van bijlage 4). Als voorbeeld: monster V74-hb-245-2 betekent het tweede potje van boring hb-245 van perceel V74. Het betreft een indicatieve hergebruiksklasse. Na uitsplitsing zijn in de afzonderlijke deelmonsters geen verhoogde gehalten aan nikkel meer aangetoond. Kleiner dan interventiewaarde en groter dan voormalige achtergrondwaarde of tussenwaarde.

In één monster is een overschrijding van de interventiewaarde aangetoond. Het betreft een verontreiniging met zink in monster U33-bg01, dat bestaat uit één deelmonster (boring hb-210) genomen ter plaatse van een semi-verharde weg tussen twee agrarische percelen. De verontreiniging zou kunnen duiden op de aanwezigheid van zinkassen, echter is er geen bijmenging aangetroffen in de opgeboorde grond. De verontreiniging bevindt zich in de bodemlaag 0,0 – 0,2 m-mv. In de ondergrond, 0,5 – 1,0 m-mv, is geen zink meer aangetoond. Resultaten van boringen in de omgeving van boring hb-210 laten geen verhoogde gehalten aan zink zien. In mengmonster V74-mog01 is een (matig) verhoogd gehalte nikkel aangetoond. Na uitsplitsing zijn in de afzonderlijke deelmonsters geen verhoogde gehalten nikkel meer aangetoond. In de overige monsters met overschrijdingen van de toetsingswaarden zijn alleen (licht) verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK, PCB en/of minerale olie aangetoond. In alle overige monsters (zie bijlage 5) zijn geen verhoogde gehalten aan onderzochte stoffen aangetoond. Wat betreft PFAS zijn er in geen enkel monster waarden aangetoond groter dan de achtergrondwaarden. Dat wil zeggen dat op basis van gehalten aan PFAS de grond geschikt is voor hergebruik als klasse Landbouw/Natuur. 5.3 Grondwater De resultaten van het grondwateronderzoek zijn weergegeven in tabel 5-2.

26 (33)

Tabel 5-2 Perceel1)

Toetsingsresultaten grondwatermonsters Peilbuis

Filterstelling (m -mv)

Peilbuizen milieuhygiënisch bodemonderzoek Q206 hb-001 2,50 - 3,50 Q133 hb-008 1,00 - 2,00

L36 L53

hb-0167) hb-024

1,60 - 2,60 1,00 - 2,00

L81

hb-031

2,00 - 3,50

L238 L480

hb-041 hb-055

1,50 - 2,50 1,40 - 2,40

L480 M253 M255 M341 R3

hb-0612) hb-0722) hb-085 hb-0902) hb-0973)

1,60 - 2,60 1,60 - 2,60 1,00 - 2,00 1,50 - 2,50 1,20 - 2,20

V53

hb-107

1,00 - 2,00

S604

hb-119

3,00 - 4,00

S157

hb-130

2,00 - 3,00

T56 T229

hb-1402) hb-148

1,00 - 2,00 1,20 - 2,20

T225

hb-160

1,00 - 2,00

U449

hb-1733)

1,50 - 2,50

U449

hb-1913)

1,40 - 2,40

U510

hb-203

2,50 - 3,50

U427

hb-213

3,00 - 4,00

V301

hb-225

2,30 - 3,30

≤ Signaleringsparameter (index)8)

> Signaleringsparameter (index)

Barium (0,07) Nikkel (0,23) Barium (0,08) Xylenen (som) (-) Nikkel (0,18) Koper (0,07) Barium (0,1) Xylenen (som) (-) Koper (0,17) Zink (0,13) Cadmium (0,06) Barium (0,03) Xylenen (som) (-) Barium (0,06) Barium (0,01) Xylenen (som) (-) Naftaleen (-) Zink (0,03) Barium (0,03) Koper (0,13) Barium (0,03) Koper (0,02) Naftaleen (-) Kobalt (0,13) Nikkel (0,48) Zink (-) Cadmium (0,01) Barium (0,31) Minerale olie (0,03) Zink (0,39) Cadmium (0,14) Barium (0,07) Barium (0,61) Koper (0,17) Minerale olie (0,16) Koper (0,17) Zink (0,01) Barium (0,14) Kobalt (0,76) Zink (0,03) Koper (0,03) Barium (0,07) Koper (0,13) Barium (-) Koper (0,38) Zink (0,01) Cadmium (0,07) Barium (0,21)

-

-

-

-

-

Kobalt (2,13) Nikkel (6,25)

-

Nikkel (5,25) -

27 (33)

Perceel1)

Peilbuis

V232

hb-230

Filterstelling (m -mv) 1,30 - 2,30

V74

hb-247

1,00 - 2,00

V66

hb-255

1,00 - 2,00

U335

hb-284

1,00 - 2,00

T2873

hb-305

3,50 - 4,50

T2873

hb-3103)

3,50 - 4,50

T2873

hb-3143)

3,70 - 4,70

R3 U449

hb-318 hb-319

3,00 - 4,00 2,50 - 3,50

U449

hb-323

2,50 - 3,50

T5907 V292

hb-338 hb-341

3,50 - 4,50 1,50 - 2,50

M716 T261

mb-164) mb-225)

2,00 - 3,00 1,00 - 2,50

Peilbuizen geohydrologisch onderzoek6) T3140 mb-46 6,00 - 7,00

T3140

mb-46

15,00 - 16,00

T5907 A2840

mb-48 mb-39

19,07 - 20,07 2,57 - 3,57

A2840

mb-39

16,05 - 17,05

T1680 T2873 T2873 T2873

mb-40 mb-44 mb-44 mb-45

3,80 - 4,80 3,51 - 4,51 13,05 - 14,05 4,02 - 5,02

≤ Signaleringsparameter (index)8)

> Signaleringsparameter (index)

Barium (-) Xylenen (som) (-) Zink (0,29) Barium (0,04) Xylenen (som) (0,02) Naftaleen (-) Barium (0,07) Nikkel (0,72) Xylenen (som) (0,01) Koper (0,67) Nikkel (0,13) Zink (0,12) Cadmium (0,05) Barium (0,02) Lood (0,03) Cadmium (0,03) Barium (0,19) Zink (0,17) Cadmium (0,09) Barium (0,21) Nikkel (0,12) Cadmium (0,23) Barium (0,1) Nikkel (0,22) Barium (0,02) Kobalt (0,19) Barium (0,35) Kobalt (0,23) Nikkel (0,73) Barium (0,04) Xylenen (som) (-) Barium (0,07) Xylenen (som) (-)

-

Molybdeen (0,01) Barium (0,05) cis + trans-1,2-Dichlooretheen (0,01) Zink (0,02) Molybdeen (0,01) Barium (0,01) cis + trans-1,2-Dichlooretheen (0,04) Tetrachlooretheen (Per) (-) Vinylchloride (0,11) Zink (0,04) cis + trans-1,2-Dichlooretheen (0,1) Tetrachlooretheen (Per) (0,01) Vinylchloride (0,06) cis + trans-1,2-Dichlooretheen (0,56) -

-

-

-

-

-

Zink (1,27) -

-

-

-

Vinylchloride (1,20) -

28 (33)

Filterstelling ≤ Signaleringsparameter (index)8) > Signaleringsparameter (index) (m -mv) T2873 mb-45 15,10 - 16,10 1) Zie ook tabel 2-4 en bijlage 5. 2) De peilbuizen zijn vernield of verwijderd door onbekenden. Monstername was hierdoor niet mogelijk. 3) Tracé gewijzigd nadat peilbuis was geplaatst. Deze peilbuis is wel bemonsterd. 4) Betreft een peilbuis van een machinale boring die gebruikt werd voor het geohydrologisch onderzoek. Deze peilbuis is bemonsterd als alternatief voor hb-090, die verwijderd bleek te zijn. 5) Betreft een peilbuis van een machinale boring die gebruikt werd voor het geohydrologisch onderzoek. Deze peilbuis is bemonsterd als alternatief voor hb-140, die verwijderd bleek te zijn. 6) Betreft peilbuizen van machinale boringen die gebruikt zijn voor het geohydrologisch onderzoek. In verband met de bekende VOCl-verontreiniging ter plaatse van deze peilbuizen, zijn deze peilbuizen geanalyseerd op het VOCl-pakket. 7) Bij betreffende peilbuis (hb-016) zijn abusievelijk geen monsters genomen. 8) Kleiner dan signaleringsparameter en groter dan voormalige streefwaarde of tussenwaarde. Perceel1)

Peilbuis

Bijna alle grondwatermonsters hebben een NTU > 10 (tabel 4-2). Dit kan wijzen op de aanwezigheid van een storende invloed van zwevende delen op de analyseresultaten. Deze verhoogde waarden zijn echter niet te relateren aan verontreinigen in het grondwater of in de grond. Hieruit concluderen we dat de gemeten waarden voor troebelheid geen of nauwelijks invloed hebben op de gemeten waarden. In drie peilbuizen zijn concentraties aan kobalt, nikkel en/of zink aangetoond groter dan de signaleringsparameter (voormalige interventiewaarde). In de grondmonsters van deze boringen zijn echter geen verhoogde gehalten (aan kobalt, nikkel en zink) aangetoond. De bron van de (sterk) verhoogde concentraties aan zware metalen in het grondwater is daarom niet eenduidig vast te stellen. Het is een bekend fenomeen dat in Noord-Brabant (sterk) verhoogde concentraties aan zware metalen in het grondwater kunnen voorkomen, zonder dat daar een aanwijsbare bron voor is (Omgaan met regionaal verhoogde concentraties van zware metalen in het grondwater in Noord-Brabant, Platform bodembeheer Brabant, d.d. 1 november 2011). De (sterk) verhoogde concentraties worden daarom gezien als van nature verhoogde achtergrondwaarden.

In de meeste peilbuizen zijn concentraties aangetoond kleiner dan de signaleringsparameter, maar groter dan de voormalige streefwaarde, met name aan zware metalen, maar ook aan minerale olie, naftaleen en xylenen. De herkomst van de laatste drie parameters is onbekend, maar gezien de lage concentraties (allemaal < signaleringsparameter) behoeft dit geen nader onderzoek. VOCl-verontreiniging Smakterheide Venray Wat betreft de VOCl-verontreiniging ter plaatse van industriegebied Smakterheide in Venray zijn een aantal peilbuizen geanalyseerd op VOCl om een eerste beeld te verkrijgen van de huidige situatie van de verontreiniging (zie paragraaf 3.1). Tabel 5-3 geeft alleen de toetsingsresultaten voor VOCl weer van de betreffende peilbuizen. In deze tabel zijn de peilbuizen geordend naar ligging op het tracé, grofweg van noord naar zuid. Tevens is onderscheid gemaakt tussen resultaten van het ondiepe (freatisch) en diepe (eerste watervoerende pakket) grondwater. Enkel bij peilbuis mb-39 in het diepe grondwater (16-17 m-mv) zijn concentraties aan VOCl groter dan de signaleringsparameter aangetoond. In het freatische grondwater zijn hooguit concentraties aan VOCl aangetoond kleiner dan de signaleringsparameter, maar groter dan de voormalige streefwaarde.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16479600/1