Aanvullende Notitie; Realisatie aanleg houtopstanden in Venray
Tekst van het document
Notitie: Realisatie aanleg houtopstanden in Venray 24 februari 2024
Aanleiding Zowel binnen het Samenwerkingsakkoord ‘Bouwen aan Vertrouwen’ als in het Collegeprogramma 2022-2026 ‘Samen maken we Venray’ worden accenten gezet waarmee ingezet wordt op een verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving in de gemeente Venray. Specifiek wordt aandacht gegeven aan en gevraagd voor verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, omdat dit bij zal gaan dragen aan versterking van ecologische structuren en biodiversiteit, maar ook aan het tegengaan van ongewenste klimaatverandering. Om deze verbetering tot stand te brengen wordt (onder meer) ingezet op een toename van het areaal bos en (laan)bomen met 10% ten opzichte van de situatie in 2022. Het gaat hierbij dus om de aanplant van zogenaamde ‘houtige gewassen’. Een ander onderdeel dat in dit kader extra aandacht nodig heeft is de kwaliteit en het beheer van water. Eerder werden door de gemeenteraad moties aangenomen die op hetzelfde onderwerp insteken. Hoewel als opsomming niet volledig is benoem ik in dit kader de volgende besluiten: -Motie Versterking biodiversiteit en uitbreiding ecologisch beheer (Kadernota juli 2019); -Motie Realisatie landschappelijke inpassing (Kadernota juli 2021); -Amendement uitbreiding budget aankoop gronden tbv bos (Kadernota 2024).
In vervolg op vragen van onder andere D66-Venray met betrekking tot de inzet van verpachte gronden om het gestelde doel te bereiken en aan te geven op welke wijze hier invulling aan gegeven kan worden heeft het College een tweetal Raadsinformatiebrieven naar de Gemeenteraad gestuurd: -Antwoord op de motie Natuurcompensatie (en pachtgronden) dd 8 november 2023; -Mogelijkheden voor aanleg bos en aanplanten van bomen dd 12 december 2023, met daarbij de notitie onder diezelfde titel. Daarnaast wil ik de aan de leden van de Gemeenteraad verzonden brief van de LLTB inzake Bomen en Landschapselementen nadrukkelijk in deze notitie betrekken; een uitgestoken hand die op zijn minst vastgepakt moet worden! Op de twee RIB’s wil ik hieronder in gaan.
Natuurcompensatie (en pachtgronden) In deze RIB wordt gesteld dat de gemeente de aan haarzelf opgelegde hoeveelheid natuurcompensatie ingevuld is, met name door realisatie van houtopstanden in het Loobeekdal. Daar zijn we uiteraard tevreden over. Een ander onderdeel in de vraagstelling was het verkrijgen van informatie mbt de verpachting van gronden die in eigendom van de gemeente zijn en wellicht ingezet kunnen worden voor het nastreven van de ambitie mbt het uitbreiden van de houtopstanden. Daaruit blijkt dat 6,3 hectare voor de korte termijn verpacht is en 100,6 een langere pachtperiode kent (doorgaans voor 6 jaren met verlenging van telkens 6 jaren). Eerstgenoemde gronden zijn snel vrij te maken, laatstgenoemde gronden vrij krijgen vergt meer tijd en inzet vanwege de rechten die een pachter heeft. Deze constatering is gedaan. Nu rijst de vraag; wat doen we met deze informatie? Allereerst is het natuurlijk van belang om de locatie van deze gronden vast te stellen, zodat bepaald kan worden of (delen van) deze gronden, naast het enkelvoudige doel ter vergroting van het areaal houtopstanden, ook zodanig gelegen zijn dat zij een bijdrage leveren aan het natuurnetwerk. Daarbij zijn factoren als waterbeheer, ecologische verbindingen en daarmee versterking van biodiversiteit de trefwoorden.
Het gaat daarbij om een eerste overzicht, zodat op basis daarvan overleg met de gebruikers van de geschikt gebleken gronden gestart kan worden om invulling te geven aan de wens om meer houtopstanden te realiseren. Nadrukkelijk is hier bij aan te geven dat het niet (per definitie) om de hele kavels gaat, want ook robuuste linten van houtopstanden in het landschap zullen op alle fronten een grote bijdrage aan de doelen leveren. In dit kader beschouw ik de brief van de LLTB ook als een geweldige handreiking om deze mogelijkheden te ontdekken. En uiteraard heeft een vermindering van verpachtte oppervlakte een derving van inkomsten tot gevolg. Wellicht is het te overwegen om gelden die nu gereserveerd zijn voor aankoop van grond voor dit doel in te zetten ter compensatie van deze inkomsten. Zeker bij langdurig verpachtte gronden is dit te billijken, want de gemeente heeft in die constructie al relatief weinig opties om deze gronden als eigenaar voor eigen gebruik in te zetten.
Mogelijkheden voor aanleg bos en aanplant bomen In deze RIB en bijgevoegde notitie worden diverse opties om de doelstellingen na te streven benoemd en uitgewerkt. Daarbij worden ook weer de verpachte gronden benoemd als optie. Hierboven is daar al op in gegaan. De andere mogelijkheden worden in de notitie qua mogelijkheden omschreven, maar helaas nagenoeg niet tot concrete voorstellen uitgewerkt. (Te) vaak wordt hier aangegeven dat een mogelijkheid onderzocht moet worden, terwijl het zaak en tijd is om daadwerkelijk te DOEN. Daarom wil ik enkele van deze in de brief genoemde mogelijkheden om de ambities in te vullen graag aanvullen met suggesties om concreet tot realisatie te komen. En omdat deze suggesties veelal een raakvlak hebben met hun directe omgeving zal ik hierbij andermaal de aandacht vestigen op de brief van de LLTB die eerder benoemd is. *Kwaliteitsverbetering van natuurgebieden; de aanplant van eentonige graslanden binnen natuurgebieden zal zeker bijdragen tot toename van de houtopstanden. Toch is hier bij op te merken
dat open ruimten tussen houtopstanden vaak een grote bijdrage leveren voor het bereiken van de doelen op het gebied van biodiversiteit. Het is daarom goed om niet alles klakkeloos ‘vol’ te planten, maar zeker ook de overige doelstellingen in een gebied met gepast beheer ruimte tot ontwikkeling te geven. *Gesprekken met terreinbeheerders; hierbij wordt vaak een organisatie als Waterschap Limburg over het hoofd gezien. Zij bezitten en beheren met name gronden langs (de grotere) waterlopen. Ondanks dat aanplant van houtopstanden ook een obstakel vormen bij de uitvoering van hun werkzaamheden is het goed mogelijk om die langs of nabij de waterlopen te realiseren. Buiten de nu al gestelde doelen zal dit ook een geweldige bijdrage leveren aan de landschappelijke waarde en de beleving van een gebied. Overleg daarover met het Waterschap is snel op te starten want locatie en eigendom liggen vast. *Koppelkansen met andere ontwikkelingen; naast de gegeven opties wil ik bij deze mogelijkheid verwijzen naar de Motie Landschappelijke inpassing van juli 2021. Daarin is het College gevraagd om de sedert 2010 (Herziening bestemmingsplan Buitengebied) afgesproken landschappelijke inpassingen bij ontwikkelingen in het buitengebied op realisatie te controleren. Na controle is daar waar men in gebreke gebleven is alsnog de realisatie van deze compensatie op te leggen.
En ook hier verwijs ik weer (dankbaar) naar de onlangs door de LLTB verzonden brief om dit te ondersteunen. Samenwerking op dit punt realisatie van deze compensatie bevorderen. *Agroforestry; ook voor deze ontwikkeling worden in de brief van de LLTB mogelijkheden tot overleg geboden. *Herstel en uitbreiding van houtwallen en singels (de ‘linten in het landschap’); vreemd genoeg worden deze opstanden niet nader in de notitie uitgewerkt, terwijl hier een grote kans ligt om snel tot resultaat te komen. De gemeente heeft veel van deze landschappelijke elementen in bezit, maar hier treffen we ook de terreinbeheerders, met name Waterschap en Staatsbosbeheer. Daarnaast hebben ook particuliere eigenaren diverse van deze elementen in eigendom. In de loop der jaren is aan meerdere van deze houtopstanden ‘geknaagd’ door de aangrenzende grondgebruiker, waardoor de kwaliteit van de opstand verminderd is. Een inventarisatie op basis van de eigendommenkaart en het bestemmingsplan zal in beeld brengen waar herstel en of aanvulling van deze groene elementen uit te voeren is. En ook hier is de handreiking van de LLTB als ondersteuning van die realisatie te zien.
Samenvattend wil ik stellen dat er meerdere mogelijkheden zijn om (relatief) snel tot resultaat te komen bij het invullen van de ambities om het areaal houtopstanden te vergroten, en daarbij de ruimtelijke kwaliteit in brede zin te verbeteren. Ik wil daarover van gedachten wisselen met de overige politieke partijen in de Venrayse gemeenteraad, zodat we onze opdracht aan het College daar nadrukkelijker op af kunnen stemmen. Het uiteindelijke doel, niet per definitie in harde oppervlakten en aantallen, maar in resultaat op kwaliteit is daarmee de grote stip op de horizon. Daarbij is de handreiking die LLTB middels haar brief dd 15 februari 2024 een niet te negeren signaal waar met een positieve instelling op in gegaan zal mogen worden.
D66 Venray Theo Zegers.