CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

5.1 Toelichting (Geanonimiseerd)

Gemeenteraad 30 juni 2026, gemeente VenrayBij agendapunt: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x Heidseweg 56 Heide14.539 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Niet gevonden in dit document.

Omschrijving

TP01 TP02 TP03

Hoogte [m]

Verdieping [L den ]

17 17/48

Begane grond [L den ] 28 27

17/48

41

42

48

--

44

,

Heidseweg 56

TP04

Ven. hei. TAM. 25

,

,

,

,

,

24

--

28

12 mei 2026

Motivering TAM-IMRO Heidseweg 56

TP05 TP06

17/48

46

46

17/48

TP07

17/48

51 51

50 50

TP08

17/49 17/49

,

,

,

TP09 TP10 TP11

Heidseweg 58

TP12

,

,

,

,

52

51

,

,

46

46

49 17/49 ,

--

,

,

42

44 43

17/49

41

42

49

--

41

49 17/49

--

32 31

,

TP13 TP14

,

,

,

,

TP15

,

4. 7. 7

30

,

Toetsing industrielawaai

Zoals vastgesteld in paragraaf 4. 5 zijn er in de omgeving van het plangebied geen bedrijven of inrichtingen gesitueerd die mogelijk voor geluidhinder ter plekke van de beoogde woningen kunnen zorgen. Derhalve is onderzoek naar effect van industrielawaai op de beoogde woningen niet noodzakelijk. Omgekeerd hebben de beoogde woningen geen effect op omliggende gevoelige functies.

4. 7. 8

Conclusie geluid

Het aspect 'geluid' vormt inclusief de toepassing van de hogere waarden voor wegverkeerlawaai belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. ,

4. 8 4. 8. 1

,

geen

Luchtkwaliteit Beoordelingskader

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. Om de luchtkwaliteit in Nederland te beschermen geeft het Besluit kwaliteit leefomgeving in hoofdstuk 5 instructieregels om de luchtkwaliteit te beschermen. De gemeente moet voor een aantal activiteiten de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide (NO)2 en fijnstof (PM)10 in acht nemen behalve als een activiteit niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Een project of activiteit draagt niet in betekenende mate bij als de toename van de concentratie NO 2 en PM 10 niet hoger is dan 12 microgram/m.3 Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Deze grenswaarde volgt uit artikel 5. 53 en 5. 54 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Aantonen dat een project of activiteit valt onder NIBM kan op twee manieren: 1. Het project valt binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie (standaardgevallen NIBM artikel 5. 54 Bkl). Dit betreffen onder andere projecten voor kantoren woonwijken en het telen ,

,

,

,

van gewassen.

2.

Middels kwalitatieve beschrijving of berekening (NIBM-tool) aannemelijk maken dat een project niet in betekenende mate bijdraagt.

In artikel 5. 54 Bkl is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • woningen: 1. 500 met een enkele ontsluitingsweg ; • woningen: 3. 000 met twee ontsluitingswegen ; • kantoren: 100. 000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. ,

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in artikel 5. 54 Bkl kan deze nog steeds in “niet betekenende mate” bijdragen. De bijdrage aan NO 2 en PM 10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden.

Ven. hei. TAM. 25

25

12 mei 2026

Motivering TAM-IMRO Heidseweg 56

4. 8. 2

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van maximaal 1 woning. Deze ontwikkeling past binnen de lijst met categorieën van gevallen die vallen onder NIBM zoals opgenomen in artikel 5. 54 Bkl. De voorgenomen ontwikkeling draagt om deze reden niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.

4. 9 4. 9. 1

Geur Regelgeving

Het Bkl bevat een instructieregel dat zorg gedragen moet worden dat geur veroorzaakt door een activiteit op geurgevoelige gebouwen aanvaardbaar is. Geurgevoelige gebouwen De volgende gebouwen worden als 'geurgevoelige gebouwen' aangemerkt: • gebouwen met een woonfunctie ; gebouwen met een onderwijsfunctie ; • • gebouwen met een gezondheidszorgfunctie (met bedgebied) ; • gebouwen met een bijeenkomstfunctie voor kinderopvang (met bedgebied). Geurveroorzakende activiteiten Voor 'geurveroorzakende activiteiten' wordt onderscheid gemaakt in: • het houden van landbouwhuisdieren ; • andere agrarische activiteiten ; • zuiveringstechnische werken ; • overige bronnen van geurhinder (vaak betiteld als industriële geurhinder).

4. 9. 2

Planspecifiek

De extra woning ligt in het buitengebied van Heide tegen de dorpskern aan. ,

Bij de beoordeling of het woon- en verblijfsklimaat ter plaatse van het plangebied acceptabel is dient de geurbelasting veroorzaakt door de individuele bedrijven (voorgrondbelasting) en de geurbelasting op het plangebied veroorzaakt door alle veehouderijen samen (achtergrondbelasting) in beeld te worden gebracht. Beoordeeld moet worden of de belasting acceptabel is. ,

Voorgrondbelasting De voorgrondbelasting wordt bepaald door de dichtstbijzijnde veehouderij. In het geval van de Heidseweg 56 en 58 is dit de veehouderij aan de Begijnhofweg 5 in Heide. Middels de gegevens van de Kern Registratie Dierverblijven is een berekening opgesteld in V-stack Vergunning versie 2020. Hierbij is uitgegaan van een worstcasescenario waarbij de geuremissie van de Begijnhofweg op het dichtstbijzijnde punt van het bouwvlak ten opzichte van de Heidseweg 56 en 58 is geplaatst. Voor de toetspunten van de Heidseweg 56 en 58 is voor beide locaties uitgegaan van een centraal punt op de oostelijke gevel. De resultaten laten zien dat de voorgrond belasting bij Heidseweg 56 24 ouE/m3 is en bij Heidseweg 58 25 ouE/m3. Beide waarden liggen ver onder de grens waarde van 80 ouE/m3 volgens de 'Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Venray 2011'. ,

,

,

Achtergrondbelasting Uit de geurhinderkaart blijkt dat erg geen geurhindercontouren van intensieve veehouderijen over het te ontwikkelen plangebied liggen. Hiermee wordt er aan de normen voldaan waardoor gesteld kan worden dat de omliggende veehouderijen geen nadelige effecten hebben op het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied voor wat betreft voorgrondbelasting. ,

Ven. hei. TAM. 25

26

12 mei 2026

Motivering TAM-IMRO Heidseweg 56

Figuur 15: Geurkaart Venray

4. 9. 3

Conclusie

Het aspect 'geur' vormt geen belemmering voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

4. 10 Water 4. 10. 1 Regelgeving Waterschap Limburg Onderhavig plangebied ligt binnen het beheergebied van het Waterschap Limburg. Het waterschapsbeleid is uitgewerkt in het Waterbeheerprogramma 2022-2027 ‘Limburg water in een veranderend klimaat’ dat Waterschap Limburg op 8 december 2021 heeft vastgesteld. Het waterbeheerprogramma heeft een planhorizon van 2022-2027. Met dit waterbeheerprogramma zet Waterschap Limburg Naam nakijken) de koers uit voor een toekomstbestendig waterbeheer in Limburg en hoe men invulling wil geven aan de taak om te zorgen voor veilige dijken droge voeten en voldoende en schoon water. In dit plan is vastgelegd hoe het waterschap het watersysteem en waterkeringen op orde wil brengen en houden. Voorbeelden van maatregelen zijn: het aanleggen en verbeteren van dijken tegen overstromingen het aanpakken van knelpunten van wateroverlast het herstellen van beken en het verbeteren van de effluentkwaliteit van de rioolwaterzuiveringsinstallaties. ,

,

,

In de brochure ‘Regenwater schoon naar beek en bodem’ van de Limburgse waterbeheerders worden de richtlijnen en de voorkeursvolgorde voor het afkoppelen van regenwater van het riool beschreven bij (vervangende) nieuwbouw. De voorkeursvolgorde gaat voor het afkoppelen uit van de trits: vasthouden bergen afvoeren.

,

,

Voor het grondoppervlak dakoppervlak en voor hergebruik worden richtlijnen gegeven voor het afkoppelen. Deze trits wordt bepaald in de Waterschapsverordening. Bij de realisatie van verharde terreinen en gebouwen moet wateroverlast worden voorkomen. Het principe van 'waterneutraal bouwen' is hierbij de leidraad. Dit houdt bij uitbreiding van het verhard oppervlak in: • Het terug in de bodem brengen van regenwater door dynamische bergings-/infiltratievoorzieningen gerealiseerd door de initiatiefnemer. Deze voorzieningen dienen gedimensioneerd zodat een bui van 60 mm in 2 uur geborgen kan worden. ,

Ven. hei. TAM. 25

,

27

12 mei 2026

Motivering TAM-IMRO Heidseweg 56

De maximale leegloop/herbeschikbaarheid van de voorziening bedraagt 24 uur. Het water als gevolg van een bui groter dan 60 mm/2 uur mag worden afgevoerd naar het riool. Wel moet inzichtelijk gemaakt worden wat de gevolgen zijn van een bui van T=100 (45 mm in 30 minuten). Een dergelijke bui mag niet tot overlast leiden.

• •

Gemeente Venray Het document de ‘Toetssteen Openbare Ruimte’ (2022) is opgesteld met als doel om de kwaliteit van de openbare ruimte van de gemeente Venray te waarborgen. De Toetssteen beschrijft de uitgangspunten randvoorwaarden ontwerpeisen etc. waaraan bouwplannen in de openbare ruimte minimaal dienen te voldoen. De Toetssteen bevat voor diverse gelijkwaardige vakdisciplines de algemene uitgangspunten met betrekking tot de betreffende vakdiscipline. Eén van de vakdisciplines die beschreven wordt is hoofdstuk 10 ‘Riool en Water’. Vanuit de gemeente geldt voor deze discipline het vigerende beleidsdocument ‘Gemeente Rioleringsplan (GRP) 2022 t/m 2025. In het GRP staat de huidige toestand van het riool beschreven wordt aangegeven hoe het systeem wordt beheerd wordt een overzicht gegeven van de geplande (verbeter)maatregelen en worden financiële consequenties in beeld gebracht. Hierbij moet expliciet ingegaan worden op de drie zorgplichten te weten afvalwater hemelwater en grondwater. Wat betreft het (hemel)watersysteem gelden de volgende ontwerpuitgangspunten: • De ontwerpprocedure ten behoeve van een bouwplan moet geschieden volgens de (digitale)watertoetsprocedure. De uitkomst hiervan zal het vertrekpunt van ontwerpen zijn. Van dit proces zal de gemeente structureel op de hoogte moeten worden gehouden. Dat geldt in alle fases van initiatief- tot en met beheerfase.

• Een gescheiden rioleringsstelsel aanleggen op nieuwbouwlocaties woningbouw en nieuwbouwlocaties industrieterreinen. Maatwerk toepassen in overleg met de gemeente. • Bij reconstructies van bestaande infrastructuur met een gemengd rioolstelsel het hemelwater afkoppelen van het bestaande stelsel. • 100% van het hemelwater infiltreren binnen het plangebied. Indien direct infiltreren niet mogelijk is dan bufferen en vertraagd afvoeren naar open water. • Ontwerp van infiltratie- en retentievoorzieningen volgens Kennisbank Stedelijk Water. De infiltratieen retentievoorziening heeft een totale bergingscapaciteit van minimaal 60 mm (Indien de voorziening een overloop heeft richting waterschapswater gelden de rekenwaardes van het waterschap). • De infiltratievoorziening heeft een leeglooptijd van 24 uur of minder. • Noodoverloop overstort op maaiveld. • Afvoerpieken zoveel mogelijk terugdringen. • Voorkeur voor centrale open infiltratievoorziening. Het type infiltratie- en/of retentievoorziening moet in overleg met de gemeente worden vastgesteld. De infiltratievoorzieningen dienen minimaal reinigbaar inspecteerbaar en belastbaar voor een brandweer blusvoertuig te zijn. • Alle constructieonderdelen van het rioleringssysteem dienen gekeurd te zijn door KIWA volgens de van toepassing verklaarde normen en keuringseisen (NEN CE KOMO).

Voor infiltratie- en retentievoorzieningen ten behoeve van regenwater gelden de volgende eisen: ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

Infiltreren in openbaar gebied Wadi • Inpassing in de omgeving middels natuurlijke glooiingen geen ‘harde’ knikken ter plaatse van voet en kruin taluds oftewel komvormig afwerken. • De voorkeur gaat uit naar mogelijk meervoudig gebruik van de wadi bijvoorbeeld in combinatie met een speelveld. • In de wadi mogen derhalve diverse bodemniveaus voorkomen. Voorkeur voor taludhelling 1:6 en daar waar mogelijk nog flauwer. • Bekleding taluds: 1. Gras (grasmengsel Bermen/Talud 20 kg/are) maximale taludhelling 1:5 2. Ruw gras maximale taludhelling 1:3. 3. Vaste planten (mengsel in overleg met gemeente) maximale taludhelling 1:1. • Het planten van waterminnende boomsoorten in wadi in mineraalrijke teelaarde. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

Ven. hei. TAM. 25

28

12 mei 2026

Motivering TAM-IMRO Heidseweg 56

• •

Eventuele overige ontwerpeisen afhankelijk van locatie wadi overleg met gemeente is gewenst. De bereikbaarheid ten behoeve van onderhoud moet worden gewaarborgd. ,

4. 10. 2 Planspecifiek In het plan is voorzien dat er fors minder verhard oppervlak komt. Er hoeft derhalve niet voorzien te worden in extra waterberging. Voor de bestaande bebouwing blijft de huidige wijze van afvoer hemelwater van toepassing.

4. 10. 3 Riolering De extra te realiseren woning wordt aangesloten op bestaande riolering.

4. 10. 4 Conclusie Het aspect ‘water’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4. 11 Soorten en gebiedsbescherming 4. 11. 1 Beoordelingskader De Omgevingswet regelt het belang van natuur als onderdeel van de fysieke leefomgeving. De wet borgt het welzijn van de mens verbetert de bescherming van natuurkwaliteiten en breidt deze zo nodig uit. In de Omgevingswet worden zowel soortenbescherming als gebiedsbescherming geregeld. ,

Flora- en fauna-activiteiten Sommige activiteiten kunnen gevolgen hebben voor dieren en planten in het wild. Dat zijn flora- en faunaactiviteiten. De Omgevingswet definieert een flora- en fauna-activiteit als volgt: ‘Activiteiten met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten’. Door deze brede formulering van een flora- en fauna-activiteit is het bij activiteiten in de fysieke leefomgeving nodig om te controleren of: • Er soorten aanwezig zijn ; • Welke soorten dat zijn. Gebiedsbescherming Indien een plangebied in of nabij een beschermd gebied is gelegen dan dient te worden bepaald of er een (extern) effect valt te verwachten. Het gaat daarbij om Natura 2000-gebieden en gebieden behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. ,

Ven. hei. TAM. 25

29

12 mei 2026

Motivering TAM-IMRO Heidseweg 56

Natura 2000 De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermt Natura 2000-gebieden. De minister van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) wijst de Natura 2000-gebieden aan. Ook worden de instandhoudingsdoelstellingen vastgelegd in artikel 2. 44 van de Omgevingswet. Dit gebeurt in een aanwijzingsbesluit. In Nederland voor ruim 160 gebieden. Gezamenlijk hebben ze een oppervlak van ruim 11 miljoen hectare. Ze maken deel uit van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie die zijn aangewezen op grond van de vogelrichtlijn en habitatrichtlijn. Het doel van Natura 2000 is het keren van de achteruitgang van de biodiversiteit. ,

,

Handelingen die een negatieve invloed hebben op Natura 2000-gebieden worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Een vergunning is vereist. Door middel van het Nederlandse vergunningsstelsel wordt een zorgvuldige afweging gewaarborgd. De vergunningen zullen beoordeeld en afgegeven worden door de desbetreffende provincie. ,

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het Natuurnetwerk Nederland bestaat uit: Bestaande natuurgebieden waaronder de 20 Nationale Parken ; • • Gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt ; • Landbouwgebieden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer ; • Ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren rivieren de Noordzee en de Waddenzee. ,

,

,

,

4. 11. 2 Onderzoek flora & fauna Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is door Embridge Nederland een quickscan flora & fauna en een nader onderzoek uitgevoerd ter plekke van het plangebied. De uitkomsten van deze onderzoeken zijn in deze paragraaf opgenomen. De volledige rapportages zijn opgenomen als Bijlage 3. Tabel 4. Uitkomsten quickscan flora & fauna Flora Fauna

Beschermde soorten niet aangetroffen

Geen effecten op beschermde soorten

Zoogdieren Vleermuizen

Plangebied geschikt

Overige zoogdieren

Sporen aangetroffen

Vogels

Meerder nesten aangetroffen in de aanwezige bebouwing

Reptielen

Amfibieën

Vissen Ongewervelden

Effecten te verwachten , nader onderzoek noodzakelijk Effecten te verwachten , nader onderzoek noodzakelijk Effecten te verwachten , naast werkzaamheden buiten het broedseizoen ook alternatieve nestgelegenheden realiseren voor de huismus

Niet waargenomen , geen geschikt Geen effecten te verwachten habitat Niet waargenomen. Incidenteel kan een zwervend exemplaar van bijvoorbeeld een bruine kikker of gewone pad in het Geen effecten te verwachten plangebied worden aangetroffen. Van een functioneel leefgebied is hier geen sprake Geen water aanwezig Geen effecten te verwachten Geen geschikt habitat Geen effecten te verwachten

Op basis van de resultaten van het nader onderzoek worden de volgende conclusies getrokken.

Ven. hei. TAM. 25

30

12 mei 2026

Motivering TAM-IMRO Heidseweg 56

Eekhoorn Aanwezigheid van de eekhoorn is uitgesloten. Hierdoor is verstoring van de eekhoorn uitgesloten. Geen mitigerende maatregels zijn nodig. Huismus Op basis van de onderzoeken heeft Embridge nader onderzoek uitgevoerd naar de huismus zie Bijlage 5. Uit dit onderzoek kan worden geconcludeerd dat het werkgebied slechts een beperkte functie vervult voor de huismus. De soort is incidenteel waargenomen binnen het werkgebied waarbij het uitsluitend gaat om foeragerende individuen. Er zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van voortplantingsplaatsen of vaste nest- rust- en verblijfplaatsen binnen het werkgebied. ,

,

,

De voorgenomen werkzaamheden waaronder het splitsen van de woning en de sloop van de schuren leiden derhalve niet tot aantasting van functioneel leefgebied dat van belang is voor de instandhouding van de huismus. Er worden geen negatieve effecten op de lokale staat van instandhouding van de huismus verwacht. Mitigerende of compenserende maatregelen zijn daarom niet noodzakelijk. De voorgenomen werkzaamheden zijn uitvoerbaar zonder overtreding van de Omgevingswet ten aanzien van de huismus. Een vergunning Floraen Fauna-activiteit is in dit kader niet vereist. Wel dient conform de algemene zorgplicht rekening te worden gehouden met algemeen voorkomende broedvogels. ,

,

,

,

Marters Aanwezigheid van marterachtigen zijn niet uit te sluiten. De schuren moeten worden gesloopt in de periode waarvoor een vrijstelling geld voor steenmarters. De schuren dient gesloopt te worden in de periode 15 augustus tot en met februari. Vleermuis Op basis van het naderonderzoek is tevens bevestigd dat een gewone dwergvleermuis onder het dak aanwezig is bij de woning. Omdat een vleermuisverblijf vernietigd zal worden door de beoogde werkzaamheden is een omgevingsvergunning Flora en Fauna-activiteit noodzakelijk. In het nader onderzoek zijn de mitigerende maatregelen beschreven.

4. 11. 3 Stikstofdepositie De voorgenomen ontwikkeling resulteert mogelijk in een verandering van stikstofemissie en – depositie. Om te onderzoeken of er sprake is van een significant negatief effect op omliggende Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie is een berekening van verandering in stikstofemissie en –depositie vereist voor de realisatie- en gebruiksfase. Hiertoe heeft Embridge Nederland een AERIUS-berekening uitgevoerd en dit verwerkt in een rapportage. De AERIUS-berekeningen zijn opgenomen in Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. ,

.

4. 11. 4 AERIUS-berekening De realisatie- en gebruiksfase resulteren niet in een toename van boven de 000 mol N/ha/jaar op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Hiermee is een significant negatief effect op Natura 2000-gebieden uitgesloten. Voor de voorgenomen ontwikkeling is er daarom met betrekking tot stikstofdepositie geen vergunning benodigd. ,

4. 11. 5 Conclusie Het aspect ‘soorten en gebiedsbescherming’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4. 12 Archeologie en cultuurhistorie 4. 12. 1 Beoordelingskader Algemeen De gemeente moet bij het vaststellen van het omgevingsplan rekening houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. Hieronder vallen ook bekend of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Dit staat in artikel 5. 130 lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. De gemeente kan in het

Ven. hei. TAM. 25

31

12 mei 2026

Motivering TAM-IMRO Heidseweg 56

belang van archeologische monumentenzorg regels stellen in het omgevingsplan over archeologisch onderzoek. Archeologie Voor archeologie ligt op de projectlocatie een archeologisch waarde gebied. Over het gehele projectgebied geldt ‘Waarde – Archeologie – 2’. Op deze gronden binnen de bestemming mag gebouwd worden mits de verstoring van de bodem maximaal 500 m2 bedraagt en niet dieper is dan 50 cm. Het beoogde project is kleiner dan 500 m2 en de werkzaamheden vinden plaats op de al bestaande fundering. Op grond van het vigerende omgevingsplan en de beoogde werkzaamheden is geen onderzoek nodig. Cultuurhistorie Uit het Besluit kwaliteit leefomgeving volgt dat gemeenten voor cultureel erfgoed dat voor bescherming in aanmerking komt een toereikend beschermingsregime moeten opnemen in het omgevingsplan. Het Bkl bevat hiervoor instructieregels. ,

,

4. 12. 2 Planspecifiek De woningsplitsing vindt binnen de bestaande bebouwing plaats. Een archeologisch onderzoek hiervoor is niet nodig.

4. 12. 3 Cultuurhistorie De verplichting om ook cultuurhistorische waarden te beschermen is in de Omgevingswet meegenomen. De instructieregels uit artikel 5. 130 lid 2 van het Bkl geven aan voor welke punten onder meer bescherming benodigd is (o. a. ontsiering beschadiging of sloop van monumenten en aantasting van de omgeving of karakteristieke stadsgezichten dorpsgezichten en cultuurlandschappen). ,

,

Het pand aan de Heidsweg 56 te Heide heeft een rijke historie en is een waardevol pand. In het kader van de splitsing is in paragraaf 2. 2 toegelicht hoe de historische waarde wordt behouden.

4. 12. 4 Conclusie Het aspect ‘cultuurhistorie’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4. 13 Omgevingsveiligheid 4. 13. 1 Beoordelingskader Een van de uitgangspunten van de Omgevingswet is dat overheden bij hun plannen zo vroeg mogelijk kijken naar veiligheid zodat de gevolgen van een brand ramp of crisis voorkomen kan worden of de gevolgen zoveel mogelijk beperkt kunnen worden. Externe veiligheid heeft derhalve een belangrijke plaats in de omgevingsvisie en het omgevingsplan. ,

Het Besluit activiteiten leefomgeving omvat met name de regelgeving op het gebied van externe veiligheid als het gaat over het aanwijzen van milieubelastende activiteiten en vergunningplichten (afdeling 5. 1. 2 Bkl). In het Besluit kwaliteit leefomgeving komen de instructieregels voor omgevingsplannen van gemeenten terug. Dit betreffen onder andere regels over het plaatsgebonden risico aandachtsgebieden belemmeringengebieden voor buisleidingen en risico- en explosieaandachtsgebieden. Ook zijn in bijlage 7 van het Bkl activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreffen de volgende activiteiten: • Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven ; dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving ; • Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg water en spoor) ; • Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving ; • Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving. ,

,

,

,

Ven. hei. TAM. 25

32

12 mei 2026

Motivering TAM-IMRO Heidseweg 56

Aandachtsgebieden Onder de Omgevingswet werken gemeenten met aandachtsgebieden voor het aspect externe veiligheid. Hiermee is beoogd dat het gemeentebestuur externe veiligheid eerder in ruimtelijke plannen meeneemt. Aandachtsgebieden laten zien waar extra aandacht nodig is om aanwezigen te beschermen tegen mogelijke ongevallen bij activiteiten met gevaarlijke stoffen.

4. 13. 2 Toetsing Op basis van onderstaande uitsnede van de risicokaart Nederland (atlas voor de leefomgeving) zijn de volgende aspecten van externe veiligheid onderzocht: Risicovolle inrichtingen ; • • Transport over weg water en spoor ; • Hogedruk aardgastransportleidingen en K1- K2- en K3 brandstofleidingen ; • Bovengrondse hoogspanningslijnen. ,

,

4. 13. 3 Conclusie Duidelijk is dat er in de omgeving van het plangebied geen objecten of transportroutes zijn gelegen die in het kader van omgevingsveiligheid dienen te worden beschouwd. Het plangebied ligt niet binnen een aandachtsgebied voor externe veiligheid. Het aspect ‘omgevingsveiligheid’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Risicovolle inrichtingen In de omgeving van het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen gesitueerd. Risicovol wegtransport en transport via spoor- en waterwegen In de omgeving van het plangebied zijn geen risicovolle referenties vervoer gesitueerd. Risicovolle (buis)leidingen In de omgeving van het plangebied zijn geen risicovolle (buis)leidingen gesitueerd.

4. 14 Gezonde fysieke leefomgeving 4. 14. 1 Beoordelingskader De fysieke leefomgeving kan gevolgen hebben voor de gezondheid van mensen in positieve of negatieve zin. Zo kan een groene en beweegvriendelijke omgeving goed zijn voor de gezondheid. Aan de andere kant kunnen bijvoorbeeld een matige luchtkwaliteit of een lawaaiige omgeving ongezond zijn. ,

In artikel 1. 3 van de Omgevingswet staan de maatschappelijke doelen van de wet. Een van die doelen is een gezonde fysieke leefomgeving. Een gezonde leefomgeving ervaren bewoners als prettig nodigt uit tot gezond gedrag en biedt bescherming tegen negatieve omgevingsinvloeden. ,

In de brede belangenafweging weegt het bevoegd gezag het belang van de gezondheidsbescherming samen met andere belangen af. Het bevoegd gezag moet motiveren hoe het de verschillende belangen heeft gewogen en wat dit betekent in het omgevingsplan.

4. 14. 2 Toetsing gezonde fysieke leefomgeving Met het voorgenomen plan worden de bestaande opstallen binnen het plangebied van dit wijzigingsbesluit gesloopt. Het betreffen enkel schuren. In voorgaande paragrafen is onderzocht welke effecten het planvoornemen ondervindt van aspecten met betrekking tot een gezonde leefomgeving zoals geluid geur en luchtkwaliteit. Uit de afweging voor deze aspecten blijkt dat geen van deze thema’s zorgt voor een verslechtering van de fysieke leefomgeving. ,

,

4. 14. 3 Conclusie Het aspect ‘gezonde fysieke leefomgeving’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

Ven. hei. TAM. 25

33

12 mei 2026

Motivering TAM-IMRO Heidseweg 56

5. Toelichting op de regels 5. 1

Inleiding

In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op de bestaande situatie het relevante beleid en de relevante milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het opstellen van dit TAM-IMRO Omgevingsplan bestaande uit een plankaart (verbeelding) en regels. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de opzet van dit TAM-IMRO omgevingsplan. Daarnaast worden de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels verantwoord. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom bepaalde functies zijn aangewezen en waarom bepaalde bebouwing acceptabel is. ,

,

Met het TAM-IMRO omgevingsplan wordt de splitsing van een woning en omzetting van agrarisch naar woonbestemming mogelijk gemaakt. Deze wijziging op het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Venray is technisch opgesteld conform het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO) maar is inhoudelijk uitgewerkt op basis van de vereisten volgens de Omgevingswet. ,

5. 2

Opzet regels

Op 1 januari 2024 is het omgevingsplan van rechtswege ontstaan. Dit omgevingsplan bestaat uit alle ruimtelijke plannen waaronder bestemmingsplannen en wijzigingsplannen en uit de Bruidsschat die de gemeente van het Rijk heeft ontvangen. In deze Bruidsschat zitten onder meer regels voor milieubelastende activiteiten en bouwactiviteiten. Gemeenten krijgen tot 1 januari 2032 de tijd om het omgevingsplan van rechtswege en andere regels over de fysieke leefomgeving om te zetten naar een nieuw omgevingsplan. Op grond van artikel 2. 4 en 22. 6 van de Omgevingswet kan de gemeenteraad het omgevingsplan van rechtswege (laten) wijzigen. ,

,

Toepassing TAM-IMRO De Omgevingswet integreert wetgeving en regels voor ruimte wonen infrastructuur milieu natuur en water. Het DSO ondersteunt bij de uitvoering van de wet bestaat uit lokale systemen van overheden en de landelijke voorziening (DSO-LV) zoals Regels op de kaart en het Omgevingsloket. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAMs) ontwikkeld voor organisaties die nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Een van deze TAMs is TAM-IMRO. Bij TAM-IMRO wordt het omgevingsplan gewijzigd via de – onder de Wet ruimtelijke ordening gebruikte – IMRO-standaard en de voorziening ruimtelijkeplannen. nl. ,

,

,

,

,

Het gebruik van TAM-IMRO is toegestaan tot en met 31 december 2025. Als het ontwerp van een TAM-IMRO omgevingsplan uiterlijk 31 december 2025 ter inzage is gelegd mag het ook na 1 januari 2026 worden afgemaakt met TAM-IMRO. ,

Werkingsgebied De regels in dit TAM-IMRO omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie Heidseweg 56 waarvan de geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL. IMRO. 0984TAM25020-VA01 zoals vastgelegd op https://www. ruimtelijkeplannen. nl. In hoofdstuk 1 van deze ruimtelijke motivering is een overzichtskaart van het werkingsgebied c. q. plangebied opgenomen. ,

,

5. 2. 1

Preambule

In de preambule is opgenomen dat het TAM-IMRO omgevingsplan gelezen moet worden als hoofdstuk in het gemeentelijk omgevingsplan en de artikelen als paragrafen van dat hoofdstuk. Dit om onduidelijkheden met het omgevingsplan van rechtswege te voorkomen.

5. 2. 2

Inleidende bepalingen

Hoofdstuk 1 bevat bepalingen die gelden voor het gehele plangebied en bestaat uit: • Artikel 1. 1 Begripsbepalingen: In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen voor een eenduidige interpretatie van deze begrippen. • Artikel 1. 2 Toepassingsbereik: Dit artikel geeft aan voor welk werkingsgebied de regels van toepassing zijn. Tevens wordt aangegeven dat specifieke artikelen uit de Omgevingswet en het Omgevingsplan ,

Ven. hei. TAM. 25

34

12 mei 2026

Motivering TAM-IMRO Heidseweg 56

rechtswege niet van toepassing zijn indien strijdigheid bestaat met de regels uit het TAM-IMRO omgevingsplan. Artikel 1. 3 Meet- en rekenbepalingen: Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. Artikel 1. 4 Aanvraagvereisten: In dit artikel is aangegeven dat de aanvraagvereisten uit artikel 22. 5. 2 van het omgevingsplan van rechtswege ook van toepassing zijn verklaard op omgevingsvergunningaanvragen vereist op basis van het TAM-IMRO omgevingsplan. Artikel 1. 5 Zorgplicht: Dit artikel geeft aan dat een ieder bij de uitvoering van activiteiten als bedoeld in dit plan moet zorgdragen voor de fysieke leefomgeving en nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving moet voorkomen. van

• •

•

5. 2. 3

Functies en activiteiten

In hoofdstuk 2 is opgenomen welke functies binnen het plangebied zijn toegestaan. Per toegestane functie is aangegeven waar en hoe bouwen ten behoeve van de functie is toegestaan en welk gebruik van gronden en bouwwerken mogelijk is. In paragraaf 6. 3 worden de verschillende functies en gebiedsaanduidingen toegelicht en wordt ook per functie aangegeven waarom voor bepaalde gronden voor deze toedeling is gekozen.

5. 2. 4

Algemene bepalingen

Hoofdstuk 3 bevat de algemene bepalingen. Deze bepalingen gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: • Artikel 5 Algemene bouwbepalingen: dit artikel bevat regels ten aanzien van het bouwen van ondergrondse bouwwerken en de voorwaarde tot het voorzien in voldoende parkeergelegenheid in het kader van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. Artikel 9 Algemene gebruiksbepalingen: in dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. • Deze regels gaan uit van het principe dat gebruik uitsluitend is toegestaan in overeenstemming de ter plekke toegestane functies. Dit artikel bevat algemeen geldende bepalingen ten aanzien van strijdig en toegestaan gebruik volgens de in het omgevingsplan toegekende functies. • Artikel 7 Beschermen van waarden: Dit artikel bevat bepalingen voor het beschermen van specifieke waarden die binnen het werkingsgebied van het omgevingsplan voorkomen. • Artikel 8 Algemene aanduidingsbepalingen: In dit artikel worden gebieden aangeduid waarvoor specifieke sectorale regels gelden. Dit betreffen onder meer voorwaardelijke verplichtingen voor beeldkwaliteit aanvullend bodemonderzoek en onderzoek gevelwering. • Artikel 9 Algemene afwijkingsbepalingen: Dit artikel bevat bepalingen ten aanzien van beperkte afwijkingen ten opzichte van de in hoofdstuk 2 toegestane functies en bouwmogelijkheden.

Voor deze afwijkingen geldt een omgevingsvergunningplicht. ,

,

,

5. 2. 5

Overgangs- en slotbepalingen

In hoofdstuk 4 staan de overgangs- en slotbepalingen. In artikel 10 is het overgangsrecht beschreven. Hierin wordt aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met het omgevingsplan.

5. 3

Nadere toelichting op de regels

Kenmerk van de Nederlandse regelgeving op het gebied van de fysieke leefomgeving is dat er sprake is van een ‘ja mits’-principe. Het omgevingsplan geeft voor veel functies aan onder welke voorwaarden ze voorstelbaar/inpasbaar zijn binnen het werkingsgebied of specifieke deelgebieden binnen het werkingsgebied. Het omgevingsplan vormt het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan welke functies op welke locaties binnen het werkingsgebied voorstelbaar worden geacht (en onder welke voorwaarden). ,

Binnen de gebieden ‘Maatschappelijk’ in het plangebied blijft de zorg boerderij mogelijk. Binnen het gebied ‘Wonen’ wordt één bouwblok met de aanduiding ‘twee-aan-een” voorzien. Op de agrarische gronden wordt ,

Ven. hei. TAM. 25

35

,

12 mei 2026

Motivering TAM-IMRO Heidseweg 56

aanvullende aan de huidige regels een regeling opgenomen met betrekking tot het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Gebiedsaanduidingen Binnen STOP-TPOD (de technische werkwijze voor omgevingsplannen) wordt aan regels uit het omgevingsplan zoveel mogelijk een werkingsgebied toegekend. In dit TAM-IMRO omgevingsplan is dit uitgangspunt waar mogelijk aangehouden. Dit betekent dat voor sectorale regelgeving gebruik is gemaakt van gebiedsaanduidingen om een werkingsgebied toe te kennen met een directe relatie met de bijbehorende regeling. Binnen het plangebied is een voorwaardelijke verplichting opgenomen om te borgen dat overtollige gebouwen binnen twee jaar worden gesloopt.

Ven. hei. TAM. 25

36

12 mei 2026

Motivering TAM-IMRO Heidseweg 56

6. Financieel-economische uitvoerbaarheid 6. 1

Inleiding

In dit hoofdstuk worden de exploitatie van het plan en de eventueel daaruit voortvloeiende nadeelcompensatie besproken.

6. 2

Economische uitvoerbaarheid

In deze motivering is onderbouwd dat met het voorliggende besluit tot wijziging van het omgevingsplan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt bereikt en dat de toegekende functies binnen een redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd. Gelet hierop kan aangenomen worden dat de realisatie economisch uitvoerbaar is. Op voorhand is er geen reden om aan te nemen dat de toegekende functies om financiële redenen niet binnen een redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd.

6. 3

Kostenverhaal

Op grond van artikel 13. 11 Omgevingswet is de gemeente verplicht tot kostenverhaal indien sprake is van één of meerdere aangewezen bouwactiviteiten. Het gaat om zogenaamde kostenverhaalsplichtige activiteiten zoals genoemd in artikel 8. 13 Omgevingsbesluit (hierna: ‘een aangewezen bouwactiviteit’). Dit houdt in dat de gemeenteraad kostenverhaalsregels dient vast te stellen in het omgevingsplan tenzij middels onder andere een anterieure overeenkomst de kosten die het vanwege artikel 8. 15 Omgevingsbesluit maakt anderszins verzekerd zijn dan wel vrijstelling wordt verleend voor de kosten in de gevallen genoemd in artikel 8. 14 Omgevingsbesluit. ,

,

,

De gemeente heeft een nadeelcompensatieovereenkomst met de initiatiefnemer gesloten. De ontwikkeling heeft voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen.

6. 4 6. 4. 1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Inleiding

De procedure voor vaststelling van een wijzigingsbesluit op het Omgevingsplan is geregeld in de Omgevingswet het Omgevingsbesluit en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Voor het wijzigen van een omgevingsplan geldt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3. 4 van de Awb. ,

6. 4. 2

Participatietraject

Ten behoeve van de planvorming is een overleg geweest met de gemeente Venray op 13 maart 2025. Daarnaast heeft er in april 2025 een omgevingsdialoog plaatsgevonden met de bewoners van Heidseweg 50 52 54 59 65 66 en met de bewoners van Heidseschoolweg 5. Er is positief gereageerd op beoogde ontwikkeling. Buren zijn actief tijdens het proces. Het verslag van de omgevingsdialoog is opgenomen in Bijlage 6. ,

,

6. 4. 3

,

,

,

Zienswijzen

Het ontwerp van dit wijzigingsbesluit wordt op grond van artikel 3:11 van Algemene wet bestuursrecht gedurende zes weken voor iedereen ter inzage gelegd en het wordt tegelijkertijd elektronisch beschikbaar gesteld via de landelijke website (LVBB). Voorafgaand wordt hiervan mededeling gedaan in het Gemeenteblad. Gedurende deze periode kan eenieder een zienswijze over het ontwerpbesluit bij de gemeenteraad naar voren brengen. Het eindverslag van deze zienswijzenprocedure maakt onderdeel uit van het besluit tot vaststelling van dit wijzigingsbesluit.

Ven. hei. TAM. 25

37

12 mei 2026

Motivering TAM-IMRO Heidseweg 56

Bijlagen Bijlage 1. Bijlage 2. Bijlage 3. Bijlage 4. Bijlage 5. Bijlage 6. Bijlage 7.

Ven. hei. TAM. 25

Afbeelding Stedenbouwkundig schetsplan Akoestisch onderzoek Quick scan flora en fauna onderzoek Nader onderzoek huismussen Aeriusberekening Omgevingsdialoog Bodemonderzoek

38

12 mei 2026

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16975831/1