30 4J Nader bodemonderzoek asbest
Tekst van het document
Ref.: 1297516_certificaat_v1
Tabel 11 van 13 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: 1297516 : 21319602A-Ysselstein Pottevenweg 12 : HMB B.V.
Monstercode Uw referentie Opgegeven bemonsteringsdatum
: 7019973 : N8-1 N8 (0-55) : 13/01/2022
Asbestonderzoek Initialen analist Datum geanalyseerd
: A.S. : 18-01-2022
Analyse is uitgevoerd conform NEN 5898 (S). Massa aangeleverde monster : Droge massa aangeleverde monster : Percentage droogrest : Type zeving :
zeeffractie (mm) <0,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm >20 mm Totaal
zeeffractie (mm)
15110 14355 95,0 nat
g g m/m %
massa percentage massa percentage aantal massa asbestzeeffractie zeeffractie onderzocht onderzocht asbest houdend materiaal (gram) (m/m %) (gram) (m/m %) (deeltjes) (mg) 13879,7 98,3 13,2 0,10 n.v.t. n.v.t. 126,6 0,9 20,3 16,03 0 0,0 58,0 0,4 24,5 42,24 0 0,0 31,2 0,2 31,2 100,00 0 0,0 16,0 0,1 16,0 100,00 0 0,0 5,5 0,0 5,5 100,00 0 0,0 0,0 0,0 0,0 100,00 0 0,0 14117,0 100,0 110,8 0 0,0 asbest totaal ondergrens bovengrens
gehalte asbest (mg/kg ds)
<0,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm >20 mm Totaal
(mg/kg ds)
(mg/kg ds)
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,3 0,4 0,0 0,0 0,0 0,0 0,6
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 <0,4
Aangetroffen type asbest Bijzonderheden waargenomen
gehalte asbest (mg/kg ds)
serpentijn asbest ondergrens bovengrens
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 <0,4
(mg/kg ds)
(mg/kg ds)
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,1 0,2 0,0 0,0 0,0 0,0 0,3
gehalte asbest (mg/kg ds)
amfibool asbest ondergrens bovengrens (mg/kg ds)
(mg/kg ds)
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,1 0,2 0,0 0,0 0,0 0,0 0,3
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
: Geen : Geen
Serpentijn asbest is chrysotiel. Amfibool asbest is amosiet, crocidoliet, actinoliet, anthophylliet en tremoliet. De bepalingsgrens is bepaald voor de zeeffracties kleiner dan 4 mm. De totale bepalingsgrens is verkregen door de bepalingsgrenzen van de afzonderlijke zeeffracties te sommeren. Het materiaal is middels polarisatiemicroscopie onderzocht, de analyse is uitgevoerd conform NEN 5896. gebondenheid hecht niet hecht totaal afgerond
serpentijn asbest 0,0 0,0 0,0
amfibool asbest 0,0 0,0 0,0
totaal afgerond 0,0 0,0
Gewogen concentratie (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie) is: <0,4 mg/kg ds De gewogen asbestconcentratie wordt berekend uit de niet-afgeronde gehalten aan serpentijn en amfibool asbest. De weergegeven resultaten zijn afgerond. Verklaring kwalitatief onderzoek zeeffractie <0,5 mm: - : geen asbest waargenomen Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (L086) en op basis van het schema AS 3000 erkend. Opdrachtverificatiecode: BHFJ-MMVI-WCPO-ITMS
Ref.: 1297516_certificaat_v1
Tabel 12 van 13 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: 1297516 : 21319602A-Ysselstein Pottevenweg 12 : HMB B.V.
Monstercode Uw referentie Opgegeven bemonsteringsdatum
: 7019974 : N9-1 N9 (0-45) : 13/01/2022
Asbestonderzoek Initialen analist Datum geanalyseerd
: L.M.B. : 18-01-2022
Analyse is uitgevoerd conform NEN 5898 (S). Massa aangeleverde monster : Droge massa aangeleverde monster : Percentage droogrest : Type zeving :
zeeffractie (mm) <0,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm >20 mm Totaal
zeeffractie (mm)
14350 13948 97,2 nat
g g m/m %
massa percentage massa percentage aantal massa asbestzeeffractie zeeffractie onderzocht onderzocht asbest houdend materiaal (gram) (m/m %) (gram) (m/m %) (deeltjes) (mg) 12842,4 94,0 13,0 0,10 n.v.t. n.v.t. 173,9 1,3 26,7 15,35 0 0,0 83,0 0,6 27,0 32,53 0 0,0 112,0 0,8 112,0 100,00 0 0,0 213,0 1,6 213,0 100,00 0 0,0 242,0 1,8 242,0 100,00 0 0,0 0,0 0,0 0,0 100,00 0 0,0 13666,3 100,0 633,7 0 0,0 asbest totaal ondergrens bovengrens
gehalte asbest (mg/kg ds)
<0,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm >20 mm Totaal
(mg/kg ds)
(mg/kg ds)
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,3 0,6 0,0 0,0 0,0 0,0 0,9
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 <0,5
Aangetroffen type asbest Bijzonderheden waargenomen
gehalte asbest (mg/kg ds)
serpentijn asbest ondergrens bovengrens
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 <0,5
(mg/kg ds)
(mg/kg ds)
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,2 0,3 0,0 0,0 0,0 0,0 0,4
gehalte asbest (mg/kg ds)
amfibool asbest ondergrens bovengrens (mg/kg ds)
(mg/kg ds)
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,2 0,3 0,0 0,0 0,0 0,0 0,4
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
: Geen : Geen
Serpentijn asbest is chrysotiel. Amfibool asbest is amosiet, crocidoliet, actinoliet, anthophylliet en tremoliet. De bepalingsgrens is bepaald voor de zeeffracties kleiner dan 4 mm. De totale bepalingsgrens is verkregen door de bepalingsgrenzen van de afzonderlijke zeeffracties te sommeren. Het materiaal is middels polarisatiemicroscopie onderzocht, de analyse is uitgevoerd conform NEN 5896. gebondenheid hecht niet hecht totaal afgerond
serpentijn asbest 0,0 0,0 0,0
amfibool asbest 0,0 0,0 0,0
totaal afgerond 0,0 0,0
Gewogen concentratie (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie) is: <0,5 mg/kg ds De gewogen asbestconcentratie wordt berekend uit de niet-afgeronde gehalten aan serpentijn en amfibool asbest. De weergegeven resultaten zijn afgerond. Verklaring kwalitatief onderzoek zeeffractie <0,5 mm: - : geen asbest waargenomen Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (L086) en op basis van het schema AS 3000 erkend. Opdrachtverificatiecode: BHFJ-MMVI-WCPO-ITMS
Ref.: 1297516_certificaat_v1
Tabel 13 van 13 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: 1297516 : 21319602A-Ysselstein Pottevenweg 12 : HMB B.V.
Opmerkingen m.b.t. analyses Opmerking(en) algemeen De volgende informatie is indien van toepassing verstrekt door de opdrachtgever: Project omschrijving, Monsterreferentie(s), Opgegeven bemonsteringsdatum, Matrix, Monsterdiepte, Potnr (Barcode), Veldgegevens, Veldwaarnemingen en Bemonsteringsdata. De opgegeven bemonsteringsdatum kan van invloed zijn op de geldigheid van de resultaten. Asbest Individuele monsters van dit project zijn als asbest verdacht gekwalificeerd. De analysedeelmonsters zijn met beschermende maatregelen in het laboratorium in behandeling genomen. Opmerking bij project:
- Eurofins Omegam heeft het asbestonderzoek in dit/deze monster(s) uitgevoerd volgens de NEN 5898, en zoals beschreven in een aparte bijlage als onderdeel van dit analysecertificaat. Voor de analyseresultaten van het asbestonderzoek geldt dat Eurofins Omegam de analyse heeft uitgevoerd in de monsters die de opdrachtgever, zoals deze staan vermeld in de koptekst van dit analysecertificaat, zelf heeft genomen of laten nemen en aan Eurofins Omegam heeft aangeboden. Eurofins Omegam draagt geen verantwoordelijkheid inzake de herkomst en representativiteit alsmede de veiligheid tijdens de monsterneming.
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: BHFJ-MMVI-WCPO-ITMS
Ref.: 1297516_certificaat_v1
Bijlage 1 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: 1297516 : 21319602A-Ysselstein Pottevenweg 12 : HMB B.V.
Barcodeschema's Monstercode Uw referentie
uw monsterref.
uw diepte
uw barcode
7019965
N1-1 N1 (0-58)
N1
0-0.58
1707326MG
7019966
N2-1 N2 (0-55)
N2
0-0.55
1707280MG
7019967
N2-2 N2 (55-100)
N2
0.55-1
1707279MG
7019968
N3-1 N3 (0-53)
N3
0-0.53
1707327MG
7019969
n4-1 n4 (0-55)
n4
0-0.55
1707321MG
7019970
N5-1 N5 (0-60)
N5
0-0.6
1706983MG
7019971
N6-1 N6 (0-38)
N6
0-0.38
1707323MG
7019972
N7-1 N7 (0-60)
N7
0-0.6
1707324MG
7019973
N8-1 N8 (0-55)
N8
0-0.55
1707322MG
7019974
N9-1 N9 (0-45)
N9
0-0.45
1707325MG
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: BHFJ-MMVI-WCPO-ITMS
Ref.: 1297516_certificaat_v1
Bijlage 2 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: 1297516 : 21319602A-Ysselstein Pottevenweg 12 : HMB B.V.
Analysemethoden in Grond (AS3000) AS3000 In dit analysecertificaat zijn de met 'S' gemerkte analyses uitgevoerd volgens de analysemethoden beschreven in het "Accreditatieschema Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek (AS SIKB 3000)". Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd volgens de onderstaande analysemethoden. Deze analyses zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat met bijbehorende verrichtingenlijst L086 van Eurofins Omegam BV. Asbestonderzoek
: Conform AS3070 prestatieblad 1 en NEN 5898
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: BHFJ-MMVI-WCPO-ITMS
Ref.: 1297516_certificaat_v1
Bijlage | 4 Berekening asbestgehalten
Projectcode: 21319602A Locatie: Ysselsteyn, Pottevenweg 10a en 12
Berekening gehalte sleuf
Sleuf
N1
Lengte (meter)
2,55
Breedte (meter)
0,3
Traject onderzochte laag (meter)
0
-
0,58
Code asbest in grond monster
N1-1
Massa gedroogde analysemonster grond in kg
13,20
Massa veldvochtige analysemonster grond in kg
13,59
Gewichts% fijne fractie (<20 mm)
93
Gewichts% grove fractie (>20 mm)
7
Volumieke massa fijne fractie in kg/dm³
1,8
Volumieke massa grove fractie in kg/dm³
2,0
Volumieke massa totale fractie in kg/dm³
1,8
Schatting inspectie-efficientie in %
100
Toetsingsresultaat visuele inspectie Asbestsoort 1
Sleuf
N2
Code materiaalverzamelmonster
Gewicht (gram)
1,9
Aantal
Gewicht (gram)
Aantal
Gewicht (gram)
Aantal
Gewicht (gram)
Aantal
Gewicht (gram)
Aantal
AVM-N1 1
Percentage asbest (%) Asbestsoort
Hechtgebonden
chrysotiel
amosiet
crocidoliet
anthophyliet
tremoliet
actinoliet
10 - 15
0
0
0
0
0
goed/slecht
0
0
0
0
0
0
goed/slecht
0
0
0
0
0
0
goed/slecht
0
0
0
0
0
0
goed/slecht
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
1 goed
Asbestconcentratie in mg/kg d.s.
Resultaat inspectie/voorbehandeling Sleuf N1
asbestconcentratie (mg/kg d.s.) chrysotiel
amfibool
95% betrouwbaarheidsinterval
niet-hecht
totaal
ondergrens
bovengrens
Niet gewogen grove fractie
0,3
0
0
0,3
0,2
0,4
Niet gewogen fijne fractie
0,9
0
0
0,9
0,7
1,1
Niet gewogen asbestvezels
0
0
0
0
Gecor. fijne fractie + vezels
0,8
0
0
0,8
0,7
1,0
Gewogen gecor. fijn + vezels
0,8
0
0
0,8
Totaal resultaat Sleuf
Niet gewogen asbestconcentratie (mg/kg d.s.) chrysotiel amfibool niet-hecht totaal
N1 *
1,1
0
1 x chrysotielconcentratie + 10 x amfiboolconcentratie Berekend gewogen gehalte asbest in mg/kg d.s. Sleuf N1 1,1
<I
<G = kleiner dan grenswaarde voor nader asbest in grondonderzoek >G = groter dan grenswaarde voor nader asbest in grondonderzoek <I = kleiner dan interventiewaarde >I = groter dan interventiewaarde
0
toetsing interventiewaarde omrekening resultaat toetsing concentratie* 1,1
1,1
<I
Projectcode: 21319602A Locatie: Ysselsteyn, Pottevenweg 10a en 12
Berekening gehalte sleuf
Sleuf
N2
Lengte (meter)
2,55
Breedte (meter)
0,3
Traject onderzochte laag (meter)
0
-
0,55
Code asbest in grond monster
N2-1
Massa gedroogde analysemonster grond in kg
13,57
Massa veldvochtige analysemonster grond in kg
14,14
Gewichts% fijne fractie (<20 mm)
96
Gewichts% grove fractie (>20 mm)
4
Volumieke massa fijne fractie in kg/dm³
1,8
Volumieke massa grove fractie in kg/dm³
2,0
Volumieke massa totale fractie in kg/dm³
1,8
Schatting inspectie-efficientie in %
100
Toetsingsresultaat visuele inspectie Asbestsoort 1
Sleuf
N2
Gewicht (gram)
Code materiaalverzamelmonster
167,4
AVM-N2
Aantal
Gewicht (gram)
Aantal
Gewicht (gram)
Aantal
Gewicht (gram)
Aantal
Gewicht (gram)
Aantal
11
Percentage asbest (%) Asbestsoort
Hechtgebonden
chrysotiel
amosiet
crocidoliet
anthophyliet
tremoliet
actinoliet
10 - 15
0
0
0
0
0
goed/slecht
0
0
0
0
0
0
goed/slecht
0
0
0
0
0
0
goed/slecht
0
0
0
0
0
0
goed/slecht
0
0
0
0
0
0
29
0
0
0
0
0
1 goed
Asbestconcentratie in mg/kg d.s.
Resultaat inspectie/voorbehandeling Sleuf N2
asbestconcentratie (mg/kg d.s.) chrysotiel
amfibool
95% betrouwbaarheidsinterval
niet-hecht
totaal
ondergrens
bovengrens
Niet gewogen grove fractie
29
0
0
29
23
34
Niet gewogen fijne fractie
0
0
0
0
0
0
Niet gewogen asbestvezels
0
0
0
0
Gecor. fijne fractie + vezels
0
0
0
0
0
0
Gewogen gecor. fijn + vezels
0
0
0
0
Totaal resultaat Sleuf
Niet gewogen asbestconcentratie (mg/kg d.s.) chrysotiel amfibool niet-hecht totaal
N2 *
29
0
1 x chrysotielconcentratie + 10 x amfiboolconcentratie Berekend gewogen gehalte asbest in mg/kg d.s. Sleuf N2 29
<I
<G = kleiner dan grenswaarde voor nader asbest in grondonderzoek >G = groter dan grenswaarde voor nader asbest in grondonderzoek <I = kleiner dan interventiewaarde >I = groter dan interventiewaarde
0
toetsing interventiewaarde omrekening resultaat toetsing concentratie* 29
29
<I
Bijlage | 5 Algemene achtergrondinformatie 1 Verklarende woordenlijst1 achtergrondwaarden voor grond en baggerspecie bij regeling vastgestelde gehalten aan chemische stoffen voor een goede bodemkwaliteit, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingbronnen. Deze waarden zijn (door gemeenten) vastgesteld in het project ‘achtergrondwaarden 2000 (AW 2000)’. De achtergrondwaarden vervangen met ingang van 1 oktober 2008 de streefwaarden voor grond. asbestverdacht materiaal materiaal waarvan op basis van voorkennis en/of een beoordeling met het blote oog wordt verwacht een zodanige hoeveelheid asbest te bevatten dat de vigerende norm mogelijk wordt overschreden. Laboratoriumonderzoek zal moeten uitwijzen of het materiaal daadwerkelijk asbest bevat. bodem vast deel van de aarde met de zich daarin bevindende vloeibare en gasvormige bestanddelen en organismen. deellocatie voor het onderzoek afgekaderd gedeelte van de totale onderzoekslocatie, waarop een afzonderlijke onderzoekshypothese en onderzoeksstrategie van toepassing zijn. diffuse bodembelasting in relatie tot de onderzoeksschaal, gelijkmatige belasting van de bodem over een groter gebied. Bij een diffuse bodembelasting is over het algemeen geen duidelijke verontreinigingskern aanwezig.
grond vast materiaal en bestaande uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 mm en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature wordt aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 mm tot 63 mm, met uitzondering van baggerspecie Indien er sprake is van een bijmenging van meer dan 50 gewichtsprocent bodemvreemd materiaal is er geen sprake meer van grond maar van een bouwstof, verhardingsmateriaal of een verhardingslaag. grootschalige onverdachte locatie onverdachte locatie groter dan 1,0 ha, die altijd eenzelfde, extensief gebruik heeft gehad. Dit betreft bijvoorbeeld een natuurgebied of een landbouwgebied met één gebruiksvorm en weinig tot geen bebouwing. heterogeen verdeelde verontreinigende stof verontreinigende stof die wordt gekenmerkt door matig tot veel variatie op de schaal van monsterneming. homogeen verdeelde verontreinigende stof verontreinigende stof die wordt gekenmerkt door geen of weinig variatie op de schaal van monsterneming. hypothese veronderstelling over de aard en verdeling van (een) verontreinigende stof(fen) bodemonderzoeksgebied die wordt gebruikt voor het bepalen van de onderzoeksstrategie.
in
het
interventiewaarde waarde waarmee voor verontreinigende stoffen in grond en grondwater het concentratieniveau wordt aangegeven waarboven sprake is van ernstige vermindering of dreigende vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier.
1
Bron: NEN 5740
lijnvormig element langwerpige strook landbodem met een lengte die minimaal 100 maal groter is dan de maximale breedte. mengmonster monster verkregen door het in het laboratorium mengen van in het veld verkregen afzonderlijke grondmonsters. nader onderzoek onderzoek in het kader van de saneringsparagraaf Wet bodembescherming, volgend op een verkennend of oriënterend bodemonderzoek, waarbij het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging is ontstaan. Het doel van het nader onderzoek is het vaststellen van de aard en concentratie van de verontreinigende stoffen en de omvang van de bodemverontreiniging om, in het licht van blootstellings- en verspreidingsrisico’s, te bepalen of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging en om de spoedeisendheid van sanering vast te stellen. ondergrond bodemlaag die zich bevindt onder de actuele contactzone en die normaal niet wordt beroerd door bewerkingen, zoals ploegen, omspitten en harken. Voor de actuele contactzone/de bovengrond wordt in het kader van deze norm een standaarddikte van 50 cm gehanteerd. Derhalve bevindt de ondergrond zich op een diepte vanaf 50 cm van het maaiveld. onderzoekslocatie grondgebied dat wordt onderzocht op de aanwezigheid van verontreinigende stoffen. Per locatie kunnen meer onderzoekshypotheses en daarop gebaseerde onderzoeksstrategieën van toepassing zijn.
Een locatie kan in die situatie worden opgesplitst in deellocaties waarbij per deellocatie één eenduidige onderzoekshypothese en daarop gebaseerde onderzoeksstrategie van toepassing is. Verschillende deellocaties kunnen elkaar overlappen. onderzoeksstrategie opzet van het verkennend bodemonderzoek waarin het aantal te nemen monsters, de plaatsen op de locatie waar deze behoren te worden genomen en de stoffen die in deze monsters behoren te worden bepaald, is vastgelegd. onverdachte locatie locatie waarvan uit het vooronderzoek geen concrete aanwijzingen zijn voortgekomen dat de bodem van die locatie of een deel daarvan is verontreinigd met één of meer stoffen. NEN 5740 algemeen toegepaste Nederlandse norm voor verkennende bodemonderzoeken op verdachte en nietverdachte locaties. nulsituatie-onderzoek met dit onderzoek wordt een referentiekader vastgelegd voor eventueel toekomstige bodemverontreinigingen ter plaatse van zogenaamde ‘potentieel bodembedreigende activiteiten’. Dergelijk onderzoek kan in het kader van de Wet Milieubeheer opgelegd worden. Verontreinigingen die optreden na het nulsituatie-onderzoek moeten terstond worden opgeruimd. Het bevoegd gezag is veelal de gemeente. potentieel verontreinigende activiteiten activiteiten die kunnen leiden tot bodembelasting, met als mogelijk gevolg bodemverontreiniging.
somparameter parameter die wordt berekend als de som van de concentraties van een aantal gespecificeerde stoffen. Een voorbeeld is de som van een aantal polycyclische aromatische koolwaterstoffen (‘som-PAK’s’). streefwaarden grondwater aanduiding van het ijkpunt voor de milieukwaliteit voor de lange termijn, uitgaande van verwaarloosbare risico’s voor het ecosysteem waarbij voor metalen onderscheid wordt gemaakt tussen diep en ondiep grondwater. tussenwaarde Voor grond: het rekenkundig gemiddelde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde van een verontreinigende stof. Voor grondwater: het rekenkundig gemiddelde van de streefwaarde en de interventiewaarde van een verontreinigende stof. De tussenwaarde is de concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek wordt uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat.
verdachte locatie locatie waarvoor op grond van het vooronderzoek concrete aanwijzingen bestaan dat die locatie, of een deel ervan is verontreinigd met een of meer stoffen. verkennend (bodem)onderzoek bodemonderzoek dat ten doel heeft met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op een bepaalde locatie bodemverontreiniging aanwezig is. verontreinigingskern (vermoedelijke) centrum van het (als gevolg van een plaatselijke bodembelasting) verontreinigde deel van de bodem. vooronderzoek het op basis van de NEN 5725 verzamelen en interpreteren van informatie over het voormalige, huidige en (eventueel) het toekomstige gebruik, bodemopbouw en geohydrologie en financieel-juridische aspecten in een bepaald geografisch gebied. Op basis van de verzamelde gegevens wordt een totaalbeeld gevormd en worden conclusies getrokken over de afbakening van de locatie voor het bodemonderzoek, de eventuele onderverdeling van de onderzoekslocatie in deellocaties en de te hanteren onderzoekshypothese per deellocatie. vooronderzoeksgebied het gebied waarop het vooronderzoek betrekking heeft. 2 Onderzoeksmethodiek In deze bijlage wordt omschreven welke technieken door HMB B.V. worden toegepast ter bemonstering van grond en grondwater.
De bemonstering, conservering en verpakking worden uitgevoerd volgens de Nederlandse Normen (NEN) en de Nederlandse Praktijk Richtlijnen van het Ministerie van VROM (NPR). Tevens wordt, behoudens enkele uitzonderingen, gewerkt conform de Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek (BRL- SIKB-2000) en de bijbehorende protocollen. Boringen tot aan de grondwaterspiegel Voor het uitvoeren van de handboringen worden diverse typen boren gebruikt. Het meest wordt gebruik gemaakt van de Edelmanboor. In vrijwel alle bodemtypen worden Edelmanboren met een diameter van 3, 5, 7 en 10 cm toegepast. De boren van 5 en 7 cm worden vooral ten behoeve van het nemen van grondmonsters gebruikt. Afhankelijk van de grondslag kunnen ook andere boren worden ingezet, zoals de grindboor, riverside- en gutsboor. Boringen onder de grondwaterspiegel Bij het boren tot circa 2 meter onder de grondwaterspiegel wordt een zuigerboor toegepast. In geval van boringen tot grotere diepten wordt een gesloten mantelbuis gebruikt van waaruit de grond met een pulsboor of met een Edelmanboor omhoog gehaald wordt. In sterk cohesieve bodemlagen (leem, klei) kan de grond onder de mantelbuis met een Edelmanboor worden weg geboord. De pulsboor is inzetbaar in matig tot goed doorlatende gronden (bijv. zandgrond).
Om technische redenen wordt soms leidingwater toegevoegd. De hoeveelheid toegevoegd water wordt uiteraard tot een minimum beperkt. In de praktijk kan met de pulsapparatuur handmatig tot een diepte van circa 30 m-mv geboord worden. Het plaatsen van waarnemingsfilters/peilbuizen Voor het nemen van grondwatermonsters worden PVC-waarnemingsfilters/peilbuizen in het boorgat geplaatst met een diameter van 3,4 cm. De peilbuis bestaat uit een geperforeerd deel (het filter) en een blind bovenstuk tot aan het maaiveld. Het filter is met een niet-gelijmde mofverbinding aan het bovenstuk verbonden. Om het geperforeerde deel bevindt zich aan de buitenzijde een gewassen nylon filterkous. Tot 0,5 m boven het filter wordt een omstorting met gecertificeerd filtergrind aangebracht. De bovenkant van het filter ter bemonstering van het freatisch grondwater, wordt 0,5 meter beneden grondwaterniveau geplaatst. Om eventueel aanwezige slecht doorlatende bodemlagen (bijvoorbeeld klei, leem, veen) te herstellen en om verontreiniging van het grondwater van bovenaf te vermijden, wordt het boorgat op de betreffende diepte afgedicht met zwelklei (bentoniet). Bij de constatering van een olie-drijflaag wordt gebruik gemaakt van een mantelbuis met een diameter van circa 10 cm. Deze mantelbuis (verloren casing) blijft in het boorgat achter en dient om contaminatie van de peilbuis met olie te voorkomen.
Indien bepaling van de dikte van de drijflaag gewenst is wordt een tweede filter ter hoogte van de grondwaterspiegel geplaatst.
Het nemen van grondmonsters Van de bij de boringen vrijkomende grond worden in beginsel van specifieke bodemlagen of verontreinigingen representatieve monsters samengesteld. Bij het ontbreken van onderscheidende lagen wordt iedere laag van 50 cm dikte apart bemonsterd. In het veld worden glazen monsterpotten geheel gevuld met het monstermateriaal. De monsterpotten worden opgeslagen in een koele ruimte (ca. 5 oC) en circa 1 maand bewaard voor eventuele aanvullende analyses. Bij de uitvoering van het veldwerk wordt gebruik gemaakt van een olie-indicatie test, de zogenaamde “olie op waterproef”. Bij deze proef wordt een grondmonster in het water gedompeld. Een met olie verontreinigd grondmonster in het water geeft een zichtbare oliefilm op dit water. De omvang van de oliefilm en de gevormde kleuringen geven een indicatie betreffende van de aard en mate van de aanwezige olieverontreinigingen. Het nemen van grondwatermonsters Voordat de watermonsters worden genomen, worden de waarnemingsfilters doorgepompt. Bij het doorpompen wordt gebruik gemaakt van een slangenpomp of een centrifugaalpomp. De monstername gebeurt met een slangenpomp. Bij de bemonstering wordt bij ieder waarnemingsfilter een nieuwe polyetheen slang gebruikt om het overbrengen van verontreinigingen naar andere monsterpunten te voorkomen.
De flessen worden direct na bemonstering gekoeld (5 oC) en op de dag van monstername vervoerd naar het laboratorium. 3 Analysemethoden Analyse van grond-, slib- en grondwatermonsters op verschillende elementen en verbindingen wordt in principe uitgevoerd volgens de Nederlandse Normen (NEN) en de Nederlandse Praktijk Richtlijnen (NPR) of daarvan afgeleide methoden in een RvA-geaccrediteerde laboratorium. Tevens vindt een voorbehandeling van de analysemonsters plaats conform de SIKB Accreditatie Schema 3000 (AS3000). De specificatie van de analysemethoden is bij HMB B.V. bekend. Meer dan 98% van alle analysemethoden valt onder de RvA accreditatie van het laboratorium. Tevens participeert het laboratorium in nationale en internationale ringonderzoeken. Elk element of verbinding kan tot een bepaalde grens worden aangetoond. Deze aantoonbaarheidsgrens (of detectiegrens) wordt gedefinieerd als de laagste concentratie van een component in een monster waarvan de aanwezigheid (kwalitatief) met de desbetreffende verrichting nog betrouwbaarheid kan worden vastgesteld. 4 Betrouwbaarheid Bodemonderzoeken worden op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het gehele proces van offerte tot en met rapportage is geborgd in een door KIWA gecertificeerd ISO 9001 (2000) systeem. HMB B.V.
streeft bij elk bodem- en/of grondwateronderzoek naar een optimale representativiteit. Echter, een dergelijk onderzoek is gebaseerd op het verrichten van een beperkt aantal boringen en het nemen van een beperkt aantal monsters. Hierdoor blijft het mogelijk, dat plaatselijke afwijkingen in de samenstelling van grond en/of grondwater aanwezig zijn, welke tijdens het onderzoek niet naar voren zijn gekomen. HMB B.V. is niet aansprakelijk voor hieruit voortvloeiende schade of gevolgen van welke aard ook. Hierbij wordt er tevens op gewezen, dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. Beïnvloeding van grond- en grondwaterkwaliteit zal ook plaats kunnen vinden na uitvoering van dit onderzoek, bijvoorbeeld door bouwrijp maken of aanvoer van grond van elders. Naarmate een langere tijd is verlopen na uitvoering van het onderzoek, dient men meer voorzichtigheid te betrachten en voorbehoud te maken bij het gebruik van de onderzoeksresultaten.
Kadastrale kaart
Uw referentie: Pottevenweg 12
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 2000
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Venray M 938
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 16 november 2021 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
BETREFT
Venray M 938 UW REFERENTIE
Pottevenweg 12 GELEVERD OP
PRODUCTIEORDERNUMMER
16-11-2021 - 16:01
S11112201546
VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M
VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M
16-11-2021 - 10:08
16-11-2021 - 10:08
BLAD
1 van 1
Eigendomsinformatie ALGEMEEN Kadastrale aanduiding Venray M 938 Kadastrale objectidentificatie : 037900093870000
Locatie Pottevenweg 12
5813 BJ Ysselsteyn Locatiegegevens zijn ontleend aan de Basisregistratie Adressen en Gebouwen Verblijfsobject ID: 0984010000316898
Kadastrale grootte 29.535 m² Grens en grootte Vastgesteld Coördinaten 191378 - 388920 Omschrijving Bedrijvigheid (agrarisch)
Terrein (akkerbouw) Koopsom € 2.450.000
Koopjaar 2018
Met meer onroerend goed verkregen
Ontstaan uit Venray M 706
AANTEKENINGEN Publiekrechtelijke beperking Er zijn geen beperkingen bekend in de Basisregistratie Kadaster. Basisregistratie Kadaster
RECHTEN 1 Eigendom (recht van) Afkomstig uit stuk Hyp4 73409/90
Ingeschreven op 19-06-2018 om 09:00
Naam gerechtigde HAZENBERG BEHEER B.V. Adres Servennenstraat 11
5066 PS MOERGESTEL Statutaire zetel LOON OP ZAND KvK-nummer 18083517 (Bron: Handelsregister) Voor de meest actuele naam, zetel en adres, raadpleeg het Handelsregister
Voor een eensluidend uittreksel, de bewaarder van het kadaster en de openbare registers. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt ten aanzien van de kadastrale gegevens zich het recht voor als bedoeld in artikel 2 lid 1 juncto artikel 6 lid 3 van de Databankenwet. Heeft u nog vragen? Neem contact op met de klantenservice.
BETREFT
Venray M 937 UW REFERENTIE
Pottevenweg 12 GELEVERD OP
PRODUCTIEORDERNUMMER
16-11-2021 - 16:00
S11112201465
VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M
VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M
16-11-2021 - 10:08
16-11-2021 - 10:08
BLAD
1 van 1
Eigendomsinformatie ALGEMEEN Kadastrale aanduiding Venray M 937 Kadastrale objectidentificatie : 037900093770000
Kadastrale grootte 3.930 m² Grens en grootte Vastgesteld Coördinaten 191306 - 388981 Omschrijving Bedrijvigheid (agrarisch)
Terrein (akkerbouw) Koopsom € 2.450.000
Koopjaar 2018
Met meer onroerend goed verkregen
Ontstaan uit Venray M 793
AANTEKENINGEN Publiekrechtelijke beperking Er zijn geen beperkingen bekend in de Basisregistratie Kadaster. Basisregistratie Kadaster
RECHTEN 1 Eigendom (recht van) Afkomstig uit stuk Hyp4 73409/90
Ingeschreven op 19-06-2018 om 09:00
Naam gerechtigde HAZENBERG BEHEER B.V. Adres Servennenstraat 11
5066 PS MOERGESTEL Statutaire zetel LOON OP ZAND KvK-nummer 18083517 (Bron: Handelsregister) Voor de meest actuele naam, zetel en adres, raadpleeg het Handelsregister
Voor een eensluidend uittreksel, de bewaarder van het kadaster en de openbare registers. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt ten aanzien van de kadastrale gegevens zich het recht voor als bedoeld in artikel 2 lid 1 juncto artikel 6 lid 3 van de Databankenwet. Heeft u nog vragen? Neem contact op met de klantenservice.
BETREFT
Venray M 936 UW REFERENTIE
Pottevenweg 12 GELEVERD OP
PRODUCTIEORDERNUMMER
16-11-2021 - 16:01
S11112201607
VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M
VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M
16-11-2021 - 10:08
16-11-2021 - 10:08
BLAD
1 van 1
Eigendomsinformatie ALGEMEEN Kadastrale aanduiding Venray M 936 Kadastrale objectidentificatie : 037900093670000
Kadastrale grootte 20.870 m² Grens en grootte Vastgesteld Coördinaten 191282 - 388883 Omschrijving Terrein (grasland) Ontstaan uit Venray M 706
Venray M 793
AANTEKENINGEN Publiekrechtelijke beperking Er zijn geen beperkingen bekend in de Basisregistratie Kadaster. Basisregistratie Kadaster
RECHTEN 1 Eigendom (recht van) Afkomstig uit stukken Hyp4 65321/76
Hyp4 6441/46 Roermond
Ingeschreven op 09-12-2014 om 09:00 Ingeschreven op 12-12-1988
Naam gerechtigde De heer Tjeerd Maria Petrus Gerardus Jenniskens Adres Heidse Peelweg 46
5813 AJ YSSELSTEYN LB Geboren 01-12-1974
te VENRAY
Persoonsgegevens zijn ontleend aan de Basisregistratie Personen
Burgerlijke staat Gehuwd (ten tijde van verkrijging) Betrokken persoon Mevrouw Linda Gerarda Antonia Billekens (ten tijde van verkrijging) Persoonsgegevens zijn ontleend aan de Basisregistratie Personen
Voor een eensluidend uittreksel, de bewaarder van het kadaster en de openbare registers. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt ten aanzien van de kadastrale gegevens zich het recht voor als bedoeld in artikel 2 lid 1 juncto artikel 6 lid 3 van de Databankenwet. Heeft u nog vragen? Neem contact op met de klantenservice.
Bijlage | 6 Toetsingskader Op de volgende pagina zijn in een tabel de toelaatbare gehalten (maximale normwaarden) van verschillende stoffen in de grond schematisch weergegeven. De normwaarden zijn overgenomen uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, d.d. 13 december 2007) zoals gepubliceerd in de Staatscourant 20 december 2007 en de Circulaire bodemsanering 2013 zoals gewijzigd op 1 juli 2013 afkomstig van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM). Het aangeven van normen wordt bemoeilijkt door het feit, dat de natuurlijke gehalten van verschillende stoffen in de grond en het grondwater nogal sterk variëren en afhankelijk zijn van plaatselijke omstandigheden (onder andere van de bodemsamenstelling). Bovendien hangt het eventuele risico, dat een bodemverontreiniging met zich meebrengt voor de volksgezondheid en/of milieu, niet alleen af van de aard en concentratie van de verontreinigde stoffen, maar ook van de lokale verontreinigingssituatie en de functie c.q. het gebruik van de bodem (woonbebouwing, waterwinning, industrieterrein). Het inschatten van de risico’s voor de volksgezondheid en voor de aantasting van het milieu moet gebaseerd zijn op een integrale beoordeling van de bovengenoemde aspecten. In de navolgende tabel zijn normwaarden opgenomen welke zijn overgenomen uit de genoemde Regeling bodemkwaliteit.
In de tabel staat een toetsingskader voor een aantal verontreinigende stoffen vermeld, waarbij men onderscheid maakt in twee toetsingswaarden, namelijk achtergrondwaarden en interventiewaarden. ▪ De streef-/achtergrondwaarde geldt als referentiewaarde en komt overeen met de gemiddelde achtergrondconcentratie of met de detectiegrens (bij milieuvreemde stoffen); ▪ de interventiewaarde is te beschouwen als de toetsingswaarde, waarboven, afhankelijk van de situatie, veelal een sanering (-sonderzoek) wordt uitgevoerd, nadat een eventueel (nader) onderzoek is afgerond. Nader onderzoek kan worden geadviseerd, wanneer het rekenkundig gemiddelde van de achtergronden interventiewaarde ((achtergrond- + interventiewaarde)/2) wordt overschreden.
Tabel 1
Normwaarden voor microverontreinigingen in de vaste bodem en het grondwater
Stof1
Grond/sediment (mg/kg droge stof)
Grondwater (µg/l)
AW
Ondiep (<10 m-mv)
IW
SB
L en H gecorrigeerdd
SB
L en H gecorrigeerdd
SW2
Arseen (As)
20
Barium (Ba)
1903
10,3 + 0,28(L+H)
76
39,3 + 1,05(L+H)
10
60
36,8 + 6,13L
9203
178,1 + 29,68L
50
625
Cadmium (Cd)
0,6
Kobalt (Co)
15
0,31+0,005(L+3H)
13
6,62 + 0,116(L+3H)
0,4
6
3,3 + 0,467L
190
42,2 + 5,91L
20
100
IW
Metalen
Koper (Cu)
40
16,7 + 0,67(L+H)
190
79,2 + 3,17(L+H)
15
75
Kwik (Hg)
0,15
0,1 + 0,0008(2L+H)
36
23,84 + 0,203(2L+H)
0,05
0,3
Nikkel (Ni)
35
10 + L
100
28,6 + 2,86L
15
75
Molybdeen (Mo)
1,54
1,5
190
190
5
300
Lood (Pb)
50
29,4 + 0,59(L+H)
530
311,8 + 6,24(L+H)
15
75
Zink (Zn)
140
50 + 1,5(2L+H)
720
257 + 7,7(2L+H)
65
800
Minerale olie (GC)5 6
190
19H
5.000
500H
50
600
PCB (som 7)
0,02
0,002H
1
0,1H
0,014
0,01
PAK (10 VROM)7 8
1,5
0,15H9
40
4H9
-
-
Benzeen
0,24
0,02H
1,1
0,11H
0,2
30
Ethylbenzeen
0,24
0,02H
110
11H
4
150
Vluchtige aromaten
Tolueen
0,24
0,02H
32
3,2H
7
1.000
Xylenen
0,454
0,045H
17
1,7H
0,2
70
Styreen (vinylbenzeen)
0,25
4
0,025H
86
8,6H
6
300
Fenol
0,25
0,025H
14
1,4H
0,2
2.000
Cresolen (som)
0,34
0,03H
13
1,3H
0,2
200
Dodecylbenzeen
0,354
0,035H
-
-
-
-
Aromatische oplosmiddelen (som) 10
2,54
0,25H
-
-
-
-
-
-
-
-
0,01
70
Vinylchloride11
0,14
0,01H
0,1
0,01H
0,01
5
Dichloormethaan
0,1
0,01H
3,9
0,39H
0,01
1.000
Trichloormethaan
0,254
0,025H
5,6
0,56H
6
400
Tetrachloormethaan (Tetra)
0,34
0,03H
0,7
0,07H
0,01
10
Trichlooretheen (Tri)
0,254
0,025H
2,5
0,25H
24
500
Tetrachlooretheen (Per)
0,15
0,015H
8,8
0,88H
0,01
40
1,1-Dichloorethaan
0,24
0,02H
15
1,5H
7
900
1,2-Dichloorethaan
0,24
0,02H
6,4
0,64H
7
400
1,1,1-Trichloorethaan
0,254
0,025H
15
1,5H
0,01
300
1,1,2-Trichloorethaan
0,34
0,03H
10
1,0H
0,01
130
0,14
0,01H
0,1
0,01H
0,01
5
4
0,03H
0,3
0,03H
0,01
10
1,2-Dichloorethenen (som)
0,34
0,03H
1
0,1H
0,01
20
Dichloorpropanen (som, factor 0,7)
0,84
0,08H
2
0,2H
0,8
80
Naftaleen Gechloreerde koolwaterstoffen
cis 1,2-Dichlooretheen trans 1,2-Dichlooretheen CKW (som) Tribroommethaan
630
Monochlooretheen (Vinylchloride) 1,1-Dichlooretheen
11
0,3
SB AW IW
= = = =
2
=
3
=
4
= =
1
5
6
=
7
=
8
=
9
=
10
=
11
=
standaardbodem (L = lutumgehalte (25%), H = humusgehalte (10%)) achtergrondwaardenormen interventiewaarden voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling. De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden de streefwaarden grondwater voor een aantal stoffen zijn lager dan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Dit betekent dat deze Streefwaarden strenger zijn dan het niveau waarop betrouwbaar (routinematig) kan worden gemeten. De laboratoria moeten minimaal voldoen aan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Het hanteren van een strengere rapportagegrens mag ook, mits de gehanteerde analysemethode voldoet aan AS3000. Bij het beoordelen van het meetresultaat ‘< rapportagegrens AS3000’ mag de beoordelaar ervan uitgaan dat de kwaliteit van het grondwater voldoet aan de Streefwaarde. Indien het laboratorium een waarde ‘< dan een verhoogde rapportagegrens’ aangeeft (hoger dan de rapportagegrens AS3000), dan dient de betreffende verhoogde rapportagegrens te worden vermenigvuldigd met 0,7. De zo verkregen waarde wordt getoetst aan de Streefwaarde grondwater.
Een dergelijke verhoogde rapportagegrens kan optreden bij de analyse van een zeer sterk verontreinigd monster of een monster met afwijkende samenstelling toetsing aan de normen voor barium in grond is sinds, april 2009, alleen noodzakelijk bij situaties waar sprake is van een menselijk handelen veroorzaakte bariumverontreiniging. In alle andere gevallen kan toetsing, tot de voorgenomen herziene regelgeving, achterwege blijven getalswaarde beneden de detectielimiet/bepalingsondergrens of meetmethode ontbreekt minerale olie heeft betrekking op de som van de (al dan niet) vertakte alkanen. Indien er enigerlei vorm van verontreiniging met minerale olie wordt aangetoond in grond/baggerspecie, dan dient naast het gehalte aan minerale olie ook het gehalte aan aromatische en/of polycyclische aromatische koolwaterstoffen bepaald te worden voor het toepassen van baggerspecie in grootschalige toepassingen geldt voor minerale olie een maximale waarde van 2.000 mg/kg d.s. voor grondwater zijn effecten van PAK, chloorbenzenen en chloorfenolen indirect, als fractie van de individuele, optelbaar (dat wil zeggen 0,5 x interventiewaarde stof A heeft evenveel effect als 0,5 x interventiewaarde stof B). Dit betekent dat een somformule gebruikt moet worden om te beoordelen of van overschrijding van de interventiewaarde sprake is.
Er is sprake van overschrijding van de interventiewaarde voor de som van een groep stoffen indien Σ (Ci/li) >1, waarbij Ci = gemeten concentratie van een stof uit een betreffende groep en Ii = interventiewaarde voor de betreffende stof uit de betreffende groep De interventiewaarde voor grond voor deze stoffen is gelijk of kleiner dan de bepalingsgrens (intralaboratorium reproduceerbaarheid). Indien de stof wordt aangetoond moeten de risico’s nader worden onderzocht. Bij het aantreffen van vinylchloride of 1,1-dichlooretheen in grond moet tevens het grondwater worden onderzocht voor interventiewaarde PAK wordt geen bodemtypecorrectie voor bodems met een organisch stofgehalte tot 10% en bodems met een organisch stofgehalte boven de 30% toegepast. Voor bodems met een organisch stofgehalte tot 10% wordt een interventiewaarde van 40 mg/kg d.s. en voor bodems met een organisch stofgehalte vanaf 30% een interventiewaarde van 120 mg/kg d.s. gehanteerd. Tussen de 10% en 30% organisch stofgehalte kan gebruik gemaakt worden van de volgende bodemtypecorrectie formule: (IW)b = 40 x (% organische stof / 10)((IW)b = interventiewaarde voor de te beoordelen bodem) De achtergrondwaarde van deze somparameter gaat uit van de aanwezigheid van meerdere van de 15 componenten, die tot deze somparameter worden gerekend (zie bijlage N).
De hoogte van de achtergrondwaarde is gebaseerd op de soms van de bepalingsgrenzen vermenigvuldigd met 0,7. Sommige componenten zijn tevens individueel genormeerd. Binnen de somparameter mag de achtergrondwaarde van de individueel genormeerde componenten niet worden overschreden. Voor de componenten, die niet individueel zijn genormeerd, geldt per component een maximaal gehalte van 0,45 mg/kg d.s. De interventiewaarde voor grond voor deze stoffen is gelijk of kleiner dan de bepalingsgrens (intralaboratorium reproduceerbaarheid). Indien de stof wordt aangetoond, moeten de risico’s nader worden onderzocht. Bij het aantreffen van vinylchloride of 1,1-dichlooretheen in grond, moet tevens het grondwater worden onderzocht
Aanvullende opmerkingen a. Interventiewaarden voor niet genoemde stoffen Voor de beoordeling van niet met name genoemde stoffen verdient het aanbeveling een vergelijking te maken met in de tabel vermelde chemisch en toxicologisch verwante stoffen. Voor een aantal niet genoemde stoffen zijn indicatieve niveaus voor ernstige bodemverontreiniging vastgesteld. Tevens kan door tussenkomst van de provincie een verzoek worden gericht aan de regionale inspectie milieuhygiëne om het RIVM in te schakelen voor de afleiding van ad-hoc interventiewaarden. b.
Omvang verontreiniging De interventiewaarden gelden als gemiddelde voor een volume van 25 m3 grond/sediment en 100 m3 grondwater. Indien het bij puntbronnen van verontreiniging waarschijnlijk is dat bij het uitblijven van maatregelen op korte termijn (ten hoogste enkele maanden) bodemverontreiniging op genoemde schaal kan optreden, is eveneens sprake van ernstige verontreiniging. Van ernstige bodemverontreiniging kan ook worden gesproken indien de verontreiniging zich zodanig autonoom verspreidt in andere milieucompartimenten of -objecten dat schadelijke effecten voor volksgezondheid of het milieu kunnen optreden zonder dat zich overschrijding van de interventiewaarden voordoet.
c.
Criterium voor nader onderzoek In de protocollen voor oriënterend en nader onderzoek komt het criterium 0,5 * (interventiewaarde + streefwaarde) voor om aan te geven dat nader onderzoek noodzakelijk is.
d.
Differentiatie naar grondsoort De streef- en interventiewaarden voor zware metalen (incl. arseen) in grond/sediment zijn afhankelijk van het lutumgehalte en/of het organische stofgehalte. Bij meetproblemen met lage gehalten organische stof (H) of lutum (L) kan van percentages van 2% H en L uitgegaan worden. De streef- en interventiewaarden voor organische verbindingen in grond/sediment zijn gerelateerd aan het organische stofgehalte. Voor bodems met H > 30% respectievelijk < 2 worden gehalten van respectievelijk 30% en 2% aangehouden. N.B. voor berekening van de streef- en interventiewaarden voor PAK (10 VROM) geldt dat in afwijking op het vooraanstaande voor bodems met H > 30% en H < 10% gerekend wordt met organische stofgehalten van respectievelijk 30% en 10%.
Bijlage | 7 Uittreksel kadastrale kaart, eigendomsinformatie en situatietekening
Pottevenweg
19 D3
18
D2
20
D1
12
N9
T4
21 1
3 6
N2
8 N1
7
LEGENDA
10
17
23
Ruimtelijke eenheid (RE) Asbestproefsleuf 2,0 x 0,3 m (nader)
T3
N4
4
9
Gat (verkennend)
N5
N3
Boring tot 0,5 m-mv (verkenned) Boring tot 2,0 m-mv (verkennend)
15
Peilbuis (verkennend) 10
12
25
N7
22 N6
Onderzoekslocatie Bebouwing (buitenmuur)
14
Perceelsgrens (Kadaster) Ondergrondse tank
16
T1
11 T2
Huisnummer
N8
Bovengrondse tank
2
13 Projectnaam: Ysselsteyn Pottevenweg 12 Type: Nader asbestonderzoek
5
Omschrijving: Situatietekening proefsleuven Projectnr: Bestandsnaam: 21319602A.2 tek01 21319602A.2 Formaat: Datum: Getekend: A3 GL 20-01-2022 Schaal: 5m 0m 1:500
HMB B.V. Bezoekadres: Telefoon: E-mail: Internet: Aan de maten kunnen geen rechten worden ontleend.
Voltaweg 8 5993 SE Maasbree 077 - 465 28 08 info@hmbgroep.nl www.hmbgroep.nl
Tekeningnr: 1
25m
Versie: Definitief