b NL.IMRO.0984.TAM24004-va01 tb6 geohydrologisch onderzoek
Tekst van het document
Rapport Projectnummer: 51006816 Referentienummer: NL24-648800269-94853 Datum: 24-07-2024
Geohydrologisch onderzoek 150 kV-tracé Boxmeer-Venray 002.813.20
Definitief
Opdrachtgever: TenneT TSO B.V. Utrechtseweg 310 6812 AR ARNHEM
Sweco Zernikestraat 17 5612 HZ Eindhoven Postbus 1265 5602 BG Eindhoven Nederland
T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl
Sweco Nederland B.V. Eindhoven Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt
Kay Nusselder Adviseur Water M +31 6 10 150 250
Revisiebeheer Revisie C0 C1 D0
Datum 20-01-23 09-03-23 24-07-2024
Status Niet opgeleverd Concept
Belangrijkste wijzigingen Bemalingsadvies 1e tracé Geohydrologisch onderzoek + 2e tracé
Inhoudsopgave 1
Inleiding .................................................................................................................. 5
1.1
Algemeen ................................................................................................................. 5
1.2
Scope ....................................................................................................................... 5
1.3
Doelstelling .............................................................................................................. 5
1.4
Leeswijzer ................................................................................................................ 5
2
Geohydrologisch onderzoek ................................................................................ 7
2.1
Maaiveldhoogten ..................................................................................................... 7
2.2
Bodemopbouw ......................................................................................................... 9
2.3
Grondwater ............................................................................................................ 16
2.4
Grondwaterkwaliteit ............................................................................................... 18
2.5
Oppervlaktewater................................................................................................... 19
2.6
Waterkerende constructies .................................................................................... 20
3
Bemalingsaspecten ............................................................................................. 22
3.1
Uitganspunten........................................................................................................ 22
3.2
Toetsing bemaling ................................................................................................. 22
4
Conclusies geohydrologisch onderzoek .......................................................... 24
Bijlage 1
Overzichtskaart tracé verloop
Bijlage 2
Boorplan
Bijlage 3
Handmatige ondiepe boorprofielen
Bijlage 4
Machinale diepe boorprofielen
Bijlage 5
Sondeergrafieken
Bijlage 6
Analyse resultaten lozingsparameters
Bijlage 7
Verzameltabel veldwerk resultaten
1
Inleiding
1.1 Algemeen Als onderdeel van het project 'Versterken 150 kV-net Boxmeer-Venray' (voorts: project) dient een nieuwe ondergrondse 150 kV-hoogspanningsverbinding gerealiseerd te worden tussen de 150 kV-hoogspanningsstations Boxmeer in Noord-Brabant (hierna: BMR150) en Venray in Limburg (hierna: VENR150). Hiertoe dienen de volgende netuitbreidingen te worden gerealiseerd: Twee kabelvelden op BMR150; Twee kabelvelden op VENR150; 150 kV-kabelverbinding (met een lengte van circa 19 km) tussen Boxmeer en Venray bestaande uit twee circuits. Op basis van een tracéstudie is een voorkeursalternatief (VKA) tussen beide stations gekozen. Binnen het VKA is vervolgens een definitief tracé bepaald. Het tracé is weergegeven in figuur 1.1 en bijgevoegd in bijlage 1 (met deeltracé onderverdeling). Ter plaatse van het tracé hebben diverse veldwerkzaamheden plaatsgevonden welke input hebben gevormd voor de conditionerende onderzoeken, voor de wijziging van het bestemmingsplan, voor de MER-beoordeling en voor het ontwerp van het BO (Basis Ontwerp). 1.2 Scope In opdracht van TenneT TSO B.V. heeft Sweco Nederland B.V. een geohydrologisch onderzoek uitgevoerd ter plaatse van het tracé. Het tracé dient voor dit onderzoek als het onderzoeksgebied. Tevens worden er aanpassingen aan de stations van Boxmeer en Venray doorgevoerd.
Deze rapportage beschrijft de resultaten van het geohydrologische onderzoek dat conform het geldend onderzoeksprotocol van TenneT (versie 2.0, 12 oktober 2020) en de hierin vernoemde NEN-normen en andere normen uitgevoerd is. Het geohydrologisch onderzoek omvat de resultaten van het veld- en bodemonderzoek volgens het ’Onderzoeksprotocol TenneT, 12 oktober 2020’ aangevuld met gegevens uit de bureaustudie. Op basis van het geohydrologisch onderzoek wordt geconcludeerd of voor de uitvoering van de werkzaamheden een grondwaterstandverlaging (bemaling) nodig is. 1.3 Doelstelling De doelstellingen van dit advies zijn tweeledig: het inzicht geven in de geohydrologische situatie ter plaatse van het tracé; het inzicht geven in of voor de uitvoering van de werkzaamheden een verlaging van de grondwaterstand (bemaling) nodig is. Daarnaast vormt het geohydrolgische onderzoek een informatieve basis voor het op te stellen bemalingsadvies en technisch bemalingsplan door de aannemer. 1.4 Leeswijzer Na deze inleiding volgen in hoofdstuk 2 de bodemkundige en waterhuishoudkundige gegevens. Hierbij wordt ingegaan op de bodemopbouw, geohydrologie, grondwaterstanden en oppervlaktewater. In hoofdstuk 3 komen de bemalingsaspecten aan bod en wordt getoetst of voor de werkzaamheden bemalingswerkzaamheden noodzakelijk zijn. De bijlagen maken onlosmakelijk deel uit van deze rapportage.
Figuur 1-1
Ligging tracé
2
Geohydrologisch onderzoek
Om te toetsen of voor de werkzaamheden bemalingswerkzaamheden noodzakelijk zijn is inzicht nodig in de geohydrolgische situatie ter plaatse van het tracé. In dit hoofdstuk is ingegaan op deze aspecten. De geïnventariseerde gegevens zijn afkomstig van de volgende bronnen: [1]. Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4, Rijkswaterstaat, 2019); [2]. Grondwatergegevens uit DINO-loket (Data en Informatie Nederlandse Ondergrond) en REGIS II.2 (Regionaal Geohydrologisch Informatiesysteem (NITG-TNO); [3]. Ondiepe handboringen (bijlage 3), diepe machinale boringen (bijlage 4) sonderingen (bijlage 5) en analyseresultaten lozingsparameters (bijlage 6) veldwerk [4]. Legger kaarten Waterschap Aa en Maas, https://www.aaenmaas.nl/onswerk/regels/legger/ [5]. Legger kaarten Waterschap Limburg, https://www.waterschaplimburg.nl/uwbuurt/kaarten-meetgegevens/leggerkaart/ [6]. Verkennend bodem- en waterbodemonderzoek 150 kV-tracé Boxmeer-Venray 002.813.20 concept d.d. 15-02-2023 (Sweco) De gegevens uit het geohydrologisch onderzoek dient als basis voor de toetsing in hoofdstuk 3. 2.1 Maaiveldhoogten Het maaiveldverloop van de verschillende onderdelen is geanalyseerd met gegevens afkomstig van de AHN4 [1]. De maaiveldhoogte is één van de relevante parameters voor de geohydrologische situatie ter plaatse van het tracé.
Door variaties in de maaiveldhoogte zijn daarom enkele onderdelen in de geohydrologische rapportage opgeknipt en voorzien van een nummering (E.1, E.2, etc.). Hierdoor wordt een beter beeld gegegeven van de geohydrologische verschillen per type deeltracé. Om de circa 50 meter zijn boringen uitgevoerd waarbij het maaiveld is ingemeten (boorplan zie bijlage 2, en ingemeten hoogte zie boorprofielen bijlage 3). De gemiddelde maaiveldhoogte per deeltracé is bepaald door het gemiddelde van de gemeten maaiveldhoogte ter plaatse van de uitgevoerde boringen [3]. De resultaten hiervan zijn weergeven in tabel 2.1. Tabel 2.1
Maaiveldhoogte [1, 3]
Onderdeel
Deel tracé
BMR150 * A B C D
A B C D E.1 E.2 F.1 F.2 G.1 G.2 G.3 G.4 H.1 H.2
E F
G
H
Minimale maaiveldhoogte (m +NAP) 13,3 13,4 13,9 14,2 15,6 15,8 16,0 16,4 16,3 16,9 17,5 17,2 17,7 18,0
Maximale maaiveldhoogte (m +NAP) 13,5 13,5 14,3 14,3 15,7 16,0 16,2 16,6 16,6 17,3 17,7 17,4 17,9 18,5
Gemiddelde maaiveldhoogte (m +NAP) 13,4 13,5 14,1 14,3 15,7 15,9 16,1 16,5 16,5 17,1 17,6 17,3 17,8 18,2
Onderdeel
I J K L
M
N O P
Q Q-R R S T U V V-W W X VENR150 *
*
Deel tracé
H.3 I J K.1 K.2 L.1 L.2 L.3 M.1 M.2 M.3 N.1 N.2 N.3 O.1 O.2 P.1 P.2 P.3 Q.1 Q.2 Q.3 Q.4 Q-R R.1 R.2 S.1 S.2 T.1 T.2 U V.1 V.2 V-W W X -
Minimale maaiveldhoogte (m +NAP) 18,4 18,6 20,9 21,2 21,8 22,0 21,1 21,7 21,3 21,7 22,1 22,2 22,7 23,4 23,5 24,1 24,1 24,5 25,1 24,8 25,1 24,4 24,8 23,0 21,7 21,3 19,6 19,0 19,0 19,3 18,9 17,9 17,7 18,8 21,5 22,9 -
Maximale maaiveldhoogte (m +NAP) 18,8 18,9 21,1 21,5 22,1 22,1 21,5 21,9 21,5 21,9 22,3 22,3 23,1 23,6 23,7 24,4 24,1 24,9 25,3 25,2 25,8 24,7 25,2 23,0 22,2 21,5 20,0 19,3 19,2 19,5 19,4 18,3 17,7 18,8 21,5 23,2 -
Gemiddelde maaiveldhoogte (m +NAP) 18,6 18,7 21,0 21,3 21,9 22,0 21,3 21,8 21,4 21,8 22,2 22,3 22,9 23,5 23,5 24,3 24,1 24,7 25,2 25,1 25,3 24,5 25,0 23,0 21,9 21,4 19,8 19,2 19,1 19,4 19,0 18,0 17,7 18,8 21,5 23,0 -
Geen boringen uitgevoerd
De hoogte van het maaiveld ter plaatse van het tracé varieert van circa NAP +13,4 m tot circa NAP +25,3 m. Het laagste deel van het tracé is gelegen op het meest noordelijk deel nabij Boxmeer. Het maaiveld loopt vanaf Boxmeer geleidelijk omhoog naar het hoogste deel van het tracé ter hoogte van deeltracé Q. Het maaiveld zakt vervolgens geleidelijk tot NAP +19,2 ter hoogte van deeltracé S waarna het maaiveld weer geleidelijk omhoog loopt naar NAP +23,0 m ter hoogte van Venray.
2.2
Bodemopbouw
Ondiepe bodemopbouw Over het gehele tracé zijn verschillende veldwerkzaamheden uitgevoerd. Er zijn om de circa 50 meter ondiepe handboringen uitgevoerd tot 2,3 m -mv. Daarnaast zijn verdeeld over het tracé enkele diepere boringen uitgevoerd met een einddiepte varierend van ca. 4 tot 6 m mv. Bij de intrede en uittrede punten van de HDD’s zijn diepe machinale boringen (tot 20,0 m-mv) en sonderingen (tot ca. 20 m-mv) uitgevoerd. In bijlage 2 zijn de boorplannen opgenomen, in bijlage 3 en 4 zijn de boorprofielen opgenomen en in bijlage 5 zijn de sonderingen opgenomen. In bijlage 7 is een verzameltabel bijgevoegd met daarin de relevante geohydrologische gegevens afkomstig van het veldwerk per deeltracé. In tabel 2.2 zijn de kenmerkende ondiepe bodemgegevens samengevat per deeltracé. Tabel 2.2
Ondiepe bodemgegevens samengevat per deel tracé en voorkomen van ondiepe grindlagen o.b.v. boringen [3]
Deel tracé
Ondiepe bodem omschrijving
BMR150 *
-
A
Matig fijn en matig grof zand tot 5,5 m-mv
> 5,5 ***
Fijn grind
Verwachting o.b.v. naast gelegen tracé (hb-008)
B
Matig grof en zeer grof zand tot 5,5 m-mv
5,5
Fijn grind
Boring hb-008
C D E.1
Matig grof en zeer grof zand tot 8,0 m-mv Matig grof en zeer grof zand tot 5,1 m-mv Matig fijn en matig grof zand tot 8,0 m-mv
8,0 5,1 8,0
Fijn grind Fijn grind Uiterst grof zand
E.2
Matig grof tot zeer grof zand tot 6,0 m-mv
> 6,0 ***
Fijn grind
F.1
5,5
Fijn grind
> 20,0
Niet aangetroffen
Boring mb-09
G.1 G.2 G.3 G.4
Matig grof en zeer grof zand tot 5,5 m-mv Matig grof en zeer grof zand tot 5,0 m -mv, daarna klei ** tot 6,5 m-mv, daarna matig grof en zeer grof zand tot 20,0 m-mv Matig grof en zeer grof zand tot 20,0 m-mv Matig grof en zeer grof zand tot 20,0 m-mv Matig grof en zeer grof zand tot 20,0 m-mv Matig grof en zeer grof zand tot 20,0 m-mv
Boring mb-04 Boring hb-024 Boring mb-08 Verwachting o.b.v. naast gelegen tracé (hb-041) Boring hb-041
> 20,0 > 20,0 > 20,0 > 20,0
Boring mb-11 Boring mb-11 Boring mb-11 Boring mb-11
H.1
Matig grof en zeer grof zand tot 9,0 m-mv
9,0
Niet aangetroffen Niet aangetroffen Niet aangetroffen Niet aangetroffen Uiterst grof en fijn grind
H.2
Matig grof en zeer grof zand tot 6,0 m-mv
≈ 9,0 ***
Uiterst grof en fijn grind
H.3
Matig grof en zeer grof zand tot 6,0 m-mv
≈ 9,0 ***
Uiterst grof en fijn grind
9,0
Fijn grind
Boring mb-15
10,6
Uiterst grof zand
> 20,0 ****
Niet aangetroffen
Boring mb-018 Verwachting o.b.v. naastgelegen tracé (mb-19)
F.2
I J K.1 K.2 L.1
Matig grof en zeer grof zand tot 5,0 m -mv, daarna klei ** tot 9,0 m-mv Matig fijn tot zeer grof zand tot 10,6 m-mv Matig fijn tot zeer grof zand tot 6,0 m-mv, daarna zeer grof zand tot 20,0 m-mv
Voorkomen van ondiep grind en uiterst grof zand (verwachting) Diepte (m -mv) Omschrijving Op basis van:
Matig fijn en matig grof zand tot 4,1 m-mv, daarna > 20,0 zeer grof zand tot 20,0 m-mv Matig fijn en matig grof zand tot 1,5 m -mv, 9,0 daarna zeer grof zand tot 9,0 m -mv
Boring mb-14 Verwachting o.b.v. naastgelegen tracé (mb-14) Verwachting o.b.v. naastgelegen tracé (mb-14)
Niet aangetroffen
Boring mb-19
Uiterst grof zand
Boring mb-21
Deel tracé
Ondiepe bodem omschrijving
L.2
Matig fijn en matig grof zand tot 5,4 m-mv
L.3
Matig fijn en matig grof zand tot 1,7 m-mv
M.1
Matig fijn tot zeer grof zand tot 2,3 m-mv
M.2 M.3
Matig fijn tot zeer grof zand tot 1,6 m-mv Matig fijn tot zeer grof zand tot 2,0 m-mv Matig fijn tot zeer grof zand en sporen van veen en leem tot 5,2 m-mv
N.1 N.2 N.3 O.1 O.2
P.1 * P.2 * P.3 *
Matig fijn tot zeer grof zand en sporen van leem tot 4,6 m-mv Matig fijn tot zeer grof zand tot 4,6 m-mv Matig fijn en matig grof zand tot 2,0 m-mv, daarna zeer grof zand tot 4,6 m-mv Zeer fijn en matig fijn zand en sporen van klei** tot 3,1 m-mv, daarna matig grof zand tot 4,5 mmv Matig fijn en matig grof zand tot 4,6 m-mv en sporen van leem**, daarna zeer grof zand tot 5,3 m-mv Matig fijn en matig grof zand en sporen van zandige leem** tot 2,3 m-mv Matig fijn en matig grof zand en sporen van zandige leem** tot 5,4 m-mv
Voorkomen van ondiep grind en uiterst grof zand (verwachting) Diepte (m -mv) Omschrijving Op basis van: Verwachting o.b.v. > 5,4 *** Fijn grind naastgelegen tracé (hb-135) 1,7 Fijn grind Boring hb-135 Verwachting o.b.v. Uiterst grof zand > 2,3 *** naastgelegen tracé en fijn grind (hb-135 en hb-141) 1,6 Uiterst grof zand Boring hb-141 2,0 Uiterst grof zand Boring hb-142 5,2
Fijn grind
Boring mb-23
> 4,6 ***
Fijn grind
4,6
Fijn grind
Verwachting o.b.v. naastgelegen tracé (hb-160) Boring hb-160
4,6
Uiterst grof zand
Boring hb-319
4,5
Fijn grind
Boring hb-323
> 5,3 *
N.B. *
> 2,3 *
N.B. *
> 5,4 *
N.B. * Verwachting o.b.v. naastgelegen tracé (mb-24) Verwachting o.b.v. naastgelegen tracé (mb-24) Verwachting o.b.v. naastgelegen tracé (mb-24)
Q.1
Matig fijn tot zeer grof zand en sporen van zandige leem** tot 5,2 m-mv
> 20,0 ***
Niet aangetroffen
Q.2
Matig fijn en matig grof zand tot 6,0 m-mv
> 20,0 ***
Niet aangetroffen
Q.3
Matig fijn en matig grof zand tot 6,0 m-mv
> 20,0 ***
Niet aangetroffen
> 20,0
Niet aangetroffen
Boring mb-24
> 20,0
Niet aangetroffen
Boring mb-27
6,5
Uiterst grof zand en fijn grind
Boring mb-30
6,5 ***
Uiterst grof zand en fijn grind
Verwachting o.b.v. naastgelegen tracé (mb-30)
> 20,0
Niet aangetroffen
Boring mb-34
> 20,0 ***
Niet aangetroffen
Verwachting o.b.v. naastgelegen tracé (mb-34)
N.B. *
-
Q.4
Q-R
R.1
R.2
S.1
Matig fijn en matig grof zand tot 10,5 m-mv, daarna zeer grof zand tot 17,3 m-mv, daarna matig grof zand Matig fijn zand en sporen van leem** tot 4,15 m mv, daarna matig grof en zeer grof zand tot 13,8 m-mv, daarna klei, zwak siltig tot 17,4 m-mv, daarna matig grof en zeer grof zand Matig fijn en matig grof zand tot 5,0 m-mv, daarna zeer grof zand tot 6,5 m-mv, daarna uiterst grof zand en fijn grind tot 12,0 m-mv, daarna klei tot 17,0 m-mv Matig fijn en matig grof zand tot 5,0 m-mv, daarna zeer grof zand tot 6,5 m-mv, daarna uiterst grof zand en fijn grind tot 12,0 m-mv, daarna klei tot 17,0 m-mv Matig fijn en matig grof zand tot 5,2 m-mv, daarna zeer grof zand tot 8,5 m -mv, daarna klei en veen tot 10,0 m-mv, daarna matig grof zand tot 12,0 m -mv, daarna klei, zwak siltig tot 14,6 m-mv, daarna zeer grof zand tot 20,0 m-mv
S.2
Veen en leem tot maximaal 1,6 m-mv, daarna matig en zeer grof zand tot 6,0 m-mv
T.1
Lokaal veen tot maximaal 0,6 m-mv / matig fijn en matig grof zand tot ca. 3,8 m-mv, daarna zeer > 5,2 * grof zand
Deel tracé
Ondiepe bodem omschrijving
Matig fijn en matig grof zand tot 4,0 m-mv, daarna zeer grof zand Lokaal veen of kleiig tot maximaal 0,6 m-mv / U matig fijn en matig grof zand tot ca. 3,8 m-mv Matig fijn en matig grof zand tot 1,3 m-mv, daarna V.1 zeer grof zand en lokaal leem**, sterk zandig tot 2,1 m-mv, daarna zeer grof zand tot 4,0 m-mv Matig fijn zand tot 1,1 m-mv, daarna zeer grof V.2 zand en lokaal leem**, sterk zandig tot 4,6 m-mv V-W Matig fijn en matig grof zand tot 7,5 m -mv Matig fijn en matig grof zand tot 5,0 m-mv, daarna W zeer grof zand tot 7,8 m-mv Matig fijn zand tot 2,6 m-mv, daarna leem** sterk X zandig tot 3,0 m-mv, daarna matig grof zand tot 6,5 m-mv VENR150 * T.2
* ** ***
Voorkomen van ondiep grind en uiterst grof zand (verwachting) Diepte (m -mv) Omschrijving Op basis van: > 5,2 *
N.B. *
-
3,8
Uiterst grof zand
Boring hb-255
4,0
Uiterst grof zand en fijn grind
REGIS
7,5
Uiterst grof zand en fijn grind Uiterst grof zand
Boring mb-37
7,8
Uiterst grof zand
Boring mb-48
6,5
Uiterst grof zand en grind
Boring mb-46
4,6
REGIS
Het uitgevoerd veldwerk geeft niet voldoende inzicht De aangetroffen klei zijn zgn. kleilenzen en vormt geen aaneengesloten laag Niet aangetroffen ter plaatste van het tracé vanwege beperkte einddiepte boringen, wordt verwacht op basis van naastgelegen tracé
Op basis van bovenstaande gegevens kan geconcludeerd worden dat er over het algemeen geen sprake is van een deklaag maar reikt het watervoerend pakket over het algemeen tot aan het maaiveld. Alleen ter plaatse van deeltracé S.2 t/m T.1 en U is een beperkte deklaag bestaande uit klei, veen en/of leem tot maximaal 1,6 m-mv aangetroffen. Daarnaast is ter plaatse van deeltracés O.2 t/m Q.1, Q-R, V.1, V.2 en X sporen van leem en/of klei aangetroffen in de ondiepe bodemlaag. Deze dunne lagen vormen zogenaamde kleilenzen en vormen geen aaneengesloten waterscheidende laag. In de boring zijn over verschillende delen van het tracé ondiepe grindlagen/uiterst grof zand aangetroffen (gemarkeer met geel en oranje). Deze grindlagen vormen een onzekere factor voor eventuele debiet berekeningen omdat de doorlatendheid van het grind erg uiteen kan lopen. Diepe bodemopbouw Naast de ondiepe handboringen zijn bij de intreed en uitreed punten van de HDD’s diepe machinale boringen (bijlage 4) en sonderingen (bijlage 5) uitgevoerd. De gegevens uit de diepe machinale boringen zijn ook meegenomen in tabel 2.2. Op basis van de sonderingen is de dikte van het watervoerend pakket bepaald.
Omdat variaties minder groot zijn in de diepere ondergrond ten gevolge van de maaiveldhoogte en omdat de gegevens minder gedetaileerd zijn wordt de onderverdeling (zoals in de ondiepe bodembeschrijving) in diepere ondergrond beschrijving niet gemaakt. In tabel 2.3 zijn de kenmerkende diepe bodemgegevens samengevat per onderdeel.
Tabel 2.3
Diepe bodemgegevens samengevat per onderdeel o.b.v. sonderingen [3]
Onderdeel
Sondering
BMR150 * A* B C D E F
Diepte sondering (m-mv)
Dikte WVP (m)
Diepte WVP (m NAP)
Opmerking
Ms-01 Ms-04 Ms-05 Ms-08 Ms-09 Ms-11
24 24 25 25 25 25
2 -
12 -
Ms-12
25
-
-
H
Ms-14
25
-
-
I
Ms-15
20
5
14
J
Ms-18
21
-
-
K
Ms-19
22
-
-
L
Ms-21
25
-
-
M
Ms-22
25
-
-
N
Ms-23
25
-
-
Onderkant WVP niet bereikt Onderkant WVP niet bereikt Onderkant WVP niet bereikt Onderkant WVP niet bereikt Kleilens *** Onderkant WVP niet bereikt Onderkant WVP niet bereikt, stoorlagen aanwezig ** Onderkant WVP niet bereikt, stoorlagen aanwezig ** Kleilens *** Onderkant WVP niet bereikt, stoorlagen aanwezig ** Onderkant WVP niet bereikt, stoorlagen aanwezig ** Onderkant WVP niet bereikt, stoorlagen aanwezig ** Onderkant WVP niet bereikt Onderkant WVP niet bereikt, stoorlagen aanwezig **
25 25 25 25 25
11 11 14 10
12 11 8 10
Onderkant WVP niet bereikt
25 18 7 11 19 22
9,5
12,0
Onderkant WVP niet bereikt Onderkant WVP niet bereikt Gestaakt i.v.m grind Gestaakt i.v.m grind Onderkant WVP niet bereikt Kleilens ***
G
O* P* Q Q-R
Ms-24 Ms-27 Ms-30 R Ms-31 S Ms-34 T* U Ms-35A Ms-43 V MS-43 a-b Ms-47 V-W Ms-37 W Ms-44 X* VENR150 * -
* ** ***
Rand kleilaag ***
geen sondering beschikbaar Stoorlagen aanwezig in het WVP Komt niet over het gehele tracé voor maar betreft een kleilens
De uitgevoerde sonderingen tot 25 m -mv geven veelal niet voldoende inzicht om de dikte van het watervoerend pakket te bepalen. Alleen bij de onderdelen Q-R en R is de onderkant van het watervoerend pakket aangetoond. Bij de onderdelen F, I, S en W zijn kleilenzen aangetroffen. Deze lagen zijn niet gebiedsdekkend en vormen daardoor geen waterscheidende laag welke representatief is voor het gehele deeltracé. Op basis van de verticale doorsnede van het REGIS II v2.2 model en het GeoTOP v1.4.1 model is de bodemopbouw, dieper dan de geboorde en gesondeerde diepte, af te leiden [2]. Op basis van deze modellen kan een regionaal beeld afgeleid worden van het watervoerend pakket.
Over het algemeen wordt de Formatie van Boxtel (zandige eenheid) aangetroffen tot aan het maaiveld variërend in dikte van 0 tot circa 8 meter dik. Halverwege het tracé (op circa 11 km in figuur 2.1) reikt de Formatie van Beegden (zandige eenheid en hoog risico op grind) tot aan het maaiveld. Hier bevindt zich ook een breuklijn in de diepere grondlagen. De Formatie van Beegden wordt over het gehele tracé onder de Formatie van Boxtel aangetroffen. De Formatie van Beegden geeft een hoog risico op zeer grof zand en/of grind waardoor mogelijk extreem hoge kD waarden te verwachten zijn in het watervoerend pakket. Onder de Formatie van Beegden wordt de Formatie van Kiezelooliet en Breda (zandige eenheden) aangetroffen. Globaal ligt het tracé volledig in een zandige ondergrond. Lokaal zijn er afwijkingen. Volgens GeoTOP v1.4.1 wordt (op circa 9 km in figuur 2.1) een zandige kleilaag aangetroffen op een diepte vanaf NAP 14 m (kleiige eenheid, Formatie van Beegden). Ter plaatse van de breuklijn wordt grof zand (mogelijk grind) aangetroffen (Formatie van Beegden). Op circa 20 km in figuur 2.1 wordt een holocene deklaag aangetroffen afkomstig uit de Formatie van Boxtel, laagpakket van Singraven. Hier komt mogelijk veen voor in de deklaag. In de figuren hieronder zijn de dwarsdoorsnede van de regionale bodemopbouw (REGIS II. V2.2 en GeoTOP v1.4) van het tracé weergegeven.
Figuur 2.1
Dwarsdoorsnede bodemopbouw tracé BMR – VENR (bron: REGIS II. v2.2 en GeoTOP v1.4)
Geohydrologische schematisering In de beschrijving van de bodemopbouw is ingegaan op de samenstelling van de bodem. Door middel van een geohydrologische schematisatie wordt een indruk verkregen van de opbouw van de diepere ondergrond en de bijbehorende geohydrologische variabelen. Hierbij worden watervoerende pakketten en slecht doorlatende (scheidende) lagen onderscheiden. In een watervoerend pakket treedt overwegend horizontale grondwaterstroming op, terwijl in een scheidende laag voornamelijk verticale grondwaterstroming optreedt. Watervoerende pakketten worden beschreven met het doorlaat-vermogen (kD-waarde in m2/dag),- hetgeen het product is van de horizontale doorlaatfactor (in m/dag) en de verzadigde dikte van het pakket (in m). Scheidende lagen worden beschreven met een hydraulische weerstand (c-waarde: in dagen), hetgeen het quotiënt is van de dikte (in m) en de verticale doorlaatfactor (in m/dag) van de laag. De geohydrologische basis is een slecht doorlatende laag, die vanwege de dikte en/of opbouw vrijwel ondoorlatend is.
In tabel 2.4 staat de geohydrologische schematisatie weergegeven ter plaatse van de deel tracés. Deze is gebaseerd op de uitgevoerde boringen en sonderingen [3] aangevuld met REGIS II.2 van TNO-NITG [2]. In het geval de boringen niet voldoende diep zijn onderzocht om het ondiepe grind aan te tonen in tabel 2.2 zijn deze in tabel 2.4 aangevuld met de diepte ligging van de Formatie van Beegden (hoog risico op grind) afkomstig van REGIS II. V2.2 Tabel 2.4
Totaal overzicht van de geohydrologische formaties en parameters [2 en 3]
Deel tracé
Maaiveld Deklaag Dikte (+NAP)
(m)
Watervoerend pakket KDikte kD min. kD max. waarde (m/dag) (m) (m2/dag) (m2/dag)
BMR150 * A B C D E.1 E.2
13,4 13,5 14,1 14,3 15,7 15,9
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
-
224 224 221 221 221 221
900 900 1000 1000 1000 1000
2700 2800 3000 3000 2900 2900
F.1
16,1
0,0
-
221 ***
900
2800
F.2
16,5
0,0
-
221 ***
900
2800
G.1 G.2 G.3 G.4 H.1 H.2 H.3
16,4 17,1 17,6 17,3 17,8 18,2 18,6
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
-
221 221 221 221 220 220 220
1000 1000 1000 1000 1100 1100 1100
3000 3000 3000 3000 3200 3200 3200
I
18,7
0,0
-
220 ***
1000
3300
J K.1 K.2 L.1 L.2 L.3 M.1 M.2 M.3 N.1 N.2 N.3 O.1 O.2 P.1 P.2 P.3 Q.1 Q.2 Q.3 Q.4
21,0 21,3 21,9 22,0 21,3 21,8 21,4 21,8 22,2 22,3 22,9 23,5 23,5 24,3 24,1 24,7 25,2 25,1 25,3 24,5 24,9
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 ** 0,0 ** 0,0 ** 0,0 ** 0,0 ** 0,0 0,0 0,0
-
222 222 222 223 223 223 203 203 203 205 205 205 211 211 214 214 214 217 217 217 217
1400 1400 1400 1600 1600 1600 800 800 800 1000 1000 1000 1000 1000 900 900 900 1000 1000 1000 1000
3900 4200 4200 4900 4900 4900 2400 2400 2400 3000 3000 3000 3100 3100 3000 3000 3000 3200 3200 3200 3200
Q-R
23,0
0,0 **
-
12
300
900
R.1
21,9
0,0
-
11
300
900
R.2
21,4
0,0
-
11
300
900
S.1 S.2
19,8 19,2
0,0 0,4 tot 1,6
0,1 – 2
220 220
1000 1000
3200 3200
Voorkomen grind [3]/ Formatie van Beegden (mogelijk grind) [2] Bron (m -mv) Bron REGIS REGIS REGIS REGIS REGIS REGIS Sondering/ REGIS Sondering/ REGIS REGIS REGIS REGIS REGIS REGIS REGIS REGIS Sondering/ REGIS REGIS REGIS REGIS REGIS REGIS REGIS REGIS REGIS REGIS REGIS REGIS REGIS REGIS REGIS REGIS REGIS REGIS REGIS REGIS REGIS REGIS Sondering/ REGIS Sondering/ REGIS Sondering/ REGIS REGIS REGIS
> 5,5 5,5 8,0 5,1 8,0 > 6,0
Boring Boring Boring Boring Boring Boring
5,5
Boring
> 20,0
Boring
> 20,0 > 20,0 > 20,0 > 20,0 9,0 ≈ 9,0 ≈ 9,0
Boring Boring Boring Boring Boring Boring Boring
9,0
Boring
10,6 > 20,0 > 20,0 9,0 > 5,4 1,7 > 2,3 1,6 2,0 5,2 > 4,6 4,6 4,6 4,5 6,0 6,6 7,1 > 20,0 > 20,0 > 20,0 > 20,0
Boring Boring Boring Boring Boring Boring Boring Boring Boring Boring Boring Boring Boring Boring REGIS REGIS REGIS Boring Boring Boring Boring
> 20,0
Boring
6,5
Boring
6,5
Boring
> 20,0 > 20,0
Boring Boring
Deel tracé
Maaiveld Deklaag Dikte (+NAP)
(m)
Watervoerend pakket KDikte kD min. kD max. waarde (m/dag) (m) (m2/dag) (m2/dag)
T.1
19,1
0,0 tot 0,6
0,1 – 2
220
1200
T.2
19,4
0,0
-
220
1200
3700
U V.1 V.2 V-W
19,0 18,0 17,7 18,8
0,0 tot 0,6 0,0 ** 0,0 ** 0,0
0,1 – 2 -
220 220 220 220
1200 1100 1100 1100
3700 3300 3300 3300
W
21,5
0,0
-
230 ***
1000
3000
232
1100
2900
X 23,0 VENR150 *
* ** ***
0,0 **
3700
Voorkomen grind [3]/ Formatie van Beegden (mogelijk grind) [2] Bron (m -mv) Bron Boring/ REGIS > 5,2 /2,7 REGIS Boring/ REGIS > 5,2 /3,0 REGIS REGIS 3,8 Boring REGIS 4,0 Boring REGIS 4,6 Boring REGIS 7,5 Boring Sondering/ 7,8 Boring REGIS REGIS 6,5 Boring
Veldwerk niet voldoende/volledig uitgevoerd Kleilenzen aanwezig in ondiepe ondergrond Kleilenzen aanwezig in watervoerend pakket
2.3 Grondwater Bij de uitvoering van het veldwerk zijn in de boringen peilbuizen geplaatst. In de peilbuizen is de grondwaterstand gemeten. De gemeten grondwaterstanden zijn opgenomen in de boorprofielen in bijlage 3. De gemeten grondwaterstand gegevens zijn verzameld en samengevat in de verzameltabel in bijlage 7. Tijdens de uitvoering van de boringen is gelet op de hydromorfe kenmerken in de opgeboorde grond. Op basis hiervan is een inschatting gemaakt van de gemiddeld hoogste grondwaterwaterstand (GHG) en gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG). De ingeschatte GHG en GLG zijn inschattingen op basis van hydromorfe kenmerken en zijn niet gebaseerd op een gemiddelde meerjaren grondwaterstandreeks. De inschatting geeft een indicatie van het heersende grondwaterregime en wordt gebruikt om te bepalen of een bemaling wel of niet noodzakelijk. De inschatting geeft geen compleet beeld voor de werkelijke GHG en GLG. Om verwarring te voorkomen wordt in het geohydrologische onderzoek de termen GHG en GLG vervangen voor de representatieve lage grondwaterstand (RLG) en de representatieve hoge grondwaterstand (RHG). De RLG en RHG zijn voldoende representatief om te bepalen of wel of geen bemaling noodzakelijk is. De gemiddelde RLG en RHG is per deeltracé bepaald door het gemiddelde van de ingeschatte hydromorfe kenmerken per deeltracé [3].
In tabel 2.5 zijn de resultaten hiervan weergegeven. Tabel 2.5 Deel tracé BMR150 * A B C D E.1 E.2 F.1 F.2 G.1
Afgeleide grondwaterstanden op basis van uitgevoerde boringen [3] Maaiveld
RHG
RHG
RLG
RLG
(m +NAP)
(m-mv)
(mNAP)
(mNAP)
(m -mv)
13,4 13,5 14,1 14,3 15,7 15,9 16,1 16,5 16,4
0,6 0,5 0,8 0,6 0,6 1,0 0,6 0,4 0,4
12,8 13,0 13,3 13,7 15,1 14,9 15,5 16,1 16,0
11,8 12,5 12,5 13,1 14,7 14,2 14,8 15,0 15,1
1,6 1,0 1,6 1,2 1,0 1,7 1,3 1,5 1,3
Deel tracé G.2 G.3 G.4 H.1 H.2 H.3 I J K.1 K.2 L.1 L.2 L.3 M.1 M.2 M.3 N.1 N.2 N.3 O.1 O.2 P.1 P.2 P.3 Q.1 Q.2 Q.3 Q.4 Q-R * R.1 R.2 S.1 S.2 T.1 T.2 U V.1 * V.2 * V-W * W* X* VENR150 *
*
Maaiveld
RHG
RHG
RLG
RLG
(m +NAP) 17,1 17,6 17,3 17,8 18,2 18,6 18,7 21,0 21,3 21,9 22,0 21,3 21,8 21,4 21,8 22,2 22,3 22,9 23,5 23,5 24,3 24,1 24,7 25,2 25,1 25,3 24,5 24,9 23,0 21,9 21,4 19,8 19,2 19,1 19,4 19,0 18,0 17,7 18,8 21,5 23,0
(m-mv) 0,8 0,7 0,7 0,7 0,6 0,7 0,7 0,7 0,6 0,8 2,1 0,8 0,8 0,5 0,5 0,8 0,8 0,6 0,5 1,8 1,5 1,3 1,1 1,1 1,0 1,1 0,6 0,5
(mNAP) 16,3 16,9 16,6 17,1 17,6 17,9 18,0 20,3 20,7 21,1 19,9 20,5 21,0 20,9 21,3 21,4 21,5 22,3 23,0 21,7 22,8 22,8 23,6 24,1 24,1 24,2 23,9 24,4
(mNAP) 15,6 16,1 16,2 16,7 17,0 17,4 17,3 19,8 20,0 20,4 19,3 19,5 20,0 20,0 20,5 20,8 20,9 21,5 22,1 21,0 21,5 21,8 22,5 22,6 22,7 22,9 21,9 21,5
(m -mv) 1,5 1,5 1,1 1,1 1,2 1,2 1,4 1,2 1,3 1,5 2,7 1,8 1,8 1,4 1,3 1,4 1,4 1,4 1,4 2,5 2,8 2,3 2,2 2,6 2,4 2,4 2,6 3,4
0,9 0,8 0,5 0,5 0,7 0,8 0,6
21,0 20,6 19,3 18,7 18,4 18,6 18,4
19,7 19,3 18,4 18,0 17,9 18,0 17,8
2,2 2,1 1,4 1,2 1,2 1,4 1,2
Hydromorfe kenmerken niet afgeleid
Stijghoogte: De deelgebieden liggen grotendeels in zandgronden waarbij geen of een minimale deklaag is aangetroffen. In de boringen met ondiepe kleilagen is een filter boven en onder de kleilaag geplaatst. Hieruit is gebleken dat er geen verschil is tussen de grondwaterstand onder en boven de kleilagen. De aangetroffen klei zijn kleilenzen en vormen geen afsluitende laag. Hierdoor staat het freatische grondwater in contact met het grondwater in de diepere grondlagen. De freatische grondwaterstand gemeten op basis van de hydromorfe kenmerken in de boorprofielen is hierdoor gelijk gesteld aan de stijghoogte.
2.4 Grondwaterkwaliteit Tijdens de uitvoering van het veldwerk zijn peilbuizen geplaatst. Enkele peilbuizen zijn bemonsterd om een indicatie te geven van de lozingsparameters (onopgeloste bestanddelen en ijzer totaal). De analyse resultaten zijn opgenomen in bijlage 6. Het overzicht van de lozingsparameters zijn samengvat in tabel 2.6. Tabel 2.6
Analyse lozingsparameters
Onderdeel
Monstercode
BMR150 A B C D HDD 17 E F G HDD 14 H I HDD 12 J K L M N O P Q HDD 06b Q-R
Mb-01-2-1 Mb-07-1-1 Mb-09-2-1 Mb-13-1-1 Mb-17-2-1 Mb-21-1-1 -
Mb-25 Mb-29-1-1 HDD 06a Mb-29-2-1 R HDD 05 Mb-33-2-1 S T U V V-W Mb-37 HDD Mb-40-1-1 W Mb-46-1-1 X Mb-46-2-1 VENR150 * -
Filterdiepte
IJzer totaal
(m -mv)
(ug/l)
Onopgelost bestanddelen (mg/l)
8–9
8.300
< 5,0
2-3
820
340
6,5 – 7,5
4.500
13
2,3 – 3,3
2.900
140
7,5 – 8,5
5.600
58
3-4
1.400
820
2,5 – 3,5
38.000
560
2-3 15,8 – 16,8
1.400 7.300
2.200 220
7,9 – 8,9
3.800
60
2,5 – 3,5 3,8 – 4,8
7.200 140.000
100 3.900
6–7 15 – 16
16.000 4.400
5,4 86
De concentraties aan ijzer in het grondwater zijn zeer hoog, waardoor zeer waarschijnlijk verkleuring (> 5,0 µg/l) van het lozingswater zal voorkomen. Het Besluit lozen buiten inrichting (BLBi) schrijft voor dat geen visuele verontreiniging plaats mag vinden in het te lozen oppervlaktewater. De concentratie aan ijzer geeft slechts een indicatie of visuele verontreiniging optreedt. Of een visuele verontreiniging optreedt is afhankelijk van meerdere parameters, zoals bijvoorbeeld het zuurstofgehalte in het grondwater. De concentratie aan onopgeloste bestandsdelen in het grondwater wordt ruim overschreden om de voldoen aan het BLBi (> 50 mg/l).
Bij een eventuele bemaling en lozing op het oppervlaktewater wordt aanbevolen rekening te houden met de toepassing van een zuivering van roest en onopgeloste bestanddelen. Opgemerkt wordt dat de dynamiek in peilbuizen anders is dan de dynamiek in onttrekkingsfilters gedurende een bemaling. De lozingsparameters zijn daarom slecht indicatief van aard zijn. Daarnaast zijn ook de opbouw en materialen verschillend, waardoor de resultaten niet één op één te toetsen zijn aan het BLBi. Hiervoor dient de aannemer tijdens de uitvoering van werkzaamheden de kwaliteit van het lozingswater te bepalen. Separaat aan dit bemalingsadvies is een Verkennend bodem- en waterbodemonderzoek uitgevoerd voor het tracé. De bevindingen voor de grondwaterkwaliteit voor het gehele tracé zijn: In drie peilbuizen zijn sterk verhoogde concentraties aan kobalt, nikkel en/of zink aangetoond. De sterk verhoogde concentraties worden gezien als van nature verhoogde achtergrondwaarden. In de meeste peilbuizen zijn licht verhoogde concentraties aangetoond aan zware metalen en soms ook aan minerale olie, naftaleen en/of xylenen. Uit het vooronderzoek komt naar voren dat ter plaatse van het industriegebied Smakterheide te Venray een VOCl verontreiniging aanwezig is in het grondwater.
Vooralsnog zijn ter plaatse van het industriegebied (buiten de vermoedelijke invloedsfeer van de VOCl-verontreiniging) drie freatische peilbuizen bemonsterd waarbij geen verhoogde concentraties met VOCl zijn aangetoond. Voor een uitgebreid overzicht van de verontreinigingen wordt verwezen naar het Verkennend bodem- en waterbodemonderzoek [6]. 2.5 Oppervlaktewater De onderdelen A t/m Q en BMR150 zijn gelegen in de beheersgebied van waterschap Aa en maas en de onderdelen R t/m Q en VENR150 zijn gelegen in het beheersgebied van waterschap Limburg. In de nabijheid van de deeltracés bevinden zich enkele watergangen die van invloed kunnen zijn op een eventuele bemaling. Om hierin inzicht te krijgen, zijn de leggers van het waterschap geraadpleegd met daarop oppervlaktewater [4 en 5]. Het volledige tracé valt niet binnen een peilbesluit waardoor geen vast peil gehandhaafd wordt voor het naastgelegen oppervlaktewater. In de onderstaande tabel is aangegeven per onderdeel of sprake is van oppervlaktewater in de nabijheid van het deeltracé. Tabel 2.7
Gegevens oppervlaktewater [4 en 5]
Onderdeel
Bevoegd gezag
BMR150 A B C D E F G H I J
Waterschap Aa en Maas Waterschap Aa en Maas Waterschap Aa en Maas Waterschap Aa en Maas Waterschap Aa en Maas Waterschap Aa en Maas Waterschap Aa en Maas Waterschap Aa en Maas Waterschap Aa en Maas Waterschap Aa en Maas Waterschap Aa en Maas
Oppervlaktewater aanwezig binnen 50 m (ja/nee) * Nee Nee Nee Ja, primair en secundair Ja, primair en secundair Ja, primair en secundair Ja, primair en secundair Ja, primair Ja, primair en secundair Ja, primair Nee
K L M N O P Q Q-R R S T U V V-W W X VENR150
*
Waterschap Aa en Maas Waterschap Aa en Maas Waterschap Aa en Maas Waterschap Aa en Maas Waterschap Aa en Maas Waterschap Aa en Maas Waterschap Aa en Maas Waterschap Limburg Waterschap Limburg Waterschap Limburg Waterschap Limburg Waterschap Limburg Waterschap Limburg Waterschap Limburg Waterschap Limburg Waterschap Limburg Waterschap Limburg
Nee Ja, primair en secundair Ja, primair en secundair Ja, primair en secundair Ja, primair en secundair Ja, primair en secundair Nee Nee Nee Ja, primair en secundair Ja, primair en secundair Ja, primair Nee Nee Nee Nee Nee
Primair of secundair oppervlaktewater aangeduid op de legger
2.6
Waterkerende constructies
Bij tijdelijke grondwaterstandsverlagingen kunnen waterkerende constructies negatief beïnvloed worden, zoals dijklichamen bij het oppervlaktewater. Daarnaast kan de aanwezigheid van damwanden invloed hebben op de bemaling en verlagingen ten gevolge van de bemaling. Om hierin inzicht te krijgen, zijn de leggers van het waterschap geraadpleegd met daarop waterkeringen [4 en 5]. In de onderstaande tabel is aangegeven per onderdeel of sprake is van een waterkerend constructie in de nabijheid van het deeltracé. Tabel 2 .8
Gegevens waterkerende constructies [4 en 5]
Onderdeel
Bevoegd gezag
BMR150 A B C D E F G H I J K L M N O P Q Q-R R S T U
Waterschap Aa en Maas Waterschap Aa en Maas Waterschap Aa en Maas Waterschap Aa en Maas Waterschap Aa en Maas Waterschap Aa en Maas Waterschap Aa en Maas Waterschap Aa en Maas Waterschap Aa en Maas Waterschap Aa en Maas Waterschap Aa en Maas Waterschap Aa en Maas Waterschap Aa en Maas Waterschap Aa en Maas Waterschap Aa en Maas Waterschap Aa en Maas Waterschap Aa en Maas Waterschap Aa en Maas Waterschap Limburg Waterschap Limburg Waterschap Limburg Waterschap Limburg Waterschap Limburg
Beschermingszone en/of waterkering aanwezig binnen 50 m (ja/nee) Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
Onderdeel
Bevoegd gezag
V V-W W X VENR150
Waterschap Limburg Waterschap Limburg Waterschap Limburg Waterschap Limburg Waterschap Limburg
Beschermingszone en/of waterkering aanwezig binnen 50 m (ja/nee) Nee Nee Nee Nee Nee
3
Bemalingsaspecten
In dit hoofdstuk wordt ingegaan of voor de uitvoering van de werkzaamheden een verlaging van de grondwaterstand (bemaling) nodig is. 3.1 Uitganspunten De volgende uitgangspunten zijn gebruikt om te toetsen of een bemaling nodig is om de werkzaamheden in den droge uit te kunnen voeren:
Op locaties van open ontgravingen zal een sleuf gegraven worden voor de aanleg van de kabel; De maximale ontgravingsdiepte in agrarisch gebied betreft 2,3 meter; De maximale ontgravingsdiepte in niet-agrarisch gebied betreft 1,7 meter; Kruisingen van het tracé worden voornamelijk aangelegd middels persingen en gestuurde boringen in de vorm van HDD’s (horizontal directional drilling). Hiervoor zijn geen bemalingswerkzaamheden noodzakelijk.
3.2 Toetsing bemaling Wanneer de GHG en/of GLG hoger ligt dan de ontgravingsdiepte wordt aanbevolen om van een verlaging van de grondwaterstand (bemaling) uit te gaan om de werkzaamheden in den droge uit te kunnen voeren. In de volgende tabel wordt samengevat of een bemaling noodzakelijk is. Tabel 3.1
Toetsing bemaling
Deel tracé
Maaiveld
GHG
GLG
BMR150 * A B C D E.1 E.2 F.1 F.2 G.1 G.2 G.3 G.4 H.1 H.2 H.3 I J K.1 K.2 L.1 L.2 L.3 M.1 M.2 M.3 N.1
(m +NAP) 13,4 13,5 14,1 14,3 15,7 15,9 16,1 16,5 16,4 17,1 17,6 17,3 17,8 18,2 18,6 18,7 21,0 21,3 21,9 22,0 21,3 21,8 21,4 21,8 22,2 22,3
(m-mv) 0,6 0,5 0,8 0,6 0,6 1,0 0,6 0,4 0,4 0,8 0,7 0,7 0,7 0,6 0,7 0,7 0,7 0,6 0,8 2,1 0,8 0,8 0,5 0,5 0,8 0,8
(m -mv) 1,6 1,0 1,6 1,2 1,0 1,7 1,3 1,5 1,3 1,5 1,5 1,1 1,1 1,2 1,2 1,4 1,2 1,3 1,5 2,7 1,8 1,8 1,4 1,3 1,4 1,4
Bemaling noodzakelijk Niet agrarisch (1,7 m-mv) GHG GLG Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Nee Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Nee Nee Ja Nee Ja Nee Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja
Agrarisch (2,3 m-mv GHG GLG Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Nee Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja
*
Deel tracé
Maaiveld
GHG
GLG
N.2 N.3 O.1 O.2 P.1 P.2 P.3 Q.1 Q.2 Q.3 Q.4 Q-R * R.1 R.2 S.1 S.2 T.1 T.2 U V.1 * V.2 * V-W * W* X* VENR150 *
(m +NAP) 22,9 23,5 23,5 24,3 24,1 24,7 25,2 25,1 25,3 24,5 24,9 23,0 21,9 21,4 19,8 19,2 19,1 19,4 19,0 18,0 17,7 18,8 21,5 23,0 -
(m-mv) 0,6 0,5 1,8 1,5 1,3 1,1 1,1 1,0 1,1 0,6 0,5 0,9 0,8 0,5 0,5 0,7 0,8 0,6 -
(m -mv) 1,4 1,4 2,5 2,8 2,3 2,2 2,6 2,4 2,4 2,6 3,4 2,2 2,1 1,4 1,2 1,2 1,4 1,2 -
Bemaling noodzakelijk Niet agrarisch (1,7 m-mv) GHG GLG Ja Ja Ja Ja Nee Nee Ja Nee Ja Nee Ja Nee Ja Nee Ja Nee Ja Nee Ja Nee Ja Nee Ja Nee Ja Nee Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja -
Agrarisch (2,3 m-mv GHG GLG Ja Ja Ja Ja Ja Nee Ja Nee Ja Nee Ja Ja Ja Nee Ja Nee Ja Nee Ja Nee Ja Nee Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja -
Hydromorfe kenmerken niet afgeleid
De GHG ligt tussen de 0,4 en 2,1 m-mv. Over het algemeen wordt voor het gehele tracé een noodzakelijke verlaging van de grondwaterstand verwacht bij een GHG situatie. Een en ander is afhankelijk of het tracé door agrarische gebied of door niet agrarisch gebied loopt. Over het algemeen loopt het grootste deel van het tracé over agrarische grond (ontgraving 2,3 m-mv) Aanbevolen wordt om de werkzaamheden zoveel mogelijk uit te voeren in een periode met een GLG situatie (zomerperiode). Hiermee wordt voorkomen dat bemaling noodzakelijk is bij enkele deeltracé. Bij de deeltracé waar wel een bemaling wordt verwacht bij de GLG situatie wordt het te onttrekkengrondwater beperkt. Hiermee worden de risico’s (extreem hoge debieten en onvoldoende verlaging realiseren) tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beperkt. Wanneer een bemaling noodzakelijk is wordt een ontwateringsdiepte van 0,3 m onder de ontgravingsdiepte aanbevolen. Het onttrekkingsdebiet kan worden uitgerekend op basis van analytische formules. In de berekening van de debieten en waterbezwaar wordt onder andere rekening gehouden met de dikte van de deklaag (opbarstgevaar conform NEN 9997-1+C1), doorlaatvermogen van de deklaag en het watervoerend pakket, aanlegsnelheid en onvolkomenheid van de onttrekkingsfilters.
4
Conclusies geohydrologisch onderzoek
Maaiveld De hoogte van het maaiveld over het tracé varieert van circa NAP +13,4 m tot circa NAP +25,3 m. Het laagste deel van het tracé is gelegen op het meest noordelijk deel van het tracé nabij Boxmeer. Het maaiveld loopt vanaf Boxmeer geleidelijk omhoog naar het hoogste deel van het tracé ter hoogte van deeltracé Q. Het maaiveld zakt vervolgens geleidelijk tot NAP +19,2 ter hoogte van deeltracé S waarna het maaiveld weer geleidelijk omhoog loopt naar NAP +23,0 m ter hoogte van Venray. Ondiepte bodemopbouw Op basis van bovenstaande gegevens kan geconcludeerd worden dat er over het algemeen geen deklaag voorkomt en dat het watervoerend pakket over het algemeen tot aan het maaiveld reikt. Alleen ter plaatse van deeltracé S.2 t/m T.1 en U is sprake van een beperkte deklaag bestaande uit klei, veen en/of leem tot maximaal 1,6 m-mv. Daarnaast is ter plaatse van deeltracés O.2 t/m Q.1, Q-R, V.1, V.2 en X sporen van leem en/of klei aangetroffen in de ondiepe bodemlaag. Deze dunne lagen vormen zogenaamde kleilenzen en vormen geen aaneengesloten waterscheidende laag. In de boring zijn over verschillende delen van het tracé ondiepe grindlagen/uiterst grof zand aangetroffen. Deze grindlagen vormen een onzekere factor voor eventuele debiet berekeningen omdat de doorlatendheid van het grind erg uiteen kan lopen.
Diepe bodemopbouw De uitgevoerde sonderingen tot 25 m -mv geven veelal niet voldoende inzicht om de dikte van het watervoerend pakket te bepalen. Alleen bij de onderdelen Q-R en R is de onderkant van het watervoerend pakket aangetoond. Bij de onderdelen F, I, S en W zijn kleilenzen aangetroffen. Deze lagen zijn niet gebiedsdekkend en vormen daardoor geen waterscheidende laag welke representatief is voor het gehele deeltracé. Op basis van de verticale doorsnede van het REGIS II v2.2 model en het GeoTOP v1.4.1 model is de bodemopbouw, dieper dan de geboorde en gesondeerde diepte afgeleid. Over het algemeen wordt de Formatie van Boxtel (zandige eenheid) aangetroffen tot aan het maaiveld variërend in dikte van 0 tot circa 8 meter dik. Halverwege het tracé reikt de Formatie van Beegden (zandige eenheid en hoog risico op grind) tot aan het maaiveld. Hier bevindt zich ook een breuklijn in de diepere grondlagen. De Formatie van Beegden wordt over het gehele tracé onder de Formatie van Boxtel aangetroffen. De Formatie van Beegden geeft een hoog risico op zeer grof zand en/of grind waardoor mogelijk extreem hoge kD waarden te verwachten zijn in het watervoerend pakket. Onder de Formatie van Beegden wordt de Formatie van Kiezelooliet en Breda (zandige eenheden) aangetroffen.
Grondwaterkwaliteit De concentraties aan ijzer in het grondwater zijn zeer hoog, waardoor mogelijk verkleuring (> 5,0 µg/l) van het lozingswater voorkomt. Het Besluit lozen buiten inrichting (BLBi) schrijft voor dat geen visuele verontreiniging plaats mag vinden in het te lozen oppervlaktewater. De concentratie aan ijzer geeft slechts een indicatie of visuele verontreiniging optreedt.
Of een visuele verontreiniging optreedt is afhankelijk van meerdere parameters, zoals bijvoorbeeld het zuurstofgehalte in het grondwater. De concentratie aan onopgeloste bestandsdelen in het grondwater wordt ruim overschreden om de voldoen aan het BLBi (> 50 mg/l). Bij een eventuele bemaling en lozing op het oppervlaktewater wordt aanbevolen rekening te houden met de toepassing van een zuivering. Toetsing bemaling De GHG ligt tussen de 0,4 en 2,1 m-mv. Over het algemeen wordt voor het gehele tracé een noodzakelijke verlaging van de grondwaterstand verwacht bij een GHG situatie. Een en ander is afhankelijk of het tracé door agrarische gebied of door niet agrarisch gebied loopt. Over het algemeen loopt het grootste deel van het tracé over agrarische grond (ontgraving 2,3 m-mv) Aanbevolen wordt om de werkzaamheden zoveel mogelijk uit te voeren in een periode met een GLG situatie (zomerperiode). Hiermee wordt voorkomen dat bemaling noodzakelijk is bij enkele deeltracé. Bij de deeltracé waar wel een bemaling wordt verwacht bij de GLG situatie wordt het te onttrekkengrondwater beperkt. Hiermee worden de risico’s (extreem hoge debieten en onvoldoende verlaging realiseren) tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beperkt.
Bijlage 1
Overzichtskaart tracé verloop
Legenda Station Tracé HDD Open ontgraving Mantelbuis
Overzichtskaart tracé 150 kV kabel Boxmeer-Venray Opdrachtgever: TenneT TSO B.V. Projectnummer: 51006816 Status: Concept Datum: 02-02-2023 Schaal: Formaat: A 2 Getekend: LK - Gecontroleerd: HvdB
N © Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
P:\5310\51006816_150_kV_Boxmeer-Venray_Veldonderzoeken\GIS\proj\overzichtskaart_20230126, blad 1 van 1
Mini HDD
Bijlage 2
Boorplan
Legenda
BMR00 Q 142
Boorplan boring tot 2,3 m -mv BMR00 Q 141
boring tot 6 m-mv met peilbuis sondering tot 3 m-mv steken waterbodem
Tracé BMR00 Q 49
open ontgraving
hb-003
hs-002 hb-004 BMR00 Q 206
hb-002
hb-005 Esri Community Maps Contributors, Land NRW, Kadaster, Esri, HERE, Garmin, GeoTechnologies, Inc., METI/NASA, USGS
hb-001
hs-003hb-006 sw-008 sw-006 sw-005
BMR00 Q 209
BMR00 Q 207
sw-002 sw-003 sw-001 BMR00 Q 21
hb-007
BMR00 Q 208 BMR00 Q 133
Esri Nederland, Community Map Contributors BMR00 Q 135
Bodemonderzoek 150 kV kabel Boxmeer-Venray Opdrachtgever: TenneT TSO B.V. Projectnummer: 51006816 Status: Concept Datum: 25-2-2022 Schaal: 1:1.000 Formaat: A3 Getekend: LK - Gecontroleerd: HvdB 0
10
20
30
40
© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
50
60 meter
´
P:\5310\51006816_150_kV_Boxmeer-Venray_Veldonderzoeken\GIS\proj\Boxmeer_Venray_Boorplan_20220209.aprx 25-2-2022 16:47
hs-001
hb-005
Legenda
BMR00 Q 49
Boorplan sw-010 hs-003hb-006 sw-008 sw-009 sw-006 sw-007 sw-005
BMR00 Q 206
sw-002 sw-001
boring tot 2,3 m -mv boring tot 6 m-mv met peilbuis
sw-004
machinale boring machinale sondering
hb-007
BMR00 Q 207
sondering tot 3 m-mv BMR00 Q 208
steken waterbodem
Tracé
hb-009 hs-004
open ontgraving HDD/persing BMR00 Q 21
BMR00 Q 168
BMR00 Q 169
hb-010
BMR00 Q 135
Esri Community Maps Contributors, Land NRW, Kadaster, Esri, HERE, Garmin, GeoTechnologies, Inc., METI/NASA, USGS
hb-011 hs-005
Bodemonderzoek 150 kV kabel Boxmeer-Venray BMR00 Q 134
Opdrachtgever: TenneT TSO B.V. Projectnummer: 51006816
hb-012
Status: Concept Datum: 25-2-2022 Schaal: 1:1.000 Formaat: A3
mb-01ms-01
Getekend: LK - Gecontroleerd: HvdB Esri Nederland, Community Map Contributors
0
10
20
30
40
© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
50
60 meter
´
P:\5310\51006816_150_kV_Boxmeer-Venray_Veldonderzoeken\GIS\proj\Boxmeer_Venray_Boorplan_20220209.aprx 25-2-2022 16:47
BMR00 Q 133
Legenda
hb-012
Boorplan
mb-01ms-01
BMR00 Q 135
boring tot 2,3 m -mv
BMR00 Q 134
machinale boring
BMR00 Q 21
machinale sondering
Tracé
BMR00 Q 17
BMR00 Q 27
open ontgraving HDD/persing BMR00 Q 133
Esri Community Maps Contributors, Land NRW, Kadaster, Esri, HERE, Garmin, GeoTechnologies, Inc., METI/NASA, USGS
Bodemonderzoek 150 kV kabel Boxmeer-Venray OLO00 K 220
Opdrachtgever: TenneT TSO B.V. Projectnummer: 51006816
OLO00 K 222
Status: Concept Datum: 25-2-2022 Schaal: 1:1.000 Formaat: A3 Getekend: LK - Gecontroleerd: HvdB
mb-02 ms-02
Esri Nederland, Community Map Contributors
0
10
20
30
40
© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
50
60 meter
´
P:\5310\51006816_150_kV_Boxmeer-Venray_Veldonderzoeken\GIS\proj\Boxmeer_Venray_Boorplan_20220209.aprx 25-2-2022 16:47
OLO00 K 221
mb-02 ms-02
BMR00 Q 133
Legenda Boorplan machinale boring machinale sondering
OLO00 K 222
Tracé open ontgraving HDD/persing
Esri Community Maps Contributors, Land NRW, Kadaster, Esri, HERE, Garmin, GeoTechnologies, Inc., METI/NASA, USGS
Bodemonderzoek 150 kV kabel Boxmeer-Venray OLO00 K 647
mb-03ms-03
OLO00 K 364
OLO00 L 279
Opdrachtgever: TenneT TSO B.V. Projectnummer: 51006816 OLO00 K 365 OLO00 L 46
Status: Concept Datum: 25-2-2022 Schaal: 1:1.000 Formaat: A3 Getekend: LK - Gecontroleerd: HvdB
OLO00 L 36
Esri Nederland, Community Map Contributors
0
10
20
30
40
© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
50
60 meter
´
P:\5310\51006816_150_kV_Boxmeer-Venray_Veldonderzoeken\GIS\proj\Boxmeer_Venray_Boorplan_20220209.aprx 25-2-2022 16:47
OLO00 K 220
Legenda OLO00 K 220
Boorplan
OLO00 L 279
mb-03ms-03
boring tot 2,3 m -mv
OLO00 L 40 OLO00 L 42
machinale boring
OLO00 K 364
machinale sondering
OLO00 K 647 OLO00 K 365
sondering tot 3 m-mv
Tracé
OLO00 L 41
open ontgraving HDD/persing OLO00 L 43
OLO00 L 44
Esri Community Maps Contributors, Land NRW, Kadaster, Esri, HERE, Garmin, GeoTechnologies, Inc., METI/NASA, USGS
OLO00 L 36
Bodemonderzoek 150 kV kabel Boxmeer-Venray
mb-04ms-04 hb-013
Opdrachtgever: TenneT TSO B.V. Projectnummer: 51006816
hs-006 hb-014 Esri Nederland, Community Map Contributors
Status: Concept Datum: 25-2-2022 Schaal: 1:1.000 Formaat: A3 Getekend: LK - Gecontroleerd: HvdB 0
10
20
30
40
© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
50
60 meter
´
P:\5310\51006816_150_kV_Boxmeer-Venray_Veldonderzoeken\GIS\proj\Boxmeer_Venray_Boorplan_20220209.aprx 25-2-2022 16:47
OLO00 L 46
OLO00 L 41
Legenda Boorplan
OLO00 L 43
boring tot 2,3 m -mv boring tot 6 m-mv met peilbuis machinale boring machinale sondering OLO00 L 44
sondering tot 3 m-mv
Tracé open ontgraving mb-04ms-04 hb-013
HDD/persing OLO00 L 46 OLO00 L 45 OLO00 L 47
hs-006 hb-014
hb-015 OLO00 L 36
Esri Community Maps Contributors, Land NRW, Kadaster, Esri, HERE, Garmin, GeoTechnologies, Inc., METI/NASA, USGS
OLO00 L 49
hs-007 hb-016
Bodemonderzoek 150 kV kabel Boxmeer-Venray Opdrachtgever: TenneT TSO B.V. Projectnummer: 51006816 Status: Concept Datum: 25-2-2022 Schaal: 1:1.000 Formaat: A3
hb-017 Esri Nederland, Community Map Contributors
Getekend: LK - Gecontroleerd: HvdB 0
10
20
30
40
© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
50
60 meter
´
P:\5310\51006816_150_kV_Boxmeer-Venray_Veldonderzoeken\GIS\proj\Boxmeer_Venray_Boorplan_20220209.aprx 25-2-2022 16:47
OLO00 L 48
Legenda
OLO00 L 48
Boorplan
hb-017
boring tot 2,3 m -mv boring tot 6 m-mv met peilbuis OLO00 L 49
OLO00 L 281
sondering tot 3 m-mv steken waterbodem hs-008 hb-018
OLO00 L 46
Tracé open ontgraving
OLO00 L 36
hb-019
OLO00 L 229
OLO00 L 411
Esri Community Maps Contributors, Land NRW, Kadaster, Esri, HERE, Garmin, GeoTechnologies, Inc., METI/NASA, USGS
OLO00 L 230
OLO00 L 410
Bodemonderzoek 150 kV kabel Boxmeer-Venray
OLO00 L 35
hb-024
Opdrachtgever: TenneT TSO B.V. Projectnummer: 51006816
OLO00 L 53 OLO00 L 52
Status: Concept Datum: 25-2-2022 Schaal: 1:1.000 Formaat: A3 Getekend: LK - Gecontroleerd: HvdB
Esri Nederland, Community Map Contributors
0
10
20
30
40
© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
50
60 meter
´
P:\5310\51006816_150_kV_Boxmeer-Venray_Veldonderzoeken\GIS\proj\Boxmeer_Venray_Boorplan_20220209.aprx 25-2-2022 16:47
sw-020 sw-019 sw-017 sw-018 sw-015 sw-016 sw-013 sw-011 hb-022 sw-012 sw-027 OLO00 L 21 hs-009 sw-028 sw-025 sw-026 sw-022 sw-024 sw-021
hs-010 hb-025
Legenda Boorplan boring tot 2,3 m -mv machinale boring
OLO00 L 52
machinale sondering
hb-026
sw-031
sw-035 sw-032
sondering tot 3 m-mv
sw-039 sw-040 sw-037
steken waterbodem
Tracé
OLO00 L 53
OLO00 L 281
hs-011 hb-027
open ontgraving HDD/persing
mb-05 ms-05
Esri Community Maps Contributors, Land NRW, Kadaster, Esri, HERE, Garmin, GeoTechnologies, Inc., METI/NASA, USGS
OLO00 L 283
Bodemonderzoek OLO00 L 46
OLO00 L 280
Opdrachtgever: TenneT TSO B.V. Projectnummer: 51006816
OLO00 L 282 OLO00 L 55
OLO00 L 285
OLO00 L 255
150 kV kabel Boxmeer-Venray
OLO00 L 286
Status: Concept Datum: 25-2-2022 Schaal: 1:1.000 Formaat: A3 Getekend: LK - Gecontroleerd: HvdB
OLO00 L 284
OLO00 L 287 Esri Nederland, Community Map Contributors
0
10
20
30
40
© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
50
60 meter
´
P:\5310\51006816_150_kV_Boxmeer-Venray_Veldonderzoeken\GIS\proj\Boxmeer_Venray_Boorplan_20220209.aprx 25-2-2022 16:47
hb-028
mb-05
ms-05
Legenda
OLO00 L 53
Boorplan OLO00 L 281
machinale boring OLO00 L 283
machinale sondering OLO00 L 46
OLO00 L 280
OLO00 L 282
Tracé
OLO00 L 55
open ontgraving OLO00 L 285
HDD/persing
OLO00 L 286
OLO00 L 255
Esri Community Maps Contributors, Land NRW, Kadaster, Esri, HERE, Garmin, GeoTechnologies, Inc., METI/NASA, USGS
OLO00 L 284
OLO00 L 60
Bodemonderzoek 150 kV kabel Boxmeer-Venray Opdrachtgever: TenneT TSO B.V. Projectnummer: 51006816 Status: Concept Datum: 25-2-2022 Schaal: 1:1.000 Formaat: A3
ms-06
mb-06
Getekend: LK - Gecontroleerd: HvdB Esri Nederland, Community Map Contributors OLO00 L 64
0
10
20
30
40
© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
50
60 meter
´
P:\5310\51006816_150_kV_Boxmeer-Venray_Veldonderzoeken\GIS\proj\Boxmeer_Venray_Boorplan_20220209.aprx 25-2-2022 16:47
OLO00 L 287
ms-06
mb-06
Legenda Boorplan machinale boring
OLO00 L 284
machinale sondering
Tracé open ontgraving HDD/persing
Esri Community Maps Contributors, Land NRW, Kadaster, Esri, HERE, Garmin, GeoTechnologies, Inc., METI/NASA, USGS
Bodemonderzoek
ms-07 mb-07
150 kV kabel Boxmeer-Venray Opdrachtgever: TenneT TSO B.V. Projectnummer: 51006816 Status: Concept Datum: 25-2-2022 Schaal: 1:1.000 Formaat: A3 Getekend: LK - Gecontroleerd: HvdB OLO00 L 439
Esri Nederland, Community Map Contributors
0
10
20
30
40
© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
50
60 meter
´
P:\5310\51006816_150_kV_Boxmeer-Venray_Veldonderzoeken\GIS\proj\Boxmeer_Venray_Boorplan_20220209.aprx 25-2-2022 16:47
OLO00 L 440
Legenda Boorplan boring tot 2,3 m -mv
ms-07 mb-07
machinale boring
OLO00 L 439
machinale sondering OLO00 L 440
Tracé open ontgraving HDD/persing
OLO00 L 65 OLO00 L 77
Esri Community Maps Contributors, Land NRW, Kadaster, Esri, HERE, Garmin, GeoTechnologies, Inc., METI/NASA, USGS
ms-08 mb-08 OLO00 L 81
Bodemonderzoek
hb-029
150 kV kabel Boxmeer-Venray OLO00 L 536
Opdrachtgever: TenneT TSO B.V. Projectnummer: 51006816 Status: Concept Datum: 25-2-2022 Schaal: 1:1.000 Formaat: A3
OLO00 L 534
Getekend: LK - Gecontroleerd: HvdB OLO00 L 75
Esri Nederland, Community Map Contributors
0
10
20
30
40
© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
50
60 meter
´
P:\5310\51006816_150_kV_Boxmeer-Venray_Veldonderzoeken\GIS\proj\Boxmeer_Venray_Boorplan_20220209.aprx 25-2-2022 16:47
OLO00 L 78
Legenda
hb-035
Boorplan boring tot 2,3 m -mv
OLO00 L 78
hb-034 hs-014
boring tot 6 m-mv met peilbuis machinale boring ms-08 mb-08
machinale sondering
OLO00 L 81
hb-033
sondering tot 3 m-mv
hb-029
Tracé hb-030 hs-012
open ontgraving HDD/persing
hb-032 hs-013 hb-031
OLO00 L 439
Esri Community Maps Contributors, Land NRW, Kadaster, Esri, HERE, Garmin, GeoTechnologies, Inc., METI/NASA, USGS
OLO00 L 77
OLO00 L 453
OLO00 L 75
Bodemonderzoek 150 kV kabel Boxmeer-Venray Opdrachtgever: TenneT TSO B.V. Projectnummer: 51006816 Status: Concept Datum: 25-2-2022 Schaal: 1:1.000 Formaat: A3
OLO00 L 76
OLO00 L 83
Getekend: LK - Gecontroleerd: HvdB Esri Nederland, Community Map Contributors
OLO00 L 122
0
10
20
30
40
© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
50
60 meter
´
P:\5310\51006816_150_kV_Boxmeer-Venray_Veldonderzoeken\GIS\proj\Boxmeer_Venray_Boorplan_20220209.aprx 25-2-2022 16:47
OLO00 L 452
Legenda
OLO00 L 445
Boorplan boring tot 2,3 m -mv boring tot 6 m-mv met peilbuis sondering tot 3 m-mv steken waterbodem hb-035
Tracé open ontgraving
OLO00 L 81
hb-034 hb-038 hs-015
OLO00 L 108
hs-014
hb-037 OLO00 L 76
sw-042
sw-043
OLO00 L 122sw-045
sw-047 sw-049
hs-016 sw-048 sw-050
hb-039
Esri Community Maps Contributors, Land NRW, Kadaster, Esri, HERE, Garmin, GeoTechnologies, Inc., METI/NASA, USGS
hb-040 hs-017
Bodemonderzoek OLO00 L 238
150 kV kabel Boxmeer-Venray
OLO00 L 452
Opdrachtgever: TenneT TSO B.V. Projectnummer: 51006816
OLO00 L 455
Status: Concept Datum: 25-2-2022 Schaal: 1:1.000 Formaat: A3
OLO00 L 453
Getekend: LK - Gecontroleerd: HvdB Esri Nederland, Community Map Contributors
0
10
20
30
40
OLO00 L 439 © Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
50
60 meter
´
P:\5310\51006816_150_kV_Boxmeer-Venray_Veldonderzoeken\GIS\proj\Boxmeer_Venray_Boorplan_20220209.aprx 25-2-2022 16:47
sw-041
Legenda Boorplan boring tot 2,3 m -mv boring tot 6 m-mv met peilbuis hb-040 hs-017
machinale boring machinale sondering
OLO00 L 109
sondering tot 3 m-mv
hb-041
Tracé open ontgraving
hb-042 hs-018
HDD/persing
OLO00 L 122
hb-043
hb-044 hs-019 OLO00 L 393
Esri Community Maps Contributors, Land NRW, Kadaster, Esri, HERE, Garmin, GeoTechnologies, Inc., METI/NASA, USGS
OLO00 L 238 OLO00 L 454
Bodemonderzoek
hb-045
150 kV kabel Boxmeer-Venray Opdrachtgever: TenneT TSO B.V. Projectnummer: 51006816
hb-046
Status: Concept Datum: 25-2-2022 Schaal: 1:1.000 Formaat: A3
OLO00 L 126
OLO00 L 424
mb-09 ms-09
Esri Nederland, Community Map Contributors OLO00 L 425
Getekend: LK - Gecontroleerd: HvdB 0
10
20
30
40
© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
50
60 meter
´
P:\5310\51006816_150_kV_Boxmeer-Venray_Veldonderzoeken\GIS\proj\Boxmeer_Venray_Boorplan_20220209.aprx 25-2-2022 16:47
OLO00 L 455
hb-045 OLO00 L 454
OLO00 L 510
Legenda Boorplan boring tot 2,3 m -mv
hb-046
machinale boring mb-09 ms-09
OLO00 L 238
machinale sondering
Tracé OLO00 L 126
open ontgraving HDD/persing
OLO00 L 425
Esri Community Maps Contributors, Land NRW, Kadaster, Esri, HERE, Garmin, GeoTechnologies, Inc., METI/NASA, USGS OLO00 L 426
Bodemonderzoek 150 kV kabel Boxmeer-Venray Opdrachtgever: TenneT TSO B.V. Projectnummer: 51006816 Status: Concept Datum: 25-2-2022 Schaal: 1:1.000 Formaat: A3
OLO00 L 127
mb-10 ms-10
Getekend: LK - Gecontroleerd: HvdB Esri Nederland, Community Map Contributors
0
10
20
30
40
© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
50
60 meter
´
P:\5310\51006816_150_kV_Boxmeer-Venray_Veldonderzoeken\GIS\proj\Boxmeer_Venray_Boorplan_20220209.aprx 25-2-2022 16:47
OLO00 L 424
Legenda Boorplan boring tot 2,3 m -mv OLO00 L 424
machinale boring machinale sondering sondering tot 3 m-mv
Tracé
OLO00 L 425
open ontgraving
OLO00 L 426
HDD/persing
Esri Community Maps Contributors, Land NRW, Kadaster, Esri, HERE, Garmin, GeoTechnologies, Inc., METI/NASA, USGS
OLO00 L 134
OLO00 L 133
Bodemonderzoek 150 kV kabel Boxmeer-Venray
mb-11 ms-11 hs-020 hb-047 hb-049 hb-048
OLO00 L 266
Opdrachtgever: TenneT TSO B.V. Projectnummer: 51006816 Status: Concept Datum: 25-2-2022 Schaal: 1:1.000 Formaat: A3
OLO00 L 480
Getekend: LK - Gecontroleerd: HvdB
hb-050
Esri Nederland, Community Map Contributors
0
10
20
30
40
© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
50
60 meter
´
P:\5310\51006816_150_kV_Boxmeer-Venray_Veldonderzoeken\GIS\proj\Boxmeer_Venray_Boorplan_20220209.aprx 25-2-2022 16:47
OLO00 L 127
OLO00 L 424
Legenda
OLO00 L 425
Boorplan
OLO00 L 426
OLO00 L 130
OLO00 L 127
boring tot 2,3 m -mv
OLO00 L 134
boring tot 6 m-mv met peilbuis
OLO00 L 133
machinale boring machinale sondering
mb-11 ms-11
sondering tot 3 m-mv
hs-020 hb-047 hb-049 hb-048
Tracé open ontgraving HDD/persing
hb-050
OLO00 L 266
OLO00 L 480
hs-021 hb-054 Esri Community Maps Contributors, Land NRW, Kadaster, Esri, HERE, Garmin, GeoTechnologies, Inc., METI/NASA, USGS
Bodemonderzoek 150 kV kabel Boxmeer-Venray hb-055
Opdrachtgever: TenneT TSO B.V. Projectnummer: 51006816 Status: Concept Datum: 25-2-2022 Schaal: 1:1.000 Formaat: A3 Getekend: LK - Gecontroleerd: HvdB Esri Nederland, Community Map Contributors
0
10
20
30
40
© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
50
60 meter
´
P:\5310\51006816_150_kV_Boxmeer-Venray_Veldonderzoeken\GIS\proj\Boxmeer_Venray_Boorplan_20220209.aprx 25-2-2022 16:47
hb-051hb-052 hb-053
OLO00 L 130
Legenda hs-022 hb-056
Boorplan boring tot 2,3 m -mv boring tot 6 m-mv met peilbuis sondering tot 3 m-mv
Tracé
hb-057 OLO00 L 266
open ontgraving
OLO00 L 480
hs-023 hb-058
hb-059
hs-024
Esri Community Maps Contributors, Land NRW, Kadaster, Esri, HERE, Garmin, GeoTechnologies, Inc., METI/NASA, USGS
hb-060
hb-062 hb-061 OLO00 L 257
Bodemonderzoek 150 kV kabel Boxmeer-Venray Opdrachtgever: TenneT TSO B.V. Projectnummer: 51006816 Status: Concept Datum: 25-2-2022 Schaal: 1:1.000 Formaat: A3
OLO00 L 521 OLO00 L 522 OLO00 L 495
Getekend: LK - Gecontroleerd: HvdB Esri Nederland, Community Map Contributors
0
10
20
30
40
© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
50
60 meter
´
P:\5310\51006816_150_kV_Boxmeer-Venray_Veldonderzoeken\GIS\proj\Boxmeer_Venray_Boorplan_20220209.aprx 25-2-2022 16:47