CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

b NL.IMRO.0984.TAM24004-va01 tb4 onderzoek provinciaal natuurbeleid

Gemeenteraad 24 februari 2026, gemeente VenrayBij agendapunt: TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venray14.802 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Biological conservation 75:255-260.

Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

28/52

Reijnen, R., Foppen, R., ter Braak, C., Thisen, J., 1995. The effects of car traffic on breeding bird populations in Woodland. III Reduction of density in relation to the proximity of main roads. Journal of Applied Ecology 32:187-202. Reijnen, R., Foppen, R., Veenbaas, G., 1997. Disturbance by traffic of breeding birds: evaluation of the effect and considerations in planning and managing road corridors. Biodiversity and Conservation 6:567-581. Reinders, R.D. 2020. JURIDISCHE DUIDING VAN HET BEGRIP “GROOT OPENBAAR BELANG”. Sierdsema, H., R. Foppen, and A. van Kleunen. 2014. Inschatting verstorende invloed werkparken ADT op vogels. Nijmegen: SOVON. Tarjuelo, R., I. Barja, M. B. Morales, J. Traba, A. Benitez-Lopez, F. Casas, B. Arroyo, M. P. Delgado & F. Mougeot. 2015. Effects of human activity on physiological and behavioral responses of an endangered steppe bird. Behavioral Ecology 26:828-838 van Dijk, R.E., W. Slokkers, D. Tuitert, and H. Jaspers. 2019. Geluidonderzoek beheer en schadebestrijding Overijssel - Onderzoek naar de mogelijke effecten van geluid door beheer- en schadebestrijding op Natura 2000-gebieden in Overijssel. Sweco.

Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

29/52

Bijlage 1 Toetsingskader Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is op provinciaal niveau uitgewerkt tot het provinciale natuurnetwerk met kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden, beheergebieden en robuuste ecologische verbindingszones. De wettelijke bescherming (Wro) van het NNN is geregeld via het omgevingsplan. De afweging voor ingrepen in het NNN gaat volgens het ‘nee, tenzij’-principe. Ingrepen met een significant negatieve invloed op de wezenlijke kenmerken en waarden mogen niet plaatsvinden, tenzij er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang en indien er geen alternatieven zijn. Indien bij een ingreep schade wordt aangericht aan een NNN-gebied, dan dient dit in ieder geval gemitigeerd te worden. De resteffecten aan verlies van kwaliteit en/of oppervlakte dienen te worden gecompenseerd. Daarnaast kan salderen van positieve en negatieve effecten op het NNN uitkomst bieden om projecten in het NNN te realiseren. Een ‘nee, tenzij-toets’ behoeft alleen te worden doorlopen indien er sprake is van een RO-procedure met betrekking tot wijziging van de bestemming van het plangebied. Bij de toetsing zijn drie onderdelen van belang, te weten: • Er mag geen significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN plaatsvinden.

Wezenlijke kenmerken en waarden zijn: • bestaande en potentiële waarden van het ecosysteem; • de aanwezigheid van bijzondere soorten; • robuustheid en aaneengeslotenheid van het NNN; • de verbindingsfunctie van het gebied voor soorten en ecosystemen. • Er mag geen significante vermindering van de oppervlakte van het NNN plaatsvinden. • De voorgenomen ontwikkeling mag niet leiden tot een significant verminderde samenhang van het NNN.

Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

30/52

Bijlage 2 Omschrijving natuurtypen (Bij12) Natuurtypen: Vochtig bos met productie (N16.04) Vochtig bos met productie bestaat uit loofbossen die gedomineerd worden door diverse boomsoorten zoals populier, es, esdoorn, beuk, haagbeuk, eik, iep en els. Het is een grotendeels gesloten bos met een weelderige ondergroei. Dit bostype is de productievariant van delen van het haagbeuken- en essenbos en beek- en rivierbegeleidend bos. Het komt voor op matig nat tot matig droge, vrij voedselrijke kleiige tot zandige bodems, waaronder overstromingsdelen van beken. Het bostype kan gevonden worden in het rivierengebied op oeverwallen en hoge uiterwaarden, lokaal op lemige zandgronden in het oosten, op kleibodems zoals in de Flevopolders maar ook in de kustgebieden, en lemige/kleiige kalkhellingen in Zuid-Limburg. Dit bostype levert een belangrijke bijdrage aan de houtvoorziening door de goede groei van diverse gewilde (hardhout) loofboomsoorten. In potentie kan dit bostype de meeste houtige soorten bevatten. De diversiteit is laag tot matig hoog. Vooral soorten van oudere, meer ontwikkelde bosgroeiplaatsen ontbreken vaak nog, terwijl makkelijk koloniserende sporenplanten en vogels al aanwezig zijn. Door snelle groei en sterfte kan binnen afzienbare tijd een gevarieerde bosstructuur ontstaan, met veel dood hout en een weelderige struiklaag en bodemvegetatie.

Populier kan een belangrijke bijdrage leveren aan snelle bosontwikkeling en de productie van aanzienlijke hoeveelheid zaaghout en (dik) dood hout. De ondergroei bij populier wordt echter vaak (nog) gedomineerd door ruigtekruiden zoals grote brandnetel. Ook in door andere boomsoorten gedomineerde bossen treedt regelmatig verruiging op in grotere open plekken. Dit kan de verjonging van gewenste boom- en struiksoorten belemmeren. Kleinschalige kap en aanplant wanneer zaadbronnen van gewenste soorten nog ontbreken kan de (kwalitatieve en kwantitatieve) productie en samenstelling bevorderen. Door deze aanvullende bosverjongingsactiviteiten met primair lokaal gewenste inheemse boom- en struiksoorten wordt versneld een nieuwe gewenste bosgeneratie van voldoende ecologische kwaliteit gerealiseerd. Afbakening • •

Het beheertype Vochtig bos met productie omvat bossen op basenrijke bodems gedomineerd door (meereisende) loofboomsoorten. Houtoogst is een doel en vindt periodiek plaats met een hogere intensiteit dan in de Vochtige bossen beheertypen zonder productie, of boomsoorten die oorspronkelijk van buiten Europa zijn ingevoerd zijn dominant over meer dan 20% van het areaal van het betreffende bosgebied, ook als er geen productiedoelstelling is.

Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

31/52

Natuurtypen: Droog bos met productie (N16.03) Droog bos met productie bestaat uit verschillende, veelal van oorsprong aangeplante, bosopstanden van den, (winter)eik, beuk, Douglas, lariks of fijnspar. De voedselarmere delen worden grotendeels gedomineerd door den, eik en beuk, op de wat rijkere bodems is er een hogere groei van beuk, Douglas, lariks en spar, met betere mengingsmogelijkheden. Dit bostype is de productievariant van het bostype dennen-, eiken- en beukenbos (zonder productie; 15.02). Het bostype komt voor op een voedselarme tot lemige, zandige, zure ondergrond van het Droge Zandlandschap zoals op de Veluwe, delen van Drenthe en Brabant. Lokaal is het bostype te vinden in het Heuvellandschap, kalkarme duinen en strandwallen. Het bostype is veelal uit hakhout, heide- en stuifzandterreinen ontstaan, maar kan ook aangelegd zijn op voormalige landbouwgronden waardoor de bovengrond verrijkt is. Het is het omvangrijkste bostype en combineert een redelijk tot goede groei met een ruime variatie aan, en mengingsmogelijkheden van, loof- en naaldboomsoorten, vooral op de wat lemigere bosgroeiplaatsen. Het maakt dit type tot het belangrijkste type voor de houtproductie. De diversiteit is (nog) relatief laag.

Dit wordt onder andere veroorzaakt door de uniforme aanleg en beheer in het verleden, door de jonge leeftijd van de bossen en onvoldoende abiotische kwaliteit als gevolg van verzuring en vermesting. Oudere bossen en bossen op of grenzend aan oude bosgroeiplaatsen, hebben een relatief hoge natuurpotentie vooral wanneer deze een gevarieerde structuur met substantieel aandeel zware bomen en dood hout hebben. De betekenis voor de biodiversiteit bestaat vooral uit (vaak bedreigde) paddenstoelen, korst- en bladmossen, enkele vaatplanten, insecten en broedvogels. Droog bos met productie kan bestaan uit meer lichtere bossen door (mengingen van) den, lariks, eik en berk en/of meer donkere bossen (door mengingen) met beuk, Douglas en fijnspar. De armere delen blijven bij spontane ontwikkeling hoofdzakelijk een door dennen-, eiken en beuken gedomineerd bos. Op de wat rijkere delen leidt spontane ontwikkeling tot een bos waarin (combinaties van) beuk, Douglas, lariks of spar zullen gaan overheersen, vaak ten koste van den en eik. Het bostype combineert productieve soorten en een substantieel aandeel kwaliteitsbomen, met mede door het beheer beïnvloede, verschillende ontwikkelingsfasen, een gevarieerde bosstructuur, menging van boomsoorten en dood hout.

Spontane ontwikkelingen leiden (de komende decennia) vaak naar een dichter, vrij eenvormig bos met natuurlijke verjonging van beperkte samenstelling en matige productiepotentie. Natuurlijke verstoringen zoals windworp hebben (vooralsnog) een beperkt effect hierop. De bedekking, samenstelling en doorgroeiperspectieven van loofbomen, struiken en struwelen worden sterk beperkt door de mate waarin herbivoren aanwezig zijn (edelhert, ree). Vaak is menselijk beheer, zoals kap, begrazingsbeheer en inbreng van strooiselverrijkende soorten (zie Droge bos variant zonder productie; 15.02), nodig om dynamiek, variatie en vestigingsmilieus te bevorderen. Met aanvullende bosverjongingsactiviteiten met primair lokaal gewenste inheemse boom- en struiksoorten wordt een nieuwe gewenste bosgeneratie van voldoende ecologische kwaliteit gerealiseerd. Afbakening •

Droog bos met productie omvat bossen op de voedselarme tot lemige zandgronden gedomineerd door loofbomen en (meereisende) naaldboomsoorten.

Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

32/52

•

Houtoogst is een doel en vindt periodiek plaats met een hogere intensiteit dan in de droge bossen beheertypen zonder productie, of boomsoorten die oorspronkelijk van buiten Europa zijn ingevoerd zijn dominant over meer dan 20% van het areaal van het betreffende bosgebied, ook als er geen productiedoelstelling is.

Natuurtypen: Dennen-, eiken-, en beukenbos (N15.02) Dennen-, eiken-, of beukenbos omvat bossen met dennen, eiken, beuken en/of berken en zijn vaak eenvoudig van structuur. Veel van deze bossen komen voor op zure, droge en zandige bodems. Wanneer de bodem meer leem bevat, kennen de bossen een grotere floristische rijkdom. Ook vochtiger typen van deze bossen met pijpenstrootje in de ondergroei behoren hiertoe. Vegetatiekundig behoren deze bossen tot het Zomereikenverbond of het Verbond der naaldbossen. Dennen-, eiken of beukenbos is te vinden in het Zandlandschap zoals op de Veluwe en delen van Drenthe. Plaatselijk komt het ook voor in het Heuvellandschap en op oude strandwallen. Veel van de bossen zijn vorige eeuw ontstaan als gevolg van aanplant of natuurlijke successie. De cultuurlijke invloed is vaak te merken aan bijvoorbeeld ingevoerde boomsoorten en sporen van hakhoutbeheer. Hoewel dennen-, eiken-, of beukenbos algemeen voorkomt ontbreekt vaak een hoge diversiteit aan flora en fauna. Oorzaken betreffen een geringe structuurrijkdom in voormalige productiebossen, de jonge leeftijd en gevolgen van verzuring en vermesting. Dennen-, eiken- en beukenbos kan zowel combinaties van boomsoorten bevatten als een sterke dominantie van één soort.

Door het zure en voedselarme karakter is er bij ongestoorde ontwikkeling sprake van ophoping van strooisel wat zich met name voordoet bij bossen zonder leem in de ondergrond en bij sterke dominantie van eiken en beuken die zuur strooisel produceren. Hierdoor is bodemvegetatie vaak beperkt aanwezig. Aanwezigheid van soorten met rijker en makkelijker afbreekbaar strooisel, zoals linde op leemhoudende bodems, zorgt voor een milde humus, en daardoor een beter ontwikkelde bodemvegetatie. Het kronendak is minder gesloten en er is meer variatie tussen lichte en donkere delen. Op open plekken ontwikkelen zich vaak braamstruwelen en vestigen zich struiken als lijsterbes en vuilboom. In late stadia kan hulst dominant aanwezig zijn. Bij begrazing zijn ook grazige heidevegetaties aanwezig. Begrazing heeft een sterk effect op omvang en samenstelling van de boomverjonging. Natuurlijke processen zoals windworp kunnen voor variatie in structuur zorgen, maar vaak is (een aanvullend) menselijk beheer nodig om gevarieerde bossen te verkrijgen. Begrazing kan voorkomen dat open plekken weer snel dichtgroeien. De betekenis voor de biodiversiteit is met name gelegen in grote aantallen (vaak bedreigde) paddenstoelen, blad- en korstmossen en enkele vaatplanten.

Structuurrijke bossen met enige buffering in de bodem, bossen met een hoge luchtvochtigheid en bossen met oude bomen kennen vaak een hogere biodiversiteit. Afbakening • •

•

•

Dennen-, eiken-, of beukenbos omvat bossen en struwelen gedomineerd door eiken, dennen, beuken, berken, lijsterbes, ratelpopulier of vuilboom. Maximaal 20% van het areaal van het betreffende bosgebied wordt gedomineerd door boomsoorten die oorspronkelijk van buiten Europa zijn ingevoerd, zoals Amerikaanse eik en Douglasspar. Op 80% van de oppervlakte wordt geen hout geoogst of is de houtoogst minder dan 20% van de bijgroei. Op de overige oppervlakte kan meer geoogst worden in het kader van omvorming naar een natuurlijker bos. Dit beheertype is gelegen buiten het Duinlandschap. Indien het in het Duinlandschap is gelegen behoort het tot het beheertype Duinbos.

Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

33/52

Bijlage 3 Beschrijving wezenlijke kenmerken en waarden NNB De vijf NNB-gebieden die bij de knelpunten gelegen zijn, zijn omcirkeld in Figuur 8.1. Hieronder worden per NNB-gebied de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied beschreven.

1

2

3 4

5

Figuur 8.1 Ligging van het tracé (blauw = open ontgraving, geel = gestuurde boring) ten opzichte van het NNN (groen gearceerd) en groenblauwe mantel (donkerblauw gearceerd). Zwarte cirkels met cijfers geven de vijf NNB-gebieden weer nabij de knelpunten.

Wezenlijke kenmerken en waarden NNB-gebied 1 Het Broek Het NNB-gebied ten noordoosten van het tracé bestaat uit bos van een kleine omvang (circa 4,9 ha), dat wordt gedomineerd door zomereik en beuk. Er is weinig tot geen onderbegroeiing aanwezig. Door de weinige lichtinval betreft het een ecologisch arme ondergroei zonder weelderige struiklaag en bodemvegetatie. Het gebied is wel vrij toegankelijk, waardoor onder andere de das er wel kan verblijven. Er zijn ook enkele (oude) holen aanwezig van de das. Vanuit ecologisch oogpunt neemt de waarde van een bosgebied af naarmate de omvang afneemt. Kleine gebieden leveren derhalve weinig tot geen bijdrage aan de ecologische doelstelling van een robuuste ecologische verbinding. Uitgezonderd zijn de kleine NNB-gebieden, waaronder desbetreffend NNBgebied, dat binnen 15 meter van een ander NNB-gebied is gelegen en dus onderdeel uitmaakt als stapsteen.

Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

34/52

Structuur en ontwikkeltijd Dit bos is van een dergelijke omvang <5 ha. De structuurelementen in bossen worden niet gekarteerd in geïsoleerde bospercelen < 5 ha (Bij12). Volgens de kaartgegevens van topotijdreis is de ontwikkeltijd van het bos circa 50 jaar.

Flora en fauna Biotische kwaliteit van het NNN wordt uitgedrukt in de aanwezigheid van kwalificerende soorten. In het geval van het natuurtype ’vochtig bos met productie’ betreft dit de volgende soorten uit de soortgroep ’broedvogels’: appelvink, blauwborst, boomklever, boomkruiper, fluiter, groene specht, grote bonte specht, keep, kleine bonte specht, matkop, middelste bonte specht, nachtegaal, sijs, vuurgoudhaan, wielewaal, zwarte specht. Tijdens het oriënterend veldbezoek op 18 maart 2022 (buiten het broedseizoen) is geen fysieke aanwezigheid vastgesteld van deze soorten, met uitzondering van een foeragerende grote bonte specht binnen het NNB-gebied. Als we ervan uitgaan dat deze broedt in het NNB-gebied, betekent het dat er één kwalificerende soort voor dit beheertype is aangetroffen. Ook zijn er enkele waarnemingen bekend van enkele andere vogelsoorten: roodborst, winterkoning, vink en merel. Er zijn daarnaast waarnemingen bekend vanuit bestaande gegevens (NDFF) in de periode van de afgelopen 5 jaar, binnen een straal van 1 kilometer van het NNB-gebied, daar zijn de appelvink, groene specht, grote bonte specht, boomklever, boomkruiper, kleine bonte specht, matkop, wielewaal en sijs aangetroffen. Deze waarnemingen betreffen kwalificerende soorten van het natuurtype ‘vochtig bos met productie’ en zijn gedaan binnen een straal van 1 km van NNB-gebied 1.

Het betreffen allen soorten die kenmerkend zijn voor een oud, goed ontwikkeld bos en zijn dan ook voornamelijk afkomstig uit Brestbosch, aan de andere zijde van de A73. De wielewaal en sijs zijn zowel aan de andere kant van de A73 waargenomen als in het bos ten noordwesten van het betreffende NNB-gebied. De groene specht en grote bonte specht zijn ook in dit bos waargenomen. Dit bos is groter en afwisselender, waardoor hier meer geschikt leefgebied aanwezig is voor deze soorten, dan in NNB-gebied 1. Soorten zoals appelvink, blauwborst, fluiter, nachtegaal, sijs, vuurgoudhaan, wielewaal en zwarte specht zijn op basis van het aanwezige biotoop (klein, geïsoleerd loofbos van circa 4,9 ha, droog, afwezigheid van struiken, weinig structuur) op voorhand uit te sluiten. Indien minimaal 4 kwalificerende soorten voorkomen, waarvan ten minste 3 op >15% van de oppervlakte van het beheertype kan de kwaliteit van het natuurtype worden beschouwd als ‘goed’ (Bij12). Van de eerder genoemde soorten zijn de groene en grote bonte specht bekend binnen het natuurtype. Er wordt echter niet voldaan aan de voorwaarde dat ten minste 3 van deze soorten op >15% van de oppervlakte van het beheertype aanwezig is. Op basis van expert-judgement kan worden gesteld dat de biotische waarden van het NNB binnen het plangebied van matige kwaliteit zijn.

Robuustheid, aaneengeslotenheid en verbindingsfunctie Het betreffende deel NNB is door zijn grootte (4,9 ha) en ligging niet als robuust te kenmerken. Gebieden die zijn aangewezen tot het NNB liggen op slechts 20 tot 500 meter van NNB-gebied 1. Het NNB-gebied is wel omgeven door meerdere akkerlanden, welke maken dat het NNB in het plangebied een lage mate van aaneengeslotenheid met overige delen van het NNB heeft. Het bos (tevens NNB) ten noordwesten is op een afstand van 20 meter wel een verbinding met NNB-gebied 1 dat tevens een vochtig bos met productie betreft, op 20 meter afstand, welke op zijn beurt ook weer in contact staat met een NNBgebied dat ‘Dennen-, eiken- en beukenbos’ betreft (Figuur 8.2). Omdat het NNBSweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

35/52

gebied geen onderdeel is van een samenhangend boscomplex, een semigeïsoleerde ligging heeft en kleiner is dan 50 ha is de kwaliteit van de ruimtelijke samenhang op basis van de criteria zoals gesteld door Bij12 te beoordelen als ’laag’.

Figuur 8.2 het NNB-gebied 1 Het Broek (rood omlijnd), en de omliggende NNB-gebieden met natuurtypen

Wezenlijke kenmerken en waarden NNB-gebied 2 Sambeekse Broek Het NNB-gebied ten zuiden van het tracé bestaat uit een jong bos en struweel van een kleine omvang (circa 5,9 ha), waarvan het noordelijke deel grotendeels is gekapt enkele jaren geleden. Het noordelijke open deel bevat veel bramen en er is ruigte aanwezig, maar ook de exoot reuzenberenklauw. De bomen die er nog wel staan zijn met name populieren en berken, met hier en daar een zomereik. Het NNB-gebied 2, is op circa 136 meter van een ander NNB-gebied is gelegen, waar een brede bomenrij het ene gebied met het andere gebied verbind en dus onderdeel uitmaakt als stapsteen. Als bos is het gebied echter nog beperkter, aangezien nog maar een deel als bos kan worden bestempeld, circa 2,6 ha.

Structuur en ontwikkeltijd Dit bos is met het officiële oppervlakte >5 ha. Echter is een groot deel hiervan op dit moment geen bos. Structuurelementen in dit bos is daardoor niet goed te karteren. Volgens de kaartgegevens van topotijdreis is de ontwikkeltijd van het bos circa 25 jaar.

Flora en fauna Biotische kwaliteit van het NNN wordt uitgedrukt in de aanwezigheid van kwalificerende soorten. In het geval van het natuurtype ’vochtig bos met productie’ betreft dit de volgende soorten uit de soortgroep ’broedvogels’: appelvink, blauwborst, boomklever, boomkruiper, fluiter, groene specht, grote bonte specht, keep, kleine bonte specht, matkop, middelste bonte specht, nachtegaal, sijs, vuurgoudhaan, wielewaal, zwarte specht. Tijdens het oriënterend veldbezoek op 21 maart 2022 (buiten het broedseizoen) is geen fysieke aanwezigheid vastgesteld van deze soorten. Er zijn wel waarnemingen bekend vanuit bestaande gegevens (NDFF) in de periode van de Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

36/52

afgelopen 5 jaar, binnen een straal van 1 kilometer van het NNB-gebied. Daarbij zijn de groene specht, grote bonte specht, boomklever, boomkruiper en zwarte specht aangetroffen. Deze waarnemingen betreffen kwalificerende soorten van het natuurtype ‘vochtig bos met productie’ en zijn gedaan binnen een straal van 1 km van NNB-gebied 2. De meeste waarnemingen zijn echter afkomstig uit het Radiobosch ten zuiden van NNB-gebied 2, dat tevens een NNBgebied betreft, maar dan met natuurtype ‘droog bos met productie’. Dit bos is een gemengd bos dat tevens een groter oppervlakte heeft, en dus geschikter als leefgebied voor veel van de voorgenoemde soorten. De groene en grote bonte specht zijn wel waargenomen in het NNB-gebied 2. Ook zijn er enkele waarnemingen bekend binnen het natuurtype van enkele andere vogelsoorten: boompieper, grasmus, koolmees, tjiftjaf en tuinfluiter. Soorten zoals appelvink, blauwborst, fluiter, nachtegaal, sijs, vuurgoudhaan, wielewaal en zwarte specht zijn op basis van het aanwezige biotoop (klein, geïsoleerd loofbos waarvan maar 2,6 ha uit dichter bos bestaat) op voorhand uit te sluiten. Indien minimaal 4 kwalificerende soorten voorkomen, waarvan ten minste 3 op >15% van de oppervlakte van het beheertype kan de kwaliteit van het natuurtype worden beschouwd als ‘goed’ (Bij12).

Van de eerder genoemde soorten zijn de groene en grote bonte specht bekend binnen het natuurtype. Er wordt echter niet voldaan aan de voorwaarde dat ten minste 3 van deze soorten op >15% van de oppervlakte van het beheertype aanwezig is. Op basis van expert-judgement kan worden gesteld dat de biotische waarden van het NNB binnen het plangebied van matige kwaliteit zijn.

Robuustheid, aaneengeslotenheid en verbindingsfunctie Het betreffende deel NNB is door zijn grootte (5,9 ha) en halve kapvlakte en ligging niet als robuust te kenmerken. Gebieden die zijn aangewezen tot het NNB liggen op slechts circa 12 tot 150 meter van NNB-gebied 2. Het NNB-gebied is echter omgeven door meerdere akkerlanden, welke maken dat het NNB in het plangebied een lage mate van aaneengeslotenheid met overige delen van het NNB heeft. Het bos dat tevens onderdeel is van NNB ten noorden van het gebied 2, is op 150 meter gelegen en betreft een vergelijkbaar vorm bos, deze heeft echter geen kapvlakte. Het bos (tevens NNB) ten zuiden is op een afstand van 12 meter in verbinding met NNB-gebied 2 en betreft een droog bos met productie (Figuur 8.3). De verbinding is erg beperkt aangezien het een houtwal betreft en een watergang de verbinding doorkruist. Omdat het NNBgebied geen onderdeel is van een samenhangend boscomplex, een semigeïsoleerde ligging heeft en kleiner is dan 50 ha is de kwaliteit van de ruimtelijke samenhang op basis van de criteria zoals gesteld door Bij12 te beoordelen als ’laag’.

Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

37/52

Figuur 8.3 het NNB-gebied 2 Sambeekse Broek (rood omlijnd), en de omliggende NNB-gebieden met natuurtypen

Wezenlijke kenmerken en waarden NNB-gebied 3 De Ploeg Het NNB-gebied ten westen van het tracé bestaat uit een brede houtwal (bos) van een kleine omvang (circa 2,7 ha), dat wordt gedomineerd door (jonge) zomereiken en opschot. Er is onderbegroeiing aanwezig in de vorm van met name bramen en struweel/struiken en er liggen enkele takkenhopen. Er loopt een brede sloot langs en door het gebied heen. Het gebied is vrij toegankelijk.

Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

38/52

Vanuit ecologisch oogpunt neemt de waarde van een bosgebied af naarmate de omvang afneemt. Kleine gebieden leveren derhalve weinig tot geen bijdrage aan de ecologische doelstelling van een robuuste ecologische verbinding. Uitgezonderd zijn de kleine NNB-gebieden, die als stapsteen kunnen fungeren. In dit geval is binnen 100 meter van het NNB-gebied geen ander NNB-gebied aanwezig, waardoor deze zeer geïsoleerd is gelegen en enkel aansluit op twee smalle houtwallen/bomenrijen welke geen onderdeel zijn van het NNB.

Structuur en ontwikkeltijd Dit bos/houtwal van een dergelijke omvang <5 ha. De structuurelementen in bossen worden niet gekarteerd in geïsoleerde bospercelen < 5 ha (Bij12). Volgens de kaartgegevens van topotijdreis is de ontwikkeltijd van het bos circa 23 jaar.

Flora en fauna Biotische kwaliteit van het NNN wordt uitgedrukt in de aanwezigheid van kwalificerende soorten. In het geval van het natuurtype ’droog bos met productie’ betreft dit de volgende soorten uit de soortgroep ’broedvogels’: appelvink, boomklever, boomleeuwerik, fluiter, geelgors, groene specht, keep, kleine bonte specht, middelste bonte specht, raaf, sijs, vuurgoudhaan, wespendief, wielewaal en zwarte specht. Daarnaast kunnen ook twee extra Rode lijst soorten meegerekend worden als kwalificerende soort (bedreigd, ernstig bedreigd of verdwenen uit Nederland). Tijdens het oriënterend veldbezoek op 21 maart 2022 (buiten het broedseizoen) is geen fysieke aanwezigheid vastgesteld van deze soorten. Er zijn wel waarnemingen bekend vanuit bestaande gegevens (NDFF) in de periode van de afgelopen 5 jaar, binnen een straal van 1 kilometer van het NNBgebied. Daarbij is de groene specht waargenomen (op circa 600 meter). Deze waarneming betreft één kwalificerende soort van het natuurtype ‘droog bos met productie’. Soorten appelvink, boomklever, boomleeuwerik, fluiter, keep, kleine bonte specht, middelste bonte specht, raaf, sijs, vuurgoudhaan, wespendief, wielewaal en zwarte specht zijn op basis van het aanwezige biotoop (klein, geïsoleerd loofbos/houtwal van circa 2,7 ha, droog, weinig oude loofbomen) op voorhand uit te sluiten.

Indien minimaal 4 kwalificerende soorten voorkomen, waarvan ten minste 3 op >15% van de oppervlakte van het beheertype kan de kwaliteit van het natuurtype worden beschouwd als ‘goed’ (Bij12). Omdat van de eerder genoemde soorten enkel de groene specht bekend is in de buurt van, en niet binnen het natuurtype, kan op basis van expert-judgement worden gesteld dat de biotische waarden van het NNB binnen het plangebied van lage kwaliteit zijn.

Robuustheid, aaneengeslotenheid en verbindingsfunctie Het betreffende deel NNB is door zijn grootte (2,7 ha) en ligging niet als robuust te kenmerken. Gebieden die zijn aangewezen tot het NNB liggen op meer dan 400 meter van NNB-gebied 3. Het NNB-gebied is omgeven door meerdere akkerlanden, welke maken dat het NNB in het plangebied een lage mate van aaneengeslotenheid met overige delen van het NNB heeft (Figuur 8.4). Omdat het NNB-gebied geen onderdeel is van een samenhangend boscomplex, een geïsoleerde ligging heeft en kleiner is dan 50 ha is de kwaliteit van de ruimtelijke samenhang op basis van de criteria zoals gesteld door Bij12 te beoordelen als ’laag’.

Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

39/52

Figuur 8.4 het NNB-gebied 3 De Ploeg (rood omlijnd), en de omliggende NNB-gebieden met natuurtypen

Wezenlijke kenmerken en waarden NNB-gebied 4 Hondsbergen Het NNB-gebied waar het tracé langs en doorheen loopt bestaat uit een gemengd bos van redelijke omvang (circa 127,3 ha droog bos met productie en 10 ha Dennen-, eiken-, en beukenbos), Hondsbergen. Hier zijn meerdere dassenholen aangetroffen, en biedt een afwisselende bosstructuur. Er zijn gebieden met een groter aanbod aan grove den en een mossige ondergrond, meerdere dode bomen en takkenhopen. Er zijn ook delen in het bos waar meer gras aanwezig is en een meer open structuur aanwezig is. Aan de randen van het bos zijn meer loofbomen en struiken aanwezig met een minder begroeide ondergrond. Droog bos met productie

Structuur en ontwikkeltijd Dit bos bevat meerdere kwalificerende structuurelementen (Bij12), zoals gemengde en Europese bomen, struweel met open plekken, gelaagde boomfase en dikke levende bomen. Op basis van expert-judgement kan worden gesteld dat dit bos een ‘hoge’ structuur kwaliteit heeft. Volgens de kaartgegevens van topotijdreis is de ontwikkeltijd van het gedeelte van het bos waar het tracé doorheen loopt circa 87 jaar. Daarvoor was het heide. Het oostelijke gedeelte van dit bos bestaat nog langer.

Flora en fauna Biotische kwaliteit van het NNN wordt uitgedrukt in de aanwezigheid van kwalificerende soorten. In het geval van het natuurtype ’droog bos met productie’ betreft dit de volgende soorten uit de soortgroep ’broedvogels’: appelvink, boomklever, boomleeuwerik, fluiter, geelgors, groene specht, keep, kleine bonte specht, middelste bonte specht, raaf, sijs, vuurgoudhaan, wespendief, wielewaal en zwarte specht. Tijdens het oriënterend veldbezoek op 21 maart 2022 (buiten het broedseizoen) is geen fysieke aanwezigheid vastgesteld van deze soorten. Er zijn daarnaast enkele waarnemingen bekend vanuit bestaande gegevens (NDFF) in de periode van de afgelopen 5 jaar, binnen het betreffende NNB-gebied namelijk van de boomklever, boomleeuwerik en geelgors. Deze waarnemingen betreffen Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

40/52

kwalificerende soorten van het natuurtype ‘droog bos met productie’. Ook is de bruine eikenpage welke volgens de Rode lijst is ‘bedreigd’ komt ten oosten van het betreffende NNB bos voor. Klein glidkruid (Rode lijst ‘bedreigd’) komt voor in het natuurtype. Indien minimaal 4 kwalificerende soorten voorkomen, waarvan ten minste 3 op >15% van de oppervlakte van het beheertype kan de kwaliteit van het natuurtype worden beschouwd als ‘goed’ (Bij12). Omdat van de eerder genoemde soorten enkel de geelgors vaker voorkomt en bekend is binnen het natuurtype, kan op basis van expert-judgement worden gesteld dat de biotische waarden van het NNB binnen het plangebied van matige kwaliteit zijn.

Robuustheid, aaneengeslotenheid en verbindingsfunctie Het betreffende deel NNB is door zijn grootte (circa 127,3 ha droog bos met productie) en ligging als relatief robuust te kenmerken. Andere gebieden die zijn aangewezen tot het NNB zijn aangrenzende bossen en liggen op circa 15 meter van NNB-gebied 4, aan de andere zijde van de Stevensbeekseweg en ten westen aan de andere zijde van de Oploseweg. Het NNB-gebied is een langgerekt bos, dat ten westen en oosten redelijk aaneengesloten is met andere bosgebieden, op de barrière van een weg na. Daarnaast zijn er enkele aangrenzende delen van het NNB-gebied aanwezig met een ander natuurtype, zoals ‘Dennen-, eiken-, en beukenbos’. Verder wordt het bos omgeven door meerdere akkerlanden, welke maken dat het NNB ten noorden en zuiden een lagere mate van aaneengeslotenheid met overige delen van het NNB heeft (Figuur 8.5). Omdat het NNB-gebied onderdeel is van een samenhangend boscomplex, geen geïsoleerde ligging heeft en tussen de 50-150 ha is, is de kwaliteit van de ruimtelijke samenhang op basis van de criteria zoals gesteld door Bij12 te beoordelen als ’hoog’.

Figuur 8.5 het NNB-gebied 4 Hondsbergen, Droog bos met productie (rood omlijnd), en de omliggende NNB-gebieden met natuurtypen

Dennen-, eiken-, en beukenbos

Structuur en ontwikkeltijd Het gedeelte van het bos Hondsbergen dat het natuurtype Dennen-, eiken-, en beukenbos betreft, wordt gedomineerd door grove den en zomereik en heeft een oppervlakte van circa 10 ha. Dit bos bevat meerdere kwalificerende structuurelementen (Bij12), zoals gemengde en Europese bomen, struweel met open plekken, gelaagde boomfase en dikke levende bomen. Op basis van expert-judgement kan worden gesteld dat dit bos een ‘midden/matige’ structuur Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

41/52

kwaliteit heeft. Voor een hoge kwaliteit dienen er minimaal 8 kwalificerende structuurelementen aanwezig te zijn, en dat is in dit deel van het bos niet het geval. Volgens de kaartgegevens van topotijdreis is de ontwikkeltijd van het gedeelte van het bos waar het tracé doorheen loopt circa 87 jaar. Daarvoor was het heidegebied. Het oostelijke gedeelte van dit bos bestaat langer.

Flora en fauna Biotische kwaliteit van het NNN wordt uitgedrukt in de aanwezigheid van kwalificerende soorten. In het geval van het natuurtype ‘Dennen-, eiken-, en beukenbos’ betreft dit de volgende soorten uit de soortgroep ’broedvogels’: appelvink, boomklever, boomleeuwerik, fluiter, geelgors, groene specht, keep, kleine bonte specht, middelste bonte specht, raaf, sijs, vuurgoudhaan, wespendief, wielewaal en zwarte specht. Uit de soortgroep ‘planten’ betreffen dit de volgende kwalificerende soorten: bochtige klaver, bosanemoon, dalkruid, dennenorchis, dennenwolfsklauw, dubbelloof, Duitse brem, echte guldenroede, fraai hertshooi, gebogen driehoeksvaren, geschubde mannetjesvaren, gewone salomonszegel, grote veldbies, hengel, klein wintergroen, kleine keverorchis, koningsvaren, kranssalomonszegel, lelietje-van-dalen, linnaeusklokje, mispel, ruige veldbies, schaduwkruiskruid, steenbraam, stekende wolfsklauw, stengelloze sleutelbloem, stippelvaren, stofzaad, valse salie, valse zandzegge, wilde narcis s.s., witte klaverzuring, witte veldbies, zevenster, Zweedse kornoelje. Tijdens het oriënterend veldbezoek op 21 maart 2022 (buiten het broedseizoen) is geen fysieke aanwezigheid vastgesteld van deze soorten.

Er zijn daarnaast enkele waarnemingen bekend vanuit bestaande gegevens (NDFF) in de periode van de afgelopen 5 jaar, binnen 1 kilometer van het betreffende NNB-gebied namelijk van de boomklever, boomleeuwerik en geelgors. Deze waarnemingen betreffen kwalificerende soorten van het natuurtype ‘Dennen-, eiken-, en beukenbos’. Indien minimaal 6 kwalificerende soorten voorkomen, waarvan ten minste 4 op >15% van de oppervlakte van het beheertype en beide soortgroepen vertegenwoordigd zijn, kan de kwaliteit van het natuurtype worden beschouwd als ‘goed’ (Bij12). Omdat van de eerder genoemde soorten enkel drie soorten bekend zijn in de buurt van, en niet binnen het natuurtype, kan op basis van expert-judgement worden gesteld dat de biotische waarden van het NNB binnen het plangebied van lage kwaliteit zijn.

Robuustheid, aaneengeslotenheid en verbindingsfunctie Het betreffende deel NNB is door zijn grootte (circa 10 ha ‘Dennen-, eiken-, en beukenbos’) en ligging als relatief robuust te kenmerken. Ander gebied die is aangewezen tot het NNB betreft aangrenzende bos en grenst direct aan NNBgebied 4. Het NNB-gebied is een onderdeel van een langgerekt bos, dat ten westen en oosten redelijk aaneengesloten is met andere bosgebieden en zijn aangewezen met een ander natuurtype, zoals ‘Droog bos met productie’. Verder wordt het bos ten zuiden omgeven door akkerlanden, welke maken dat het NNB ten zuiden een lagere mate van aaneengeslotenheid met overige delen van het NNB heeft (Figuur 8.6). Omdat het NNB-gebied onderdeel is van een samenhangend boscomplex, geen geïsoleerde ligging heeft en tussen de 5-50 ha is, is de kwaliteit van de ruimtelijke samenhang op basis van de criteria zoals gesteld door Bij12 te beoordelen als ’hoog’.

Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

42/52

Figuur 8.6 het NNB-gebied 4 Hondsbergen, Dennen-, eiken-, en beukenbos (rood omlijnd), en de omliggende NNB-gebieden met natuurtypen

Wezenlijke kenmerken en waarden NNB-gebied 5 Het Helder Het NNB-gebied waar het tracé langs en doorheen loopt bestaat uit een gemengd bos van redelijke omvang (circa 156 ha), Het Helder. Hier zijn meerdere dassenholen aangetroffen, en biedt een afwisselende bosstructuur. Het bosgedeelte waar het tracé langsloopt heeft een dichtere boomstructuur dan het bos Hondsbergen. De bomen staan dichter bij elkaar, betreffen vooral zomereik, berken, grove den, maar ook sparren, en veel omgevallen bomen, opschot van bomen en struiken en mossen.

Structuur en ontwikkeltijd Dit bos bevat meerdere kwalificerende structuurelementen (Bij12), zoals gemengde en Europese bomen, struweel met open plekken, gelaagde boomfase en dikke levende bomen. Op basis van expert-judgement kan worden gesteld dat dit bos een ‘hoge’ structuur kwaliteit heeft. Volgens de kaartgegevens van topotijdreis is de ontwikkeltijd van het gedeelte van het bos waar het tracé doorheen loopt circa 95 jaar. Daarvoor was het heide. Het oostelijke gedeelte van dit bos bestaat nog langer.

Flora en fauna Biotische kwaliteit van het NNN wordt uitgedrukt in de aanwezigheid van kwalificerende soorten. In het geval van het natuurtype ’droog bos met productie’ betreft dit de volgende soorten uit de soortgroep ’broedvogels’: appelvink, boomklever, boomleeuwerik, fluiter, geelgors, groene specht, keep, kleine bonte specht, middelste bonte specht, raaf, sijs, vuurgoudhaan, wespendief, wielewaal en zwarte specht. Tijdens het oriënterend veldbezoek op 21 maart 2022 (buiten het broedseizoen) is geen fysieke aanwezigheid vastgesteld van deze soorten. Er zijn wel enkele waarnemingen bekend vanuit bestaande gegevens (NDFF) in de periode van de afgelopen 5 jaar, binnen het betreffende NNB-gebied namelijk van de appelvink, boomklever en geelgors. Deze waarnemingen betreffen kwalificerende soorten van het natuurtype ‘droog bos met productie’. Ook is de zwarte specht in de omgeving van het NNB-gebied waargenomen, deze soort kan broeden in dit bosgebied, aangezien het geschikt leefgebied betreft.

Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

43/52

Indien minimaal 4 kwalificerende soorten voorkomen, waarvan ten minste 3 op >15% van de oppervlakte van het beheertype kan de kwaliteit van het natuurtype worden beschouwd als ‘goed’ (Bij12). Omdat van de eerder genoemde soorten, vier broedvogels bekend zijn binnen het natuurtype, maar niet met zekerheid 3 soorten op >15% van de oppervlakte voorkomen, kan op basis van expert-judgement worden gesteld dat de biotische waarden van het NNB binnen het plangebied van matige tot hoge kwaliteit zijn.

Robuustheid, aaneengeslotenheid en verbindingsfunctie Het betreffende deel NNB is door zijn grootte (circa 156 ha droog bos met productie) en ligging als robuust te kenmerken. Andere gebieden die zijn aangewezen tot het NNB zijn aangrenzende bossen en liggen op circa 15 meter van NNB-gebied 5, aan de andere zijde van Merseloseweg. Het NNB-gebied is een Droog bos met productie, dat ten oosten redelijk aaneengesloten is met andere bosgebieden met hetzelfde natuurtype, op de barrière van een weg na. NNN-gebieden met een ander natuurtype zijn wat verder van het bosgebied gelegen, namelijk circa 1,1 en 1,4 km, zoals ‘Dennen-, eiken-, en beukenbos’ ten zuidwesten (Limburg) en westen van het gebied. Ten westen en noorden wordt het bos omgeven door akkerlanden, welke maken dat het NNB daar een lagere mate van aaneengeslotenheid met overige delen van het NNB heeft (Figuur 8.7). Ten zuiden in Limburg is op circa 250 meter van het betreffende NNB-gebied echter nog een groter bosgebied aanwezig, dat tevens ‘Droog bos met productie’ betreft. Omdat het NNB-gebied onderdeel is van een samenhangend boscomplex, geen geïsoleerde ligging heeft en tussen de >150 ha is, is de kwaliteit van de ruimtelijke samenhang op basis van de criteria zoals gesteld door Bij12 te beoordelen als ’hoog’.

Figuur 8.7 het NNB-gebied 5 Het Helder, Droog bos met productie (rood omlijnd), en de omliggende NNB-gebieden met natuurtypen

Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

44/52

Bijlage 4 Kaarten tracé en NNBgebieden knelpunten

Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

45/52

Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

46/52

Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

47/52

Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

48/52

Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

49/52

Bijlage 5 Kaarten tracé en Groenblauwe mantel knelpunten

Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

50/52

Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

51/52

Sweco | Nee, tenzij toets Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 23-04-2024

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-80979

52/52

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16479610/1