6. toelichting ontwerp De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-on01
Tekst van het document
Bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-on01 Gemeente Venray
NL.IMRO.0984.BP20008-on01 CONCEPT
Contactpersoon T M E
Arcadis Nederland B.V.
bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-on01 (concept)
Inhoudsopgave
Toelichting
7
Hoofdstuk 1
Samenvatting MER
7
Hoofdstuk 2
Inleiding
8
2.1
Aanleiding en nut en noodzaak
8
2.2
Ligging plangebied
8
2.3
Gecombineerde toelichting met milieueffectrapport
9
Hoofdstuk 3
Locatiekeuze
12
3.1
Trechtering locatiealternatieven bedrijventerrein
12
3.2
Locatiekeuze bedrijventerrein De Spurkt
19
Hoofdstuk 4
Referentiesituatie
20
4.1
Huidige situatie
20
4.2
Autonome ontwikkeling
20
Hoofdstuk 5
Voorgenomen ontwikkeling
21
5.1
Het voornemen
21
5.2
Inrichtingsalternatieven
24
Hoofdstuk 6
Beleidskader
26
3
bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-on01 (concept)
6.1
Rijksbeleid
26
6.2
Provinciaal beleid
28
6.3
Gemeentelijk beleid
29
6.4
Conclusie beleid
30
Hoofdstuk 7
Toelichting op beoordeling milieuaspecten
31
7.1
Inleiding
31
7.2
Plangebied en studiegebied
31
7.3
Methodiek
31
7.4
Uitgangspunten milieuonderzoek
33
Hoofdstuk 8
Conclusie milieueffecten
34
Hoofdstuk 9
Onderzoek milieuaspecten
35
Hoofdstuk 10
Kabels en leidingen
36
Hoofdstuk 11
Juridische planbeschrijving
37
11.1 Planvorm
37
11.2 Plansystematiek
37
11.3 Uitleg van de regels
38
Hoofdstuk 12
Uitvoerbaarheid
42
12.1 Economische uitvoerbaarheid
42
12.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
42
Hoofdstuk 13
Overleg
43
13.1 Kennisgeving voornemen
43
13.2 Vooroverleg
55
Bijlagen Bijlage 1
Samenvatting MER 4
bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-on01 (concept)
Bijlage 2
Conclusie MER
Bijlage 3
Watertoets
Bijlage 4
Quickscan Flora en Fauna
Bijlage 5
Aanvullend ecologisch onderzoek
Bijlage 6
Passende Beoordeling
Bijlage 7
Geuronderzoek
Bijlage 8
Bureauonderzoek Archeologie
Bijlage 9
Vooronderzoek Conventionele explosieven
Bijlage 10
Hoofdstuk 8 Milieuaspecten
Bijlage 11
Laddertoets
Bijlage 12
Regionale Visie Bedrijventerreinen
5
bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-on01 (concept)
6
bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-on01 (concept)
Toelichting Hoofdstuk 1
Samenvatting MER
In Bijlage 1 bij deze toelichting is de zelfstandig leesbare samenvatting van het MER gevoegd.
7
bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-on01 (concept)
Hoofdstuk 2
2.1
Inleiding
Aanleiding en nut en noodzaak
Tot enkele jaren geleden werden in de regio Noord Limburg bedrijventerreinen door individuele gemeenten gepland en ontwikkeld op basis van lokale motieven. Afgelopen jaren zijn de eerste stappen gezet in de regio om te komen tot een gezamenlijk bedrijventerreinbeleid. Daarnaast wordt er samengewerkt in de ontwikkeling van het Klavertje 4 gebied en wordt de ontwikkeling van logistieke ruimte en functies in de gehele regio afgestemd. Dit gebeurt om concurrentiestrijd, inefficiency, overaanbod en eenheidsworst aan terreinen terug te dringen. De gemeente Venray is aandeelhouder van het Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo, maar heeft als enige aangesloten gemeente nog geen ontwikkeling op grondgebied binnen de eigen gemeente. Dit is wel een nadrukkelijke wens van alle partijen. Tijdens het traject van het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014) zijn door de provincie nieuwe richtingen aangegeven die de regio graag wil overnemen. De provincie zet in op dynamisch voorraad beheer en heeft de regio's gevraagd een visie vast te stellen waarbij hiermee rekening wordt gehouden. Tegen deze achtergrond heeft een verkenning plaats gevonden naar de mogelijkheid om gronden op Venrays grondgebied te bestemmen als werklandschap, en in te brengen in het Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo.
Op 27 juni 2017 heeft de gemeenteraad van Venray de Regionale visie bedrijventerreinen vastgesteld (Bijlage 12). In deze regionale visie zijn de betrokken partijen (gemeenten en Provincie) met elkaar overeengekomen om voor bedrijven die in Venray economisch actief zijn en die geen uitbreidingsruimte op de huidige vestigingslocatie(s) hebben, ontwikkelruimte toe te kennen. De behoefte naar ontwikkelruimte heeft de gemeente onderzocht door middel van een laddertoets. Hieruit blijkt dat er aanvullende vraag is van 10-35 hectare (ha) aan bedrijventerrein binnen de gemeente Venray. Daar boven op is de verwachting dat binnen de regio de vraag groter is dan het aanbod. In de regio is om die reden afgesproken 30 ha bedrijventerrein te ontwikkelen binnen de gemeente Venray. Daarbij is het bestaande aanbod veelal niet geschikt voor de combinatie van middelgrote en grootschalige bedrijvigheid waarop Venray inzet met deze ontwikkeling. Venray zal door de ontwikkeling van nieuw werklandschap aantrekkelijk zijn voor zowel middelgrote als grote bedrijven. Samenvattend is de verwachting dat er voldoende vraag is naar 30 ha bedrijventerrein. De laddertoets, die dit onderbouwt, is bijgevoegd in Bijlage 11. Het Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo wil om deze redenen netto 30 ha uitgeefbaar bedrijventerrein ontwikkelen op grondgebied van de gemeente Venray.
Dit bedrijventerrein is bedoeld voor doorgroeiende regionaal gebonden bedrijven uit Venray. Het bedrijventerrein richt zich op middelgrote (Venrayse) bedrijven vanaf circa 1,5 tot 2 hectare die actief zijn in de maakindustrie, agrofood en logistieke sector. Tevens wordt ingezet op grootschalige bedrijven. Er worden geen bedrijven toegestaan met een milieucategorie hoger dan 4.2 volgens de richtafstandenlijst 'bedrijven en milieuzonering' van de VNG. Volgens afspraken in de Regionale visie bedrijventerreinen moet er, voordat er 30 ha wordt ontwikkeld in Venray, eerst 30 ha uit de voorraad bedrijventerrein worden gehaald binnen de regio. Dit wordt 'salderen' genoemd. Om het ontwikkelen van het bedrijventerrein planologisch-juridisch mogelijk te maken, wordt een bestemmingsplan opgesteld.
2.2
Ligging plangebied
Het plangebied ligt ten noorden van Venray en ligt tegen het bestaande bedrijventerrein Smakterheide aan. Ten oosten van het gebied ligt de A73. In en rond het gebied ligt het Loobeekdal. In Figuur 2-1 is de ligging van bedrijventerrein De Spurkt aangegeven.
8
bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-on01 (concept)
Figuur 2-1: Afbakening plangebied met topografische ondergrond.
2.3
Gecombineerde toelichting met milieueffectrapport
2.3.1
Aanleiding milieueffectrapport en passende beoordeling
In twee gevallen heeft de overheid een plicht om een milieueffectrapport (MER) te vereisen bij een besluit: Indien de overheid een besluit neemt dat het 'kader schept' voor een latere m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit; Indien de overheid een besluit neemt waarin een zogenaamde passende beoordeling op grond van de Wet Natuurbescherming vereist is. Dit is bij (grootschalige) ontwikkelingen in de omgeving van Natura 2000-gebieden vaker het geval. M.e.r.-beoordelingsplichtige actviteiten zijn beschreven in het besluit-m.e.r. Het planologisch mogelijk maken van de aanleg van een bedrijventerrein voor De Spurkt is niet direct m.e.r.-beoordelingsplichtig. Dit omdat het plan niet meer dan 75 hectare bedrijventerrein mogelijk maakt. Een passende beoordeling is verplicht wanneer niet kan worden uitgesloten dat een plan of project significante gevolgen heeft op een Natura 2000-gebied. De beoordeling gaat in op de instandhoudings-doelstellingen voor het betreffende Natura 2000-gebied, de effecten van het initiatief op de soorten/habitattypen in het gebied en of er sprake is van aantasting van de natuurlijke kenmerken van het gebied.
Voor het bestemmingsplan De Spurkt moet een passende beoordeling worden gemaakt, omdat het plan een geringe toename aan stikstofdepositie mogelijk maakt en de Natura 2000-gebieden in de omgeving overbelast zijn met stikstof-depositie (in vaktermen: de kritische depositiewaarde "KDW" van soorten die voorkomen in die gebieden is overschreden). Significante effecten zijn daarom niet op voorhand uit te sluiten. De Wet milieubeheer bepaalt dat voor een bestemmingsplan waarvoor een passende beoordeling
9
bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-on01 (concept)
gemaakt moet worden een planMER plicht geldt. De passende beoordeling maakt daarbij dan onderdeel uit van het planMER, en is opgenomen in Bijlage 6. 2.3.2
Aanleiding samenvoegen milieueffectrapport en toelichting
De uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan moet conform de Wet ruimtelijke ordening worden aangetoond. Dit betekent dat het plan ook uitvoerbaar moet zijn vanuit wet- en regelgeving die geldt voor diverse omgevingsaspecten. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt de uitvoerbaarheid - mede vanuit milieu - gemotiveerd. Ook in een milieueffectrapport (MER) wordt het plan beoordeeld op diverse omgevingsaspecten. Op basis van conclusies die volgen uit het MER kan het zijn dat voorwaarden in de regeling van het bestemmingsplan moeten worden opgenomen. Er is dan ook een grote verwevenheid tussen het bestemmingsplan en het MER. Vanwege deze verwevenheid worden Milieueffectrapport en de toelichting op het bestemmingsplan geïntegreerd in één document. In voorliggend document zijn de gevolgen van het voornemen voor de milieukwaliteit en de ruimtelijke kwaliteit en de eventuele mitigerende maatregelen en / of randvoorwaarden voor het bestemmingsplan integraal terug te vinden. 2.3.3
Inhoudelijke vereisten Milieueffectrapport en bestemmingsplan
Milieueffectrapport De inhoudelijke eisen aan een planMER zijn vastgelegd in art. 7.7 van de Wet Milieubeheer (hierna: Wm). De vereisten voor het planMER zijn duidelijk terug te vinden in voorliggend document. De inhoudsvereisten zijn hieronder puntsgewijs weergegeven. Achter de punten wordt weergegeven hoe deze terug te vinden zijn in voorliggend document. Doel: een beschrijving van wat met de voorgenomen activiteit wordt beoogd. In dit document is dat beschreven in paragraaf 2.1. Voorgenomen activiteit en alternatieven: een beschrijving van de voorgenomen activiteit en van de redelijkerwijs in beschouwing te nemen alternatieven of varianten daarvoor, inclusief de motivering van de keuze voor de in beschouwing genomen alternatieven of varianten. In voorliggend document is de voorgenomen activiteit beschreven in Hoofdstuk 5. In paragraaf 5.2 is beschreven waarom in dit MER geen alternatieven en/ of varianten worden beschouwd. Relevante plannen en besluiten: in het geval van een m.e.r.-plichtig plan een overzicht van eerder vastgestelde plannen die betrekking hebben op de voorgenomen activiteit. In voorliggend document is dit beschreven in Hoofdstuk 6.
Huidige situatie en autonome ontwikkeling: een beschrijving van de bestaande toestand van het milieu, voor zover de voorgenomen activiteiten daarvoor gevolgen kunnen hebben, en van de te verwachten ontwikkeling van dat milieu, indien die activiteiten worden ondernomen. In voorliggend document is dit voor alle milieuaspecten separaat beschreven in hoofdstuk 2 t/m 14 in Bijlage 10. Effecten: een beschrijving van de gevolgen voor het milieu die de voorgenomen activiteiten, inclusief een motivering van de wijze waarop deze gevolgen zijn bepaald en beschreven. In voorliggend document is dit voor alle milieuaspecten separaat beschreven in hoofdstuk 2 t/m 14 in Bijlage 10. Vergelijking: een vergelijking van de beschreven te verwachten ontwikkeling van het milieu met de beschreven mogelijke gevolgen voor het milieu van de voorgenomen ontwikkeling. In voorliggend document is dit voor alle milieuaspecten separaat beschreven in hoofdstuk 2 t/m 14 in Bijlage 10. Mitigerende en compenserende maatregelen: een beschrijving van de maatregelen om belangrijke nadelige gevolgen op het milieu van de activiteit te voorkomen, te beperken of zoveel mogelijk teniet te doen. In voorliggend document is dit voor alle milieuaspecten separaat beschreven in hoofdstuk 2 t/m 14 in Bijlage 10.
Leemten in informatie: een overzicht van de leemten in de beschrijvingen van de bestaande toestand van het milieu en de gevolgen voor het milieu als gevolg van het ontbreken van de benodigde gegevens. In voorliggend document is dit voor alle milieuaspecten separaat beschreven in hoofdstuk 2 t/m 14 in Bijlage 10. Samenvatting: een samenvatting die aan een algemeen publiek voldoende inzicht geeft voor de beoordeling van het milieueffectrapport en van de daarin beschreven mogelijke gevolgen voor het milieu van de voorgenomen activiteit en van de beschreven alternatieven. De samenvatting van het
10
bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-on01 (concept)
MER is als Hoofdstuk 1 in voorliggend document gevoegd.
11
bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-on01 (concept)
Hoofdstuk 3
Locatiekeuze
Volgens artikel 7.7 van de Wet milieubeheer worden in een planMER de 'redelijkerwijs in beschouwing te nemen' alternatieven beschreven. In de eerste fase van de m.e.r.-procedure, het bepalen van de reikwijdte en detailniveau, zijn locatiealternatieven voor het bedrijventerrein onderzocht. Hierin is getrechterd op basis van de geschiktheid van de locatie en milieueffecten naar de gekozen locatie naast bedrijventerrein Smakterheide (De Spurkt). Dit hoofdstuk beschrijft de trechtering naar de gekozen locatie.
3.1
Trechtering locatiealternatieven bedrijventerrein
In een locatieonderzoek is bekeken welke gebieden geschikt zijn voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein. In een aantal stappen is getrechterd naar potentiële locaties die redelijkerwijs in beschouwing kunnen worden genomen met als doel te komen tot een voorkeurslocatie waar én voldoende ruimte aanwezig is voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein én die de minste risico’s heeft op milieueffecten en hinder voor de omgeving. Stap 1. Ligging binnen gemeente Venray In het kader van de Regionale visie bedrijventerreinen is afgesproken 30 ha netto bedrijventerrein te ontwikkelen in de gemeente Venray. Voor potentiële locaties wordt daarom gezocht binnen de gemeentegrenzen van Venray. Locaties buiten Venray zijn buiten beschouwing gelaten. Stap 2. Aansluitend op bestaande bedrijventerreinen Het Provinciale Omgevingsplan Limburg (POL, 2014) bevat een aantal basisprincipes voor de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen. Zo dient de ontwikkeling te passen binnen de geformuleerde verstedelijkingsprincipes van de provincie Limburg, waaronder de Ladder voor duurzame verstedelijking. Twee belangrijke uitgangspunten daarbij zijn: 1. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen moeten een plek krijgen binnen het bebouwd gebied. Als dat in uitzonderingsgevallen niet kan, dan toch zoveel mogelijk aansluitend daaraan én met een stevige tegenprestatie voor het verlies aan omgevingskwaliteiten.
2. Goed gebruik maken van reeds bestaande voorzieningen (benutten bestaande voorraad, optimaal benutten wegen door verkeer- en vervoersmanagement, meervoudig ruimtegebruik e.d.). Daarnaast is sinds 2012 de Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: Ladder) van toepassing op bestemmingsplannen. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder volgt een aantal criteria, waaronder het ruimtelijk verzorgingsgebied, de nut en noodzaak en de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. Voor de ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein buiten bestaand stedelijk gebied moet gemotiveerd worden waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dat is bijvoorbeeld vanwege de beoogde milieucategorieën, kavelgroottes en bestaande functies die al aanwezig zijn. In dit geval is er behoefte aan middelgrote en grootschalige kavels en ruimte voor bedrijvigheid met een milieu impact die gerelateerd is aan de maakindustrie, agrofood en logistieke sector. Het bedrijventerrein richt zich op zowel middelgrote bedrijven vanaf 1 hectare, als op grootschalige bedrijven vanaf circa 5 hectare. Er bestaat een aanvullende behoefte aan bedrijfskavels in Venray.
In Venray is er een verwachte behoefte van 45-85 hectare tot en met 2029 met name in het segment groter dan 2 hectare. Binnen het primaire verzorgingsgebied is de komende tien jaar een vraag naar maximaal circa 250-300 hectare bedrijventerrein. Ook binnen het secundaire verzorgingsgebied is er een aanvullende vraag naar bedrijventerreinen de komende tien jaar. In verband met de uitstraling van bedrijven in deze sectoren en van deze omvang op de omgeving, is de ontwikkeling van het bedrijventerrein binnen bestaand stedelijk gebied niet mogelijk. Volgens de uitgangspunten in het POL dient de ontwikkeling van het bedrijventerrein zoveel mogelijk aan te sluiten
12
bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-on01 (concept)
op bestaand stedelijk gebied, en dient goed gebruik te worden gemaakt van reeds bestaande voorzieningen. Daarom is gezocht naar locaties waar aangesloten kan worden op bestaande bedrijventerreinen. Bestaande bedrijventerreinen kennen al milieueffecten zoals geluidseffecten, landschappelijke effecten en effecten op luchtkwaliteit. Het aansluiten op bestaande bedrijventerreinen zorgt ervoor dat deze bestaande effecten worden gebundeld met de toekomstige effecten van het nieuwe bedrijventerrein. Dit is in de geest van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Door deze bundeling worden er zo min mogelijk ‘nieuwe’ omwonenden belast met mogelijke effecten. Daarbij hebben bestaande bedrijventerreinen infrastructuur die erop is gericht de bedrijventerreinen zo goed als mogelijk te bedienen en het bestemmingsverkeer goed af te wikkelen. Er is in deze stap gekeken naar locaties in de nabijheid van bedrijventerreinen die qua schaalniveau vergelijkbaar zijn met de ambitie van 30 ha netto bedrijventerrein. Bij bestaande bedrijventerreinen van een kleinere schaal zullen de effecten juist flink worden vergroot als er 30 ha nieuw bedrijventerrein bij komt. Bedrijventerreinen van een kleine schaal zijn daarom niet meegenomen in de trechtering van het locatieonderzoek. Figuur 3-1 toont alle bestaande grootschalige bedrijventerreinen binnen of grenzend aan de gemeente Venray.
Figuur 3-1 Bedrijventerreinen binnen of grenzend aan de gemeente Venray Er zijn vijf grootschalige (>30 ha) bestaande bedrijventerreinen binnen of grenzend aan de gemeente Venray: 1. De Blakt en Witte Vennen. Deze terreinen liggen tegen elkaar aan, aan de oostkant van het knooppunt van de N270 en de A73 (zie nr. 1 in Figuur 3-1). 2. De Hulst II. Dit terrein ligt tussen de kernen van Oostrum en Venray ten noordoosten van het knooppunt N270 en A73 (zie nr. 2 in Figuur 3-1). 3. Smakterheide en Keizersveld. Deze terreinen liggen aan de noordkant van Venray, ten westen van de A73 (zie nr. 3 in Figuur 3-1). 4. Wanssum. Dit terrein ligt ten oosten van Wanssum, aan de noordkant van de N270 (zie nr. 4 in Figuur 3-1). 5. Venrayseweg II in Horst aan de Maas. Dit terrein ligt ten westen van de A73 aan weerszijden van de N553 (Venrayseweg). Het terrein zelf ligt net buiten de gemeentegrenzen van Venray, maar aan de
13
bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-on01 (concept)
noordzijde zou op grondgebied van Venray kunnen worden aangesloten bij dit bedrijventerrein. De locatie is om deze reden meegenomen in de trechtering. Voor deze grootschalige bedrijventerreinen is gekeken of er rond die terreinen ruimte is voor een nieuw bedrijventerrein binnen de gemeente Venray. Hierop zijn vijf locaties bepaald voor een eventueel nieuw bedrijventerrein. Deze zijn weergegeven in Figuur 3-2: Locatie 1 ligt ten zuiden van bedrijventerrein De Blakt Locatie 2 ligt ten noorden van bedrijventerrein De Hulst Locatie 3 ligt ten noorden van bedrijventerrein Smakterheide Locatie 4 ligt ten oosten van bedrijventerrein Wanssum Locatie 5 ligt ten zuiden van Castenray
Figuur 3-2 Locaties die aansluiten op bestaande bedrijventerreinen met schaalgrootte >30ha Stap 3. Voldoende ruimte voor ambitie 30 ha netto De ambitie van 30 ha netto bedrijventerrein is sterk gekoppeld aan de onderliggende financiële businesscase die voor een dergelijk terrein is opgesteld. Om aan de behoefte voor middelgrote en grootschalige bedrijventerreinen voor de maakindustrie, agrofood en logistiek in Venray te voldoen, is een oppervlakte van 30 ha netto nodig. Dit is nodig om minimaal kostenefficiënt het bedrijventerrein te kunnen uitbaten in een situatie dat het tegen zit. Voor de vijf locaties uit stap 1 en 2 is gekeken of het op voorhand mogelijk is om hier 30 ha netto bedrijventerrein te ontwikkelen. Concreet is er gekeken of er voldoende percelen zijn die op voorhand geen grote planologische en juridische belemmeringen hebben. Belemmeringen komen enerzijds voort uit een gebrek aan fysieke ruimte, in dit geval vanwege de aanwezigheid van woonkernen en/of bestaande bebouwing, en anderzijds door mogelijke grote juridische belemmeringen vanuit huidige weten regelgeving. In dit tweede geval is gekeken naar de aanwezigheid van wettelijk en provinciaal beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden en Goudgroene natuurzone uit het POL2014).
14
bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-on01 (concept)
Gebieden met een dergelijke status zijn niet realistisch geacht voor de ontwikkeling van een bedrijventerrein, in het geval er locatiealternatieven zijn, die niet in dit type gebieden zijn gelegen. Uit deze analyse komt naar voren dat de locaties 1 t/m 3 de mogelijkheid bieden om 30 ha netto bedrijventerrein te ontwikkelen. Locatie 4 (ten oosten van bedrijventerrein Wanssum) kent mogelijkheden aan de oost- en westkant van het bestaande bedrijventerrein. De beschikbare oppervlakte is niet voldoende om invulling te kunnen geven aan de ambitie van 30 ha netto. Ook is het ontwikkelen van 2 aparte locaties omwille de flexibiliteit in de uitgeefbaarheid van de (grootschalige) kavels niet wenselijk. Ter plaatse van Locatie 5 ligt de Goudgroene natuurzone. De Goudgroene natuurzone is streng beschermd natuurgebied waarin, volgens de Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POL, 2014), geen nieuwe activiteiten zijn toegestaan die de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied aantasten. Daarom is deze locatie is buiten beschouwing gelaten in het locatieonderzoek. Om bovengenoemde redenen zijn de locaties 1 t/m 3 meegenomen naar stap 4. Stap 4. Milieueffecten De locaties die na stap 3 nog over zijn, zijn op hoofdlijnen met elkaar vergeleken op basis van een aantal milieuaspecten met als doel te komen tot een voorkeurslocatie dat in het MER wordt uitgewerkt en beoordeeld.
Deze beoordeling van de milieueffecten is op kwalitatieve wijze uitgevoerd. Waar zinvol is met (richt)afstanden gewerkt. Er zijn geen berekeningen uitgevoerd. Reden hiervoor is dat er in dit stadium nog geen concrete terreinen en inrichtingen binnen de locatiealternatieven zijn uitgewerkt. De milieuaspecten en criteria die in deze stap zijn beschouwd, zijn in Tabel 3-1 weergegeven. De locaties zijn beoordeeld volgens een driepuntschaal. Daarbij zegt een '+' dat er zich een kans voordoet binnen het genoemde milieuaspect. Dit kan een kans zijn op vermindering van milieueffecten of een kans voor de verdere invulling van het zoekgebied (afhankelijk van het aspect). Een '-' geeft aan dat er een risico is op milieueffecten door de ontwikkeling van een bedrijventerrein binnen deze locatie. Bij een '0' zijn er geen kansen of risico's voorzien. Tabel 3-1 Milieuaspecten voor de beoordeling van locatie alternatieven Aspect Verkeer
Woon- en leefmilieu
Natuur
Landschap
Bodem & archeologie
Criterium
Toelichting Een bedrijventerrein is bij voorkeur goed ontsloten en ligt dichtbij een snelweg. Bij voorkeur vindt Ontsluiting en bereikbaarheid verkeersafwikkeling plaats via wegen waar zo min mogelijk omwonenden last van hebben. Gekeken wordt naar woonbebouwing rondom de locaties. Hoe dichterbij en hoe omvangrijker de Afstand tot 'gevoelige' bewoning, hoe meer kans op verslechtering van het bestemmingen (woningen) woon- en leefmilieu door bijvoorbeeld een toename van de geluidsbelasting, een verslechtering van luchtkwaliteit of een hoger risico vanuit externe veiligheid. Gekeken wordt naar de afstand tot Natura 2000-gebieden. Hoe kleiner de afstand, hoe groter de Afstand tot Natura 2000 kans is dat er een effect optreedt vanuit het bedrijventerrein op het Natura 2000 gebied. Ligging in provinciaal Gekeken wordt naar de ligging in goud- en zilvergroene beschermde natuur (goud- en natuurzone zoals opgenomen in de Geconsolideerde zilvergroene natuurzone) versie Omgevingsverordening Limburg 2014. Gekeken wordt naar de ligging in bronsgroene Ligging in provinciaal / landschapszones zoals opgenomen in de gemeentelijk beschermde Geconsolideerde versie Omgevingsverordening Limburg landschapszones 2014, en het Ruimtelijk kwaliteitskader van de gemeente Venray (2010).
Gekeken wordt naar het voorkomen van 'bodemlocaties' Bodemverontreiniging volgens het ondergrondportaal van de provincie Limburg.
15
bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-on01 (concept)
Gekeken wordt naar archeologische verwachting en AMK-terreinen volgens het ondergrondportaal van de provincie Limburg. Ligging in Gekeken wordt naar ligging in Water grondwaterbeschermingsgebi milieubeschermingsgebieden volgens de eden omgevingsverordening Limburg 2014. Mogelijkheden opwekken Gekeken wordt naar potentie voor opwekken van Duurzaamhei duurzame energie, duurzame energie op de locaties. Hierbij is gekeken naar d geothermie en Warmte Koude aansluitingspunten op het elektriciteitsnetwerk en Opslag grondwaterbeschermingsgebieden. Gekeken wordt naar de fysieke ruimte voor de inpassing Mogelijkheden van klimaatadaptieve maatregelen zoals groenstructuren, klimaatadaptatie retentiegebied en infiltratie. Gekeken wordt naar ruimte voor maatregelen om het Duurzame inpassing bedrijventerrein landschappelijk in te passen, en de bedrijventerrein in het ligging ten opzichte van bestaande stedelijke en landschap landschappelijke structuren. Inpasbaarheid grootschalige Gekeken wordt naar de bestaande landschapsstructuren Inpasbaarheid bedrijfskavels binnen en lijnen en of hierbinnen voldoende flexibiliteit is om verkaveling bestaande grootschalige verkaveling toe te passen. landschapsstructuren Archeologische verwachting
In Tabel 3-2 is een beoordeling voor de criteria uit Tabel 3-1 uitgevoerd. Tabel 3-2 Beoordeling locaties op milieueffecten Aspect
Criterium
Verkeer
Ontsluiting en bereikbaarheid
Woon- en leefmilieu
Afstand tot 'gevoelige' bestemmingen (woningen)
Loc 1 Loc 2 Loc 3 Toelichting 0 0 Bij locaties 1 (Deurneseweg – Nobelstraat – A73) en 3 (Spurkt – Metaalweg – A73) liggen goede ontsluitingswegen met voldoende capaciteit om een verkeerstoename als gevolg van het bedrijventerrein af te kunnen wikkelen. Bij locatie 2 ligt geen goede bestaande ontsluiting. De Stationsweg sluit niet aan op de A73, heeft een beperkte capaciteit en loopt door de woonkernen Oostrum en Venray. 0 De drie locaties liggen allen buiten de richtafstand van de VNG (300 meter). Locatie 1 en 2 liggen echter op kleinere afstand van woonbebouwing (de kern Oirlo binnen 350 meter van locatie 1; de kernen Oostrum, Antoniusveld en Landweert binnen 350 meter van locatie 2). Locatie 3 kent nauwelijks woonbebouwing en kernen in korte nabijheid. Dichtstbijzijnde woonkern is op ca 800 meter afstand.
16
-
-
-
bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-on01 (concept)
Natuur
Afstand tot Natura 2000 gebied
Ligging in provinciaal beschermde natuur (goud- en zilvergroene natuurzone)
Landschap
Ligging in provinciaal / gemeentelijk beschermde landschapszones
Bodem & archeologie
Bodemverontreiniging
-
0
0
-
-
-
0
0
0
-
-
-
0
0
0
+
+
+
-
+
+
Archeologische verwachting
Water
Ligging in grondwaterbescherming s-gebieden
Mogelijkheden Duurzaamhei opwekken duurzame d energie
Mogelijkheden klimaatadaptatie
Geen van de locaties ligt in Natura 2000 gebied. Alle locaties zullen mogelijk effecten kunnen hebben op Natura 2000 gebied als gevolg van stikstofdepositie als gevolg van aanleg en gebruik van het bedrijventerrein. Hierbij ligt Locatie 2 op de kortste afstand tot Natura 2000gebied Boschhuizerbergen (ca 500 meter), waardoor het risico op effecten voor deze locatie het grootst is. De andere locaties liggen verder van het Natura 2000 gebied: locatie 1 ligt op ca 3 km, locatie 3 op ca 1 km. Geen van de locaties ligt in de goudgroene natuurzone. Alleen locatie 1 ligt in de zilvergroene natuurzone aan de westkant van de A73. Locatie 1 en 3 liggen binnen gebied dat is aangewezen als bronsgroene landschapszone. Zoals onder 'natuur' aangegeven ligt locatie 1 tevens in de zilvergroene natuurzone. Locatie 2 ligt in een essenlandschap volgens het Ruimtelijk Kwaliteitskader Venray. Geen van de gebieden kent bekende bodemverontreinigingen. Alle locaties kennen een hoge archeologische verwachting volgens de Archeologische Verwachtingskaart Venray (RAAP, 2011). Locatie 1 ligt dichtbij een archeologisch monument. Geen van de locaties ligt binnen grondwaterbeschermingsgebied. Locatie 1 grenst aan de boringsvrije zone Venloschol. Alle locaties kennen kansen voor het opwekken van duurzame energie zoals zonne-energie.
Windenergie is op geen van de locaties haalbaar in verband met de radarverstoringszone Volkel. Op locatie 1 is beperkt ruimte beschikbaar voor klimaatadaptieve maatregelen (zeer beperkte ruimte voor groene en blauwe structuren). De andere twee locaties hebben deze ruimte wel en bieden om deze reden kansen voor de uitwerking van voldoende klimaatadaptieve maatregelen.
17
-
+
+
bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-on01 (concept)
Duurzame inpassing bedrijventerrein in het landschap
-
+
+
Inpasbaarheid grootschalige Inpasbaarhei bedrijfskavels binnen d verkaveling bestaande landschapsstructuren
Locatie 1 heeft zeer weinig ruimte voor landschappelijke inpassing en sluit in mindere mate direct aan bij bestaand stedelijk gebied en bestaande landschapsstructuren. Locatie 2 en 3 bieden, door hun aansluiting op bestaand stedelijk gebied en de ruimte die er is, kansen voor een duurzame landschappelijke inpassing van het bedrijventerrein. Grootschalige bedrijfskavels zijn in mindere mate inpasbaar binnen Locatie 1 dan bij de locaties 2 en 3. Locatie 1 kent vanuit de huidige landschappelijke structuur en vorm beperkte mogelijkheden voor het inpassen van grootschalige kavels. Bij Locatie 2 en 3 biedt deze aanwezige landschappelijke structuur de mogelijkheid wel.
Conclusie trechtering Voorgaand zijn drie potentiële locaties voor een bedrijventerrein van netto 30 ha beschouwd. Deze locaties liggen binnen de gemeente Venray en liggen aansluitend aan bestaande bedrijventerreinen van een vergelijkbare omvang. Van deze locaties is op hoofdlijnen beschouwd in hoeverre er kansen en /of risico's zijn voor inpassing en milieueffecten en of de locatiealternatieven daarin verschillen. De resultaten van deze beoordeling is samengevat in Tabel 3-3. De niet onderscheidende aspecten zijn niet in Tabel 3-3 opgenomen. 3-3 Conclusie trechtering op onderscheidende aspecten Aspect Verkeer Woon- en leefmilieu Duurzaamheid Inpasbaarheid verkaveling
Locatie 1 0 -
Locatie 2 + +
Locatie 3 0 0 + +
Locatie 1 is goed te ontsluiten via de Deurneseweg. De locatie ligt relatief dichtbij de woonkern Oirlo, op een afstand van 350 meter. Hiermee ligt deze locatie maar net buiten de richtafstand van 300 meter van een woonkern, zoals deze voor geluid in de richtafstandenlijst van de VNG wordt gehanteerd. Op kortere afstand liggen individuele woningen. Er blijft daarmee een risico op effecten op het woon- en leefmilieu. De locatie heeft zeer beperkte ruimte en is daardoor erg krap bemeten voor het uitwerken van klimaatadaptieve maatregelen (zoals water en groenstructuren) en een duurzame landschappelijke inpassing. Ook kent deze locatie door haar vorm en bestaande verkaveling weinig mogelijkheden voor het inpassen en uitgeven van grootschalige bedrijfskavels. Omwille de flexibiliteit in de uitgeefbaarheid van de (grootschalige) kavels is het niet wenselijk om op twee aparte locaties te ontwikkelen. Locatie 2 kent zorgen als het gaat om de ontsluiting van het bedrijfsverkeer. De bestaande wegenstructuur sluit niet aan op de A73 en gaat door woonkernen. De locatie ligt daarbij relatief dichtbij de woonkern Oostrum, op een afstand van circa 350 meter. Ook deze locatie ligt maar net buiten de 300 meter grens voor geluid zoals die in de richtafstandenlijst van de VNG wordt gehanteerd. Op kortere afstand liggen wel individuele woningen.
Er blijft een risico op effecten op woon- en leefmilieu. De locatie heeft voldoende ruimte voor het inpassen van klimaatadaptieve maatregelen en het duurzaam landschappelijk inpassen van het terrein. Locatie 2 heeft de mogelijkheid voor het ontwikkelen / uitgeven
18
bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-on01 (concept)
van grootschalige kavels. Locatie 3 is goed te ontsluiten via de bestaande uitvalswegen voor bedrijventerrein Smakterheide (Spurkt, Metaalweg). De locatie ligt op relatief grotere afstand van woonkernen (>800 meter). Er liggen wel enkele individuele (bedrijfs)woningen op kortere afstand van de locatie. In zijn algemeenheid is er niet of nauwelijks risico op effecten op woon- en leefmilieu. De locatie kent veel ruimte voor het nemen van klimaatadaptieve maatregelen en het duurzaam landschappelijk inpassen van het terrein. Locatie 3 heeft de mogelijkheid voor het inpassen / uitgeven van grootschalige kavels.
3.2
Locatiekeuze bedrijventerrein De Spurkt
Uit bovenstaande samenvatting blijkt dat locatie 1 de meeste beperkingen kent, met name veroorzaakt door de beperkte(re) ruimte voor een duurzame inpassing en het inpassen en uitgeven van grootschalige bedrijfskavels. Locatie 2 kent, vergeleken met locatie 3, meer risico's door de kortere afstand tot woonomgevingen en door de slechtere ontsluitingsmogelijkheid op bestaande infrastructuur. Voor locatie 3 geldt dat deze voor de onderscheidende aspecten geen risico's heeft of juist kansen biedt. Aansluitend daarop zijn passende locaties beoordeeld op een aantal andere inhoudelijke criteria. Deze criteria zijn: bestaande eigendomsverhoudingen, ontsluiting en bereikbaarheid, risicoinschatting, en tijd. Doorslaggevend voor de ontwikkeling van bedrijventerrein op de locatie De Spurkt zijn de financiële haalbaarheid (minimaal kostenneutraal) en het passend krijgen van de ontwikkeling met de salderingsafspraken die in regionaal verband zijn gemaakt.
19
bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-on01 (concept)
Hoofdstuk 4
4.1
Referentiesituatie
Huidige situatie
Het plangebied kent een overwegend agrarisch karakter. Er staan woonbestemmingen aan de Spurkt 5, 5a t/m c en 8. De bovengrondse 150kV hoogspanningsverbinding Haps - Venray loopt midden door het gebied. De locatie ligt grotendeels in de Bronsgroene landschapszone. De kernkwaliteiten van de Bronsgroene landschapszone zijn: het groene karakter, het visueel ruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed en het reliëf (aardkundige waarden). Het gebied is aangewezen als aardkundig waardevol gebied van provinciaal belang en bevindt zich in het beekdal van de Loobeek op de overgang naar de hoger gelegen dekzandruggen. Vanaf 1900 is dit gebied ontgonnen en is het open landschap van de natte heideontginningen ontstaan. Het landschap wordt gekenmerkt door rechte wegen (met laanbeplanting van één soort), regelmatige (rationele) blokverkaveling (rechtlijnige karakter van beplanting, sloten en wegen) en losse (verspreide) boerderijen met erfbeplanting. Verder wordt het jonge heideontginningslandschap gekenmerkt door een grote mate van openheid (behalve de laanstructuren en erfbeplanting zijn er verder weinig landschapselementen en er is relatief weinig bebouwing) en het gebruik als grasland en bouwland. Tevens is er een dassenburcht bekend in de oostkant van het plangebied. Dit is een beschermde soort volgens de Wet natuurbescherming.
4.2
Autonome ontwikkeling
Er zijn geen autonome ontwikkelingen voorzien in het plangebied. Ter plaatse vigeert Het bestemmingsplan 'Buitengebied Venray 2010' (vastgesteld 14-12-2010) grotendeels. Dit bestemmingsplan is gedeeltelijk herzien in 2016 (regels en locaties). Aan de noordkant van het gebied is de herinrichting van het Loobeekdal planologisch mogelijk gemaakt in bestemmingsplan 'Loobeek – deelgebied De Spurkt en Venrays broek' (vastgesteld 30-10-2018).
20
bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-on01 (concept)
Hoofdstuk 5
5.1
Voorgenomen ontwikkeling
Het voornemen
Voor de inrichting van het bedrijventerrein is gezocht naar één integraal inrichtingsalternatief dat zowel invulling geeft aan de opgave voor 30 hectare met grootschalige en middelgrote bedrijfskavels, alsook optimaal rekening houdt met de aanwezige kenmerken en omgevingswaarden in en om het plangebied. Het plan voorziet in een mix van kavels voor grootschalige en middelgrote bedrijven. De kavels zullen een opervlakte hebben van minimaal 1 hectare. De verkaveling zoals deze in het plan is beoogd is geborgd in het exploitatieplan De Spurkt. Voor het plangebied geldt een beeldkwaliteitplan dat een kader vormt voor de beoordeling van bouwplannen. Uitgangspunten Vanuit de opgave voor het bedrijventerrein gelden de volgende uitgangspunten: Er moet netto 30 ha uitgeefbaar terrein zijn; De kavelstructuur geeft zowel ruimte voor grootschalige kavels, alsook voor middelgrote bedrijfskavels. Vanuit de kenmerken en omgevingswaarden in het gebied zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Het bedrijventerrein moet zorgvuldig in de bronsgroene landschapszone worden ingepast.
Hierbij dient rekening gehouden te worden met het groene karakter, het visueel ruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed en het reliëf (aardkundige waarden); Er moet ruimte zijn voor mitigerende maatregelen voor beschermde soorten volgens de Wet natuurbescherming; Er moet minimaal 25 meter afstand zijn tussen een bedrijfsbestemming en de bovengrondse 150kV hoogspanningsverbinding; Er moet ruimte zijn voor klimaatadaptieve maatregelen, zoals waterberging; Er moet zo min mogelijk hinder zijn voor woon- en leefomgeving in de nabije omgeving; Bestaande waterlopen in het gebied moeten zoveel als mogelijk worden gehandhaafd; Er moet worden aangesloten op bestaande infrastructuur. Inrichting Op basis van bovengenoemde uitgangspunten is een optimale inrichting ontworpen. Deze is opgenomen in Figuur 5-1. Na de figuur is een toelichting op de beoogde inrichting opgenomen
21
bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-on01 (concept)
Figuur 5-1: Inrichting bedrijventerrein De Spurkt Hieronder is beschreven hoe de inrichting tot stand is gekomen en hoe de bovenstaande uitgangspunten bij de inrichting zijn meegenomen. Verkeer: de ligging van het gebied zorgt ervoor dat er een goede afwikkeling op de Spurkt mogelijk is. Via de Spurkt en de Metaalweg kan de A73 bereikt worden. Er is rekening gehouden met een mogelijke toename op kruispuntniveau in de gebruiksfase, waarbij het plaatsen van een VRI op het kruispunt afrit A73 met de Metaalweg als mitigerende maatregel kan dienen. Landschap: rond het bedrijventerrein zijn bewust groene zones vrijgehouden zodat het bedrijventerrein landschappelijk kan worden ingepast met bijvoorbeeld bomen of een grondwal. De bouwvlakken of kavels zijn gesitueerd binnen het raamwerk van rechte wegen. Daarmee is het ontwerp van het terrein volgend op het landschap en wordt het geometrische patroon van de wegen versterkt. Ecologie: als gevolg van het intensieve landbouwkundige gebruik heeft het landschap maar geringe natuurwaarden. In de oostkant van het plangebied is een dassenburcht bekend. In het ontwerp is aan de oostzijde een groene zone opgenomen, waarmee de mogelijkheden worden gecreëerd voor het inpassen van de dassenburcht alsook voldoende leefgebied wordt gecreëerd voor in het gebied voorkomende beschermde soorten.
De verkaveling is zo ingericht dat er groene passages blijven langs de bestaande watergangen en houtopstanden in het gebied. Water: Er is met de verkaveling rekening gehouden met de bestaande structuur van waterlopen in het gebied. Op diverse plekken, zoals rond de 150 kV-verbinding, wordt ruimte gereserveerd voor waterbergende maatregelen. Veiligheid: Er is een zone van minimaal 25 meter aan weerszijden van de 150 kV hoogspanningsverbinding Haps – Venray vrijgehouden om voldoende afstand te houden. Duurzaamheid: opwekken van duurzame energie wordt in het bedrijventerrein gestimuleerd doordat de bedrijven verplicht zullen worden hun daken geschikt te maken voor PV-zonnepanelen. Verder is er ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen, zoals waterberging (zie 'water'). Ook is er ruimte voor biodiversiteit en landschappelijke inpassing (zie 'ecologie' en 'landschap').
22
bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-on01 (concept)
Verkaveling; Door de gekozen verkaveling bieden 3 van de 4 'deelkavels' (A, B en D) ruimte voor grootschalige bedrijvigheid. Binnen 'deelkavel' C zijn enkele kleine kavels van minimaal 1 hectare mogelijk. Woon- en leefomgeving; Door middel van inwaartse milieuzonering zal worden bepaald welke milieucategorieën er binnen het bedrijventerrein worden mogelijk gemaakt, zodat er zo min mogelijk hinder is voor woon- en leefomgeving. NGE: In gebieden waar aanwijzingen zijn dat er zich niet-gesprongen conventionele explosieven kunnen bevinden dient hiermee bij het uitvoeren van bouw- en grondwerkzaamheden rekening te worden gehouden.
Indeling bedrijventerrein op basis van milieuzonering In hoofdstuk 14 in Bijlage 10 is de milieuzonering beschreven. Op basis van deze milieuzonering wordt het bedrijventerrein als volgt ingedeeld (zie Figuur 4-2). Op het bedrijventerrein wordt maximaal categorie 4.2 toegestaan (zie lijst van bedrijven in Bijlage 1 Standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten 'standaard'). De zonering is tot stand gekomen op basis van richtafstanden tot gevoelige functies in de omgeving (VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering').
Figuur 5-2: Indeling milieucategorieën op bedrijventerrein De Spurkt Duurzaamheid Met de ontwikkeling van het bedrijventerrein verandert niet alleen de fysieke omgeving, maar zal ook de energievraag veranderen. Met duurzaamheidsambities in gedachte wordt het bedrijventerrein niet op het gas aangesloten waardoor bedrijfspanden op een andere duurzame manier dienen te koelen of verwarmen. De daken van bedrijventerreinen dienen daarbij geschikt te zijn voor de installatie van zonnepanelen en bij interne bedrijfsvoering mag geen stikstof worden uitgestoten. Hiermee biedt de ontwikkeling van het bedrijventerrein veel ruimte voor het reduceren van het gebruik van fossiele energie
23
bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-on01 (concept)
en het opwekken van duurzame energie. Daarnaast wordt in de inrichting rekening gehouden met wateroverlast en hittestress door voldoende waterberging en diverse groenvoorzieningen te realiseren. Ook duurzaamheid op het gebied van biodiversiteit wordt gestimuleerd door bijvoorbeeld aan de oostzijde van het plangebied een extensief begraasde weide, met een opstal en fruitbomen in te richten, als natuurzone voor verschillende soorten zoals boerenzwaluw, huismus, steenuil, vleermuizen en das. Door diverse ecologisch gunstige omgevingen te creëren binnen en buiten de natuurzone wordt invulling gegeven aan duurzaam ruimtegebruik.In het MER Bijlage 10 wordt uitgebreid stilgestaan bij het aspect duurzaamheid. Salderen Volgens afspraken in de Regionale visie bedrijventerreinen moet er, voordat er 30 ha wordt ontwikkeld in Venray, eerst 30 ha uit de voorraad bedrijventerrein worden gehaald binnen de regio. Dit wordt 'salderen' genoemd. Voor de opgave van het salderen wordt eerst gekeken naar mogelijkheden binnen de eigen gemeente. Indien niets of onvoldoende voorradig is, wordt ook gekeken naar salderingsmogelijkheden binnen de regio. Op lokaal niveau zijn de volgende locaties beschikbaar: De Hulst 1: 1 hectare; De Hulst 2: 1,3 hectare; De Melkfabriek: 2,2 hectare; De Brier: 2,7 hectare. In totaal gaat het om 7,2 hectare bedrijventerrein dat binnen de gemeente gesaldeerd kan worden.
Daarnaast is gekeken naar locaties binnen de regio. In Venlo is een deel van Venlo Greenpark dat zich van bedrijventerrein naar campus ontwikkelt. Het gaat om circa 12 hectare. Gezamenlijk is de totale oppervlakte die voor Venrayse ontwikkelruimte beschikbaar circa 20 hectare. De afspraken die over de ontwikkelruimte in Venray zijn gemaakt, zijn opgenomen in de 'Samenwerkings- en Aandeelhoudersovereenkomst' tussen de gemeente Venray en het Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo. Regionaal is een inventarisatie gemaakt naar de mogelijkheden tot salderen van 10 hectare binnen het daarvoor door de Provincie Limburg bijgehouden bestaande systeem REBIS. Uit de regionale inventarisatie is gebleken dat binnen REBIS in de regio voldoende ruimte bestaat om de laatste 10 hectare van De Spurkt te kunnen salderen, volgens het principe van het administratief correctie. De 10 hectare kunnen gesaldeerd worden door het onttrekken van de bestemming van locaties waar een bedrijfsbestemming op rust maar waar het gebruik feitelijk anders is dan onder een bedrijfsbestemming valt. Gedacht moet worden aan locaties die in gebruik zijn voor grootschalige detailhandel, kantoren, onderwijs, maatschappelijk of nog anders. Daarnaast is ook in een aantal gevallen gebleken dat de feitelijke bestemming in het bestemmingsplan al afwijkt van de aanduiding bedrijventerrein in REBIS.
Deze saldering is in feite een administratieve correctie binnen het REBIS systeem. Salderen op deze wijze is passend bij de in regionaal verband gemaakte afspraken en is in eerdere vergelijkbare casussen eveneens toegepast.
5.2
Inrichtingsalternatieven
In het MER wordt het inrichtingsalternatief getoetst aan de wettelijke vereisten en beoordeeld op mogelijke milieueffecten. In het MER wordt beoordeeld of, en zo ja, welke milieueffecten er kunnen optreden en of er optimalisatie van het plan noodzakelijk en mogelijk is om effecten te voorkomen en/of kansen te benutten. Er wordt in het MER één inrichtingsalternatief onderzocht, die op basis van het MER, waar nodig, kan worden aangescherpt. Het bestemmingsplan voor De Spurkt biedt ruimte voor flexibiliteit in de toekomstige plannen. Dat betekent dat op voorhand niet bekend is wat de precieze inhoud van toekomstige ontwikkelingen is. Daarom wordt bij de te onderzoeken milieuaspecten uitgegaan van een bandbreedte op basis van een worst case benadering door uitgangspunten te kiezen die uitgaan van een maximale invulling van het plangebied. Effecten als gevolg van de toekomstige vestiging van bedrijven vallen daardoor binnen de
24
bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-on01 (concept)
bandbreedte aan effecten zoals bepaald in het MER. Bij het MER is een passende beoordeling opgesteld om effecten op Natura 2000 gebieden inzichtelijk te maken. Deze zal worden bijgevoegd bij het bestemmingsplan en MER.
25
bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-on01 (concept)
Hoofdstuk 6
6.1
Beleidskader
Rijksbeleid
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (2011) Het Rijk heeft haar beleid ten aanzien van infrastructuur en ruimtelijke ordening vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en daarmee samenhangende algemene regels: het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig. Het Rijk streeft daar naar met een aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Doelen In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte formuleert het Rijk drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Nationale belangen De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is vertaald in het Barro. Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen.
Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij het Barro kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. Voor het plangebied zijn de volgende bepalingen relevant: Nationaal belang nr. 1. Een excellent en internationaal bereikbaar vestigingsklimaat in de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren. 5. Een robuust hoofdnetwerk van weg, spoor en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio's inclusief de achterlandverbindingen. 6. Betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem van weg, spoor en vaarwegen. 8. Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's. 13. Zorgvuldige afwegingen en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke plannen.
Van toepassing op plangebied? Ja, in het plangebied wordt ruimte gemaakt voor de ontwikkeling van de topsectoren agrofood, maakindsutrie en logistiek. Ja, de A73 ligt nabij het plangebied De Spurkt.
Ja, het plangebied maakt onderdeel uit van een gebied dat multimodaal is ontsloten. Ja, door het vestigen van bedrijvigheid binnen het plangebied zijn de verschillende milieuthema's aan de orde. Ja.
26
bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-on01 (concept)
Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Overheden die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk willen maken, moeten om die reden een aantal stappen zetten die borgen dat tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van die nieuwe ontwikkeling wordt gekomen. Dit vereiste is met ingang van 1 oktober 2012 in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) opgenomen. Achtereenvolgens moet worden aangetoond of er een actuele regionale behoefte is (trede 1), deze behoefte in bestaand stedelijk gebied kan worden opgevangen (trede 2), en of de locatie multimodaal is of kan worden ontsloten (trede 3). Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Bro gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Hierbij is de derde trede geschrapt en is het begrip 'actuele regionale behoefte' vervangen door 'behoefte'. Behoefte (trede 1) Een uitgebreide vraag- aanbodanalyse is opgenomen in Bijlage 11. Hieruit blijkt dat er sprake is van een behoefte.
Binnen Venray kan de uitbreidingsbehoefte van Venrayse bedrijven niet worden voorzien wegens gebrek aan voldoende grote kavels. De relatieve lange ontwikkeltijd van een bedrijventerrein zorgt ervoor dat concrete vragen van Venrayse bedrijven niet op korte termijn gerealiseerd kan worden omdat het aanbod van grote kavels op het moment ontbreekt. Beschikbare ruimte bedrijventerrein Venray De Blakt De Hulst 2 De Hulst 1 Keizersveld Vennendreef Smakterheide Herinvulling Smakterheide Ysselsteyn Totaal beschikbare bedrijventerrein via gemeente Totaal aan beschikbaar bedrijventerrein in gemeente Venray in private handen
Omvang 0 ha 1 ha 0 ha 0,6 ha 0 ha 0 ha 0 ha 0 ha 1,6 ha 10 ha
De beperkte beschikbare ruimte aan grote kavels heeft als gevolg dat bedrijven die willen uitbreiden Venray verlaten. Dit zorgt vervolgens voor verlies van werkgelegenheid. De insteek van het bestemmingsplan De Spurkt is om deze uitbreidingsbehoefte en werkgelegenheid te waarborgen. De kavelgrootte is daarbij leidend geweest in de Locatieafweging behorende bij Bijlage 11. Zoals in de aanleiding beschreven is dient er, voordat er 30 ha ontwikkeld wordt in Venray, eerst 30 ha uit de voorraad bedrijventerrein worden gehaald binnen de regio. Over 20 hectare zijn binnen de regio afspraken gemaakt. Dit betreft functiewijzigingen van bestaande bedrijventerreinen (totaal circa 8 hectare) of kennislandschap voormalig Venlo Greenpark (totaal circa 12 hectare). De overige 10 hectare kunnen worden gesaldeerd met gronden in diverse regionale locaties waar een bedrijfsbestemming op rust, maar waar het gebruik feitelijk anders is dan onder een bedrijfsbestemming valt. Hoewel de regionale visie nog steeds geldend is, is bestuurlijk afgesproken deze te herijken en het salderen meer kwalitatief in te steken. Behoefte opvangen in bestaand stedelijk gebied (trede 2) Aanvullend op Bijlage 11 wordt opgemerkt dat De Spurkt zich richt op een combinatie van grootschalige en kleinschalige bedrijven in de maakindustrie, agrofood en logistiek.
Voor een dergelijke combinatie is geen plek in het bestaand stedelijk gebied. Er is aansluiting gezocht bij een bestaand bedrijventerrein,
27
bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-on01 (concept)
waarbij ervoor wordt gezorgd dat door de concentratie van bedrijven, geen sprake is van onwenselijke verspreiding en andere gebieden gevrijwaard blijven van verstedelijking als gevolg van (individuele) bedrijven. Benodigde voorzieningen voor de betreffende bedrijven kunnen hierdoor ook worden geconcentreerd.
6.2
Provinciaal beleid
Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 Op 12 december 2014 hebben Provinciale Staten het Provinciaal Omgevingsplan 2014 (hierna: POL2014) vastgesteld. De centrale ambitie zoals verwoord in het POL2014 komt voort uit de Limburgagenda: een voortreffelijk grensoverschrijdend leef- en vestigingsklimaat, dat eraan bijdraagt dat burgers en bedrijven kiezen voor Limburg: om er naar toe te gaan en vooral ook om hier te blijven. In het POL2014 staan de fysieke kanten van het leef- en vestigingsklimaat centraal. Belangrijke uitdagingen zijn het faciliteren van innovatie, het aantrekkelijk houden van de regio voor jongeren en arbeidskrachten, de fundamenteel veranderde opgaven op het gebied van wonen en voorzieningen, de leefbaarheid van kernen en buurten en het inspelen op de klimaatverandering. Aan het provinciaal omgevingsbeleid ligt een aantal principes ten grondslag: kwaliteit staat daarbij centraal. Dat komt tot uiting in het koesteren van de gevarieerdheid van Limburg onder het motto ‘meer stad, meer land’, het bieden van ruimte voor verweving van functies, in kwaliteitsbewustzijn, en in dynamisch voorraadbeheer dat moet resulteren in een nieuwe vorm van groeien. Het dynamisch voorraadbeheer vormt een belangrijk onderdeel van het POL2014. In Limburg zijn voldoende woningen, bedrijventerreinen, kantoren en winkels aanwezig, in toenemende mate zelfs te veel.
Tegelijkertijd is de kwaliteit steeds minder toegesneden op de behoefte. Op al deze gebieden liggen er nog grote kwalitatieve opgaven. Blijvende vernieuwing en innovatie zijn dan ook van groot belang. Algemene principes voor duurzame verstedelijking sluiten hierop aan, zoals de ladder van duurzame verstedelijking en de prioriteit voor herbenutting van cultuurhistorische en beeldbepalende gebouwen. Deze principes zijn tevens vastgelegd in de Provinciale Omgevingsverordening. Het POL2014 nodigt gemeenten uit om een flink aantal vraagstukken in regionaal verband verder uit te werken. Voor de thema’s wonen, bedrijventerreinen, kantoren, detailhandel, land- en tuinbouw, energie en vrijetijdseconomie zet de provincie in op regionale visies, die de basis moeten vormen voor afspraken tussen regiogemeenten en Provincie. Minder dan voorheen richten de Provincie zich op het beoordelen van individuele ontwikkelingen met een lokaal karakter: deze rol wordt overgelaten aan de diverse gemeenten. Middels het POL2014 wordt wel een aantal beleidsmatige kaders gesteld, al dan niet verankerd in de al eerder genoemde provinciale Omgevingsverordening. Regio Noord-Limburg Er zijn binnen Limburg belangrijke regionale verschillen.
Samen met de regionale partners zijn voor de regio’s Noord-Limburg, Midden-Limburg en Zuid-Limburg in het POL2014 ambities en belangrijkste uitdagingen en vraagstukken benoemd. Venray is gelegen in de regio Noord-Limburg. Deze regio heeft grote ambities: op termijn (2025-2030) wil de regio optimaal gebruik maken van zijn strategische ligging als logistiek knooppunt tussen de mainports in Nederland en Vlaanderen, en het Duitse achterland. De infrastructurele ontsluiting is op dat moment goed, herbergt diverse topsectoren en combineert dat met een kwalitatief goede omgeving. Met gebruikmaking van haar gunstige ligging ten opzichte van Brainport Eindhoven streeft de regio naar een sterke economische structuur en naar een internationale toppositie in de (duurzame) maakindustrie. Omgevingsverordening Limburg (2014) Op 12 december 2014 is de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld. In 2016, 2017, 2018 en 2019 is deze geactualiseerd, gewijzigd en geconsolideerd. De laatste wijziging is 14 januari 2019 vastgesteld door Provinciale Staten. Deze geconsolideerde verordening omvat regelgeving op het gebied van o.a. milieu, water, wegen, ontgrondingen en ruimtelijke ordening. Met name de regelgeving op het gebied van de ruimtelijke ordening is in casu relevant. Relevante onderwerpen uit de Omgevingsverordening voor het plangebied zijn: Art.
2.2.2: ladder voor duurzame stedelijke ontwikkeling: de verordening schrijft voor dat bij nieuwe
28
bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-on01 (concept)
stedelijke ontwikkelingen rekening wordt gehouden met het bepaalde in artikel 3.1.6 lid 2 Bro én dat wordt bezien of herbenutting van leegstaande gebouwen mogelijk is alvorens nieuwe verstedelijking toe te staan. In paragraaf 5.1 is stil gestaan bij de verplichting uit artikel 3.1.6 lid 2 Bro (behoefte). Herbenutting van leegstaande gebouwen is geen oplossing voor de uitbreidingsvraag voor bedrijven in de regio Venray. Art. 2.7.2: Bronsgroene landschapszone: Op grond van artikel 2.7 van de Omgevingsverordening Limburg 2014 dient de toelichting van een bestemmingsplan dat (deels) betrekking heeft op een gebied gelegen in de Bronsgroene landschapszone, een beschrijving te bevatten van de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten, de wijze waarop met de bescherming en versterking van de kernkwaliteiten is omgegaan en hoe de negatieve effecten zijn gecompenseerd. Hoofdstuk 8 milieuaspecten gaat in op de Bronsgroene landschapszone. Art. 5.3.1 'normering regionale wateroverlast', Art. 5.4.1 'Verslag toetsing watersysteem' en Art 5.8.1 'grondwaterregister': met normen ten aanzien van het watersysteem.
Hoofdstuk 3 uit Bijlage 10 Hoofdstuk 8 milieuaspecten gaat in op het huidige en toekomstige watersysteem en de effecten van de ontwikkeling op het watersysteem; Visie bedrijventerreinen Noord Limburg De visie bedrijventerreinen beschrijft de samenwerking tussen Noord-Limburgse gemeenten ten behoeve van het voorraadbeheer van bedrijventerreinen. Het doel is de ruimtevraag van bedrijvigheid te kunnen faciliteren. Hierin is een volledig overzicht van de bedrijventerreinvoorraad per gemeente opgenomen. Bij toekomstige nieuwe plannen zal steeds bekeken worden of deze voldoen aan de kwalitatieve vraag van het bedrijfsleven, en of het plan op een juiste locatie ligt voor de regio. Indien positief dan wordt het plan als een goede toevoeging gezien en kan deze tot ontwikkeling komen. Daarvoor is het wel noodzakelijk te salderen met andere onderdelen van de harde planvoorraad.
6.3
Gemeentelijk beleid
Toekomstvisie 2030 'Wat wordt jouw rol?' Op 27 juni 2019 is de Toekomstvisie voor Venray vastgesteld door de gemeenteraad. De visie is tot stand gekomen in een traject met bewoners, bedrijven en instellingen. De gemeente Venray heeft voor de komende tien jaar vijf concrete ambities geformuleerd. In het Venray van 2030: 1. zijn inwoners, netwerken, culturen en voorzieningen zijn met elkaar verbonden 2. woon je groen en sociaal 3. zorgt ondernemerschap met aandacht voor mens, dier en milieu, voor nieuwe economische kansen 4. stroomt kennis, creativiteit en vernieuwing 5. is iedereen mobiel Aan de hand van deze ambities geeft de gemeente vorm aan een duurzame, economische transitie. . Economische Visie Venray 2008-2020 In de economische visie geeft de gemeente Venray invulling aan de doelstelling 'Venray is kennisintensief'. De visie dient als leidraad voor het gemeentelijk economisch beleid voor de periode 2008-2020, met waar nodig een doorkijk naar 2020/2025. In de economische visie kies Venray voor de volgende drie speerpunten: Kennis en innovatie; Kwaliteit en duurzaamheid; Regionale identiteit. Ten aanzien van bedrijventerreinen heeft Venray de ambitie om over voldoende en voldoende gevarieerde werklocaties voor bedrijven te willen beschikken, nu en in de toekomst.