Antwoorden technische en politieke vragen kadernota 2022
Tekst van het document
Beantwoording Technische en politieke vragen KADERNOTA 2022
Burgemeester en wethouders van Venray, 21 Juni 2021
Inhoudsopgave Blok 1. Algemeen Blok 2. Financieel Meerjarenperspectief 2021-2025 Blok 3. Programma’s Blok 5. Bijlage 1. Totaaloverzicht MUIP-aanvragen Blok 6. Bijlage 2. Uitgangspunten meerjarenbegroting 2022-2025
pag. 2 pag. 3 pag. 5 pag. 6 pag. 9
Geachte leden van de raad, In de bijgaande notitie geven wij antwoord op de technische en politieke vragen over de kadernota 2022. We hebben dit gedaan door uw vragen in te delen via het zgn. blokschema dat gebaseerd is op de indeling uit onze kadernota.
1
BLOK 1. Algemeen CDA pag 1 2
Raadsvoorstel: Op blz. 1 staat dat het meerjarenperspectief negatief is (-/-2,5 mln.). Op blz. 2 staat dat het college een sluitende begroting aan de raad zal aanbieden. Botsen deze twee zaken niet met elkaar?
Antwoord: Nee, deze twee zaken botsen niet met elkaar. Het college heeft er bewust voor gekozen om in deze kadernota nog geen maatregelen voor te stellen om een sluitend perspectief aan te bieden. Dat zou dan ten koste gaan van ons voorzieningenniveau. Het college heeft het signaal af willen geven dat we het zonder extra geld van het rijk niet meer redden. We zijn echter verplicht om uw raad een sluitende begroting, voor tenminste het begrotingsjaar 2022, aan te bieden. Indien er tussen nu en het vaststellen van de begroting geen extra geld van het rijk komt zullen we gedwongen worden om in ons voorzieningenniveau te snijden of de belastingen te verhogen. Indien die noodzaak er is zullen wij uw raad daar in een zo vroegtijdig mogelijk stadium bij betrekken.` Ook is in het presidium afgesproken dat er medio september een extra informatiemoment ingelast waarin de raad meegenomen wordt in de ontwikkelingen tot op dat moment. Inmiddels is bekend geworden (3 juni) dat we voor de uitvoering van de jeugdzorg extra geld zullen ontvangen in 2022. Hiermee wordt het tekort van ons perspectief € 2,5 miljoen in het jaar 2022 al flink gereduceerd met een bedrag van € 1,75 miljoen.
CDA pag 4
Aanbiedingsbrief: Het sombere scenario gaat er financieel behoorlijk inhakken. Gemeentes zijn sterk afhankelijk van landelijk overheidsbeleid. Hoe reëel is dat dit scenario uitkomt?
Antwoord: In het antwoord op de vorige vraag zit in feite al het antwoord op deze vraag. Het sombere scenario zal gelukkig niet uitkomen. Bovenop de € 0,3 miljard. die al toegezegd waren krijgen de gemeenten er nog € 1,3 miljard bij in 2022. Voor Venray zijn de bedragen € 0,75 miljoen en € 3,25 miljoen, in totaal € 4 miljoen. We hadden in de kadernota al rekening gehouden met een extra bedrag van € 2,25 miljoen. Dit betekent dat we in 2022 extra € 1,75 miljoen extra aan inkomsten kunnen ramen. Of dit structureel wordt zal afhangen van het te nemen besluit door het volgende kabinet.
2
BLOK 2. Financieel Meerjarenperspectief 2021-2025 CDA pag 13
Klimaatakkoord: Er wordt 1.125.000 euro verwacht van de overheid voor het klimaatakkoord. Krijgt gemeente Venray dit bedrag, of kost gemeente Venray dit bedrag? Als de gemeente dit krijgt, wat zijn de tegenprestaties die de gemeente daar voor moet leveren?
Antwoord: De Raad voor het Openbaar Bestuur heeft het rijk geadviseerd om per 2022 bedragen beschikbaar te stellen aan gemeenten om het Klimaatakkoord uit te voeren. Voor Venray komt dit neer op ca € 1.125.000. Het nieuwe kabinet zal hier echter nog over moeten besluiten en het is onwaarschijnlijk dat dit nog tijdig voor 2022 gebeurd. Reëler is uit te gaan van een besluit ten behoeve van 2023. CDA pag 16
(F) Sociaal Domein, extra bijdrage Rijk voor jeugdzorg: Hoe reëel is de extra bijdrage van 1,5 mln gezien het nieuwe kabinet nog geformeerd moet worden.
Antwoord: Inmiddels ligt er een uitspraak in de arbitragezaak die de VNG heeft aangespannen in het kader van structurele tekorten in de jeugdzorg. In deze uitspraak wordt gesteld dat er extra rijksbudget naar de gemeenten moet tot 2028 (1,6 miljard euro vanaf 2022). Daarnaast zijn er nog andere zaken opgenomen in de uitspraak zoals begrenzing van de jeugdhulpplicht van gemeenten en uitbreiding van de landelijke inkoop specialistische jeugdzorg. Met de recente uitspraak van de arbitragecommissie, die weliswaar niet bindend is, is de verwachting dat het Rijk met extra middelen voor de jeugdzorg over de brug komt alleen maar reëler geworden. Het rijk heeft op 3 juni voor 2022 extra middelen toegezegd namelijk € 1,6 miljard landelijk. Voor Venray is dat ongeveer € 4 miljoen. Daarvan hebben we al met € 2,25 miljoen rekening gehouden in ons meerjarenperspectief van de kadernota. Het is aan het nieuwe kabinet om de structurele extra middelen toe te kennen. Wij denken en gaan ervanuit dat het nieuwe kabinet dit niet zomaar meer kan terugdraaien.
3
CDA pag 17
(G) Overige ontwikkelingen 2021: Betekent de afschaffing van de rente op eigen vermogen dat de OZB meer omhoog gaat dan de inflatiecorrectie? Wat betekent dit netto voor huishoudens en netto voor bedrijven?
Venray lokaal pag 17
Afschaffen rente op eigen vermogen Waarom wordt er gekozen voor de verrekening via de OZB en niet meteen verrekend binnen het afvalstoffenheffing , rioolrechten en de havengelden?
Antwoord: Het is niet mogelijk om het afschaffen van de rente op het eigen vermogen te verrekenen via de afvalstoffenheffing, rioolheffing of de havengelden. Voor deze heffingen geldt dat de gemeente niet meer mag heffen dan de begrote kosten die gedekt worden met de heffing. Op het moment dat er minder of geen rente over het eigen vermogen wordt berekend, dalen de rentekosten voor bovengenoemde ‘gesloten systemen’. Omdat de tarieven dus maximaal 100% kostendekkend mogen zijn kan het afschaffen van de rente op het eigen vermogen niet meteen verrekend worden binnen de afvalstoffenheffing, rioolheffing of de havengelden. De afschaffing van de rentevergoeding over het eigen vermogen heeft voor de burger tot gevolg dat de (rente)kosten van afvalstoffenheffing, rioolheffingen en havengelden lager worden, bij overige gelijkblijvende omstandigheden. De afschaffing van de vergoeding over de inzet van het eigen vermogen voor deze producten heeft echter financiële nadelen voor het meerjarenperspectief tot gevolg. De gemeente ontvangt immers minder inkomsten. Om zowel voor de begroting als voor de burger/bedrijven de aanpassing neutraal te houden is het een optie om de OZB opbrengst met eenzelfde bedrag te verhogen. De belastingdruk voor de burger/bedrijven blijft daardoor gemiddeld genomen gelijk. De verhoging van de OZB komt dus bovenop de inflatiecorrectie.
Venray lokaal pag 18
Afbouw overhead gemeenschappelijke regeling VTH VTH Horst, nadeel €370.000: hoe zit dat, is toch vestzak/broekzak verhaal? Of zitten we nu met teveel overhead?
Antwoord: Het opgenomen nadeel betreft het saldo van niet meer te ontvangen opbrengsten uit de samenwerking, minus de vermindering van de salariskosten door de verlaging van de formatie. Het betreft de overheadkosten. Op dit moment zijn we in gesprek met Horst aan de Maas over de ontbinding van de samenwerking en de afbouw daarvan. Hierover wordt uw raad nader geïnformeerd.
4
Blok 3. Programma’s
Programma 2 Wonen Ontwikkelingen CDA pag 27
Programma Wonen: Wat gebeurd er concreet om met een hoger tempo meer woningen te gaan realiseren om te voldoen aan de grotere vraag naar woningen?
Antwoord: Het Regieteam Wonen is samengesteld en gestart. Ook wordt een nieuwe Woonvisie opgesteld. Deze wordt vóór de verkiezingen aan de raad ter besluitvorming aangeboden. Inmiddels is een lijst samengesteld met de woningbouwplannen in de gemeente Venray, die met prioriteit zullen worden opgepakt (locatie, aantal woningen, bijdrage aan de door de raad vastgestelde doelstellingen, actuele status). Op basis van die lijst is een nadere prioritering opgesteld. Doel is extra inzet te geven aan de doelstelling om ook in het eerste jaar na vaststelling van het Programma Wonen te starten met de bouw van de woningen op de woningbouwlocaties. Daarnaast wordt nu gewerkt aan een nieuw werkproces voor behandeling van de intake van woningbouwinitiatieven, mede vanuit de aanstaande omgevingswet. Bij dat vernieuwde werkproces is ook aandacht voor de communicatie hierover met de initiatienemers en projectontwikkelaars over de afhandeling van initiatieven voor woningbouw en onder welke voorwaarden verzoeken binnen de daarvoor wettelijk gestelde termijnen in behandeling genomen kunnen worden. Voor een soepele doorloop en afhandeling van de verzoeken is het minstens zo bepalend dat alle benodigde stukken en informatie compleet zijn aangeleverd.
5
BLOK 5. Bijlage 1. Totaaloverzicht MUIP-aanvragen Venray lokaal pag 39
Bomen Grote Markt/Bleek
Hoe is het bedrag van €179.000 te verklaren?
Antwoord: Een externe partij heeft, in opdracht van de gemeente Venray, een advies en kostenraming opgesteld van een geschikte groeiplaatsinrichting voor de (nieuwe) bomen op de Grote Markt en De Bleek. Beide locaties liggen in het centrum van Venray waar zeer intensief gebruik wordt gemaakt van de openbare ruimte door onder andere winkelend publiek, terrassen en evenementen. Bij de aanleg van een geschikte groeiplaats voor bomen is behoorlijk wat (ondergrondse) ruimte nodig. Als vuistregel wordt vaak gehanteerd dat een boom 1m3 groeisubstraat per jaar nodig heeft om te groeien. Als ambitie met betrekking tot de levensverwachting van de nieuw aan te planten bomen is 30 jaar aangehouden. Dat betekent dus er circa 30m3 ondergrondse groeiruimte per boom beschikbaar moet zijn om deze ambitie waar te kunnen maken. Omdat de groeiruimtes gerealiseerd moeten worden in een zeer intensief gebruikt openbaar gebied is de toepassing van groeiplaatsconstructies onvermijdelijk. Op deze locaties kunnen zonder groeiplaatsinrichting geen bomen staan. Door groeiplaatsconstructies toe te passen wordt ondergrondse groeiruimte gerealiseerd voor de boom zonder dat dit impact heeft op het huidige gebruik van de openbare ruimte. Het huidige maaiveld, bestaande uit voornamelijk bestrating, blijft daarmee dus gehandhaafd. (Met een groeiplaatsconstructie wordt als het ware een tweede maaiveld gecreëerd.
Er worden betonnen of kunststoffen elementen gebruikt die de dragers vormen van de bovenliggende verharding. Zo wordt de belasting die van bovenaf (bijv. door verkeer, terrassen, podia en kermisattracties) op de ondergrond wordt uitgeoefend gelijkmatig verdeeld en afgewikkeld op de bodem onder de groeiplaats van de boom. Het groeiplaatsmedium, dat meestal uit bomengrond / teelaarde bestaat, wordt daardoor niet belast, waardoor de boomwortels er vrij in kunnen groeien). De constructies moeten bestand zijn tegen vrachtverkeer en bijv. het plaatsen van kermisattracties en podia. De aanleg van dergelijke groeiplaatsconstructies en het aanplanten van forsere maten bomen maakt dat de kosten relatief hoog zijn, maar hiermee wordt wel geborgd dat het huidige gebruik van de openbare ruimte mogelijk blijft.
Venray lokaal pag 40
Mobiliteit & Infrastructuur Wat valt onder de netwerkennota, waarvoor een investering is begroot van €500.000 in het jaar 2025?
Antwoord: Uit de Netwerkennota 2019 zijn, naast de uitwerkingen voor het speerpunt voetgangers en de Derde Ring Venray, meerdere maatregelen te destilleren. Welke projecten precies wanneer op de rol zouden moeten is afhankelijk van de mogelijkheden om “werk-met-werk” te maken. Met name in combinatie met wegonderhoud kunnen veel maatregelen tegen relatief beperkte meerkosten worden meegenomen. Het gaat dus veelal om het realiseren van verkeerskundige wensen aanvullend op wegonderhoud. Bijvoorbeeld: het realiseren van voetpaden, middengeleiders voor overstekende voetgangers en fietsers, fietsstroken en het realiseren van verkeersplateau’s. Op deze manier kunnen we verkeersveiligheid bij wegonderhoud een prominentere plek geven.
6
CDA pag 41
Trendsportal: Rijk stelt 17,5 mln. beschikbaar, dit zijn 12 projecten voor de eerste projectenveloppe. Is het volledige beschikbaar voor de eerste projectenveloppe? Is er een opsplitsing in overhead en de directe kosten/investeringen. Welke 12 projecten betreffen dit, zijn deze lokaal, regionaal, provinciaal of misschien wel landelijk? Hoe verhouden deze projecten zich tot de regionale investeringsagenda?
Antwoord: Het Rijk stelt € 17,5 miljoen beschikbaar voor de Regiodeal. In de 1 e tranche is daarvan afgerond 10,8 miljoen beschikbaar gesteld. Provincie en Regio hebben gezamenlijk het zelfde bedrag opgebracht. Het aandeel van Venray in deze 1e tranche is gedekt. Voor de 2e tranche resteert nu van Rijkswege dus nog circa € 6,7 miljoen. Hetzelfde bedrag dient ook door Provincie en Regio te worden ingebracht dus circa € 3,3 miljoen Provincie en € 3,3 miljoen Regio. Overhead van de deelnemende regiogemeenten zit hier in principe niet in. De afspraak met het Rijk is dat alleen directe uren kunnen worden toegeschreven naar projecten. Als het gaat over het programma Mobiliteit en Logistiek dan is het goed om te weten dat dit geen thema is dat in het kader van de Regiodeal wordt opgepakt. Vanuit dit programma zijn er namelijk alleen projecten aangedragen in het kader van de Investeringsagenda (IA) en die is alleen van toepassing tussen provincie en gemeenten. In de 1e enveloppe Investeringsagenda zit een aantal projecten voor Mobiliteit en Logistiek, net zoals een aantal projecten uit andere programma's. Voor de IA is circa 6 miljoen gereserveerd voor Mobiliteit en Logistiek. Hiervan wordt met de 1e enveloppe circa 1 miljoen ingevuld. Er resteert derhalve circa 5 miljoen voor volgende enveloppes. Er zit in de projecten geen overhead.
Dit is bekostigd via de bijdrage van iedere gemeente aan het programmabureau Trendsportal Voor het aandeel van Venray in de 2e tranche Regiodeal, als ook in de volgende projectenveloppe van de Investeringsagenda, is een bedrag in de MUIP opgenomen. De projecten zijn regionaal en worden in meerdere Noord-Limburgse gemeenten uitgerold. Meer informatie omtrent de mobiliteitsprojecten is te vinden via de volgende link: https://www.venray.nl/file/29549/download (vanaf pagina 34 een toelichting op bovenstaande projecten).
CDA pag 45
Beleidsarme begroting: Er wordt een beleidsarme begroting aangeboden, toch wordt er gesproken over een formatie tekort van 12 FTE. Eerdere jaren is steeds opgeplust of bijgeplust qua formatie. Waarom zaten deze 12 fte daar niet bij, of is de raad onvolledig geïnformeerd?
Antwoord: De afgelopen jaren is er met name formatie toegevoegd door intensivering van beleid op basis van het collegeprogramma 2018 – 2022. Voor de uitvoering van het collegeprogramma 2018-2022 werd de formatie opgehoogd, met name op de beleidsterreinen duurzaamheid, inclusieve samenleving en veiligheid. Destijds werd geanticipeerd op de aankondiging van het rijk (maart 2018) dat er extra financiële middelen beschikbaar zouden komen, waardoor deze investering gerechtvaardigd was. Later zijn deze financiële middelen door het Rijk weer teruggedraaid door de neerwaartse bijstellingen in de algemene uitkering. Maar de extra taken moesten wel uitgevoerd worden. Het rijk voldeed daarmee niet aan de bepaling van artikel 2 financiële verhoudingswet. Dat is momenteel wel een van de speerpunten van de VNG om het rijk hier wel aan te houden.
7
Artikel 2 1. Indien beleidsvoornemens van het Rijk leiden tot een wijziging van de uitoefening van taken of activiteiten door provincies of gemeenten, wordt in een afzonderlijk onderdeel van de bijbehorende toelichting met redenen omkleed en met kwantitatieve gegevens gestaafd, welke de financiële gevolgen van deze wijziging voor de provincies of gemeenten zijn. 2. In de toelichting wordt tevens aangegeven via welke bekostigingswijze de financiële gevolgen voor de provincies of gemeenten kunnen worden opgevangen. 3. Over de toepassing van het eerste en tweede lid vindt tijdig overleg plaats met Onze Ministers. Vanaf 2018 is het werkvolume verder toegenomen door extra taken, hoog ambitieniveau en een toename van de vraag. Denk bij dat laatste met name aan het Sociaal Domein. Ook verandert de behoefte door een veranderende vraag. Er zijn andere kwaliteiten nodig. Denk daarbij ook aan de verdergaande digitalisering. Buiten de extra medewerkers die erbij gekomen zijn op basis van het collegeprogramma heeft de organisatie de afgelopen jaren de extra vraag voornamelijk intern opgelost. Dat is nu niet meer mogelijk. Wel heeft het college de opdracht aan de organisatie meegegeven dat het extra budget wat noodzakelijk is de komende jaren voor ¾ wordt terugverdiend. Dit betekent dat er geen structureel bedrag toegekend is van bijna € 1 miljoen, maar € 250.000.
Anders gezegd: wij spreken niet van een formatietekort van 12 fte maar van een capaciteitstekort ter grootte van 12 fte waarvoor we een formatieuitbreiding van ca 3 fte vragen en een investeringsbudget voor het overige deel. De conclusie is dat de toegenomen behoefte aan capaciteit niet gebaseerd is op nieuwe opgaven maar geleidelijk is ontstaan. Dit zou je kunnen omschrijven als ‘meerwerk’ op bestaande taakgebieden (zoals bijvoorbeeld het tegengaan van ondermijning). Dat verklaart het feit dat er geen verband is met de beleidsarme kadernota zoals die nu voorligt.
CDA pag 45
Implementatie omgevingswet: Voor de implementatie omgevingswet is ter vervanging i.v.m. extra werkzaamheden 3 fte extra aangesteld. Dit is uit implementatiebudget. Staan bovengenoemde 12 fte los van deze 3 fte? Zijn deze 3 fte tijdelijk? De omgevingswet heeft temeer als doel efficiëntie werkwijze.
Antwoord: Voor de invoering van de Omgevingswet is een implementatiebudget beschikbaar. Uit dit budget worden onder andere kosten voor externe inhuur bekostigd. Er is dus geen sprake van een aanstelling, maar van tijdelijke inhuur. Dit staat inderdaad los van bovengenoemde 12 fte.
8
BLOK 6. Bijlage 2. Uitgangspunten meerjarenbegroting 2022-2025
Venray lokaal Pag 52
Afschaffen renteomslag Wat merkt de inwoner hiervan, ofwel waar komt het ten goede aan (delen van) onze bevolking?
Antwoord: De renteomslag-systematiek blijft bestaan. Dit is een wettelijk voorgeschreven systematiek (BBV) waar niet van afgeweken mag worden. Het voorstel in de kadernota betreft het afschaffen van de rentevergoeding over de inzet van het eigen vermogen. Dit is in Venray een onderdeel binnen de rente-omslagsystematiek. De commissie BBV heeft de voorkeur om geen rente over het eigen vermogen op te nemen in de rente-omslagberekening. De afschaffing van de rentevergoeding over het eigen vermogen heeft voor de burger tot gevolg dat de (rente)kosten van afvalstoffenheffing, rioolheffingen en havengelden lager worden. Dit heeft, bij overige gelijkblijvende omstandigheden, tot gevolg dat de tarieven voor deze producten voor de burger lager worden. De afschaffing van de vergoeding over de inzet van het eigen vermogen voor deze producten heeft echter financiële nadelen voor het meerjarenperspectief tot gevolg. De gemeente ontvangt immers minder inkomsten. Om zowel voor de begroting als voor de burger/bedrijven de aanpassing neutraal te houden is het een optie om de OZB opbrengst met eenzelfde bedrag te verhogen. De belastingdruk voor de burger/bedrijven blijft daardoor gemiddeld genomen gelijk.
Tot zover onze antwoorden op de technische vragen. Venray 21 juni 2021, Burgemeester en Wethouders van Venray L. Winants, burgemeester E. Voorn, secretaris
9