5.1 Onderbouwing v2025-05-05
Tekst van het document
3.5.8 Doelgroepenverordening Wonen Venray 2022 In februari 2022 hee� de gemeenteraad van Venray het Omgevingsprogramma Wonen en de Uitvoeringsagenda Wonen 2022 vastgesteld. In het Omgevingsprogramma is een aantal juridische instrumenten benoemd die kunnen bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen van het Omgevingsprogramma. De Doelgroepenverordening Wonen Venray 2022 (vastgesteld op 13 december 2022) is een van die instrumenten. In het Omgevingsprogramma Wonen is vastgelegd dat van de 1.500 woningen die de komende 10 jaar gerealiseerd worden voor minimaal 50% in het betaalbare segment gerealiseerd worden. Met de doelgroepenverordening wordt via een verdeelsleutel publiekrechtelijk geregeld dat er voldoende woningen in het sociale en betaalbare segment worden gerealiseerd bij nieuwe woningbouwontwikkelingen. Tevens wordt geregeld dat deze woningen ook langjarig beschikbaar blijven voor de betreffende doelgroepen. Met de doelgroepenverordening neemt de gemeente meer regie op de bouw en het beschikbaar houden van woningen in het sociale en betaalbare segment. De doelgroepenverordening regelt niet de toewijzing van woningen. Planspecifiek De verdeelsleutel uit de doelgroepenverordening is, gelet op de omvang van het ini�a�ef (het toevoegen van drie burgerwoningen en het omzeten van drie bedrijfswoningen in burgerwoningen), niet van toepassing op 23
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ah Kleindorp 31-33 Den Tiel 6
het plan. Op grond van de verordening geldt een verplich�ng voor de instandhouding van woningen in het betaalbare segment. De beoogde woningen vallen in het dure segment, waarmee dit onderdeel niet van toepassing is. Het ini�a�ef is daarmee niet in strijd met de uitgangspunten van de doelgroepenverordening. De Doelgroepenverordening Wonen Venray 2022 staat het plan niet in de weg. 3.5.9 Ruimtelijk KwaliteitsKader In november 2021 is de Omgevingsvisie Venray vastgesteld. In de Omgevingsvisie staat bij de uitvoering en monitoring opgenomen dat een Ruimtelijk KwaliteitsKader voor het hele gemeentelijke grondgebied opgesteld wordt. In de Omgevingsvisie wordt ook een beschrijving van de waarden gegeven. Het betre� de waarden: • Erfgoed, • Landschap, • Natuur en groen, • Water en bodem en • Stedenbouwkundig kader (alleen voor de kern Venray) Deze waarden vormen gezamenlijk de basis voor de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente. Door de ruimtelijke kwaliteit van Venray te beschermen en te versterken wordt aangesloten bij het moto van de Omgevingswet 'Ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit'. Op basis hiervan hee� de gemeente Venray een integraal ruimtelijk kwaliteitskader (Ruimtelijk KwaliteitsKader) opgesteld. Hierin is de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente Venray in meer detail vastgelegd. Dit kader is een belangrijke bouwsteen van het Omgevingsplan gemeente Venray.
Ook voor nieuwe ontwikkelingen waarvoor een buitenplanse vergunning nodig is, fungeert het ruimtelijk kwaliteitskader als een toetsingskader. In het ruimtelijk kwaliteitskader is per deelgebied vastgelegd welke kwaliteiten belangrijk zijn om te behouden en welke ontwikkelingen gewenst zijn. Het vormt zo een inspira�edocument voor ini�a�efnemers en bevat aanbevelingen die helpen om een ini�a�ef zo goed mogelijk in te passen rekening houdend met de omringende waarden. Het Ruimtelijk KwaliteitsKader van de gemeente Venray is te vinden op www.RKKVenray.nl. Op de website vind je: • een inleiding waar verder wordt ingegaan op de aanleiding en het doel van dit ruimtelijk kwaliteitskader • een stappenplan voor de toetsing van een ini�a�ef aan het ruimtelijk kwaliteitskader • een beschrijving van kenmerken en uitgangspunten per deelgebied • de geldende welstandscriteria Ten aanzien van welstandstoezicht past de gemeente Venray een differen�a�e toe. De toetsing aan welstand wordt in de eerste plaats gedifferen�eerd naar de specifieke situa�e in wijken, buurten of gebieden en naar de plaats van een bouwwerk op het erf. Dit betekent dat minder beeldbepalende gebieden (waaronder grote delen van Venray, de kerkdorpen en bedrijventerreinen) preven�ef worden getoetst door een ambtenaar.
Voor nieuwe hoofdgebouwen, monumenten en plannen die niet passend zijn binnen de vigerende planologische situa�e wordt de toetsing uitgevoerd door de welstandscommissie (in Venray het Adviesbureau OmgevingsKwaliteit (AOK). Planspecifiek Het plangebied bevindt zich binnen het deelgebied 'Esgronden', waarbij de deelloca�e Kleindorp 31-33 zich op de rand met het deelgebied ‘Natuurgebieden’ bevindt. Kenmerken en waarden van de Esgronden betreffen onder meer: Kenmerken: • Kleinschalige verkaveling en bebouwing langs de historische wegen; • Veelal kleine verkavelingen in diverse rich�ngen, vooral op de flanken van de essen en aan historische wegen. De essen om Leunen zijn aan de binnenzijde van de randweg bebouwd, elders aan de buitenzijde; • Akkerbouw op de es, vollegrond tuinbouw. Waarden: • Unieke ontstaansgeschiedenis; TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ah Kleindorp 31-33 Den Tiel 6
24
• • • • • •
Bolle en open ligging in het landschap; Kleinschalige en onregelma�ge verkaveling langs de randen van de es; Bebouwing langs historische wegen op de flanken van de es; Akkerbouw en vollegrond tuinbouw vanwege voedselrijke bodem; Singels en lanen langs de weg rondom de es; (Historische) erven zijn voorzien van erfrandbeplan�ng.
De nieuwe woonbebouwing wordt gesitueerd langs de historische wegen aan de rand van de es, in directe samenhang met de bestaande erven. Het open karakter van de akkerlanden op de es blij� behouden, terwijl de landschappelijke inpassing – met hagen, losse bomenrijen, een groensingel en hoogstamfruitbomen – aansluit bij de tradi�onele erfrand- en laanbeplan�ng. Hiermee wordt de kenmerkende kleinschalige verkaveling langs de randen van de es versterkt, blij� de herkenbare bolle ligging zichtbaar en wordt bijgedragen aan het behoud van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden van het essenlandschap. Met een voorwaardelijke verplich�ng in de regels is de uitvoering van de inpassingsplannen geborgd. Daarmee is het plan passend binnen het Ruimtelijk KwaliteitsKader. 3.5.10 Venray Vergroent De gemeente Venray hee� een belangrijke rol om problemen als klimaatverandering, luchtkwaliteit, hevige buien en afnemende biodiversiteit het hoofd te bieden. Venray Vergroent is een programma waarin de gemeente samen met inwoners op een slagvaardige, integrale en ambi�euze wijze werkt aan deze opgaven. Venray Vergroent kent drie deelprojecten: 1. Energietransi�e; 2. Klimaatadapta�e; 3. Circulaire economie. Energietransi�e De gemeente Venray wil energie gaan besparen door de totale energievraag dras�sch te verminderen. Desondanks zal er ook in de toekomst energie nodig zijn.
Deze energie zal duurzaam worden opgewekt. Par�culieren kunnen dit doen door gebruik te maken van zonne-energie en nieuwe woningen niet meer aan te sluiten op het gasnetwerk maar anderszins te verwarmen. Bijvoorbeeld via warmtepompinstalla�es. Klimaatadapta�e Er zijn vier gemeentelijke speerpunten rondom dit onderwerp: wateroverlast, hite, droogte en biodiversiteit. Door overtollig hemelwater af te koppelen en op eigen terrein van par�culieren te borgen wordt het riool ontlast. Huiseigenaren kunnen hun tuinen bewuster inrichten door stenen zoveel als mogelijk te verwijderen en extra groen aan te leggen. Groen biedt meer ruimte om hemelwater in de bodem te infiltreren en zorgt daarnaast voor een verkoelend effect �jdens warme dagen. Een varia�e aan bomen en struiken (bloem/besdragend) komt daarnaast ten goede aan het herstellen van de biodiversiteit. Ook overstekken op de juiste plaats kunnen bijdragen bij aan minder zoninstraling in het gebouw bij hete zomers. Natuurinclusief bouwen Naast duurzaamheid en energie kan er aandacht worden besteed aan natuurinclusief bouwen. Hierbij kan gedacht worden aan ingebouwde nestkastjes of het realiseren van parkeergelegenheid met grasbeton tegels. Op plate daken kan gebruik gemaakt worden van groen-/sedumdaken. Dit is naast wateropvang goed als isolerende maatregel bij extreme temperaturen.
Ook in combina�e met zonnepanelen is dit een goede op�e, hierdoor hebben zonnepanelen een hoger rendement. Circulaire economie De gemeente formuleert meerdere speerpunten rondom het onderwerp 'circulaire economie': bewustwording, inkopen, samenwerking, verdienmodellen en meten is weten. Er zijn daarnaast verschillende niveaus waarop bijgedragen kan worden aan de circulaire economie. Deze niveaus zijn inzichtelijk gemaakt in de 'Venrayse circulaire ladder'. Het hoogste niveau verdient de voorkeur. Daar worden de meeste grondstoffen bespaard en is dit daarmee de meest efficiënte interven�e. Er kan worden gekeken naar biobased bouwen en toepassing van circulaire (isola�e)materialen (zoals houtvezel, hennep etc. ). Het voordeel hiervan is dat deze materialen het lee�limaat bevorderen (natuurlijke materialen) en langdurig CO2 opslaan op deze wijze. Maar ook duurzame bouwmethoden kunnen gebruikt worden. 25
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ah Kleindorp 31-33 Den Tiel 6
Venrayse circulaire ladder (bron: Uitvoeringsagenda Circulaire Economie Venray)
Planspecifiek In deze paragraaf alsmede paragraaf 5.5 is uiteengezet op welke wijze het thema duurzaamheid is geïntegreerd in voorliggend plan. De toe te voegen woningen krijgen geen aanslui�ng op het gasnetwerk en voldoen aan de huidige eisen voor duurzaamheid en energie (BENG/ENG eisen). Voor de opwek van warmte en energie wordt voorzien in een warmtepomp respec�evelijk zonnepanelen. Met de sloop van de stallen en bedrijfsgebouwen neemt het verhard oppervlak aanzienlijk af en ontstaat er zo meer ruimte om overtollig regenwater te kunnen infiltreren in de bodem. De zes burgerwoningen die met dit plan ontstaan worden landschappelijk ingepast. De toename van bomen en struiken zorgt voor een verkoelend effect en draagt bij aan het herstel van de biodiversiteit. Bij de sloop van de stallen wordt een zodanige sloopmethode gehanteerd dat (isola�e)materialen zoveel mogelijk als herbruikbare bouwmaterialen beschikbaar komt en hergebruikt kan worden. Door dit hergebruik blij� de hoeveelheid restafval zoveel mogelijk beperkt. Voorliggend ini�a�ef sluit aan op 'Venray Vergroent'. 3.5.11 Geldende plannen De gemeente Venray beschikt nog niet over een omgevingsplan dat is opgesteld op grond van de Omgevingswet. Daarom is voorliggend ini�a�ef getoetst aan het geldende, �jdelijke deel van het omgevingsplan.
Het �jdelijk deel van het omgevingsplan bestaat uit de geldende bestemmingsplannen, de verordeningen �jdelijk deel omgevingsplan (archeologieverordening (ar�kel 38, Monumentenwet 1988), geurverordening (ar�kel 6, Wet geurhinder en veehouderij), verordening afvoer regen- en grondwater (ar�kel 10.32a, Wet milieubeheer), hogere waarde besluiten (ar�kel 110a, Wet geluidhinder), vastgestelde veiligheidscontouren (ar�kel 14, Besluit externe veiligheid inrich�ngen)) en de bruidsschat. Hiermee wordt per aspect de ontwikkeling getoetst op strijdigheden. Om te bepalen of het ini�a�ef past binnen het omgevingsplan, wordt getoetst aan het voorheen geldende bestemmingsplan dat één op één is overgenomen in het �jdelijk deel van het omgevingsplan. Het �jdelijk deel van het omgevingsplan omvat voor de deelloca�e Kleindorp 31-33 het door de gemeente Venray vastgestelde bestemmingsplan ‘Kleindorp 33 Merselo’ (vastgesteld op 2 december 2015). Voor de deelloca�e Den Tiel 6 omvat het �jdelijke deel van het omgevingsplan de bestemmingsplannen 'Buitengebied Venray 2010' (vastgesteld op 14 december 2010) met de daaropvolgende herzieningen, 'Buitengebied Venray, Herziening regels Ruimtelijk Kwaliteitskader' (vastgesteld op 31 oktober 2023) en het wijzigingsplan ‘Den Tiel 6 Merselo’ (vastgesteld op 2 september 2014) . Navolgende a�eeldingen geven de vigerende planologische situa�e weer.
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ah Kleindorp 31-33 Den Tiel 6
26
Uitsnede verbeelding vigerende planologische situa�e deelloca�e Kleindorp 31-33 (bron: htps://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/)
Uitsnede verbeelding vigerende planologische situa�e deelloca�e Den Tiel 6 – Bestemmingsplan ‘Buitengebied Venray 2010’ (bron: htps://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/)
27
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ah Kleindorp 31-33 Den Tiel 6
Uitsnede verbeelding vigerende planologische situa�e deelloca�e Den Tiel 6 – Wijzigingsplan ‘Den Tiel 6 Merselo’ (bron: htps://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/)
Huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden Deellocatie Kleindorp 31-33 Ter plaatse van deze deelloca�e geldt de bestemming 'Agrarisch met waarden'. Hierbinnen is een bouwvlak opgenomen met de func�eaanduiding 'intensieve veehouderij'. Daarnaast is 2 keer de func�eaanduiding 'bedrijfswoning' opgenomen. Rondom de meest noordelijke func�eaanduiding 'bedrijfswoning' bevindt zich de func�eaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - platelandswoning'. In het zuidelijke deel van deze deelloca�e geldt de dubbelbestemming Waarde – Archeologie -2’. ‘Verder kent deze deelloca�e de gebiedsaanduidingen 'reconstruc�ewetzone - verwevingsgebied', 'luchtvaartverkeerzone' en (deels) de gebiedsaanduiding ‘geluidzone - ke zonering'. Ter plaatse gelden verschillende maatvoeringen ten aanzien van de maximum bouwhoogte; 100 m in het oostelijke punt van het gebied, meer naar het zuidwesten betre� het respec�evelijk 95 m en 90 m. Deellocatie Den Tiel 6 Ter plaatse van deze deelloca�e geldt de bestemming 'Agrarisch met Waarden'. Er is een bouwvlak opgenomen met de func�eaanduiding 'intensieve veehouderij'. Daarnaast is de func�eaanduiding 'bedrijfswoning' opgenomen. Het vlak met de func�eaanduiding ligt echter niet op de aanwezige bedrijfswoning, maar op een bijgebouw bij de bedrijfswoning. Kennelijk is dat een omissie in het vigerende bestemmingsplan.
De loca�e kent de gebiedsaanduidingen 'reconstruc�ewetzone - verwevingsgebied' en 'luchtvaartverkeerzone'. Verder zijn de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie - 2' en 'Waarde - Archeologie - 3' van toepassing op deze loca�e. Rondom deze deelloca�e is de dubbelbestemming 'Waarde - Esgronden' van toepassing. Over de gehele deelloca�e liggen maatvoeringen ten aanzien van de maximale bouwhoogte. Deze bedraagt aan de westkant 95 m, het middendeel 100 m en aan de oostkant 105 m. Strijdigheden ini�a�ef in rela�e tot omgevingsplan. Het vigerende omgevingsplan voorziet niet in de mogelijkheid om bedrijfswoningen om te zeten in burgerwoningen of om burgerwoningen toe te voegen. Het omzeten van drie bedrijfswoningen in burgerwoningen en het toevoegen van drie burgerwoningen is daarmee strijdig met de vigerende planologische situa�e. Volgens het moederplan 'Buitengebied Venray 2010, herziening regels' mag een burgerwoning incl. aan/bijgebouwen een inhoud van 875m³ hebben. Met dit plan wordt daar van afgeweken. TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ah Kleindorp 31-33 Den Tiel 6
28
Hoofdstuk 4
Veilige en gezonde leefomgeving
In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze aangetoond wordt dat met de voorgenomen ontwikkeling een veilige en gezonde leefomgeving ontstaat en behouden blij� voor nu en in de toekomst.
4.1
Weging van het waterbelang
Het wetelijk kader is gericht op het verkrijgen van inzicht in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Het wetelijk kader is a�ankelijk van zowel gemeentelijk beleid als het beleid van het waterschap. Ar�kel 5.37 van het Bkl stelt dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Naast de specifieke regels als gesteld in paragraaf 5.1.3 Bkl over onderdelen van het watersysteem in het omgevingsplan, worden voor een duiding van de gevolgen voor het beheer van het watersysteem, de opva�ngen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen, betrokken.
De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de omgevingswaarden ten aanzien van water zijn als volgt onderverdeeld: • Rijk: omgevingswaarden voor (1) waterkwaliteit, (2) zwemwaterkwaliteit, (3) veiligheid van primaire waterkeringen en (4) de veiligheid van andere dan primaire waterkeringen, voor zover die in het beheer zijn bij het rijk (2.15 Ow); • Provincie: omgevingswaarden voor de veiligheid van (1) bij de omgevingsverordening aangewezen andere dan primaire waterkeringen die niet bij het rijk in beheer zijn en (2) de gemiddelde overstromingskans per jaar van bij de omgevingsverordening aangewezen gebieden met oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop (niet bij het rijk in beheer zijnde) regionale wateren moeten zijn berekend (2.13 Ow); • Gemeente: gemeenten kunnen ook zelf besluiten om omgevingswaarden vast te stellen. Indien hiervan sprake is dient ook aan deze omgevingswaarde getoetst te worden. Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen hoe andere bestuursorganen bij de besluitvorming worden betrokken bij de weging van het waterbelang. Zodoende is de eerdere, verplichte watertoets niet langer voorgeschreven en is de gemeente vrij om hier zelf invulling aan te geven. In elk geval worden de wateraspecten beschreven en wordt aangegeven welke waterhuishoudkundige maatregelen voor het project moeten worden getroffen.
Over het ini�a�ef wordt advies gevraagd aan de betrokken waterbeheerder. Gemeentelijk rioleringsplan In het Water en rioleringsprogramma Venray (Wrp), vastgesteld op 9 december 2025, is het beleid voor het beheer van de gemeentelijke riolering voor de periode 2026 tot en met 2029 vastgelegd. Het plan wordt door de gemeente gebruikt om nu en in de toekomst aan de gemeentelijke zorgplichten te kunnen voldoen en als toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen. Voor de indeling van het Wrp is rekening gehouden met de nieuwe Omgevingswet (Ow). Het veranderende klimaat en de verstedelijking brengen grote uitdagingen met zich mee. Regenbuien worden steeds extremer en komen vaker voor, met veel overlast en schade tot gevolg. Ook het vasthouden van het gewenste grondwaterpeil wordt moeilijker �jdens extreem lange droge of nate perioden. Omdat het aantal warme dagen toeneemt wordt hitestress ook een probleem, vooral in een gebouwde omgeving met weinig groen en veel verharding. Het besef groeit dat wateroverlast niet langer is op te lossen door alleen maar het aanpassen van de riolering. Om extreme buien doelma�g te verwerken moet de gehele buitenruimte beter worden benut. Bijvoorbeeld via de aanleg van meer groene voorzieningen, bergingsbassins en oppervlaktewater. Maar ook het vergroenen van daken en tuinen en het opwaarderen van bestaande sloten draagt daar aan bij.
Hemelwater dient zo lokaal mogelijk te worden verwerkt en kan worden benut voor het aantrekkelijk maken van de leefomgeving. In het GRP gee� de gemeente aan dat inwoners hemelwater zoveel mogelijk op eigen perceel dienen te infiltreren. Bij nieuwe ruimtelijke par�culiere ontwikkelingen is het streven om hemelwater bij voorkeur bovengronds te infiltreren in de bodem. De gemeente hanteert daarbij de volgende voorwaarden: 1. de infiltra�evoorziening dient minimaal een neerslaggebeurtenis van 60 mm te kunnen verwerken*; 2. de infiltra�evoorziening dient een leegloop�jd te hebben van 24 uur of minder; 3. de aanwezigheid van een overloopvoorziening (indien mogelijk bovengronds) voor de afvoer van water bij hevige buien als de voorziening vol is, is zo ontworpen dat deze wateroverlast voorkomt. 29
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ah Kleindorp 31-33 Den Tiel 6
* De norm van 60 mm geldt alleen als er geen verbinding is tussen de infiltra�evoorziening en oppervlaktewater. Als de infiltra�evoorziening loost op een oppervlaktewater gelden de normen van het Waterschap. Deze stelt dat de infiltra�evoorziening minimaal 100 mm groot moet zijn. Pas daarna mag een eventueel overschot worden geloosd op het oppervlaktewater. Het waterschap adviseert overigens om al�jd, dus ook als er geen verbinding is tussen infiltra�evoorziening en oppervlaktewater, 100 mm aan te houden. Planspecifiek Het plangebied ligt binnen het beheergebied van waterschap Limburg. Voor dit waterschap is het niet mogelijk een digitale watertoets uit te voeren. Het waterschap zal daarom via het wetelijk vooroverleg op de hoogte worden gebracht van voorliggend ini�a�ef. Binnen het plangebied zijn geen watergangen aanwezig die worden beïnvloed door de ontwikkeling. Hemelwater/afvalwater Met de beëindiging van de agrarische bedrijven worden stallen en bedrijfsruimten gesloopt en bijbehorende verhardingen verwijderd. Daarmee neemt het verharde oppervlak binnen beide deelloca�es aanzienlijk af. De nieuwe woonerven worden grotendeels groen ingericht, waardoor de infiltra�ecapaciteit van de bodem toeneemt en het risico op wateroverlast afneemt. Het hemelwater wordt op eigen terrein geïnfiltreerd via greppels en infiltra�evoorzieningen.
Gelet op de omvang en beoogde inrich�ng van de percelen, wordt geconcludeerd dat voldoende ruimte aanwezig is om de betreffende voorzieningen te realiseren. Er vindt geen afvoer plaats naar het gemeentelijk riool, zodat het watersysteem niet extra wordt belast. Het afvalwater wordt gescheiden van het hemelwater afgevoerd via het bestaande rioolnetwerk (drukriool). Hiervoor is voldoende capaciteit beschikbaar.
4.2
Ac�viteiten en milieuzonering
Bedrijven (die ac�viteiten uitvoeren/ ondernemen) kunnen niet zomaar naast een gevoelige func�e, zoals een woning, gerealiseerd worden. Ook andersom moet er zorgvuldig gemo�veerd worden dat een nieuwe woning bij bestaande bedrijven gerealiseerd kan worden. Milieuzonering is het aanbrengen van een noodzakelijke ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige func�es ter bescherming of vergro�ng van de lee�waliteit. Ook zorgt dit ervoor dat (bestaande) bedrijven niet onevenredig in hun belangen worden geschaad. De publica�e “Bedrijven Milieuzonering” van de VNG is, zeker ook gezien jurispruden�e, een goed houvast hierbij. De in deze publica�e genoemde richtafstanden gelden voor gemiddelde situa�es. Er kunnen omstandigheden zijn waarom er toch van een andere afstanden uitgegaan kan of moet worden. Op weg naar de inwerkingtreding van de Omgevingswet is door de VNG een nieuwe publica�e uitgegeven: Ac�viteiten en milieuzonering Omgevingswet 2023. Kern van deze publica�e is om de toela�ng van bedrijven te reguleren op basis van een beschikbaar gestelde milieuruimte per bedrijf, aan de hand van concrete milieunormen. In de nieuwe systema�ek wordt de toela�ng van ac�viteiten niet meer gekoppeld aan een bij de regels behorende Staat van bedrijfsac�viteiten met milieucategorieën.
Dit maakt het ook niet mogelijk de ontwikkeling van nieuwe gevoeligere objecten te toetsen aan bestaande bedrijven. Om die reden wordt voor de beoordeling van de omliggende ac�viteiten/ func�es nog aangesloten bij de richtafstanden uit de publica�e 'Bedrijven en milieuzonering'. Planspecifiek Als gevolg van de ontwikkeling worden nieuwe milieugevoelige objecten (burgerwoningen) mogelijk gemaakt. In de onderstaande tabel zijn de omliggende milieubelastende ac�viteiten en de bijbehorende richtafstanden uit de publica�e 'Bedrijven en milieuzonering' weergegeven. Geurhinder van veehouderijen blij� in deze paragraaf buiten beschouwing. Dit wordt behandeld in paragraaf 4.5. Func�e (adres)
Deelloca�e Kleindorp 31-11 Houthandel, Kleindorp 37 Caravanstalling, Kleindorp 25
Milieucategorie
Grootste richtafstand (maatgevend aspect)
Feitelijke afstand tot de beoogde woonbestemmingen
3.1
50m (geluid)
Circa 50m
1
10m (geluid)
Circa 30m
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ah Kleindorp 31-33 Den Tiel 6
30
Deelloca�e Den Tiel 6 Varkenshouderij, De Steeg 10 Camping, Den Tiel 4
4.1
50m (geluid)
Circa 150m
2
30m (geluid)
0m
Voor de deelloca�e Kleindorp 31-33 wordt aan alle richtafstanden voldaan. De camping grenst direct aan de deelloca�e Den Tiel 6, maar dit betre� de bestaande bedrijfswoning Den Tiel 6, die op dit moment reeds gevoelig is voor de camping. De situa�e voor deze woning is bestaand en verandert niet. De nieuwe woning op de deelloca�e Den Tiel 6 bevindt zich op ruime afstand (>75m) van de camping. Hiermee is sprake van een aanvaardbaar woon- en lee�limaat ter plaatse van deze deelloca�e. Door het verdwijnen van de mogelijkheden tot het uitoefenen van intensieve veehouderijen wordt de milieubelas�ng op de omgeving lager, omdat bedrijfsac�viteiten met bijbehorende emissies, geluid en verkeer verdwijnen. Hiermee treedt een verbetering op van het woon- en lee�limaat van in de omgeving gelegen woningen. Het aspect milieuzonering levert daarmee geen belemmeringen op ten aanzien van de ontwikkeling.
4.3
Bodem
Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn er voor het aspect bodemkwaliteit instruc�eregels opgenomen in het Bkl. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de func�onele eigenschappen van de bodem, door in onderlinge samenhang: • de bodem te beschermen tegen nieuwe verontreinigen en aantas�ngen; • evenwich�g func�es toe te delen aan loca�es, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem; • de resterende historische verontreinigingen en aantas�ngen duurzaam en doelma�g te beheren. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De gemeente stelt de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem vast (bodemkwaliteitskaart) en neemt dit op in het defini�eve omgevingsplan (art. 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunc�e verschillen. Bij wijzigingen van ac�viteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Dit kan betekenen dat een onderzoek moet worden verricht naar de bodem- en grondwaterkwaliteit. Planspecifiek Ten aanzien van de ontwikkeling zijn voor beide deelloca�es verkennende bodemonderzoeken uitgevoerd (zie bijlagen 1 en 2). Op de deelloca�e Den Tiel 6 is naar aanleiding daarvan nog een aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 3).
Uit de onderzoeken komt naar voren dat bij een drietal proefgaten op de deelloca�e Kleindorp 31-33 asbest in de bodem is aangetroffen. De vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit op het overige delen van de onderzochte loca�es vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Voor de aangetroffen asbest in bodem op de deelloca�e Kleindorp 31-33 is een plan van aanpak opgesteld en zijn de benodigde meldingen gedaan en toestemmingen verkregen. Op basis hiervan is de asbestverontreiniging gesaneerd. Bijlage 4 bevat het evalua�erapport van de sanering. Uit het rapport blijkt dat de met asbest verontreinigde deelloca�es voldoende zijn gesaneerd en derhalve voor het gebruik als ‘Wonen’ geschikt zijn.
4.4
Luchtkwaliteit
De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instruc�eregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instruc�eregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl en zijn de 'omgevingswaarden richtlijn luchtkwaliteit' opgenomen in paragraaf 2.2.1.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende s�kstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Een ac�viteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: • er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een resultaatverplich�ng; • het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; 31
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ah Kleindorp 31-33 Den Tiel 6
• het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Mede door het Na�onaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is in de afgelopen jaren in Nederland de luchtkwaliteit aanzienlijk verbeterd. Vanwege deze verbetering komt het NSL na de inwerkingtreding van de Omgevingswet dan ook te vervallen. Niet in betekende mate (NIBM) Voor een ac�viteit die niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor s�kstofdioxide en fijnstof nodig. Uit ar�kel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentra�e NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentra�es. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blij�: 1. Mo�veren dat het project binnen de getalsma�ge grenzen van een aangewezen categorie blij�. Onder deze 'standaardgevallen NIBM' vallen kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. Dit moet wel onder een bepaalde omvang blijven conform ar�kel 5.54 Bkl. Valt een project binnen de genoemde categorie, maar niet binnen de gestelde grenzen? Het is dan mogelijk om alsnog via detailberekeningen aannemelijk te maken dat de 3%-grens niet wordt overschreden. 2.
Op een andere manier aannemelijk maken dat een project de 3%-grens niet overschrijdt. Soms kan een kwalita�eve berekening voldoende zijn. Veel mensen bepalen met de NIBM-tool op een eenvoudige en snelle manier of een project in betekende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Soms zijn detailberekeningen nodig als aanvulling op de NIBM-tool. Aandachtsgebieden Aandachtsgebieden zijn loca�es met hogere concentra�es s�kstofdioxide (NO2) en/of fijnstof (PM10 ). De aandachtsgebieden staan in ar�kel 5.51 lid 2 (aandachtsgebieden voor zowel s�kstofdioxide als fijnstof) en lid 3 (aandachtsgebieden voor fijnstof) Bkl. Gemeenten die onder agglomera�es vallen staan in ar�kel 2.38 (aanwijzing agglomera�es richtlijn luchtkwaliteit en richtlijn gevaarlijke stoffen in de lucht) Omgevingsregeling. In enkele situa�es moet de luchtkwaliteit al�jd worden beoordeeld: • bij een omgevingsvergunning voor een milieubelastende ac�viteit • bij de aanleg van een tunnel langer dan 100 meter, of als een tunnel wijzigt en daarbij minimaal 100 meter toeneemt; • bij de aanleg van een autoweg of een autosnelweg. Planspecifiek Luchtkwaliteit ter plaatse van het initiatief Voor beide deelloca�es is de receptor wegverkeer 14132389_66317 aan de Beekweg representa�ef om de luchtkwaliteit ter plaatse te beoordelen.
In de tabel hieronder zijn de totale concentra�es van s�kstofdioxide, fijnstof en de fijnere frac�e van fijnstof weergeven.
Gemeten totale concentra�e jaargemiddelde 2020 (µg/m3) Grenswaarde concentra�e (µg/m3)
NO2 (s�kstofdioxide) 10,3 µg/m3
PM10 (fijnstof) 15,1 µg/m3
PM2,5 (fijnere frac�e van fijnstof) 8,3 µg/m3
40 µg/m3
40 µg/m3
25 µg/m3
De concentra�es s�kstofdioxide en (zeer) fijn stof liggen ruim onder de gestelde grenswaarden. Met betrekking tot de luchtkwaliteit zijn geen belemmeringen voor onderhavig ini�a�ef. Bijdrage ini�a�ef Ten aanzien van de bijdrage aan luchtkwaliteit is het ini�a�ef (toevoegen drie burgerwoningen en omze�ng van drie bedrijfswoningen naar burgerwoningen) van geringe omvang ten opzichte van de benoemde grenswaarde (3%, vergelijkbaar met 1.500 woningen). Op basis van de te verwachten afname aan verkeersbewegingen en fijnstofemissie, (de verkeersbewegingen van de veehouderijen alsmede de uitstoot van fijnstof komen te vervallen, daar staat de komst van drie extra woningen tegenover) is te concluderen dat dit project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een nadere toetsing ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit kan daarom achterwege blijven. TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ah Kleindorp 31-33 Den Tiel 6
32
Het plangebied ligt binnen een van de genoemde aandachtsgebieden(ar�kel 5.51 Bkl) voor fijnstof. Dit hee� te maken met de concentra�e van veehouderijen in de gemeente Venray. Het ini�a�ef hee� betrekking op het wegbestemmen van 2 intensieve veehouderijen en hee� daarmee een significant posi�ef effect op de luchtkwaliteit. Daarmee is er sprake van een aanvaardbare situa�e.
4.5
Geur
In de regelgeving is bepaald dat een omgevingsplan erin voorziet dat de geur van een ac�viteit op een geurgevoelig gebouw (ar�kel 5.91 Bkl) aanvaardbaar moet zijn (ar�kel 5.92, tweede lid, Bkl). In ar�kel 5.91 van het Bkl is de defini�e van een geurgevoelig gebouw opgenomen. Het gaat dan in ieder geval om woningen, onderwijsinstellingen, gebouwen met gezondheidszorgfunc�es en kinderopvang met bedgebied (wat inhoudt dat er slaapgelegenheid is). Dit betekent dat de gemeente moet beoordelen of waarden, afstanden of gebruiksregels leiden tot een aanvaardbaar hinderniveau. De gemeente moet onder de Omgevingswet rekening houden met mogelijke cumula�e van geur door meerdere ac�viteiten. De ac�viteiten dienen te voldoen aan de regels die in het �jdelijk omgevingsplan staan. Indien er nog geen aanpassing hee� plaatsgevonden van het �jdelijk omgevingsplan en sprake is van een ac�viteit/inrich�ng die/dat voorheen onder het Ac�viteitenbesluit milieubeheer viel, dan gelden de regels uit de Bruidsschat. De Bruidsschat bevat regels over: • Geur door het houden van landbouwhuisdieren en paarden en pony's voor het berijden in een dierenverblijf (par. 22.3.6.2 BS); • Geur door andere agrarische ac�viteiten, zoals o.a. het opslaan van vaste mest, champost of dikke frac�e en het composteren of opslaan van groenafval (par.
22.3.6.4 BS); • Geur door het exploiteren van zuiveringstechnische werken (par. 22.3.6.5 BS). Voor geur zijn er voor dierenverblijven voor landbouwhuisdieren specifieke instruc�eregels waar de gemeente zich aan moet houden. In deze instruc�eregels zijn voor landbouwhuisdieren met een geuremissiefactor, twee typen normen opgenomen: standaardwaarden en grenswaarden. In een omgevingsplan kan de gemeente afwijken van deze standaardwaarden, zolang dit onder de gestelde grenswaarden blij�. Geurgevoelig gebouw Gelegen binnen de bebouwingscontour geur en buiten een concentra�egebied Gelegen binnen de bebouwingscontour geur en binnen een concentra�egebied Gelegen buiten de bebouwingscontour geur en buiten een concentra�egebied Gelegen buiten de bebouwingscontour geur en binnen een concentra�egebied
Standaardwaarde 2,0 ouE/m3
Grenswaarde 8,0 ouE/m3
3,0 ouE/m3
14,0 ouE/m3
8,0 ouE/m3
20,0 ouE/m3
14,0 ouE/m3
35,0 ouE/m3
Tabel met standaardwaarde en grenswaarde toelaatbare geur (ouE/m3 als 98-percen�el) door houden landbouwhuisdieren met geuremissiefactor op een geurgevoelig gebouw
In het Bkl wordt onderscheid gemaakt tussen concentra�egebieden en niet-concentra�egebieden en binnen en buiten de bebouwingscontour. Het onderscheid tussen concentra�egebieden en niet-concentra�egebieden valt terug te voeren op een verschil in de rela�e tussen geurbelas�ng en geurhinder. Het RIVM gee� aan dat er geen gezondheidskundige grenswaarden zijn voor geurbelas�ng of geurhinder. Welk percentage door geur gehinderde omwonenden aanvaardbaar is, is een beleidsma�ge keuze. Geurverordening gemeente Venray. De gemeenteraad van de gemeente Venray en de gemeenteraad van de voormalige gemeente Meerlo-Wanssum hebben een Verordening geurhinder en veehouderij vastgesteld. Nadien hee� de gemeente Venray haar verordening nog aangepast in die zin dat voor een viertal loca�es de geurnorm gewijzigd is. In deze verordeningen (inclusief de wijziging van de gemeente Venray) wordt afgeweken van de wetelijke normen uit de Wgv. Beide geurverordeningen zijn inmiddels samengevoegd tot één verordening waarbij de uitgangspunten ongewijzigd zijn gebleven. De normen uit deze samengevoegde verordeningen zijn: Gebied:
33
Maximaal toegestane geurbelas�ng (odourunits per m3 lucht) TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ah Kleindorp 31-33 Den Tiel 6
Zoekgebieden woningbouw Vakan�epark de Wite Vennen, clustering TBS/Pascalis/Dichterbij Bedrijfsterreinen Plangebied Burgemeester Ponjéestraat in Wanssum Voor de bestaande woongebieden in Wanssum Voor de bestaande woongebieden van Venray, Leunen, Smakt, Vredepeel, Ysselsteyn, Oostrum Merselo, Castenray, Oirlo, Veulen, Bliterswijck (waaronder Roekenbosch) en Geijsteren. Buitengebied Timmermannsweg 13 Ysselsteyn, Ringweg 33a Ysselsteyn, Pater Tulpstraat 24 Ysselsteyn, Horsterweg 70/70a/70b Castenray
8,0 ouE/m3 8,0 ouE/m3 8,0 ouE/m3 7,0 ouE/m3 2,5 ouE/m3 3,0 ouE/m3 14,0 ouE/m3 8,0 ouE/m3
Tabel met normen voorgrondbelas�ng Verordening geurhinder en veehouderij
Op de 'Kaart behorende bij Aanpassing verordening geurhinder en veehouderij gemeente Venray september 2009' (herziening 2011) is per deelgebied ingetekend wat de normstelling is. In de gebiedsvisie behorende bij de geurverordening is geen specifieke defini�e of uitwerking opgenomen van een aanvaardbaar woon- en lee�limaat. Wél is aangegeven dat de afwijkende normering uit de geurverordening niet mag leiden tot een verslechtering van het woon- en lee�limaat. Aanvulling op de Gebiedsvisie geurhinder en veehouderij gemeente Venray. In de ‘Aanvulling op de Gebiedsvisie geurhinder en veehouderij gemeente Venray’ (16 juni 2011) hee� de gemeente Venray vastgelegd wat wordt verstaan onder een aanvaardbaar woon- en lee�limaat. Bij het opstellen van deze aanvulling op de gebiedsvisie en het vastleggen van de normen voor een aanvaardbaar woon- en lee�limaat hee� de Handreiking bij de Wet geurhinder en veehouderij (Infomil 2007) als basis gediend. In onderstaande tabel is de maximale waarde van de voor- en achtergrondbelas�ng weergegeven waarbij volgens de gemeente Venray nog sprake is van een aanvaardbaar woon- en lee�limaat.
Gebied: Bestaande woongebieden Venray, Oostrum, Smakt, Geijsteren, Bliterswijck (inclusief Roekenbosch) en Wanssum Bestaande woongebieden Ysselsteyn, Veulen, Castenray, Oirlo, Leunen, Heide en Merselo Zoekgebied woningbouw Wanssum Overige zoekgebieden woningbouw en bedrijventerreinen Vakan�epark de ‘Wite Vennen’ en de Clustering TBS/Pascalis/Dichterbij’ Buitengebied
Tabel met maximale waarde voor- en achtergrondbelas�ng
Maximale belas�ng (odourunits per m3 lucht) Achtergrond: Voorgrond: 3 13,0 ouE/m 6,5 ouE/m3 20,0 ouE/m3
6,5 ouE/m3
13,0 ouE/m3 20,0 ouE/m3 20,0 ouE/m3
7,0 ouE/m3 8,0 ouE/m3 8,0 ouE/m3
20,0 ouE/m3
14,0 ouE/m3
In de aanvulling op de gebiedsvisie is een hardheidsclausule opgenomen. Indien, met uitzondering van de geurbelas�ng, de beoordeling van de overige milieu- en planologische aspecten wel posi�ef uitvalt, kan overwogen worden om gemo�veerd van de waarden in de tabel af te wijken. Daarbij zal niet voorbij worden gegaan aan de belangen van de veehouderij(en) die in de nabijheid van de ruimtelijke plannen gelegen is/zijn. Een nadere mo�vering en besluitvorming is nodig om van de waarden uit de tabel af te wijken. Planspecifiek Met onderhavig ini�a�ef wordt op beide deelloca�es nieuwe geurgevoelige bebouwing mogelijk gemaakt. De situa�e met betrekking tot geur is daarom beoordeeld aan de hand van de geurkaarten van de gemeente Venray. Voorgrondbelas�ng: Voor wat de voorgrondbelas�ng van een veehouderij is gekeken naar de veehouderij die op het plangebied het meest van invloed is. De gemeente Venray hee� een kaart (situa�e 2022) gemaakt met de indica�eve geurhindercontouren 3 ouE/m3, 8 ouE/m3 en 14 ouE/m3 van alle veehouderijbedrijven in Venray. Ook zijn de TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ah Kleindorp 31-33 Den Tiel 6
34
vaste afstand contouren van 50m en 100m weergegeven voor bedrijven met 'vaste afstandsdieren'. Navolgende a�eelding toont een uitsnede van deze kaart.
Uitsnede kaart ‘Indica�eve geurhindercontouren 3 ou, 8 ou en 14 ou, situa�e december 2022’
Uit de kaart blijkt dat de varkenshouderij aan de Steeg 10 en Op de Ries 8 het meest van invloed zijn op de deelloca�es. De deelloca�es liggen ruimschoots buiten de indica�eve geurhindercontour 14 ouE/m3 van deze intensieve veehouderijen. Omdat de kaart indica�ef is, en om daadwerkelijk vast te stellen of sprake is van een aanvaardbaar woon- en lee�limaat door geur is met het programma V-stacks vergunning een berekening gemaakt van de voorgrondbelas�ng door de bedrijven Steeg 10 en Op de Ries 8. Zie bijlage 13. Uit de berekening blijkt een hoogste geurbelas�ng in het plangebied van 4,8 ouE/m3 (rekenpunt 03) door het bedrijf Op de Ries 8. Daarmee wordt ruimschoots aan de geurnorm (voorgrondbelas�ng) van 14,0ouE/m3 voldaan. Omgekeerd levert de ontwikkeling van de burgerwoningen geen belemmeringen op voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen in de omgeving. Achtergrondbelas�ng. Voor wat de achtergrondbelas�ng door veehouderijen is gekeken naar alle in de omgeving liggende veehouderijen die op het plangebied van invloed zijn. De gemeente Venray hee� een kaart (situa�e 2022) gemaakt met de indica�eve achtergrondbelas�ng, veroorzaakt door alle veehouderijbedrijven. Navolgende a�eelding toont een uitsnede van deze kaart.
35
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ah Kleindorp 31-33 Den Tiel 6
Uitsnede kaart ‘Beoordeling lee�limaat op basis van de indica�eve achtergrondbelas�ng ten aanzien van geurhinder, situa�e december 2022’
Uit voorgaande kaart blijkt dat voor beide deelloca�es een zeer slechte beoordeling ten aanzien van geurhinder van toepassing is. Dit hee� te maken met de aanwezigheid van de veehouderijen Kleindorp 31-33 en Den Tiel 6. Als een gevolg van dit plan verdwijnen beide veehouderijen, waarmee een aanzienlijke verbetering van het woon- en lee�limaat optreedt. Op basis van de beoordeling van de omliggende gronden wordt aangenomen dat na de ontwikkeling in ieder geval sprake zal zijn van een goede tot redelijk goede beoordeling van het lee�limaat op basis van de achtergrondbelas�ng. Omdat de kaart indica�ef is, en om daadwerkelijk vast te stellen of sprake is van een aanvaardbaar woon- en lee�limaat door geur is met het programma V-stacks gebied een berekening gemaakt van de achtergrondbelas�ng. Zie bijlage 13. Uit de berekening blijkt een hoogste geurbelas�ng in het plangebied van 5,273 ouE/m3 (rekenpunt 03). Daarmee wordt ruimschoots aan de geurnorm (achtergrondbelas�ng) van 20,0ouE/m3 voldaan.
4.6
Geluid
Veel func�es in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid. Ze maken geluid of ze worden eraan blootgesteld. De regels over geluid gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en de bescherming van geluidgevoelige func�es. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn instruc�eregels opgenomen hoe om te gaan met geluid m.b.t. geluidgevoelige func�es en s�ltegebieden. Bij geluidgevoelige func�es gaat het om gebouwen ten behoeve van func�es zoals wonen, onderwijs of zorg. Voor andere gebouwen (func�es) of loca�es bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geluid. Dat doet de gemeente vanuit haar taak 'evenwich�ge toedeling van func�es aan loca�es'. Het Bkl bevat standaardwaarden en grenswaarden voor geluid en staan in de volgende tabel. Geluidbronsoort Rijks- en provinciale wegen. In Lden. Gemeente- en waterschapswegen. In Lden. Hoofd- en lokale spoorwegen. In Lden. Industrieterrein Lden Lnight
Standaardwaarde, in dB 50 53 55 50 40
Grenswaarde, in dB 60 70 65 55 45
Tabel met standaardwaarde en grenswaarde op de gevel van een geluidgevoelig gebouw bij toelaten geluidgevoelig gebouw, ar�kel 5.78t en 5.78u Bkl
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ah Kleindorp 31-33 Den Tiel 6
36
Het bevoegd gezag moet bijvoorbeeld voorzien in een aanvaardbaar geluid door een lokale (spoor)weg op een geluidgevoelig gebouw (ar�kel 5.78l, lid 2 Bkl). De kans op gezondheidsschade is klein als het geluid voldoet aan de standaardwaarde. Minder geluid dan de standaardwaarde of het geluid op het �jds�p van de wijziging van het omgevingsplan, is aanvaardbaar (ar�kel 5.78m, lid 1 en lid 2 Bkl). Het bevoegd gezag mag meer geluid dan de standaardwaarde als aanvaardbaar beoordelen. Het besluit moet dan voldoen aan de eisen uit de instruc�eregels (ar�kelen 5.78m tot en met 5.78q Bkl). Op grond van ar�kel 5.78, lid 3 Bkl bepaalt het omgevingsplan dat de waarden gelden: • op een aangewezen geluidgevoelig gebouw: 1. op de gevel, als het gaat om een aanwezig geluidgevoelig gebouw 2. op de loca�e waar een gevel mag komen, als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw • op de begrenzing van de loca�e voor het plaatsen van een woonschip of woonwagen en in geval van een binnenwaarde, in een geluidgevoelige ruimte Het bevoegd gezag kan alleen geluid tot en met de grenswaarde op de gevel van een geluidgevoelig gebouw toestaan als ze: 1. geen geluidbeperkende maatregelen kan treffen om aan de standaardwaarde te voldoen (ar�kel 5.78n, lid 1, onder a Bkl); 2.
de overschrijding van de standaardwaarde zoveel mogelijk hee� beperkt door het treffen van geluidbeperkende maatregelen (ar�kel 5.78n, lid 1b Bkl); 3. bij voorwaarde 1 en 2 geluidbeperkende maatregelen overweegt die financieel doelma�g zijn en tegen het treffen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan (ar�kel 5.78n, lid 2 Bkl); 4. besluit tot geluidwerende maatregelen als het geluid in een geluidgevoelige ruimte hoger is dan de grenswaarde in geluidgevoelig ruimte (binnenwaarde) (ar�kel 3.52 Bkl). De karakteris�eke geluidwering van deze ruimte is minstens 3 dB groter dan het verschil tussen het gezamenlijk geluid en de grenswaarde. Deze grenswaarde in geluidgevoelig ruimte is meestal 36 dB. In een beperkt aantal bestaande situa�es is de grenswaarde 41 dB (ar�kel 3.52, lid 1, onder a sub 1 Bkl); 5. het gecumuleerd geluid beoordeelt (ar�kel 5.78p Bkl); 6. het gezamenlijk geluid bepaalt (ar�kel 5.78q Bkl). In lijn met het Bkl dient bij het realiseren van geluidgevoelige func�es gekeken te worden naar het aandachtsgebied. Dit omvang van dit aandachtsgebied is a�ankelijk van de verkeerdrukte, rijsnelheid, afstand van het project tot de weg en eventuele afschermende bebouwing.
Wegen met een verkeersintensiteit van in elk geval minder dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal als kalenderjaargemiddelde hebben geen aandachtsgebied. Planspecifiek Met onderhavig ini�a�ef wordt geluidgevoelige bebouwing toegevoegd aan het plangebied. Hierom is gekeken wat de effecten van wegverkeerslawaai ten aanzien van het ini�a�ef zijn middels een akoes�sch onderzoek (zie bijlage 10). Uit het onderzoek volgt dat wordt voldaan aan de standaardwaarden voor het geluid van gemeentewegen. Er zijn geen aanvullende maatregelen met betrekking tot geluid nodig. Het aspect geluid levert geen belemmeringen op ten aanzien van het ini�a�ef.
4.7
Omgevingsveiligheid
Omgevingsveiligheid beschrij� de risico's die ontstaan als gevolg van opslag, produc�e, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl van het Bkl). De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare loca�es in verband met het externe veiligheidsrisico van een ac�viteit die op een loca�e is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanac�viteit. Plaatsgebonden risico Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare loca�es zijn opgenomen in ar�kel 5.6 tot en met ar�kel 5.11a van het Bkl. Grenswaarden voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare loca�es (art. 5.7 lid 1 Bkl) worden in een Omgevingsplan in acht genomen. Met standaardwaarden voor beperkt kwetsbare gebouwen en loca�es wordt in een omgevingsplan rekening gehouden (art. 5.11 Bkl). Voor het plaatsgebonden risico gelden, a�ankelijk van de ac�viteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl). 37
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ah Kleindorp 31-33 Den Tiel 6
Groepsrisico Bij groepsrisico is sprake van 'aandachtsgebieden'. Risicovolle ac�viteiten hebben van rechtswege aandachtsgebieden (art. 5.12 Bkl). Dit zijn gebieden rond ac�viteiten met gevaarlijke stoffen die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen (RIVM a, z.d.). Aandachtsgebieden zijn er voor brand, explosie en gifwolk. A�ankelijk van het type ac�viteit met gevaarlijke stoffen, zijn er voor het aandachtsgebied in de regelgeving vaste afstanden vastgesteld of zijn deze afstanden rekenkundig te bepalen (bijlage VII Bkl). Aandachtsgebieden worden zichtbaar gemaakt in het Register externe veiligheidsrisico's (REV). Binnen een aandachtsgebied kan sprake zijn van een voorschri�engebied. Een gemeente kan in het omgevingsplan afzien van aanwijzing van een brand- of explosievoorschri�engebied of een kleiner brand- of explosievoorschri�engebied aanwijzen (art. 5.14 Bkl). Als het ini�a�ef ligt in een voorschri�engebied, dan gelden voor nieuwbouw aanvullende bouweisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (art. 4.90 tot en met 4.96 Bbl). Voor zeer kwetsbare gebouwen, zoals scholen, kinderdagopvang, en verzorgingstehuizen, geldt al�jd een voorschri�engebied, en gelden er dus al�jd aanvullende bouweisen bij nieuwbouw (art. 5.14 Bkl).
Los van een eventueel voorschri�engebied kan een gemeente aanvullende eisen stellen, bijvoorbeeld aan vluchtroutes en de bereikbaarheid van het gebied door hulpdiensten. Dergelijke eisen worden dan opgenomen in de omgevingsvergunning. Een berekening van het groepsrisico is onder de Omgevingswet op�oneel; het is niet meer verplicht om het groepsrisico te bepalen, maar een gemeente mag hier nog wel om vragen (via een voorschri�) om de toelaatbaarheid van de situa�e te beoordelen. Uitgangspunt is dat personen buiten een aandachtsgebied in een gebouw (dat voldoet aan de eisen uit het BBL) voldoende zijn beschermd tegen de mogelijke effecten van een grootschalig ongeval met gevaarlijke stoffen bij de risicobron. Planspecifiek Via de website atlasleefomgeving.nl kan voor de loca�e worden vastgesteld of er in de directe omgeving inrich�ngen, buisleidingen en/of belangrijke transportroutes aanwezig zijn die in het kader van de omgevingsveiligheid van belang zijn. Navolgend een screenshot van die website.
Uitsnede risicokaart (bron: atlasleefomgeving.nl)
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ah Kleindorp 31-33 Den Tiel 6
38
Beide deelloca�es zijn niet gelegen binnen een PR-contour of aandachtsgebied van een risicobron. Een nadere verantwoording in het kader van het groepsrisico is daarmee niet nodig. Het aspect omgevingsveiligheid levert geen belemmeringen op ten aanzien van het ini�a�ef.
4.8
Trilling
Trillingen kunnen nadelige gevolgen hebben voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Ze kunnen effect hebben op het welzijn of schade aan gebouwen veroorzaken. De Omgevingswet beschermt (delen van) gebouwen. Trilling wordt gezien als een milieubelastende ac�viteit. In het omgevingsplan neemt de gemeente regels op voor trillingen door milieubelastende ac�viteiten. Vastgelegd wordt welke trillingen door een ac�viteit in trillinggevoelige ruimten van trillinggevoelige gebouwen aanvaardbaar zijn. Hiervoor gelden de instruc�eregels over trillingen door ac�viteiten op trillinggevoelige gebouwen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het onderdeel Trillingen is geregeld in paragraaf 22.3.5 van de Bruidsschat. Daarin worden regels gesteld aan trillingen in een frequen�e van 1 tot 80 Hz door een ac�viteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, die op een loca�e is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanac�viteit. Er gelden maximale waarden voor con�nue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen. De maximale waarden zijn opgenomen in de tabellen in ar�kel 22.88 en 5.87a van de Bruidsschat. Planspecifiek In de ruime omgeving van het plangebied zijn geen ac�viteiten aanwezig die trillingen kunnen veroorzaken zoals grote wegen, spoorlijnen en/of industriële machines.
4.9
M.e.r.-beoordeling
De wetgeving omtrent de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. In ar�kel 16.34, tweede lid van de Omgevingswet is aangegeven dat onder een plan of programma, als bedoeld in ar�kel 2, onder a, van de SMB-richtlijn (richtlijn 2001/42/EG (Strategische milieubeoordeling), in ieder geval wordt verstaan een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing. Het bevoegd gezag zal per specifiek geval na moeten gaan of er sprake is van een plan of programma in de zin van de SMB-richtlijn. Beoordeling of een M.e.r. procedure of beoordeling plaats moet vinden volgt uit Bijlage V van het Omgevingsbesluit. 1. De eerste stap is te kijken of het project voldoet aan de omschrijving van een project in kolom 1. 2. Vervolgens moet gekeken worden of in kolom 4 'de omgevingsvergunning' of 'het omgevingsplan' staat. Het omgevingsplan is relevant als in het plan vergunningplich�ge ac�viteiten worden aangewezen. 3. Als bovenstaande stappen van toepassing zijn op het project, moet bepaald worden of voor het project een mer-plicht of een mer-beoordelingsplicht geldt. Dit gebeurt door te kijken naar de kolommen 2 en 3. a. Voldoet het project aan de voorwaarden van kolom? Dan geldt voor het project een 'project-merplicht'. b.
Voldoet het project aan de voorwaarden van kolom 3? Dan geldt voor het project een 'project-merbeoordelingsplicht'. In Bijlage V van het Omgevingsbesluit is in categorie J11 vermeld dat voor een stedelijk ontwikkelingstraject mogelijk een mer-(beoordelings)plicht geldt. Het begrip stedelijk ontwikkelingstraject is echter nergens gedefinieerd of gekwan�ficeerd. Planspecifiek Gelet op de aard en de omvang van het project (er is grotendeels sprake van bestaand bebouwd gebied en de voorziene bebouwing is beperkt) kan dit niet als een stedelijk ontwikkelingsproject worden aangemerkt. Het opstellen van een mer-beoordelingsno��e is daarom niet nodig. Er is ook geen sprake van een mer-plicht.
4.10
Niet gesprongen explosieven (NGE)
Op vele loca�es in Nederland bevinden zich nog conven�onele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in de ondergrond, zoals niet ontplo�e vliegtuigbommen (blindgangers, granaten, mijnen en (handwapen)muni�e. Het gehele grondgebied van de gemeente Venray hee� in de Tweede Wereldoorlog zwaar onder vuur gelegen. 39
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ah Kleindorp 31-33 Den Tiel 6
Bij eventuele grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen in het plangebied, dient er uit het oogpunt van veiligheid en zorgvuldigheid gezocht te worden naar niet gesprongen explosieven (NGE). Met behulp van het explosievenonderzoek worden de aanwezigheid en risico's van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in kaart gebracht. De gemeente Venray adviseert bij grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen een detec�eonderzoek uit te (laten) voeren. Dit onderzoek dient plaats te vinden in het kader van de Arbowetgeving en is in het kader van de planologische procedure niet juridisch afdwingbaar. Het is echter ten alle �jden de verantwoordelijkheid van de eigenaar van de grond om bij grondwerkzaamheden te zorgen voor een gezonde en veilige werkomgeving.
4.11
Gewasbeschermingsmiddelen
Bij het telen van bloembollen, bomen en fruit in de open lucht kan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen van belang zijn. Dit vanwege mogelijk vrijkomende dri� (verwaaiing van spuitvloeistof) bij het bespuiten. Er staan in het Besluit ac�viteiten leefomgeving al regels voor het niet mogen belasten van oppervlaktewater in de vorm bufferstroken langs oppervlaktewater. De bufferstrook bestaat uit landbouwgrond en begint vanaf de insteek van een waterloop (met uitzondering van een flauw talud). In de bufferstroken mogen geen mest, chemische gewasbeschermingsmiddelen of biociden worden gebruikt. De breedte van de aan te houden bufferstrook is vermeld in onderstaande tabel. Hoofdregel Ecologisch kwetsbare waterlopen KRW waterlopen groter dan 10m breed
5 meter 5 meter
1e berekening groter dan 4% blij� 5 meter 3 meter
KRW waterlopen kleiner dan of gelijk aan 10 meter breed Kort- of niet-droogvallende waterlopen Droge sloten
5 meter
3 meter
2e berekening groter dan 4% blij� 5 meter geen verdere versmalling toegestaan 1 meter
3 meter 0 meter
1 meter -
0,5 meter Blij� 1 meter
Tabel met breedte bufferstroken (bron: Bal)
Zijn de bufferstroken volgens de hoofdregel meer dan 4% van de oppervlakte van het topografische perceel? Dan kunnen de bufferstroken in bepaalde gevallen smaller worden. Dit staat in de kolom ‘1e berekening >4%’. Zijn de bufferstroken samen daarna nog steeds meer dan 4% van het perceelsoppervlakte? Dan geldt de kolom ‘2e berekening >4%’. Er zijn in Nederland nog geen wetelijke bepalingen over een minimaal aan te houden afstand tussen percelen waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt en gevoelige objecten, zoals woningen (incl. tuinen) en bedrijven. In de prak�jk wordt daarom (als vuistregel) een afstand van 50 meter aangehouden tussen de percelen waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt en gevoelige objecten. Er kunnen omstandigheden zijn om (gemo�veerd) van deze indica�eve afstand af te wijken. Planspecifiek In navolgend kaartje is het gebruik van de diverse percelen binnen 50m van de beoogde woonbestemmingen weergegeven. Uit de kaart volgt dat op verschillende percelen rondom het plangebied het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen mogelijk is. De ini�a�efnemer hee� met de eigenaren van deze percelen afspraken gemaakt over het gebruik hiervan. Hieruit vloeit voort dat op agrarische gronden 50 m rondom de beoogde woonbestemmingen geen chemische gewasbeschermingsmiddelen gebruikt mogen worden die dri� veroorzaken. Dit is geborgd in de regels bij dit plan.
Het aspect gewasbeschermingsmiddelen levert daarmee geen belemmeringen op voor het ini�a�ef.
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ah Kleindorp 31-33 Den Tiel 6
40
Kaart met spuitzonering (bron: Michels Advies b.v.)
4.12
Conclusie veilige en gezonde leefomgeving
De Omgevingswet benoemt een gezonde en veilige leefomgeving nadrukkelijker in haar doelen. Omdat het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving een belangrijk doel is van de Omgevingswet bevat het Bkl een aantal instruc�eregels die specifiek de bescherming van de gezondheid en veiligheid tot doel hebben. De instruc�eregels hebben onder andere betrekking tot de aspecten geluid, geur, trillingen, luchtkwaliteit, (water)veiligheid en bodem. Eén omgevingswaarde of –norm voor gezondheid en veiligheid bestaat niet. Dit is een optelsom en weging van de verschillende deelaspecten. Uit voorgaande paragrafen blijkt dat er geen aspecten zijn die beperkend werken op de gewenste ontwikkeling. Ten aanzien van de aspecten geluid, geur, trilling, luchtkwaliteit, omgevingsveiligheid en bodem worden geen normen overschreden of bijna overschreden. Dat laatste is van belang omdat bij gezondheid en veiligheid juist de cumula�eve beoordeling van deze sectorale aspecten van belang is. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat met de ontwikkeling een veilige en gezonde leefomgeving kan worden gewaarborgd en dat daarmee sprake is van een evenwich�ge toedeling van func�es aan loca�es.
41
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ah Kleindorp 31-33 Den Tiel 6
Hoofdstuk 5
Goede omgevingskwaliteit
In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze een goede omgevingskwaliteit wordt gewaarborgd en verder wordt ontwikkeld door de voorgenomen ontwikkeling.
5.1
Zorgvuldig ruimtegebruik
De ladder voor duurzame verstedelijking is een instruc�eregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instruc�eregel in ar�kel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Ar�kel 8.0b Bkl regelt dat deze instruc�eregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanac�viteit. Ar�kel 5.129g Bkl gee� geen ondergrens aan. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn hiervoor lijnen uitgezet. Bij woningbouw is vanaf 12 woningen sprake van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplich�g is. De aard en omvang van de ontwikkeling bepalen het schaalniveau waarop de ruimtebehoe�e wordt afgewogen. Planspecifiek Voorliggend ini�a�ef voorziet in het toevoegen van drie burgerwoningen en het omzeten van drie bedrijfswoningen in burgerwoningen. Uit jurispruden�e blijkt dat pas van een stedelijke ontwikkeling sprake is als woningbouwprojecten voorzien in 12 nieuwe woningen of meer. Voorliggend ini�a�ef blij� hier qua aantal onder, waardoor er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling en een verdere toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is. Daarnaast voorziet de ontwikkeling in de sloop van agrarische bebouwing.