CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

5.1 Onderbouwing

Gemeenteraad 30 juni 2026, gemeente VenrayBij agendapunt: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Timmermannsweg 54, Ysselsteyn17.300 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

84 alinea's met “omgevingsplan”: 1 3 8 11 25 30 34 38 44 50 58 66 70 74 83 89 91 94 101 104 109 112 118 120 123 126 129 134 136 138 144 147 153 161 163 170 181 184 187 188 …

Timmermannsweg 54, Ysselsteyn TAM-omgevingsplan - gemeente Venray

Gegevens over het plan: Plannaam: Identificatienummer: Status: Datum: Projectnummer Buro SRO:

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Timmermannsweg 54, Ysselsteyn NL.IMRO.0984.TAM25018-va01 Definitief 18 maart 2026 36.90.30

Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever:

Michels Advies b.v.

Gegevens Buro SRO: Projectleider Buro SRO: Bezoekadres vestiging Arnhem: Telefoon: E-mail: Internet:

Dhr. T. Vette Sweerts de Landasstraat 50, 6814 DG te Arnhem 026 – 35 23 125 arnhem@buro-sro.nl www.buro-sro.nl

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Timmermannsweg 54, Ysselsteyn

2

Inhoudsopgave: Onderbouwing Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 Hoofdstuk 6 Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3 7.4 Hoofdstuk 8 8.1 8.2 8.3

Inleiding Aanleiding Ligging plangebied Leeswijzer Voorgenomen ontwikkeling Huidige situa�e Toekoms�ge situa�e Beleid en regelgeving Rijksbeleid en rijksregels Provinciaal beleid en provinciale regels Gemeentelijk beleid Veilige en gezonde fysieke leefomgeving Weging van het waterbelang Ac�viteiten en milieuzonering Bodem Luchtkwaliteit Geur Geluid Omgevingsveiligheid M.e.r.-beoordeling Explosieven Gewasbeschermingsmiddelen Goede omgevingskwaliteit Zorgvuldig ruimtegebruik Archeologie, cultuurhistorie en landschap Ecologie Verkeer en parkeren Duurzaamheid en klimaatadapta�e Conclusie Juridische planbeschrijving Inleiding Juridische systema�ek Toepassingsbereik TAM-omgevingsplan Beschrijving per func�e Overige aspecten Par�cipa�e Kostenverhaal Vooroverleg

5

6 6 6 7 8 8 9 12 12 13 15 24 24 26 26 27 30 33 35 36 37 38 39 39 39 41 42 43 44 45 45 45 45 45 47 47 47 47

Bijlagen bij de onderbouwing

48

Regels

55

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6

Hoofdstuk 1 Ar�kel 1 Ar�kel 2 Ar�kel 3

3

Toelich�ng invoergegevens AERIUS berekeningen AERIUS-berekening sloop AERIUS-berekening aanleg AERIUS-berekening gebruik Quickscan soortenbescherming Verslag omgevingsdialoog

Inleidende regels Toepassingsbereik Begripsbepalingen Meet- en rekenbepalingen

49 50 51 52 53 54

56 56 56 61

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Timmermannsweg 54, Ysselsteyn

Hoofdstuk 2 Func�eregels Ar�kel 4 Agrarisch Ar�kel 5 Bedrijf Hoofdstuk 3 Algemene regels Ar�kel 6 Waterstaat – Beschermingszone watergang Ar�kel 7 An�-dubbeltelregel Ar�kel 8 Algemene aanduidingsregels Ar�kel 9 Algemeen gebruiksverbod Ar�kel 10 Aanvraagvereisten Ar�kel 11 Overige regels Hoofdstuk 4 Overgangsregels Ar�kel 12 Overgangsrecht Bijlagen bij de regels Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan Bijlage 2 Staat van bedrijfsac�viteiten

63 63 64 70 70 70 70 70 71 71 72 72 73 74 75

Verbeelding

76

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Timmermannsweg 54, Ysselsteyn

4

Onderbouwing

5

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Timmermannsweg 54, Ysselsteyn

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de Timmermannsweg 54 in Ysselsteyn ligt een varkenshouderij. Initiatiefnemer heeft het plan om dit bedrijf te beëindigen via de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus regeling). In het kader van die regeling worden alle varkensstallen gesloopt. Initiatiefnemer is voornemens om een gedeelte van het terrein en de bedrijfsgebouwen (bestaande vrijstaande berging/opslag en aangebouwde berging/opslag) te gebruiken voor een kleinschalig bedrijf. Ten behoeve van het kleinschalige bedrijf wil initiatiefnemer nog een bedrijfsruimte van maximaal 150m2 bijbouwen. De op de te slopen stallen aanwezige zonnepanelen worden in een grondopstelling op het terrein geplaatst. In de huidige situatie wordt met deze zonnepanelen per saldo evenveel opgewekt als door de varkenshouderij werd verbruikt. Omdat in de nieuwe situatie met het kleinschalige bedrijf aanzienlijk minder stroom wordt verbruikt dan met de varkenshouderij wordt het overschot aan stroom (via een batterijsysteem om onbalans in vraag en aanbod te voorkomen) terug geleverd aan het net. Het batterijsysteem heeft een totale capaciteit van maximaal 650kWh. Omdat deze ontwikkeling niet past in het omgevingsplan van de gemeente Venray maar wel wenselijk is, wordt middels een TAM-omgevingsplan medewerking verleend aan de voorgenomen activiteit.

In voorliggende onderbouwing wordt toegelicht waarom er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) conform de Omgevingswet.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt aan de Timmermannsweg 54 te Ysselsteyn en maakt onderdeel uit van het buitengebied van de gemeente Venray en omvat de kadastrale percelen sectie M nummers 1281, 2143, 2144 en 2146 gedeeltelijk. Onderstaande afbeelding toont globaal de ligging van het plangebied in de omgeving.

Globale ligging plangebied in omgeving (bron: OpenStreetMap)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Timmermannsweg 54, Ysselsteyn

6

1.3

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk is in hoofdstuk 2 het initiatief beschreven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het relevante Rijks-, provinciale, regionale en gemeentelijke beleid. In hoofdstuk 4 is het project inhoudelijk getoetst in het kader van een veilige en gezonde leefomgeving, waarna in hoofdstuk 5 de omgevingskwaliteit aan bod komt. In hoofdstuk 6 volgt de integrale weging van alle aspecten in het kader van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarna wordt in hoofdstuk 7 ingegaan op de juridische planbeschrijving. Hoofdstuk 8 behandelt de aspecten participatie en kostenverhaal.

7

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Timmermannsweg 54, Ysselsteyn

Hoofdstuk 2

Voorgenomen ontwikkeling

In dit hoofdstuk wordt het initiatief beschreven. Eerst wordt ingegaan op de bestaande situatie van het plangebied en de relatie met de omgeving. Daarna wordt ingezoomd op het beoogde initiatief.

2.1

Huidige situa�e

Aan de Timmermannsweg 54 in Ysselsteyn ligt een varkenshouderij. Het is één van de vele agrarische bedrijven die aan deze weg gelegen zijn. De Timmermannsweg is de zuidelijke ontsluitingsweg van Ysselsteyn, een dorp ten noorden van het plangebied. De bebouwing aan de Timmermannsweg staat veelal aan de westzijde van deze weg, volgens een vergelijkbare erfindeling. Bedrijfswoningen staan aan de weg georiënteerd en worden opgevolgd door bedrijfsgebouwen, veelal veestallen. Achter de bedrijfspercelen ligt landbouwgrond. De Timmermannsweg wordt her en der begeleid door jonge laanbeplanting. Op ca 600 m ten zuiden van het plangebied ligt een bosgebied met daarbinnen een Duitse oorlogsbegraafplaats en een voormalig militair mobilisatiecomplex (MOB-complex). De bedrijfslocatie binnen het plangebied is intensief bebouwd. De bebouwing bestaat uit een bedrijfswoning en een vrijstaande berging/opslag gericht op de Timmermannsweg. Aan de bedrijfswoning bevindt zich een aangebouwde berging/opslag. Daarachter staan meerdere varkensstallen met een gezamenlijk oppervlak van ca 7.000 m². Rondom de bebouwing ligt terreinverharding. De daken van enkele bedrijfsgebouwen zijn bedekt met zonnepanelen. Navolgende afbeeldingen geven een impressie van de bestaande situatie.

Aanzicht op de bedrijfswoning en de daarachter gelegen varkensstallen (bron: Google Street View)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Timmermannsweg 54, Ysselsteyn

8

Luchtfoto van het plangebied

2.2

Toekoms�ge situa�e

Het plan is om de varkenshouderij binnen het plangebied te beëindigen via de Lbv-plus regeling. De beëindiging gaat gepaard met het intrekken van de geldende milieu- en natuurtoestemming en het wegbestemmen van de veehouderij. In plaats van de varkenshouderij heeft initiatiefnemer het plan om een kleinschalig bedrijf op te richten. Het bedrijf gaat zich toeleggen op de reparatie en het opknappen van deuren en kozijnen. Het overgrote deel van het werk zal daarbij op locatie bij klanten worden uitgevoerd. Het kleinschalige bedrijf wordt gevestigd binnen de bestaande twee bedrijfsgebouwen (opslagloods en aangebouwde berging) aan de voorzijde van het erf. Een deel van de bedrijfsgebouwen (tussenbouwen, overdekte zeugenuitloop, luchtwasserruimten) komt niet in aanmerking voor een vergoeding in het kader van de Lbv-plus regeling, en zou in principe kunnen blijven staan. Vanuit het oogpunt van stedenbouw en ruimtelijke kwaliteit is het laten staan echter zeer ongewenst. Deze bedrijfsgebouwen wil men, ondanks de kapitaalsvernietiging en het gegeven dat ze legaal aanwezig zijn, daarom slopen en op basis van de bouw-/sloopregeling zoals die is opgenomen in het moederplan 'Buitengebied Venray 2010, herziening regels' inzetten voor een nieuw te realiseren derde bedrijfsgebouw met een oppervlakte van 150m2, een goothoogte van 3,5m en een nokhoogte van 6,5m.

Volgens die afwijkingsregel 5.4 lid d sub 5 bedraagt de uitbreiding van bedrijven met de aanduiding 'Specifieke vorm van bedrijf - kleinschalige bedrijven' niet meer dan de helft van het totale gesloopte volume. De totale inhoud van de te slopen bouwdelen die niet onder de Lbv-plus regeling vallen bedraagt 1507,37m³. De inhoud van het nieuwe bedrijfsgebouw bedraagt 750m³. Daarmee wordt aan de sloop-herbouwregeling voldaan.

9

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Timmermannsweg 54, Ysselsteyn

Binnen het aangrenzende deel van het bebouwingserf van het kleinschalige bedrijf , op de plek van de te slopen varkensstallen, zijn zonnepanelen in een grondopstelling voorzien. Het gaat om panelen die nu nog op daken van bestaande stallen liggen. De panelen zullen niet direct maar op enige afstand boven het maaiveld komen te rusten, om groeimogelijkheden van groen onder de panelen te behouden. De resterende delen van het bestaande bebouwingserf (westkant) krijgen een agrarische functie (landbouwgrond). Navolgende afbeelding toont een totaaloverzicht van de toekomstige inrichting en gebruiksmogelijkheden van het plangebied.

Bouw- en gebruiksmogelijkheden van de toekomstige situatie (bron: Michels Advies)

Het toekomstige erf van bestaande en nieuwe gebouwen en de zonnepanelen zullen landschappelijk worden ingepast. Samen met de sanering van de varkensstallen zorgt het plan voor een aanzienlijke ruimtelijke kwaliteitswinst. De landschappelijke inpassing bestaat uit behoud van bestaande beplanting op het voorerf en het toevoegen van nieuwe landschapselementen. Vooral op het voorerf is behoudenswaardige beplanting aanwezig, waaronder beukenhagen, een notenboom en twee platanen. Daar zullen enkele leibomen bij aangeplant worden. Verder bestaat de nieuwe landschappelijke inpassing voornamelijk uit het toevoegen van landschapselementen rondom het grondgebonden zonnepark. Het zonnepark krijgt, mede ter afronding van het achtererf, een omzoming van gemengde hagen en struweel. De grond onder en direct naast het veld wordt ingericht en beheerd als kruidenrijk grasland. Navolgende afbeelding toont een uitsnede van de beoogde inrichting van het erf. Een volledig overzicht van de bestaande en nieuwe landschapselementen is uitgewerkt in het landschappelijk inpassingsplan uit bijlage 1 van de regels. De inrichting en het beheer van de landschappelijke inpassingsmaatregelen zijn als een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van voorliggend plan.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Timmermannsweg 54, Ysselsteyn

10

Uitsnede van de landschappelijke inrichtingstekening (bron: Landschappelijke inpassing herinrichting 'Timmermannsweg 54', Paumen tuinen landschapsarchitect.

11

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Timmermannsweg 54, Ysselsteyn

Hoofdstuk 3

Beleid en regelgeving

In dit hoofdstuk wordt het initiatief getoetst aan beleid en regelgeving. Er wordt ingegaan op geldend beleid en regelgeving op Rijks-, provinciaal-, regionaal en gemeentelijk niveau. Vervolgens wordt het beoogde initiatief daaraan getoetst.

3.1

Rijksbeleid en rijksregels

3.1.1 Na�onale Omgevingsvisie (NOVI) Per februari 2021 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. Gebiedsgericht De NOVI benoemt een aantal aspecten van nationaal ruimtelijk belang.

Het betreft de bescherming van de waterveiligheid aan de kust en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, de uitoefening van defensietaken, het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de ecologische hoofdstructuur), de elektriciteitsvoorziening, de toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet en de veiligheid rond rijksvaarwegen. 3.1.2 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan regels over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en regels voor monitoring. Het Bkl geldt voor het Rijk en decentrale overheden en heeft geen directe uitwerking op de fysieke leefomgeving. Bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moeten de verschillende instructieregels en geformuleerde omgevingswaarden in acht genomen worden. Het gaat hierbij over de instructieregels met het oog op: 1. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; 2. Het behoud van werelderfgoed en cultureel erfgoed; 3. Natuurbescherming. Daarnaast gaat het om de volgende omgevingswaarden 4. Veiligheid primaire waterkeringen; 5. Veiligheid andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk; 6. Kwaliteit van de buitenlucht; 7. Waterkwaliteit; 8. Kwaliteit van de zwemlocatie. Artikel 5.129g Bkl geeft geen ondergrens aan.

In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn hiervoor lijnen uitgezet. Bij woningbouw is vanaf 12 woningen sprake van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. De Laddertoets moet alleen worden uitgevoerd wanneer de stedelijke ontwikkeling 'nieuw' is.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Timmermannsweg 54, Ysselsteyn

12

3.1.3 Landelijke beëindigingsregeling veehouderijloca�es (Lbv regeling) Op 12 juni 2023 zijn de definitieve regelingen ‘Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv)’ en ‘Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus)’ gepubliceerd. Beide regelingen zijn een subsidieregeling voor veehouders die willen stoppen met hun bedrijf of een locatie van hun bedrijf. Beide regelingen hebben als doel om de stikstof-uitstoot door de veehouderijen op Natura 2000gebieden structureel te verlagen. Het belangrijkste verschil tussen de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) en de Lbv-plus is de doelgroep en de vergoeding. De Lbv-plus is specifiek voor piekbelasters, die met de hogere vergoeding een stimulans krijgen om te stoppen, inclusief vergoeding voor sloopkosten. De Lbv is een bredere regeling voor het beëindigen van veehouderijen, maar biedt een lagere vergoeding en geen vergoeding voor sloopkosten. 3.1.4 Toetsing van het ini�a�ef aan het rijksbeleid Het plangebied ligt niet in één van de aangewezen beschermde gebieden uit de NOVI of het Bkl. Het initiatief heeft daarmee op voorhand geen effect op één of meerdere aspecten met een nationaal ruimtelijk belang. Voor de Laddertoets wordt verwezen naar paragraaf 5.1 waar onderbouwd is dat er sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik.

Met onderhavig initiatief wordt gebruikgemaakt van de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus regeling). De toetsing aan de eventueel van toepassing zijnde omgevingswaarden vindt plaats in hoofdstuk 4.

3.2

Provinciaal beleid en provinciale regels

3.2.1 Provinciale omgevingsvisie Omgevingsvisie Limburg Op 1 oktober 2021 is de Provinciale Omgevingsvisie Limburg vastgesteld. In de omgevingsvisie Limburg is de lange termijn visie van de provincie Limburg beschreven. In de visie staat beschreven hoe de provincie richting wil geven aan toekomstbestendige ontwikkeling en hoe daarbij steeds de balans wordt gezocht tussen het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. De provincie geeft met deze visie een doorkijk voor de periode 2021 tot 2030 - 2050. De omgevingsvisie Limburg vervangt het in 2014 vastgestelde Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014) en is in een interactief proces met overheden, semi - overheden, belangenvertegenwoordigers, andere partnerorganisaties en inwoners opgesteld. De visie bouwt deels voort op eerder gemaakte beleidskeuzes. Op andere onderdelen zijn nieuwe keuzes gemaakt. In de omgevingsvisie staan drie hoofdopgaven centraal:  Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving; 1. in stedelijk c.q. bebouwd gebied 2. in landelijk gebied  Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie; inclusief landbouw transitie;  Klimaatadaptatie en energie transitie. Deze opgaven spelen Limburg-breed, maar de accenten verschillen per gebied en per sector.

Per sector is in de omgevingsvisie aangegeven wat de opgave is voor de sector, welke ambitie de provincie heeft met deze sector en welke keuzes worden gemaakt per sector. Ook voor de sector 'land- en tuinbouw' is op deze manier beschreven welke richting de provincie de komende jaren op wil. Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI) De Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI) vormt het integrale beleidskader voor de ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkeling van de provincie. In de POVI zijn de Limburgse principes opgenomen, die richting geven aan zorgvuldig ruimtegebruik, versterking van ruimtelijke kwaliteit en een balans tussen economische ontwikkeling, landbouw, natuur, water, energie en leefomgeving. De visie bevat gebiedsgerichte keuzes, zoals de indeling in primair landbouwgebied, verwevingsgebieden en groenblauwe landbouwzones, en 13

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Timmermannsweg 54, Ysselsteyn

geeft instructieregels voor thema’s als wonen, werken, energie en vrijetijdseconomie. Daarmee biedt de POVI het toetsingskader voor gemeentelijke plannen en initiatieven en borgt zij dat ontwikkelingen bijdragen aan een duurzame en toekomstbestendige inrichting van Limburg. Ontwerp Provinciale Omgevingsvisie Limburg 2026 Van 26 mei tot en met 7 juli 2025 lag het Ontwerp Provinciale Omgevingsvisie Limburg 2026 ter inzage. Het document vormt de actualisatie van de POVI 2021, aangepast aan de eisen en structuur van de Omgevingswet en geïntegreerd in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Waar de POVI 2021 vooral beleidsmatig was, koppelt de het nieuwe beleid de doelen direct aan juridisch bindende regels in de omgevingsverordening. Planspecifiek Het beëindigen van de intensieve veehouderij én het hergebruiken van bestaande bebouwing voor een kleinschalig bedrijf + zonnepark past binnen de Limburgse principes van maatwerk, benutten van bestaande functies/erfgebieden, en het versterken van omgevingskwaliteit. Daarnaast liggen het plan en de ambities op het snijvlak van de thema’s: economie, energie, land- en tuinbouw en landschap, wat in de Omgevingsvisie nadrukkelijk als integrale opgave wordt genoemd. Primair landbouwgebied Op grond van de POVI is het plangebied gelegen in 'Primair Landbouwgebied'.

Binnen het Primair Landbouwgebied zijn nieuwe niet-agrarische functies in beginsel uitgesloten, maar maatwerk is mogelijk indien sprake is van kwaliteitsverbetering en geen belemmering voor omliggende landbouw. Het kleinschalige ambachtelijke bedrijf wordt volledig binnen een bestaand bouwvlak gevestigd, kent een beperkte ruimtelijke en milieudruk en gaat gepaard met een zorgvuldig landschappelijk ingepast erf met zonnepanelen op de plaats van de gesloopte stallen. Daarmee wordt aangesloten bij de provinciale uitgangspunten voor zorgvuldig ruimtegebruik, kwaliteitsverbetering en het niet belemmeren van de landbouwfunctie in het gebied. Het initiatief is passend binnen de Omgevingsvisie. 3.2.2 Omgevingsverordening Limburg De Omgevingsverordening Limburg is (op 3 februari 2025) in werking getreden bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt daarmee de Omgevingsverordening Limburg 2014. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. 3.2.3 Toetsing van het ini�a�ef aan het provinciale beleid In de Omgevingsverordening Limburg is het plangebied aangewezen als 'buitengebied' en 'overstromingskansgebied C'.

Voor deze gebieden zijn ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling geen specifieke regels opgenomen. Wel zijn er in de verordening regels opgenomen met betrekking tot energie. Daaraan wordt navolgend getoetst. Energie De zonnepanelen worden niet op open landbouwgrond geplaatst, maar op het bestaande bouwvlak, op de plek van de gesloopte stallen. Daarmee wordt aangesloten bij artikel 13.3, lid 2 sub e van de omgevingsverordening, waarin deze situatie expliciet als uitzondering wordt toegestaan. Het aantal vierkante meters zonnepanelen blijft daarbij beperkt tot de oppervlakte die eerder op de daken van de te slopen stallen aanwezig was. Daarnaast wordt het zonnepark zorgvuldig landschappelijk ingepast, waardoor de omgevingskwaliteit en biodiversiteit worden versterkt. Ook is het zonnepark omkeerbaar, zodat het na eventuele beëindiging eenvoudig kan worden verwijderd. Daarmee past het initiatief binnen de provinciale uitgangspunten van zorgvuldig ruimtegebruik, landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering. Het initiatief is passend binnen het provinciale beleid. TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Timmermannsweg 54, Ysselsteyn

14

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Toekomstvisie Venray 2030 'Venray loopt voorop' Op 27 juni 2019 is de Toekomstvisie Venray 2030 'Venray loopt voorop' vastgesteld. In deze visie heeft de gemeente Venray haar ambities opgesteld voor de ontwikkeling van de gemeente tot 2030. Deze visie vervangt de Strategische visie 2020 en de nota 'Venray, stad in de Peel (2025)'. De toekomstvisie geeft de gemeente een koers voor het omgaan met nieuwe trends en ontwikkelingen in de gemeente, zowel binnen de gemeenschap van Venray als in de regio. Belangrijke thema's uit de vorige strategische visie worden doorgezet in deze visie. 'Venray loopt voorop' heeft aandacht voor burgerparticipatie, de rol van de overheid, en regionale samenwerking, met name op het gebied van onderwijs, bedrijfsleven en in de naaste omgeving van inwoners. Hiermee speelt de toekomstvisie in op de nieuwe Omgevingswet. Daarnaast is er veel aandacht voor de kwalitatieve ontwikkeling van onder meer de leefomgeving. De uitdaging daarbij is om de ruimtelijke kwaliteit zowel in de stad, op het platteland als in de natuur op een hoog niveau te houden. De gemeente Venray heeft voor de komende tien jaar de volgende vijf ambities geformuleerd.

In het Venray van 2030:  zijn inwoners, hun netwerken, culturen en voorzieningen met elkaar verbonden;  woon je groen en sociaal;  zorgt ondernemerschap met aandacht voor mens, dier en milieu, voor nieuwe economische kansen;  stroomt kennis, creativiteit en vernieuwing;  is iedereen mobiel. Planspecifiek In de Toekomstvisie Venray 2030 geeft de gemeente Venray aan dat het voor ontwikkelingen in het landelijk gebied de voorkeur geeft aan het hergebruiken van bestaande bebouwing in plaats van nieuwe bebouwing op te richten. Onderhavig initiatief komt hieraan tegemoet door alle toekomstige bedrijfsactiviteiten uit te voeren binnen bestaande bedrijfsgebouwen. Er wordt wel een nieuwe bedrijfsruimte toegevoegd, maar die komt in de plaats van een aantal te slopen verspreid liggende gebouwen die niet onder de Lbv-plus regeling vallen, zie paragraaf 2.2. Met het initiatief wordt ingespeeld op een actuele behoefte van de initiatiefnemer, waarmee economische kansen in de regio benut worden. Dit sluit aan bij de door de gemeente beschreven ambities. Het initiatief past binnen de Toekomstvisie Venray 2030 'Venray loopt voorop'. 3.3.2 Omgevingsvisie Venray Op 2 november 2021 heeft de gemeente Venray de 'Omgevingsvisie Venray' vastgesteld.

In de Omgevingsvisie gaat de gemeente in op de grote uitdagingen van de aankomende tijd en geeft de gemeente aan waar het naar toe wil in de toekomst. De Omgevingsvisie vormt de ruimtelijke vertaling van de strategische visie: Toekomstvisie 2030 'Venray loopt voorop'. De Omgevingsvisie is tot stand gekomen in samenwerking met inwoners, ondernemers en verenigingen uit de gemeente Venray. De volgende vijf ambities zijn geformuleerd: 1. Groen wonen voor iedereen. 2. Een gezond Venray heeft de toekomst. 3. Venray bloeit, bruist en boeit. 4. Natuurlijk Venray! 5. Ambities in regionaal perspectief. Verder geeft de gemeente aan dat het de belangrijkste waarden (Erfgoed, Landschap, Natuur en Groen, Water en bodem en Stedenbouwkundig kader) wil beschermen en versterken. Daarbij wordt er rekening gehouden met klimaatverandering, de energietransitie en de woningbouw om het woningtekort op te lossen. Planspecifiek Als gevolg van de ontwikkeling wordt een bestaande bedrijfslocatie hergebruikt ten behoeve van een nieuw bedrijf. Door de sloop van stallen is er sprake van een afname aan bebouwing in het buitengebied. Tevens 15

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Timmermannsweg 54, Ysselsteyn

verdwijnt de mogelijkheid om ter plaatse een intensieve veehouderij uit te oefenen. Daarmee is sprake van een duurzame ontwikkeling in het buitengebied. Het initiatief is passend binnen de Omgevingsvisie. 3.3.3 Structuurvisie bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling 2011 - Borging Kwaliteitsmenu Op 20 december 2011 heeft de gemeente Venray de 'Structuurvisie bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling 2011' vastgesteld. Uitgangspunt van deze visie is dat ruimtelijke ontwikkelingen kunnen worden aangegrepen om de ruimtelijke kwaliteit van een gebied te verbeteren. Het doel daarbij is om bestaande (groene) kwaliteiten te behouden en waar mogelijk te verbeteren, zowel in het buitengebied als in het stedelijk gebied. Limburgs Kwaliteitsmenu Onderdeel van onderhavige structuurvisie is ook de implementatie van het Limburgse Kwaliteitsmenu. Het Limburgs kwaliteitsmenu (verder te noemen LKM) is door Gedeputeerde Staten op 12 januari 2010 vastgesteld. Vanaf 1 januari 2012 zijn Limburgse gemeenten zelf verantwoordelijk voor de advisering over plannen binnen de werkingssfeer van het LKM. Grondprincipe van dit kwaliteitsmenu is, dat bepaalde ontwikkelingen in het buitengebied ter plaatse leiden tot verlies aan omgevingskwaliteit, hetgeen dient te worden gecompenseerd door een kwaliteitsbijdrage. Deze bijdrage wordt ingezet om de omgevingskwaliteit te versterken.

Planspecifiek Met onderhavig initiatief is er sprake van het toekennen van een nieuwe functie aan een bestaande bedrijfslocatie. Omdat als gevolg van de ontwikkeling de hoeveelheid bedrijfsbebouwing afneemt en er geen nieuwe bedrijfslocatie wordt ontwikkeld, is er reeds sprake van een kwaliteitsverbetering. Het verrichten van aanvullende kwaliteitsverbeteringen is niet nodig. Het initiatief past binnen de 'Structuurvisie bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling 2011'. 3.3.4 Toetssteen Openbare Ruimte De Toetssteen Openbare Ruimte, heeft betrekking op de (toekomstige) openbare ruimte, geen gebouw zijnde, welke beheerd wordt door de beheerders van de afdeling Openbare Ruimte van de gemeente Venray. De Toetssteen Openbare Ruimte heeft als doel het waarborgen van de kwaliteit van de openbare ruimte van de gemeente Venray. Het begrip kwaliteit kan worden opgedeeld in: 1. Technisch-functionele kwaliteit; 2. Sociaal-maatschappelijke kwaliteit. De Toetssteen beschrijft de uitgangspunten, randvoorwaarden, ontwerpeisen etc. waaraan bouwplannen in de openbare ruimte minimaal dienen te voldoen. Verder verschaft de Toetssteen inzicht in de toetsingsprocedure van de gemeente. Het meenemen van de uitgangspunten, randvoorwaarden en ontwerpeisen van al de betrokken vakdisciplines in een vroeg stadium zal resulteren in een meer integraal ontwerp.

Met deze werkwijze kan op de lange termijn integraal ontworpen openbare ruimte kostenefficiënter worden beheerd en kan deze door keuzes als flexibiliteit en aanpasbaarheid blijven voorzien in de behoeften van de maatschappij. Ook zal het beoordelingstraject van een bouwplan efficiënter verlopen. Het waarborgen dat wordt voldaan aan de verschillende kwaliteitseisen van de gemeente bestaat uit twee stappen, te weten: 1. Aanleveren Toetssteen. 2. Controle op toepassing Toetssteen in de plannen. Planspecifiek Voorliggend initiatief voorziet alleen in ontwikkelingen binnen privaat terrein, waardoor de Toetssteen Openbare Ruimte met betrekking tot dit plan alleen voor het onderdeel 'Verkeer' relevant is. In paragraaf 5.4 is TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Timmermannsweg 54, Ysselsteyn

16

gemotiveerd dat binnen eigen terrein voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn in lijn met de parkeernormen uit de 'Beleidsnota Parkeernormen gemeente Venray'. Daarmee is aangetoond dat parkeren als gevolg van het toekomstig gebruik van het plangebied binnen eigen terrein plaats kan vinden en de parkeerdruk op de openbare ruimte door dit initiatief niet toeneemt. Het plangebied blijft op dezelfde wijze ontsloten door de Timmermannsweg als in de huidige situatie. Het initiatief past binnen de 'Toetssteen Openbare Ruimte'. 3.3.5 Visie Veehouderij Venray 2018 Op 30 januari 2018 heeft de gemeenteraad van Venray de 'Visie veehouderij Venray 2018' vastgesteld. In de visie is het beleid van de gemeente Venray uiteengezet dat moet bijdragen aan een balans tussen de ontwikkelingsruimte voor de veehouderijen de bescherming van een goed woon- en leefklimaat voor de inwoners. In delen van het buitengebied en in enkele dorpskernen wordt door inwoners van de gemeente hinder ervaren door veehouderijen uit de omgeving. De hinder heeft voornamelijk betrekking op geuroverlast maar ook transport, vliegen en geluid dragen bij aan de hinder. In het gemeentelijke beleidsstuk ''Veehouderij en gezondheid omwonenden' uit 2015 is er ook extra aandacht voor de gezondheid van inwoners.

De gemeente wil dat de emissies (geur, ammoniak, fijn stof en endotoxinen) voldoende snel afnemen en het aantal overlastlocaties snel daalt. Dat betekent dat nieuwe overlast moet worden voorkomen en dat ontwikkeling gepaard moet gaan met een verbetering van de omgevingskwaliteit. Planspecifiek Voorliggend plan zet een bestaande veehouderijlocatie om naar een reguliere bedrijfslocatie. In de toekomstige situatie is het bedrijfsmatig houden van landbouwhuisdieren niet meer toegestaan. Van nadelige milieuhinder, waaronder geurhinder, op de omgeving is dan ook geen sprake meer. Daarmee komt het plan tegemoet aan de doelstellingen uit de Visie Veehouderij Venray 2018. Het initiatief past binnen de 'Visie Veehouderij Venray 2018'. 3.3.6 Ruimtelijk KwaliteitsKader In november 2021 is de Omgevingsvisie Venray vastgesteld. In de Omgevingsvisie staat bij de uitvoering en monitoring opgenomen dat een Ruimtelijk KwaliteitsKader voor het hele gemeentelijke grondgebied opgesteld wordt. In de Omgevingsvisie wordt ook een beschrijving van de waarden gegeven. Het betreft de waarden:  Erfgoed,  Landschap,  Natuur en groen,  Water en bodem en  Stedenbouwkundig kader (alleen voor de kern Venray) Deze waarden vormen gezamenlijk de basis voor de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente.

Door de ruimtelijke kwaliteit van Venray te beschermen en te versterken wordt aangesloten bij het motto van de Omgevingswet 'Ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit'. Het opgestelde Ruimtelijk KwaliteitsKader geldt zowel voor het landelijk als voor het stedelijk gebied. Hierin wordt de ruimtelijke kwaliteit vastgelegd in de vorm van kenmerken en streefbeelden. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt getoetst aan het Ruimtelijk KwaliteitsKader waarin wordt vastgelegd welke kwaliteiten belangrijk zijn om te behouden en welke ontwikkelingen waar gewenst zijn. Het Ruimtelijk KwaliteitsKader vormt ook een inspiratiedocument voor initiatiefnemers en bevat aanbevelingen die helpen om een initiatief zo goed mogelijk in te passen rekening houdend met de omringende waarden. Planspecifiek De planlocatie ligt binnen het deelgebied 'Jonge ontginningsgebieden'. Kenmerken van dit gebied zijn lintbeplanting, veel grasland, planmatige verkaveling met sloten als grenzen, rechtlijnige bouwkavels, 17

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Timmermannsweg 54, Ysselsteyn

bedrijfsgebouwen bestaande uit grote bouwmassa's die compact op de kavel staan en agrarische bedrijvigheid. Het gebied herbergt waarden als grootschalige openheid, rationele verkavelingsstructuur, laanbeplanting, bossen als achtergrond/grens van het landschap en genormaliseerde beken en waterlopen. De locatie wordt ingepast conform de geldende landschappelijke kwaliteiten. De te treffen ingrepen zijn opgenomen in paragraaf 2.2 en in het landschappelijk inpassingsplan in bijlage 1 van de regels. Hiermee is een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit beoogd. De ontwikkelingen vinden plaats op gronden die reeds in gebruik zijn ten behoeve van het agrarisch bedrijf. Omzetting naar een kleinschalig bedrijf (met een maximaal bebouwd oppervlak van 970m²) heeft een positief effect op de aanwezige landschapskwaliteiten. Het plan voldoet hiermee aan de uitgangspunten van het Ruimtelijk KwaliteitsKader. 3.3.7 Energiestrategie 2030 Gemeente Venray De Energiestrategie 2030 van Venray bevat het vernieuwde kader (KODE) voor duurzame energieopwekking, met specifieke aandacht voor landschappelijke en ruimtelijke inpassing. Zonneprojecten moeten getoetst worden aan vijf pijlers: 1. Ruimte – Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, waarbij primair wordt ingezet op dak- en gevelopwek en vervolgens benutting van restterreinen en bouwvlakken. 2.

Integraal – Koppeling met andere opgaven zoals agrarische transitie, natuurontwikkeling of landschap, en het streven naar meervoudig ruimtegebruik. 3. Omgeving – Het betrekken van de directe omgeving via een robuuste omgevingsdialoog en participatieplan voorafgaand aan vergunningverlening. 4. Locatie – Esthetische inpassing, verbetering van ruimtelijke kwaliteit en ecologie; het landschap is leidend voor ontwerp en vormgeving. 5. Eigenaarschap – Het lokaal en regionaal laten meedelen in de lusten en lasten van duurzame energieopwekking, met minimaal 10 % participatie door bewoners/bedrijven als uitgangspunt. Daarnaast hanteert de gemeente Venray een onderscheid in vijf sporen voor zonne-energieprojecten: Spoor 1: Daken van panden — zonnepanelen op bedrijven, woningen, gemeentelijk vastgoed. Spoor 2: Stroken langs infrastructuur, plassen, oude stortplaatsen e.d. — reststroken of terreinen die al benut zijn of infrastructuur gerelateerd zijn. Spoor 3: Bouwvlakgerelateerde zonneparken — gebruikmakend van (voormalige) bouwvlakken in het buitengebied, met aanvullende voorwaarden (zoals maximum oppervlak). Spoor 4: Oude ontginningen — gebieden met kleinschaliger structuur, waar zonneparken mogelijk zijn binnen vaste maximumschaal (bijv. maximaal 25 ha). Spoor 5: Jonge ontginningen — grootschalige zonneparken in buitengebied tussen o.a.

Vredepeel en Ysselsteyn, met gebiedsproces, ambitie van circa 100 ha en regierol van gemeente. Planspecifiek In het beleidsdocument zijn de volgende randvoorwaarden opgenomen voor Spoor 3 (Bouwvlakgerelateerde zonneparken):  het beleggen van in totaal maximaal 40 ha op (voormalige) bouwvlakken die verspreid over de gemeente zijn gelegen.  Voor agrarische bedrijven die volledig stoppen en waar het agrarisch bouwvlak is wegbestemd, gelden de volgende aanvullende voorwaarden: De oppervlakte van een zonnepark inclusief landschappelijke inpassing en alle bijbehorende voorzieningen is niet groter dan de grootte van het bouwvlak zoals opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010 of het bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010 herziening locaties, met een maximum van 6 ha.  Voor (bestaande) agrarische bedrijven die alleen stoppen met hun intensieve veehouderij en waar op de locatie een agrarisch bouwvlak blijft gelden de volgende aanvullende voorwaarden: zonnepanelen mogen alleen binnen het bouwvlak worden gebouwd, mits eerst de daken voor zonnepanelen maximaal benut worden voor zover de constructie dit toelaat. Buiten het bouwvlak zijn geen mogelijkheden. TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Timmermannsweg 54, Ysselsteyn

18

Voor stoppende of gestopte bedrijven: panelen mogen binnen het totale voormalige bouwvlak met een maximum (bruto)maat van 6 ha onder de voorwaarde dat de sloop van de leegstaande bebouwing is gerealiseerd. Er wordt voldaan aan de pijlers ‘Locatie’ en ‘Omgeving’. Aan de pijlers ‘Integraal’ en ‘Eigenaarschap’ hoeft niet te worden voldaan omdat het om ontwikkelingen binnen de perceelsgrenzen gaat.

Het initiatief voorziet in een zonnepark binnen het bouwvlak van een te saneren veehouderij. De ontwikkeling blijft binnen de maximale oppervlakte en gaat gepaard met een ruimtelijke kwaliteitswinst door de landschappelijke inpassing. Hiermee is het initiatief passend binnen Spoor 3 (Bouwvlakgerelateerde zonneparken). Ook sluit het plan aan bij de zonneladder, waarin het gebruik van erven en bestaande bouwvlakken prioriteit heeft boven open veldlocaties. De aanleg gaat gepaard met landschappelijke inpassing door behoud en toevoeging van groen, waarmee het zonnepark wordt ingepast in het erf en het omliggende landschap. Er is een omgevingsdialoog gevoerd, waarmee invulling is gegeven aan de eis van participatie. Het zonnepark kent een beperkte omvang en draagt niet bij aan extra verharding of belemmering van de waterhuishouding. Hiermee past het initiatief binnen de kaders van de gemeentelijke energiestrategie.

3.3.8 Omgevingsplan Huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden Het tijdelijk deel van het omgevingsplan bestaat uit de geldende bestemmingsplannen, de verordeningen tijdelijk deel omgevingsplan (archeologieverordening (artikel 38, Monumentenwet 1988)), geurverordening (artikel 6, Wet geurhinder en veehouderij), verordening afvoer regen- en grondwater (artikel 10.32a, Wet milieubeheer), hogere waarde besluiten (artikel 110a, Wet geluidhinder), vastgestelde veiligheidscontouren (artikel 14, Besluit externe veiligheid inrichtingen) en de bruidsschat. Hierna wordt per aspect de ontwikkeling getoetst op strijdigheden. Om te bepalen of het initiatief past binnen het omgevingsplan, wordt getoetst aan het voorheen geldende bestemmingsplan dat één op één is overgenomen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Op grond van het tijdelijk deel van het omgevingsplan heeft het plangebied de functie 'Agrarisch'. Daarnaast geldt de functieaanduiding 'intensieve veehouderij'. Verder zijn de volgende gebiedsaanduidingen van kracht: 'Gebiedsaanduiding – luchtvaartverkeerzone', 'Gebiedsaanduiding – agrarisch gemengd', 'Gebiedsaanduiding – reconstructiewetzone – verwevingsgebied' (ten westen van het plangebied) en 'Gebiedsaanduidingreconstructiewetzone – landbouwontwikkelingsgebied' (ten oosten van het plangebied). Navolgende afbeelding bevat de uitsnede van de verbeelding.

19

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Timmermannsweg 54, Ysselsteyn

Uitsnede verbeelding vigerende planologische situatie (bron: https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/)

Ter plaatse van het plangebied is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen, die de wijziging van agrarisch naar bedrijf mogelijk maakt. Deze wijzigingsbevoegdheid is met de komst van de Omgevingswet komen te vervallen. Omdat de wijzigingsbevoegdheid nog steeds een goed inzicht geeft in de oorspronkelijke beleidsintenties en randvoorwaarden, is hieronder toch aan deze bevoegdheid getoetst. 3.7.14 Wijziging Agrarisch naar Bedrijf (voorheen 3.7.11) Burgemeester en wethouders kunnen ter plaatse van de aanduidingen 'agrarisch bedrijf', 'intensieve veehouderij' en 'glastuinbouwbedrijf' het plan wijzigen en de bestemming 'Agrarisch' wijzigen in de bestemming 'Bedrijf' met de nadere aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – landbouwverwante bedrijven' of 'specifieke vorm van bedrijf – kleinschalige bedrijven' onder de voorwaarden dat: a. ter plaatse alle agrarische bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd; b. er sprake is van een landbouwverwant bedrijf of, indien gelegen binnen de gebiedsaanduiding 'overig agrarisch gemengd', een kleinschalig bedrijf; c. hergebruik enkel mogelijk is, indien sprake is van een bedrijfscomplex dat redelijkerwijs niet (meer) bruikbaar is (gebleken) voor een eigentijdse agrarische bedrijfsvoering; d. de maximale bebouwingsoppervlakte bedraagt 1.000 m2 voor landbouwverwante bedrijven en 500 m2 voor kleinschalige bedrijven.

De bestaande bebouwingsmassa mag niet worden uitgebreid; e. voor de wijziging naar 'specifieke vorm van bedrijf – landbouwverwante bedrijven' is de uitoefening van het bedrijf toegestaan met maximaal milieucategorie 3.1; f. er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; g. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein; h. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; i. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; j. de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat bestaande en nieuwe bebouwing wordt ingepast; k. de oppervlakte van het nieuwe bouwvlak bedraagt maximaal 1,5 hectare; l. er is een positief advies verkregen van de adviescommissie; TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Timmermannsweg 54, Ysselsteyn

20

m. aangetoond wordt dat niet in strijd wordt gehandeld met de doeleinden zoals die geformuleerd zijn ter plaatse van de aanduidingen 'Milieuzone - waterwingebied' en 'Milieuzone grondwaterbeschermingsgebied'; ad. a. Alle agrarische activiteiten worden beëindigd via de Lbv-plus regeling; b. Het nieuwe bedrijf is kleinschalig van aard; c. De voormalige stallen zijn redelijkerwijs niet meer geschikt voor een eigentijdse agrarische bedrijfsvoering, waardoor hergebruik niet meer reëel is; d. Het bedrijf gebruikt de bestaande bebouwing en breidt niet uit; e. De bedrijfsactiviteiten vallen volgens de VNG richtlijn ‘Bedrijven en Milieuzonering’ onder milieucategorie 2 (de vergelijking is gemaakt met ‘Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o. <1000m2’); f. De activiteiten vinden grotendeels op locatie bij klanten plaats, waardoor geen onevenredige verkeersaantrekkende werking ontstaat; g. Parkeren wordt volledig op eigen erf opgelost; h. De aanwezige waarden worden behouden en versterkt door middel van een landschappelijke inpassing; i. In hoofdstuk 4 is toegelicht dat sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; j. Er wordt een landschappelijk inpassingsplan uitgevoerd, waarmee de erfkwaliteit zichtbaar wordt verbeterd; k. De oppervlakte van het nieuwe bouwvlak blijft onder de grens van 1,5 hectare; l. Er is een positief advies verkregen van de adviescommissie; m.

Het plan leidt niet tot strijdigheden met regels voor waterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied. Strijdigheden initiatief in relatie tot omgevingsplan Met voorliggend initiatief wordt een 'Bedrijf' mogelijk gemaakt met de functieaanduiding 'Specifieke vorm van bedrijf – kleinschalig bedrijf'. Het initiatief is in strijd met regels voor gebruik en bouwen (activiteit gebruik en bouwen). 3.3.9 Venray Vergroent De gemeente Venray heeft een belangrijke rol om problemen als klimaatverandering, luchtkwaliteit, hevige buien en afnemende biodiversiteit het hoofd te bieden. Venray Vergroent is een programma waarin de gemeente samen met inwoners op een slagvaardige, integrale en ambitieuze wijze werkt aan deze opgaven. Venray Vergroent kent drie deelprojecten: 1. Energietransitie; 2. Klimaatadaptatie; 3. Circulaire economie. Energietransitie De gemeente Venray wil energie gaan besparen door de totale energievraag drastisch te verminderen. Desondanks zal er ook in de toekomst energie nodig zijn. Deze energie zal duurzaam worden opgewekt. Particulieren kunnen dit doen door gebruik te maken van zonne-energie en nieuwe woningen niet meer aan te sluiten op het gasnetwerk maar anderszins te verwarmen. Bijvoorbeeld via warmtepompinstallaties. Klimaatadaptatie Er zijn vier gemeentelijke speerpunten rondom dit onderwerp: wateroverlast, hitte, droogte en biodiversiteit.

Door overtollig hemelwater af te koppelen en op eigen terrein van particulieren te borgen wordt het riool ontlast. Huiseigenaren kunnen hun tuinen bewuster inrichten door stenen zoveel als mogelijk te verwijderen en extra groen aan te leggen. Groen biedt meer ruimte om hemelwater in de bodem te infiltreren en zorgt daarnaast voor een verkoelend effect tijdens warme dagen. Een variatie aan bomen en struiken (bloem/besdragend) komt daarnaast ten goede aan het herstellen van de biodiversiteit. Ook overstekken op de juiste plaats kunnen bijdragen bij aan minder zoninstraling in het gebouw bij hete zomers. Natuurinclusief bouwen

21

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Timmermannsweg 54, Ysselsteyn

Naast duurzaamheid en energie kan er aandacht worden besteed aan natuurinclusief bouwen. Hierbij kan gedacht worden aan ingebouwde nestkastjes of het realiseren van parkeergelegenheid met grasbeton tegels. Op platte daken kan gebruik gemaakt worden van groen-/sedumdaken. Dit is naast wateropvang goed als isolerende maatregel bij extreme temperaturen. Ook in combinatie met zonnepanelen is dit een goede optie, hierdoor hebben zonnepanelen een hoger rendement. Circulaire economie De gemeente formuleert meerdere speerpunten rondom het onderwerp 'circulaire economie': bewustwording, inkopen, samenwerking, verdienmodellen en meten is weten. Er zijn daarnaast verschillende niveaus waarop bijgedragen kan worden aan de circulaire economie. Deze niveaus zijn inzichtelijk gemaakt in de 'Venrayse circulaire ladder'. Het hoogste niveau verdient de voorkeur. Daar worden de meeste grondstoffen bespaard en is dit daarmee de meest efficiënte interventie. Er kan worden gekeken naar biobased bouwen en toepassing van circulaire (isolatie)materialen (zoals houtvezel, hennep etc. ). Het voordeel hiervan is dat deze materialen het leefklimaat bevorderen (natuurlijke materialen) en langdurig CO2 opslaan op deze wijze. Maar ook duurzame bouwmethoden kunnen gebruikt worden.

Venrayse circulaire ladder (bron: Uitvoeringsagenda Circulaire Economie Venray)

Planspecifiek In deze paragraaf alsmede paragraaf 5.5 is uiteengezet op welke wijze het thema duurzaamheid is geïntegreerd in voorliggend plan. Met de sloop van de stallen neemt het verhard oppervlak af en ontstaat er zo meer ruimte om overtollig regenwater te kunnen infiltreren in de bodem. Door het verdwijnen van de varkenshouderij neemt het energiegebruik aanzienlijk af. Daarnaast wordt duurzame energieopwekking geborgd door zonnepanelen op het dak van de vrijstaande berging/opslag en zonnepanelen in een grondopstelling, waarbij onder en rondom de panelen van de grondopstelling ruimte blijft voor kruidenrijk grasland en landschappelijke inpassing. Energieproductie en kwaliteitsverbetering van het erf gaan daarmee hand in hand. Het nieuwe bedrijfsgebouw wordt uitgevoerd volgens de eisen van duurzaamheid en energie (BENG/ENG). De zonnepanelen die nu op de daken van de te slopen stallen liggen worden in een grondopstelling terug geplaatst. Die zonnepanelen waren ruim voldoende om het stroomverbruik van het varkensbedrijf te compenseren. Het stroomverbruik van het kleinschalige bedrijf bedraagt maar een fractie van het stroomverbruik van het varkensbedrijf. Het overschot aan stroom wordt daarom terug geleverd aan het net. Om onbalans te voorkomen (om op een gunstig moment stroom terug te kunnen leveren of af te kunnen nemen) wordt een batterijsysteem geplaatst.

Het nieuwe kleinschalige bedrijf wordt landschappelijk ingepast. De toename van bomen en struiken zorgt voor een verkoelend effect en draagt bij aan het herstel van de biodiversiteit. Bij de sloop van de stallen wordt een zodanige sloopmethode gehanteerd dat (isolatie)materialen zoveel mogelijk als herbruikbare bouwmaterialen beschikbaar komen en hergebruikt kunnen worden bij de bouw van de nieuwe bedrijfsruimte of verkocht

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Timmermannsweg 54, Ysselsteyn

22

kunnen worden voor hergebruik bij bouwplannen elders. Door dit hergebruik blijft de hoeveelheid restafval zoveel mogelijk beperkt. Voorliggend initiatief sluit aan op 'Venray Vergroent'. 3.3.10 Toetsing van het ini�a�ef aan het gemeentelijk beleid De activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van de gemeente. De ontwikkeling is echter in strijd met de regels van het omgevingsplan. Daarom wordt het omgevingsplan gewijzigd waarvoor onderhavige onderbouwing is opgesteld.

23

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Timmermannsweg 54, Ysselsteyn

Hoofdstuk 4

Veilige en gezonde fysieke leefomgeving

In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de aspecten die samen bepalend zijn voor de vraag of met de voorgenomen ontwikkeling een veilige en gezonde fysieke leefomgeving ontstaat en behouden blijft voor nu en in de toekomst.

4.1

Weging van het waterbelang

Het wettelijk kader is gericht op het verkrijgen van inzicht in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Het wettelijk kader is afhankelijk van zowel gemeentelijk beleid als het beleid van het waterschap. Artikel 5.37 van het Bkl stelt dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Naast de specifieke regels als gesteld in paragraaf 5.1.3 Bkl over onderdelen van het watersysteem in het omgevingsplan, worden de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken voor een duiding van de gevolgen voor het beheer van het watersysteem.

De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de omgevingswaarden ten aanzien van water zijn als volgt onderverdeeld:  Rijk: omgevingswaarden voor (1) waterkwaliteit, (2) zwemwaterkwaliteit, (3) veiligheid van primaire waterkeringen en (4) de veiligheid van andere dan primaire waterkeringen, voor zover die in het beheer zijn bij het rijk (2.15 Ow);  Provincie: omgevingswaarden voor de veiligheid van (1) bij de omgevingsverordening aangewezen andere dan primaire waterkeringen die niet bij het rijk in beheer zijn en (2) de gemiddelde overstromingskans per jaar van bij de omgevingsverordening aangewezen gebieden met oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop (niet bij het rijk in beheer zijnde) regionale wateren moeten zijn berekend (2.13 Ow);  Gemeente: gemeenten kunnen ook zelf besluiten om omgevingswaarden vast te stellen. Indien hiervan sprake is dient ook aan deze omgevingswaarde getoetst te worden. Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen hoe andere bestuursorganen bij de besluitvorming worden betrokken bij de weging van het waterbelang. Zodoende is de eerdere, verplichte watertoets niet langer voorgeschreven en is de gemeente vrij om hier zelf invulling aan te geven. In elk geval worden de wateraspecten beschreven en wordt aangegeven welke waterhuishoudkundige maatregelen voor de ontwikkeling moeten worden getroffen.

Over het initiatief wordt advies gevraagd aan de betrokken waterbeheerder. Gemeentelijk rioleringsplan In het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2022-2025, vastgesteld op 14 december 2021, is het beleid voor het beheer van de gemeentelijke riolering voor de periode 2022 tot en met 2025 vastgelegd. Het plan wordt door de gemeente gebruikt om nu en in de toekomst aan de gemeentelijke zorgplichten te kunnen voldoen en als toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen. Voor de indeling van het GRP is rekening gehouden met de nieuwe Omgevingswet (Ow). Het veranderende klimaat en de verstedelijking brengen grote uitdagingen met zich mee. Regenbuien worden steeds extremer en komen vaker voor, met veel overlast en schade tot gevolg. Ook het vasthouden van het gewenste grondwaterpeil wordt moeilijker tijdens extreem lange droge of natte perioden. Omdat het aantal warme dagen toeneemt wordt hittestress ook een probleem, vooral in een gebouwde omgeving met weinig groen en veel verharding.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Timmermannsweg 54, Ysselsteyn

24

Het besef groeit dat wateroverlast niet langer is op te lossen door alleen maar het aanpassen van de riolering. Om extreme buien doelmatig te verwerken moet de gehele buitenruimte worden benut. Bijvoorbeeld via de aanleg van meer groene voorzieningen, bergingsbassins en oppervlaktewater. Maar ook via het vergroenen van daken en tuinen en het opwaarderen van bestaande sloten. Hemelwater dient zo lokaal mogelijk te worden verwerkt en kan worden benut voor het aantrekkelijk maken van de leefomgeving. In het GRP geeft de gemeente aan dat inwoners hemelwater zoveel mogelijk op eigen perceel dienen te infiltreren. Bij nieuwe ruimtelijke particuliere ontwikkelingen is het streven om hemelwater bij voorkeur bovengronds te infiltreren in de bodem. De gemeente hanteert daarbij de volgende voorwaarden: 1. de infiltratievoorziening dient minimaal een neerslaggebeurtenis van 60 mm te kunnen verwerken; 2. de infiltratievoorziening dient een leeglooptijd te hebben van 24 uur of minder*; 3. de aanwezigheid van een overloopvoorziening (indien mogelijk bovengronds) voor de afvoer van water bij hevige buien als de voorziening vol is, is zo ontworpen dat deze wateroverlast voorkomt. * De norm van 60 mm geldt alleen als er geen verbinding is tussen de infiltratievoorziening en oppervlaktewater. Als de infiltratievoorziening loost op oppervlaktewater gelden de normen van het Waterschap.

Deze stelt dat de infiltratievoorziening minimaal 100 mm groot moet zijn. Pas daarna mag een eventueel overschot worden geloosd op het oppervlaktewater. Het waterschap adviseert overigens om altijd, dus ook als er geen verbinding is tussen infiltratievoorziening en oppervlaktewater, 100 mm aan te houden. Planspecifiek Het plangebied ligt binnen het beheergebied van waterschap Limburg. Voor het waterschap Limburg is het niet mogelijk een digitale watertoets uit te voeren. Het waterschap zal daarom via het wettelijk vooroverleg op de hoogte worden gebracht van voorliggend initiatief. Watergangen De uiterst zuidelijke strook van het plangebied ligt binnen de beschermingszone van een watergang. Een beperkt deel van de bestaande (te slopen) gebouwen staat binnen deze beschermingszone. In de situatie na afronding van de sloop bevinden zich in de beschermingszone geen gebouwen en bouwwerken meer, ook het zonnepark en het nieuwe bedrijfsgebouw komen er buiten te liggen. Er vinden ook geen andere werkzaamheden plaats binnen deze zone die nadelig kunnen doorwerken op de watergang. Het belang van de watergang wordt niet onevenredig aangetast door het initiatief. Hemelwater/afvalwater Het initiatief zorgt voor een aanzienlijke afname van verhard oppervlak. Door de sloop van de stallen en de sanering van aangrenzende terreinverhardingen neemt het verhard oppervlak af met circa 7000 m2.

Het hemelwater dat neerslaat op de panelen van het nieuwe zonnepark vloeit af naar het maaiveld, waarna het water in de bodem wordt geïnfiltreerd. Het bergend vermogen in het plangebied neemt door het initiatief aanzienlijk toe. Het hemelwater afkomstig van de daken en verhardingen wordt geloosd op de watergang aan de zuidkant van het perceel. Hiervoor is een vergunning verleend door Waterschap Limburg. Deze vergunning ziet toe op een bergingscapaciteit van 300m³ in de watergang. Dit is voor de nieuwe situatie ruim voldoende om de minimaal vereiste 100 mm/m² te kunnen bergen. Er vind geen afvoer van hemelwater plaats naar het gemeentelijk riool. Het afvalwater wordt gescheiden van het hemelwater afgevoerd via het bestaande rioolnetwerk (drukriool). Hiervoor is voldoende capaciteit beschikbaar. De aansluiting op het drukriool is reeds aanwezig. Hiermee bestaat er voldoende inzicht in dit aspect dat wordt meegewogen in hoofdstuk 6.

25

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Timmermannsweg 54, Ysselsteyn

4.2

Ac�viteiten en milieuzonering

Bedrijven (die milieubelastende activiteiten uitvoeren/ ondernemen) kunnen niet zomaar naast een gevoelige functie, zoals een woning, gerealiseerd worden. Ook andersom moet er zorgvuldig gemotiveerd worden dat een nieuwe gevoelige functie nabij bestaande bedrijven gerealiseerd kan worden. Milieuzonering is het aanbrengen van een noodzakelijke ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies ter bescherming of vergroting van de leefkwaliteit. Ook zorgt dit ervoor dat (bestaande) bedrijven niet onevenredig in hun belangen worden geschaad. De publicatie “Bedrijven Milieuzonering” van de VNG is, zeker ook gezien jurisprudentie, een goed houvast hierbij. De in deze publicatie genoemde richtafstanden tussen gevoelige functies en milieubelastende activiteiten gelden voor gemiddelde situaties. Er kunnen omstandigheden zijn waarom er toch van een andere afstanden uitgegaan kan of moet worden. Op weg naar de inwerkingtreding van de Omgevingswet is door de VNG een nieuwe publicatie uitgegeven: Activiteiten en milieuzonering Omgevingswet 2023. Kern van deze publicatie is om de toelating van bedrijven te reguleren op basis van een beschikbaar gestelde milieuruimte per bedrijf, aan de hand van concrete milieunormen.

In de nieuwe systematiek wordt de toelating van activiteiten niet meer gekoppeld aan een bij de regels behorende Staat van bedrijfsactiviteiten met milieucategorieën. Dit maakt het ook niet mogelijk de ontwikkeling van nieuwe gevoeligere objecten te toetsen aan bestaande bedrijven. Om die reden wordt voor de beoordeling van de omliggende activiteiten/ functies nog aangesloten bij de richtafstanden uit de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'. Planspecifiek Voorliggend initiatief maakt geen nieuwe milieugevoelige objecten mogelijk. De bestaande bedrijfswoning blijft op de huidige locatie behouden. De afstand tussen de woning en bedrijven uit de omgeving verandert daarom niet. Gesteld kan worden dat de kwaliteit van het woon- en leefklimaat ter plaatse van de woning niet wijzigt. Aangezien de bedrijven uit de omgeving al rekening moeten houden met de bestaande bedrijfswoning, worden de bedrijven ook niet gehinderd in hun bedrijfsvoering als gevolg van voorliggend plan. Het initiatief zorgt voor een aanzienlijke milieuwinst op de omgeving. Naast het verdwijnen van het geureffect verdwijnen ook transportbewegingen van vrachtverkeer die van en naar de bedrijfslocatie reden.

Het toekomstige milieueffect van het kleinschalige bedrijf (timmer- en klusbedrijfje) is een bedrijf met een maximale milieucategorie 2, met een bijbehorende richtafstand van 30 m voor geluid (VNG richtlijn ‘Bedrijven en Milieuzonering’ – Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o. <1000m2). Bovendien worden de werkzaamheden voornamelijk bij klanten op locatie uitgevoerd. Ten opzichte van bestaande bedrijfsactiviteiten neemt het milieueffect vanuit het plangebied op de omgeving aanzienlijk af. Hiermee bestaat er voldoende inzicht in dit aspect dat wordt meegewogen in hoofdstuk 6.

4.3

Bodem

Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn er voor het aspect bodemkwaliteit instructieregels opgenomen in het Bkl. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door in onderlinge samenhang;  de bodem te beschermen tegen nieuwe verontreinigingen en aantastingen;  te zorgen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem;  de resterende historische verontreinigingen en aantastingen duurzaam en doelmatig te beheren. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Timmermannsweg 54, Ysselsteyn

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16975593/1