CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

b NL.IMRO.0984.TAM24004-va01 tb3 soortgericht onderzoek

Gemeenteraad 24 februari 2026, gemeente VenrayBij agendapunt: TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venray12.063 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Soortgericht onderzoek Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Nader onderzoek naar das, bever, buizerd, sperwer en slechtvalk

Inhoudsopgave Samenvattende tabel ............................................................................................................... 4 1

Inleiding ......................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding............................................................................................................ 5 1.2 Doel ..................................................................................................................... 6 1.3 Leeswijzer ........................................................................................................... 6

2

Beschrijving van het voornemen ................................................................................... 7 2.1 Ligging en beschrijving plangebied ..................................................................... 7 2.2 Voorgenomen werkzaamheden .......................................................................... 8

3 4

Wettelijk kader ............................................................................................................... 9 Onderzoeksmethodiek ................................................................................................ 14 4.1 Das .................................................................................................................... 14 4.2 Bever ................................................................................................................. 15 4.3 Vogels – jaarrond beschermde nesten ............................................................. 16

5

Resultaten en effectanalyse ........................................................................................ 18 5.1 Das .................................................................................................................... 18 5.1.1 Resultaten ............................................................................................ 18 5.1.2 Analyse en effectbepaling .................................................................... 27 5.2 Bever ................................................................................................................. 28 5.2.1 Resultaten ............................................................................................ 28 5.2.2 Analyse en effectbepaling .................................................................... 33 5.3 Buizerd, slechtvalk en sperwer ......................................................................... 34 5.3.1 Resultaten ............................................................................................ 34 5.3.2 Analyse en effectbepaling .................................................................... 37 5.4 Overige soorten ................................................................................................. 37 5.4.1 Resultaten ............................................................................................

37 5.4.2 Analyse en effectbepaling .................................................................... 37

6

Conclusie ..................................................................................................................... 39 6.1 Das en bever ..................................................................................................... 39 6.2 Buizerd .............................................................................................................. 39 6.3 Overige beschermde soorten ............................................................................ 40

Referenties ............................................................................................................................ 41 Bijlage 1 Deelkaarten tracé Boxmeer-Venray ....................................................................... 42 Bijlage 2 Grondradaronderzoek ............................................................................................. 45 Bijlage 3 Kaarten met waarnemingen van das, bever en vogels .......................................... 46

3/40

Samenvattende tabel In onderstaande tabellen is een samenvatting weergegeven van conclusies, voortkomend uit het nader soortgericht onderzoek. Omgevingswet: floraen fauna-activiteit

Effecten

Voorzorgs-/Mitigerende maatregelen*

Nadere procedure

Das

Ja, aantasting van vaste rust- en verblijfplaatsen van das (Ow, Andere soorten artikel 11.54 lid 1a en b).

Er dient alleen overdag te worden gewerkt, om foeragerende dassen niet te verstoren.

Vergunningsplicht door schadelijke handelingen.

Bever

Ja, aantasting van vaste rust- en verblijfplaatsen van bever (Ow, Habitatrichtlijnsoorten, artikel 11.46 lid 1a, b en d).

n.v.t.

Vergunningsplicht door schadelijke handelingen.

Vogels met jaarrond beschermd nest

Aantasting rust- en verblijfplaatsen en/of verstoring mogelijk.

Werkzaamheden buiten het broedseizoen van de buizerd uitvoeren (februari tot en met half juli).

Indien niet kan worden voldaan aan de voorzorgsmaatregelen is er een vergunningsplicht door schadelijke handelingen. Let op: voor buizerd is een nadere beschouwing van de alternatievenafweging nodig.

Algemene soorten

Aantasting rust- en verblijfplaatsen en/of verstoring mogelijk.

Specifieke zorgplicht; werkzaamheden die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel als mogelijk worden nagelaten of maatregelen worden genomen om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen. Maatregelen dienen te worden uitgewerkt in een ecologisch werkprotocol.

Geen.

Algemene broedvogels

Verstoring mogelijk.

Kap-/rooiwerkzaamheden buiten het broedseizoen (15 maart – 15 juli) uitvoeren. Verstorende werkzaamheden voor het broedseizoen starten, anders is eerst een broedvogelcontrole nodig.

Geen.

Sweco | Soortgericht onderzoek Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 25-4-2024

Versie D1

Document referentie NL24-648800269-80980

4/41

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Als onderdeel van het project ‘Netuitbreiding Boxmeer – Venray 150 kV’, dient een nieuwe ondergrondse 150kV hoogspanningsverbinding gerealiseerd te worden tussen de 150kV-hoogsspanningsstations Boxmeer in Noord-Brabant en Venray in Limburg, zie Figuur 1.1 en Figuur 1.2. De versterking van het 150kV-net tussen de stations Boxmeer en Venray maakt onderdeel uit van een grotere versterking van het hoogspanningsnet in de regio.

Figuur 1.1

Ligging hoogspanningsstation (rood omkaderd) in Venray.

Figuur 1.2

Ligging hoogspanningsstation (rood omkaderd) in Boxmeer.

Sweco | Soortgericht onderzoek Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 25-4-2024

Versie D1

Document referentie NL24-648800269-80980

5/41

Om de aanleg van de nieuwe 150kV hoogspanningsverbinding te realiseren, dient het omgevingsplan gewijzigd te worden in gemeente Land van Cuijk en in gemeente Venray. Om de uitvoerbaarheid van de ontwikkelingen voor de planwijziging mogelijk maken, te toetsen in het licht van de Wet natuurbescherming, later geactualiseerd voor de Omgevingswet (Ow), is een verkennend natuuronderzoek uitgevoerd1. Hieruit bleek dat er mogelijk beschermde natuurwaarden in (de omgeving van) het plangebied aanwezig zijn, zie Tabel 1.1, en dat het voornemen hier negatieve effecten op kan hebben. Tabel 1.1 plangebied

Mogelijke aanwezige beschermde natuurwaarden in (de omgeving van) het

Soort(groep) Beschermingsregime Bal

Natuurwaarde(n)

Das

Andere soorten Art. 11.54

Bever

Habitatrichtlijn Art 11.46

Vogels

Vogelrichtlijn Art. 11.37

Vaste voortplantings- en rustplaatsen Vaste voortplantings- en rustplaatsen Jaarrond beschermde nesten

Mogelijke overtreding Art. 11.54, lid 1b Art. 11.46, lid 1b en d Art. 11.37, lid 1b en d

Om te bepalen of bovenstaande beschermde natuurwaarden daadwerkelijk aanwezig zijn, en of de ontwikkeling een effect heeft op deze natuurwaarden, heeft TenneT TSO B.V. aan Sweco Nederland B.V. (hierna: Sweco) gevraagd soortgericht onderzoek uit te voeren. De resultaten van het onderzoek zijn verwerkt in voorliggende rapportage.

1.2

Doel

Het doel van het soortgericht onderzoek is om te bepalen of het omgevingsplan uitvoerbaar is binnen de kaders van de Omgevingswet. De inventarisaties brengen de aan- dan wel afwezigheid van beschermde soorten in beeld. Bij aanwezigheid worden de functies van het gebied voor de soorten ook nader in beeld gebracht. Op basis hiervan worden de effecten van het voornemen bepaald. Tevens wordt inzicht gegeven of er sprake is van een vergunningsplicht in de uitvoeringsfase, alsmede of een eventuele vergunning verleenbaar wordt geacht.

1.3

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt het planvoornemen zoals de ligging van het plangebied en de voorgenomen werkzaamheden besproken. In hoofdstuk 3 wordt de onderzoeksmethodiek van het soortgericht onderzoek naar das, bever en vogels met een jaarrond beschermd nest omschreven. In hoofdstuk 4 worden per soort(groep) de resultaten van het onderzoek omschreven en zijn de analyses en mogelijke effecten van de geplande werkzaamheden op de aanwezige soorten onderbouwd. In hoofdstuk 5 wordt de conclusie van het soortgericht onderzoek weergegeven.

1 Sweco Nederland B.V. (2022). Verkennend natuuronderzoek Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV.

NL22-648800269-23909

Sweco | Soortgericht onderzoek Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 25-4-2024

Versie D1

Document referentie NL24-648800269-80980

6/41

2

Beschrijving van het voornemen

2.1

Ligging en beschrijving plangebied

Het plangebied ligt globaal tussen Venray (provincie Limburg) en Boxmeer (provincie Noord-Brabant), zie Figuur 2.1. Het plangebied bestaat uit een tracé en een bufferzone van 20 meter aan weerszijden, die mogelijk gebruikt kan worden als werkstrook. Het tracé is in totaal 20,7 km lang. Het tracé doorkruist verschillende ecotopen zoals bosschages met aangrenzend maïs- en grasland, bomenlanen, open landschap, houtsingels, watergangen, bos en stedelijk gebied (Venray).

Figuur 2.1 Tracé nieuwe ondergrondse 150kV hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venray (blauw-gele lijn).

Sweco | Soortgericht onderzoek Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 25-4-2024

Versie D1

Document referentie NL24-648800269-80980

7/41

2.2

Voorgenomen werkzaamheden

De werkzaamheden bestaan uit de realisatie van een 150kV kabeltracé bestaande uit twee circuits, waarbij deels wordt gewerkt met een open ontgraving en deels gebruik wordt gemaakt van gestuurde boringen (HDD). Gedetailleerde kaarten zijn opgenomen in bijlage 1. Uitgangspunt is dat er geen bomen gekapt dienen te worden. Tevens worden er aanpassingen aan de stations van Boxmeer en Venray doorgevoerd, zoals het realiseren van twee kabelvelden. De invloed van deze aanpassingen is ook opgenomen in het onderzoek. Bij het tracé gelden voor het uitvoeren van het onderzoek de volgende uitgangspunten: • Op locaties van open ontgravingen zal een sleuf gegraven worden voor de aanleg van de kabel; • De maximale ontgravingsdiepte in agrarisch gebied betreft 2,3 meter; • De maximale ontgravingsdiepte in niet-agrarisch gebied betreft 1,7 meter; • Kruisingen van het tracé worden voornamelijk aangelegd middels persingen en gestuurde boringen in de vorm van HDD’s (horizontal directional drilling).

Sweco | Soortgericht onderzoek Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 25-4-2024

Versie D1

Document referentie NL24-648800269-80980

8/41

3 Wettelijk kader Bescherming van soorten wordt in de Omgevingswet geregeld in hoofdstuk 5. Alle activiteiten met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild voorkomende dieren of planten zijn zogeheten flora- en fauna-activiteiten (bijlage bij art. 1.1 Omgevingswet). Indien er sprake is van schadelijke handelingen, leidt dit tot een vergunningsplicht. De schadelijke handelingen komen voort uit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn en Internationale Verdragen en betreffen de volgende handelingen; Schadelijke handelingen Vogelrichtlijn (art. 11.37 Bal): • Het opzettelijk doden of opzettelijk vangen van van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in art. 1 Vrl. • Het opzettelijk vernielen of opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het opzettelijk wegnemen van nesten van die vogels. • Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels. • Het opzettelijk storen van vogels. • Het verbod op het opzettelijk storen van vogels, geldt niet, als het storen niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de vogelsoort. • Het verbod geldt niet als de activiteit uitvoering geeft aan een instandhoudingsmaatregel of passende maatregel. Schadelijke handelingen Habitatrichtlijn (art.

11.46 Bal): • Het in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk doden of opzettelijk vangen van in het wild levend dieren Hrl bijlage IV, onder a, Bern bijlage II, Bonn bijlage I (ex. Vogels art. I Vrl). • Het opzettelijk verstoren van dieren. • Het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren van dieren. • Het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren. • Het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onder b Hrl of bijlage I verdrag van Bern, in hun natuurlijk verspreidingsgebied. • Het verbod geldt niet als de activiteit uitvoering geeft aan een instandhoudingsmaatregel of passende maatregel. Schadelijke handelingen andere soorten (art. 11.54 Bal): • Het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder A. • Het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren. • Het opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van vaatplanten van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder B.

• Het verbod geldt niet voor bosmuis, huisspitsmuis en veldmuis, voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. • Het verbod geldt niet als de activiteit uitvoering geeft aan een instandhoudingsmaatregel of passende maatregel. Voor Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijnsoorten geldt dat voortplantings- en rustplaatsen (inclusief functionele leefomgeving) niet opzettelijk verstoord of vernietigd mogen worden, en dat exemplaren niet opzettelijk mogen worden gedood of verwond. In gebruik zijnde nesten van vogels zijn te allen tijde gedurende het broedseizoen beschermd. Van een aantal vogelsoorten geniet de vaste rust- en verblijfplaats een aanvullende jaarronde bescherming. Er is een Sweco | Soortgericht onderzoek Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 25-4-2024

Versie D1

Document referentie NL24-648800269-80980

9/41

landelijke lijst opgesteld2, maar provincies hebben de mogelijkheid deze aan te passen. Voor provincie Noord-Brabant geldt de landelijke lijst. Voor provincie Limburg is een lijst conform provinciale beleidsregels passieve soortenbescherming provincie Limburg opgesteld met vogels met jaarrond beschermde nesten. In onderstaande tabel (Tabel 3.1) zijn de vogels met een jaarrond beschermd nest in Limburg weergegeven. Tabel 3.1. Vogels met jaarrond beschermde nesten Limburg Vogels jaarrond beschermde nesten

Categorie

Vogels waarvan voldoende functioneel leefgebied aanwezig moet blijven

Categorie

Boerenzwaluw

2

Bijeneter

4

Boomvalk

3

Blauwe reiger

4

Bosuil

2

Buizerd

4

Gierzwaluw

2

Draaihals

4

Grote gele kwikstaart

2

Grauwe klauwier

4

Havik

3

Grutto

4

Huismus

2

IJsvogel

4

Huiszwaluw

2

Kramsvogel

4

Kerkuil

1

Kwartelkoning

4

Oehoe

1

Oeverzwaluw

4

Ooievaar

2

Paapje

4

Raaf

3

Ringmus

4

Ransuil

3

Roerdomp

4

Rode wouw

3

Sperwer

4

Roek

1

Spotvogel

4

Slechtvalk

2

Visdief

4

Steenuil

1

Wulp

4

Torenvalk

3

Zomertortel

4

Wespendief

3

Zwarte specht

4

Zwarte wouw

3

uitleg: categorie 1: Jaarrond gebruikte nesten categorie 2: Zeer plaatstrouwe broedvogel of afhankelijk bebouwing categorie 3: Zeer plaatstrouwe broedvogel die ieder jaar terugkeert naar specifiek nest categorie 4: Vogel dat jaarlijks terugkeert naar specifiek nest, maar voldoende flexibel om elders nieuw nest te bouwen. Echter, dusdanig kwetsbaar dat functionaliteit van leefgebied niet in het geding mag komen.

Onderzoeken naar het voorkomen van beschermde soorten hebben een geldigheidsduur van drie jaar. Na deze termijn dient het onderzoek te worden geactualiseerd. Vogels met jaarrond beschermde nesten zijn ingedeeld in 5 categorieën, waarbij de nesten van soorten van categorie 1 t/m 4 in principe altijd jaarrond beschermd zijn, en nesten van soorten van categorie 5 enkel wanneer er een zwaarwegend ecologisch belang is om het nest wel jaarrond te beschermen. 2

RVO, 2021. Indicatieve lijst jaarrond beschermde vogelnesten https://www.rvo.nl/sites/default/files/2021/04/Lijst-jaarrond-beschermde-vogelnesten.pdf

Sweco | Soortgericht onderzoek Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 25-4-2024

Versie D1

Document referentie NL24-648800269-80980

10/41

Zie tekstbox 1 voor een toelichting per categorie. Ook voor soorten van categorieën 1 t/m 4 kunnen zich uitzonderingssituaties voordoen waarbij een nest geen jaarronde beschermd behoeft. Dit wordt beoordeeld door een ecoloog. Soorten van categorie 1 t/m 4 zijn de volgende: boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, oehoe, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief en zwarte wouw. Van een aantal andere soorten zijn de nesten enkel beschermd indien er onvoldoende alternatieven zijn. Tekstbox 1

Vogels met jaarrond beschermde nesten.

Op de volgende categorieën gelden de verbodsbepalingen van de Ow jaarrond: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: steenuil). 2. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: roek, gierzwaluw en huismus). 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: ooievaar, kerkuil en slechtvalk). 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: boomvalk, buizerd en ransuil). Op soorten van de volgende categorie gelden de verbodsbepalingen van de Ow niet jaarrond: 5. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd.

Categorie 5-soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Indien dit het geval is, is een omgevingscheck benodigd.

Voor Andere soorten geldt dat voortplantingsplaatsen en rustplaatsen (inclusief functionele leefomgeving) van deze soorten niet (opzettelijk) vernietigd mogen worden en dat exemplaren niet (opzettelijk) mogen worden gedood of verwond. Verstoring van deze soorten is geen schadelijke handeling die leidt tot een vergunningsplichtig geval. Ten aanzien van de Andere soorten geldt dat het bevoegd gezag (provincies c.q. ministerie van LNV) de vrijheid heeft om soorten binnen deze categorie onder voorwaarden vrij te stellen. Voor provincie Noord-Brabant zijn deze soorten genoemd in onderstaande tabel (Tabel 3.2). Voor provincie Limburg zijn deze soorten genoemd in Tabel 3.3. Tabel 3.2 Vrijgestelde soorten in provincie Noord-Brabant (Omgevingsverordening Noord-Brabant). Zoogdieren

Amfibieën

Aardmuis

Ondergrondse woelmuis

Bruine kikker

Bosmuis

Ree

Gewone pad

Dwergmuis

Rosse woelmuis

Kleine watersalamander

Dwergspitsmuis

Tweekleurige bosspitsmuis

Meerkikker

Egel

Veldmuis

Middelste groene kikker

Gewone bosspitsmuis

Vos

Haas

Wild zwijn

Huisspitsmuis

Woelrat

Konijn

Sweco | Soortgericht onderzoek Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 25-4-2024

Versie D1

Document referentie NL24-648800269-80980

11/41

Tabel 3.3 Vrijgestelde soorten in provincie Limburg (Omgevingsverordening Limburg). Zoogdieren

Amfibieën

Reptielen

Aardmuis

Ondergrondse woelmuis

Bruine kikker

Hazelworm***

Bosmuis

Ree

Gewone pad

Levendbarende hagedis****

Bunzing

Rosse woelmuis

Kleine watersalamander

Dwergmuis

Steenmarter*

Meerkikker

Dwergspitsmuis

Tweekleurige bosspitsmuis

Middelste groene kikker

Egel

Veldmuis

Gewone bosspitsmuis

Vos

Haas

Wezel

Hermelijn

Woelrat

Huisspitsmuis

Eekhoorn**

Konijn

Molmuis

* steenmarter = vrijgesteld in de periode 15 augustus tot en met februari ** eekhoorn = vrijgesteld in de periode maart, april en juli tot en met november *** hazelworm = vrijgesteld in de periode juli tot en met september **** levendbarende hagedis = vrijgesteld in de periode 15 augustus tot en met 15 oktober

Een aantal uitzonderingen op de vergunningplicht en de vergunningsvrije gevallen zijn benoemd. Er geldt geen vergunningplicht wanneer: • Schadelijke handelingen uitgevoerd worden ten behoeve van instandhoudingsen passende maatregelen in het kader van het bereiken van Natura-2000 doelstellingen (zie art. 11.37, lid 2 onder b, art. 11.46, lid 2 onder b en art. 11.54 lid 2 onder c Bal). • Flora- en fauna-activiteiten aangewezen zijn in een programma (bijvoorbeeld in een Natura 2000-beheerplan). • Flora- en fauna-activiteiten zijn aangewezen in een omgevingsverordening (bijvoorbeeld door de provincie vrijgestelde soorten en handelingen). • Flora- en fauna-activiteiten zijn aangewezen in een ministeriële regeling (bijvoorbeeld door de minister van LNV vrijgestelde soorten en handelingen). • Flora- en fauna-activiteiten aantoonbaar worden uitgevoerd conform een per ministeriële regeling aangewezen gedragscode. Voor beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld of voor voorgenomen schadelijke handelingen geldt een vergunningplicht. Een omgevingsvergunning kan enkel worden verleend als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan (artikel 8.74l Bkl): • De activiteit nodig is vanwege bepaalde belangen. • Geen andere bevredigende oplossing mogelijk is. • De activiteit niet nadelig is voor de gunstige staat van instandhouding van populaties.

• Verder geldt in geval van populatiebeheer een aanvullende beoordelingsregel.

Sweco | Soortgericht onderzoek Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 25-4-2024

Versie D1

Document referentie NL24-648800269-80980

12/41

Voor vogels gelden zwaardere belangen dan voor soorten van Habitatrichtlijn of verdragen, en voor andere soorten. Voor andere soorten wordt ook vergunning verleend voor activiteiten in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling en bestendig beheer of onderhoud en voor een zelf nader te specificeren ‘Algemeen belang’. Specifieke zorgplicht Voor alle flora- en fauna-activiteiten is een specifieke zorgplicht opgenomen (art. 11.27 Bal). Deze houdt in dat iedereen die een flora- en fauna-activiteit uitvoert, nadelige gevolgen zo veel als mogelijk dient te voorkomen, beperken of ongedaan te maken (art. 11.27, 1e lid Bal). Om te voldoen aan de specifieke zorgplicht dient eenieder onderzoek te doen naar het voorkomen van een aantal type soorten die kwetsbaar of bedreigd zijn (art. 11.27, 2e lid Bal). Deze soorten betreffen in Nederland van nature voorkomende: • Vogelrichtlijnsoorten zoals genoemd in bijlage I Vrl en niet in die bijlage genoemde, geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten als bedoeld in artikel 4, 2e lid Vrl. • Habitatrichtlijnsoorten als opgenomen in bijlage II, IV en V Hrl. • Nationaal beschermde soorten (bijlage IX Bal). • Dieren of planten die staan opgenomen op de Rode Lijsten.

Rode lijst soorten Voor rode lijst-soorten van nationaal belang, zoals vermeld in Bijlage IX van het Bal, gelden specifieke beschermingsregels, die tevens gelden voor Andere soorten in de Omgevingswet. Soms kan het verrichten van activiteiten nadelig zijn voor een rode lijstsoort (niet van nationaal belang). Deze activiteit is een flora- en faunaactiviteit waarvoor de specifieke zorgplicht geldt. Als schadelijke handelingen optreden dienen die eerst voorkomen te worden door passende preventieve maatregelen te treffen. Indien dit niet mogelijk is dienen passende herstelmaatregelen te worden genomen.

Sweco | Soortgericht onderzoek Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 25-4-2024

Versie D1

Document referentie NL24-648800269-80980

13/41

4

Onderzoeksmethodiek

Uit het verkennend natuuronderzoek bleek dat het plangebied mogelijk een functie heeft als leefgebied voor diverse beschermde soorten, namelijk: das, bever, buizerd, sperwer en slechtvalk. Om de aanwezigheid van deze soorten aan te tonen dan wel uit te sluiten, is nader (veld)onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van deze soorten, conform bestaande protocollen en telrichtlijnen. Tijdens de onderzoeken is niet specifiek gelet op andere algemeen aanwezige soorten, maar de soorten die wel waargenomen zijn, worden benoemd in paragraaf 5.4. De veldbezoeken zijn uitgevoerd door Anne Paulusse, deskundige ecoloog van Sweco.

4.1

Das

De das leeft in allerlei soorten biotopen, met een voorkeur voor kleinschalig akkeren weidelandschap met verspreide bosjes, heggen en houtwallen. Maar ook open terreinen, zoals vochtige heiden en rivierdalen zijn geschikte leefgebieden. Een familiegroep bewoont gezamenlijk een burcht. Het centrum en de grenzen van het territorium worden gemarkeerd met mest (Zoogdiervereniging.nl). Dassen leven in familiegroepen, ook wel clans genoemd. Clans bestaan meestal uit 2-12 dieren, soms van verschillende families. Een clan heeft een eigen territorium, bestaande uit een hoofdburcht, ofwel kraamburcht en veelal met meerdere bijburchten en vluchtpijpen om uit te kunnen wijken, als schuilplek of bij locaties waar tijdelijk/periodiek veel voedselaanbod is, zoals langs akkers (Stichting Dassenwerkgroep Brabant). Het dassenonderzoek is uitgevoerd conform het kennisdocument das (Meles meles) (BIJ12, 2017), door een ecoloog van Sweco. Het dassenonderzoek is uitgevoerd vanaf februari tot en met september 2023. Daarbij zijn drie inventarisatierondes – in de periode februari/april, mei en augustus/september – uitgevoerd, waarbij naar burchten, prenten, wissels, graafactiviteiten en mestputjes/latrines is gekeken en de activiteit bij de aanwezige pijpen en burchten is onderzocht. Naast het eigen veldonderzoek zijn de gegevens van Stichting Das&Boom (GIS-export via de heer Moonen d.d.

15 juli 2022) en andere in de omgeving uitgevoerde onderzoeken geraadpleegd3. De uitgevoerde inventarisatiemomenten van het onderzoek zijn weergegeven in Tabel 4.1.

3

WSP, 2021. Memo terreininspecties, Versterken van 150kV net Haps-Boxmeer-Venray. D.d. 7 april 2021.

Sweco | Soortgericht onderzoek Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 25-4-2024

Versie D1

Document referentie NL24-648800269-80980

14/41

Tabel 4.1 2023).

Inventarisatiemomenten en weersomstandigheden nader dassenonderzoek (2022-

Datum

Doel

Bezoek Weersomstandigheden

27-2-2023

Burchten, holen en andere sporen das

1

6°C, windkracht 3 bft ZW, bewolking 2/8, droog

4-4-2023

Burchten, holen en andere sporen das

1

10°C, windkracht 2 bft W, bewolking 5/8, droog

18-4-2023

Burchten, holen en andere sporen das

1

14°C, windkracht 4 bft W, bewolking 3/8, droog

16-5-2023

Burchten, holen en andere sporen das

2

15°C, windkracht 3 bft ZO, bewolking 2/8,droog

23-5-2023

Burchten, holen en andere sporen das

2

17°C, windkracht 3 bft Z, bewolking 5/8, droog

30-5-2023

Burchten, holen en andere sporen das

2

21°C, windkracht 3 bft Z, bewolking 4/8, droog

15-8-2023

Burchten, holen en andere sporen das

3

26°C, windkracht 2 bft O, bewolking 6/8, lichte regen (<0,05mm)

11-9-2023

Burchten, holen en andere sporen das

3

27°C, windkracht 2 bft O, bewolking 6/8, regen

19-9-2023

Burchten, holen en andere sporen das

3

20°C, windkracht 4 bft, NO, bewolking 2/8, droog

20-9-2023

Burchten, holen en andere sporen das

3

21°C, windkracht 3 bft N, bewolking 8/8, droog

4.2

Bever

Bevers zijn te vinden in gebieden waar land en water elkaar ontmoeten, waaronder moerassen, rivieren en meren. Ze hebben een voorkeur voor waterrijke gebieden die worden omringd door moerasbossen met bomen zoals wilgen en populieren. Hoewel bosrijke oevers essentieel zijn, maken bevers ook gebruik van oevers zonder bosvegetatie. Door het creëren van dammen en het knagen aan bomen en struiken, kunnen bevers hun eigen habitat aanpassen en verbeteren, wat een significante impact op het omliggende landschap heeft. Bevers maken geen onderscheid tussen stromend of stilstaand water; het belangrijkste is dat het water minstens 50 cm diep is. Bevers vertonen vooral activiteit gedurende de nacht. Gedurende de dag rusten ze meestal door te slapen in nesten, holen of in hun speciaal gebouwde burchten. Ze gaan niet in winterslaap. De bever eet in de winter voornamelijk bast en twijgen en in de zomer kruidachtige land- en waterplanten (Zoogdiervereniging.nl). Het beveronderzoek is uitgevoerd conform het kennisdocument bever (Castor fiber) (BIJ12, 2017a), door een ecoloog van Sweco. Het beveronderzoek is uitgevoerd vanaf maart tot en met oktober 2023.

Daarbij zijn twee inventarisatierondes in de periode - maart tot en met mei en augustus tot en met september – uitgevoerd waarbij naar oeverholen, burchten, prenten, wissels, knaagsporen, graafactiviteiten en mestputjes/latrines is gekeken en de activiteit bij de aanwezige oeverholen en burchten is onderzocht. Ook is met behulp van grondradar onderzoek gekeken naar mogelijke holen die langs enkele sloten gelegen zijn. Dit is gedaan in samenwerking met HDB B.V. op 28 en 29 juni 2023. Door middel van een grondradar is langs de oevers gelopen, op plekken waar de landeigenaren akkoord voor hebben gegeven. Deze radar registreert holtes en andere oneffenheden in de bodem. Deze methode wordt al gebruikt voor kabels en leidingen in de grond te detecteren. Maar ook holtes, zoals

Sweco | Soortgericht onderzoek Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 25-4-2024

Versie D1

Document referentie NL24-648800269-80980

15/41

oeverholen van de bever kunnen hiermee worden getraceerd. Daarom is op de delen waar het kabeltracé langs watergangen loopt en sporen van bever zijn aangetroffen gebruik gemaakt van deze aanvullende methode. Op de percelen waar grondradar niet mogelijk was, is alleen de inventarisatie gedaan en is visueel gezocht naar oeverholen en sporen. De uitgevoerde inventarisatiemomenten van het onderzoek zijn weergegeven in Tabel 4.2. Tabel 4.2

Inventarisatiemomenten en weersomstandigheden nader beveronderzoek (2023).

Datum

Doel

Bezoek Weersomstandigheden

28-3-2023

Holen en sporen bever

1a

10°C, windkracht 3 bft N, bewolking 7/8, lichte regen

4-4-2023

Holen en sporen bever

1b

10°C, windkracht 2 bft W, bewolking 5/8, droog

28 en 29-6-2023

Grondradar holen bever

-

18°C, windkracht 2 bft W, bewolking 8/8, droog

11-10-2023

Holen en sporen bever

2

21°C, windkracht 3 bft NO, bewolking 8/8, droog

4.3

Vogels – jaarrond beschermde nesten

In (de directe omgeving van) het plangebied zijn enkele (mogelijk) jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Roofvogels, zoals buizerd en sperwer, kunnen nestelen in de bomen van de rondom het plangebied aanwezige bossen en bosschages. Ook op enkele elektriciteitsmasten nabij het tracé kunnen mogelijk aanwezige slechtvalknesten aanwezig zijn. Onderstaand wordt per soort een algemene soortbeschrijving gegeven. Buizerd De buizerd komt voor in grote, afwisselende bosgebieden met heidevelden en boerenland, evenals in moerasbossen, agrarisch gebied met kleine bosjes en houtwallen, struikrijke duinvalleien, en stedelijke gebieden met groepjes bomen. De buizerd jaagt vooral op kleine zoogdieren, en jaagt vooral vanaf zitplaats laag boven de grond, maar kan ook bidden in open gebieden. De soort broedt het liefst in kruinen van hoge bomen, vaak tegen de rand van het bos. Bouwt nest van takken en twijgen. Het nest is groot, ongeveer een meter in doorsnede en 60 cm diep (Vogelbescherming.nl). Slechtvalk De slechtvalk nestelt op steile klippen en bergwanden, maakt gebruik van inhammen en uitsteeksels; ook in verlaten nesten van roofvogels en kraaien. Tegenwoordig ook regelmatig in door mensen geplaatste nestkasten. In Nederland is de soort te vinden in stedelijke omgevingen zoals kantoorgebouwen en torens, alsmede in open agrarisch gebied waar ze nestelen in hoogspanningsmasten.

Het voedsel bestaat voornamelijk uit middelgrote vogels, zoals eenden, duiven, spreeuwen en steltlopers (Vogelbescherming.nl). Sperwer De sperwer broedt meestal in een dicht, jong bos met naaldbomen (fijnspar, lariks), het liefst in halfopen landschappen. Soms broedt de soort ook in de stad of in tuinen, in open boerenland in windsingels, bosjes en op erven. De soort bouwt jaarlijks een nest, waardoor in lang bezette territoria veel oude nesten zijn. Nest vaak dicht tegen de stam in dicht bos. De sperwer is dol op kleine zangvogels, zoals mezen, mussen en vinken (Vogelbescherming.nl).

Sweco | Soortgericht onderzoek Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 25-4-2024

Versie D1

Document referentie NL24-648800269-80980

16/41

Methodiek De methode voor het inventariseren van broedvogels met een jaarrond beschermd nest is gebaseerd op het kennisdocument van de Buizerd (Bij12, 2017b) en de SOVON richtlijnen. Het onderzoek is gericht op het vaststellen van mogelijk gebruik van de aangetroffen nesten als jaarrond beschermd nest en heeft plaatsgevonden in de periode waarin nestindicerend en/of broedgedrag van buizerd, slechtvalk en sperwer kan worden waargenomen (eind februari tot en met mei). De nesten in masten en bomen nabij het plangebied zijn op geschikte momenten en onder geschikte weersomstandigheden visueel gecontroleerd op verschillende elementen die indicatief zijn voor (recente) broedactiviteit. Bij elk mogelijk jaarrond beschermd nest nabij het plangebied is circa één uur geobserveerd door de uitvoerende ecoloog. Onderzoeksmethode buizerd Het onderzoek naar de buizerd is uitgevoerd volgens het kennisdocument van Bij12 (2017) met maximaal vier bezoeken in de optimale onderzoeksperiode (maart tot en met half mei). Het onderzoek bestaat uit het zoeken van nesten en de kartering van territorium- of nestindicerende waarnemingen, zoals baltsende paren, verse takken op het nest, witte poepspetters onder nestboom, grote nestjongen op het nest (Sovon.nl).

Eén bezoek is eind februari uitgevoerd, in deze periode is de buizerd al wel begonnen met nestbouw en kunnen er al sporen van activiteit bij het nest worden waargenomen. Onderzoeksmethode slechtvalk Het onderzoek naar de slechtvalk is uitgevoerd volgens de SOVON-richtlijnen met maximaal drie bezoeken in de optimale onderzoeksperiode (maart tot en met half juli). Het onderzoek bestaat uit het zoeken van nesten en de kartering van territorium- of nestindicerende waarnemingen, zoals balts, alarm, voedseltransport of prooiovergave (Sovon.nl). Onderzoeksmethode sperwer Het onderzoek naar de sperwer uitgevoerd volgens de SOVON-richtlijnen met maximaal drie bezoeken in de optimale onderzoeksperiode (maart tot en met half juli). Het onderzoek bestaat uit het zoeken van nesten en de kartering van territorium- of nestindicerende waarnemingen, zoals verse nesten met doorschijnende rand, witte poepstrepen op grond, concentratie plukresten, roepen, grote nestjongen op het nest (Sovon.nl). De uitgevoerde inventarisatiemomenten van het onderzoek zijn weergegeven in Tabel 4.3. Tabel 4.3

Inventarisatiemomenten en weersomstandigheden nader onderzoek vogels met jaarrond beschermd nest (2023).

Datum

Bezoek

Weersomstandigheden

27-2-2023

1

5°C, windkracht 2 bft NO, bewolking 1/8, droog

28-3-2023

2

10°C, windkracht 3 bft N, bewolking 7/8, lichte regen

4-4-2023

3

10°C, windkracht 2 bft W, bewolking 5/8, droog

2-5-2023

4

14°C, windkracht 3 bft W, bewolking 5/8, droog

Sweco | Soortgericht onderzoek Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 25-4-2024

Versie D1

Document referentie NL24-648800269-80980

17/41

5

Resultaten en effectanalyse

Het tracé loopt door verschillende ecotopen die geschikt zijn als verblijfplaats dan wel leefgebied van beschermde soorten. Deze locaties zijn aangegeven middels letters op de deelkaarten van het tracé (zie bijlage 1). Deze kaart is tevens in het verkennend natuuronderzoek gebruikt. In de paragrafen 5.1, 5.2 en 5.3 is, per soort(groep), middels dezelfde letters aangegeven welk van deze locaties voor de betreffende soort(groep) geschikt is en activiteit van de soort(groep) is waargenomen. De kaarten met waarnemingen van de soorten en soortgroep zijn zowel in dit hoofdstuk als in bijlage 3 (groter formaat) weergegeven.

5.1

Das

5.1.1

Resultaten

Tijdens het verkennend natuuronderzoek en tijdens het soortgericht onderzoek zijn meerdere actieve burchten, wissels, actieve vluchtpijpen van de das aangetroffen in de bossen en houtwallen nabij en binnen het plangebied. De verschillende gebieden waar onderzoek is gedaan naar das betreffen, Station Boxmeer (A, C, D, E), Lindelaan (L, M), Lactariabos (O), Het Helder bos (T, U), Hansberg (V), Venraysbroek (W). Ruige tuinrand (S) en Venray (Z). Hieronder is per locatie omschreven welke activiteit is waargenomen.

Sweco | Soortgericht onderzoek Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 25-4-2024

Versie D1

Document referentie NL24-648800269-80980

18/41

Station Boxmeer (locaties A, C, D en E) In een houtwal ten zuidwesten van het station Boxmeer is een actieve kraamburcht van de das aangetroffen (C). Dit is te zien aan de verse graaf- en loopsporen welke zijn aangetroffen tijdens alle onderzoeksmomenten. De kraamburcht bevat wel meer dan 20 pijpen en een duidelijke wissel die over de houtwal naar alle pijpen loopt met aan de akkerzijde (noordoost) een tweede wissel richting foerageergebied. Deze burcht is bekend bij Das&Boom (oranje ruit in kaart) als actieve burcht en is op circa 270 meter, ten westen van het kabeltracé gelegen. In het verlengde van deze burcht, loopt een wissel over de houtwal en zijn er enkele vluchtpijpen aanwezig in de houtwal verder ten zuidoosten hiervan, aan de andere zijde van de Zandkant. Deze pijpen leken tijdens het onderzoek echter niet recent in gebruik, de pijpen waren dichtgevallen met blad en takken en verse (graaf)sporen waren afwezig. Het kabeltracé wordt middels ondergrondse boring aangelegd onder de houtwal door, precies op de locatie van één van de pijpen. In het bosje verder ten zuidoosten (D), aan het einde van de houtwal zijn enkele oude sporen van de das aangetroffen, zoals oude pijpen en mestputjes. De bossen en houtwallen worden verder niet aangetast omdat het tracé door middel van de gestuurde boring hier onderdoor wordt aangebracht.

In het bos ten noorden van het station (A), zijn enkele oude pijpen aangetroffen. In dit bos zijn geen verse dassensporen aangetroffen. Ook in het bosje (E) aan de andere zijde van de N272 zijn enkele oude vluchtpijpen aangetroffen. Bij Das&Boom staat deze locatie bekend als ‘onbewoond of incidenteel belopen’. Er is eenmaal op 27 februari 2023 een verse pootafdruk waargenomen aan de rand van het bos en de akker. Uit de gegevens van Das&Boom blijkt dat verder richting de snelweg in het bos wel een regulier bewoonde burcht van dassen aanwezig is, circa 380 meter van het tracé gelegen. Tussen de actieve kraamburcht bij locatie C en de actieve burcht ten oosten van locatie E is meer dan 1 kilometer gelegen. In Figuur 5.1 zijn de locaties van de aangetroffen burchten, pijpen en uitwerpselen van das weergegeven.

Definitie gebruik begrippen: Burcht: verblijfplaats van das met meerdere ondergrondse gangen en kamers. Hiervan is niet duidelijk of het tevens een voortplantingsplek betreft. Kraamburcht: een burcht die tevens als voortplantingslocatie wordt gebruikt, wordt ook wel hoofdburcht genoemd. Bijbrucht: een (kleinere) burcht, met één pijp of enkele pijpen die als extra uitwijk- of schuilmogelijkheid dient, naast de kraamburcht in hetzelfde territorium. Vluchtpijp: één pijp (gang) als uitwijk- of schuilmogelijkheid of bij locaties waar tijdelijk/periodiek meer voedselaanbod is. Mestputjes: een gegraven kuiltje met uitwerpselen. Wissel: een vast pad in het leefgebied van das die van burcht naar voedselgebieden loopt. Dassen gebruiken binnen het territorium vaak wissels die, net als de burchten, eeuwenoud kunnen zijn. De wissels nemen de gemeenschappelijke lichaamsgeur aan en worden plaatselijk ook wel gemarkeerd met de geur uit de anaalklieren. Dassen kennen hun territorium dan ook voornamelijk op basis van geuren. In een gebied zonder herkenbare geuren, zoals de eigen lichaamsgeur raken ze gedesoriënteerd.

Sweco | Soortgericht onderzoek Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 25-4-2024

Versie D1

Document referentie NL24-648800269-80980

19/41

Figuur 5.1

Locaties sporen das, burchten, pijpen en uitwerpselen bij hoogspanningsstation Boxmeer ten opzichte van het kabeltracé.

Lindelaan In de houtwal ten noordwesten (L) van het tracé is een bewoonde kraamburcht aanwezig, bekend bij Das&Boom (oranje ruit). Ook tijdens het onderzoek zijn hier sporen aangetroffen die duiden op recent gebruik van de burcht. Meerdere sporen, zoals een wissel en enkele vluchtpijpen in de houtwal en aangrenzend bos duiden op deze activiteit in de omgeving. De burcht is op meer dan 330 meter afstand van het tracé en de werkzaamheden gelegen. Er zijn geen pijpen op minder dan een afstand van 240 meter van het tracé aangetroffen. Wel zijn recente graafsporen aangetroffen in de grondwal nabij Lindelaan 30, op circa 160 meter ten zuidwesten van het tracé. Tussen het tracé en deze vluchtpijpen/bijburcht is een houtwal en akkerland gelegen. Verse mestputjes van de das zijn aangetroffen in de houtwal op 25 meter afstand. In Figuur 5.3 zijn de dassensporen op een kaart weergegeven. De bekende burcht en de pijpen bij adres Lindenlaan 30 liggen op 500 meter afstand van elkaar, deze pijpen zijn dus binnen het territorium van de dassenclan gelegen. In het bosje ten zuiden van de Lindelaan (M) zijn alleen oude sporen van das aangetroffen. Er zijn drie oude vluchtpijpen of een bijburcht met drie pijpen aangetroffen in dit bosje. Ook zijn er twee pootafdrukken aangetroffen op 27 februari 2023 in het bosje en langs de watergang bij locatie M, zie Figuur 5.2.

Sweco | Soortgericht onderzoek Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 25-4-2024

Versie D1

Document referentie NL24-648800269-80980

20/41

Figuur 5.2

Pootafdrukken das Lindelaan (M)

Figuur 5.3

Locaties van de dassensporen nabij de Lindelaan, zoals de bijbucht, kraamburcht, uitwerpselen en overige (vlucht)pijpen ten opzichte van het kabeltracé.

Lactariabos In het Lactariabos zijn twee in gebruik zijnde (“actieve”) burchten van de das aangetroffen. Eén burcht is bekend bij Das&Boom en is aanwezig direct naast het motorcrossterrein van MSV Overloon. De andere burcht is op een afstand van circa 680 meter ten noordoosten van de bekende burcht aangetroffen ten oosten van het tracé in het bos. Sweco | Soortgericht onderzoek Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 25-4-2024

Versie D1

Document referentie NL24-648800269-80980

21/41

De actieve burcht nabij het motorcrossterrein ligt op een afstand van 180 meter van het tracé. Hier worden de kabels ondergronds geboord (HDD). De actieve burcht is op een afstand van 350 meter tot de dichtstbijzijnde open ontgraving gelegen, ten zuiden van de burcht. De aanwezige vluchtpijpen met recente mestputjes ten westen van het tracé, en de bijburcht ten oosten van het tracé zijn op 200 meter tot de dichtstbijzijnde open ontgraving (in het noorden van het Lactariabos) gelegen.

Figuur 5.4 Verse sporen bij de actieve kraamburcht das nabij het motorcross terrein in het Lactariabos (links) en burcht ten oosten van het tracé (rechts).

Ten oosten van het tracé is er een bijburcht aanwezig op circa 150 meter afstand van de bovengrondse deel van het tracé. Een actief in gebruik zijnde vluchtpijp is op 60 meter van het bovengrondse tracé gelegen. De andere actieve burcht ten oosten van het tracé ligt op circa 190 meter afstand (Figuur 5.5). Er zijn geen vluchtpijpen of burchten op de locatie van het tracé aangetroffen. Er lopen wel meerdere wissels door het bos en op de rand van het bos en akker zijn pootafdrukken gevonden.

Sweco | Soortgericht onderzoek Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 25-4-2024

Versie D1

Document referentie NL24-648800269-80980

22/41

Figuur 5.5

Locaties van de dassenburchten en andere sporen van das in het Lactariabos (O).

Het Helder bos In het westelijke gedeelte van het bos waar het tracé ten westen langs is gelegen, zijn meerdere oude vluchtpijpen van de das aangetroffen. Op 11 september 2023 is er een verse mestput waargenomen nabij een recente vluchtpijp, op circa 85 meter van het tracé. Op circa 165 meter van het tracé is in dit gedeelte van het bos een recent in gebruik zijnde burcht aangetroffen. Er zijn tijdens het onderzoek meerdere recente graafsporen van das bij meerdere pijpen (zeker vijf) bij elkaar gezien wat duidt op een bijburcht. Er is ook een bijburcht aangetroffen waar het tracé afbuigt naar het zuiden op een afstand van 120 meter van het tracé. Deze bijburcht bevat enkele pijpen waar ook recente graafsporen zijn aangetroffen tijdens het onderzoek, zie Figuur 5.6. Ten noorden van deze bijburcht is een (bij Das&Boom bekende) actieve kraamburcht aanwezig, op 300 meter afstand hiervan. De kraamburcht is op meer dan 400 meter ten noordoosten van het tracé gelegen.

Sweco | Soortgericht onderzoek Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 25-4-2024

Versie D1

Document referentie NL24-648800269-80980

23/41

Figuur 5.6

Pijp van bijburcht ten zuidwesten van de actieve kraamburcht Het Helder bos.

Tevens is nabij deze kraamburcht een oude bijburcht aangetroffen. Deze is ten noordoosten van het tracé gelegen, waar deze weer onder de grond wordt geboord. Deze oude bijburcht is net als de kraamburcht bekend bij Das&Boom, de kraamburcht als ‘regulier bewoond’ en de bijburcht als ‘onbewoond of incidenteel belopen’. Deze bijburcht is op 360 meter ten zuiden van de kraamburcht gelegen. Tussen de varens ten oosten van het tracé zijn enkele vluchtpijpen aangetroffen, op circa 65 meter afstand. Deze bevatten tijdens de bezoeken geen recente sporen, maar bleken wel open en dus mogelijk periodiek in gebruik. In het bosje ten zuiden van het tracé, zijn meerdere vluchtpijpen gevonden, de meeste waren niet recent in gebruik, enkelen wel (vier pijpen). Deze zijn op 50 – 170 meter afstand van het tracé gelegen. Verder zijn er meerdere wissels tussen de pijpen en burchten aangetroffen, naast veel oude pijpen van das verspreid in het bos. Bij locatie U zijn enkele mestputjes gevonden met verse uitwerpselen van das. Hier zijn geen pijpen van de das aangetroffen.

Sweco | Soortgericht onderzoek Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 25-4-2024

Versie D1

Document referentie NL24-648800269-80980

24/41

In Figuur 5.7 is een kaart weergegeven met de aangetroffen sporen van das in Het Helder bos.

Figuur 5.7

Locaties van burchten en andere sporen van das in Het Helder bos (T en U).

Hansberg Aan de rand van het bosje en langs de oever van de Afleidingskanaal zijn (niet recente) uitwerpselen aangetroffen, waarschijnlijk van de das. Verder zijn er geen pijpen van de das aangetroffen in de buurt van deze mestputjes. Op circa 750 meter is een bekende actieve dassenburcht aanwezig. De uitwerpselen zullen afkomstig zijn van de dassenclan die verblijft in deze actieve dassenburcht en kunnen de grens van het territorium aanduiden. Venraysbroek Langs het tracé en de watergang zijn enkele graafsporen en pootafdrukken van de das aangetroffen, Figuur 5.8. Er zijn hier geen pijpen van das waargenomen. Wel is een bekende actieve burcht (Das&Boom) aanwezig in het gebied ten zuiden van het tracé, op 340 meter afstand. Hier is ook tijdens het onderzoek recente activiteit geweest te zien aan de verse graafsporen, wissels en verse uitwerpselen nabij en in de burcht. Ruige tuinrand (S) Deze locatie werd in het verkennend natuuronderzoek geschikt bevonden door de aanwezigheid van een ruige tuinrand met bomen en struiken, grenzend aan een akker. Deze locatie bleek bij een nadere inspectie te open en bevatte te beperkte dekking om geschikt te zijn voor een burcht van de das. Er zijn hier tevens geen sporen van das aangetroffen. Venray (Z) Locatie Z wordt besproken in het verkennend natuuronderzoek. Op deze locatie is in de oever van de watergangen een oude pijp aangetroffen.

Hier zijn geen andere (verse) sporen gezien. Sweco | Soortgericht onderzoek Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 25-4-2024

Versie D1

Document referentie NL24-648800269-80980

25/41

Figuur 5.8

Pootafdrukken das op de wissel langs de watergang (W).

Figuur 5.9 Venraysbroek.

Locaties van pootafdrukken, burchten en andere sporen van das nabij de

Sweco | Soortgericht onderzoek Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 25-4-2024

Versie D1

Document referentie NL24-648800269-80980

26/41

5.1.2

Analyse en effectbepaling

Station Boxmeer Er zijn rondom het station Boxmeer twee dassenfamilies actief, wat blijkt uit de actieve burchten die aanwezig zijn in de omgeving. Deze zijn namelijk circa 1 km van elkaar verwijderd, en dassenterritoria zijn vaak 50-150 hectare groot (circa 400-800 meter diameter om de kraamburcht). De oude pijpen in locatie E zijn op circa 270 meter afstand gelegen van de actieve burcht nabij de snelweg verder ten oosten van het tracé. In locatie E wordt dus geen andere dassenfamilie verwacht dan de dassen die afkomstig zijn van de dassenclan nabij de snelweg. Aantasting van burchten van de das nabij station Boxmeer is uitgesloten. Deze liggen op een dusdanig grote afstand, 270 meter en verder van het tracé, dat aantasting van deze burchten niet aan de orde is. De verstoringsafstand van een dassenburcht is overdag namelijk 50 meter (Bij12, 2017). In de avond worden de dassen actief en gaan ze naar buiten om te foerageren. Dan is de verstoringsafstand van een burcht 200 meter (Bij12, 2017). De burchten zijn op een dergelijke afstand dat verstoring hier niet aan de orde is als alleen overdag wordt gewerkt. Om verstoring te voorkomen van de dassen die gaan foerageren in de omgeving, dient rondom station Boxmeer alleen overdag te worden gewerkt en niet meer na 19:00 uur. Het tracé loopt precies onder een aanwezige vluchtpijp van de das door.

Deze vluchtpijp was destijds niet recent in gebruik, maar kan mogelijk wel periodiek in gebruik zijn. Er loopt ook een wissel naartoe. Deze vluchtpijp is aanwezig in de houtwal waar onderdoor geboord gaat worden voor de aanleg van de kabels. Deze pijp kan door de trillingen en werkzaamheden verstoord en aangetast worden bij deze boring. Hierdoor is sprake van een ‘flora- en faunaactiviteit’ met vergunningsplicht door schadelijke handelingen (Andere soorten, artikel 11.54 lid 1 b). Omdat het tracé verder onder de houtwal met de wissel door loopt, zal er geen aantasting plaatsvinden van andere onderdelen van het leefgebied. De aanleg van de ondergrondse kabels zal maar tijdelijk en plaatselijk zijn in het foerageergebied. Na de aanleg kan de begroeiing zich weer herstellen. Hierdoor ontstaan er geen significante negatieve effecten op het foerageergebied van das in de omgeving. Lindelaan Aantasting van een burcht van de das is op deze locatie uitgesloten. De kraamburcht is op meer dan 500 meter gelegen. De dichtstbijzijnde bijburcht (pijpen op adres Lindelaan 30) is op 160 meter afstand gelegen. De wissel en vluchtpijpen in de omgeving zijn allen gelegen in de houtwal en bosje, ten westen en noorden van het tracé. Er worden geen wissels of andere belangrijke verbindingszones doorkruist met de aanleg van de kabels.

Om te voorkomen dat foeragerende dassen worden verstoord en schadelijke handelingen optreden door de werkzaamheden, dient hier enkel overdag te worden gewerkt. Lactariabos In het Lactariabos zijn twee hoofdburchten aanwezig met enkele bijburchten en vluchtpijpen nabij het kabeltracé. De kraamburcht nabij het motorcrossterrein, ligt op een afstand (175 meter), groot genoeg om niet direct door de werkzaamheden te worden aangetast. Ook wordt het tracé op deze plek onder het bos door geboord, waardoor er geen wissels of andere belangrijke verbindingszones worden onderbroken door de werkzaamheden.

Sweco | Soortgericht onderzoek Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 25-4-2024

Versie D1

Document referentie NL24-648800269-80980

27/41

De andere burcht is op 180 meter van het tracé gelegen. Hier worden wel door middel van open ontgraving de kabels aangelegd in de akkers. Om te voorkomen dat foeragerende dassen worden verstoord en schadelijke handelingen optreden door de werkzaamheden, dient hier enkel overdag te worden gewerkt. De bijburcht is op circa 120 meter van het tracé gelegen. Ook deze wordt dus niet door de werkzaamheden aangetast, als overdag wordt gewerkt. Er zijn geen pijpen van das aangetroffen op de plek waar het tracé is gelegen. Het Helder bos De (bij)burchten zijn op een dergelijke afstand gelegen (circa 165 meter of meer) dat er van aantasting van verblijfplaatsen van das geen sprake is. Ook de dichtstbijzijnde vluchtpijpen, minimaal 50 meter zullen niet direct worden aangetast, indien enkel overdag zal worden gewerkt. Er zijn geen pijpen aanwezig op de plek waar het tracé is gelegen. De wissels van das lopen door het bos en worden door het tracé niet doorkruist. Wel wordt de toegang tot het foerageergebied ten zuiden en westen van het bos tijdelijk minder bereikbaar door de werkzaamheden. De effecten hiervan kunnen tot het minimum worden beperkt door hier gefaseerd te werken (in delen de kabelgoten graven en weer dicht maken, vóór in het volgende deel wordt gewerkt) en geen menselijke activiteit meer te hebben in het gebied na 19:00 uur.

Hansberg Er zijn hier geen verblijfplaatsen (burchten of pijpen) in de directe omgeving van het tracé aangetroffen. De dichtstbijzijnde actieve dassenburcht is op 750 meter gelegen. De uitwerpselen die hier zijn aangetroffen geven de begrenzing van het territorium van de das weer, de territoriumgrens van deze dassen is circa 800 meter van de kraamburcht gelegen. Venraysbroek Nabij Venraysbroek zijn enkele uitwerpselen en een wissel aangetroffen van de das, lopend langs de watergang. De actieve dassenburcht is hier op circa 340 meter gelegen. De dassenburcht zal door de werkzaamheden niet direct worden aangetast. Wel is de plek van het tracé (open ontgraving) gelegen door en over de aanwezige wissel van burcht naar foerageergebied van de das. Door de werkzaamheden wordt deze wissel tijdelijk verstoord. De tijdelijke verstoring van de wissel zal niet zorgen voor een wezenlijke verstoring van de actieve burcht. Er zijn meerdere uitwijkmogelijkheden in de nabijgelegen akkerlanden aanwezig en tevens de andere zijde van de houtwal kan ook worden gebruikt als mogelijk tijdelijke vervanging voor de wissel. Er dient alleen overdag te worden gewerkt en voor de nacht dienen alle spullen die in de weg kunnen liggen te worden opgeruimd. Er dient geen menselijke activiteit meer te zijn in het gebied na 19:00 uur.

Locatie Z Het tracé zal hier diep en verder van de oude vluchtpijp van de das onder de grond worden geboord waardoor deze de aanwezige pijp niet aantast. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten hier op de das en het leefgebied. Vervolgstappen zijn niet noodzakelijk.

5.2

Bever

5.2.1

Resultaten

Tijdens het verkennend natuuronderzoek en tijdens het soortgericht onderzoek zijn meerdere sporen, zoals knaagsporen en een enkele oeverhol aangetroffen nabij de watergangen binnen en parallel aan het plangebied.

Sweco | Soortgericht onderzoek Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 25-4-2024

Versie D1

Document referentie NL24-648800269-80980

28/41

Tijdens het verkennend onderzoek is niet specifiek onderzoek gedaan naar de bever, waardoor vermoedelijk niet alle beversporen zijn gezien. Zeker oeverholen zijn alleen op zicht niet goed waar te nemen, omdat deze vaak onder de waterspiegel beginnen. Daarom is er soortgericht onderzoek gedaan naar bever, om een volledig beeld te krijgen van de functie van het plangebied voor de bever. De verschillende gebieden waar (recente) sporen van bever zijn aangetroffen, betreffende de volgende: Sambeeksche Uiterwatering (J), Lindelaan (L, M), Lactariabeek (Q, R), Hansberg (V) en Venray (Y). De resultaten uit het grondradaronderzoek zijn weergegeven in bijlage 2. Sambeeksche Uiterwatering In de bomenrij parallel aan de Sambeeksche Uiterwatering zijn enkele knaagsporen van bever aangetroffen. Deze waren op twee plaatsen aanwezig, en nabij deze knaagsporen was tevens een opgang in de oever aanwezig. Deze gecombineerde sporen zijn langs de watergang aangetroffen, op circa 10 meter afstand ten westen van het tracé (HDD) en op circa 335 meter afstand ten oosten van het tracé. In Figuur 5.10 zijn foto’s weergegeven van de knaagsporen van bever langs de Sambeeksche Uiterwatering.

Figuur 5.10

Definitie gebruik begrippen: Opgang: beverwissel in oevers tussen in gebruik zijnde wateren naar voedselbronnen.

Knaagsporen van bever langs de Sambeeksche Uiterwatering.

Daarnaast zijn vier oeverholen gezien, op circa 75, 110, 120 en 170 meter van het tracé vandaan. Het dichtstbijzijnde deel van het tracé wordt echter door middel van HDD aangelegd. Het dichtstbijzijnde oeverhol is op circa 90 meter gelegen van de plek waar met open ontgraving wordt gewerkt. In Figuur 5.11 zijn de aanwezige sporen van bever langs de Sambeeksche Uiterwatering weergegeven.

Sweco | Soortgericht onderzoek Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 25-4-2024

Versie D1

Document referentie NL24-648800269-80980

29/41

Figuur 5.11 150kV.

Sporen van bever langs de watergang Sambeeksche Uiterwatering en het kabeltracé

Lindelaan Langs de watergang ten noorden van Lindelaan (L) zijn sporen aangetroffen van de bever. Er zijn (zeer) oude knaagsporen gezien aan de twijgen van struiken in de parallel gelegen houtwal. Ook zijn er drie wissels (opgang) op de oever waargenomen en circa 10 oeverholen aangetroffen in watergang, met name aan de zijde waar het tracé ook langs gelegen is. Deze holen begonnen vaak gedeeltelijk onder water en zijn tussen de 25 en 35 cm in doorsnede.

Figuur 5.12

Oeverholen in de watergang ten noorden van de Lindelaan.

Aan de korte zijde van de watergang ten zuiden van Lindelaan (M) is eveneens een oeverhol aangetroffen. Verder zijn hier geen holen of andere sporen van bever waargenomen. In Figuur 5.13 zijn de aanwezige sporen van bever langs de sloot bij de Lindelaan weergegeven.

Sweco | Soortgericht onderzoek Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 25-4-2024

Versie D1

Document referentie NL24-648800269-80980

30/41

Figuur 5.13

Sporen van bever langs de sloot bij de Lindelaan en het kabeltracé 150kV.

Lactariabeek Op 4 april 2023 zijn verse knaagsporen aangetroffen aan twee bomen en takken (locatie Q). Tevens zijn er in totaal tien oeverholen waargenomen op 4 april en 11 oktober 2023. Bij locatie Q, noordelijke deel van de Lactariabeek waar het tracé parallel langs loopt, zijn vijf oeverholen aangetroffen en in totaal drie locaties met knaagsporen. Bij locatie R, verder zuidelijk, zijn drie knaagsporen en tevens vijf oeverholen gezien. Ook zijn er vraatsporen gezien in oktober, zoals een maisstengel nabij een oeverwissel (opgang). Mais stond als gewas op meerdere akkers grenzend aan de Lactariabeek. In Figuur 5.14 zijn de aanwezige sporen van bever langs de Lactariabeek weergegeven.

Sweco | Soortgericht onderzoek Netuitbreiding Boxmeer-Venray 150kV Projectnummer 51006816 Datum 25-4-2024

Versie D1

Document referentie NL24-648800269-80980

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16479605/1