20251006 M Bijlage 12 M e r -beoordeling, Aelmans ROM B V (d d 22-05-2025)
Tekst van het document
M.e.r.-beoordeling Hoofdstuk 22f TAM-Omgevingsplan Woningbouw Ringweg-Kievitsweg Ysselsteyn
Projectgegevens Rapportnummer Datum rapportage
: M222653.038/WWU : 22 mei 2025
M.e.r.-beoordeling Hoofdstuk 22f TAM-Omgevingsplan Woningbouw Ringweg-Kievitsweg Ysselsteyn
Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V. Kerkstraat 2 6095 BE Baexem +31 (0)475 45 92 60 info@aelmans.com www.aelmans.com
Op onze dienstverlening zijn de algemene voorwaarden van Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V. van toepassing die u vindt op www.aelmans.com. Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V. is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 14091320. Dit rapport is opgesteld in opdracht, is vertrouwelijk en mag niet worden gedupliceerd of aan derden openbaar worden gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever. Alleen aan het volledige originele document kunnen rechten worden ontleend door de opdrachtgever. Derden (met uitzondering van bevoegde gezagen) kunnen geen rechten ontlenen aan dit rapport. Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V. is niet aansprakelijk voor schade die direct dan wel indirect voortvloeit uit conclusies, aannames en/of aanbevelingen die vermeld staan in dit rapport. Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V. is niet aansprakelijk voor mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van dit rapport zelf neemt.
Sjabloonversie november 2023
Inhoudsopgave 1
Inleiding ...................................................................................................................1 1.1 Aanleiding ............................................................................................................................... 1 1.2 M.e.r.-beoordeling.................................................................................................................. 2 1.3 Leeswijzer ............................................................................................................................... 4
2
Kenmerken van het plan ..........................................................................................5 2.1 Omvang van het plan.............................................................................................................. 5 2.2 Cumulatie met andere projecten ........................................................................................... 6 2.3 Gebruik van natuurlijke hulpbronnen .................................................................................... 6 2.4 Productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder........................................................... 6 2.5 Risico voor ongevallen ............................................................................................................ 7
3
Plaats van het plan ..................................................................................................8 3.1 Het bestaande grondgebruik .................................................................................................. 8 3.2 Rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen .......... 8 3.3 Het opname vermogen van het natuurlijke milieu ................................................................ 8
4
Kenmerken van potentiële effecten ......................................................................11 4.1 Bereik en aard van het effect (geografisch en grootte getroffen bevolking) ....................... 11 4.2 Grensoverschrijdend karkater van het effect ....................................................................... 11 4.3 Orde van grootte en complexiteit van het effect ................................................................. 11 4.4 Waarschijnlijkheid, duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect ............................ 11
5
Conclusie ...............................................................................................................12
M222653.038/WWU
1 Inleiding 1.1
Aanleiding In de hoek van de Ringweg en de Kievitsweg te Ysselsteyn (gemeente Venray), aan de rand van de oostelijke zijde van de kern Ysselsteyn, ligt een agrarisch perceel. De aanleiding voor het wijzigen van het Omgevingsplan van de gemeente Venray betreft de ontwikkeling van de woonwijk 'Ringweg/Kievitsweg', die aansluit op de bestaande woonwijk Kievitsakker I. De ontwikkeling van het bouwplan Ringweg/Kievitsweg zal plaatsvinden op het perceel kadastraal bekend als gemeente Venray - sectie M - perceelsnummer 1775 (ged.). De ontwikkeling bestaat uit de bouw van 42 wooneenheden.
Uitsnede luchtfoto en kadastrale kaart met aanduiding plangebied.
De programmering van de te realiseren woningen wordt verdeeld in verschillende categorieën om op deze manier de wijk aantrekkelijk te maken voor verschillende doelgroepen. De 42 woningen zijn verdeeld in de categorieën; • • • • •
Vrijstaande woningen/ vrije kavels (5 stuks) Twee-onder-één-kap-woningen (4 stuks) Rijwoningen (8 stuks) Levensloopbestendige woningen (7 stuks) Beneden-bovenwoningen (18 stuks)
Naast de realisatie van de woningen richt onderhavig plan zich ook op de bijhorende groenvoorzieningen, verkeerskundige voorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen. De realisatie van de beoogde woonwijk is in strijd met diverse planregels uit het bestemmingsplan ‘Ysselsteyn’, sinds 1 januari 2024 onderdeel van het tijdelijke deel van het Omgevingsplan Venray. Het
M.e.r.-beoordeling Hoofdstuk 22f TAM-Omgevingsplan Woningbouw Ringweg-Kievitsweg Ysselsteyn Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.
1
M222653.038/WWU
geldende omgevingsplan biedt geen mogelijkheid dit project te realiseren. Onderhavig voornemen is enkel mogelijk te maken middels een wijziging van het Omgevingsplan. Aan de hand van voorliggende Tijdelijke Alternatieve Maatregel (TAM), wordt een wijzigingsbesluit verzocht bij het bevoegd gezag via de IMRO-standaard. Dit TAM-Omgevingsplan dient als wijzigingsbesluit via de technieken van IMRO. In het kader van de te doorlopen planologische procedure moet worden aangetoond dat er met deze wijziging tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) wordt gekomen. In het TAM-Omgevingsplan moet de haalbaarheid van de ontwikkeling worden aangetoond en in dat kader vindt toetsing plaats aan van toepassing zijnde wetgeving en beleid. Uit toetsing van de ontwikkeling aan de m.e.r.-wetgeving, blijkt dat de beoogde ontwikkeling moet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject en staat genoemd onder J11 'Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen' van bijlage V bij het Omgevingsbesluit. In deze bijlage zijn voor deze activiteit geen indicatieve drempelwaarden benoemd.
Dit betekent dat het bevoegd gezag ten behoeve van de besluitvorming over wijziging van het Omgevingsplan in alle gevallen dient te bepalen of het initiatief leidt tot aanzienlijke milieugevolgen en er aanleiding is tot het doorlopen van een m.e.r.-procedure. In het kader van onderhavig planvoornemen is voorliggende m.e.r.-beoordeling opgesteld. Op basis van deze rapportage kan het bevoegde gezag de gevolgen beoordelen van het TAM-Omgevingsplan en de beslissing nemen of er een m.e.r. noodzakelijk is in het kader van dit TAM-Omgevingsplan.
1.2
M.e.r.-beoordeling
1.2.1 Juridisch kader De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben.
De wettelijke basis voor de m.e.r. ligt in Europa: • De mer-richtlijn regelt de milieueffectrapportage voor projecten; • De smb-richtlijn regelt de milieueffectrapportage voor plannen en programma’s. Daarnaast geldt het verdrag van Espoo, inclusief het SEA-protocol, als er grensoverschrijdende milieueffecten kunnen zijn. De eisen van de bovengenoemde richtlijnen en het verdrag zijn nationaal omgezet in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en hoofdstuk 11 van het Omgevingsbesluit. De Commissie m.e.r. is geregeld in artikel 17.5 van de Omgevingswet en hoofdstuk 12 van het Omgevingsbesluit.
M.e.r.-beoordeling Hoofdstuk 22f TAM-Omgevingsplan Woningbouw Ringweg-Kievitsweg Ysselsteyn Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.
2
M222653.038/WWU
Voor het bepalen of een plan eventueel mer-plichtig is, is artikel 16.36, lid 3 en 4 van de Omgevingswet van toepassing. Er zijn bij de zogenaamde plan-mer-beoordeling twee mogelijke resultaten: 1. Aanzienlijke milieueffecten zijn niet uitgesloten: er volgt een plan-mer en er moet een milieueffect-rapport (MER) worden gemaakt. 2. Aanzienlijke milieueffecten zijn uitgesloten: er is geen plan-mer nodig en er wordt geen MER gemaakt. Of een besluit over een plan mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is, kan worden afgeleid uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit (Ob), in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit. Bijlage V Ob heeft als ingang (eerste kolom) de omschrijving van het project van de initiatiefnemer. In kolom 4 staan de besluiten genoemd waarvoor dan de mer-verplichtingen gelden. Het gaat dan om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend. In dit geval is dat de omgevingsvergunning. Het betreft dan overigens altijd een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit (of een ontgrondingenactiviteit, wateractiviteit e.d.). Of er voor het besluit een mer-plicht of een mer-beoordelingsplicht geldt, volgt uit de tweede en derde kolom. Als het project voldoet aan de voorwaarden van kolom 2, geldt een mer-plicht. Anders geldt een mer-beoordelingsplicht, tenzij ook in kolom 3 nog voorwaarden staan.
Het bevoegd gezag neemt het resultaat van de beoordeling of sprake is van aanzienlijke milieueffecten, bedoeld in artikel 16.43, tweede lid, van de wet, met de bijbehorende motivering op in het besluit en, voor zover hier sprake van is, in het ontwerp van het besluit (artikel 11.11, lid 2 Omgevingsbesluit). Motivering van de beslissing (art. 11.11 lid 3 Omgevingsbesluit) In de motivering van de beslissing wordt in ieder geval verwezen naar: a. de relevante criteria van bijlage III bij de mer-richtlijn; en b. als is beslist dat geen milieueffectrapport moet worden gemaakt: 1. de kenmerken en maatregelen, bedoeld in artikel 11.10, derde lid, als degene die voornemens is het project uit te voeren deze heeft voorgesteld; en 2. het moment waarop die maatregelen moeten zijn gerealiseerd. 1.2.2 Toetsing In categorie J11, kolom 3 bijlage V Ob is aangegeven dat een m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd voor de ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Wat een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ is wordt niet nader gedefinieerd in het Omgevingsbesluit. De minimale drempelwaarden zoals die in onderdeel D categorie D11.2 van het Besluit milieueffectrapportage stonden zijn vervallen. Bij deze categorie van projecten is verder een m.e.r.-plicht niet aan de orde.
Uit de (uitgebreide) jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat de enkele omstandigheid dat een project relevante (negatieve) milieugevolgen heeft, niet doorslaggevend is voor het oordeel of zo’n project is aan te merken als een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’. De concrete aard en omvang van het project zijn veel belangrijkere criteria voor deze beoordeling (zie bijvoorbeeld AbRvS 15 maart 2017 / 201601015/1/R1 ECLI:NL:RVS:2017:694).
M.e.r.-beoordeling Hoofdstuk 22f TAM-Omgevingsplan Woningbouw Ringweg-Kievitsweg Ysselsteyn Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.
3
M222653.038/WWU
De beoogde ontwikkeling moet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject zoals benoemd onder J11 'Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen' van bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Een m.e.r.-beoordeling van het woningbouwproject in het TAM-omgevingsplan is derhalve noodzakelijk.
Uitsnede Bijlage V van het Omgevingsbesluit ter plaatse van J11.
1.3
Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgen vier hoofdstukken waarin nader wordt ingegaan op het onderhavige plan en de eventuele milieugevolgen. In Hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de kenmerken van het plan. In Hoofdstuk 3 wordt de plaats van het plan beschreven. In Hoofdstuk 4 komen de kenmerken van de potentiële effecten aan bod. Het rapport wordt afgesloten met een eindconclusie in Hoofdstuk 5.
M.e.r.-beoordeling Hoofdstuk 22f TAM-Omgevingsplan Woningbouw Ringweg-Kievitsweg Ysselsteyn Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.
4
M222653.038/WWU
2 Kenmerken van het plan In dit hoofdstuk worden de kenmerken van het plan besproken. De aard en de omvang van het plan worden in beeld gebracht. Ook wordt gekeken naar overige aspecten: cumulatie, het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en het risico op ongevallen.
2.1
Omvang van het plan Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Venray - sectie M - perceelsnummer 1775 (ged.). Het gehele kadastrale perceel 'VRY00-M-1775', waarop onderhavig plangebied ligt, heeft een oppervlakte van 13.215 m² (1,3 hectare). Hiervan zal circa 11.420 m² (1,1 hectare) deel uit maken van het daadwerkelijk plangebied. Van het plangebied zal circa 20% worden gebruikt als openbare ruimte en groeninrichting. Het planvoornemen is verwerkt in onderstaand stedenbouwkundig plan.
Stedenbouwkundige schets Woonontwikkeling Kievitsweg, Ysselsteyn (gemeente Venray).
M.e.r.-beoordeling Hoofdstuk 22f TAM-Omgevingsplan Woningbouw Ringweg-Kievitsweg Ysselsteyn Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.
5
M222653.038/WWU
De ontwikkeling bestaat uit de bouw van 42 wooneenheden. De programmering van de te realiseren woningen wordt verdeeld in verschillende categorieën om op deze manier de wijk aantrekkelijk te maken voor verschillende doelgroepen. Het onderstaande woningbouwprogramma is beoogd voor onderhavig voornemen.
Tabel woningbouwprogramma bouwplan Ringweg/Kievitsweg.
Voor een uitgebreidere omschrijving van het planvoornemen wordt verwezen naar de motivering behorende bij het TAM-Omgevingsplan.
2.2
Cumulatie met andere projecten In de omgeving van het plangebied zijn geen autonome ontwikkelingen bekend die aanleiding geven tot cumulatie van milieueffecten met andere projecten. Daarmee is er voor wat betreft cumulatie met andere projecten geen sprake van aanzienlijke milieueffecten. In de directe omgeving zijn er geen andere (ruimtelijke) projecten in ontwikkeling die van invloed zijn op de realisatie van het onderhavige plan.
2.3
Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Natuurlijke hulpbronnen zijn alle in de natuur aanwezige stoffen die van economisch nut kunnen zijn. Naast natuurlijke grondstoffen, die in productieprocessen gebruikt worden, maken hulpbronnen (economische) activiteiten mogelijk (deze worden daarbij niet verbruikt). De toetsing in deze paragraaf blijft beperkt tot het gebruik van natuurlijke hulpbronnen die binnen dan wel in de directe nabijheid van het plangebied voorkomen. Bij de ontwikkeling wordt niet permanent gebruik gemaakt van natuurlijke hulpbronnen. Daarmee is voor wat betreft het gebruik van natuurlijke hulpbronnen geen sprake van aanzienlijke milieueffecten.
2.4
Productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder Tijdens de tijdelijke realisatie van de nieuwbouw wordt gewerkt met stikstof- en fijnstof-emitterende materieel (machines, etc.). Hiernaast zullen de aanlegwerkzaamheden in beperkte mate gepaard gaan met afvalstoffen (zoals overtollig bouwmaterialen) en hinder (bijv. geluid). Verder vindt geen productie plaats die leidt tot gevaarlijke of milieubelastende afvalstoffen.
M.e.r.-beoordeling Hoofdstuk 22f TAM-Omgevingsplan Woningbouw Ringweg-Kievitsweg Ysselsteyn Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.
6
M222653.038/WWU
De beoogde ontwikkeling heeft een verkeersaantrekkende werking. In dat kader is sprake van mogelijke effecten op het gebied van geluid, lucht en verkeer (bijvoorbeeld hinder, doorstroming, veiligheid), dergelijke aspecten zijn uitgebreid toegelicht in hoofdstuk 4 van de motivering behorende bij het TAM-Omgevingsplan.
2.5
Risico voor ongevallen De ontwikkeling brengt geen significante risico's voor ongevallen met zich mee. Verkeersbewegingen van, naar en binnen het plangebied kunnen op een veilige manier plaatsvinden. Binnen het plangebied worden geen extra gevaarlijke stoffen geproduceerd, opgeslagen of vervoerd. Voor wat betreft risico's voor ongevallen is geen sprake van aanzienlijke milieueffecten.
M.e.r.-beoordeling Hoofdstuk 22f TAM-Omgevingsplan Woningbouw Ringweg-Kievitsweg Ysselsteyn Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.
7
M222653.038/WWU
3 Plaats van het plan In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de omgeving waarin de activiteiten plaatsvinden, alsmede de eventuele kwetsbaarheid van dit gebied voor de voorgenomen activiteiten. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het plangebied zelf, maar ook naar de aangrenzende gebieden.
3.1
Het bestaande grondgebruik Het perceel is momenteel in gebruik als agrarische grond waarop gewassen worden geteeld. De oostzijde van het plangebied wordt begrensd door de Ringweg. De Ringweg vormt voor Ysselsteyn de overgang van stedelijk gebied naar buitengebied. De Ringweg is kenmerkend door de robuuste laanbeplanting welke als behoudens waardig wordt beschouwd. Langs de oostzijde van de Ringweg zijn enkele ruime kavels gesitueerd met vrijstaande woningen. Aan de oostzijde van Ringweg is sprake van een open en verspreid bebouwingsbeeld. Ten zuiden van het plangebied is de Puttenweg gelegen. Deze hoofdweg doorkruist Ysselsteyn en vormt een van de hoofdroutes naar omliggende kernen. Aan de Puttenweg is, ter hoogte van het plangebied, een dierenartsenpraktijk en geschakelde woningbouw gelegen. Aan de westzijde van het plangebied heeft recentelijk de woonwijk ontwikkeling 'Kievitsakker I' plaatsgevonden. Kievitsakker I bestaat uit 19 wooneenheden, de woonwijk is een mix van rijwoningen, tweekappers en patiowoningen. De woningen zijn opgezet in een structuur van een groen hofje met daaromheen de woningbouw.
3.2
Rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen Ter plaatse van het plangebied zijn geen bijzondere aardkundige waarden of andere natuurlijke hulpbronnen aanwezig. Het voornemen heeft geen effect op de relatieve rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied en de ondergrond ervan.
3.3
Het opname vermogen van het natuurlijke milieu Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu heeft te maken met de gevoeligheid van gebieden voor ontwikkelingen. In het kader van deze m.e.r.-beoordeling is een analyse gemaakt van het voorkomen en het mogelijke effect van de ontwikkeling op zogenaamde gevoelige gebieden, zoals gedefinieerd in bijlage III van de EU-Richtlijn. Echter, behalve gebieden die op grond van de richtlijn als gevoelig worden beschouwd, zijn er ook gebieden waar krachtens nationale en provinciale regels in het kader van deze m.e.r.-beoordeling rekening mee dient te worden gehouden.
M.e.r.-beoordeling Hoofdstuk 22f TAM-Omgevingsplan Woningbouw Ringweg-Kievitsweg Ysselsteyn Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.
8
M222653.038/WWU
Het resultaat van de analyse wordt hierna beknopt gepresenteerd. Wanneer een grote relevantie is voor de in deze m.e.r.-beoordeling centraal staande ingrepen, wordt er een toelichting gegeven.
3.3.1 Overzicht van gevoelige gebieden bijlage III EU-Richtlijn In de navolgende tabel is de toetsing opgenomen aan alle typen gebieden zoals genoemd in bijlage III van de EU-Richtlijn.
Type gebied Wetlands
Juridisch kader Conventie van Ramsar
Relevantie voor het voornemen In of in de directe nabijheid het plangebied is geen wet landgebied aanwezig.
Kustgebieden
Het plangebied ligt niet in een kustgebied.
Berg- en bosgebieden
Het plangebied ligt niet in een bergof bosgebied.
Reservaten en natuurparken zoals
Nationale landschapen en -parken
Het plangebied ligt niet in een
Nationale landschappen en
zijn onderdeel van het
nationaal landschap, evenmin in
nationale parken
Natuurnetwerk Nederland (NNN).
een nationaal park.
Speciale beschermingszones, door
Omgevingswet en Besluit
Het meest dichtstbijzijnde deel van
de lidstaten aangewezen krachtens
activiteiten leefomgeving
een dergelijke beschermingszone is
Richtlijn 79/409/EEG (Vogelrichtlijn)
is gelegen op een afstand van circa
en Richtlijn 92/43/EEG
3,2 kilometer ten noordwesten van
(Habitatrichtlijn)
het plangebied. Desbetreffend gebied wordt onder subparagraaf 3.3.2 nader toegelicht.
Gebieden waarin de bij wetgeving
Europese milieurichtlijnen (o.a.
Het plangebied ligt niet in een
van de Unie vastgestelde normen
kaderrichtlijn Luchtkwaliteit,
gebied waarin de bij wetgeving van
inzake milieukwaliteit reeds worden
kaderrichtlijn water)
de Unie vastgestelde normen inzake
overschreden
milieukwaliteit reeds worden overschreden.
Gebieden met een hoge
Het plangebied ligt niet in een
bevolkingsdichtheid,
gebied met een hoge bevolkingsdichtheid.
Landschappen van historisch,
Verdrag van Valletta,
Het plangebied ligt niet in een
cultureel of archeologisch belang.
Omgevingswet, Besluit activiteiten
landschap van historisch, cultureel
leefomgeving, Erfgoedwet,
of archeologisch belang.
Gemeentelijk landschapsontwikkelingsplan
M.e.r.-beoordeling Hoofdstuk 22f TAM-Omgevingsplan Woningbouw Ringweg-Kievitsweg Ysselsteyn Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.
9
M222653.038/WWU
3.3.2 Gebiedsbescherming De bescherming van Natura 2000-gebieden is geregeld in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), die de implementatie vormt van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De Natura 2000gebieden vormen samen een Europees netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze bij de voorbereiding van een omgevingsplan, of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, in kaart te worden gebracht en beoordeeld. Effecten kunnen in beginsel alleen optreden door zogenaamde externe werking, waarbij veranderingen en activiteiten binnen de locatie kunnen leiden tot effecten in de natuurgebieden.
Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft de Deurnsche Peel & Mariapeel. De Deurnsche Peel & Mariapeel bestaat uit meerdere deelgebieden, het gehele Natura 2000-gebied betreft zowel een Vogelrichtlijn als Habitatrichtlijn. Het meest dichtstbijzijnde deel van het gebied is gelegen op een afstand van circa 3,2 kilometer ten noordwesten van het plangebied. Het overige deel van de Deurnsche Peel & Mariapeel is gelegen op een afstand van circa 3,7 kilometer ten zuiden van het plangebied. De ligging van het plangebied ten opzichte van omliggende Natura 2000-gebied is verduidelijkt middels onderstaande afbeelding.
Ligging plangebied t.o.v. Natura 2000-gebieden.
Stikstofemissie kan mogelijk een indirect effect veroorzaken op Natura 2000-gebieden. Ten behoeve van voorliggend project is een stikstofonderzoek uitgevoerd waarbij zowel voor de realisatie- als de gebruiksfase is onderzocht of sprake is van significante stikstofdepositie op omliggende Natura2000 gebieden. Uit de berekeningen is gebleken dat er geen sprake is van stikstofdepositie op een stikstof gevoelig natuurgebied. De depositie bedraagt 0,00 mol potentieel zuur/ha/jaar. Bij voorliggend planvoornemen is geen gebruik gemaakt van intern salderen. Negatieve effecten op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden kunnen met zekerheid worden uitgesloten.
M.e.r.-beoordeling Hoofdstuk 22f TAM-Omgevingsplan Woningbouw Ringweg-Kievitsweg Ysselsteyn Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.
10
M222653.038/WWU
4 Kenmerken van potentiële effecten In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de mogelijke aanzienlijke effecten op het milieu door het project. Dit gebeurt aan de hand van het bepalen van het bereik en de aard van het effect, het grensoverschrijdend karakter, de orde van grote, de complexiteit, waarschijnlijkheid, duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect.
4.1
Bereik en aard van het effect (geografisch en grootte getroffen bevolking) Effecten zullen hoofdzakelijk lokaal optreden, in of direct aangrenzend aan het plangebied. De werkzaamheden ten behoeve van de realisatie van de beoogde woonwijk zijn van tijdelijke aard. Gesteld kan worden dat het beoogde voornemen geen aanzienlijke effecten op het milieu zal hebben. In hoofdstuk 4 van de motivering behorende bij het TAM-Omgevingsplan zijn de aspecten die permanent effect kunnen hebben op de fysieke leefomgeving nader onderbouwd. Uit de motivering blijkt dat de aspecten geen belemmeringen opleveren voor onderhavige wijziging van het Omgevingsplan en dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
4.2
Grensoverschrijdend karkater van het effect Onderhavig voornemen ter realisatie van de beoogde woonwijk heeft geen grensoverschrijdend karakter.
4.3
Orde van grootte en complexiteit van het effect Mogelijke effecten van onderhavig voornemen ter realisatie van de beoogde woonwijk zijn beperkt van grootte en niet complex van aard.
4.4
Waarschijnlijkheid, duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect Het effect van de realisatie van de woningen is tijdelijk. Het effect van het gebruik van de woning is langdurig. Het voornemen is niet omkeerbaar.
M.e.r.-beoordeling Hoofdstuk 22f TAM-Omgevingsplan Woningbouw Ringweg-Kievitsweg Ysselsteyn Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.
11
M222653.038/WWU
5 Conclusie In voorliggend rapport is beoordeeld of, als gevolg van de realisatie van de beoogde woonwijk, (langdurige) nadelige effecten op het milieu zijn te verwachten. De uitkomst van de in voorgaande hoofdstukken uitgevoerde toets is dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het plan die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.-beoordelingsprocedure en het opstellen van een milieueffectrapportage (MER) is derhalve niet noodzakelijk.
M.e.r.-beoordeling Hoofdstuk 22f TAM-Omgevingsplan Woningbouw Ringweg-Kievitsweg Ysselsteyn Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.
12