CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

b NL.IMRO.0984.TAM24004-va01 tb4 onderzoek provinciaal natuurbeleid

Commissie Wonen 18 november 2025, gemeente VenrayBij agendapunt: TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22b “150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venray”.14.802 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Onderzoek in het kader van het provinciaal natuurbeleid provincie Noord-Brabant en Limburg

Inhoudsopgave

1

Inleiding ......................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding en doel ............................................................................................... 5 1.2 Plangebied .......................................................................................................... 6 1.3 Voorgenomen ingreep ......................................................................................... 6

2

Provinciaal natuurbeleid ................................................................................................ 8 2.1 Toetsingskader .................................................................................................... 8 2.1.1 Provinciaal beleid Noord-Brabant .......................................................... 8 2.1.2 Provinciaal beleid Limburg ..................................................................... 9

3

Ligging plangebied t.o.v. NNN en ander provinciaal beschermd gebied .................... 12 3.1.1 NNB-gebied ......................................................................................... 12 3.1.2 Ecologische verbindingszone .............................................................. 13 3.1.3 Groenblauwe waarden (Noord-Brabant) ............................................. 13 3.1.4 Natuurnetwerk Limburg ....................................................................... 15 3.1.5 Groenblauwe mantel (Limburg) ........................................................... 15 3.1.6 Natuurbeek .......................................................................................... 15

4

Wettelijk belang en alternatievenafweging .................................................................. 17 4.1 Belangenafweging ............................................................................................. 17 4.2 Alternatieven afweging ...................................................................................... 17

5

Wezenlijke kenmerken en Waarden provinciaal beschermd gebied .......................... 19 5.1 Natuurwaarden NNB ......................................................................................... 19 5.2 Natuurwaarden Natuurnetwerk Limburg ........................................................... 19 5.3 Natuurwaarden Groenblauwe waarden (Noord-Brabant) ................................. 19 5.4 Natuurwaarden Groenblauwe mantel (Limburg) ............................................... 20

6

Beschrijving effecten ................................................................................................... 22 6.1 Verstoring .......................................................................................................... 22 6.2 Ruimtebeslag (oppervlakteverlies) .................................................................... 25 6.3 Versnippering .................................................................................................... 26

7

Conclusie ..................................................................................................................... 27 7.1 Wettelijk belang en alternatieven ...................................................................... 27 7.2 Noord-Brabant ................................................................................................... 27 7.3 Limburg ............................................................................................................. 27 7.4 Eindconclusie .................................................................................................... 27

8

Referenties .................................................................................................................. 28

Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer sweco.projectId Datum Fout! Geen tekst met de

Versie Fout! Geen tekst met de

opgegeven stijl in het document.

opgegeven stijl in het document.

Document referentie https://swecogroup.sharepoint.com/sites/nl-post_archive/secretariaat/nee, tenzij-toets boxmeervenray_d3_ow_aangepast.docx

3/52

Bijlage 1 Toetsingskader Natuurnetwerk Nederland ............................................................. 30 Bijlage 2 Omschrijving natuurtypen (Bij12)............................................................................ 31 Bijlage 3 Beschrijving wezenlijke kenmerken en waarden NNB ........................................... 34 Bijlage 4 Kaarten tracé en NNB-gebieden knelpunten .......................................................... 45 Bijlage 5 Kaarten tracé en Groenblauwe mantel knelpunten ................................................ 50

Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer sweco.projectId Datum Fout! Geen tekst met de

Versie Fout! Geen tekst met de

opgegeven stijl in het document.

opgegeven stijl in het document.

Document referentie https://swecogroup.sharepoint.com/sites/nl-post_archive/secretariaat/nee, tenzij-toets boxmeervenray_d3_ow_aangepast.docx

4/52

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel

Als onderdeel van het project 'Versterken 150 kV-net Boxmeer-Venray' (voorts: project) dient een nieuwe ondergrondse 150 kVhoogspanningsverbinding gerealiseerd te worden tussen de 150 kVhoogspanningsstations Boxmeer in Noord-Brabant (hierna: BMR150) en Venray in Limburg (hierna: VENR150). Hiertoe dienen de volgende netuitbreidingen te worden gerealiseerd: • Twee kabelvelden op BMR150; • Twee kabelvelden op VENR150; • 150 kV-kabelverbinding (met een lengte van circa 19 km) tussen Boxmeer en Venray bestaande uit twee circuits. Op basis van een tracéstudie is een voorkeursalternatief (VKA) tussen beide stations gekozen. Binnen het VKA is vervolgens een definitief tracé bepaald. Het tracé is weergegeven in Figuur 1.1 en betreft het plangebied. Ten behoeve van deze ontwikkeling heeft Sweco Nederland B.V. een verkennend natuuronderzoek uitgevoerd1. Hieruit bleek dat er meerdere knelpunten bestaan met betrekking tot de ligging van het tracé ten opzichte van het NNN (NNB & Natuurnetwerk Limburg). Op de meeste locaties waar het NNN wordt doorkruist wordt het tracé aangelegd middels een gestuurde, ondergrondse boring. Omdat hiermee boven het maaiveld geen aantasting plaats vindt, zijn negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN deze locaties op voorhand uitgesloten.

In het zuiden van het plangebied, in de provincie Limburg, wordt echter een deel van het tracé middels een open ontgraving aangelegd in gebieden die zijn aangewezen tot de groenblauwe mantel (Omgevingsverordening Limburg 2024) en groenblauwe waarden (TAM-Omgevingsverordening Noord-Brabant). Ook wordt op enkele locaties in de provincie Noord-Brabant op zeer korte afstand van het NNB het tracé middels een open ontgraving aangelegd. De provincie Noord-Brabant erkent effecten op het NNB door externe werking. Negatieve effecten op het NNB kunnen daardoor op voorhand niet uitgesloten worden. Doordat er sprake is van een RO-procedure met betrekking tot het wijzigen van de bestemming binnen het plangebied en negatieve effecten op het NNN niet op voorhand uitgesloten kunnen worden, is er noodzaak tot het uitvoeren van een nadere effectanalyse. Ook zijn negatieve effecten op groenblauwe waarden en groenblauwe mantel niet op voorhand uit te sluiten, waarvoor het ‘ja, mits’principe dient te worden uitgewerkt. Dit is in voorliggend rapport verder uitgewerkt, net als het nee, tenzij-principe voor NNB-gebied. Deze nee, tenzij-toets is uitgevoerd vóór het in werking treden van de Omgevingswet. Onder de Wet natuurbescherming gold de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.

Hierin waren de afwijkende regels voor ontwikkelingen in NNB-gebied iets anders opgesplitst, waardoor het nee, tenzijprincipe aan de orde was. Nu geldt de TAM-Omgevingsverordening NoordBrabant en zou Artikel 5.36 Ontwikkeling met beperkte gevolgen voor natuurwaarden aan de orde kunnen zijn. Hiervoor is een onderbouwing van een groot maatschappelijk belang, niet van toepassing. Verder dient daarbij wel een alternatieve afweging te zijn gemaakt en dient bij verlies ook compensatie plaats te vinden. Aangezien een al uitgebreidere rapportage is opgesteld vanuit het nee, 1

Sweco Nederland B.V. 2021 Verkennend natuuronderzoek netuitbreiding Boxmeer-Venray 150 kV. d.d. 23 april 2024 Referentienummer: NL24-648800269-80980

Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

5/52

tenzij-principe, is daarom aangehouden en enkel geactualiseerd op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en nieuwe omgevingsverordeningen.

1.2

Plangebied

Het plangebied ligt globaal tussen Venray en Boxmeer. Het plangebied bestaat uit het tracé en een bufferzone van 20 meter aan weerszijde, die mogelijk gebruikt kunnen worden als werkstrook. Het tracé is in totaal 20,7 km lang. Het tracé en de locaties van open ontgraving en HDD zijn weergegeven in onderstaande Figuur 1.1.

Figuur 1.1 tracé nieuwe ondergrondse 150kV hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venray (blauwe en gele lijn)

1.3

Voorgenomen ingreep

De voorgenomen ingreep betreft de aanleg van een nieuwe ondergrondse 150kV hoogspanningsverbinding door middel van gestuurde, ondergrondse boringen en open ontgraving. Gestuurde boringen (HDD) bestaan uit een pilot boring, de ruimer operatie en intrekken van de leiding. Op de boorlocatie wordt materieel aangevoerd met vrachtwagens, containers en flatbed trailers. De ‘rig’, een machine die wordt Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

6/52

gebruikt voor gestuurde boring, staat bij het intredepunt. Bij het uittredepunt is een kleine werkruimte aanwezig om de boorbuizen af te koppelen. Aan deze zijde bevindt zich ook de uitlegstrook van de in te trekken bundels. De rig wordt opgesteld met behulp van een tele-kraan en een graafmachine. De benodigde elektrische en hydraulische koppelingen worden gemaakt. Bij de rig wordt een intrede put gegraven. De boorstelling zal onder de gewenste intredehoek met de horizontaal worden opgesteld. De boring gaat dieper dan de sleuven die voor de open ontgraving worden gegraven, namelijk vanaf 5 meter diep. De wortels van bomen en andere beplanting komen in Nederland niet zo diep onder de gemiddelde grondwaterstand, wat hier 2 meter -mv bedraagt. De beplanting in NNB-gebieden zal door deze gestuurde boringen niet worden aangetast. Bij open ontgraving worden er sleuven gegraven met graafmachines, waar de kabels in komen te liggen. Deze sleuven zijn circa 5 meter breed en circa 2 meter diep. Met grote haspels worden de kabels vervoerd naar de bouwplaatsen, en met behulp van trekkabels en lieren worden de kabels in de sleuven gelegd.

Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

7/52

2

Provinciaal natuurbeleid

2.1

Toetsingskader

Het beleidskader van de overheid dat niet in wetgeving is vastgelegd bestaat uit: • Provinciaal beleid Noord-Brabant: • Natuurnetwerk Brabant (NNB): • Ecologische verbindingszones. • Groenblauwe waarden. • Provinciaal beleid Limburg: • Natuurnetwerk Limburg (NNL) • Groenblauwe mantel. Andere beschermde gebieden zoals Natte Natuurparels, Rust- en foerageergebied ganzen en smienten en het Nationaal Landschap Zuid-Limburg komen hier niet in de omgeving voor dus worden niet verder uitgewerkt.

2.1.1

Provinciaal beleid Noord-Brabant

2.1.1.1

Natuurnetwerk Brabant

Het Natuur Netwerk Brabant (NNB) is een samenhangend netwerk van natuurgebieden en landbouwgebieden met natuurwaarden van (inter-)nationaal belang, zoals bossen, heide en vennen, stuifduinen, schraalgraslanden, rivieren en beken. Het doel van het NNB-beleid is het veiligstellen van ecosystemen en het realiseren van leefgebieden met goede condities voor de biodiversiteit. Deze leefgebieden zijn belangrijk voor dier- en plantensoorten. Het NNB bestaat uit: • Bestaande natuur- en bosgebieden. • Gerealiseerde nieuwe natuur. Dit zijn gronden die met subsidie uit het Natuurbeheerplan zijn gerealiseerd als nieuwe natuur en waar de landbouwfunctie of een andere niet-natuurbestemming is verdwenen. • Nog niet gerealiseerde nieuwe natuur. Dit zijn meestal agrarische gronden die in het Natuurbeheerplan zijn aangewezen als nieuwe natuur, maar waar de gewenste natuurfunctie nog niet is gerealiseerd. De oude functie of bestemming is nog aanwezig. • Ecologische verbindingszones. De bescherming van het Natuurnetwerk Brabant is geregeld in artikel 5.30, lid 1 van de TAM-Omgevingsverordening Noord-Brabant (Provincie Noord-Brabant, a, 2024). Een omgevingsplan van toepassing op Natuur Netwerk Brabant: • Strekt tot het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken.

• Bevat regels gericht op de bescherming van de ecologische waarden en kenmerken en houdt daarbij ook rekening met andere aanwezige waarden en kenmerken, zoals rust, stilte, cultuurhistorische waarden en kenmerken. • Staat, zolang het Natuur Netwerk Brabant niet is gerealiseerd, bestaande bebouwing en bestaande planologische gebruiksactiviteiten toe. Op basis van het rijksbeleid (Nota ruimte en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) geldt de verplichting om de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB in stand te houden en te beschermen (artikel 3.12 lid 6 van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening).

Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

8/52

In de TAM-Omgevingsverordening Noord-Brabant kan de afweging voor ingrepen in het NNB gaan volgens vier verschillende mogelijkheden, namelijk: 1. nieuwe ontwikkelingen in het Natuur Netwerk Brabant, bedoeld in Artikel 5.33; 2. het nee, tenzij-principe, bedoeld in Artikel 5.34; 3. de saldobenadering, bedoeld in Artikel 5.35; 4. een ontwikkeling met beperkte gevolgen voor natuurwaarden als bedoeld in Artikel 5.36. Volgens het ’nee, tenzij-principe’ geldt het volgende: Ingrepen en/of ontwikkelingen met een negatieve invloed op de wezenlijke kenmerken en waarden mogen in het beginsel niet plaatsvinden, tenzij er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang en er geen alternatieven zijn. Negatieve effecten van een ingreep en/of ontwikkeling aan de ecologische waarden en kenmerken van het NNB-gebied, dienen waar mogelijk te worden beperkt en de overblijvende, negatieve effecten worden gecompenseerd, overeenkomstig artikel 5.37 Compensatie. Ecologische waarden en kenmerken kunnen beschreven worden als de aanwezige en potentiële waarden, gebaseerd op de beoogde natuurkwaliteit voor het gebied, waartoe behoren natuurdoelen en natuurkwaliteit, geomorfologische processen, waterhuishouding, kwaliteit van bodem, water en lucht, rust, mate van stilte, donkerte, openheid, landschapsstructuur en belevingswaarde.

Als wezenlijke ecologische kenmerken en waarden gelden de natuurbeheertypen zoals vastgelegd op de beheertypenkaart en de ambitiekaart van het natuurbeheerplan. De beheertypenkaart brengt in beeld wat de actuele situatie is. De ambitiekaart geeft de gewenste eindsituatie (ambitie) aan. In de provincie Noord-Brabant is daarbij de externe werking van het NNB van toepassing. Een omgevingsplan dat is gelegen buiten het Natuur Netwerk Brabant en leidt tot een aantasting van de wezenlijke ecologische kenmerken en waarden van het Natuur Netwerk Brabant anders dan door de verspreiding van stoffen in lucht of water, strekt ertoe dat de negatieve effecten waar mogelijk worden beperkt en de overblijvende, negatieve effecten worden gecompenseerd.

2.1.1.2

Groenblauwe waarden

Het NNB hangt samen met het Natuur Netwerk Nederland (NNN) en met het Europese net van natuurgebieden (Natura 2000). Om de robuustheid van het systeem te bevorderen, zijn er gebieden opgenomen als verbinding tussen het Natuur Netwerk Brabant en het Landelijk gebied; de Groenblauwe waarden. Het beleid in de Groenblauwe waarden zijn gericht op het behoud en vooral de ontwikkeling van natuur, watersysteem en landschap. De Groenblauwe waarden maken geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland. In de groenblauwe waarden wordt de ‘ja, mits-benadering’ gehanteerd, hetgeen betekent dat ruimte kan worden geboden voor de ontwikkeling van gebruiksfuncties zoals landbouw en recreatie, mits deze bijdragen aan de kwaliteiten van natuur, water en landschap.

2.1.2

Provinciaal beleid Limburg

2.1.2.1

Natuurnetwerk Limburg (NNL)

De begrenzing en bescherming van het NNN (bijlage 1) is in Limburg als Natuurnetwerk Limburg (als onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland), vastgelegd in de Omgevingsverordening Limburg 2024 (Provincie Limburg, b, 2024) (paragraaf 8.1.2). In het Natuurnetwerk Limburg gelden wezenlijke kenmerken en waarden. In bestaande en nog te realiseren natuurgebieden zijn de aanwezige en potentiële natuurwaarden vertaald in natuurbeheertypen zoals vastgelegd op de natuurbeheertypenkaart en de ambitiekaart van het

Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

9/52

natuurbeheerplan. Verder behoren tot de wezenlijke kenmerken en waarden de beschermde soorten, de geomorfologische en aardkundige waarden en processen, het cultuurhistorisch erfgoed, de waterhuishouding, kwaliteit van bodem, water en lucht, rust, stilte, donkerte, openheid of juist geslotenheid van de landschapsstructuur. Ingrepen die de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied vernietigd, verstoord en/of versnipperd in de NNL zijn in principe niet toegestaan, tenzij wordt voldaan aan een aantal voorwaarden die staan beschreven in de Omgevingsverordening Limburg 2024 (artikel 8.3).

2.1.2.2

Groenblauwe mantel

De groenblauwe mantel maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland. De gebieden die zijn aangewezen als groenblauwe mantel, vormen een ecologische verbinding tussen gebieden gelegen binnen het Natuurnetwerk Limburg in het bijzonder met het oog op de impact voor de in het aanwijzingsbesluit aangewezen habitattypen en soorten in de Natura 2000 gebieden (inclusief Natura 2000-gebieden ondergrondse kalksteengroeven) en overige bedreigde soorten die er hun leefgebied hebben. De aanwezige kernkwaliteiten in de groenblauwe mantel zijn daarbij van belang en de waarde van de groenblauwe mantel heeft tevens betrekking op de instandhouding van de natuurdoeltypen in de aangrenzende gebieden van het Natuurnetwerk Limburg. Tevens zijn de gebieden binnen de blauwgroene mantel van belang voor het bieden van ruimte voor water en als waterberging in laagten en beekdal. In de groenblauwe mantel wordt de ‘ja, mits-benadering’ gehanteerd, hetgeen betekent dat ruimte kan worden geboden voor de ontwikkeling van gebruiksfuncties, mits rekening wordt gehouden met de kernkwaliteiten van het gebied, per saldo geen kwaliteitsverlies plaatsvindt en negatieve effecten worden gecompenseerd (Omgevingsverordening Limburg 2024, artikel 7.6).

De kernkwaliteiten in de groenblauwe mantel zijn: • het groene karakter; • het visueel-ruimtelijk karakter; • het cultuurhistorisch erfgoed; • het reliëf; • ruimte voor water en waterberging in de laagten en beekdal. De kernkwaliteiten in de groenblauwe mantel zijn nader uitgewerkt in bijlage VIII van de Omgevingsverordening Limburg 2024. De motivering bij een omgevingsplan dat betrekking heeft op een gebied in de groenblauwe mantel beschrijft: • de in het plangebied aanwezige kernkwaliteiten in de groenblauwe mantel; • de waarde van het plangebied als ecologische verbinding tussen gebieden gelegen binnen het Natuurnetwerk Limburg in het bijzonder met het oog op de impact voor de in het aanwijzingsbesluit aangewezen habitattypen en soorten in de Natura 2000 -gebieden (inclusief Natura 2000-gebieden ondergrondse kalksteengroeven) en overige bedreigde soorten die er hun leefgebied hebben; • de waarde van het plangebied met het oog op de instandhouding van de natuurdoeltypen in de aangrenzende gebieden van het Natuurnetwerk Limburg; • de waarde van het plangebied voor het bieden van ruimte voor water en als waterberging in laagten en beekdal en • de wijze waarop rekening is gehouden met de waarden onder bovenstaande punten; • hoe op gebiedsniveau per saldo geen kwaliteitsverlies plaatsvindt van de waarden onder bovengenoemde waarde.

Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

10/52

•

hoe de negatieve effecten zijn gecompenseerd. Bij de compensatie van de negatieve effecten op natuurwaarden met de kernkwaliteit “het groene karakter” worden de regels opgenomen in Bijlage IX (Omgevingsverordening Limburg 2024) gevolgd.

Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

11/52

3

Ligging plangebied t.o.v. NNN en ander provinciaal beschermd gebied

Het tracé loopt gedeeltelijk door en langs NNB-gebied en Natuurnetwerk Limburg (beiden onderdeel van NNN) (Figuur 3.1). Een deel van het tracé zal echter onder de grond worden aangebracht en op deze plekken zullen geen bovengrondse werkzaamheden plaatsvinden (HDD), behalve op de plek waar de boring wordt uitgevoerd (het intredepunt en uittredepunt). Deze boorlocaties zijn allen gelegen buiten NNN-gebied. Ook de delen van het tracé waar door middel van open ontgraving wordt gewerkt zijn buiten NNN-gebieden gelegen. Het tracé wordt echter op enkele locaties op zeer korte afstand van het NNN middels een open ontgraving aangelegd. De provincie Noord-Brabant erkent effecten op het NNN door externe werking. Negatieve effecten op het NNB kunnen daardoor op voorhand niet uitgesloten worden. De provincie Limburg kent geen externe werking van effecten veroorzaakt buiten de Natuurnetwerk Limburg.

Legenda HDD

NNN, groenblauwe waarden groenblauwe mantel

Mantelbuis

Netwerkuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV

Mini HDD Open ontgraving

Opdrachtgever: TenneT Projectnummer: 51006816 Datum: 14-1-2025 Schaal: 1:64.475 Formaat: A4

2021 Beekdal 2021 Groenblauwe mantel Groenblauwe waarden Noord-Brabant NNN

´

Land NRW, Kadaster, Esri, TomTom, Garmin, GeoTechnologies, Inc, METI/NASA, USGS; Esri, 0 75 150 225 Foursquare, 300 375 450 meter EsriNL, Rijkswaterstaat, Intermap, NASA, NGA, USGS

Natuurbeek

© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden

P:\5310\51006816_150_kV_Boxmeer-Venray_Veldonderzoeken\W300 Project specifieke werkpakketten\B09 Ecologisch onderzoek\aanvullend onderzoek\ArcGis Pro boxmeer-venray.aprx 14-1-2025 11:42

Daarnaast loopt het tracé in het zuiden door de groenblauwe mantel (Limburg) waarvan de voorkomende kernkwaliteiten tevens zijn beschermd en eventuele negatieve effecten moeten worden gecompenseerd. De eerdergenoemde knelpunten langs het tracé zijn in Figuur 3.1 weergegeven met cirkels.

Figuur 3.1 Ligging van het tracé (blauw = open ontgraving, geel = gestuurde boring) ten opzichte van het NNN (groen gearceerd), groenblauwe waarden (donkerblauw gearceerd) en groenblauwe mantel (blauw gearceerd). Zwarte cirkels geven mogelijke knelpunten met betrekking tot de aanleg aan.

3.1.1

NNB-gebied

De knelpunten betreffen vijf NNB-gebieden waar het tracé door middel van open ontgraving wordt aangelegd. Nabij het hoogspanningsstation in Boxmeer, is op circa 10 meter van de ZRO-strook (Zakelijk Recht Overeenkomst) een bos gelegen, dat ‘vochtig bos met productie’ betreft. Ook nabij Sambeeksedijk 6A is langs het tracé een NNB-gebied ‘vochtig bos met productie’ aanwezig, Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

12/52

waar echter wel een brede bomenrij tussen is gelegen (circa 30 meter). Verderop nabij Lindelaan loopt het tracé met open ontgraving weer langs NNBgebied, een bosschage bestemd als ‘droog bos met productie’. Het bos ‘Hondsbergen’, waar het tracé doorheen en langs loopt, betreft grotendeels ook ‘droog bos met productie’ en gedeeltelijk ‘dennen, eiken- en beukenbos’. Alleen ten noorden van dit NNB-gebied is open ontgraving gepland langs dit bos. Verder gaat het tracé onder het bos door. Het tracé gaat wel met grotendeels open ontgraving langs bos ‘Het Helder’, dat bestemd is als ‘droog bos met productie’. Alle knelpunten waarbij het tracé met een open ontgraving langs NNB-gebied is gelegen zijn weergegeven in Bijlage 4.

3.1.2

Ecologische verbindingszone

Er worden geen ecologische verbindingszones doorkruist en het tracé is ook niet nabij een ecologische verbindingszone gelegen. De dichtstbijzijnde ecologische verbindingszone is gelegen op circa 930 meter ten westen van het tracé, zie Figuur 3.2.

Figuur 3.2 het tracé ten opzichte van het dichtstbijzijnde onderdeel van de ecologische verbindingszone (rode arcering).

3.1.3

Groenblauwe waarden (Noord-Brabant)

Het tracé loopt op twee locaties door Groenblauwe waarden in Noord-Brabant. Het tracé loopt door middel van HDD onder de Sambeekse Uiterwatering en door middel van open ontgraving op de oever van de watergang nabij Oploseweg (Figuur 3.3 en Figuur 3.4). Beide watergangen behoren tot gebied met Groenblauwe waarden. Door HDD zal de Sambeekse Uiterwatering niet worden aangetast en zijn effecten op de Groenblauwe waarden niet aan de orde. De knelpunten waar het tracé door middel van open ontgraving wordt aangelegd langs de watergang bij Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

13/52

de Oploseweg, zijn allen weide- en akkerlanden. Negatieve effecten op de kernkwaliteiten van deze gebieden zijn niet op voorhand uitgesloten.

Figuur 3.3 Tracé met HDD door Groenblauwe waarden (donkerblauwe arcering) Sambeekse Uiterwatering.

Figuur 3.4 Tracé net door Groenblauwe waarden (donkerblauwe arcering) langs de watergang nabij Oploseweg.

Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

14/52

3.1.4

Natuurnetwerk Limburg

Het tracé loopt een klein gedeelte door de beschermde Natuurnetwerk Limburg. Hier wordt echter gebruik gemaakt van een ondergrondse boring. Tevens loopt het tracé langs gebieden die als Natuurnetwerk Limburg zijn aangesteld. Hierop geldt in de provincie Limburg echter geen externe werking. Het deel van het tracé dat onder de Natuurnetwerk Limburg doorgetrokken zal worden, zal geen effect hebben op de kenmerken en waarden van het gebied erboven.

3.1.5

Groenblauwe mantel (Limburg)

Het tracé doorkruist door middel van open ontgraving en door middel van HDD de Groenblauwe mantel. Het betreft vier gebieden in het buitengebied tussen Overloon en Venray waar open ontgraving in Groenblauwe mantel plaatsvindt (Figuur 3.5 en Bijlage 5). De kernkwaliteiten in de Groenblauwe mantel zijn het groene karakter, het visueel-ruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed, reliëf en ruimte voor water en waterberging in de laagten en beekdal (Provincie Limburg, 2024). Het gebied waar het tracé doorheen loopt betreft een beekdal. De knelpunten waar het tracé door middel van open ontgraving wordt aangelegd, zijn allen weide- en akkerlanden. Negatieve effecten op de kernkwaliteiten van deze gebieden zijn niet op voorhand uitgesloten.

Figuur 3.5 locaties tracé open ontgraving, door Groenblauwe mantel en beekdal en onder de natuurbeek met HDD Limburg (rode cirkels) (bron: Omgevingsverordening Limburg 2024)

3.1.6

Natuurbeek

Er is een natuurbeek aanwezig waar het tracé doorheen loopt, genaamd de Loobeek. Het tracé zal echter het water eenmaal, breed kruisen onder de grond door middel van HDD. Het deel van het tracé dat onder de natuurbeek doorgetrokken zal worden, zal geen effect hebben op de kenmerken en waarden van de beek erboven. Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

15/52

Samenvatting Er zijn door externe werking mogelijk sprake van negatieve effecten op de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNB-gebied. Hiervoor is deze voorliggende rapportage opgesteld, met de nadere uitwerking van een ’nee, tenzij-toets’ in volgende hoofdstukken. Ook zijn negatieve effecten op de wezenlijke waarden en kenmerken van Groenblauwe mantel van provincie Limburg en Groenblauwe waarden van provincie Noord-Brabant niet op voorhand uitgesloten aangezien het tracé door middel van open ontgraving door deze gebieden loopt. De mogelijke effecten worden in hoofdstuk 6 verder uitgewerkt.

Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

16/52

4

Wettelijk belang en alternatievenafweging

4.1

Belangenafweging

Voor de voorgenomen realisatie van een nieuwe ondergrondse hoogspanningsverbinding is sprake van een ‘groot openbaar belang’ voor de regionale economie en er ontbreken alternatieven. In (het concept van) de Omgevingsverordening wordt het begrip “groot openbaar belang” niet gedefinieerd. De wetgever heeft het in het midden gelaten wat deze dwingende redenen van groot openbaar belang zouden kunnen zijn. De Afdeling heeft dwingende redenen van groot openbaar belang inmiddels redelijk ingekleurd: het regionaal werkgelegenheidsbelang, (regionale) woningbehoefte, doorstroming, verkeersveiligheid, ontsluiting en leefbaarheid, duurzame energie en het belang van de Nederlandse economie (Reinders, 2020).

In Noord-Brabant en Limburg wordt beperkt elektriciteit opgewekt en steeds meer elektriciteit verbruikt. Om ervoor te zorgen dat er voldoende elektriciteit beschikbaar is, moet er over het hoogspanningsnetwerk vooral elektriciteit naar deze regio toe worden getransporteerd. Voor de toekomst zal de productie in dit deel van het net afnemen, zodat er meer aanvoer vanaf andere productielocaties nodig is. Het bestaande 150kV-hoogspanningsnetwerk voldoet niet aan alle technische eisen om in deze toenemende behoefte te kunnen voorzien en om bij storingen elders in het hoogspanningsnet in Noord-Brabant en Limburg de leveringszekerheid te garanderen. Om aan de technische eisen te voldoen en om klaar te zijn voor de toekomstige situatie, is het voor TenneT noodzakelijk om het 150 kV-hoogspanningsnetwerk in Noord-Brabant en Limburg te versterken. Dit wordt onder meer gedaan door het vergroten van de transportcapaciteit tussen Boxmeer (Brabant) en Venray (Limburg). Het versterken van het 150kVnet is hierdoor een project van economisch belang.

4.2

Alternatieven afweging

Om te bepalen welke route het meest geschikt is voor de realisatie van de ondergrondse 150 kV-hoogspanningsverbinding heeft Sweco in opdracht van TenneT een tracéstudie uitgevoerd. Voor het uitvoeren van de tracéstudie zijn diverse planologische en technische uitgangspunten gehanteerd, ook wel thema’s genoemd. Daarnaast is in de afweging van de tracéalternatieven zo veel mogelijk rekening gehouden met de inbreng vanuit de omgeving. Belangrijke uitgangspunten zijn dat bebouwing bij voorkeur gemeden wordt en dat rekening gehouden wordt met de bodemopbouw en de aanwezigheid van archeologische waarden en beschermde natuurgebieden. Ook wordt gelet op andere ontwikkelingen in het gebied, zoals de toekomstige aanleg van zonnepark Sambeeksedijk A73 in de gemeente Land van Cuijk. Om meer inzicht te krijgen in de projectspecifieke omgevingsaspecten is aan de hand van de traceringuitgangspunten een GIS-analyse uitgevoerd voor het gehele zoekgebied. Aan de hand van de ruimtelijke GIS-analyse zijn in het plangebied drie corridors bepaald van enkele honderden meters breed. Drie mogelijke tracés zijn ingetekend binnen de corridors tussen hoogspanningsstation Boxmeer en Venray. De tracés zijn bepaald waarbij gekozen is voor de routes met de minste belemmeringen gecombineerd met een zo kort mogelijke afstand tussen de beide hoogspanningsstations.

Door de eigenschappen van het zoekgebied zijn er in alle tracéalternatieven aandachtspunten aanwezig.

Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

17/52

De drie ingetekende tracéalternatieven zijn vervolgens voorzien van een buffer van 70 meter aan weerszijden vanaf de hartlijn. Hiermee zijn tracéalternatieven ontstaan met een maximale breedte van 140 meter, als gebied waar binnen een kabeltracé aangelegd kan worden. Deze 140 meter zorgt ervoor dat er speling mogelijk is met de uiteindelijke ligging van het tracé binnen het voorkeursalternatief. De tracéalternatieven zijn handmatig bijgesteld op basis van enkele zwaarwegende criteria. De tracéalternatieven zijn vervolgens op elk thema beoordeeld. Op basis van de totaalscore voor alle thema's is één tracéalternatief (‘west’) aangewezen als het voorkeursalternatief (VKA). Aan de hand van het VKA zijn diverse online ateliers gehouden met stakeholders. De aanwezigen, zoals omwonenden en perceeleigenaren, zijn tijdens deze sessies in de gelegenheid gesteld om voor hen het meest logische tracé binnen het VKA in te tekenen. Tevens hebben de aanwezigen informatie gegeven betreffende perceeleigenschappen en uitbreidingsplannen. Enkele voorbeelden hiervan zijn de aanwezigheid van hoogwaardige teelten zoals asperges, lokale zandwegen in bosschages en biologische boerderijen. De input welke is verkregen uit deze online ateliers is gebruikt bij finetunen van het VKA. Het definitieve VKA heeft een breedte van 40 meter.

Er kan derhalve worden gesteld dat het tracé met grote zorgvuldigheid is bepaald en er geen sprake is van een andere, bevredigender optie om het tracé te realiseren. Het bovenstaande proces is in groter detail beschreven in de toelichting van het omgevingsplan.

Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

18/52

5

Wezenlijke kenmerken en Waarden provinciaal beschermd gebied

5.1

Natuurwaarden NNB

Op basis van het natuurbeheerplan (Provincie Noord-Brabant, b, 2024) en het verkennend veldbezoek zijn de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN gedefinieerd. Voor ieder deel van het NNN bestaan deze uit de in het gebied aanwezige natuurwaarden (beheertypenkaart) en, voor gebieden met een bestemming voor natuur tevens de potentiële natuurwaarden (ambitiekaart). Deze komen voor de huidige casus overeen (geen afwijkende ambitie). Uit het vigerende natuurbeheerplan van de provincie Noord-Brabant blijkt het volgende: • NNB-gebied 1 Het Broek: • N16.04 Vochtig bos met productie met een oppervlakte van 49.112,04 m2. • NNB-gebied 2 Sambeekse Broek: • N16.04 Vochtig bos met productie met een oppervlakte van 59.834,74 m2. • NNB-gebied 3 De Ploeg: • N16.03 Droog bos met productie met een oppervlakte van 27.261,47 m2. • NNB-gebied 4 Hondsbergen: • N16.03 Droog bos met productie met een oppervlakte van 1.272.643,12 m2. • N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos met een oppervlakte van 100.068,22 m2. • NNB-gebied 5 Het Helder: • N16.03 Droog bos met productie met een oppervlakte van 1.559.626,48 m2. De omschrijving van de verschillende natuurtypen N16.04, N16.03, N15.02 staan uitgewerkt in bijlage 2. In bijlage 3 zijn de kenmerken en waarden van de vijf NNB-gebieden verder uitgewerkt.

5.2

Natuurwaarden Natuurnetwerk Limburg

Op basis van het natuurbeheerplan (Provincie Limburg, a, 2024) en het verkennend veldbezoek zijn de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN gedefinieerd. Ook voor het Natuurnetwerk Limburg waar het tracé doorheen loopt komt de aanwezige en potentiële natuurwaarden overeen. Uit het vigerende natuurbeheerplan van de provincie Limburg blijkt het volgende: • Natuurnetwerk Limburg Het Helder (Limburgs deel): • N16.03 Droog bos met productie met een oppervlakte van circa 103.280 m2. De omschrijving van de natuurtype N16.03 staat uitgewerkt in Bijlage 2. In Bijlage 3 zijn de kenmerken en waarden van de vijf NNB-gebieden verder uitgewerkt. Het Natuurnetwerk Limburg deel van Het Helder, grenst ten zuiden aan NNB-gebied 5 Het Helder en hierop zijn dezelfde natuurwaarden van toepassing, aangezien het een aaneengesloten droog bos met productie betreft.

5.3

Natuurwaarden Groenblauwe waarden (NoordBrabant)

Binnen één locatie wordt het tracé aangelegd door middel van open ontgraving binnen de Groenblauwe waarden van de watergang nabij de Oploseweg. Het tracé zal niet door de watergang zelf lopen, maar in de akkers grenzend aan deze watergang. Op dit moment is er nog geen omgevingsvisie of omgevingsplan van gemeente Land van Cuijk met onderbouwing van de waarden van gebieden die vallen onder de Groenblauwe waarden. Wel is er een nog geldend beleidskader zon op Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

19/52

land van gemeente Land van Cuijk beschikbaar waar over de voormalige Groenblauwe mantel in deze gemeente wordt gesproken. Het gebied waar het tracé langs de watergang loopt is gelegen in het deelgebied Peelzoom. Het deelgebied de Peelzoom ligt op de overgang van de lage Raamvallei en de hoge Peelkern. Het gebied kenmerkt zich door een afwisseling van bossen en open landbouwgebieden. Door de ligging op de rand van hogere en lagere gronden zijn hier vroeger veel agrarische buurtschappen ontstaan die vaak verder zijn uitgegroeid tot woonkernen. De (dennen)bossen werden aangeplant op de minder vruchtbare gronden, vaak voor de mijnbouw. Dit heeft geleidt tot een stevige bosgordel tussen de dorpen die de overgang tussen andere deelgebieden zoals Peelkern en Raamvallei/Noord-zuid as markeert.

5.4

Natuurwaarden Groenblauwe mantel (Limburg)

Binnen 4 locaties wordt het tracé aangelegd door middel van open ontgraving in een Groenblauwe mantel (Figuur 5.1 en bijlage 5). Dit gebied kenmerkt zich als beekdal door de aanwezigheid van de Loobeek en het Afleidingskanaal. Het beekdal kent verschillende gebruiksfuncties, zoals landbouw, recreatie en cultuurhistorie. De kernkwaliteiten in de Groenblauwe mantel ‘Beekdal’ zijn vooral het natuurlijke fundament, het visueel-ruimtelijk karakter en het cultuurhistorisch landgebruik. Een belangrijke kwaliteit van het beekdal is de doorgaans natte structuur, waardoor het beekdal kan functioneren als ecologische verbindingszone. Ook vormen de hoogteverschillen loodrecht op de beek van de lage beek naar verder weggelegen hogere gronden een belangrijke kwaliteit. De delen waar weide- oude hooi en graslanden voorkomen zijn zeer waardevol (cultuurhistorie). In het verleden werden de gronden door gecontroleerde bevloeiing vruchtbaar gemaakt. Deze bevloeiingssystemen zijn cultuurhistorisch zeer waardevol. Een typisch beekdal wordt gekenmerkt door een overwegend halfopen kleinschalig landschap met afwisselend hooilanden, weilanden, bosjes en kleine landschapselementen. In het beekdal bevindt zich meestal weinig tot geen bebouwing. Daar waar de karakteristieke kleinschaligheid bewaard is gebleven, is het landschap visueel-ruimtelijk nog aantrekkelijk en waardevol.

De Groenblauwe mantel, waardoor het tracé loopt, betreft akker-, weide- en grasland, met name bedoelt voor de veehouderij. Er komen waterlopen en landschapselementen, zoals houtsingels en knotbomen in het beekdal voor.

Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

20/52

Figuur 5.1 locaties tracé open ontgraving, door Groenblauwe mantel in Limburg (rode cirkels) (bron: Omgevingsverordening Limburg, 2024)

Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

21/52

6

Beschrijving effecten

In voorliggend hoofdstuk wordt ingegaan op de effecten die (mogelijk) optreden als gevolg van de ontwikkeling. De volgende effectindicatoren zijn hierbij nader getoetst op relevantie: • Verstoring door geluid. • Verstoring door licht. • Verstoring door trilling. • Optische verstoring. • Oppervlakteverlies/versnippering. Overige directe effectindicatoren, zoals verontreiniging, verdroging en vernatting zijn op basis van het verkennende natuuronderzoek, op voorhand uitgesloten.

6.1

Verstoring

Verstoring van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB kunnen optreden door (het uitstralen van) geluid, licht en trillingen in de aanlegfase. In de Natuurnetwerk Limburg wordt niet fysiek gewerkt en is geen externe werking van toepassing, dus is de Natuurnetwerk Limburg in deze paragraaf niet meegenomen. Enkele werkzaamheden die tijdens de aanleg van de nieuwe ondergrondse hoogspanningsverbinding zullen worden uitgevoerd, betreffen onder andere graafwerk, horizontaal boren (HDD) en het gebruik van bijbehorende machines zoals graafmachines, kranen, vrachtwagens en ander werkverkeer. Met de voorgenomen ontwikkeling is mogelijk sprake van een verhoogde mate van verstoring door, bijvoorbeeld, trillingen door boringen of geluids- en optische verstoring door graafmachines bij de open ontgraving en het horizontaal gestuurd boren. Verstoring door trilling treedt vaak gelijktijdig op met de productie van geluid en/of visuele verstoring, waarbij de verstoring door geluid vaak verder reikt dan de verstoring door trillingen. De werkzaamheden zijn echter allen tijdelijk. Na realisatie van de nieuwe ondergrondse 150kV hoogspanningsverbinding zal deze grond weer beschikbaar zijn voor flora en fauna om te herstellen en zullen geen blijvende negatieve effecten hebben op (de functie van) het NNB.

Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden om de nieuwe ondergrondse 150kV hoogspanningsverbinding aan te leggen dient rekening gehouden te worden met het mogelijke verstoren van broedvogels en andere kwalificerende soorten, zodat de biotische kwaliteit van het NNB niet achteruit gaat. Het verstoren van nesten tijdens het broedseizoen van kwalificerende broedvogels kan een negatief effect hebben, namelijk het niet kunnen voortplanten. Bescherming van soorten is geregeld in de Omgevingswet onderdeel “Activiteiten met betrekking tot dieren of planten in het wild” (afdeling 11.2 Bal, Ow). Dit is reeds beschreven in het verkennend natuuronderzoek en is geen onderdeel van deze Nee-tenzij toets. De betreffende NNB-gebieden worden op basis van bestaande gegevens (NDFF) gebruikt door verschillende soorten zoogdieren en broed- en nietbroedvogels, die gevoelig zijn voor bijvoorbeeld geluid. Voor de verschillende natuurtypen zijn met name enkele broedvogelsoorten kwalificerende faunasoorten voor deze NNB-gebieden. Daarnaast is voor het NNB-gebied 4 Hondsbergen ook de bruine eikenpage (dagvlinder) en klein glidkruid (vaatplant) aanwezig. Deze soorten zijn echter niet gevoelig voor geluid, trilling en optische verstoring.

Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

22/52

Trilling In de aanlegfase kunnen trillingen veroorzaakt worden door het boren en graven. Bij de aanleg is er ook sprake van transporten door vrachtverkeer voor bijvoorbeeld het verwerken en vervoeren van grond. Dit zal een bepaalde mate van trillingen veroorzaken en ook geluidsverstoring. Negatieve effecten door trillingsverstoring op aanwezige soorten in het NNBgebied is niet te verwachten. De afstand waarover trillingen verstoring kunnen veroorzaken is veelal beperkter dan geluid, hoewel laagfrequente trillingen over meerdere kilometers kunnen worden waargenomen. Effecten van trillingen op vogels zijn naar verwachting beperkt. Indirect kunnen er mogelijk effecten zijn van trillingen op het voedsel van vogels, zoals insecten (Lucas, de Carvalho en Grilo, 2017; Polajnar et al. 2015) en wormen (Mitra et al. 2009, Onrust 2017), maar gedegen onderzoek naar effecten van trillingen op vogels ontbreekt. Op basis van de leefwijze van vogels lijkt het echter onwaarschijnlijk dat de extra trillingen in verband met de boringen en machinale (graaf)werkzaamheden door waarneembare negatieve effecten op vogels zullen hebben. In de huidige situatie is er met name verstoring als gevolg van agrarische bedrijfsvoering en door beperkt wegverkeer (kleine landelijke wegen). Bij regelmatige en met een zekere frequentie optredende verstoring treedt vaak gewenning op.

Desondanks zijn er nog steeds meerdere soorten vogels aanwezig in het bos (NNB-gebied), waardoor aangenomen kan worden dat deze in enige mate gewend zijn aan verstoring door geluid en trillingen. Verstoring door trillingen bij bouwwerkzaamheden zal vrijwel altijd samengaan met de verstoring door geluid of visuele verstoring, zodat de effecten ook vaak lastig te onderscheiden zijn. Een wezenlijk negatief effect door alleen trillingen op kwalificerende vogels, is daardoor niet te verwachten. Geluid Het gebruik van graafmachines heeft een bronsterkte van 107 dB(A) (bron: infomil.nl). Dit is op een afstand van 60 meter 60 dB(A) en op een afstand van 20 meter 70 dB(A). Andere machines die worden gebruikt tijdens de werkzaamheden voor de horizontale boringen en open ontgraving, zoals kranen en een HDD Rig hebben een vergelijkbare bronsterkte van circa 100 dB(A). Al zijn er ook elektrische HDD-rig die bijvoorbeeld zo’n 60 dB(A) produceert. De werkzaamheden met deze machines maken tijdelijk continu/fluctuerende geluiden en hebben een vergelijkbaar effect van geluidsbelasting dat veroorzaakt wordt door bijvoorbeeld verkeer (Sierdsema, Foppen, and van Kleunen 2014, van Dijk et al. 2019). Op bijvoorbeeld verkeer, een continue herhaald geluid, zal (deels) gewenning optreden.

Er zijn aanwijzingen dat als geluid regelmatig terugkeert er gewenning op kan treden en dieren hun communicatie aan kunnen passen op het geluid in de omgeving (Kleijn 2008). Over het algemeen gaat bovenstaande wel over continue dan wel herhaalde geluidsverstoring. Gewenning aan impulsgeluiden treedt echter niet snel op, zeker door onvoorspelbaarheid (Francis et.al., 2013). Voor de overige aanlegwerkzaamheden geldt dat deze een veel geringere verstoringscontour hebben, en een meer continu geluid produceren, die grotendeels wegvalt door het al aanwezige achtergrondgeluid op het NNBgebied in de bestaande situatie (op locatie 1: 51-55 dB, overige locaties: <45 dB, bron: RIVM, 2022). Dit betreffen werkzaamheden zoals gebruik van een aggregaat en compressor bijvoorbeeld.

Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

23/52

Effecten op vogels in het wild zijn niet altijd direct waarneembaar. Onlangs heeft een studie laten zien dat vogels onder verstoorde omstandigheden meer stresshormonen aanmaken (Blickley et al. 2012, Tarjuelo et al. 2015). Verhoogde stress kan uiteindelijk leiden tot een lagere overleving en verlaagd broedsucces. Maar er zijn ook gevallen bekend waarbij er gewenning optreedt en vogels die in een stedelijke omgeving leven juist minder gevoelig zijn voor stress (Partecke et al. 2006). Over het algemeen gaan bovenstaande voorbeelden over continue dan wel herhaalde geluidsverstoring. Voor de verschillende broedvogelsoorten zijn de volgende geluidcontouren berekend die aansluiten op algemeen toegepaste drempelwaarden op basis van Reijnen et al. (onder andere 1995, 1996 en 1997). Deze zijn: • 55 dB(A) voor water/moerasvogels; • 47 dB(A) voor weidevogels; • 42 dB(A) voor bosvogels. Wanneer de geluidsbelasting boven deze drempelwaarden komt kan er sprake zijn van een afname in broeddichtheid en/of broedsucces. Deze afname komt echter met name ter sprake als er continue dan wel herhaalde geluidsverstoring op een gebied plaats vindt. Zoals een toename aan verkeer door de komst van een industrieterrein. Mede door het tijdelijke karakter van deze werkzaamheden en de verstoring die daarbij hoort, wordt de tijdelijke verstoring als gering en niet significant beoordeeld.

Soorten die erg gevoelig zijn voor geluid zullen zich in de huidige situatie ook verder van de weg en van het plangebied ophouden. Wanneer kwalificerende broedvogels tijdens het broedseizoen worden verstoord is uitwijken naar ander bosgebied een optie, namelijk andere bosschages, houtwallen of aangrenzende bossen ten opzichte van het NNB-gebied. Enkel bij locatie 3 is dit een uitzondering. Daar is in de directe omgeving (100 meter) geen ander NNB-gebied aanwezig. Dit bos is echter van lage kwaliteit en er wordt niet verwacht dat deze locatie dient als een volledig leefgebied van kwalificerende soorten. De werkzaamheden zijn maar tijdelijk (aanlegfase) en er zijn uitwijkmogelijkheden aanwezig. In de nieuwe situatie, wanneer de werkzaamheden zijn voltooid, zal het gebruik van het plangebied overeen komen met de huidige situatie. In de gebruiksfase zal daarom geen sprake zijn van een verhoogde mate van verstoring van het NNN door eerdergenoemde directe effecten. De voorgenomen ontwikkeling zal daarom niet leiden tot een blijvende, hogere mate van verstoring van de ecologische functionaliteit van het NNN. Het is echter niet uit te sluiten dat er tijdelijke negatieve effecten optreden indien tijdens het broedseizoen zal worden gewerkt op de locaties van de knelpunten nabij de NNB-gebieden.

Om te voorkomen dat er nesten zullen worden verstoord, dienen de aanlegwerkzaamheden die het meeste lawaai produceren (m.n. graafwerkzaamheden en boringen) daarom buiten het broedseizoen (maart t/m augustus) te worden uitgevoerd. Licht Het nachtelijk gebruik van verlichting (bouwlampen) in de werkterreinen kan voor lichtverstoring zorgen. Om verstoring door licht voor rustplaatsen van vogels in de omgeving (externe werking) tijdens de aanlegfase te voorkomen wordt geadviseerd enkel te werken tussen zonsopkomst en zonsondergang, waarbij geen of enkel lichtbronnen met smalle spreiding op locatie worden gebruikt.

Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

24/52

Het eventueel gebruik van bouwlampen zal, indien toch lichtbronnen gebruikt gaan worden, beperkt moeten blijven door gebruik te maken van lampen die het licht zo min mogelijk verspreiden en aan de boven- en zijkant goed zijn afgeschermd. Ze dienen van het bos af gericht te worden. Daarnaast houden de bomen in het bos licht tegen. Dieper in het bos zal verlichting minder voor verstoring zorgen. Echter door de beperkte grootte en vorm van de bossen op locaties 1 en 3 (4,9 ha en 2,7 ha) komt in verhouding een groter deel van het bos met lichtverstoring in aanraking. Op locatie 2 is de afstand van het werkterrein tot aan het NNB-gebied wat groter, namelijk circa 35 meter, met een brede houtwal er nog tussen, waardoor lichtverstoring op het NNB-gebied minder zal zijn. Volgens de lichtemissiekaart (RIVM, 2021) is er globaal licht aanwezig over de NNB-gebieden van 6-50 E-10 Watt/cm2/steradiaal, wat aangeeft dat er ‘s nachts in de huidige situatie beperkt licht aanwezig is in de omgeving. Voor de aanlegfase wordt geadviseerd niet of zo min mogelijk te bouwen met behulp van bouwlampen. Voor gebruik van bouwverlichting wordt geadviseerd een ecologisch werkprotocol op te stellen, waarin specificaties van te gebruiken armaturen en lichtbronnen verder wordt uitgewerkt.

Optische verstoring Optische verstoring kan worden veroorzaakt doordat mensen en materieel zichtbaar aanwezig zijn in het werkterrein en er met (grote) machines gewerkt wordt (frequenter dan bij de bewerking van de huidige akkers) en doordat er vervoersbewegingen zijn om materieel en grond te verplaatsen. Effecten van optische verstoring zullen beperkt zijn, vanwege de reeds aanwezige verstoring door de wegen die aanwezig zijn in de omgeving, wandelaars en de agrarische bedrijvigheid op de omliggende percelen. Daarnaast liggen verblijfplaatsen en rustplaatsen van vogels doorgaans goed verscholen, waardoor visuele verstoring beperkt wordt in het bos. De werkzaamheden vinden allen plaats in de aangrenzende agrarische percelen, en zijn tijdelijk van aard.

6.2

Ruimtebeslag (oppervlakteverlies)

Doordat het plangebied op meerdere locaties het NNN doorkruist (zie Bijlage 4) en er sprake is van een wijziging in het omgevingsplan, vindt er in theorie ruimtebeslag op het NNN plaats. Er worden echter geen vegetatie of natuurwaarden fysiek aangetast, doordat de verbinding hier middels een ondergrondse boring (HDD) wordt aangelegd en onder het maaiveld blijft. De open ontgravingen voor de aanleg van de verbinding vinden plaats buiten de begrenzing van NNB-gebieden (Brabant) en Natuurnetwerk Limburg (Limburg). Met de aanleg van een nieuwe ondergrondse 150kV hoogspanningsverbinding is er geen sprake van ruimtebeslag van NNN-gebied. De Groenblauwe mantel (Limburg) en de Groenblauwe waarden (NoordBrabant), waardoor het tracé loopt, betreft akker-, weide- en grasland, met name bedoelt voor de veehouderij. De waterlopen en landschapselementen, zoals houtsingels en knotbomen die in het beekdal in Limburg voorkomen en waar het tracé langs loopt in Noord-Brabant, blijven ongemoeid door de aanleg van de ondergrondse hoogspanningsverbinding. Veelal loopt het tracé langs of onder deze elementen door. De open ontgravingswerkzaamheden komen enkel door (akker)land met lage vegetatie (grassen of tijdelijke gewassen) en de omliggende, gelijkwaardige vegetatie blijft daarbij ongemoeid. De vegetatie in het plangebied kan zich daarna snel herstellen.

De wezenlijke kenmerken en waarden van de Groenblauwe mantel (Limburg) en de Groenblauwe waarden (Noord-Brabant) zullen daarom niet worden aangetast. Mitigatie of compensatie is niet aan de orde. Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

25/52

6.3

Versnippering

Het NNB en Natuurnetwerk Limburg worden niet fysiek doorsneden als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. Op deze plekken komt een ondergrondse boring waardoor boven de grond geen effecten optreden. Ook komen door de aanleg geen delen (verder) geïsoleerd van het robuuste geheel te liggen. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot versnippering van het NNB, Natuurnetwerk Limburg, Groenblauwe mantel en Groenblauwe waarden.

Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

26/52

7

Conclusie

7.1

Wettelijk belang en alternatieven

Met de realisatie van de ondergrondse hoogspanningsverbinding worden belangen van economische aard behartigd. Wat betreft een alternatieve locatie zijn geen andere, bevredigende opties dan het huidige plangebied, welke met zorgvuldigheid en in samenspraak met belanghebbenden is vastgesteld.

7.2

Noord-Brabant

Met de beoogde ontwikkeling is theoretisch sprake van ruimtebeslag op het NNB doordat het omgevingsplan wijzigt. Echter, de bestemming op maaiveld blijft onveranderd. De wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB zullen daarom niet worden aangetast. Hetzelfde geldt voor de Groenblauwe waarden. Het tracé met de open ontgravingswerkzaamheden in deze gebieden komt enkel door (akker)land met lage vegetatie (grassen of tijdelijke gewassen) en de omliggende, gelijkwaardige vegetatie blijft daarbij ongemoeid. De vegetatie in het plangebied kan zich daarna snel herstellen. De wezenlijke kenmerken en waarden van de Groenblauwe waarden zullen daarom niet worden aangetast. Om te voorkomen dat er broedgevallen van (kwalificerende) vogelsoorten en daarmee de biotische kwaliteit van NNB wordt aangetast tijdens de werkzaamheden, wordt geadviseerd buiten het broedseizoen (globaal van maartaugustus) te werken of aan te vangen. Ook wordt geadviseerd alleen overdag te werken, zodat er geen of minder kunstmatige verlichting noodzakelijk is. Indien toch verlichting wordt toegepast, moet voorkomen worden dat licht uitstraalt richting de bossen, bomen en struiken. Dit kan door gerichte verlichting te gebruiken of door afscherven van armaturen. Dit kan het beste in een ecologisch werkprotocol worden uitgewerkt.

7.3

Limburg

Met de beoogde ontwikkeling is theoretisch sprake van ruimtebeslag op het Natuurnetwerk Limburg doordat het omgevingsplan wijzigt. Echter, de bestemming op maaiveld blijft onveranderd. De wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Limburg zullen daarom niet worden aangetast. Het tracé met de open ontgravingswerkzaamheden in de Groenblauwe mantel komt enkel door (akker)land met lage vegetatie (grassen of tijdelijke gewassen) en de omliggende, gelijkwaardige vegetatie blijft daarbij ongemoeid. De vegetatie in het plangebied kan zich daarna snel herstellen. De wezenlijke kenmerken en waarden van de Groenblauwe mantel (Limburg) zullen daarom niet worden aangetast.

7.4

Eindconclusie

Negatieve effecten met verlies van ecologische functie van de betreffende gebieden als gevolg van de voorgenomen plannen zijn niet aan de orde. Er zijn daarom geen belemmeringen vanuit provinciaal beleid en er is geen noodzaak tot het nemen van vervolgstappen.

Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

27/52

8

Referenties

Blickley, J. L., K. R. Word, A. H. Krakauer, J. L. Phillips, S. N. Sells, C. C. Taff, J. C. Wingfield & G. L. Patricelli. 2012. Experimental Chronic Noise Is Related to Elevated Fecal Corticosteroid Metabolites in Lekking Male Greater Sage-Grouse (Centrocercus urophasianus). PLoS ONE 7:e50462. Francis, Clinton D, and Jesse R Barber. 2013. A framework for understanding noise impacts on wildlife: an urgent conservation priority. Frontiers in Ecology and the Environment 11 (6):305-313. doi: doi:10.1890/120183. Kleijn, D. 2008. Effecten van geluid op wilde soorten - implicaties voor soorten betrokken bij de aanwijzing van Natura 2000 gebieden. Wageningen: Alterra. Lucas, P.S., de Carvalho, R.G., Grilo, C., 2017. Railway Disturbances on Wildlife:Types, Effects, and Mitigation Measures. Minnaert, M. De natuurkunde van 't vrije veld. Deel I. Licht en kleur in het landschap. W.J. Thieme, Zutphen 1937. Geraadpleegd via https://www.dbnl.org/tekst/minn004natu01_01/minn004natu01_01.pdf Mitra, O., Callaham, M. A. Smith, M. L. and Yack J. E.. 2009. Grunting for worms: seismic vibrations cause Diplocardia earthworms to emerge from the soil. NDFF Database voorkomende beschermde diersoorten. Ecogrid. Ingezien van https://www.ndff-ecogrid.nl/uitvoerportaal/secure/index.zul op 25 november 2022. NDFF verspreidingsatlas. Ingezien van https://www.verspreidingsatlas.nl/ op 2 december 2022.

Partecke, J., I. Schwabl & E. Gwinner. 2006. Stress and the city: Urbanization and its effects on the stress physiology in European Blackbirds. Ecology 87:1945-1952. Planbureau voor de Leefomgeving. Atlas van de Regio - Ruimtelijke differentiatie en integratie in kaart. Ingezien op https://themasites.pbl.nl/atlasregio/kaarten/index.php op 13 december 2022. Polajnar, Jernej, Anna Eriksson, Andrea Lucchi, Gianfranco Anfora, Meta VirantDoberlet, and Valerio Mazzoni. 2015. Manipulating behaviour with substrateborne vibrations – potential for insect pest control. Provincie Noord-Brabant, a. 2024. TAM- Omgevingsverordening Noord-Brabant. Ingezien van https://noord-brabant.terceraro.nl/MapViewer/Default.aspx?id=NLIMRO9930TAMOvrNBrabant-va01 op 9 april 2024. Provincie Noord-Brabant, b. 2024. Kaartbank. Ingezien van https://noordbrabant.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=b6414403ef5e4e9a a8875a7c366209c6 op 9 april 2024. Provincie Limburg, a. 2024. Atlas Limburg. Ingezien van https://portal.prvlimburg.nl/viewer/app/default Provincie Limburg, b. 2024. Omgevingsverordening Limburg 2024. Ingezien op https://limburg.viewer.ow.planoview.nl/planviewer op 9 april 2024 Provincie Limburg. 2009. Landschapskader Noord- en Midden-Limburg. Reijnen, R., Foppen, R., Meeuwsen, H., 1996. The effects of traffic on the density of breeding birds in Dutch Agricultural grasslands.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16187925/1