CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

5.2 Regels

Gemeenteraad 30 juni 2026, gemeente VenrayBij agendapunt: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x Heidseweg 56 Heide12.597 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

e.

artikel 8.2 onder a en een goothoogte van maximaal 6 m toestaan onder de voorwaarde dat sprake is van een goede ruimtelijke inpassing zoals bedoeld isin het beeldkwaliteitsplan en het Ruimtelijk Kwaliteitskader;

f.

artikel 8.2 onder a en een grotere inhoudsmaat voor woningen toestaan, met dien verstande dat:

g.

1.

de woning gelegen is in een hoofdgebouw dat groter is dan 875 m³. Het gehele hoofdgebouw mag inpandig worden verbouwd tot woning;

2.

de bestaande bebouwde oppervlakte niet wordt vergroot;

3.

sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid;

4.

verbouw in combinatie met herbouw van (een deel van) het hoofdgebouw niet is toegestaan;

5.

het aantal woningen gelijk blijft; woningsplitsing is niet toegestaan;

artikel 8.2 onder a en b van de planregels en het bouwen binnen de minimale afstand van gebouwen tot de bouwperceelsgrens toestaan, onder de voorwaarden dat: 1.

de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de nieuwe bebouwing wordt ingepast;

2.

met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater;

3.

de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast;

4.

sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid;

Pagina 23 van 32

Laatst opgeslagen maandag 4 mei 2026

Regels TAM-IMRO Heidseweg 56 Heide

h.

5.

aangetoond wordt dat de plaatsing vanuit het oogpunt van (brand)veiligheid aanvaardbaar is;

6.

het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig worden beperkt;

7.

er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waterhuishoudkundige situatie;

artikel 8.2 onder a, b en c van de planregels en het bouwen binnen de minimale afstand van gebouwen tot de functie Verkeer - Wegverkeer toestaan, onder de voorwaarden dat: 1.

het bouwen, in verband met een doelmatige bedrijfsvoering dan wel vanwege andere bedrijfsomstandigheden ter plaatse noodzakelijk is voor de uitbreiding van het agrarische bedrijf;

2.

de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de nieuwe bebouwing wordt ingepast;

3.

met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater;

4.

de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast;

5.

sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid;

6.

aangetoond wordt dat de plaatsing vanuit het oogpunt van (brand)veiligheid en verkeersveiligheid aanvaardbaar is;

8.5

Specifieke gebruiksregels

Tot een met de functie strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden en opstallen voor: a.

het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen;

b.

elke vorm van detailhandel;

c.

het gebruik ten behoeve van horecadoeleinden;

d.

het gebruik of het laten gebruiken van gronden en/of gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van een seksinrichting, een escortbedrijf en (straat)prostitutie.

e.

aan-huis-gebonden-bedrijf;

f.

het splitsen van woningen;

g.

het gebruik van de woning voor huisvesting van tijdelijke werknemers.

h.

Het gebruik van gebouwen ten behoeve van opslag.

8.6

Afwijken van de gebruiksregels

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a.

artikel 8.5 onder g van de planregels en toestaan dat de burgerwoning wordt gebruikt als tijdelijke huisvesting voor tijdelijke werknemers onder de voorwaarden dat: 1.

logiesgelegenheden worden ingepast binnen de bestaande bebouwing;

2.

de leefruimte minimaal 10 m2 per medewerker bedraagt en er sprake is van met minimaal 1 toilet en douche per 8 personen;

3.

de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast;

Pagina 24 van 32

Laatst opgeslagen maandag 4 mei 2026

Regels TAM-IMRO Heidseweg 56 Heide

b.

c.

d.

4.

sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid;

5.

er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein;

artikel 8.5 onder a van de planregels en toestaan dat de gronden bij een burgerwoning worden gebruikt als kleinschalig kampeerterrein voor recreatief gebruik, onder de voorwaarden dat: 1.

het maximaal 25 kampeerplaatsen betreft;

2.

kampeermiddelen maximaal 50 m achter de voorgevelrooilijn geplaatst worden;

3.

; vervallen;

4.

ten behoeve van het kampeerterrein geen extra bebouwing en/of verharding ten behoeve van het kleinschalig kamperen wordt opgericht;

5.

de cultuurhistorische, visueel-landschappelijke en/of abiotische waarden behouden blijven;

6.

sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid;

7.

de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de voorziening wordt ingepast;

8.

de activiteiten infrastructureel goed inpasbaar zijn en niet tot onevenredige verkeersoverlast leiden;

9.

er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein;

artikel 8.1 onder a en 8.5 onder e van de planregels en een grotere omvang van aan-huis-gebondenberoep respectievelijk een aan-huis-gebonden-bedrijf, anders dan een verblijfsrecreatieve voorziening, toestaan onder de volgende voorwaarden: 1.

de omvang van de activiteit bedraagt maximaal 70 m 2;

2.

de primaire woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin in overwegende mate wordt gehandhaafd;

3.

detailhandel vindt slechts plaats voor zover deze beperkt blijft tot verkoop in direct verband met het aan-huis-gebonden-beroep en/ of het aan-huis-gebonden-bedrijf;

4.

de activiteit geen zodanige verkeersaantrekkende werking heeft dat als gevolg daarvan extra verkeersmaatregelen - waaronder parkeervoorzieningen - noodzakelijk zijn;

5.

de activiteit mag uitsluitend in het hoofdgebouw en/ of aanbouw plaatsvinden;

artikel 8.5 onder f en splitsing van voormalige boerderijen in twee volwaardige woningen toestaan , onder de volgende voorwaarden: 1.

de splitsing dient bij te dragen aan het behoud van de cultuurhistorische, landschappelijke en/of architectonische waarden;

2.

de architectonische vormgeving en het (agrarische en) stedenbouwkundige karakter mogen niet wezenlijk worden aangetast, waarbij in ieder geval beide woningen naar de straatkant zijn gericht en ontsloten, of dat het totaal erf van de woning zo ruim en vrij is gelegen dat er sprake kan zijn van twee volwaardige gescheiden woningen'

3.

sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid;

4.

herbouw van (een deel van) het hoofdgebouw is alleen toegestaan als het bijdraagt aan het behoud of versterking van de waarden genoemd in sub 1;

5.

het bestaande grondoppervlak mag niet worden vergroot;

6.

de bestaande inhoud van het hoofdgebouw dient in totaal minimaal 1000 m³ te bedragen;

Pagina 25 van 32

Laatst opgeslagen maandag 4 mei 2026

Regels TAM-IMRO Heidseweg 56 Heide

7.

er dient een sloop te worden gerealiseerd dat in volume (bovengronds) gelijk is aan de helft van het bestaande gebouw dat wordt gesplitst, onder de voorwaarden dat; ▪

gesloopt wordt binnen een of meer van de voor het buitengebied geldende bestemmingsplannen van de gemeente Venray;

▪

alleen de te slopen gebouwen die op die locatie niet vallen binnen het daar, op grond van de bouwregels, toegestane maximale bebouwingsvolume, worden in de berekening meegenomen;

▪

de te slopen gebouwen dienen legaal aanwezig te zijn op het moment van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan en mogen niet onder een andere regeling of verzoek vallen;

8.

aan de omgevingsvergunning voor het splitsen van de woning wordt de voorwaarde verbonden dat splitsing pas is toegestaan wanneer de sloop heeft plaatsgevonden;

9.

alle te slopen gebouwen en de daarbij behorende bouwwerken en bouwdelen, zoals aanbouwen, overkappingen, bijbehorende ondergrondse (kelder-)ruimten, fysieke erfafscheidingen, voederplaten en andere erfverhardingen dienen gesloopt te worden;

10. alleen bovengrondse gebouwen worden meegerekend bij het te bepalen sloopvolume; e.

artikel 8.5 onder e van de planregels en verblijfsrecreatieve voorzieningen in de vorm van een recreatiewoning, logiesvoorzieningen, groepsaccommodaties en/of bed & breakfast toestaan onder de voorwaarden dat: 1.

de functie wonen aan ten minste twee zijden grenst aan de functie Agrarisch met waarden; de voorzieningen in hun totaliteit niet groter zijn dan 100 m 2; sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; de primaire woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin in overwegende mate wordt gehandhaafd; detailhandel slechts plaatsvindt voor zover deze beperkt blijft tot verkoop in direct verband met de verblijfsrecreatieve voorziening; de activiteit geen zodanige verkeersaantrekkende werking heeft dat als gevolg daarvan extra verkeersmaatregelen - waaronder parkeervoorzieningen - noodzakelijk zijn;

2. 3. 4. 5. 6.

f.

artikel 8.5 onder h van de planregels en het gebruik van gebouwen ten behoeve van opslag toestaan onder de voorwaarden dat: 1.

de voorzieningen uitsluitend plaatsvinden in bestaande gebouwen, niet zijnde kassen;

2.

Er uitsluitend sprake is van statische opslag;

3.

Het gebruik in hun totaliteit niet groter is dan 500 m2;

4.

sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid;

5.

de primaire woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin in overwegende mate wordt gehandhaafd;

6.

de activiteit geen zodanige verkeersaantrekkende werking heeft dat als gevolg daarvan extra verkeersmaatregelen - waaronder parkeervoorzieningen - noodzakelijk zijn.

8.7 a.

Voorwaardelijke verplichting sloop overtollige bebouwing.

Het gebruik van de gronden met de functie ‘Wonen’', conform de functie, is alleen toegestaan als de overtollige bebouwing binnen de functie Agrarisch wordt gesloopt. De overtollige bebouwing betreft de twee stallen. Voorafgaand aan de sloop wordt aangetoond dat er geen nadelige gevolgen zijn voor beschermde soorten.

Pagina 26 van 32

Laatst opgeslagen maandag 4 mei 2026

Regels TAM-IMRO Heidseweg 56 Heide

Artikel 9. Waarde - Archeologie - 2 9.1

Functiesomschrijving

De gronden op de verbeelding nader aangewezen voor 'Waarde - Archeologie - 2' zijn, behalve voor de daar voorkomende (basis)functies, mede bestemd voor de bescherming van de archeologische waarden in het gebied.

9.2 a.

b.

Bouwregels

Op of in de als 'Waarde - Archeologie - 2' aangegeven gronden mag op basis van de onderliggende functie worden gebouwd, waarbij de grond voor maximaal 500 m2 (gemeten op maaiveldniveau) wordt verstoord; Indien de verstoring meer dan 500 m2 bedraagt en deze verstoring dieper gaat dan 50 cm, dient de aanvrager een rapport (voortoets, bijvoorbeeld bureauonderzoek, inventariserend veldonderzoek, proefsleuvenonderzoek, opgraving, sleufgraaf, archeologische begeleiding) van een door gemeenteweg erkende archeologisch deskundige heeft overgelegd waaruit blijkt dat de in de functiesomschrijving van onderhavige bestemmingsplan omschreven archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.

9.3 9.3.1

Afwijken van de bouwregels

Algemeen

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 9.2 van de planregels en meer bebouwing toestaan, indien door archeologisch onderzoek is gebleken dat geen onevenredige aantasting van archeologische waarden plaatsvindt door de bouwactiviteiten. Uitsluitend indien archeologische waarde is vastgesteld worden aan de omgevingsvergunning daartoe de volgende voorwaarden verbonden: a.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden. Hierbij kan gedacht worden aan het al dan niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag, het gebruiken van alternatieven voor het funderen van bouwwerken zoals heien, of

b.

de verplichting tot het doen van opgravingen, of

c.

de verplichting de uitvoering van de (bouw)activiteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.

9.3.2

Afwegingskader

Alvorens te beslissen over de omgevingsvergunning als bedoeld in 9.3.1 vragen burgemeester en wethouders een archeologisch deskundige om schriftelijk advies of door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld.

9.4

Specifieke gebruiksregels

Tot een met de functie strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden en opstallen voor: a.

grondbewerkingen uit te voeren, voor zover de werkzaamheden dieper gaan dan 50 cm ten opzichte van het oorspronkelijke maaiveld;

b.

het indrijven van voorwerpen in de grond, dieper dan 50 cm;

Pagina 27 van 32

Laatst opgeslagen maandag 4 mei 2026

Regels TAM-IMRO Heidseweg 56 Heide

9.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.5.1

Algemeen

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.

het verwijderen van de bovenste bodemlaag / bodemlagen (afgraven); het verwijderen van een of meer bodemlagen en het daarna weer opbrengen van grond, bestaand uit de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders (vergraven); het vermengen, keren van (alle) lagen in het bodemprofiel met een diepte van minimaal 50 centimeter (gemeten vanaf het peil) ten behoeve van agrarisch gebruik (diepploegen- en woelen); het verwijderen van het microreliëf in de toplaag (egaliseren); het diep in de grond indrijven van heipalen of andere voorwerpen; het aanbrengen van leidingen en daarna weer terugbrengen van de grond, bestaande uit de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders; het aanbrengen van drainagebuizen in de grond; het bemalen van een of meerdere percelen (aanbrengen onderbemaling); het aanleggen van sloten of greppels, verbreden en/of uitdiepen van bestaande sloten of greppels; het beplanten van gronden met opgaand houtgewas in verband met boom- en sierteelt waarbij de oogst dieper dan 50 cm zal plaatsvinden;

9.5.2

Uitzonderingen

Het in artikel 9.5.1 van de planregels vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die: a. b. c.

d.

het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen; een oppervlakte beslaan van ten hoogste 500 m2; blijkens een rapport van een door gemeenteweg erkende archeologisch deskundige (voortoets) de in de functiesomschrijving van onderhavige bestemmingsplan omschreven archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad; het aanbrengen van leidingen in wegbermen binnen de functie verkeer, voor zover deze niet aansluit op de functie natuur.

9.5.3

Afwegingskader

Een in artikel 9.5.1 van de planregels genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien door de werken en/of werkzaamheden dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de archeologische waarden van deze gronden, zoals omschreven in de functiesomschrijving van onderhavige functie, niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.

Pagina 28 van 32

Laatst opgeslagen maandag 4 mei 2026

Regels TAM-IMRO Heidseweg 56 Heide

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 10. Anti dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 11. Algemene bouwregels 11.1

Ondergronds bouwen

Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regelsopgenomen beperkingen, de volgende regels: a. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan bij bestaande hoofd- en bijgebouwen met dien verstande dat ondergrondse bouwwerken uitsluitend zijn toegestaan binnen de gevelgrenzen van de bestaande hoofd- en bijgebouwen; b. de oppervlakte van ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan de toegestane oppervlakte van bouwwerken boven peil; c. in aanvulling op het bepaalde in sub a en b is maximaal 1 niet-overdekt zwembad toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. het zwembad dient te worden gebouwd in het achtererf en op een afstand van ten minste 3,00 meter van zijdelingse en achterste perceelsgrens; 2. het zwembad mag niet overdekt zijn, tenzij de regeling voor bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde in de regels voor de van toepassing zijnde functie in acht wordt genomen; 3. het zwembad mag uitsluitend voor hobbymatig gebruik worden benut; d. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 4 meter onder peil; e. de ondergrondse ruimte(n) mogen uitsluitend van binnenuit bereikbaar zijn en geen ruimtelijke uitstraling hebben.

11.2

Infiltratie

11.2.1 Infiltratieplicht Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een nieuw gebouw, de uitbreiding van een bestaand gebouw of de verbouw van een bestaand gebouw, wordt uitsluitend verleend indien voor de aanwezige functie op eigen terrein wordt voorzien in de infiltratie van hemelwater.

11.2.2 Afwijking Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 11.2.1 voor zover: 1: op andere wijze in de nodige infiltratievoorziening wordt voorzien. 2: het voldoen aan die regels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit.

11.3

Parkeergelegenheid

11.3.1 Parkeernorm Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een nieuw gebouw, de uitbreiding van een bestaand gebouw of de verbouw van een bestaand gebouw, wordt uitsluitend verleend indien op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd. Voldoende parkeergelegenheid betekent dat wordt voldaan aan de normen die zijn neergelegd in “Bijlage 3 Parkeernormen Venray” die als bijlage bij de “Beleidsnota parkeernormen, Gemeente Venray” hoort. Indien deze nota niet toereikend is wordt getoetst aan de CROWpublicatie 317 'kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'. Indien de beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijziging.

Pagina 29 van 32

Laatst opgeslagen maandag 4 mei 2026

Regels TAM-IMRO Heidseweg 56 Heide

Artikel 12. Algemeen gebruiksverbod Het is verboden om gronden en/of bouwwerken te (laten) gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies.

Artikel 13. Algemene functieregels 13.1

Strijdig gebruik

Het is (ook) verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het laten gebruiken danwel het doen laten gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een omgevingsplan.

Artikel 14. Algemene binnenplanse omgevingsplanactiviteiten 14.1

10%-regeling

Het bevoegd gezag verleent ook een omgevingsvergunning voor afwijking van de in deze regels voorgeschreven minimale en/of maximale maten (hoogte, oppervlakte, inhoud etc.) en percentages tot maximaal 10% en maximaal 1 meter van die maten en percentages indien de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad, met dien verstande dat dit niet geldt wanneer reeds op grond van deze regels een andere omgevingsvergunning/ontheffing is of kan worden verleend.

14.2

Bouwvlak

Het bevoegd gezag verleent ook een omgevingsvergunning voor het uitbreiden van het bouwvlak, binnen de locatie, tot maximaal 10%, met dien verstande dat: a. binnen een afstand van minimaal 5 meter tot aan de zijdelingse en achterste perceelsgrens geen nieuwe bebouwing mag worden opgericht; b.

de belangen van eigenaren en/of gebruikers van de nabijgelegen gronden en bebouwing niet onevenredig worden geschaad;

c.

er uit oogpunt van brandveiligheid geen belemmeringen zijn.

14.3

Meetverschillen

Het bevoegd gezag verleent ook een omgevingsvergunning voor afwijking van de aangeduide bouwgrenzen indien een meetverschil of onnauwkeurigheid op de kaart ten opzichte van de feitelijke situatie daartoe aanleiding geeft, mits de afwijking maximaal 3,00 meter bedraagt.

Artikel 15. Algemene aanduidingsregels 15.1

Luchtvaartverkeerzone

In afwijking van het overigens in het plan bepaalde is het niet toegestaan op de gronden gelegen binnen de gebiedsaanduiding 'Luchtvaartverkeerzone', ter aanduiding van de obstakelvrije zone van het luchtvaartterrein, enig bouwwerk te bouwen, enig roerend goed, houtopstanden en/of beplantingen te hebben of aan te brengen, danwel de bodem op te hogen, met een grotere hoogte dan aangegeven op de verbeelding.

15.1

Spuitvrije zone

15.1.1 Verbod Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - spuitvrije zone' is het gebruik van gewasbeschermings- en bestrijdingsmiddelen en/of andere verspuitbare middelen die leiden tot schadelijke effecten voor het woon- en leefklimaat en/of het verblijfsklimaat van voor gewasbeschermings- en bestrijdingsmiddelen en/of andere verspuitbare middelen gevoelige functies niet toegestaan. Onder voor gewasbeschermings- en

Pagina 30 van 32

Laatst opgeslagen maandag 4 mei 2026

Regels TAM-IMRO Heidseweg 56 Heide

bestrijdingsmiddelen en/of andere verspuitbare middelen gevoelige functies worden verstaan alle functies waar geregeld en gedurende langere perioden mensen verblijven.

15.1.2 Afwijken Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 15.1.1voor het toestaan van het gebruik van gewasbeschermings- en bestrijdingsmiddelen en/of andere verspuitbare middelen, onder de voorwaarde dat het woon- en leefklimaat en/of het verblijfsklimaat van voor gewasbeschermings- en bestrijdingsmiddelen en/of andere verspuitbare middelen gevoelige functies niet onevenredig wordt aangetast.

Artikel 16. overige regels 16.1

Wettelijke regelingen

Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, dienen deze regelingen te worden gelezen, zoals deze luiden op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x Heidseweg 56 Heide.

Pagina 31 van 32

Laatst opgeslagen maandag 4 mei 2026

Regels TAM-IMRO Heidseweg 56 Heide

Hoofdstuk 4 Overgangsregels Artikel 17. Overgangsrecht 17.1 a.

Overgangsrechte bouwwerken

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1.

gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;

2.

na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan.

b.

Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.

c.

Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

17.2

Overgangsrecht gebruik

a.

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het dit hoofdstuk en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

b.

Het is verboden het met dit hoofdstuk strijdige gebruik, als bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit hoofdstuk strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

c.

Indien het gebruik, als bedoeld onder het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

d.

Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met de regels die op grond van het omgevingsplan golden direct voorafgaand aan de inwerktreding van dit hoofdstuk, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

e.

Het eerste lid is niet van toepassing op het voortzetten van het gebruik van gewasbeschermings- en bestrijdingsmiddelen en/of andere verspuitbare middelen die leiden tot schadelijke effecten voor het woon- en leefklimaat en/of het verblijfsklimaat van voor gewasbeschermings- en bestrijdingsmiddelen en/of andere verspuitbare middelen gevoelige functies ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone - spuitvrije zone'

Pagina 32 van 32

Laatst opgeslagen maandag 4 mei 2026

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16975823/1