b NL.IMRO.0984.TAM24004-va01 tb5 Ecologische beoordeling stikstof
Tekst van het document
Het is, in het kader van het bovenstaande, met wetenschappelijke zekerheid uitgesloten dat in deze situatie een geringe tijdelijke toename van 0,01 mol N/ha/jaar in depositie tot meetbare veranderingen in de abiotische randvoorwaarden (bodem pH, nutriëntenbeschikbaarheid), soortensamenstelling of structuur van het habitattype zal leiden. Het voorgenomen project zal daarom geen significant negatieve gevolgen hebben Sweco | Ecologische Beoordeling stikstofdepositie Kabeltracé en stations te Boxmeer/Venray - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51006816 Datum 06-11-2024 Document referentie NL24-
Versie C01 48/182
voor de instandhoudingsdoelstellingen (uitbreiding en verbetering oppervlak en kwaliteit) van dit H6430C in Maasduinen.
H7110B - Actieve hoogvenen (heideveentjes) Instandhoudingsdoelstelling Het habitattype H7110B heeft in het Natura 2000-gebied Maasduinen een uitbreidings- en verbeteringsdoelstelling in relatie tot het oppervlak en de kwaliteit van het habitattype. Het betreft een prioritair habitattype. Huidige situatie en trend De kwaliteit van het habitattype is matig, de trend in kwaliteit is lichtelijk negatief en lokaal soms positief. Het habitatype komt voornamelijk voor in het cluster vennen en vochtige heide samen met H3130, H3160, H4010A en H7150. Hiertoe behoren ook een aantal habitatsoorten en vogelsoorten. Het komt in dit cluster verspreid over de 4 deelgebieden voor. Berekende toename aan stikstofdepositie Op 93,5% (6,58 ha) van het aanwezig areaal met H7110B vindt, ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling, een tijdelijke toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een tijdelijke toename aan stikstofdepositie, ondervindt 100% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende tijdelijke toename aan stikstofdepositie. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale tijdelijke toename aan stikstofdepositie van 0,03 mol N/ha/jaar (figuur 5.10).
Figuur 5-10:
De locatie in het Natura 2000-gebied Maasduinen met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op Actieve hoogvenen (heideveentjes) (H7110B).
Sweco | Ecologische Beoordeling stikstofdepositie Kabeltracé en stations te Boxmeer/Venray - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51006816 Datum 06-11-2024 Document referentie NL24-
Versie C01 49/182
Knelpunten Vanwege de samenhang tussen de habitattypen in hetzelfde cluster, zullen veel van de knelpunten en gevolgen daarvan vaker benoemd worden onder de andere habitattypen in het cluster. Knelpunten voor het habitattype zijn stikstofdepositie, vermesting en verdroging (Natuurdoelanalyse Maasduinen, 2022). Als gevolg van een te hoge stikstofdepositie treedt in H7110B vermesting op. Op de licht uitdrogende acrotelm kan in het voorjaar en de zomer massaal berk kiemen en uitgroeien. Daarnaast is sprake van dominantie van pijpenstrootje, waardoor veelal sprake is van een verarmde vegetatie. Lokaal zijn er verrijkte delen met veel pitrus (Gebiedsanalyse-145, 2017). De effecten van stikstofdepositie en verdroging versterken elkaar, maar verdroging lijkt het voornaamste knelpunt. Sterke waterstandwisselingen en droogval zijn funest voor H7110B en vormen een sterke bedreiging voor het voortbestaan van het habitattype (Beheerplan-145, 2020). Beoordeling toename aan stikstofdepositie Het habitattype H7110B heeft een matige kwaliteit met een lichtelijk negatieve trend. Op 93,5% van het areaal van het habitattype is sprake van een relevante projectgebonden tijdelijke toename van stikstofdepositie. Het habitat komt vaak voor in gradiënt met H4010A.
Dit habitattype komt vaak in dichte nabijheid van de andere habitattypen binnen zijn cluster ‘Vennen en vochtige heiden’ voor, daardoor zijn veel van de knelpunten benoemd onder H3130 vergelijkbaar voor dit habitattype. Specifiek moet er nog wel benoemd worden dat sterke waterstandswisselingen en droogval voor dit habitattype zeer veel impact kan hebben en ook een sterke bedreiging voor het voortbestaan van dit habitattype is. Gezien het feit dat hydrologische invloeden op het habitattype de overhand hebben in de knelpunten kan er, met wetenschappelijke zekerheid, worden benoem dat in deze situatie een geringe tijdelijke toename van 0,03 mol N/ha/jaar in depositie tot meetbare veranderingen in de abiotische randvoorwaarden (bodem pH, nutriëntenbeschikbaarheid), soortensamenstelling of structuur van het habitattype zal leiden. Het voorgenomen project zal daarom geen significant negatieve gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen (verbetering oppervlak en kwaliteit) van dit H7110B in Maasduinen.
H7150 - Pioniervegetaties met snavelbiezen Instandhoudingsdoelstelling Het habitattype H7150 heeft in het Natura 2000-gebied Maasduinen een behoudsdoelstelling in relatie tot het oppervlak en de kwaliteit van het habitattype. Huidige situatie en trend De kwaliteit van het habitattype is matig, de trend in kwaliteit is positief. Het habitatype komt voornamelijk voor in het cluster vennen en vochtige heide samen met H3130, H3160, H4010A en H7110B. Hiertoe behoren ook een aantal habitatsoorten en vogelsoorten. Het komt in dit cluster verspreid over de 4 deelgebieden voor. Berekende toename aan stikstofdepositie Op 77,9% (12,97 ha) van het aanwezig areaal met H7150 vindt, ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling, een tijdelijke toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een tijdelijke toename aan stikstofdepositie, Sweco | Ecologische Beoordeling stikstofdepositie Kabeltracé en stations te Boxmeer/Venray - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51006816 Datum 06-11-2024 Document referentie NL24-
Versie C01 50/182
ondervindt 100% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende tijdelijke toename aan stikstofdepositie. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale tijdelijke toename aan stikstofdepositie van 0,03 mol N/ha/jaar (figuur 5.11).
Figuur 5-11:
De locatie in het Natura 2000-gebied Maasduinen met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op Pioniervegetaties met snavelbiezen (H7150).
Knelpunten Vanwege de samenhang tussen de habitattypen in hetzelfde cluster, zullen veel van de knelpunten en gevolgen daarvan vaker benoemd worden onder de andere habitattypen in het cluster. Knelpunten voor het habitattype zijn stikstofdepositie, verzuring, vermesting en verdroging. Verzuring als gevolg van te hoge stikstofdepositie veroorzaakt suboptimale omstandigheden voor het voorkomen van kenmerkende vegetatietypen. Op soortniveau gaan plantensoorten van zwak gebufferde standplaatsen achteruit door verzuring, omdat verzuring de vestiging, kieming en groei verslechtert. Vermesting door een te hoge stikstofdepositie zorgt eveneens voor een afname in kenmerkende vegetatietypen, aangezien deze alleen onder zeer voedselarme omstandigheden voorkomen (Gebiedsanalyse-145, 2017). Als gevolg van de hoge stikstofdepositie verloopt de successie dermate snel dat het habitattype Pioniervegetaties met snavelbiezen momenteel nauwelijks een natuurlijk voorkomen kent. Een versnelde successie als gevolg van de hoge stikstofdepositie zorgt voor een voortschrijdende successie van Pioniervegetaties met snavelbiezen naar natte heide met veenmossen en Pitrus. Bij verdergaande eutrofiëring ontstaan er eutrofe moerasvegetaties (Natuurdoelanalyse Maasduinen, 2022).
Het voorkomen is sterk afhankelijk van Sweco | Ecologische Beoordeling stikstofdepositie Kabeltracé en stations te Boxmeer/Venray - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51006816 Datum 06-11-2024 Document referentie NL24-
Versie C01 51/182
menselijk ingrijpen (plaggen, waterstanden opzetten en betreding), maar bij voortzetting van het huidig beheer is het perspectief goed (Gebiedsanalyse145, 2017). Verdroging versterkt de effecten van met name vermesting en maakt het habitattype kwetsbaar, omdat kenmerkende soorten zich goed ontwikkelen op vochtige open bodems (Gebiedsanalyse-145, 2020). Beoordeling toename aan stikstofdepositie Het habitattype H7150 heeft een matige kwaliteit met een positieve trend. Op77,9% van het volledige areaal van het habitattype is sprake van een relevante projectgebonden tijdelijke toename van stikstofdepositie. Het habitat komt vaak voor in gradiënt met H4010A. Dit habitattype komt vaak in dichte nabijheid van de andere habitattypen binnen zijn cluster ‘Vennen en vochtige heiden’ voor, daardoor zijn veel van de knelpunten benoemd onder H3130 vergelijkbaar voor dit habitattype. Door eerder menselijk ingrijpen is het habitattype nog in goede stand gehouden. Het is, in het kader van het bovenstaande, met wetenschappelijke zekerheid uitgesloten dat in deze situatie een geringe tijdelijke toename van 0,03 mol N/ha/jaar in depositie tot meetbare veranderingen in de abiotische randvoorwaarden (bodem pH, nutriëntenbeschikbaarheid), soortensamenstelling of structuur van het habitattype zal leiden.
Het voorgenomen project zal daarom geen significant negatieve gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen (uitbreiding en verbetering oppervlak en kwaliteit) van dit H7150 in Maasduinen.
H9120 - Beuken-eikenbossen met hulst Instandhoudingsdoelstelling Het habitattype H9120 heeft in het Natura 2000-gebied Maasduinen een behoudsdoelstelling in relatie tot het oppervlak en de kwaliteit van het habitattype. Huidige situatie en trend De kwaliteit van het habitattype is matig, de trend in kwaliteit is stabiel. Het habitattype komt voornamelijk voor in het cluster bossen samen met H9190, H91D0, H91E0C en H91F0. Hiertoe behoren ook een aantal habitatsoorten en vogelsoorten. Het komt in dit cluster verspreid over 2 deelgebieden voor. Berekende toename aan stikstofdepositie Op 100% (2,61 ha) van het aanwezig areaal met H9120 vindt, ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling, een tijdelijke toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een tijdelijke toename aan stikstofdepositie, ondervindt 100% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende tijdelijke toename aan stikstofdepositie. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale tijdelijke toename aan stikstofdepositie van 0,04 mol N/ha/jaar (figuur 5.12).
Sweco | Ecologische Beoordeling stikstofdepositie Kabeltracé en stations te Boxmeer/Venray - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51006816 Datum 06-11-2024 Document referentie NL24-
Versie C01 52/182
Figuur 5-12:
De locatie in het Natura 2000-gebied Maasduinen met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op Beuken-eikenbossen met hulst (H9120).
Knelpunten Vanwege de samenhang tussen de habitattypen in hetzelfde cluster, zullen veel van de knelpunten en gevolgen daarvan vaker benoemd worden onder de andere habitattypen in het cluster. Het habitattype H9120 leidt onder verzuring als gevolg van de stikstofdepositie. De nutriënten voorraad in de bodem wordt op natuurlijke wijze aangevuld als gevolg van verwering van de bodem. Verzuring door menselijke activiteiten zorgt echter voor een versneld mobiel raken van kationen en daarmee ook de uitspoeling ervan. Omdat de bodem in de Maasduinen al nauwelijks tot geen buffering heeft, is het effect van de verzuring enorm. Verder speelt vermesting een knelpunt voor het habitattype. Het beekwater bevat tegenwoordig meststoffen afkomstig uit het stroomopwaarts liggende landbouwgebieden. Via oppervlakkige afspoeling en uitspoeling komen de meststoffen in de waterloop terecht (Natuurdoelanalyse Maasduinen, 2022). Beoordeling toename aan stikstofdepositie Het habitattype H9120 heeft een matige kwaliteit met een stabiele trend. Op het volledige areaal van het habitattype is sprake van een relevante projectgebonden tijdelijke toename van stikstofdepositie. Het habitat komt vaak in gradiënt met andere habitattypen bos (H9190, H9160AB, H91E0AB) voor. Stikstofdepositie is een knelpunt omdat het voor de habitattypen in het cluster ‘Bossen’ zorgt voor een afname in bufferend vermogen.
De nutriënten voorraad in de bodem wordt op natuurlijke wijze aangevuld als gevolg van verwering van de bodem. Gevolg is dat de bodem uiteindelijk haar voedingsstoffen verliest, maar dit is een proces van tienduizenden jaren. De motor achter dit proces is zuur. Onder natuurlijke omstandigheden kende het zuur hoofdzakelijk een
Sweco | Ecologische Beoordeling stikstofdepositie Kabeltracé en stations te Boxmeer/Venray - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51006816 Datum 06-11-2024 Document referentie NL24-
Versie C01 53/182
biologische en geologische oorsprong waarbij de mineralen voldoende kationen leverden om het zuur te neutraliseren en de pH van de bodem te stabiliseren. Verzuring door menselijke activiteiten zorgt echter voor een versneld mobiel raken van kationen en daarmee ook de uitspoeling ervan. Verdroging speelt ook hier een grote rol voor vrijwel alle habitattypen binnen het cluster ‘Bossen’. Verdroging van de habitattypen leidt tot een verruiging van de struiklaag en kruidlaag. Een deel van verdroging wordt veroorzaakt door een bypass van de Eckeltse Beek ter hoogte van H9120 in het Natura 2000-gebied. Hierdoor stroomt er veel minder water door de beek die dwars door het gebied heen loopt. Daarnaast bevat het beekwater vaak meststoffen afkomstig uit de stroomopwaarts liggende landbouwgebieden. Via oppervlakkige afspoeling en uitspoeling komen de meststoffen in het water en de habitattypen terecht. Deze habitattypen zijn van nature niet voedselarm, maar de toename van fosfaat uit het water leidt in veel gevallen tot brandnetelgroei. Ten slotte is er ook de invloed van invasieve exoten. De dominantie van Reuzenbalsemien langs het Geldernsch-Nierskanaal zorgt in de zomer voor een eenzijdige kruidenvegetatie van ca 1,5 tot 2 meter hoge balsemienen. De plant groeit snel en vormt hoge, dichte, sterk vertakte bestanden.
De soort concurreert daarmee met de inheemse plantensoorten om ruimte, licht en voedingsstoffen. Onder invloed van al deze knelpunten kan er daarom met wetenschappelijke zekerheid worden uitgesloten dat in het kader van het bovenstaande een geringe tijdelijke toename van 0,04 mol N/ha/jaar in depositie tot meetbare veranderingen in de abiotische randvoorwaarden (bodem pH, nutriëntenbeschikbaarheid), soortensamenstelling of structuur van het habitattype zal leiden. Het voorgenomen project zal daarom geen significant negatieve gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen (behoud van oppervlak en kwaliteit) van dit H9120 in Maasduinen.
H9190 - Oude eikenbossen Instandhoudingsdoelstelling Het habitattype H9190 heeft in het Natura 2000-gebied Maasduinen een behoudsdoelstelling in relatie tot het oppervlak en de kwaliteit van het habitattype. Huidige situatie en trend De kwaliteit van het habitattype is matig, de trend in kwaliteit is stabiel. Het habitattype komt voornamelijk voor in het cluster bossen samen met H9120, H91D0, H91E0C en H91F0. Hiertoe behoren ook een aantal habitatsoorten en vogelsoorten. Het komt in dit cluster verspreid over 3 deelgebieden voor. Berekende toename aan stikstofdepositie Op 100% (4,32 ha) van het aanwezig areaal met H9190 vindt, ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling, een tijdelijke toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een tijdelijke toename aan stikstofdepositie, ondervindt 100% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende tijdelijke toename aan stikstofdepositie. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale tijdelijke toename aan stikstofdepositie van 0,03 mol N/ha/jaar (figuur 5.13).
Sweco | Ecologische Beoordeling stikstofdepositie Kabeltracé en stations te Boxmeer/Venray - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51006816 Datum 06-11-2024 Document referentie NL24-
Versie C01 54/182
Figuur 5-13:
De locatie in het Natura 2000-gebied Maasduinen met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op Oude eikenbossen (H9190).
Knelpunten Vanwege de samenhang tussen de habitattypen in hetzelfde cluster, zullen veel van de knelpunten en gevolgen daarvan vaker benoemd worden onder de andere habitattypen in het cluster. Het habitattype H9190 leidt onder verzuring als gevolg van de stikstofdepositie. De nutriënten voorraad in de bodem wordt op natuurlijke wijze aangevuld als gevolg van verwering van de bodem. Verzuring door menselijke activiteiten zorgt echter voor een versneld mobiel raken van kationen en daarmee ook de uitspoeling ervan. Omdat de bodem in de Maasduinen al nauwelijks tot geen buffering heeft, is het effect van de verzuring enorm. Verder speelt vermesting een knelpunt voor het habitattype. Het beekwater bevat tegenwoordig meststoffen afkomstig uit het stroomopwaarts liggende landbouwgebieden. Via oppervlakkige afspoeling en uitspoeling komen de meststoffen in de waterloop terecht (Natuurdoelanalyse Maasduinen, 2022). In de lange termijn zijn er wel mogelijke perspectieven voor het habitattype. Binnen het Natura 2000-gebied zijn de bostypen binnen het cluster zeer beperkt in omvang. De habitattypen H91E0C, H91D0 en H9190 komen meer verspreid voor en betreffen een minder klein areaal dan de habitattypen H9120 en H91F0. Voor H9190 liggen de grootste kansen voor een voldoende oppervlakte in deelgebied de Hamert. Op daar gelegen oude bosgroeiplaatsen groeit nu loofbos en naaldbos.
Omvormen van deze bossen kan leiden tot een voldoende voor het criterium oppervlaktebehoefte voor dit habitattype (Natuurdoelanalyse Maasduinen, 2022). Beoordeling toename aan stikstofdepositie Het habitattype H9190 heeft een matige kwaliteit met een stabiele trend. Op het volledige areaal van het habitattype is sprake van een relevante
Sweco | Ecologische Beoordeling stikstofdepositie Kabeltracé en stations te Boxmeer/Venray - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51006816 Datum 06-11-2024 Document referentie NL24-
Versie C01 55/182
projectgebonden tijdelijke toename van stikstofdepositie. Het habitat komt vaak in gradiënt met andere habitattypen bos (H9120, H9160AB, H91E0AB) voor. De effecten van aanwezige knelpunten en de invloed ervan op het habitattype onder H9120 zijn daardoor ook toepasbaar voor H9190. Daarnaast is er binnen het Natura 2000-gebied Maasduinen ook nog ruimte mogelijk voor de groei van het habitattype wat kan meedragen aan het halen van de instandhoudingsdoelsteling voor dit habitattype. Op basis van de eerder genoemde knelpunten en de mogelijkheid tot uitbreiding kan er met wetenschappelijke zekerheid worden uitgesloten dat in het kader van het bovenstaande een geringe tijdelijke toename van 0,03 mol N/ha/jaar in depositie tot meetbare veranderingen in de abiotische randvoorwaarden (bodem pH, nutriëntenbeschikbaarheid), soortensamenstelling of structuur van het habitattype zal leiden. Het voorgenomen project zal daarom geen significant negatieve gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen (behoud van oppervlak en kwaliteit) van dit H9190 in Maasduinen.
H91D0 - Hoogveenbossen Instandhoudingsdoelstelling Het habitattype H91D0 heeft in het Natura 2000-gebied Maasduinen een behouds- en verbeteringsdoelstelling in relatie tot het oppervlak en de kwaliteit van het habitattype. Huidige situatie en trend De kwaliteit van het habitattype is matig, de trend in kwaliteit is negatief. Het habitattype komt voornamelijk voor in het cluster bossen samen met H9120, H9190, H91E0C en H91F0. Hiertoe behoren ook een aantal habitatsoorten en vogelsoorten. Het komt in dit cluster verspreid over 3 deelgebieden voor. Berekende toename aan stikstofdepositie Op 97% (29,11 ha) van het aanwezig areaal met H91D0 vindt, ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling, een tijdelijke toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een tijdelijke toename aan stikstofdepositie, ondervindt 37,1% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende tijdelijke toename aan stikstofdepositie. Dit is 36% van het totale areaal. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale tijdelijke toename aan stikstofdepositie van 0,03 mol N/ha/jaar (figuur 5.14).
Sweco | Ecologische Beoordeling stikstofdepositie Kabeltracé en stations te Boxmeer/Venray - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51006816 Datum 06-11-2024 Document referentie NL24-
Versie C01 56/182
Figuur 5-14:
De locatie in het Natura 2000-gebied Maasduinen met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op Hoogveenbossen (H91D0).
Knelpunten Vanwege de samenhang tussen de habitattypen in hetzelfde cluster, zullen veel van de knelpunten en gevolgen daarvan vaker benoemd worden onder de andere habitattypen in het cluster. Knelpunten voor het habitattype zijn vermesting en verdroging. Vermesting treedt in beperkte mate op. Wanneer niet alle beschikbare stikstof wordt opgenomen door het veenmospakket, komt stikstof beschikbaar voor hogere planten. Hierdoor neemt de groei van bomen en grassen toe, waardoor ook de beschaduwing toeneemt (Gebiedsanalyse145, 2017). Verdroging vormt het voornaamste knelpunt voor het habitattype. Als gevolg van tegenstrijdige belangen vanuit de aangrenzende gebieden zoals landbouw, maar ook afvoer van bebouwd gebied (Lommerbroek), is de hydrologische situatie niet optimaal. De hoogveenbossen maken feitelijk onderdeel uit van natte laagten met vochtige heiden en vennen in de vorm van Berkenbroek met Zachte berk. Hierdoor zijn ze erg gevoelig voor verdroging (Natuurdoelanalyse Maasduinen, 2022). Verdroging leidt tot degradatie van de vegetaties van H91D0, als eerst herkenbaar door het uitdrogen en verdwijnen van de veenmosvegetaties (Beheerplan-145, 2020). Beoordeling toename aan stikstofdepositie Het habitattype H91D0 heeft een matige kwaliteit met een negatieve trend.
Op 36% van het totale areaal van het habitattype is sprake van een relevante projectgebonden tijdelijke toename van stikstofdepositie. Het habitat komt vaak in gradiënt met andere habitattypen bos (H9120, H9160AB, H91E0AB) voor. De effecten van aanwezige knelpunten en de invloed ervan op het habitattype onder H9120 zijn daardoor ook toepasbaar voor H91D0. Stikstofdepositie vormt een knelpunt voor het habitattype, maar vermesting door stikstofdepositie treedt
Sweco | Ecologische Beoordeling stikstofdepositie Kabeltracé en stations te Boxmeer/Venray - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51006816 Datum 06-11-2024 Document referentie NL24-
Versie C01 57/182
in beperkte mate op en verdroging vormt ook hier het voornaamste knelpunt. Op basis van de eerder genoemde knelpunten met een groter effect dan stikstofdepositie en de geringe hoeveelheid van het areaal dat een depositietoename heeft kan er met wetenschappelijke zekerheid worden uitgesloten dat in het kader van het bovenstaande een geringe tijdelijke toename van 0,03 mol N/ha/jaar in depositie tot meetbare veranderingen in de abiotische randvoorwaarden (bodem pH, nutriëntenbeschikbaarheid), soortensamenstelling of structuur van het habitattype zal leiden. Het voorgenomen project zal daarom geen significant negatieve gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen (behoud en verbetering van het oppervlak en de kwaliteit respecteivelijk) van dit H91D0 in Maasduinen.
H91E0C - Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen) Instandhoudingsdoelstelling Het habitattype H91E0C heeft in het Natura 2000-gebied Maasduinen een behoudsdoelstelling in relatie tot het oppervlak en de kwaliteit van het habitattype. Huidige situatie en trend De kwaliteit van het habitattype is matig, de trend in kwaliteit is stabiel. Het habitattype komt voornamelijk voor in het cluster bossen samen met H9120, H9190, H91D0 en H91F0. Hiertoe behoren ook een aantal habitatsoorten en vogelsoorten. Het komt in dit cluster verspreid over 3 deelgebieden voor. Berekende toename aan stikstofdepositie Op 89,3% (29,84 ha) van het aanwezig areaal met H91E0C vindt, ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling, een tijdelijke toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een tijdelijke toename aan stikstofdepositie, ondervindt 79,2% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende tijdelijke toename aan stikstofdepositie. Dit is 70,7% van het totale areaal. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale tijdelijke toename aan stikstofdepositie van 0,04 mol N/ha/jaar (figuur 5.15).
Sweco | Ecologische Beoordeling stikstofdepositie Kabeltracé en stations te Boxmeer/Venray - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51006816 Datum 06-11-2024 Document referentie NL24-
Versie C01 58/182
Figuur 5-15:
De locatie in het Natura 2000-gebied Maasduinen met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen) (H91E0C).
Knelpunten Vanwege de samenhang tussen de habitattypen in hetzelfde cluster, zullen veel van de knelpunten en gevolgen daarvan vaker benoemd worden onder de andere habitattypen in het cluster. Knelpunten voor het habitattype zijn stikstofdepositie, vermesting en verdroging. Vermesting en verdroging hangen sterk met elkaar samen. Als gevolg van tegenstrijdige belangen vanuit de aangrenzende gebieden zoals landbouw, maar ook afvoer van bebouwd gebied (Lommerbroek), is de hydrologische situatie niet optimaal. Verdroging van H91E0C leidt tot een verruiging van de struik- en kruidlaag en dominante vegetaties verdringen de bodemflora. Uiteindelijk kan door verdroging ook een verandering in de boomlaag plaatsvinden (Natuurdoelanalyse Maasduinen, 2022). Vermesting treedt op door atmosferische stikstofdepositie en meststoffen in het beekwater. Het beekwater bevat meststoffen afkomstig uit het stroomopwaarts liggende landbouwgebied. Via oppervlakkige afspoeling en uitspoeling komen de meststoffen in de beek terecht. Vochtige alluviale bossen zijn van nature niet voedselarm, maar de toename van stikstof door atmosferische stikstofdepositie, in combinatie met een toename van fosfaat (beekwater) leidt in veel gevallen tot weelderige brandnetelgroei. Als er water in het bos blijft staan, verdwijnt dat vaak onder een 100% kroosdek (Beheerplan145, 2020).
Verdroging versterkt de effecten van vermesting en leidt daarnaast tot verzuring, waardoor basenminnende vegetatietypen worden verdrongen (Gebiedsanalyse-145, 2017). Hoge stikstofdepositie vormt één van de knelpunten, maar verdroging lijkt het voornaamste knelpunt te zijn voor H91E0C.
Sweco | Ecologische Beoordeling stikstofdepositie Kabeltracé en stations te Boxmeer/Venray - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51006816 Datum 06-11-2024 Document referentie NL24-
Versie C01 59/182
Beoordeling toename aan stikstofdepositie Het habitattype H91E0C heeft een matige kwaliteit met een stabiele trend. Op 70,7% van het totale areaal van het habitattype is sprake van een relevante projectgebonden tijdelijke toename van stikstofdepositie. De effecten van aanwezige knelpunten en de invloed ervan op het habitattype onder H9120 zijn ook toepasbaar voor H91E0C. Stikstofdepositie vormt één van de knelpunten voor het habitattype, maar verdroging lijkt het voornaamste knelpunt te zijn en ook aanvoer van meststoffen vormt een belangrijk knelpunt. Op basis van de eerder genoemde knelpunten met een groter effect dan stikstofdepositie en de geringe hoeveelheid van het areaal dat een depositietoename heeft kan er met wetenschappelijke zekerheid worden uitgesloten dat in het kader van het bovenstaande een geringe tijdelijke toename van 0,04 mol N/ha/jaar in depositie tot meetbare veranderingen in de abiotische randvoorwaarden (bodem pH, nutriëntenbeschikbaarheid), soortensamenstelling of structuur van het habitattype zal leiden. Het voorgenomen project zal daarom geen significant negatieve gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen (behoudsdoelstelling van het oppervlak en de kwaliteit) van dit H91E0C in Maasduinen.
H91F0 - Droge hardhoutooibossen Instandhoudingsdoelstelling Het habitattype H91F0 heeft in het Natura 2000-gebied Maasduinen een behoudsdoelstelling in relatie tot het oppervlak en de kwaliteit van het habitattype. Huidige situatie en trend De kwaliteit van het habitattype is matig, de trend in kwaliteit is stabiel. Het habitattype komt voornamelijk voor in het cluster bossen samen met H9120, H9190, H91D0 en H91E0C. Hiertoe behoren ook een aantal habitatsoorten en vogelsoorten. Het komt in dit cluster verspreid over 3 deelgebieden voor. Berekende toename aan stikstofdepositie Op 100% (1,4 ha) van het aanwezig areaal met H91F0 vindt, ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling, een tijdelijke toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een tijdelijke toename aan stikstofdepositie, ondervindt 13,9% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende tijdelijke toename aan stikstofdepositie. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale tijdelijke toename aan stikstofdepositie van 0,01 mol N/ha/jaar (figuur 5.16).
Sweco | Ecologische Beoordeling stikstofdepositie Kabeltracé en stations te Boxmeer/Venray - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51006816 Datum 06-11-2024 Document referentie NL24-
Versie C01 60/182
Figuur 5-16:
De locatie in het Natura 2000-gebied Maasduinen met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op Droge hardhoutooibossen (H91F0).
Knelpunten Vanwege de samenhang tussen de habitattypen in hetzelfde cluster, zullen veel van de knelpunten en gevolgen daarvan vaker benoemd worden onder de andere habitattypen in het cluster. Het habitattype H91F0 leidt onder verzuring als gevolg van de stikstofdepositie. De nutriënten voorraad in de bodem wordt op natuurlijke wijze aangevuld als gevolg van verwering van de bodem. Verzuring door menselijke activiteiten zorgt echter voor een versneld mobiel raken van kationen en daarmee ook de uitspoeling ervan. Omdat de bodem in de Maasduinen al nauwelijks tot geen buffering heeft, is het effect van de verzuring enorm. Verder speelt vermesting een knelpunt voor het habitattype. Het beekwater bevat tegenwoordig meststoffen afkomstig uit het stroomopwaarts liggende landbouwgebieden. Via oppervlakkige afspoeling en uitspoeling komen de meststoffen in de waterloop terecht (Natuurdoelanalyse Maasduinen, 2022). Beoordeling toename aan stikstofdepositie Het habitattype H91F0 heeft een matige kwaliteit met een stabiele trend. Op 13,9% van het totale areaal van het habitattype is sprake van een relevante projectgebonden tijdelijke toename van stikstofdepositie. De effecten van aanwezige knelpunten en de invloed ervan op het habitattype onder H9120 zijn ook toepasbaar voor H91F0.
Stikstofdepositie vormt een knelpunt voor het habitattype, maar vermesting door stikstofdepositie treedt in beperkte mate op en verdroging vormt ook hier het voornaamste knelpunt. Op basis van de eerder genoemde knelpunten met een groter effect dan stikstofdepositie en de geringe hoeveelheid van het areaal dat een depositietoename heeft kan er met wetenschappelijke zekerheid worden uitgesloten dat in het kader van het
Sweco | Ecologische Beoordeling stikstofdepositie Kabeltracé en stations te Boxmeer/Venray - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51006816 Datum 06-11-2024 Document referentie NL24-
Versie C01 61/182
bovenstaande een geringe tijdelijke toename van 0,01 mol N/ha/jaar in depositie tot meetbare veranderingen in de abiotische randvoorwaarden (bodem pH, nutriëntenbeschikbaarheid), soortensamenstelling of structuur van het habitattype zal leiden. Het voorgenomen project zal daarom geen significant negatieve gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen (behoudsdoelstelling van het oppervlak en de kwaliteit) van dit H91F0 in Maasduinen.
5.4
Beoordeling habitatsoorten
Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er, ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling, binnen het Natura 2000-gebied Maasduinen sprake is van een tijdelijke toename aan stikstofdepositie op het stikstofgevoelige leefgebied van drie stikstofgevoelige habitatsoorten (tabel 5.4). De leefgebieden van de in tabel 5.4 ontbrekende soorten met een instandhoudingsdoelstelling binnen het Natura 2000-gebied Maasduinen, zijn niet gevoelig voor stikstofdepositie, of er vindt geen tijdelijke toename aan stikstofdepositie plaats op stikstofgevoelig leefgebied van deze soorten. Significant negatieve gevolgen voor deze overige habitatsoorten zijn daarom op voorhand uitgesloten. Tabel 5.4:
Berekende stikstofdepositiewaarden in mol N/ha/jaar op de leefgebieden van aangewezen soorten binnen het Natura 2000-gebied Maasduinen. De tabel bevat enkel soorten met een projecteffect op het leefgebied ≥0,01 mol N/ha/jaar. Depositiewaarden zijn gebaseerd op de resultaten uit de meest recente versie van AERIUS-Calculator (AERIUS 2024) en worden weergegeven in mol N/ha/jaar.
Soortcode
Habitatsoort
Leefgebied1
H1042 H1166 H1831
Gevlekte witsnuitlibel Kamsalamander Drijvende waterweegbree
H3130 H3130 H3130
KDW2
Maximale achtergrond depositie3
Maximaal effect4
Maximaal relevant effect5
500 500 500
2166 2166 2166
0,04 0,04 0,04
0,04 0,04 0,04
1. De habitat- en/of leefgebiedtypen met een toename van stikstofdepositie binnen het leefgebied van de soort volgens de relatie-leefgebied tabel (BIJ12 2020) 2. KDW van het meest gevoelige habitat- of leefgebiedtype binnen het leefgebied van de kwalificerende soort volgens Wamelink et al. (2023) 3. Achtergronddepositie volgens de meest recente versie van AERIUS-Calculator. kleuren betreft: een overschrijding KDW. 4. De maximale stikstofbijdrage op het leefgebied van de betreffende soort op basis van de meest recente versie van AERIUS-Calculator. 5. De maximale toename aan stikstofdepositie op hexagonen met een (naderende) overschrijding van de KDW door achtergronddepositie inclusief de berekende toename.
Voor de effectbeoordeling op de aangewezen stikstofgevoelige leefgebieden van habitatsoorten met een relevante tijdelijke toename aan stikstofdepositie (tabel 5.4), wordt de belangrijkste informatie samengevat in tabel 5.5. Tabel 5.5:
Basisgegevens voor de effectbeoordeling van de toename van stikstofdepositie op leefgebieden van habitatsoorten binnen het Natura 2000-gebied Maasduinen.
Soortcode
Habitatsoort
Leefgebied1
H1042
Gevlekte witsnuitlibel
H3130
Maximaal relevant effect2
Areaal met relevant effect (ha)3
Relevant t.o.v. totaal areaal (%)4
0,04
43,88
79%
Sweco | Ecologische Beoordeling stikstofdepositie Kabeltracé en stations te Boxmeer/Venray - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51006816 Datum 06-11-2024 Document referentie NL24-
Versie C01 62/182
Soortcode
Habitatsoort
Leefgebied1
H1166 H1831
Kamsalamander Drijvende waterweegbree
H3130 H3130
Maximaal relevant effect2
Areaal met relevant effect (ha)3
Relevant t.o.v. totaal areaal (%)4
0,04 0,04
43,88 43,88
79% 78,6%
1. De habitat- en/of leefgebiedtypen met een toename aan stikstoftoename binnen het leefgebied van de soort volgens de relatie-leefgebied tabel (BIJ12 2020). 2. Maximale toename aan stikstofdepositie in mol N/ha/jaar op hexagonen met een (naderende) overschrijding van de KDW door achtergronddepositie inclusief het berekende stikstofeffect. 3. Totaal gekarteerd oppervlak met een relevante toename aan stikstofdepositie op basis van de meest recente habitattypenkaart (AERIUS 2024). 4. Het percentage aan areaal met een relevante toename aan stikstofdepositie ten opzichte van het totale areaal binnen het Natura 2000-gebied.
In de volgende paragrafen wordt de tijdelijke toename aan stikstofdepositie op het leefgebied van iedere habitatsoort uit tabel 5.5 beoordeeld. Zie bijlage 1 voor een algemene omschrijving per soort.
H1042 - Gevlekte witsnuitlibel Instandhoudingsdoelstelling De instandhoudingsdoelstelling voor de gevlekte witsnuitlibel in Natura 2000gebied Maasduinen is uitbreiding en verbetering van omvang en kwaliteit van het leefgebied en uitbreiding van de populatie. Huidig voorkomen en trend in populatie Gevlekte witsnuitlibel komt voor in alle deelgebieden, maar de aantallen zijn op alle vindplaatsen laag. De habitatsoort komt voornamelijk voor in het cluster vennen en vochtige heide. De soort komt voor in alle deelgebieden. Omschrijving leefgebied Het leefgebied van de Gevlekte witsnuitlibel heeft een grote overlap met verlandingsstadia binnen het habitattype Zwakgebufferde vennen en deels ook Zure vennen. Berekende toename aan stikstofdepositie Op 79% (43,88 ha) van het totale stikstofgevoelige leefgebied van de habitatsoort Gevlekte witsnuitlibel vindt, ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling, een tijdelijke toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een tijdelijke toename aan stikstofdepositie, ondervindt 100% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende tijdelijke toename aan stikstofdepositie. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale tijdelijke toename aan stikstofdepositie van 0,04 mol N/ha/jaar (figuur 5.17).
Sweco | Ecologische Beoordeling stikstofdepositie Kabeltracé en stations te Boxmeer/Venray - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51006816 Datum 06-11-2024 Document referentie NL24-
Versie C01 63/182
Figuur 5-17:
De locatie in het Natura 2000-gebied Maasduinen met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op het leefgebied van Gevlekte witsnuitlibel (H1042).
Knelpunten Stikstofdepositie leidt tot afname van het leefgebied van de gevlekte witsnuitlibel. Verder is een te kleine populatie een knelpunt voor de soort. Voor duurzame levensvatbare populaties van Gevlekte witsnuitlibel wordt een aantal van ca. 1000 individuen per jaar aangehouden. Op geen van de locaties waar de soort wordt aangetroffen is hiervan sprake, sterker nog. Behoudens de Ravenvennen worden op de andere locaties jaarlijks slechts enkele exemplaren aangetroffen en in sommige jaren lijkt de soort zelfs te ontbreken als imago (Natuurdoelanalyse Maasduinen, 2022). Beoordeling toename aan stikstofdepositie De kwaliteit van het leefgebied van de Gevlekte witsnuitlibel is matig. Op 79% van het volledige areaal aan leefgebied is sprake van een relevante projectgebonden tijdelijke toename aan stikstofdepositie. De populatie in de Maasduinen is afgenomen. Veel van de knelpunten benoemd onder H3130 zijn ook te benoemen als knelpunten voor deze habitatsoorten vanwege de overlap in leefgebied. Verdroging, stikstofdepositie en versnippering vormen de voornaamste knelpunten voor de H1042. Daarnaast zijn er op het moment zeer weinig levensvatbare populaties van H1042 en ondervindt de soort druk dankzij predatie door exotische vissen.
Op basis van de eerder genoemde knelpunten met een groter effect dan stikstofdepositie en de druk vanuit knelpunten specifiek op de Gevlekte witsnuitlibel kan er met wetenschappelijke zekerheid worden uitgesloten dat in het kader van het bovenstaande een geringe tijdelijke toename van 0,04 mol N/ha/jaar in depositie tot meetbare veranderingen op de bestaande populatie of op de kansen tot uitbreiding van deze habitatsoort binnen het aanwezige leefgebied. Het voorgenomen project zal daarom geen Sweco | Ecologische Beoordeling stikstofdepositie Kabeltracé en stations te Boxmeer/Venray - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51006816 Datum 06-11-2024 Document referentie NL24-
Versie C01 64/182
significant negatieve gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen (uitbreiding en verbetering van omvang en kwaliteit van het leefgebied en uitbreiding van de populatie) van de H1042 in Maasduinen.
H1166 - Kamsalamander Instandhoudingsdoelstelling De instandhoudingsdoelstelling voor de kamsalamander in Natura 2000-gebied Maasduinen is uitbreiding en verbetering van omvang en kwaliteit van het leefgebied en uitbreiding van de populatie. Huidig voorkomen en trend in populatie Een goed beeld van de verspreiding is niet bekend. Van het deelgebied de Ravenvennen zijn de meeste waarnemingen bekend. Verder zijn er enkele waarnemingen bekend van gevangen exemplaren in vennen. De voedselarme vennen vormen echter marginaal leefgebied. De habitatsoort komt voornamelijk voor in het cluster bossen. Het is onbekend in hoeveel deelgebieden het voorkomt. Omschrijving leefgebied Het voortplantingsleefgebied van de Kamsalamander bestaat uit wat voedselrijke poelen in cultuurgebied. Dergelijk leefgebied is slechts beperkt beschikbaar in de Maasduinen. Leefgebieden worden vooralsnog aangewezen in de vorm van vennen. Berekende toename aan stikstofdepositie Op 79% (43,88 ha) van het totale stikstofgevoelige leefgebied van de habitatsoort Kamsalamander vindt, ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling, een tijdelijke toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een tijdelijke toename aan stikstofdepositie, ondervindt 100% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende tijdelijke toename aan stikstofdepositie.
Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale tijdelijke toename aan stikstofdepositie van 0,04 mol N/ha/jaar (figuur 5.18).
Sweco | Ecologische Beoordeling stikstofdepositie Kabeltracé en stations te Boxmeer/Venray - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51006816 Datum 06-11-2024 Document referentie NL24-
Versie C01 65/182
Figuur 5-18:
De locatie in het Natura 2000-gebied Maasduinen met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op het leefgebied van Kamsalamander (H1166).
Knelpunten Migratie barrières vormen een knelpunt voor de kamsalamander. Migratie door kamsalamanders vindt doorgaans plaats tot een afstand van maximaal 700 meter. Barrières bestaan uit verharde wegen, brede wateren, bebouwde terreinen intensief gebruikte graslanden en -akkers. Verder vormt introductie van vis in de voortplantingswateren een bedreiging voor de Kamsalamander. Vissen prederen op de eitjes en de larven, waardoor er onvoldoende jonge aanwas overleeft om de populatie op peil te houden. In veel gevallen kunnen populaties zelfs als gevolg hiervan verdwijnen. De waterbiotopen waar Kamsalamanders binnen de begrenzing van het N2000-gebied Maasduinen voorkomen betreffen een aantal wateren waar habitattypen van de groep van Vochtige heiden voorkomt (vooral H3130 en H3160). Het beheer van deze vennen is gericht op het handhaven van zure of zwakgebufferde voedselarme situaties. Dit is niet conform met de optimale biotoopeisen van de Kamsalamander die de voorkeur geeft aan voedselrijke poelen met een dichte waterbegroeiing (Natuurdoelanalyse Maasduinen, 2022). Beoordeling toename aan stikstofdepositie De kwaliteit van het leefgebied van de Kamsalamander is onbekend, maar op basis van de habitattypen in zijn cluster kan het worden vastgesteld op matig tot slecht.
Op 79% van het volledige areaal aan leefgebied is sprake van een relevante projectgebonden tijdelijke toename aan stikstofdepositie. De grote van de aanwezige populatie is onbekend, er is alleen bekend dat er exemplaren aanwezig zijn in het deelgebied Ravenvennen. Veel van de knelpunten benoemd onder H9120 zijn ook te benoemen als knelpunten voor deze habitatsoorten vanwege de overlap in leefgebied. Verdroging, stikstofdepositie Sweco | Ecologische Beoordeling stikstofdepositie Kabeltracé en stations te Boxmeer/Venray - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51006816 Datum 06-11-2024 Document referentie NL24-
Versie C01 66/182
en versnippering vormen de voornaamste knelpunten voor de H1166. Daarnaast ondervind de soort druk vanwege predatie door vissen in de voortplantingswateren en vindt er op het moment tegenstrijdig beheer plaats van de waterbiotoop. Het beheer op het moment is voornamelijk gericht op het handhaven van zure of zwakgebufferde voedselarme situaties en dit is niet conform de optimale biotoopeisen voor H1166. Op basis van de eerder genoemde knelpunten met een groter effect dan stikstofdepositie en de druk vanuit knelpunten specifiek op de Kamsalamander kan er met wetenschappelijke zekerheid worden uitgesloten dat in het kader van het bovenstaande een geringe tijdelijke toename van 0,04 mol N/ha/jaar in depositie tot meetbare veranderingen op de bestaande populatie of op de kansen tot uitbreiding van deze habitatsoort binnen het aanwezige leefgebied. Het voorgenomen project zal daarom geen significant negatieve gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen (uitbreiding en verbetering van omvang en kwaliteit van het leefgebied en uitbreiding van de populatie) van de H1042 in Maasduinen.
H1831 - Drijvende waterweegbree Instandhoudingsdoelstelling De instandhoudingsdoelstelling voor de drijvende waterweegbree in Natura 2000-gebied Maasduinen is behoud van omvang en kwaliteit van het leefgebied en behoud van de populatie. Huidig voorkomen en trend in populatie De staat van instandhouding van de drijvende waterweegbree in Maasduinen is ongunstig. Het aantal groeiplaatsen is afgenomen (Beheerplan-145, 2020). De instandhoudingsdoelstelling wordt niet behaald. De habitatsoort komt voornamelijk voor in het cluster vennen en vochtige heide. Het komt in dit cluster verspreid over 2 deelgebieden voor. Er zijn buiten het Natura 2000gebied 2 grote groeiplaatsen aanwezig voor de soort. Omschrijving leefgebied Drijvende waterweegbree groeit in uiteenlopende stilstaande of zwak stromende wateren, zoals heide- en veenplassen, duinplassen, meren, afgesloten rivierarmen, laaglandbeken, kanalen, sloten en vijvers. Het best gedijt deze waterplant in water dat helder, voedselarm of hooguit matig voedselrijk, fosfaatarm en kalkarm is. Op sommige plaatsen bevat het water daarbij veel ijzer. In voedselrijkere omgeving staat de soort het meest op plaatsen met menging van regenwater met kwelwater.
In specifieke omstandigheden, namelijk bij een lage beschikbaarheid van fosfaat, kan de drijvende waterweegbree nitraat- en ammoniakrijk water verdragen (Natura 2000-profielendocument; H1831). In Maasduinen heeft de drijvende waterweegbree geschikt leefgebied in het stikstofgevoelige habitattype Zwakgebufferde vennen (H313) en de stikstofgevoelige leefgebiedtypen Zwakgebufferde sloot (Lg03) en Zwakgebufferde vennen (L3130). De kwaliteit van het leefgebied is slecht (Beheerplan-145, 2020). Berekende toename aan stikstofdepositie Op 78,6% (43,88 ha) van het totale stikstofgevoelige leefgebied van de habitatsoort Drijvende waterweegbree vindt, ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling, een tijdelijke toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een tijdelijke toename aan stikstofdepositie, ondervindt 100% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende tijdelijke toename aan stikstofdepositie. Het areaal met Sweco | Ecologische Beoordeling stikstofdepositie Kabeltracé en stations te Boxmeer/Venray - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51006816 Datum 06-11-2024 Document referentie NL24-
Versie C01 67/182
een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale tijdelijke toename aan stikstofdepositie van 0,04 mol N/ha/jaar (figuur 5.19).
Figuur 5-19:
De locatie in het Natura 2000-gebied Maasduinen met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op het leefgebied van Drijvende waterweegbree (H1831).
Knelpunten Knelpunten voor het voorkomen van de drijvende waterweegbree zijn stikstofdepositie, verdroging en fosfaatbelasting. De drijvende waterweegbree gedijt het best in helder water dat voedselarm of hooguit matig voedselrijk, fosfaatarm en kalkarm is (Natura 2000-profieldocument, H1831). De drijvende waterweegbree is bestand tegen incidentele droogval, maar langdurige droogval van vennen en/of oevers kan negatieve gevolgen hebben voor de soort (Natuurdoelanalyse Maasduinen, 2022). Stikstofdepositie leidt tot vermesting en verzuring van de groeiplaatsen. De optimale groeiomstandigheden nemen hierdoor af en de groeisnelheid van snelgroeiende waterplanten neemt ten gevolge van overbelasting door stikstofdepositie toe, waardoor de drijvende waterweegbree verdrongen wordt. Hetzelfde gebeurt als gevolg van een te hoge fosfaatbelasting. Door bemesting van het oppervlaktewater met fosfaat vanuit nabije landbouwgronden zijn fosfaatconcentraties te hoog. De achteruitgang van de drijvende waterweegbree wordt hier voor een belangrijk deel aan toegeschreven (Natuurdoelanalyse Maasduinen, 2022). Beoordeling toename aan stikstofdepositie De kwaliteit van het leefgebied van de Drijvende waterweegbree is ongunstig.
Op 78,6% van het volledige areaal aan leefgebied is sprake van een relevante Sweco | Ecologische Beoordeling stikstofdepositie Kabeltracé en stations te Boxmeer/Venray - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51006816 Datum 06-11-2024 Document referentie NL24-
Versie C01 68/182
projectgebonden tijdelijke toename aan stikstofdepositie. De populatie Drijvende waterweegbree binnen het Natura 2000-gebied Maasduinen komt vooral voor in deelgebied Ravenvennen. Veel van de knelpunten benoemd onder H3130 zijn ook te benoemen als knelpunten voor deze habitatsoorten vanwege de overlap in leefgebied. Verdroging, stikstofdepositie en een te hoge fosfaatbelasting vormen de voornaamste knelpunten voor de drijvende waterweegbree. De achteruitgang van Drijvende waterweegbree wordt voor een belangrijk deel toegeschreven aan de bemesting van het oppervlaktewater met fosfaat vanuit nabije landbouwgronden. Op basis van de eerder genoemde knelpunten met een groter effect dan stikstofdepositie en de druk vanuit knelpunten specifiek op de Drijvende waterweegbree kan er met wetenschappelijke zekerheid worden uitgesloten dat in het kader van het bovenstaande een geringe tijdelijke toename van 0,04 mol N/ha/jaar in depositie tot meetbare veranderingen op de bestaande populatie of op de kansen tot uitbreiding van deze habitatsoort binnen het aanwezige leefgebied. Het voorgenomen project zal daarom geen significant negatieve gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen (uitbreiding en verbetering van omvang en kwaliteit van het leefgebied en uitbreiding van de populatie) van de H1831 in Maasduinen.
5.5
Beoordeling broedvogels
Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er, ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling, binnen het Natura 2000-gebied Maasduinen sprake is van een tijdelijke toename aan stikstofdepositie op het stikstofgevoelige leefgebied van acht stikstofgevoelige broedvogels (tabel 5.6). De leefgebieden van de in de tabel 5.6 ontbrekende soorten met een instandhoudingsdoelstelling binnen het Natura 2000-gebied Maasduinen, zijn niet gevoelig voor stikstofdepositie, of er vindt geen tijdelijke toename aan stikstofdepositie plaats op stikstofgevoelig leefgebied van deze soorten. Significant negatieve gevolgen voor deze overige broedvogelsoorten zijn daarom op voorhand uitgesloten. Tabel 5.6:
Berekende stikstofdepositiewaarden in mol N/ha/jaar op de leefgebieden van aangewezen soorten binnen het Natura 2000-gebied Maasduinen. De tabel bevat enkel soorten met een projecteffect op het leefgebied ≥0,01 mol N/ha/jaar. Depositiewaarden zijn gebaseerd op de resultaten uit de meest recente versie van AERIUS-Calculator (AERIUS 2024) en worden weergegeven in mol N/ha/jaar.
Soortcode
Broedvogel
Leefgebied1
A004 A008 A224
Dodaars Geoorde fuut Nachtzwaluw
A236
Zwarte Specht
H3130, H3160, Lg04 H3130, H3160, Lg04 H2330, H2310, H7110B, H4030, ZGH7110B, Lg09, H9190, Lg13, H4010A, Lg14, Lg10, H6120 Lg13, Lg14, H9120, H9190
KDW2
Maximale achtergrond depositie3
Maximaal effect4
Maximaal relevant effect5
500 500 714
2335 2335 3155
0,04 0,04 0,05
0,04 0,04 0,05
1071
3155
0,05
0,05
Sweco | Ecologische Beoordeling stikstofdepositie Kabeltracé en stations te Boxmeer/Venray - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51006816 Datum 06-11-2024 Document referentie NL24-
Versie C01 69/182
Soortcode
Broedvogel
Leefgebied1
A246
Boomleeuwerik
A249 A276
Oeverzwaluw Roodborsttapuit
A338
Grauwe Klauwier
H2310, H2330, H4030, Lg09, Lg10, H6120 H3130 H2310, H4030, Lg09, H4010A, H6120 H3130, H2310, H7110B, H4030, H3160, ZGH7110B, Lg09, H4010A, Lg06, Lg10, H6120
KDW2
Maximale achtergrond depositie3
Maximaal effect4
Maximaal relevant effect5
714
2679
0,05
0,05
500 714
2166 2496
0,04 0,04
0,04 0,04
500
2496
0,05
0,05
1. De habitat- en/of leefgebiedtypen met een toename van stikstofdepositie binnen het leefgebied van de soort volgens de relatie-leefgebied tabel (BIJ12 2020). 2. KDW van het meest gevoelige habitat- of leefgebiedtype binnen het leefgebied van de kwalificerende soort volgens Wamelink et al. (2023) 3. Achtergronddepositie volgens de meest recente versie van AERIUS-Calculator. kleuren betreft: een overschrijding KDW. 4. De maximale stikstofbijdrage op het leefgebied van de betreffende soort op basis van de meest recente versie van AERIUS-Calculator. 5. De maximale toename aan stikstofdepositie op hexagonen met een (naderende) overschrijding van de KDW door achtergronddepositie inclusief de berekende toename.
Voor de effectbeoordeling op de aangewezen stikstofgevoelige leefgebieden van broedvogels met een relevante tijdelijke toename aan stikstofdepositie tabel), wordt de belangrijkste informatie samengevat in tabel 5.7. Tabel 5.7:
Basisgegevens voor de effectbeoordeling van de toename van stikstofdepositie op leefgebieden van broedvogels binnen het Natura 2000-gebied Maasduinen.
Soortcode
Broedvogel
Leefgebied1
A004 A008 A224
Dodaars Geoorde fuut Nachtzwaluw
A236
Zwarte Specht
A246
Boomleeuwerik
A249 A276
Oeverzwaluw Roodborsttapuit
A338
Grauwe Klauwier
H3130, H3160, Lg04 H3130, H3160, Lg04 H2330, H2310, H7110B, H4030, ZGH7110B, Lg09, H9190, Lg13, H4010A, Lg14, Lg10, H6120 Lg13, Lg14, H9120, H9190 H2310, H2330, H4030, Lg09, Lg10, H6120 H3130 H2310, H4030, Lg09, H4010A, H6120 H3130, H2310, H7110B, H4030, H3160, ZGH7110B, Lg09, H4010A, Lg06, Lg10, H6120
Maximaal relevant effect2
Areaal met relevant effect (ha)3
Relevant t.o.v. totaal areaal (%)4
0,04 0,04 0,05
66,67 66,67 3114,72
100% 100% 99,6%
0,05
2643,56
100%
0,05
416,54
97,4%
0,04 0,04
43,45 334,94
100% 100%
0,05
441,42
97,6%
1. De habitat- en/of leefgebiedtypen met een toename aan stikstoftoename binnen het leefgebied van de soort volgens de relatie-leefgebied tabel (BIJ12 2020). 2. Maximale toename aan stikstofdepositie in mol N/ha/jaar op hexagonen met een (naderende) overschrijding van de KDW door achtergronddepositie inclusief het berekende stikstofeffect. 3. Totaal gekarteerd oppervlak met Sweco | Ecologische Beoordeling stikstofdepositie Kabeltracé en stations te Boxmeer/Venray - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51006816 Datum 06-11-2024 Document referentie NL24-
Versie C01 70/182
een relevante toename aan stikstofdepositie op basis van de meest recente habitattypenkaart (AERIUS 2024). 4. Het percentage aan areaal met een relevante toename aan stikstofdepositie ten opzichte van het totale areaal binnen het Natura 2000-gebied.
In de volgende paragrafen wordt de tijdelijke toename aan stikstofdepositie op het leefgebied van iedere broedvogelsoort uit tabel 5.7 beoordeeld. Zie bijlage 1 voor een algemene omschrijving per soort.
A004 - Dodaars Instandhoudingsdoelstelling De instandhoudingsdoelstelling voor de dodaars in Natura 2000-gebied Maasduinen is behoud van omvang en kwaliteit van het leefgebied met een draagkracht voor ten minste 50 broedparen. Huidig voorkomen en trend in populatie Het langjarig seizoensgemiddelde van de dodaars in Maasduinen is onbekend. Volgens het Beheerplan schommelde het aantal dodaarzen in de periode 19932013 tussen de 16 en 40 broedparen, waarmee de instandhoudingsdoelstelling niet behaald wordt. In laatste integrale kartering in 2019 werden bestond de lokale dichtheid uit 23 broedparen. De trend in aantal broedparen sinds 2007 is onzeker, de trend sinds 1990 is stabiel (Sovon). De broedvogel komt voornamelijk voor in het cluster vennen en vochtige heide. Omschrijving leefgebied Het broedbiotoop van de dodaars bestaat uit ondiepe, voedselarme tot matig voedselrijke zoete wateren met een weelderige oevervegetatie. Voedsel zoekt de dodaars in 1-2 m diep water (Natura 2000-profielendocument; A004). De dodaars heeft in Maasduinen geschikt leefgebied in de stikstofgevoelige habitattypen Zwakgebufferde vennen (H3130) en Zure vennen (H3160) en het stikstofgevoelige leefgebiedtype Zuur ven (Lg04). De dodaars broedt in heidevennen verspreid over het gehele Natura 2000-gebied (Gebiedsanalyse145, 2017). De kwaliteit van het leefgebied is matig (Beheerplan-145, 2020).
Berekende toename aan stikstofdepositie Op 100% (66,67 ha) van het totale stikstofgevoelige leefgebied van de broedvogelsoort Dodaars vindt, ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling, een tijdelijke toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een tijdelijke toename aan stikstofdepositie, ondervindt 100% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende tijdelijke toename aan stikstofdepositie. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale tijdelijke toename aan stikstofdepositie van 0,04 mol N/ha/jaar (figuur 5.20).
Sweco | Ecologische Beoordeling stikstofdepositie Kabeltracé en stations te Boxmeer/Venray - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51006816 Datum 06-11-2024 Document referentie NL24-
Versie C01 71/182
Figuur 5-20:
De locatie in het Natura 2000-gebied Maasduinen met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op het leefgebied van Dodaars (A004).
Knelpunten De belangrijkste factor die het voorkomen van de dodaars in Maasduinen bepaalt, is verdroging. Door het vroegtijdig droogvallen van vennen waar vogels broeden mislukt het broedseizoen, vanwege gebrek aan voedsel. Dodaarzen kunnen alleen in open water foerageren en niet-vliegvlugge vogels kunnen bij het droogvallen van een ven niet wegkomen (Natuurdoelanalyse Maasduinen, 2022). Stikstofdepositie wordt in de Gebiedsanalyse en het Beheerplan niet als knelpunt beschreven (Gebiedsanalyse-145, 2017; Beheerplan-145, 2020). Beoordeling toename aan stikstofdepositie De kwaliteit van het leefgebied van de Dodaars is matig en het langjarige seizoensgemiddelde van de Dodaars is lager dan de instandhoudingsdoelstelling. Op het volledige areaal aan leefgebied is sprake van een relevante projectgebonden tijdelijke toename aan stikstofdepositie. Stikstofdepositie vormt geen knelpunt voor de Dodaars in het Natura 2000gebied Maasduinen. Veel van de knelpunten voor het leefgebied van de Dodaars worden ook al benoemd onder H3130. Voornamelijk verdroging vormt het voornaamste knelpunt voor A004, maar stikstofdepositie vormt geen knelpunt voor de Dodaars. In het kader van het bovenstaande, en de eerder beschouwde knelpunten voor het leefgebied, zal een geringe toename van 0,04 mol N/ha/jaar in dit geval niet leiden tot meetbare effecten op de kwaliteit van het leefgebied van de Dodaars.
Het is met zekerheid uitgesloten dat in deze situatie een dergelijke geringe toename in depositie tot meetbare verslechtering van de abiotische condities (bodem pH, nutriënten beschikbaarheid), soortensamenstelling of structuur van het leefgebied zal leiden en daarmee de voedselbeschikbaarheid zal beïnvloeden. Het voorgenomen project staat, in het kader van het bovenstaande, er dan ook niet aan in de weg dat de Sweco | Ecologische Beoordeling stikstofdepositie Kabeltracé en stations te Boxmeer/Venray - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51006816 Datum 06-11-2024 Document referentie NL24-
Versie C01 72/182
instandhoudingsdoelstellingen (behoud oppervlak en behoud kwaliteit van het leefgebied ten behoeve van ten minste 50 broedparen) gehaald kan worden.
A008 - Geoorde fuut Instandhoudingsdoelstelling De instandhoudingsdoelstelling voor de geoorde fuut in Natura 2000-gebied Maasduinen is behoud van omvang en kwaliteit van het leefgebied met een draagkracht voor ten minste 7 broedparen. Huidig voorkomen en trend in populatie De geoorde fuut komt met een langjarig seizoensgemiddelde van minder dan 1 broedpaar voor in Maasduinen, waarmee de instandhoudingsdoelstelling niet wordt behaald. De trend in aantal broedparen is sinds 2007 sterk negatief, de trend sinds 1990 is stabiel (Sovon). De broedvogel komt voornamelijk voor in het cluster vennen en vochtige heide. Omschrijving leefgebied De geoorde fuut is een broedvogel van ondiepe wateren, die vaak broedt in heidevennen met een kokmeeuwenkolonie of in duinmeren. De plassen moeten een weelderige, maar niet te hoge oevervegetatie hebben van bijvoorbeeld pitrus of riet en een vlakke, geleidelijk aflopende oever. Het nest drijft, bestaat uit plantaardig materiaal en wordt verankerd aan omringende vegetatie (Natura 2000-profielendocument; A008). De geoorde fuut heeft in Maasduinen geschikt leefgebied in de stikstofgevoelige habitattypen Zwakgebufferde vennen (H3130) en Zure vennen (H3160) en het stikstofgevoelige leefgebiedtype Zuur ven (Lg04). De dodaars broedt in heidevennen verspreid over het gehele Natura 2000-gebied (Gebiedsanalyse-145, 2017).