5.1.11 onderbouwing Bijlage 11 Quickscan Flora en Fauna (Kleindorp)
Tekst van het document
Flora- en fauna-inspectie Kleindorp 31-33 te Merselo
In opdracht van: Michels Advies b.v. 9 juli 2024 R. Rijnders BSc en ir. J.P.M. Hovens
Tegelseweg 3 5951 GK Belfeld Tel: 077-4642999 www.faunaconsult.nl
Flora- en fauna-inspectie Kleindorp 31-33 te Merselo Opdrachtgever: Opstellers/controle: Veldwerk:
Michels Advies b.v. R. Rijnders BSc / ir. J.P.M. Hovens R. Rijnders BSc
Faunaconsult B.V. werkt volgens de protocollen in de kennisdocumenten van BIJ12. Onze onderzoeken voldoen daarmee aan de landelijk geldende normen en opdrachtgevers hebben een basis om ons aan te spreken op de kwaliteit van de door ons aangeleverde producten. Onze ecologen voldoen aan de deskundigheidseisen zoals gesteld door RVO. We hechten groot belang aan maatschappelijk verantwoord ondernemen en we zijn PSO gecertificeerd.
Flora- en fauna-inspectie Kleindorp 31-33 te Merselo
1
Inhoud 1 2 3
Inleiding........................................................................................................................................... 3 Wet- en regelgeving ........................................................................................................................ 4 Werkwijze ....................................................................................................................................... 5 3.1 Beschrijving van de voorgenomen werkzaamheden ............................................................... 5 3.2 Werkwijze flora- en fauna-inspectie ....................................................................................... 5 4 Aanwezige beschermde planten en dieren....................................................................................... 6 4.1 Beschrijving plangebied .......................................................................................................... 6 4.2 Bevindingen............................................................................................................................. 6 5 Mogelijke effecten ........................................................................................................................... 9 6 Conclusies .....................................................................................................................................
10 Literatuur ............................................................................................................................................... 11
Flora- en fauna-inspectie Kleindorp 31-33 te Merselo
2
1
Inleiding
Michels Advies b.v. begeleidt de sloop van de pluimveestal met bijbehorende aanbouwen aan Kleindorp 31-33 en heeft ecologisch adviesbureau Faunaconsult B.V. opdracht gegeven op deze locatie een flora- en fauna-inspectie uit te voeren. De voorgenomen ontwikkeling heeft aanleiding gegeven voor deze inspectie. Hierin is nagegaan welke effecten de ingreep heeft op lokaal voorkomende beschermde flora en fauna. Het risico bestaat dat het plangebied deel uitmaakt van leefgebieden van diverse beschermde soorten. Dit document geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en mogelijke effecten als gevolg van het project. Het doel van dit document is om vast te stellen of de natuurwetgeving de geplande ontwikkeling in de weg staat. De ingreep kan een negatief effect hebben op beschermde natuurwaarden (plant- en diersoorten en bijbehorende leefgebieden). Dit document geeft aan of en welke vervolgstappen noodzakelijk zijn om te voldoen aan de minimale onderzoekinspanning vanuit de Omgevingswet. Daarnaast worden mitigerende (verzachtende) maatregelen aangegeven om significant negatieve effecten op voorhand te voorkomen en daarmee te voldoen aan de natuurwetgeving.
Flora- en fauna-inspectie Kleindorp 31-33 te Merselo
3
2
Wet- en regelgeving
In deze paragraaf wordt een korte toelichting gegeven op de juridische bescherming van de Nederlandse natuur. De Wet natuurbescherming (Wnb) verving drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet. De Natuurbeschermingswet 1998 zorgde voor de bescherming van (natuur)gebieden; de Flora- en faunawet regelde de bescherming van alle in het wild levende planten- en diersoorten; de Boswet regelde de kap van bomen buiten de bebouwde kom (als bedoeld in de Boswet). Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden en de Wet natuurbescherming is daarin geïntegreerd. Zo wordt in artikel 5.18 van de Omgevingswet gesteld dat er per algemene maatregel van bestuur (AmvB) regels worden gesteld over het verlenen of weigeren van een omgevingsvergunning voor o.a. bouwactiviteiten. In artikel 5.10 van de Omgevingswet is geregeld dat per AmvB voor bepaalde ‘flora- en fauna-activiteiten’ wordt bepaald dat Gedeputeerde Staten op de aanvraag voor een omgevingsvergunning mogen beslissen. ‘Flora- en fauna-activiteiten’ zijn de verboden die de Wet natuurbescherming (Wnb) stelde ten aanzien van Vogelrichtlijnsoorten (artikel 3.1 Wnb); Habitatrichtlijnsoorten (artikel 3.5 Wnb) en Overige beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb).
De Omgevingswet kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven: - Vogels alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn (artikel 11.37 t/m artikel 11.40 van het Besluit activiteiten leefomgeving; vanaf hier: Bal). Verder nemen de meeste provincies de onder de Wet natuurbescherming benoemde vogelsoorten waarvan het nest jaarrond werd beschermd over. Voor een aantal vogelsoorten geldt dat hun nesten jaarrond beschermd zijn, ook als de soort op het moment van de handeling geen gebruik maakt van het nest. Dit is het geval wanneer een vogelsoort jaarlijks terugkeert naar zijn nest en niet of nauwelijks in staat is om elders in zijn leefgebied een vervangend nest te vinden of te maken. - Internationaal beschermde soorten alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 11.46 t/m artikel 11.48 Bal); - Overige beschermde soorten in het wild levende soorten genoemd in bijlage IX, onder A en B bij artikel 11.54 (Bal). Onder A vallen een aantal in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers.
Onder B vallen een aantal vaatplanten. In A vallen onder meer de ‘algemene’ zoogdiersoorten die onder de Wnb bij ruimtelijke ingrepen waren vrijgesteld. Vrijwel al deze soorten zijn door alle provincies eveneens voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld. De beschermde status van soorten kan echter per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. De Provincie Limburg heeft deze vastgelegd in ‘Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg’ (Gedeputeerde Staten van Limburg, 2017) en Omgevingsverordening Limburg (Provinciale Staten van Limburg, 2023). De laatste is per 1 januari 2024 ingegaan. Dit houdt in dat de meeste soorten die onder de Omgevingswet als beschermde soort zijn aangewezen, ook in de Provincie Limburg worden beschermd.
Flora- en fauna-inspectie Kleindorp 31-33 te Merselo
4
3
Werkwijze
3.1
Beschrijving van de voorgenomen werkzaamheden
De pluimveestal met alle daarbij behorende aanbouwen wordt gesloopt. De bedrijfswoningen en de daarbij behorende aan/bijgebouwen blijven behouden. Een schets van de voorgestane situatie is (vooralsnog) niet voorhanden.
3.2
Werkwijze flora- en fauna-inspectie
Op 20 maart 2024 heeft Faunaconsult B.V. het onderzoeksgebied en de directe omgeving bezocht in het bijzijn van de initiatiefnemer en John Michels (Michels Advies b.v.). Daarbij werden de aanwezige biotopen beoordeeld op hun geschiktheid als habitat voor beschermde diersoorten en beschermde planten. Daartoe werd de stal in het plangebied van binnen en buiten volledig geïnspecteerd, met behulp vaneen zaklamp, RIDGID SeeSnake en ladder. Aan de hand van de Beschermde SoortenIndicator (BeSI) en relevante (verspreidings)literatuur en de waarnemingsoverzichten op www.ravon.nl/tijdschrift, www.verspreidingsatlas.nl, www.floron.nl, www.sovon.nl en www.zoogdiervereniging.nl is vervolgens ingeschat welke beschermde soorten mogelijk in het plangebied voorkomen.
Flora- en fauna-inspectie Kleindorp 31-33 te Merselo
5
4
Aanwezige beschermde planten en dieren
4.1
Beschrijving plangebied
Het plangebied (zie figuur 4.1 en de foto’s op het voorblad) bevindt zich ten noorden van het dorp Merselo, in het buitengebied. Aan de west- en oostzijde van het plangebied bevinden zich akkers/weides. Aan de zuidzijde bevinden zich enkele woningen en ondernemingen en aan de noordzijde bevindt zich een bosgebied, evenals een houthandel. Het plangebied zelf bestaat uit een te slopen pluimveestal en een te verwijderen haag. De overige vegetatie en de bedrijfswoningen blijven behouden en vallen daarmee buiten het feitelijke werkgebied.
Figuur 4.1. Ligging van het plangebied (rood omlijnd) met de te slopen pluimveestal (geel omlijnd) en de te verwijderen vegetatie (blauwe lijn). Bron: KadastraleKaart.
4.2
Bevindingen
Vogels en zoogdieren Volgens BeSI dient er rekening te worden gehouden met de volgende vogel- en zoogdiersoorten in/rond het plangebied: buizerd, grote bonte specht, koolmees, boerenzwaluw, huismus, kauw, spreeuw, steenuil, boombewonende vleermuizen, gebouwbewonende vleermuizen, das, bunzing, konijn, ree, vos, egel, eekhoorn, rosse woelmuis en steenmarter. De te slopen pluimveestal bevat spouwmuren die vanaf zo’n 70 cm zijn bekleed met metalen damwandplaten en een metalen damwandplaten dak met aan de onderzijde dakbeschot. Onder het damwandplaten dak bevindt zich geen vogelschroot (zie figuur 4.2.1) maar voor vogels wordt het gedurende het broedseizoen te warm onder de metalen damwandplaten. Andere openingen of holtes waarin vogels kunnen broeden zijn afwezig. Vleermuizen hebben geen grip op de gladde damwandplaten (zie figuur 4.2.2) en bovendien wordt het onder de damwandplaten ook voor
Flora- en fauna-inspectie Kleindorp 31-33 te Merselo
6
vleermuizen te warm in de zomer (en te koud in de winter). Daarnaast bevindt zich onder de damwandplaten gevels een ongedierte-werend gaas (zie figuur 4.2.3). Binnen in de stal (zie figuur 4.2.4) zijn nergens vogelnesten, braakballen, veren, eierschalen, of uitwerpselen van de steenmarter of vleermuizen aanwezig. Vleermuisverblijven en huismussen- en steenuilennesten zijn in dit gebouw zeker afwezig.
Figuur 4.2.1. Vleermuizen hebben nergens grip op de damwandplaten.
Figuur 4.2.2. Onder de damwandplaten gevels bevindt zich een ongedierte-werend gaas.
De opgaande vegetatie en bomen rondom de pluimveestal bevatten geen (roof)vogelnesten, eekhoornnesten of holtes. Door de afwezigheid van holtes is het voorkomen van verblijven van boombewonende vleermuissoorten en uilennesten in en rond het plangebied ook uitgesloten. Het is wel mogelijk dat gedurende het broedseizoen algemene vogelsoorten als de merel of houtduif in de te verwijderen heg of in de bomen rond de pluimveestal gaan broeden. De bosrand aan de noordzijde van de pluimveestal fungeert mogelijk als vaste vliegroute/foerageergebied voor vleermuizen. Omdat foerageergebieden en vaste vliegroutes van vleermuizen onder de Omgevingswet als een vaste rust- en verblijfplaats worden gezien, is een aantal vleermuissoorten in tabel 4.4 opgenomen Dassenburchten, dassenlatrines, -wissels en snuitputjes van dassen zijn in en rond het plangebied afwezig en vossen, konijnen en reeën zijn niet te verwachten in het plangebied. Voor kleine marterachtigen als de wezel biedt het plangebied onvoldoende dekking. Wegens het gebrek aan water zijn de hermelijn en bunzing niet in het plangebied te verwachten. Het is wel mogelijk dat algemene zoogdiersoorten als de huisspitsmuis in het plangebied voorkomen.
Flora- en fauna-inspectie Kleindorp 31-33 te Merselo
7
Amfibieën en andere diersoorten Volgens BeSI komen de volgende beschermde amfibieën en reptielen in/rond het plangebied voor: kamsalamander, alpenwatersalamander, kleine watersalamander, poelkikker, bruine kikker, gewone pad en levendbarende hagedis. In het plangebied bevinden zich geen wateren. Voortplantingswateren en leefgebied voor amfibieën en vissen zijn dan ook afwezig in het plangebied. In het bos op zo’n 230 meter ten noordwesten van het plangebied bevindt zich wel een waterpoel. Het plangebied is echter grotendeels verhard met enkele stukken grasveld en in de directe omgeving bevinden zich akkers en weides. Het aanwezige biotoop is daardoor niet geschikt voor streng beschermde amfibieënsoorten. Dergelijke soorten zijn dan ook niet te verwachten in het plangebied. Het is wel mogelijk dat algemene amfibieënsoorten als de gewone pad delen van het plangebied als landhabitat gebruiken. Reptielen en andere soorten, die beschermd zijn onder de Omgevingswet, zijn wegens het aanwezige biotoop eveneens niet te verwachten in het plangebied. Planten In het plangebied zijn alleen algemene, niet-beschermde planten waargenomen als thuja (zie figuur 4.2.3), winterpostelein, paardenbloem, paarse dovennetel, vogelmuur en duizendblad. Ook volgens BeSI komen er geen beschermde plantensoorten in/rond het plangebied voor.
Figuur 4.2.3. De te verwijderen thuja haag.
Tabel 4.4 geeft de beschermde soorten weer die (mogelijk) een vaste voortplantings- of rustplaats in het plangebied hebben. Tabel 4.2. Beschermde soorten die mogelijk een vaste rust- of voortplantingsplaats in het plangebied hebben. Het beschermingsregime van de soorten in de Omgevingswet is eveneens weergegeven.
Vogels Nederlandse naam en wetenschappelijke naam Algemene in opgaande vegetatie broedende vogelsoorten Huisspitsmuis (Crocidura russula) Veldmuis (Microtus arvalis) Gewone pad (Bufo bufo) Bruine kikker (Rana temporaria)
Internationaal beschermde soorten
Andere beschermde soorten
X X X X X
Flora- en fauna-inspectie Kleindorp 31-33 te Merselo
8
5
Mogelijke effecten
- Indien de thujahaag tijdens het broedseizoen wordt verwijderd, leidt dit mogelijk tot verstoring of doding van broedende vogels, hun jongen of eieren. - Bij de werkzaamheden kunnen voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van algemene beschermde zoogdieren en amfibieën worden aangetast. Individuen kunnen hierbij worden verwond of gedood. In de volgende tabel zijn de mogelijke overtredingen van de verbodsbepalingen van de Bal weergegeven. In het volgende hoofdstuk wordt uitgelegd hoe deze overtredingen kunnen worden voorkomen. Tabel 5.1. Mogelijke overtredingen van algemene verbodsbepalingen van de Bal. De letters in de tabel corresponderen met die van de verboden in onderstaande tekst.
Soort
Beschermingsregime Omgevingswet Algemene in opgaande vegetatie Vogels broedende vogelsoorten Algemeen voorkomende Andere beschermde soorten grondgebonden zoogdieren en amfibieën
Art. 11.37 Art. 11.46 Art. 11.54 lid 1 lid 1 lid 1 a,b,d a,b
Artikel 11.37, lid 1 (vergunningplichtige / schadelijke handelingen Vogelrichtlijnsoorten) a. het opzettelijk doden of opzettelijk vangen van van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn; b. het opzettelijk vernielen of opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld onder a, of het opzettelijk wegnemen van nesten van die vogels; c. het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels als bedoeld onder a; of d. het opzettelijk storen van vogels als bedoeld onder a. Artikel 11.46, lid 1 (vergunningplichtige / schadelijke handelingen Habitatrichtlijnsoorten) a. het in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk doden of opzettelijk vangen van in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onder a, bij de habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn; b. het opzettelijk verstoren van dieren als bedoeld onder a; c. het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren van dieren als bedoeld onder a; d. het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld onder a; en e.
het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onder b, bij de habitatrichtlijn of bijlage I bij het verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Artikel 11.54, lid 1 (vergunningplichtige / schadelijke handelingen andere soorten) a. het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder A; b. het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren als bedoeld onder a; en c. het opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van vaatplanten van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder B. De onder (a) en (b) genoemde verboden zijn niet van toepassing op de bos-, huisspits- en veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende ervan of roerende zaken bevinden (artikel 11.54, lid 2 Bal).
Flora- en fauna-inspectie Kleindorp 31-33 te Merselo
9
6
Conclusies
Algemene in opgaande vegetatie broedende vogels In de thujahaag in het plangebied komen mogelijk beschermde vogelnesten voor tijdens het broedseizoen. Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd of als strenger beschermd wordt beschouwd. Hiervoor zijn maatregelen die negatieve effecten voorkomen wel verplicht. Verstoring van broedvogels kan worden voorkomen door de werkzaamheden buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) uit te voeren. Door naleving van deze maatregel worden ten aanzien van vogels geen overtredingen op de Omgevingswet begaan. Omdat vogels sporadisch ook buiten de periode 15 maart – 15 juli broeden, kan het verwijderen van opgaande vegetatie toch leiden tot overtreding van de Omgevingswet. Indien blijkt dat er broedende vogels aanwezig zijn, dan mogen deze niet worden verstoord. Ook mogen in gebruik zijnde nesten niet worden vernield. Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Omgevingswet zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde andere beschermde soorten), waarvoor in Limburg een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud.
Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een omgevingsvergunning voor flora- en fauna-activiteiten voor is verkregen (deze soorten zijn opgenomen in Bijlage X van de Omgevingsverordening Limburg; Provinciale Staten van Limburg, 2023). Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 11.27 Bal); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst.
Flora- en fauna-inspectie Kleindorp 31-33 te Merselo 10
Literatuur • • •
Gedeputeerde Staten van Limburg. 2017. Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg. Provinciaal blad nr. 5634. Ministerie van Economische zaken. 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3. Provinciale Staten van Limburg. 2023. Omgevingsverordening Limburg. Provinciaal blad 2023, 14198.
Flora- en fauna-inspectie Kleindorp 31-33 te Merselo 11