CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

20251006 M Bijlage 5 Verkennend bodemonderzoek inclusief asbest, Aelmans Milieu Voerendaal B V (d d 13-11-2024)

Gemeenteraad 30 juni 2026, gemeente VenrayBij agendapunt: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Woningbouw Ringweg-Kievitsweg, Ysselsteyn26.462 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

PFAS De stoffen uit de PFAS-stofgroep behoren tot de niet-genormeerde stoffen. Er zijn (nog) geen toetsnormen binnen de Regeling bodemkwaliteit bekend. De bodemlagen worden getoetst aan de norm voor de bodemkwaliteitsklasse wonen, welke in het Handelingskader is opgenomen (3.0 µg/kg ds voor PFOS en overig PFAS en 7.0 µg/kg ds voor PFOA). In het Handelingskader PFAS zijn de toepassingsnormen per 29 december 2023 geactualiseerd. Dit zijn voorlopige toepassingswaarden voor het toepassen van grond en baggerspecie, waarmee invulling wordt gegeven aan de wettelijke zorgplichten. Voor een definitieve normstelling moeten ook de resultaten bekend zijn van nog lopend onderzoek naar de mobiliteit, uitloging, bio-accumulatie en het gedrag van PFAS in grondwater.

Grond µg/kg ds PFAS < 1,4 1,4 < PFAS < 3

Toepasbaar op land

PFOA < 1,9

PFOS < 1,4

Vrij m.u.v. grondwater-beschermingsgebieden

1,9 < PFOA < 7

1,4 < PFOS < 3

Wonen en/of industrie

PFOA > 7

PFOS > 3

Landbouw, natuur als PFAS < Lokale achtergrondwaarde PFAS > 3

Reiniging of stort

CROW400 De wijze van vaststelling van de veiligheidsklassen is beschreven in Arbo-beleidsregel 4.2-2 ‘Wijze van beoordelen van blootstelling aan gevaarlijke stoffen bij werken in of met verontreinigde grond of verontreinigd grondwater’ verder uitgewerkt in de CROW-publicatie 400. De volgende veiligheidsklassen worden onderscheiden. Veiligheidsklasse

Niet Vluchtig

Vluchtig

Oranje

75% ≤ SRC ≤ 100%

Vluchtig T-waarde

Rood

SRC ≥ 100% + CM ≤ 1000 mg/kg

Vluchtig interventie waarde

of CM ≤ 1000 ug/l

+ goede ventilatie

SRC ≥ 100% + CM ≥ 1000 mg/kg of CM ≥ 1000 ug/l

Vluchtig interventie waarde

of Asbest > 100 mg/kg of respirabel > 10 mg/kg

+ beperkte ventilatie

Zwart

Bijlage 8 Literatuurlijst 1. Nederlands Normalisatie-Instituut, bodem-landbodem, onderzoeksstrategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek NEN 5725:2023 2. Nederlands Normalisatie-Instituut, Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond NEN 5740:2023, 1 oktober 2023 3. Nederlands Normalisatie-Instituut, Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, NEN 5707+C2:2017, 20 december 2020 4. Nederlands Normalisatie-Instituut, Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat, NEN 5897+C2:2017, 20 december 2020 5. Besluit bodemkwaliteit, 1 januari 2024 6. Regeling bodemkwaliteit 2022, 1 januari 2024 7. BRL SIKB 2000, Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek, SIKB versie 6.0, februari 2018 8. Protocol 2001, Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen, SIKB versie 6.0, februari 2018 9. Protocol 2002, Het nemen van grondwatermonsters, SIKB versie 6.0, februari 2018 10. Protocol 2018, Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem, SIKB versie 6.0, februari 2018 11. Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, 29 december 2023 12. Beleidsregel asbest in grond, 28 juli 2004

Bijlage 9 Fotobijlage

Foto 1

Foto 2

Foto 3

Foto 4

Foto 5

Foto 6

Foto 7

Foto 8

Foto 9

Foto 10

Bijlage 10 Bodemonderzoek

RAPPORT Verkennend bodemonderzoek Kievitsweg 4-6 te Ysselsteyn

Opdrachtgever BRO Industriestraat 94 5931 PK Tegelen Projectnummer Aeres Milieu projectnummer AM19063 Status rapport Definitief

Autorisatie Opsteller rapport:

paraaf

BEd L. Koomen Kwaliteitscontrole: Ing. T.K.P.G. Thijssen

datum 10 februari 2020

paraaf

datum 10 februari 2020

Contactgegevens Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl 2001 + 2002 + 2018

INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING

2

2. VOORONDERZOEK 3 2.1 Inleiding............................................................................................................................................ 3 2.2 Topografische beschrijving .............................................................................................................. 4 2.3 Historisch overzicht en omgeving .................................................................................................... 4 2.4 Dossieronderzoek ............................................................................................................................ 5 2.5 Bodemopbouw en geo(hydro)logie .................................................................................................. 6 2.6 Beschrijving van de onderzoekslocatie ........................................................................................... 6 2.7 Asbest .............................................................................................................................................. 6 2.8 Bodemkwaliteitskaart gemeente Venray ......................................................................................... 6 2.9 Onderzoekshypothese ..................................................................................................................... 7 3.

ONDERZOEKSSTRATEGIE 8 3.1 Inleiding............................................................................................................................................ 8 3.2 Onderzoeksstrategie NEN 5740 ...................................................................................................... 8 3.3 Onderzoeksstrategie NEN 5707 ...................................................................................................... 8 4. VELDWERKZAAMHEDEN 10 4.1 Algemeen ....................................................................................................................................... 10 4.2 Grondbemonstering ....................................................................................................................... 10 4.3 Grondwatermonstername .............................................................................................................. 11 5. LABORATORIUMONDERZOEK 12 5.1 Algemeen ....................................................................................................................................... 12 5.2 Grond(meng)monster(s) ................................................................................................................ 12 5.3 Asbest (NEN 5707) ........................................................................................................................

13 5.3.1 Analyseresultaten asbest materiaalmonster ....................................................................... 13 5.3.2 Analyseresultaten grond(meng)monsters asbest (fijne fractie) ........................................... 13 5.4 Grondwatermonster(s) ................................................................................................................... 14 5.5 Toetsing van de gestelde hypothese ............................................................................................. 15 6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Bijlagen: 1 2 3 4 5 6 7 8 9

Topografische en kadastrale overzichtskaart Situatietekening onderzoekslocatie Boorprofielen asbestinspectiegaten Verklaring veldmedewerker Toetsingstabellen en analyserapport grond(meng)monsters Analyserapport asbestverdacht materiaalmonster Analyserapport grondmengmonsters asbest (fijne fractie) Toetsingstabel en analyserapport grondwatermonster

16

Verkennend bodemonderzoek Kievitsweg 4-6 te Ysselsteyn / AM19063

1.

INLEIDING

In opdracht van BRO heeft Aeres Milieu een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie : Kievitsweg 4-6 te Ysselsteyn Gemeente : Venray Kadastrale registratie : Venray, sectie M, nummers 972 (ged.) en 973 Oppervlakte : circa 6.300 m2 Huidig gebruik van de locatie : agrarisch met opstallen Toekomstig gebruik : wonen met tuin Dit bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN5740. Het verkennend bodemonderzoek bestaat uit een vooronderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie en aanvullend hierop een bodemonderzoek op het perceel. Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is de beoogde woningbouw op de onderzoekslocatie. Doel Het doel van het verkennend onderzoek is, middels een steekproef, het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit ter plaatse. Het onderzoek is niet bedoeld om een exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven. Onderzoek Aeres Milieu B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. In hoofdstuk 2 is het vooronderzoek en de daaruit volgende onderzoekshypothese beschreven. Naar aanleiding van de opgestelde hypothese wordt in hoofdstuk 3 de onderzoeksstrategie opgesteld. In hoofdstuk 4 worden de veldwerkzaamheden (grond- en grondwateronderzoek) beschreven.

Hoofdstuk 5 beschrijft de laboratoriumwerkzaamheden en de onderzoeksresultaten. Het rapport wordt afgesloten met hoofdstuk 6, waarin de conclusies en enkele aanbevelingen staan beschreven. Bemonstering en laboratoriumonderzoek vonden plaats in januari 2020. De chemische analyses zijn uitgevoerd door Synlab BV te Rotterdam. Synlab is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025. Alle analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatie Schema 3000 (AS3000). Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform NEN5740, NEN5707 en interpretatie aan de hand van de Leidraad Bodembescherming). Opgemerkt wordt dat bij een verkennend bodemonderzoek sprake is van een steekproefsgewijze bemonstering en het nemen van een beperkt aantal monsters. De mogelijkheid blijft daarom bestaan dat puntverontreinigingen, welke niet voortkomen uit het historisch onderzoek, niet door het onderzoek worden aangetoond. Daarnaast blijft het mogelijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van het bodemmateriaal voorkomen. Tot slot wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is.

Het bovenstaande betekent dat Aeres Milieu op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde bodemonderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het historisch onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.

Pagina 2 van 16

Verkennend bodemonderzoek Kievitsweg 4-6 te Ysselsteyn / AM19063

2. VOORONDERZOEK 2.1

Inleiding

Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de bepaling van de onderzoeksstrategie op onderhavige locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit vooronderzoek zijn opgenomen in voorliggend hoofdstuk. De in paragraaf 2.1 t/m 2.6 opgenomen informatie is afkomstig van/uit: Opdrachtgever; Kadaster.nl; Dinoloker; PDOKviewer; Gemeente Venray; Topotijdreis.nl; Terreininspectie. In principe richt het vooronderzoek zich op alle percelen waarop het onderzoek betrekking heeft én de direct hieraan grenzende percelen. Indien een direct aangrenzend perceel smal (< 10 m breed) is, worden ook de percelen hier weer aan grenzend meegenomen. Indien de aangrenzende percelen groot zijn, wordt alleen het gedeelte van deze percelen binnen 25 meter vanaf de grens van de bodemonderzoekslocatie in beschouwing genomen, tenzij er aanleiding bestaat toch het gehele perceel te onderzoeken. Op onderstaande luchtfoto is de globale begrenzing van de onderzoekslocatie weergegeven.

Afbeelding 1: globale begrenzing onderzoekslocatie (bron luchtfoto: PDOKviewer)

Pagina 3 van 16

Verkennend bodemonderzoek Kievitsweg 4-6 te Ysselsteyn / AM19063

2.2

Topografische beschrijving

De onderzoekslocatie ligt aan de rand van de bebouwde kom van Ysselsteyn aan de Kievitsweg. Kadastraal is de locatie bekend als gemeente Venray, sectie M, nummers 972 (ged.) en 973. De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn X = 190.755 / Y = 388.938. Zie bijlage 1 voor een topografisch overzicht en kadastrale kaart. 2.3

Historisch overzicht en omgeving

Op het kaartmateriaal uit 1896 en 1925 is te zien dat de onderzoekslocatie nog te midden van heidevelden ligt. Op de kaart uit 1950 is bebouwing ten westen van de onderzoekslocatie aanwezig. De kaart uit 1987 geeft aan dat er bebouwing aanwezig is in het noordwestelijke deel van de onderzoekslocatie. Volgens BAG viewer dateert het gebouw uit 1925. Het dorp Ysselsteyn, ten noordwesten van de onderzoekslocatie, bestaat dan uit enkele huizen. De twee stallen op de onderzoekslocatie dateren uit 1960.

Topografische kaart 1896

Topografische kaart 1925

Topografische kaart 1950 Topografische kaart 1987 Afbeelding 2: geraadpleegde historische kaarten (bron kaarten: topotijdreis.nl)

Pagina 4 van 16

Verkennend bodemonderzoek Kievitsweg 4-6 te Ysselsteyn / AM19063

2.4

Dossieronderzoek

Voor het verkrijgen van de historische informatie is op 15 oktober 2019 een verzoek ingediend bij de gemeente Venray. Gevraagd is naar bodemonderzoeken, hinderwet- of milieuvergunningen, bouwvergunningen, sloopvergunningen, onder- en/of bovengrondse tankgegevens, gegevens over eventuele bodemsaneringen, gegevens over calamiteiten en eventuele asbestinventarisaties op het perceel Kievitsweg 4-6 en op percelen in een straal van circa 25 meter hiervan. Voor de onderzoekslocatie zijn de in tabel 2.1 weergegeven bouwvergunningen verleend. Datum Dossier 1996.05620 7-9-1949 Dossier 1992.08517 1-12-1954

Omschrijving Kievitsweg 4 Verbetering stallen (veestal) Kievitsweg 4 bouwvergunning verleend voor bouwen kippenhok varkensstal 3-12-1958 bouwvergunning verleend voor bouwen kippenhok 19-5-1961 bouwvergunning verleend voor bouwen kippenhok 29-9-1961 bouwvergunning verleend voor loopstal met bergruimte Tabel 2.1: Overzicht verleende bouwvergunningen

Bijzonderheden geen bijzonderheden en

geen bijzonderheden pannendak asbestcement dakplaten asbestcement dakplaten

Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn de in tabel 2.2 weergegeven bodemonderzoeken uitgevoerd. Locatie Milieutechnisch bodem onderzoek, Kievitsweg (ong.) Het Milieuburo d.d. 11 juni 1999

Vooronderzoek, Kievitsweg 46, Econsultany b.v., d.d. 21 juni 2004

Verkennend bodemonderzoek, Kievitsweg 4, Econsultany b.v., d.d. 28 september 2004

Bijzonderheden De aanleiding voor het onderzoek vormt de rioolreconstructie aan de Kievitsweg (ong.) te Ysselsteyn. Zintuigelijk: geen bijzonderheden Bovengrond: geen verhogingen Ondergrond: geen verhogingen Grondwater: lichte verhogingen met zware metalen en matig verhoogd met nikkel. Conclusie: gelet op het regionale karakter van de lichte tot matige metaalverontreinigingen in het grondwater en het ontbreken van verontreinigingen in de grond, bestaan volgens Het Milieuburo b.v. géén milieu hygiënische belemmeringen voor de voorgenomen rioolreconstructie. Onderzoek uitgevoerd in opdracht van de gemeente Venray Conclusie: Ter plaatse van de kolenopslag is sprake van een voormalige en/of huidige bodembelasting, waardoor het vermoeden van bodemverontreiniging aanwezig is. De kern van de verwachte verontreiniging is duidelijk. De verwachte verontreinigende stoffen voor deze situatie zijn PAK. Op basis van het vooronderzoek is geconcludeerd, dat dit deel van de onderzoekslocatie on bodembelasting e Onderzoek uitgevoerd in opdracht van de gemeente Venray Zintuigelijk: geen bijzonderheden Bovengrond: geen verhogingen Ondergrond: geen verhogingen Grondwater: licht verhoogd met chroom

Conclusie: worden beschouwd, wordt op basis van de onderzoeksresultaten, niet geheel bevestigd. Gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek en bestaan er géén milieu hygiënische belemmeringen voor de voorgenomen vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan van de onderzoekslocatie. Verkennend bodem -en Aanleiding voor het onderzoek vormen de voorgenomen graafwerkzaamheden ter plaatse van het asbestonderzoek, te onderzoeken tracé. Een gedeelte van het tracé ligt ten noorden van de onderzoekslocate aan de Ysselsteynseweg e.o, Kievitsweg. Aelmans, d.d. 6 november De boringen 73 t/m 78 zijn geplaatst in de groenstroken/bermen aan weerszijden van de 2017 Kievitsweg. De boven- en ondergrond van de alhier geplaatste boringen is analytisch onderzocht in de grondmengmonsters 24 en 25. Uit de analyseresultaten van voornoemde grondmengmonsters blijkt, dat de bovengrond licht verontreinigd is met PAK. Voornoemde concentratie is van dien aard dat de concentratie PAK de achtergrondwaarde (AW2000) overschrijdt, doch niet de bodemindex of interventiewaarde. Daarnaast overschrijdt onderhavige concentratie PAK niet de maximale waarde voor de klasse wonen. Op basis van een indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit kan onderhavig geheel als klasse AW2000 grond bestempeld worden. Tabel 2.2: Overzicht uitgevoerde bodemonderzoeken

Pagina 5 van 16

Verkennend bodemonderzoek Kievitsweg 4-6 te Ysselsteyn / AM19063

Op de locatie heeft, voor zover bekend, geen bovengrondse of ondergrondse opslag van oliehoudende producten plaatsgevonden. Voor zover bekend hebben er op de locatie geen ophogingen, opvullingen of dempingen plaatsgevonden. 2.5

Bodemopbouw en geo(hydro)logie

De bodemopbouw van de onderzoekslocatie wordt schematisch weergegeven in tabel 2.3. Diepte [m-mv] 0 - 10

Lithostratigrafie Formatie van Boxtel

Lithologie Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind 10 22,5 Formatie van Beegden Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof zand, grind en midden zand, weinig zandige klei en fijn zand, een spoor klei en kans op stenen, keien en blokken 22,5 37,0 Kiezeloöliet Formatie Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, weinig klei, zandige klei, fijn zand en grind en een spoor bruinkool Tabel 2.3: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket, Identificatie: B52B0370)

De onderzoekslocatie ligt op een hoogte van 31 m+ NAP. De stroming van het freatisch grondwater is globaal noordoostelijk gericht en bevindt zich op een hoogte van circa 29 m+ NAP, overeenkomend met circa 2 mmv. De onderzoekslocatie bevindt zich niet binnen de grenzen van een grondwaterbeschermingsgebied. 2.6

Beschrijving van de onderzoekslocatie

Op 7 januari 2020 is een veldinspectie uitgevoerd, hierbij is gelet op het terreingebruik en de aanwezigheid van ondergrondse tanks, stookplaatsen, (half)verhardingslagen, ophogingen, storthopen, dempingen, afgravingen en asbestverdacht materiaal op het terrein. Momenteel is de onderzoekslocatie in gebruik als akkerland met 2 stallen. Het dak van de stallen bestaat uit asbestverdacht plaatmateriaal. Op de onderzoekslocatie is een baksteenhoudende verharding westelijk op de onderzoekslocatie aanwezig. De onderzoekslocatie wordt in het noorden begrensd door de Kievitsweg, in het zuidoosten door de Puttenweg en in het oosten door de Ringweg. In het westen en zuidwesten wordt de onderzoekslocatie begrensd door tuin en bebouwing aan de Kievitsweg. Er zijn geen waarnemingen gedaan welke wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen of bronnen van verontreinigingen. Een fotoreportage van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 2. 2.7

Asbest

Uit het dossieronderzoek en de uitgevoerde veldinspectie is gebleken dat de agrarische opstallen asbestverdachte dakbedekking zonder goot bevatten. Tijdens de veldinspectie zijn op het maaiveld enkele asbestverdachte golfplaten aangetroffen. 2.8

Bodemkwaliteitskaart gemeente Venray

Uit de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Venray (projectnr 233561, Inogen d.d. 09-2011) blijkt dat voor de onderzoekslocatie de AW2000 geldt voor zowel de bovengrond als ondergrond. Op de bodemfunctieklassenkaart heeft de locatie de fun .

Pagina 6 van 16

Verkennend bodemonderzoek Kievitsweg 4-6 te Ysselsteyn / AM19063

2.9

Onderzoekshypothese onverdacht

beschouwd. Het gedeelte van de onderzoekslocatie rondom de agrarische op aanwezigheid van asbest in de grond.

Pagina 7 van 16

Verkennend bodemonderzoek Kievitsweg 4-6 te Ysselsteyn / AM19063

3. ONDERZOEKSSTRATEGIE 3.1

Inleiding

Op basis van de verzamelde informatie uit het vooronderzoek (NEN 5725) en de gestelde onderzoekshypothese(n) voor de onderzoekslocatie, is een onderzoeksstrategie opgesteld conform de richtlijnen van de onderzoeksnorm NEN 5740 (Bodem-Landbodem; Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond) en NEN 5707 (Bodem Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond) van het Nederlands Normalisatie-Instituut. 3.2

Onderzoeksstrategie NEN 5740

In principe worden boringen willekeurig verspreid over de gehele onderzoekslocatie. Voor het vaststellen van de milieuhygiënische conditie van de bodem (grond en grondwater) van de onderzoekslocatie zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden. ONDERZOEKSNORM NEN 5740 'onverdacht' Aantal boringen oppervlakte (m²)

tot 0,5 m

èn tot 2m

6.300

12

3

Aantal te onderzoeken (meng)monsters

Aantal te nemen monsters èn met peilbuis 1

grondwater

grond 1

0-0,5 m

0,5-2,0 m

16

12

Analysepakket

1

bovengrond

ondergrond

grondwater

2 NEN-grond incl. lutos

2 NEN-grond incl. lutos

1 NENgrondwater

Tabel 3.1: Veldwerk, monstername en analysestrategie volgens NEN onverdacht 1) Uit elke boring van 0,5 tot 2,0 diepte worden drie monsters in trajecten van ten hoogste 0,5 m genomen.

Legenda bij tabel 3.1 m: meter beneden maaiveld lutos: lutum en organische stofgehalte De bovengrond en de ondergrond worden onderzocht op de stoffen uit het NEN drogestof-bepaling 9 zware metalen 10 polycyclische aromatische koolwaterstoffen 7 Polychloorbifenylen (PCB) minerale olie Tevens bepaalt het laboratorium het gehalte aan organische stof en lutumgehalte voor het vaststellen van een toetsingskader voor de lokale bodemkwaliteit. Het grondwater wordt onderzocht op de stoffen uit het NEN 9 zware metalen 8 vluchtige aromatische koolwaterstoffen (incl. naftaleen) 21 vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen minerale olie 3.3

Onderzoeksstrategie NEN 5707

Voor het uitvoeren van een verkennend asbest in bodemonderzoek is uitgegaan van de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld. De veldwerkzaamheden bestaan uit een maaiveldinspectie en het graven van inspectiegaten. De asbestinspectiegaten zullen voornamelijk rondom de stallen gegraven worden. Dit terreindeel heeft een oppervlakte van 2.100 m2.

Pagina 8 van 16

Verkennend bodemonderzoek Kievitsweg 4-6 te Ysselsteyn / AM19063

Voor het vaststellen van eventuele verontreiniging met asbest in de bodem zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden. ONDERZOEKSNORM NEN 570

-

Oppervlakte

Minimaal aantal te

Gaten in de verdachte

Gaten tot onderzijde

Aantal te

locatie

inspecteren punten

laag tot maximaal 0,5 m

verdachte laag met een

analyseren

van het maaiveld

in de verdachte laag

maximum van 2 m

(meng)monsters

2.100 m2

11

11

2

3

Tabel 3.2: onderzoeksopzet verkennend onderzoek asbest

Pagina 9 van 16

Verkennend bodemonderzoek Kievitsweg 4-6 te Ysselsteyn / AM19063

4. VELDWERKZAAMHEDEN 4.1

Algemeen

Conform de onderzoeksstrategie, zoals beschreven in hoofdstuk 3, is op de onderzoekslocatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 conform protocollen 2001, 2002 en 2018 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Voor het traceren van de kabels en leidingen is voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden een KLIC melding verricht. 4.2

Grondbemonstering

Op 7 januari 2020 zijn de boringen geplaatst en de asbestinspectiegaten gegraven volgens de in paragraaf 3.2 en 3.3 weergegeven onderzoeksstrategie. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer H. van den Tillaar en de heer L. Koomen, erkende monsternemers in het kader van de BRL SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002 en 2018. Een aantal boringen en gaten zijn gecombineerd uitgevoerd. Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden is het maaiveld geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Tijdens de inspectie was het droog en helder weer. De inspectie efficiëntie van het terrein is ingeschat op 60-70%. Tijdens de inspectie is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal gevonden. De boringen voor het verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) zijn verricht met behulp van de Edelmanboor ( 7 of 10 cm). Voor het uitvoeren van een grondwateronderzoek is een boring afgewerkt met een peilbuis. Deze is centraal op de onderzoekslocatie geplaatst, ter plaatse van boorpunt 05. De bovenkant van het peilbuisfilter is onder de aangetroffen grondwaterstand geplaatst. Het filter bevindt zich van 2,9 tot 3,9 meter beneden maaiveld. Tijdens de installatie van de peilbuis is geen werkwater gebruikt. Het opgeboorde bodemmateriaal is volgens de classificatienorm voor onverharde bodems (NEN 5104) beoordeeld.

Daarnaast is vastgesteld in hoeverre het opgeboorde materiaal mogelijke aanwijzingen biedt voor de aanwezigheid van visueel zichtbare verontreiniging. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de bodemopbouw heeft laagsgewijze bemonstering plaatsgevonden. De uitkomende grond en alle zintuiglijk waargenomen bijzonderheden zijn per boring beschreven in de profielbeschrijvingen (zie bijlage 4). In onderstaande tabel zijn de boringen beschreven waarin zintuiglijk afwijkingen zijn geconstateerd. Boring Dieptetraject [m-mv.] 01 0 0,2 02 0 0,25 03 0 0,2 06 0 0,5 09 0 0,5 Tabel 4.1: Overzicht zintuiglijke afwijkingen 1) sporen (bijmenging 0-1%)

Zintuiglijke waarneming1) sporen asbestverdacht materiaal sporen baksteen sporen baksteen sterk baksteenhoudend sporen baksteen

Verdeeld over de onderzoekslocatie zijn in totaal 11 asbestinspectiegaten gegraven van minimaal 0,3 x 0,3 meter tot 0,5 m-mv. (inspectiegaten ABG01 t/m ABG11). In asbestinspectiegaten ABG01 en ABG11 is met behulp van de Edelmanboor (Ø12 cm) een boring verricht tot 2 meter beneden maaiveld. De druipzone van asbestinspectiegaten ABG01 t/m ABG04 en ABG08 t/m ABG11 nabij de daken met asbestverdachte golfplaten is separaat bemonsterd.

Pagina 10 van 16

Verkennend bodemonderzoek Kievitsweg 4-6 te Ysselsteyn / AM19063

Het uitkomende materiaal is vervolgens voorbehandeld en visueel geïnspecteerd op asbestverdachte materialen. In het uitgegraven materiaal van de inspectiegat ABG01 is visueel asbestverdacht plaatmateriaal waargenomen. Het aangetroffen plaatmateriaal is verpakt en overgedragen aan het geaccrediteerde laboratorium Synlab in Rotterdam. Zie tabel 4.2 voor een overzicht van de aangetroffen asbestverdachte materialen. Vindplaats Asbestverdacht materiaal aangetroffen ABG1 (traject 0 - 0,2 m-mv) Grijze golfplaat (1 plaatje, diameter 4 cm, ca. 34 gram) Tabel 4.2: Aangetroffen asbestverdachte materialen

Geselecteerd voor analyse Ja, materiaalmonster ABV1

De boorlocaties zijn weergegeven in bijlage 3. De uitkomende grond en alle visueel waargenomen bijzonderheden zijn beschreven in de profielbeschrijvingen in bijlage 4 asbestinspectiegaten opgenomen. 4.3

Grondwatermonstername

De peilbuis is een week na plaatsing op 14 januari 2020 bemonsterd conform protocol 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. De bemonstering is uitgevoerd door erkend veldwerkers van Aeres Milieu, de heer H. van den Tillaar en de heer L. Koomen. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand opgenomen en zijn de zuurgraad (pH) en het elektrische-geleidingsvermogen (Ec) van het grondwater bepaald. Deze waarden waren constant bij monstername. De geleidbaarheid is gecorrigeerd voor de grondwatertemperatuur. De geleiding is een maat voor de concentratie aan opgeloste stoffen in het water, terwijl de pH de zuurgraad van het water aangeeft (pH<7: zuur, pH = 7: neutraal, pH>7: basisch). De grondwatermonsters zijn in het veld, voor zover noodzakelijk gefiltreerd en geconserveerd. De in het veld gemeten parameters zijn in onderstaande tabel samengevat. Peilbuisnummer Pb 1 filterstelling [m-mv] 2,9 - 3,9 grondwaterpeil [m-mv] 2,0 toestroming slecht zuurgraad [pH] 6,13 elektrisch geleidingsvermogen [µS/cm] 595 troebelheid [NTU] buiten meetbereik (slecht) drijflaag geen geur geen waargenomen afwijkingen geen Tabel 4.3: Resultaten veldmetingen tijdens grondwatermonstername

De meetresultaten wijken niet af van natuurlijk of regionaal voorkomende waarden. In het grondwater in de peilbuis is sprake van een verhoogde troebelheid (>10 NTU). Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehalten aan organische parameters in het grondwater. Bij het voorliggende onderzoek is de index van geen enkele organische parameter verhoogd (zie 5.4 grondwateranalyse). De eventuele overschatting van de gehalten als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft geen gevolgen voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd. De overige waarden geven geen aanleiding tot opmerkingen.

Pagina 11 van 16

Verkennend bodemonderzoek Kievitsweg 4-6 te Ysselsteyn / AM19063

5. LABORATORIUMONDERZOEK 5.1

Algemeen

De analyses zijn uitgevoerd door het onderzoekslaboratorium van Synlab BV te Rotterdam. Synlab is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025, waar verdere conservering en (voor)behandeling van de monsters plaats heeft gevonden. 5.2

Grond(meng)monster(s)

In het laboratorium zijn voor het chemisch onderzoek van de grondmonsters uit de boven- en ondergrond al dan niet mengmonsters samengesteld volgens onderstaande tabel. De keuze voor het samenstellen van deelmonsters tot een mengmonster of het analyseren van individuele monsters is gebaseerd op de zintuiglijke waarnemingen in het veld en op de onderzoeksstrategie. (Meng)monsternummer MM1

Grondmonster(s) 1)

02-1 03-1 06-1 09-1 MM2 01-1 04-1 05-1 07-1 08-1 10-1 11-1 12-1 15-1 16-1 MM3 01-4 02-3 03-3 04-3 05-2 MM4 01-5 01-6 02-4 04-5 05-3 05-4 Tabel 5.1: schema grond(meng)monsters

Bodemlaag [m-mv] 0 0,25 0 0,2 0 0,5 0 0,5 0 0,2 0 0,5 0 0,5 0 0,5 0 0,5 0 0,5 0 0,5 0 0,5 0 0,5 0 0,5 0,7 1,0 0,5 1,0 0,5 0,7 0,65 1,0 0,6 1,0 1,0 1,5 1,5 2,0 1,0 1,5 1,5 2,0 1,0 1,5 1,5 2,0

Zintuiglijke waarnemingen sporen baksteen sporen baksteen sterk baksteenhoudend sporen baksteen spoor asbestverdacht materiaal geen bijmengingen / bijzonderheden geen bijmengingen / bijzonderheden geen bijmengingen / bijzonderheden geen bijmengingen / bijzonderheden geen bijmengingen / bijzonderheden geen bijmengingen / bijzonderheden geen bijmengingen / bijzonderheden geen bijmengingen / bijzonderheden geen bijmengingen / bijzonderheden geen bijmengingen / bijzonderheden geen bijmengingen / bijzonderheden geen bijmengingen / bijzonderheden geen bijmengingen / bijzonderheden geen bijmengingen / bijzonderheden geen bijmengingen / bijzonderheden geen bijmengingen / bijzonderheden geen bijmengingen / bijzonderheden geen bijmengingen / bijzonderheden geen bijmengingen / bijzonderheden geen bijmengingen / bijzonderheden

1) Het eerste cijfer geeft het boorpunt aan, het tweede cijfer het monsternametraject (zie bijlage 3).

De analyseresultaten van de grond(meng)monsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven. * ** ***

Het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan de het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde; het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde; het gehalte is groter dan de interventiewaarde.

In de Regeling bodemkwaliteit (RBK) is vastgelegd dat de toetsing moet plaatsvinden door het gevonden gehalte in een monster eerst te corrigeren met het lutum en organisch stof gehalte (=berekende concentratie) en vervolgens te vergelijken met de grenswaarden van de Regeling Bodemkwaliteit. In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende achtergrondwaarde voor duurzame bodemkwaliteit.

Pagina 12 van 16

Verkennend bodemonderzoek Kievitsweg 4-6 te Ysselsteyn / AM19063

Zie bijlage 6 voor de toetsingstabellen en analyserapport. (Meng)monsternummer

Bodemlaag [m-mv]

Zintuiglijke waarnemingen

Verhoogde component

MM1

0

spoor tot sterk baksteenhoudend

cadmium lood -

0,5

MM2 0 0,5 geen bijmengingen MM3 0,5 1,0 geen bijmengingen MM4 1,0 2,0 geen bijmengingen Tabel 5.2: Toetsingsresultaten van de grond(meng)monsters

Berekende concentratie [mg/kg d.s.] en toetsing 0,652 * 80,7 * -

Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond (MM1, traject 0 0,5 m-mv.) licht verhoogd is met cadmium en lood. In de overige grondmengmonsters van de bovengrond en ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. Toelichting verhoogde gehalten Zware metalen, zoals cadmium en lood, bezitten een geringe mobiliteit in de bodem en hechten zich met name aan slib- en kleideeltjes. Zware metalen komen van nature in bepaalde concentraties in de bodem voor. Deze concentraties kunnen verhoogd voorkomen in het stedelijk milieu. De afgifte vindt onder andere plaats door dakpannen, dakgoten, kabels en leidingen, verkeer en afval. Ook depositie van zware metalen op de bodem door industriële activiteiten is een mogelijke oorzaak van verhoogde concentraties. Tot de bedrijfsactiviteiten die verontreiniging van de bodem met zware metalen kunnen veroorzaken worden onder andere gerekend galvanische bedrijven, grafische industrie, sloperijen en metaalbewerkende industrie. De aangetroffen lichte verhogingen komen mogelijk door de aangetroffen bijmenging met baksteen. De lichte verhogingen met cadmium en lood zijn mogelijk te relateren aan de aangetroffen bijmengingen. 5.3

Asbest (NEN 5707)

5.3.1 Analyseresultaten asbest materiaalmonster Het analyseresultaat van materiaalmonster ABV1 dat is aangetroffen in ABG01 is opgenomen in tabel 5.3. Zie bijlage 7 voor het analyserapport. Monsternummer ABV1 golfplaat

Soort asbest

chrysoltiel crocidoliet Tabel 5.3: Analyseresultaten materiaalmonster

Schatting gewichtspercentage 10-15% 5-10%

Hechtgebondenheid

Asbest [gram]

hechtgebonden hechtgebonden

4,7 2,8

Uit de analyse blijkt dat het aangetroffen plaatmateriaalmonster asbesthoudend is. 5.3.2 Analyseresultaten grond(meng)monsters asbest (fijne fractie) Van de uitgezeefde fijne fractie (<20 mm) zijn mengmonsters samengesteld van minimaal 10 kg. De mengmonsters zijn genomen door per asbestinspectie gat evenredige grepen van de gezeefde grond te nemen. In tabel 5.4 is de samenstelling van de mengmonsters weergegeven.

Pagina 13 van 16

Verkennend bodemonderzoek Kievitsweg 4-6 te Ysselsteyn / AM19063

Mengmonster

Inspectie gaten

Traject [m-mv]

Visuele waarnemingen (%>20 mm)

ABM1 ABM2

ABG1 0 0,2 spoor asbest (<1%), ABV1 ABG2 0 0,2 geen bijzonderheden / bijmengingen ABG3 0 0,2 geen bijzonderheden / bijmengingen ABG4 0 0,2 spoor baksteen (<5%) ABM3 ABG1 0,2 0,5 geen bijzonderheden / bijmengingen ABG2 0,2 0,5 geen bijzonderheden / bijmengingen ABG3 0,2 0,5 geen bijzonderheden / bijmengingen ABG4 0,2 0,5 geen bijzonderheden / bijmengingen ABM4 ABG5 0 0,5 matig baksteenhoudend (5-10%) ABG6 0 0,5 sterk baksteenhoudend (20-30%) ABM5 ABG8 0 0,2 geen bijzonderheden / bijmengingen ABG9 0 0,2 geen bijzonderheden / bijmengingen ABG10 0 0,2 geen bijzonderheden / bijmengingen ABG11 0 0,2 geen bijzonderheden / bijmengingen ABM6 ABG8 0,2 0,5 geen bijzonderheden / bijmengingen ABG9 0,2 0,5 geen bijzonderheden / bijmengingen ABG10 0,2 0,5 geen bijzonderheden / bijmengingen ABG11 0,2 0,5 geen bijzonderheden / bijmengingen Tabel 5.4 : schema grond(meng)monsters fijne fractie

Asbestverdacht materiaal (fractie >20 mm) aangetroffen Ja Nee

Geselecteerd voor analyse Ja Ja

Nee

Ja

Nee

Ja

Nee

Ja

Nee

Ja

De berekende concentratie is bepaald door sommatie van de asbestconcentratie in de grond (mg/kg d.s.) en de bijdrage van de materiaalmonsters uit het inspectiegat (mg/kg d.s. voor het geschouwd volume), gecorrigeerd voor het drooggewicht grond. Zie bijlage 8 voor het analyserapport. Monster

Visuele waarneming

ABM1 spoor asbest ABM2 bijmengingen met baksteen ABM3 geen bijmengingen ABM4 bijmengingen met baksteen ABM5 geen bijmengingen ABM6 geen bijmengingen Tabel 5.5: analyseresultaten n.a. = niet aangetoond

Vastgestelde hoeveelheid asbest grove fractie [mg/kg d.s.]

fijne fractie [mg/kg d.s.]

serpentijn

amfibool

serpentijn

amfibool

428,8 n.a. n.a. n.a. n.a. n.a.

2554,7 n.a. n.a. n.a. n.a. n.a.

1200 250 29 < 2,0 < 2,0 0,64

12000 2100 44,0 < 2,0 24,1 < 2,0

Indicatieve asbestconcentratie

16183,5 mg/kg d.s. 2296,2 mg/kg d.s. 72,9 mg/kg d.s. < 2,0 mg/kg d.s. 24,1 mg/kg d.s. 0,64 mg/kg d.s.

In de mengmonsters ABM1 en ABM 2 (druipzone oostelijke kippenstal) is een sterk verhoogde asbest concentratie aangetoond. In ABM 3 (traject 0,2 0,5 m-mv. oostelijke kippenstal) is een matig verhoogde asbestconcentratie aangetoond van 72,9 mg/kg d.s. In ABM 5 (druipzone kleine stal) is een licht verhoogde asbestconcentratie aangetoond van 24,1 mg/kg d.s. In ABM 6 (traject 0,2 0,5 m-mv. kleine stal) is een marginaal verhoogde asbestconcentratie aangetoond van 0,64 mg/kg d.s. In ABM 4 (baksteen houdende verharding) is geen verhoogde asbestconcentratie aangetoond. De verhoogde asbestconcentraties in ABM1 en ABM2 overschrijden de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.). De asbestconcentratie van ABM3 is groter dan de helft van de interventiewaarde. De resultaten van ABM1 t/m ABM3 geven aanleiding voor het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest in bodem. 5.4

Grondwatermonster(s)

De analyseresultaten van de grondwatermonsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven. * ** ***

Het gehalte is groter dan of gelijk aan de streefwaarde (of de detectiegrens, indien deze hoger is) en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde; het gehalte is groter dan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde; het gehalte is groter dan de interventiewaarde.

Pagina 14 van 16

Verkennend bodemonderzoek Kievitsweg 4-6 te Ysselsteyn / AM19063

In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende streefwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 9 voor de toetsingstabellen en het analyserapport. Peilbuis

Filtertraject [m-mv]

Grondwaterstand [m-mv]

1

2,9 - 3,9

2,0

Verhoogde component

Gemeten concentratie [µg/l] en toetsing

barium

62

*

cadmium

0,41

*

koper

20

*

nikkel

33

*

zink

87

*

Tabel 5.6: Toetsingsresultaten van de grondwatermonsters

Uit de analyseresultaten blijkt dat het grondwater afkomstig uit de peilbuis licht verhoogd is met barium, cadmium, koper, nikkel en zink De lichte verhogingen met zware metalen worden waarschijnlijk gedeeltelijk van buiten de onderzoekslocatie aangevoerd, aangezien in de ondergrondmonsters geen verhoogde concentraties gemeten zijn. Op de locatie zijn ook geen verontreinigingsbronnen aan te wijzen die in relatie zouden kunnen staan met de verhoogd aangetroffen gehalten aan zware metalen. 5.5

Toetsing van de gestelde hypothese

Geconcludeerd kan worden dat de berekende concentraties in de bovengrond in tegenspraak zijn met de vooraf geformuleerde hypothese dat de locatie als onverdacht beschouwd kan worden. De gemeten concentraties liggen ruim beneden de tussenwaarde (= het gemiddelde van de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden voor grond). De resultaten van het grondwatermonster zijn in Gelet op de aangetoonde componenten, de gemeten concentraties en het ontbreken van potentiele verontreinigingsbronnen ter plaatse wordt het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek niet noodzakelijk geacht. De geformuleerde hypothese dat een gedeelte van de onderzoekslocatie verdacht is op het voorkomen van asbest in de bodem is terecht gebleken. In ABG01 is in de grove fractie asbesthoudend plaatmateriaal aangetroffen. In ABM1 t/m ABM3, zie paragraaf 5.3.2 (gaten oostelijke stal) is in de fijne fractie een verhoging van meer dan de helft van de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.) aangetoond. Derhalve wordt het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest in de bodem geadviseerd om de ernst en omvang vast te stellen. De verhoogde asbestconcentraties zijn te relateren aan de afstromende vezels van het dak. De stallen hebben namelijk een asbestcement dak zonder goot. Door verwering door de jaren heen komen asbestvezels los uit het cement en spoelen deze met het regenwater in de bodem.

Pagina 15 van 16

Verkennend bodemonderzoek Kievitsweg 4-6 te Ysselsteyn / AM19063

6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Bij de veldwerkzaamheden zijn in de bovengrond plaatselijk bijmengingen met baksteen waargenomen. In asbestinspectiegat ABG1 is één stuk asbestverdacht plaatmateriaal waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond licht verhoogd is met cadmium en lood. In de ondergrond zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde. Het freatisch grondwater is licht verhoogd met barium, cadmium, koper, nikkel en zink. De aanwezige bebouwing bestaat uit een asbestverdachte dakbedekking. Op het maaiveld zijn bij de oostelijke stal enkele asbestverdachte golfplaten waargenomen. In de fijne en grove fractie ter plaatse van asbestinspectiegat ABG01 is asbesthoudend materiaal aangetroffen. In de fijne fractie van grondmengmonsters ABM1 t/m ABM3 (nabij oostelijke stal) overschrijdt de indicatief berekende asbestconcentratie de helft van de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.). In de fijne fractie (<20 mm) van ABM4 (baksteenhoudende oprit), ABM5 en ABM6 (zuidelijke stal) is geen tot een licht verhoogde asbestconcentratie aangetoond. De resultaten van dit verkennend bodemonderzoek geven aanleiding tot het uitvoeren van een nader asbest in bodemonderzoek om de ernst en omvang vast te stellen rondom de oostelijke kippenstal.

Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond mogelijk niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is niet multifunctioneel toepasbaar. Het wordt daarom afgeraden het freatisch grondwater te gebruiken voor consumptie, besproeiing of proceswater.

Pagina 16 van 16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17007347/1