3. Eindrapport zienswijzen en ambtshalve wijzigingen
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Nieuw Medisch Centrum Venray (NL.IMRO.0984.TAM24005-on01) Eindrapport adviezen en zienswijzen
Hoofdstuk 22c Nieuw Medisch Centrum Venray (NL.IMRO.0984.TAM24005-on01) Eindrapport adviezen en zienswijzen
Gemeente Venray Postbus 500 5800 AM Venray
Samengesteld door Teams Ruimtelijke Ontwikkeling
1
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Nieuw Medisch Centrum Venray (NL.IMRO.0984.TAM24005-on01) Eindrapport adviezen en zienswijzen
2
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Nieuw Medisch Centrum Venray (NL.IMRO.0984.TAM24005-on01) Eindrapport adviezen en zienswijzen
Inhoud 1
Inleiding
5
2
Zienswijzen
6
Zienswijze 1
6
Zienswijze 2
14
Zienswijze 3
16
Zienswijze 4
17
3.
Vervolgprocedure
18
Bijlage A Overzicht indieners zienswijzen
3
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Nieuw Medisch Centrum Venray (NL.IMRO.0984.TAM24005-on01) Eindrapport adviezen en zienswijzen
4
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Nieuw Medisch Centrum Venray (NL.IMRO.0984.TAM24005-on01) Eindrapport adviezen en zienswijzen
1
Inleiding
Deze nota bevat de gemeentelijke reactie op de binnengekomen zienswijzen naar aanleiding van de terinzagelegging van het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Nieuw Medisch Centrum Venray (NL.IMRO.0984.TAM24005-on01) Het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Nieuw Medisch Centrum Venray (NL.IMRO.0984.TAM24005-on01) heeft ter visie gelegen van 11 april 2025 tot en met 22 mei 2025. Tijdens de inzage termijn heeft eenieder het recht gehad een schriftelijke of mondelinge zienswijze in te dienen bij de gemeenteraad. In deze nota wordt ingegaan op de ingediende zienswijzen op het ontwerpplan. Er zijn in totaal vier schriftelijke zienswijzen binnengekomen tegen het ontwerpplan. Deze zienswijzen zijn binnen de daartoe gestelde termijn verzonden naar de gemeente en dus ontvankelijk. In hoofdstuk 2 volgt de inhoudelijke behandeling van deze zienswijze. De reacties worden samengevat weergegeven en van een gemeentelijk standpunt voorzien. Daarbij is aangegeven of en in hoeverre de reactie tot aanpassing van het vast te stellen bestemmingsplan leidt. In hoofdstuk 3 volgt een toelichting over de vervolgprocedure. Bijlage A bevat de persoonsgegevens van de natuurlijke personen en de rechtspersonen van de indieners van de zienswijzen (hierna: reclamanten) en de inhoudelijke reacties.
Deze bijlage A is vanwege de vermelde persoonsgegevens van de natuurlijke personen vertrouwelijk en zal niet ter inzage worden gelegd.
5
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Nieuw Medisch Centrum Venray (NL.IMRO.0984.TAM24005-on01) Eindrapport adviezen en zienswijzen
2
Zienswijzen
Tegen het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Nieuw Medisch Centrum Venray dat ter inzage heeft gelegen van 11 april 2025 tot en met 22 mei 2025 zijn vier schriftelijke zienswijze binnengekomen. De persoonsgegevens van de indieners van de zienswijzen (hierna: reclamanten) zijn geanonimiseerd verwerkt in dit rapport, in verband met de bescherming van de privacy van de gegevens op internet. 1. xxx, (reclamant 1), ingekomen op 19 mei 2025; 2. xxx, (reclamant 2), ingekomen op 21 mei 2025; 3. xxx, (reclamant 3), ingekomen op 21 mei 2025; 4. xxx, (reclamant 4), ingekomen op 22 mei 2025; Aan de indieners van de zienswijze is een uniek nummer toegekend. Dit overzicht van nummers inclusief adresgegevens staat opgenomen in bijlage A.
Zienswijze 1 Ontvankelijkheid •
Schriftelijke zienswijze d.d. 19 mei 2025, ontvangen op 19 mei 2025.
•
De zienswijze is binnen de gestelde termijn ingediend
•
De zienswijze is inhoudelijk onderbouwd.
•
De zienswijze is dan ook ontvankelijk.
Reactie Reclamant maakt zich zorgen over de effecten van het planvoornemen voor zijn bedrijfsvoering en ook de risico’s die zijn bedrijf vormt voor deze ontwikkeling. Reclamant brengt hiervoor de volgende zienswijzen in: Flora en Fauna a.
In de motivering van onderhavig plan wordt uitgegaan van intern salderen van stikstofuitstoot. Als gevolg van de uitspraken van de Raad van State is intern salderen inmiddels vergunningsplichtig en dient ook rekening te worden gehouden met het additionaliteitsbeginsel.
b.
Volgens reclamant zijn de Aerius-berekening onjuist. Zo is er volgens reclamant bij de realisatiefase uitgegaan van te weinig verkeersbewegingen, kan het aantal zware en
6
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Nieuw Medisch Centrum Venray (NL.IMRO.0984.TAM24005-on01) Eindrapport adviezen en zienswijzen
middelzware verkeersbewegingen niet goed worden beoordeeld nu het gebouwontwerp onvoldoende concreet is en wordt alleen voor lichte verkeersbewegingen rekening gehouden met een koude start. c.
Aanvullend zou er in de berekening een worst-case inschatting zijn gemaakt met toepassing van kengetallen ten aanzien van het aantal m2 te realiseren bebouwing. Hierbij is aansluiting gezocht bij de kengetallen voor de realisatie van een bedrijventerrein. Volgens reclamant is het terrein groter dan het gebouw alleen, is het parkeerterrein van een ziekenhuis niet te vergelijken met dat van een bedrijventerrein en is de bouwhoogte van een bedrijf ook lager dan van een ziekenhuis.
d.
Ten aanzien van de gebruiksfase stelt reclamant eveneens dat deze onrealistisch zou zijn. Hierbij worden het beperkte aantal zware en middelzware voertuigen aangehaald, het slechts beperkt meerekenen van de koude start en een naar mening van reclamant erg klein percentage personeelsbewegingen. Geur
e.
Voor het aspect geur en gezondheid is gekeken naar het NPLG. Volgens reclamant is de status van dit document sterk verandert en is voor hem onduidelijk hoe dit zich verhoudt tot bijgevoegde motivering.
f.
Naar mening van reclamant is het ziekenhuis een geurgevoelig object, nu hier voor een bepaalde periode, zwakkere mensen verblijven.
g.
Volgens reclamant is het plangebied gelegen binnen de bebouwde kom, als gevolg waarvan een maximale geurnorm van 3 OU/m3 geldt en voldoet het plangebied niet aan deze norm.
h. Aanvullend is het voor reclamant onduidelijk welke veehouderijen zijn meegenomen in de achtergrondberekening. Zijn bedrijven met een vaste afstand ook meegenomen in deze berekeningen? i.
Voor reclamant is onduidelijk welke geurnorm er voor onderhavig planvoornemen gehanteerd behoord te worden en dit leidt ertoe dat deze onvoldoende vertrouwen heeft in het behalen van een goed woon- en leefklimaat binnen het plangebied. Gezondheid
j.
Reclamant stelt dat er een aantal gezondheidsaspecten onderbelicht zouden worden in de motivering en doelt hierbij op zoönose, Q-koorts, e.d., en de risico’s van MRSA. Reclamant is van mening dat zijn belangen beter betrokken dienen te worden bij deze aspecten.
k.
Eventuele onderzoeken die het verband tonen tussen een intensieve veehouderij en longaandoeningen zijn volgens reclamant niet terug te vinden in de motivering. Verkeer
l.
Reclamant is van mening dat de verkeersaantrekkende werking en de afwikkeling van dit verkeer niet reëel is.
7
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Nieuw Medisch Centrum Venray (NL.IMRO.0984.TAM24005-on01) Eindrapport adviezen en zienswijzen
m. Daarnaast is de provinciale weg een drukke en kan het planvoornemen gaan leiden tot sluipverkeer. Reclamant stelt dat hier onvoldoende aandacht voor is in onderhavig plan. Standpunt gemeente Flora en Fauna a.
De stikstofbeoordeling is opgesteld binnen het toenmalige wettelijke kader en jurisprudentie. Er wordt daarom nog geen rekening gehouden met de uitspraak van 18 december 2024. Er wordt in de beoordeling gesproken over intern salderen, echter er wordt geen toepassing gegeven aan intern salderen. De reden hiervoor is dat er geen sprake is van een geldige referentiesituatie. Er kan dus niet intern gesaldeerd worden. Het feit dat intern salderen volgens de uitspraak van 18 december 2024 geen onderdeel meer mag uitmaken van de voortoets doet daarmee niet ter zake, omdat er in de beoordeling ook geen gebruik van intern salderen is en kan worden gemaakt. De beoordeling zal ten tijde van vaststelling van het plan worden aangepast met het oog op dat moment geldende wettelijke kader een regelgeving. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van onderhavig plan en is daarmee ongegrond.
b.
Reclamant stelt dat het aandeel bouwverkeer te laag is ingeschat en dat het niet aannemelijk is dat voor middelzwaar en zwaar bouwverkeer geen koude start op treedt. Tijdens de realisatiefase zal het middelzware en zware vrachtverkeer enkel terplekke zijn om materiaal af te leveren. De emissies van mobiele werktuigen op locatie zijn immers al meegenomen in het gehanteerde kengetal. Voor licht verkeer is dat anders, daarbij is aangenomen dat dit verkeer wel de hele dag op de locatie parkeert, omdat het bouwvakkers zijn. Ten aanzien van de hoeveelheid bouwverkeer is gangbaar dat bouwvakkers gezamenlijk in busjes rijden. Dat in het achterhoofd houdend is het aantal lichte verkeersbewegingen per bouwjaar niet per se laag te noemen, waarbij het nog maar de vraag is of er 40 werkbare weken per jaar zijn. Deze zienswijze leidt naar aanleiding van het voorgaande niet tot aanpassing van onderhavig plan en is daarmee ongegrond.
c.
Voor de gehanteerde kengetallen is aansluiting gezocht bij de realisatie van een bedrijventerrein. Het is juist dat er verschillen zitten tussen de realisatie van een bedrijfsgebouw en een ziekenhuis. Toch is ervoor gekozen deze kengetallen te hanteren, omdat deze kengetallen de meeste overeenkomsten qua omvang en bouwaard vertoonden. Daarnaast is het onjuist dat in het kengetal geen rekening is gehouden met het parkeerterrein. Het kengetal van Antea drukt de totale emissies van referentieprojecten (dus inclusief buitenterrein en parkeerplaatsen) uit per 100 m2 bebouwing. Daarmee is
8
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Nieuw Medisch Centrum Venray (NL.IMRO.0984.TAM24005-on01) Eindrapport adviezen en zienswijzen
dus ook het buitenterrein meegenomen in het kengetal. Uit de zienswijze van reclamant volgt niet dat de aanpak leidt tot onoverkomelijkheden. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van onderhavig plan en is daarmee ongegrond. d.
De gebruiksfase is volgens reclamant eveneens onrealistisch. De verkeersproductie is in totaal 1.700 voertuigbewegingen per dag, waarvan 10% wordt toegewezen aan personeel. In het verkeersonderzoek heroverweging N270 en het tweede verkeersonderzoek naar de plaatsing van verkeerslichten op de Leunseweg worden deze aantallen uit de onderzoeken behorende bij onderhavig TAM-omgevingsplan bevestigd. Dit tweede verkeersonderzoek maakt geen onderdeel uit van dit TAM-omgevingsplan. Het onderzoek is namelijk in opdracht van de gemeente Venray uitgevoerd om te laten beoordelen wat de gevolgen zijn van de uitrit op de Leunseweg van het ziekenhuis en of het plaatsen van de verkeerslichten tot problemen kan leiden op andere locaties. Uit dit onderzoek volgt dat de uitrit van het ziekenhuis en de verkeerslichten geen verkeerskundige gevolgen hebben voor de doorstroming op de Leunseweg. Zelfs kan het gaan leiden tot een lichte verbetering doordat het verkeer op de Leunseweg gedoseerd wordt richting rotondes tijdens de spits. Aanvullend is in dit onderzoek ook gekeken naar mogelijke maatregelen voor het tegengaan van sluipverkeer. Aangezien dit van het TAM-omgevingsplan losstaande verkeersonderzoek uitkomt op vergelijkbare voertuigbewegingen, ziet de gemeente dan ook geen reden om aan te nemen dat het aantal voertuigbewegingen niet reëel zou zijn.
Aan de hand van deze cijfers is er een worst-case berekening gemaakt. Hierbij is een inschatting gemaakt van het aantal koude starts, omdat bezoekers slechts beperkt op de locatie aanwezig zijn worden de koude starts voornamelijk verwacht bij het personeelsvervoer. Het gaat immers om bezoekers die slechts voor een korte behandeling op locatie komen. Voor een polikliniek kent de CROW geen normen. Er is daarom aansluiting gezocht bij de wel bestaande normen. Kijkend naar het aandeel bezoekers dan kan worden gesteld dat een ziekenhuis een bezoekersaandeel van 53% geldt en voor een gezondheidscentrum 90%. Een polikliniek zal daar ergens tussenin hangen. Uitgaan van 70% bezoekers is daarmee niet irreëel te noemen. Het restant aan verkeersbewegingen wordt daarmee toegewezen aan personeels- en goederentransport. De koude starts zien daarmee dus op de voertuigbewegingen van het personeel. Hoewel reclamant het percentage dat daaraan wordt toegekend, niet reëel vindt, is het wel zo dat initiatiefnemer een stimuleringsbeleid voert om het personeel zoveel mogelijk met OV of per fiets naar het werk te laten komen. Rekenend met die percentages (aandeel persoon en aandeel van personeel met de auto) zou een aantal van 65 koude starts te beredeneren zijn. Het aantal van 85 koude starts is daarmee niet bijzonder laag te noemen.
9
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Nieuw Medisch Centrum Venray (NL.IMRO.0984.TAM24005-on01) Eindrapport adviezen en zienswijzen
De gemeente ziet naar aanleiding van het voorgaande geen aanleiding om onderhavig plan aan te passen en verklaard deze zienswijze ongegrond.
e.
Geur In het onderzoek geur en gezondheid veehouderijen wordt in paragraaf 2.2 de Handreiking veehouderij en volksgezondheid toegelicht. In een tekstkader staat het NPLG benoemd om aan te geven dat het NPLG (naast de doelen ten aanzien van natuur, stikstof, klimaat en water) ook meekoppelende structurerende keuzes bevat ten aanzien van gezondheid en veehouderijen (fijnstof, geur, volksgezondheid en dierziekten) en dat deze aansluiten bij de GGD-adviezen in de handreiking. Het kabinet heeft op 4 september 2024 besloten te stoppen met het NPLG, maar dit heeft geen invloed op de gezondheidskundige adviezen in de Handreiking veehouderij en gezondheid. De status van het NPLG leidt niet tot de conclusie dat de handreiking niet mocht worden toegepast bij de uitwerking van onderhavig plan. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het plan en is daarmee ongegrond.
f.
In paragraaf 3.1.2 van het onderzoek geur en gezondheid veehouderijen wordt het toetsingskader ten aanzien van geur beschreven. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is van rechtswege een tijdelijk omgevingsplan ontstaan, waar het oude bestemmingsplan en de gemeentelijke geurverordening onderdeel van uitmaken. Tijdens de overgangsfase tot eind 2031 krijgen gemeenten de tijd om het omgevingsplan van rechtswege om te vormen tot uiteindelijk één omgevingsplan voor de hele gemeente. Ieder omgevingsplan dat voor een deelgebied wordt vastgesteld is een definitief omgevingsplan dat moet voldoen aan de nieuwe geurregels in de Omgevingswet; zo ook dit TAM-Omgevingsplan. Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat een definitie van een geurgevoelig gebouw die afwijkt van de oude definitie van een geurgevoelig object in de Wet geurhinder een veehouderij. Voor de overgangsperiode van tijdelijk naar definitief omgevingsplan is door de landelijke wetgever een bruidsschat vastgesteld, met hierin nog de oude systematiek van de voormalige Wet geurhinder en veehouderij en de oude definitie van een geurgevoelig object. Deze bruidsschat is niet van toepassing op het TAM-omgevingsplan, omdat dit een definitief omgevingsplan is en de instructieregels in het Bkl van toepassing zijn.
Voor geurgevoelige gebouwen is in het Bkl aangesloten bij de begripsomschrijving van geluidgevoelige gebouwen. Bij een geurgevoelig gebouw gaat het om (delen van) gebouwen die bestaan uit een woonfunctie, onderwijsfunctie, gezondheidzorgfunctie met bedgebied of een bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied. Deze functies zijn standaard beschermd tegen geur. Het gaat hierbij om een langdurig verblijf, waarbij geur een negatieve invloed kan hebben op de gezondheid en het welzijn. De gemeenteraad kan zelf in een omgevingsplan gebouwen met andere functies aanwijzen als geurgevoelig, mits daar een reden voor is.
10
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Nieuw Medisch Centrum Venray (NL.IMRO.0984.TAM24005-on01) Eindrapport adviezen en zienswijzen
Het TAM-Omgevingsplan ziet toe op een poliklinisch en diagnostisch centrum waar ook dagbehandelingen plaatsvinden. In het onderzoek wordt aangegeven dat het niet geheel duidelijk is of, en zo ja in welke delen van het gebouw, sprake is van een gezondheidszorgfunctie met bedgebied zoals bedoeld in de Omgevingswet. Omdat geur van onder andere veehouderijen een negatieve invloed kan hebben op de gezondheid en het welzijn van patiënten en personeel is in het onderzoek het nieuwe medisch centrum in zijn geheel betrokken en getoetst als een geurgevoelig gebouw. Aangezien het plan wel beoordeeld is als een geurgevoelig object doch de borging hiervan niet zat in de verbeelding en de planregels, leidt deze zienswijze tot aanpassingen van onderhavig plan door het gebouw aan te wijzen als een geurgevoelig gebouw. Dit gebeurt door een specifieke bouwaanduiding op te nemen op de verbeelding behorende bij het TAM-omgevingsplan, het begrip geurgevoelig gebouw te definiëren en deze aanduiding in de planregels op te nemen en ook dient de toelichting op dit punt te worden aangevuld. Deze zienswijze is daarmee gegrond. g.
In paragraaf 3.1.2 van het onderzoeksrapport wordt het toetsingskader toegelicht ten aanzien van geur. Het plangebied ligt op basis van de geurverordening van 2011 (die in werking was op moment van inwerkingtreden van de Omgevingswet) in het deelgebied ‘buitengebied’ met geurnorm van 14 Ou. Deze geurverordening is van rechtswege onderdeel van het tijdelijke deel van het omgevingsplan en vormt op dit moment de geldende geurnorm voor het plangebied. Omdat deze geurnorm is vastgesteld in de geurverordening, blijft deze gelden totdat de gemeente voor het plangebied een nieuwe geurnorm vaststelt en/of de begrenzing van normgebieden zodanig wijzigt dat het plangebied in een ander normgebied komt te liggen. De gemeente is wettelijke verplicht om onder de Omgevingswet een ‘bebouwingscontour geur’ aan te wijzen in het definitieve omgevingsplan. Dit is ook een logisch moment om het gemeentelijke geurbeleid te evalueren en actualiseren. Gezien de ligging en aard is het waarschijnlijk dat de gemeente de bebouwingscontour geur over het plangebied zal leggen. Vervolgens kan de gemeente, binnen de wettelijke bandbreedte voor de bebouwingscontour geur, deelgebieden met verschillende geurnormen onderscheiden. Welke geurnorm in de toekomst voor het plangebied zal gaan gelden is nu nog niet bekend.
In het onderzoeksrapport wordt uitgelegd waarom het waarschijnlijk is dat de geurnorm voor het plangebied in de toekomst aangescherpt zal worden en waarom dit geen extra beperkingen zal opleveren voor de ontwikkelingsmogelijkheden van de varkenshouderij. Dit staat toegelicht in paragraaf 3.1.3 van het onderzoeksrapport. Naar aanleiding van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat onderhavig planvoornemen voldoet aan de vigerende geurnormen. Deze zienswijze is daarom ongegrond.
h. In paragraaf 3.1.3 van het onderzoeksrapport en in paragraaf 4.8.2 van de motivatie van onderhavig plan staat toegelicht op welke wijze veehouderijen zijn meegenomen in het bronnenbestand van de berekeningen van de achtergrondbelasting geur. De
11
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Nieuw Medisch Centrum Venray (NL.IMRO.0984.TAM24005-on01) Eindrapport adviezen en zienswijzen
rekenbestanden (V-stacks Gebied) zijn opgenomen in bijlage 2 van het onderzoeksrapport. In het bronnenbestand staan alle veehouderijen met adres vermeld. Varkenshouderij Enge Steeg 1 is per emissiepunt (stal A t/m E) opgenomen in het bronnenbestand. Veehouderijen waarvoor vaste afstanden gelden hebben dieren vergund waarvoor geen geuremissiefactoren zijn vastgesteld door de wetgever (met name melkrundvee, zoogkoeien en paarden). Zonder geuremissiefactoren kunnen deze veehouderijen niet betrokken worden in geurberekeningen. ‘Vaste afstandsdieren’ worden in kleinere aantallen gehouden en veroorzaken minder hinderlijke geur dan bijvoorbeeld varkens, pluimvee en geiten. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het TAMomgevingsplan en is daarmee ongegrond. i.
De handreiking veehouderij en gezondheid gaat uit van de gezondheidskundige adviezen en advieswaarden die de GGD hanteert. Daar waar gesproken wordt over een GGD-advies worden de gezondheidskundige adviezen uit deze handreiking bedoeld. In de handreiking staat een stappenplan opgenomen, waaruit volgt wanneer er een advies van de GGD opgevraagd moet worden. Uit dit stappenplan volgt dat er niet expliciet een GGD-advies hoeft te worden opgevraagd. Aangezien de motivering is opgesteld in overeenstemming met deze handreiking, ziet de gemeente geen reden om de GGD om een advies te vragen over de toepassing van deze handreiking. Deze zienswijze leidt niet tot wijzigingen aan onderhavig plan en wordt daarom ongegrond verklaard. Gezondheid
j.
Er is onderzoek gedaan naar een aantal zoönotische ziekteverwekkers die bij veehouderijen voorkomen. Uit het VGO-onderzoek blijken gezondheidsrisico’s voor omwonenden van veehouderijen veroorzaakt te worden door fijnstof en endotoxinen en niet door zoönosen. Verschillende ziekteverwekkers, zoals Hepatitis E, Clostridium difficiele en resistente ESBL-bacteriën, komen niet vaker voor bij mensen die dichtbij veehouderijen wonen dan bij mensen die daar verder vandaan wonen. Overdracht van zoönosen vindt meestal plaats via voedsel of door contact met dieren of mest. Ziekteverwekkers die zich via de lucht verspreiden (met name Q-koorts en aviaire influenza) zouden voor omwonenden een risico kunnen opleveren, met name tijdens uitbraken omdat er dan grote hoeveelheden micro-organismen op het veehouderijbedrijf zijn. Tegen Q-koorts geldt voor geiten en schapen al jaren een vaccinatieplicht en bij besmetting gelden strenge maatregelen zoals een verbod op afvoer van dieren, waardoor er geen sprake meer is van een verhoogd risico op een nieuwe Q-koorts uitbraak. Het risico voor omwonenden van varkens- en pluimveebedrijven om besmet te raken met aviaire influenza is klein. Mensen die intensief met vogels werken lopen het meeste risico. Besmetting via zoogdieren, zoals varkens, komt nauwelijks voor.
Het is wel bekend dat varkens besmet kunnen raken en het virus kunnen doorgeven aan andere diersoorten of op mensen, maar dan gaat het om besmetting door direct contact met de varkens of met mest. Op gemengde veehouderijen met pluimvee en varkens is sprake van een verhoogd risico, maar het bedrijf aan de Enge Steeg 1 houdt alleen
12
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Nieuw Medisch Centrum Venray (NL.IMRO.0984.TAM24005-on01) Eindrapport adviezen en zienswijzen
varkens. Van verhoogde gezondheidsrisico’s voor patiënten en personeel van het nieuwe medisch centrum door zoönosen is geen sprake, mede gezien het varkensbedrijf Enge Steeg 1 op 185 meter van het plangebied ligt en overige veehouderijen op meer dan 900 meter en verder. De veehouder heeft een zorgplicht en moet kunnen aantonen dat op het bedrijf ten aanzien van dierziekten verantwoordelijk te werk wordt gegaan. Dit staat los van de realisatie van het nieuwe medische centrum. Een goede diergezondheid op het veehouderijbedrijf is belangrijk. Hygiënemaatregelen dragen bij aan een goede diergezondheid en kunnen waarschijnlijk ook bijdragen aan het beperken van transmissie binnen de veestapel en naar mensen wanneer er toch een zoönotische ziekteverwekker bij de dieren voorkomt. Bij ontwikkeling of planvorming van veehouderijbedrijven is het belangrijk om mogelijke gezondheidseffecten in een risico-inventarisatie en -evaluatie af te wegen, rekening houdend met de lokale omstandigheden. Het nieuwe medisch centrum schaadt in deze niet de belangen van de veehouderij, omdat het veehouderijbedrijf in een gemengd gebied ligt waar nu al sprake is van menging van veehouderij, niet-agrarische bedrijvigheid en wonen. En het medisch centrum wordt aan de rand van de bestaande woonkern gerealiseerd.
De veehouderij moet ook in de bestaande situaties bij ontwikkelingsplannen de gezondheidsrisico’s afwegen. Naar aanleiding van het voorgaande wordt reclamant niet in zijn belang geschaad en is diens zienswijze ongegrond. k.
In paragraaf 3.2 van het onderzoeksrapport wordt in paragraaf 3.4.1 en 3.4.2 ingegaan op de VGO-onderzoeken en het verhoogd risico op longontstekingen door veehouderijen. In paragraaf 3.2.2 wordt nader ingegaan op de toetsingskaders en gezondheidskundige advieswaarden voor fijnstof, de heersende achtergrondconcentratie fijnstof en is de indicatieve cumulatieve belasting van fijnstof door veehouderijen inzichtelijk gemaakt. In de toelichting wordt dit ook beschreven met een verwijzing naar het onderzoeksrapport dat als bijlage bij de toelichting is gevoegd. Anders dan reclamant stelt, is met dergelijke verbanden wel rekening gehouden in de motivering. Deze zienswijze leidt daarmee niet tot aanpassingen en is dus ongegrond. Verkeer
l.
Zie mede de beantwoording onder punt 1d. De verkeersproductie is in totaal 1.700 voertuigbewegingen per dag, waarvan 10% wordt toegewezen aan personeel. In het verkeersonderzoek heroverweging N270 en het verkeersonderzoek naar de plaatsing van verkeerslichten op de Leunseweg, worden deze aantallen nog eens bevestigd. De gemeente ziet hierin dan ook geen reden om aan te nemen dat het aantal voertuigbewegingen niet reëel zou zijn. Deze zienswijze leidt hiermee niet tot aanpassing van het plan en is daarmee ongegrond.
13
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Nieuw Medisch Centrum Venray (NL.IMRO.0984.TAM24005-on01) Eindrapport adviezen en zienswijzen
m. Zoals onder de beantwoording bij punt l. al is toegelicht worden de gehanteerde voertuigbewegingen bevestigd in verschillende onderzoeken. Het verkeer vanuit de richting van Deurne naar het plangebied zal de afrit bij de Leunseweg gaan gebruiken. Het is niet aannemelijk dat verkeer bij de Heidseweg al de N270 verlaat om via de Zuivelweg te rijden. Een dergelijke situatie zal zich alleen voordoen in geval van calamiteiten. Deze zienswijze leidt hiermee niet tot aanpassing van het plan en is daarmee ongegrond. Conclusie De zienswijzen zijn deels gegrond en deels ongegrond. De zienswijzen leiden tot aanpassing een aanpassing van het TAM-omgevingsplan en wel op de volgende wijze: -
Toevoeging van het begrip geurgevoelig gebouw in art. 1.27;
-
Koppeling van de aanduiding geurgevoelig gebouw in de planregels in art. 7.3.2 onder h;
-
Opname van de ‘specifieke bouwaanduiding - geurgevoelig gebouw’ op de verbeelding;
-
Aanpassing paragraaf 4.8.3 over geur met de opname van deze aanduiding.
Zienswijze 2 Ontvankelijkheid •
Schriftelijke zienswijze d.d. 21 mei 2025, ontvangen op 21 mei 2025.
•
De zienswijze is binnen de gestelde termijn ingediend.
•
De zienswijze is inhoudelijk onderbouwd.
•
De zienswijze is dan ook ontvankelijk.
Reactie Volgens reclamant voldoet onderhavig plan niet aan het vereiste van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. En wel voor het aspect verkeer. Reclamant stelt dat de gevolgen voor het woon- en leefklimaat van de omwonenden niet duidelijk zijn. Reclamant vreest negatieve gevolgen voor zijn woon- en leefklimaat en brengt hiervoor het volgende in: a.
Reclamant verwacht nog meer sluipverkeer voor zijn woning als gevolg van de realisatie van het planvoornemen.
b.
De wijze waarop verkeersafwikkeling aan In de Wieën wordt geregeld, is niet duidelijk
c.
Reclamant is van mening dat de verkeersanalyse – die ten grondslag is gelegd aan de motivering – niet kan leiden tot de conclusie dat dat het aspect verkeer geen belemmering vormt aangezien de verkeersanalyse heeft plaatsgevonden in kader van de N270. Maar zeker ook niets kan zeggen over de ontsluiting aan In de Wieën,
14
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Nieuw Medisch Centrum Venray (NL.IMRO.0984.TAM24005-on01) Eindrapport adviezen en zienswijzen
aangezien het plangebied hier momenteel geen ontsluiting heeft en dus ook een hinder kan opleveren. d.
De verkeersaspecten van deze concrete ontwikkeling moeten volgens reclamant nader worden onderzocht en dit zou in de toelichting worden bevestigd.
e.
Vooral de negatieve effecten op het woon- en leefklimaat zouden volgens reclamant nader moeten worden onderzocht. Het planvoornemen leidt namelijk volgens reclamant tot nog meer sluipverkeer.
f.
Reclamant verzoekt onderhavig plan niet vast te stellen zonder het aspect verkeer nader te onderzoeken. Mogelijke oplossingen om mee te wegen zijn de ontsluiting aan In de Wieën afgesloten te houden of de Sportlaan af te sluiten.
Standpunt gemeente a.
De Gemeente heeft een studie gedaan naar mogelijke sluipverkeer op de route In de Wieën – Sportlaan richting Zuidsingel en richting Langstraat. Uit het verkeersmodel blijkt dat er incidenteel sprake kan zijn van sluipverkeer. De gemeente vindt dit op deze route ongewenst en heeft met betrokkenen gesproken die aan de Sportlaan wonen en belangen van sportverenigingen behartigen. Daarop is besloten om de Sportlaan af te sluiten voor gemotoriseerd verkeer aan het begin van In de Wieën bij de oprit N270. Daarmee wordt de door reclamant geschetste situatie opgeheven. Fietsverkeer en hulpdiensten kunnen wel van de route gebruik maken. De benodigde besluitvorming hiertoe valt buiten het bereik van onderhavig plan. Deze zienswijze leidt hiermee niet tot aanpassing van het plan en is daarmee ongegrond.
b.
Zie reactie onder punt 2a. Er volgt nog een verkeersbesluit.
c.
Zie reactie onder punt 2a.
d.
Zie reactie onder punt 2a.
e.
Zie reactie onder punt 2a.
f.
Zie reactie onder punt 2a.
Conclusie De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
15
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Nieuw Medisch Centrum Venray (NL.IMRO.0984.TAM24005-on01) Eindrapport adviezen en zienswijzen
Zienswijze 3 Ontvankelijkheid •
Schriftelijke zienswijze d.d. 21 mei 2025, ontvangen op 21 mei 2025.
•
De zienswijze is binnen de gestelde termijn ingediend.
•
De zienswijze is inhoudelijk onderbouwd.
•
De zienswijze is dan ook ontvankelijk.
Reactie Reclamant maakt zich zorgen over het gebruik van de Sportlaan. Deze weg is met name in gebruik voor bestemmingsverkeer en als sluiproute. Intensiever gebruik van deze weg als gevolg van de komst van een nieuw medisch centrum, kan gaan leiden tot een onverantwoorde situatie. Reclamant pleit er dan ook voor om de Sportlaan een eenrichtingsweg te maken of maatregelen te nemen om de weg overzichtelijker en rustiger te maken. Standpunt gemeente De Gemeente heeft een studie gedaan naar mogelijke sluipverkeer op de route In de Wieën – Sportlaan richting Zuidsingel en richting Langstraat. Uit het verkeersmodel blijkt dat er incidenteel sprake kan zijn van sluipverkeer. De gemeente vindt dit op deze route ongewenst en heeft met betrokkenen gesproken die aan de Sportlaan wonen en belangen van sportverenigingen behartigen. Daarop is besloten om de Sportlaan af te sluiten voor gemotoriseerd verkeer aan het begin van In de Wieën bij de oprit N270. Daarmee wordt de door reclamant geschetste situatie opgeheven. Fietsverkeer en hulpdiensten kunnen wel van de route gebruik maken. De benodigde besluitvorming hiertoe valt buiten het bereik van onderhavig plan. Deze zienswijze leidt hiermee niet tot aanpassing van het plan en is daarmee ongegrond. Conclusie De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
16
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Nieuw Medisch Centrum Venray (NL.IMRO.0984.TAM24005-on01) Eindrapport adviezen en zienswijzen
Zienswijze 4 Ontvankelijkheid •
Schriftelijke zienswijze d.d. 22 mei 2025, ontvangen op 22 mei 2025.
•
De zienswijze is binnen de gestelde termijn gedaan.
•
De zienswijze is inhoudelijk onderbouwd.
•
De zienswijze is dan ook ontvankelijk.
Reactie Reclamant maakt zich zorgen om de verkeersafwikkelingen en verkeersveiligheid rondom het sportpark De Wieën. a.
Volgens reclamant is in onderhavig plan onvoldoende rekening gehouden met de extra verkeersbewegingen die ontstaan als gevolg van het planvoornemen. Reclamant doelt hier met name op het gebruik van de Sportlaan als route en sluiproute.
b.
De tijdens de omgevingsdialoog gemaakte opmerkingen zijn niet of onvoldoende verwoord in het omgevingsplan.
c.
Ook heeft de verkeersanalyse zich beperkt tot de Leunseweg en de verkeersdoorstroming aldaar. Er zou geen aandacht zijn geschonken aan de afwikkeling over de Sportlaan en de gebrekkige capaciteit van deze weg.
d.
Reclamant verzoekt het omgevingsplan aan te passen door van de Sportlaan eenrichtingsverkeer te maken.
Standpunt gemeente a.
De Gemeente heeft een studie gedaan naar mogelijke sluipverkeer op de route In de Wieën – Sportlaan richting Zuidsingel en richting Langstraat. Uit het verkeersmodel blijkt dat er incidenteel sprake kan zijn van sluipverkeer. De gemeente vindt dit op deze route ongewenst en heeft met betrokkenen gesproken die aan de Sportlaan wonen en belangen van sportverenigingen behartigen. Daarop is besloten om de Sportlaan af te sluiten voor gemotoriseerd verkeer aan het begin van In de Wieën bij de oprit N270. Daarmee wordt de door reclamant geschetste situatie opgeheven. Fietsverkeer en hulpdiensten kunnen wel van de route gebruik maken. De benodigde besluitvorming hiertoe valt buiten het bereik van onderhavig plan. Deze zienswijze leidt hiermee niet tot aanpassing van het plan en is daarmee ongegrond.
b.
De zorgen over sluipverkeer zijn meegenomen in de verkeersstudie naar de plaatsing van verkeerslichten op de Leunseweg. Ook zie reactie onder 4a.
c.
Zie reactie onder 4a en 4b.
17
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Nieuw Medisch Centrum Venray (NL.IMRO.0984.TAM24005-on01) Eindrapport adviezen en zienswijzen
d.
Zie reactie onder 4a. Er is gekozen voor een volledige afsluiting in plaats van eenrichtingverkeer, met als doel het behalen van een maximaal effect voor de verkeersveiligheid.
Conclusie De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
3. Vervolgprocedure Vaststelling van het TAM- Omgevingsplan Hoofdstuk 22c Nieuw Medisch Centrum Venray door de gemeenteraad is voorzien op 23 september 2025. Publicatie van het vaststellingsbesluit vindt normaal gesproken binnen twee weken na vaststelling plaats. In het vast te stellen TAMOmgevingsplan zijn echter wijzigingen aangebracht ten opzichte van het ontwerp TAMOmgevingsplan. Volgens artikel 10.3 van het Omgevingsbesluit jo. 16.21, eerste lid onder b van de Omgevingswet dient het vaststellingsbesluit tot wijziging van een omgevingsplan onverwijld te worden toegezonden aan Gedeputeerde Staten van Limburg, als:
•
Een provinciale zienswijze niet of niet volledig is overgenomen; of
•
Het vastgestelde plan afwijkt van het ontwerp en er sprake is van een provinciaal belangen en met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Deze toezending vormt de basis voor een eventuele inzet van een reactieve interventie door de provincie. Het vaststellingsbesluit zal de dag na de raadsvergadering van de gemeenteraad per elektronische weg aan Gedeputeerde Staten worden verzonden. Zij zullen vervolgens zo spoedig mogelijk een besluit nemen over een eventuele interventie. Nadat Gedeputeerde Staten een besluit heeft genomen, kan de publicatie van onderhavig plan plaatsvinden en vervolgens de beroepstermijn aanvangen. Het is dan ook nog niet op voorhand te zeggen wanneer de publicatie zal plaatsvinden. De beroepstermijn van zes weken vangt aan op de dag na de terinzagelegging van het besluit. Belanghebbenden zijn in de gelegenheid om gedurende de beroepstermijn een beroepschrift in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het TAM-Omgevingsplan treedt in werking op de dag nadat de beroepstermijn is afgelopen. Hierbij geldt het voorbehoud dat wanneer iemand een voorlopige voorziening aanvraagt en deze wordt toegekend, de inwerkingtreding van het plan kan worden geschorst.
18
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Nieuw Medisch Centrum Venray (NL.IMRO.0984.TAM24005-on01) Eindrapport adviezen en zienswijzen
Bijlagen Bijlage A (niet publiceren)
19