CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

15 Vooronderzoek explosieven

Gemeenteraad 27 juni 2023, gemeente VenrayBij agendapunt: Bestemmingsplan Oostrum-Oost.16.628 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

5.

Afbakening verdacht gebied

5.1

Evaluatie afweging indicaties en contra-indicaties

Op basis van deze bureaustudie kan gesteld worden dat er voor het onderzoeksgebied feitelijk herleidbare indicaties zijn achterhaald die duiden op de betrokkenheid van het gebied bij oorlogshandelingen. Luchtfotoanalyse toont duidelijk aan dat de gehele omgeving en het onderzoeksgebied zwaar getroffen is door beschietingen met geschutmunitie. In het onderzoeksgebied is tevens beschadigde bebouwing zichtbaar. Ook zijn er een loopgraaf en een tweetal militaire stellingen zichtbaar in het onderzoeksgebied.

5.2

Horizontale en verticale afbakening verdacht deelgebied

Artilleriebeschietingen Ter plaatse zijn op luchtfoto’s een groot aantal kraters van geschutmunitie en een aantal beschadigde panden waargenomen. In het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten (CS-VROO) zijn een aantal aspecten opgenomen waarmee rekening gehouden kan worden bij het afbakenen van achterhaalde indicaties die betrokkenheid bij artilleriebeschietingen aantonen: INDICATIE ALGEMENE OMSCHRIJVING UITGANGSPUNTEN

VOOR

HET BEARGUMENTEERD AFBAKENEN

VAN

VERDACHT

ARTILLERIEBESCHIETING Beschieting door grondgebonden geschut, mortieren of grondgebonden (meervoudige) raketwerpsystemen of beschieting door scheepsgeschut. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren:

GEBIED

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

▪ ▪ ▪ ▪ ▪

het soort en kaliber granaat; de locatie van waar is geschoten; de nauwkeurigheid waarmee het doel is geregistreerd; de afstand waarover is geschoten; de locaties en spreiding van granaatinslagen; type beschieting (bijvoorbeeld: storingsvuur, uitwerkingsvuur, afsluitingsvuur); intensiteit van de beschieting (bijvoorbeeld: aantal vuurstoten, duur van de vuurstoten, aantal granaten per vuurstoot, totaal aantal verschoten granaten); periode waarbinnen beschietingen hebben plaatsgevonden (uren, dagen, maanden, enz.); of de beschieting werd uitgevoerd met een waarnemer; of er vooraf is ingeschoten; of er CE zijn aangetroffen in het kennelijk beschoten gebied, of in de nabijheid daarvan, en zo ja, of deze CE een relatie heeft/hebben met de beschieting.

Tabel 4: Overzicht van uitgangspunten die bij kunne dragen aan het afbakenen van gebieden die betrokken zijn geweest bij artilleriebeschietingen. Bron: SC-VROO

Er is een verdacht gebied opgesteld, gebaseerd op de spreiding van het inslaggebied. Omdat in de gehele omgeving en in het onderzoeksgebied inslagen verspreid liggen is het gehele onderzoeksgebied als verdacht aangemerkt op verschoten geschutmunitie. Op basis van ruimingsgegevens van de ED zijn kalibers bepaald die het zoekdoel kunnen vormen bij opsporingswerkzaamheden

Projectcode: P03784 Versie: Definitief

Pagina 38 van 64

Oostrum-Oost Type onderzoek: Vooronderzoek (Na-)Conflictperiode Conform: Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse

Voor wat betreft de diepte waarop dergelijke objecten aangetroffen zouden kunnen worden, wordt op basis van ervaring met vergelijkbare situaties een diepte van 2,5 meter minus maaiveld gehanteerd. Loopgraven en geschutstellingen Luchtfoto’s tonen een loopgraaf en een tweetal militaire stellingen in het onderzoeksgebied. Ook in deze indicaties wordt voorzien in het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten. Beide typen waarnemingen vallen in het schema onder de noemer ‘militair object’. INDICATIE ALGEMENE OMSCHRIJVING

MILITAIR OBJECT Gebouw, bouwwerk of cluster van gebouwen en/of bouwwerken, al dan niet voorzien van wapens en/of Conventionele Explosieven (CE), dat dient ter verdediging, voor logistieke doeleinden of voor de huisvesting van militairen in oorlogstijd. Militaire gebouwen/bouwwerken kunnen worden onderverdeeld in drie categorieën: ▪ veldversterkingen (lichte constructie van hout, grond e.d.); ▪ zware versterkingen (ongewapend/licht gewapend beton, baksteen/beton combinaties); ▪ duurzame versterking (zwaar gewapend beton, eventueel met stalen pantserdelen). Een niet-limitatieve opsomming van objecten waaraan kan worden gedacht: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

wapenopstelling; geschutopstelling; barak; munitieopslag, al dan niet in open veld; zoeklichtopstelling; radaropstelling; gevechtsloopgraaf; communicatieloopgraaf; schuilloopgraaf; schuttersput; mangat; tankgracht- of geul; bunker, in de vorm van zware of duurzame versterking; kampement; obstakel, zoals prikkeldraadversperring, wegafzetting, drakentand, palenveld tegen luchtlandingen, net tegen torpedo’s en afgezonken schip; ▪ een verdedigingswerk bestaande uit meerdere objecten. UITGANGSPUNTEN

VOOR

HET BEARGUMENTEERD AFBAKENEN

VAN

VERDACHT

Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren:

GEBIED

▪ de aard/functie van het object; ▪ of het object onderdeel vormde van een groter geheel; ▪ het aantal vermoedelijk aanwezige CE ter plaatse van het militair object Projectcode: P03784 Versie: Definitief

Pagina 39 van 64

Oostrum-Oost Type onderzoek: Vooronderzoek (Na-)Conflictperiode Conform: Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse

gedurende het gebruik daarvan; ▪ de vermoedelijke locatie in of nabij het object waar CE werden opgeslagen; ▪ tijdstip en reden van het verlaten van het militair object (bijvoorbeeld: voordat de bevrijding plaatsvond, opmars vijandelijke troepen, algehele capitulatie, verplaatsen van wapens); ▪ informatie over het opruimen van het militaire object en / of de daar aanwezige CE; ▪ welke voor de hand liggende dumplocaties er in de nabijheid van het object aanwezig zijn geweest; ▪ of er aanwijzingen zijn dat CE zijn aangetroffen op de locatie van het object of in de nabijheid daarvan, en zo ja, welke relatie deze CE heeft/hebben met de bekende aard/functie van het object.

Tabel 5: Overzicht van uitgangspunten die bij kunne dragen aan het afbakenen van gebieden waar zich militaire objecten hebben bevonden. Bron: SC-VROO

Omdat de omgeving frontgebied is geweest is het niet uit te sluiten dat deze loopgraaf en militaire stellingen daadwerkelijk bemand zijn geweest. Hierdoor zijn deze locaties als verdacht aangemerkt op achtergelaten munitie. Voor wat betreft de maximaal te verwachtte diepte van mogelijk achtergelaten munitieartikelen, kan een diepte van 1,80m -MV aangehouden worden. Afweging hierachter is de aanname dat een loopgraaf niet dieper zal zijn geweest dan manshoogte. Gezien het feit dat de maximale penetratiediepte van de eerder behandelde geschutmunitie dieper is dan is de verticale afbakening van militaire objecten minder relevant geworden.

5.3

Mogelijk aan te treffen munitieartikelen

Xplosure is van mening dat er op enkele locaties in het onderzoeksgebied sprake is van een aantoonbaar verhoogd risico op het aantreffen van achtergebleven munitieartikelen in de vorm van verschoten geschutmunitie van de kalibers: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

25-ponder (geallieerd, brisant en rook); 4,2" mortier (geallieerd); 76mm brisantpantsergranaat (geallieerd); 81mm mortier (geallieerd); 10cm (Duits).

Op de locatie waar zich de loopgraaf en de geschutstellingen hebben bevonden, is er een verhoogd risico op het aantreffen van gedumpte munitieartikelen bijbehorend aan infanterie en artillerie (Duits).

Projectcode: P03784 Versie: Definitief

Pagina 40 van 64

Oostrum-Oost Type onderzoek: Vooronderzoek (Na-)Conflictperiode Conform: Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse

6.

Leemten in kennis

▪ Van eventuele meldingen of ruimingen van (vermoede) explosieven in of direct grenzend aan het onderzoeksgebied zijn over de periode 1940-1944 en 1948-1970 geen gegevens meer bekend bij de EOD en het Semi-Statisch Archief (SSA); ▪ Bepaalde indicaties die zijn aangetroffen in literatuur, archiefstukken en meldingsrapportages van de EOD zijn niet te herleiden naar een specifieke locatie. Met name de ruimrapporten die verwijzen naar een grote of onduidelijke locaties als ‘buro’ of ‘weiland’ zijn hier een voorbeeld van. Gezien het landelijk karakter van het onderzoeksgebied, is het mogelijk dat daarom bij ruimingsgegevens naar een adres verwezen wordt terwijl de vondst in aangrenzend gebied gedaan is;

Projectcode: P03784 Versie: Definitief

Pagina 41 van 64

Oostrum-Oost Type onderzoek: Vooronderzoek (Na-)Conflictperiode Conform: Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse

7.

Conclusie en advies

Het doel van deze studie is het verkrijgen van een, door middel van het verzamelen en verwerken van relevant historisch feitenmateriaal, gefundeerd antwoord op de volgende drie kernvragen: 1. Is het onderzoeksgebied of delen hiervan betrokken geweest bij oorlogshandelingen (indicaties) en is er daardoor sprake van een verhoogd risico op het aantreffen van Ontplofbare Oorlogsresten oftewel van ‘verdacht’ gebied? Op basis van deze bureaustudie kan gesteld worden dat voor het onderzoeksgebied feitelijk herleidbare informatie is achterhaald die duidt op betrokkenheid bij oorlogshandelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het onderzoeksgebied is in totaliteit als verdacht aangemerkt op verschoten geschutmunitie en deels op achtergelaten gevechtsveld- en geschutmunitie. 2. Zijn er gebeurtenissen (contra-indicaties) die een aanwijzing vormen dat een (mogelijk ‘verdacht’) gebied als ‘onverdacht’ kan worden aangemerkt? Voor de verdachte gebieden zijn geen contra-indicaties aangetroffen die het geconstateerde risico elimineren. 3. Indien er sprake is van ‘verdacht’ gebied wat is dan de te verwachten hoofdsoort, de subsoort, het kaliber / de gewichtsklasse, de nationaliteit en de verschijningsvorm van de mogelijk aanwezige ontplofbare oorlogsresten en voor de hoofdsoort afwerpmunitie: tevens het type ontstekingsinrichtingen en het verwachte aantal.

Enkele locaties zijn als verdacht aangemerkt op verschoten geschutmunitie van de kalibers: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

25-ponder (geallieerd, brisant en rook); 4,2" mortier (geallieerd); 76mm brisantpantsergranaat (geallieerd); 81mm mortier (geallieerd); 10cm (Duits).

Voor wat betreft de locaties waar zich een loopgraaf en twee militaire geschutstellingen hebben bevonden, kan enkele gesteld worden dat deze tevens verdacht zijn op de aanwezigheid van gevechtsveldmunitie en achtergelaten (niet verschoten) geschutmunitie van Duitse makelij. Xplosure is van mening dat er binnen het onderzoeksgebied sprake is van een aantoonbaar verhoogd risico op het aantreffen van achtergebleven munitieartikelen in de vorm van verschoten geschutmunitie van de kalibers 25 ponder (brisant en rook), 4,2”-mortier, 76mm brisantpantsergranaat, 81mm mortier en 10cm. Verder zijn op een beperkt aantal plaatsen een risico aangetoond op mogelijk gedumpte gevechtsveldmunitie en / of geschutmunitie van niet nader te onderbouwen aantallen of kalibers. Voor de te bewerken delen van he plangebied zal een opsporingsproces in gang moeten worden gezet. Indien gewenst kan Xplosure u hierbij begeleiden en adviseren.

Projectcode: P03784 Versie: Definitief

Pagina 42 van 64

Oostrum-Oost Type onderzoek: Vooronderzoek (Na-)Conflictperiode Conform: Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse

8.

Bijlagen

Projectcode: P03784 Versie: Definitief

Pagina 43 van 64

Oostrum-Oost Type onderzoek: Vooronderzoek (Na-)Conflictperiode Conform: Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse

Bijlage 1: Verantwoording en bevindingen van / in geraadpleegde bronnen Literatuur en rapportages Aan de start van het bronnenonderzoek wordt op basis van literatuuronderzoek een lijst opgesteld met oorlogshandelingen die relevant zijn voor de mogelijke aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten in het onderzoeksgebied (indicaties). Deze lijst bevat tevens een verwijzing naar de data waarop de oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden. Om een totaalbeeld te krijgen van mogelijk relevante oorlogshandelingen in en nabij het onderzoeksgebied is onder meer onderstaande, deels locatie specifieke literatuur geraadpleegd. In de literatuur worden verwijzingen naar oorlogshandelingen aangetroffen welke op basis van locatiebeschrijvingen herleidbaar zijn naar het onderzoeksgebied. Deze feitelijk herleidbare indicaties zijn in het chronologisch overzicht in paragraaf 3.4 opgenomen. Verdere verificatie van de relevantie en herleidbaarheid vindt plaats middels archiefonderzoek en luchtfotoanalyse. Gedrukte literatuur ▪ Giesbers, A., & Dinnissen, H., Operatie Aintree: De Slag om Overloon en Venray (september – oktober 1944) (Balgoij, 2004). ▪ Korthals Altes, A., Slag in de Schaduw. Peel en Maas 1944-45 (Amsterdam 1981); ▪ Lenssen, G.M.H., Horst in de Oorlog, 1940-1945 (z.d.).

▪ Nierstrasz, V.E., De Verdediging van Noord-Limburg en Noord-Brabant, mei 1940 (’s-Gravenhage, 1953); ▪ Reintjes, Gerrit, Toew 't Väöle schröwde Herinneringen aan de oorlogstijd (Veulen, 2001) ▪ Wildekamp, R.H., Van Meerselsche Peel tot Groep Geleide Wapens De Peel: De Geschiedenis van een Vliegveld op de Grens van Noord-Brabant en Limburg (’s-Gravenhage, 1994). ▪ Zwanenburg, G.J., En nooit was het stil. Kroniek van een luchtoorlog. (Deel 2, Den Haag, 1993). Niet gedrukte literatuur ▪ Eversteijn, T., Bombardementen en verongelukte vliegtuigen in de periode 10 mei 1940 – 5 mei 1945 (niet gepubliceerd). ▪ Haegens, J., Kroniek van de bevrijding van Venray en omstreken. Toegespitst op de gebeurtenissen rond Sint Anna en Sint Servatius (2005). Reeds uitgevoerde vooronderzoeken Conform de eisen die in het Certificatieschema worden gesteld aan een vooronderzoek 1940-1945, is een inventarisatie gemaakt van reeds uitgevoerde bureaustudies. Deze inventarisatie is gemaakt met behulp van informatie afkomstig van de branchevereniging Vereniging voor Explosievenopsporing (VEO) en beperkt zich tot die rapportages waarvan vast te stellen was dat deze conform recente(re) wet- en regelgeving tot stand zijn gekomen. Uit deze inventarisatie is gebleken dat er geen relevante vooronderzoeken zijn geweest in of nabij het onderzoeksgebied. Overige rapportages / documentatie

▪ Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Jaarplan 2015 (Den Haag 2014); ▪ Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, Besluit van 28 november 2019 tot wijziging van het Arbeidsomstandighedenbesluit (...), Staatsblad 471 (november 2019); ▪ Stichting Veilig Omgaan met Explosieve Stoffen, Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten (versie 2020-02).

Projectcode: P03784 Versie: Definitief

Pagina 44 van 64

Oostrum-Oost Type onderzoek: Vooronderzoek (Na-)Conflictperiode Conform: Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse

Informatie uit krantenartikelen of online bronnen Ten behoeve van onderzoek naar contra-indicaties in de vorm van explosievenruimingen over de periode 1940-1972 is, naast diverse andere digitale bronnen, gezocht naar krantenberichten via de online zoekmachine Delpher. Verder is in het Nationaal Archief het archief 2.04.110 Korps Hulpverleningsdienst van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, 1945-1974 geraadpleegd. Na de Tweede Wereldoorlog werd in februari 1946 het Korps Hulpverleningsdienst geformeerd uit personeel, voornamelijk afkomstig uit de Luchtbeschermingsdienst van verschillende gemeenten. Dit Korps werd verdeeld in afdelingen en gesteld onder de verantwoordelijkheid van de minister van Binnenlandse Zaken. Het KHD was behulpzaam bij de ruiming van achtergebleven munitie en kreeg daartoe enige opleiding van militaire instanties. Ook had de KHD een voorlichtingstaak aan kinderen over zwerfmunitie. In 1955 werd de Organisatie Bescherming Bevolking opgericht, waaronder het KHD kwam te vallen. In 1971 werd de taak van de KHD overgedragen aan de EOD. Door middel van het raadplegen van delen van het archief van de Hulpverleningsdienst is getracht inzicht te verkrijgen in mogelijke ruimingen van Ontplofbare Oorlogsresten in de periode van ca. 1947 tot en met het begin van de jaren ’70 van de vorige eeuw.

GERAADPLEEGDE WEBSITES Titel: Beeldbank Tweede Wereldoorlog

Vindplaats: https://www.beeldbankwo2.nl/

Delpher

http://www.delpher.nl

75jaarvrijheid

http://www.75jaarvrijheid.nl

Gemeentenatlas

http://gemeentenatlas.nl

Inspectie SZW

http://inspectieszw.nl

Studiegroep Luchtoorlog 1940-1945

https://verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl/

Topotijdreis

http://topotijdreis.nl

Verliesregister Studiegroep Luchtoorlog

http://verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl

Vereniging van Explosievenopsporing

http://explosievenopsporing.nl

Tabel 6: Overzicht van geselecteerde en geanalyseerde websites.

2.04.110 ARCHIEF KORPS HULPVERLENINGSDIENST VAN HET MINISTERIE BINNENLANDSE ZAKEN 1945-1974 Inv.nr.:

Omschrijving:

20

Registers met krantenknipsels inzake explosieven. Zonder datum

21

Registers met krantenknipsels inzake explosieven. 1945-1947

22

Registers met krantenknipsels inzake explosieven. 1957-1959

27

Register met krantenknipsels inzake ongevallen met oorlogstuig. 1965-1970

28

Verzameling krantenknipsels inzake de Hulpverleningsdienst. 1947-1970

Tabel 7: De geselecteerde en geanalyseerde archiefstukken uit het Nationaal Archief te Den Haag voor wat betreft het Archief van het Korps Hulpverleningsdienst van het Ministerie van Binnenlandse Zaken.

In de geraadpleegde krantenartikelen en online bronnen is geen informatie gevonden die een bijdrage levert aan de beantwoording van de vraag of er zich in of nabij het plangebied ontplofbare oorlogsresten kunnen bevinden.

Archieven: gemeentelijk, regionaal en provinciaal Bij het raadplegen van het gemeentelijke archief dienen volgens het certificatieschema ten minste de stukken van de luchtbeschermingsdienst, de stukken over aangetroffen/geruimde Ontplofbare Oorlogsresten en de Projectcode: P03784 Versie: Definitief

Pagina 45 van 64

Oostrum-Oost Type onderzoek: Vooronderzoek (Na-)Conflictperiode Conform: Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse

oorlogsschaderapporten te worden geraadpleegd. Als deze stukken niet aanwezig zijn, dient dit te worden vermeld in de rapportage. Bij het onderzoek in het provinciaal archief wordt in elk geval onderzoek verricht in de relevante archieven van het Militair Gezag. Verder worden in het provinciaal archief, indien beschikbaar, ook stukken van de luchtbeschermingsdienst, stukken over aangetroffen/geruimde Ontplofbare Oorlogsresten en oorlogsschaderapporten geraadpleegd. Indien er indicaties zijn voor de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten dient in het gemeentelijke en provinciaal archief voorts te worden gezocht naar gegevens over relevante naoorlogse ontwikkelingen (contra-indicaties), tenzij met de opdrachtgever overeen is gekomen dat dergelijk onderzoek geen deel uitmaakt van de opdracht. Indien deze gegevens niet aanwezig zijn, dient dit te worden vermeld in de rapportage. Gemeentearchief Venray Voor het onderzoek ‘Oostrum-Oost’ is gebruik gemaakt van gegevens uit het Gemeentearchief Venray. Dit archief is door een onderzoeker van Xplosure in mei 2022 bezocht. TOEGANG 005 INVENTARIS VAN HET ARCHIEF VAN HET GEMEENTEBESTUUR VENRAY (1932) 1942 – 1990 (1994) Inv. nr.: 3865 4001-4003 4959 4960 5118 5139 5204 5233 5235 6137 6139 6141

Omschrijving: Aanleg en herstel wegens oorlogsschade van telefoonaansluitingen, 1942-1946. Luchtbeschermingsdienst Vaststelling van het basisplan voor de wederopbouw van Oostrum-kom, door het college van algemene commissarissen voor de wederopbouw, 1947-1948. Herziening van het wederopbouwplan voor het kerkdorp Oostrum, 1955-1961. Ruimen van mijnenvelden, munitie en explosieven; diefstal en vondst van munitie en ongelukken ten gevolge van springstof, 1943-1986. Verslag van de branden, ontstaan door oorlogshandelingen en de inzet van de brandweer in 1944, opgesteld door brandmeester C. Jansen, met een inleiding van brandweercommandant A. van Schendel, 1945. Reconstructie en herstel wegens oorlogsschade van de provinciale weg Venray-Oostrum-Wanssum, 1942-1949. NB Gedeelte van de weg is in 1951 overgedragen aan de provincie. Herstel en reconstructie, wegens oorlogsschade, van diverse wegen, 1946-1949. Toekenning van vergoedingen voor herstel wegens oorlogsschade aan wegen met de daarbij behorende schaderapporten, 1947-1955, 1961. Opgaven en afhandeling van oorlogsschade aan woningen, boerderijen en goederen ten gevolge van oorlogsgeweld, 1940-1944. Opgaven ten behoeve van de statistiek van door oorlog of door brand verwoeste woningen, 1942-1947. Lijst van door oorlogsgeweld verwoeste panden in oktober 1944, 1944-1946.

Tabel 8: Overzicht van geraadpleegde archiefdocumenten in het Gemeentearchief van Venray voor wat betreft Oostrum.

TOEGANG 168 AANVULLING OP DE INVENTARIS VAN DE ARCHIEVEN VAN HET GEMEENTEBESTUUR 1942-1990 Inv. nr.: Doos 18 Doos 24 Doos 25

Omschrijving: Overzicht straatnaamgeving: Overzicht van panden in 1940-1945 verwoest of beschadigd Huisnummering en vernummering, 1945-1990 (dossier 1 – 3) Huisnummering en vernummering, 1945-1990 (dossier 4 – 5). Huisregister, ca. 1963 (twee klappers).

Tabel 9: Overzicht van geraadpleegde archiefdocumenten in het Gemeentearchief van Venray voor wat betreft Oostrum.

Regionaal Historisch Centrum Limburg 07.E09 MILITAIR GEZAG LIMBURG, 1944-1947 Inv. nr.: 43 67

Omschrijving: Mijnen, projectielen en ander oorlogstuig-correspondentie betreffende. Correspondentie i.z. luchtbescherming, opruiming van mijnen, enz.; personeelslast.

Projectcode: P03784 Versie: Definitief

Pagina 46 van 64

Oostrum-Oost Type onderzoek: Vooronderzoek (Na-)Conflictperiode Conform: Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse

314

Weekrapporten i.z. bom-munitie-en mijnopruiming. Sectie IV

Tabel 10: Overzicht van geraadpleegde archiefdocumenten in het Regionaal Historisch Centrum Limburg voor wat betreft Oostrum.

Archieven: Nationaal Nationaal Archief Den Haag In het Nationaal Archief is archief 2.04.53.15 Ministerie van Binnenlandse Zaken: Inspectie Bescherming Bevolking tegen Luchtaanvallen, 1937-1946 geraadpleegd. In 1936 trad de Wet tot Bescherming van de Bevolking tegen Luchtaanvallen in werking. Dat leidde tot de oprichting van de Inspectie Bescherming Bevolking tegen Luchtaanvallen, die tot taak had de gemeentelijke activiteiten op dit terrein te begeleiden en te controleren. Luitenant-generaal b.d. P.H.A. de Ridder werd destijds aangesteld als inspecteur. In 1942 verving de Duitse bezetter de Wet tot Bescherming van de Bevolking tegen Luchtaanvallen door de Luchtbeschermingsverordening. Dit bracht de luchtbescherming sterker onder de controle van de bezetter. De inspectie werd uitgebreid en overgeheveld naar het directoraat-generaal van Politie van het ministerie van Justitie. Luitenant-kolonel A. van Batenburg werd aangesteld als hoofdinspecteur. Na de bevrijding volgde op 15 juli 1945 algemeen ontslag van het personeel van de inspectie. Het archief bevat stukken over de eigen organisatie, correspondentie met de Duitse bezetter, met overheidsinstellingen over maatregelen om objecten te beschermen en met bedrijven die luchtbeschermingsartikelen leverden.

Tot de onderwerpen die aan de orde komen behoren voorlichtingsmateriaal voor de bevolking, rapporten over luchtactiviteiten, maatregelen voor de bescherming van kunstschatten, monumenten, scholen en kerken, regels voor verduistering, voorschriften voor schuilkelders, sirenes, gasmaskers, de organisatie van de luchtbescherming, oefeningen, cursussen en evacuatieplannen. Tevens is archief 2.13.210 Commissie van Proefneming met hierin opgenomen afgedwaalde archiefbescheiden van onderdelen van de Artillerie-Inrichtingen en Artillerie onderdelen, (1814-) 1867-1942 geraadpleegd. De Commissie van Proefneming (CvP) was een instelling die zich bezighield met proeven betreffende wapens en artilleriegeschut. In de archiefstukken zijn ook staten opgenomen betreffende plaatsen waar mogelijk onontplofte projectielen zijn gevonden, die wel of niet geruimd zijn, in het begin van de oorlog. Ook 2.13.71 Archieven van het Ministerie van Defensie te Londen [1940-1941]; Ministerie van Oorlog te Londen [1941-1945]; Departement van Oorlog: Bureau Londen [1945-1947], (1933) 1940-1947 (1974) is geraadpleegd met betrekking tot mogelijk relevante gegevens voor het onderzoeksgebied. Dit betreft het archief van het ministerie van Defensie (later Oorlog) dat vanaf 14 mei 1940 in Londen was gevestigd. Het hield zich onder meer bezig met luchtvaart, militaire operaties en inlichtingen uit Nederland.

Ook een onderzoek naar het verloop van de Meidagen van 1940 en de voorbereiding van de terugkeer naar Nederland behoorde tot het takenpakket. Het Bureau Londen hield zich na de bevrijding bezig met de afwikkeling van zaken in Engeland, waarna het in 1947 werd opgeheven.

2.04.53.15 INSPECTIE BESCHERMING BEVOLKING LUCHTAANVALLEN Inv.nr.: 69-79

Omschrijving: Meldingen en proces-verbaal ontvangen van gemeenten over geallieerde luchtactiviteiten, 19401941 79

Limburg

Tabel 11: De geselecteerde en geanalyseerde archiefstukken uit het Nationaal Archief te Den Haag voor wat betreft de documenten van de Inspectie Bescherming Bevolking Luchtaanvallen.

Projectcode: P03784 Versie: Definitief

Pagina 47 van 64

Oostrum-Oost Type onderzoek: Vooronderzoek (Na-)Conflictperiode Conform: Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse

2.13.210 MINISTERIE VAN DEFENSIE: COMMISSIE VAN PROEFNEMING Inv.nr.: 23

Omschrijving: Staten houdende opgaven van plaatsen waar mogelijk onontplofte projectielen zijn gevonden, die wel of niet geruimd zijn, 1940

Tabel 12: De geselecteerde en geanalyseerde archiefstukken uit het Nationaal Archief te Den Haag voor wat betreft de Commissie van Proefneming.

2.13.71 ARCHIEVEN VAN HET MINISTERIE VAN DEFENSIE TE LONDEN 1940-1941 - MINISTERIE VAN OORLOG TE LONDEN [1941-1945]; DEPARTEMENT VAN OORLOG: BUREAU LONDEN [1945-1947], (1933) 1940-1947 (1974) Inv.nr.:

Omschrijving:

1788-2107

2098

provincie Limburg. 1940-1945

Tabel 13: De geselecteerde en geanalyseerde archiefstukken uit het Nationaal Archief te Den Haag voor wat betreft het Ministerie van Oorlog in Londen.

NIOD Instituut voor Oorlogs- Holocaust- en Genocidenstudies Amsterdam Bij het NIOD, is het archief van ‘Generalkommissar für das Sicherheitswesen en Höhere SS- und Polizeiführer’ geraadpleegd. Als Generalkommissar für das Sicherheitswesen en Höhere SS- und Polizeiführer was Hanns Albin Rauter (1892-1949) belast met de "openbare orde en veiligheid". De SS, de Befehlshaber der Sicherheitspolizei und des SD en het totale Nederlandse politieapparaat ressorteerden onder hem. Rauter was als Generalkommissar ondergeschikt aan Seyss-Inquart, maar in zijn hoedanigheid als Höhere SS- und Polizeiführer, waardoor hij rechtstreeks in contact stond met Reichsführer SS Heinrich Himmler, wist hij een zelfstandige positie te verwerven. Tevens is het archief van het Departement van Justitie tussen 1940 en 1945 geraadpleegd, te weten: 216k Departement van Justitie (1935) 1940-1945 (1950). De archiefonderdelen van het Departement van Justitie, behorende tot de Collectie Nederlandse Overheidsinstellingen, zijn gesplitst in het eigenlijke departement en de diensten die onder het departement ressorteerden. De afdeling "departement" vormt slechts een fractie van het geheel. Van het daaropvolgende gedeelte, hoofdzakelijk daterend van 1943 af, heeft het overgrote merendeel der stukken betrekking op de Gewestelijke Politiepresidenten, de Politie en de Marechaussee.

Deze stukken zijn echter van weinig betekenis en handelen hoofdzakelijk over routine-aangelegenheden als brand, diefstal, overvallen, opsporingen etc. De gebruikelijke ordening volgens het zgn. "herkomstprincipe" bracht met zich mee, dat men hier en daar doublures aantreft. Zo heeft bijv. de Rijksvreemdelingendienst zowel onder de Rijksrecherchecentrale van het Directoraat-Generaal van Politie als onder die van de Gevolmachtigde voor de Reorganisatie van de Nederlandse Politie geressorteerd. Onder beide rubrieken vindt men dus stukken van de RVD. In een enkel geval is van de ordening volgens dit principe afgeweken; dit was o.m. het geval bij de stukken welke betrekking hebben op de luchtbescherming. Behalve documenten, afkomstig van de afdeling Luchtbescherming zelf, bevinden zich hieronder namelijk ook rapporten, correspondentie etc. van de afdelingen Politie, Marechaussee e.d. Deze zouden dus eigenlijk bij genoemde afdelingen dienen te worden ondergebracht, doch ter vermijding van tijdrovende verschuivingen binnen het archief werd besloten, deze stukken, die als één geheel ontvangen werden, bijeen te laten. 077 GENERALKOMMISSARIAT FÜR DAS SICHERHEITSWESEN (HÖHERE SS- UND POLIZEIFÜHRER NORD-WEST), (1938) 1940-1945 Inv.nr.: 1328 1759

Omschrijving: Dagberichten van de Befehlshaber der Ordnungspolizei Den Haag betreffende vijandelijke luchtaanvallen, 1940-1941 Berichtgevingen betreffende neergekomen vliegtuigen, 1943

Tabel 14: De geselecteerde en geanalyseerde archiefstukken uit het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) te Amsterdam voor wat betreft het Archief van het Generalkommissariat.

Projectcode: P03784 Versie: Definitief

Pagina 48 van 64

Oostrum-Oost Type onderzoek: Vooronderzoek (Na-)Conflictperiode Conform: Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse

216K DEPARTEMENT VAN JUSTITIE, (1935) 1940-1945 (1950) Inv.nr.: 180 181

182

183

184

185 186

Omschrijving: Rapporten van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politiekorpsen en de Marechaussee inzak het geven van het sein luchtalarm, het neerstorten van vliegtuigen en de vondst van niet-ontplofte explosieven, 23 juni 1943 – 28 april 1944 Processen-verbaal van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politie en Marechaussee met betrekking tot vijandelijke vliegtuigen, bomaanvallen en ontploffingen in verschillende gemeenten: Aalsmeer-Apeldoorn. Processen-verbaal van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politie en Marechaussee met betrekking tot vijandelijke vliegtuigen, bomaanvallen en ontploffingen in verschillende gemeenten: Arcen-Arnhem. Processen-verbaal van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politie en Marechaussee met betrekking tot vijandelijke vliegtuigen, bomaanvallen en ontploffingen in verschillende gemeenten: Baarn-Burgh. Processen-verbaal van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politie en Marechaussee met betrekking tot vijandelijke vliegtuigen, bomaanvallen en ontploffingen in verschillende gemeenten: Capelle a/d IJssel-Dwingeloo.

Processen-verbaal van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politie en Marechaussee met betrekking tot vijandelijke vliegtuigen, bomaanvallen en ontploffingen in verschillende gemeenten: Echt-Zwolle Meldingen van verschillende gemeenten betreffende ongevallen, beschietingen, bombardementen en het afwerpen van (lege) benzinetanks door vliegtuigen

Tabel 15: De geselecteerde en geanalyseerde archiefstukken uit het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) te Amsterdam voor wat betreft het Archief van het Departement van Justitie.

Nederlands Instituut voor Militaire Historie Den Haag De collectie “Duitse verdedigingswerken in Nederland en rapporten van het Bureau Inlichtingen te Londen (1940–1945)” met collectienummer 575 van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) dient conform het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten te worden geraadpleegd. De collectie “Gevechtsverslagen en rapporten mei 1940” met collectienummer 409 van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie hoeft enkel te worden geraadpleegd indien uit raadpleging van de verplichte bronnen blijkt dat er indicaties zijn dat grondgevechten hebben plaatsgevonden in de periode mei 1940. Uit de inventarissen van beide collecties zijn geen documenten geselecteerd die relevant zouden kunnen zijn voor (de omgeving van) het onderzoeksgebied. De Explosieven Opruimingsdienst en het Semi-statisch Informatie Beheer Defensie Voor deze bureaustudie is ten behoeve voor verder inzicht betreffende eerdere gedocumenteerde ruimingen van Ontplofbare Oorlogsresten in of nabij het onderzoeksgebied het archief van de Explosieven OpruimingsDienst Defensie (EOD) te Soesterberg bestudeerd. De EOD is eigenaar van twee archieven: het Mijnenveldregister en het archief met de ‘Uitvoeringsopdrachten (UO’s)’ – ook betiteld als ‘Melding Opdracht Ruimrapportage Afdoening (MORA’s)’; de zgn. ruimrapporten.

Voor dit onderzoek is een overzicht van de UO’s/MORA’s van het onderzoeksgebied ontvangen. Uit de praktijk is gebleken dat door de EOD en haar voorgangers het dichtstbijzijnde adres in de omgeving van de vindplaats als locatie aanduiding wordt gehanteerd. Dit kan betekenen dat het gemelde of geruimde object op een locatie (bijvoorbeeld in akkerland achter het vermelde adres) is gevonden zodat naderhand slechts bij benadering de locatie kan worden aangegeven. Om de door de EOD opgegeven adressen en plaatsaanduidingen te lokaliseren is gebruik gemaakt van Google Maps. Er heeft beperkte controle plaatsgevonden of de hieraan ontleende adresgegevens corresponderen met mogelijk in de loop van de jaren veranderde huisnummering, Projectcode: P03784 Versie: Definitief

Pagina 49 van 64

Oostrum-Oost Type onderzoek: Vooronderzoek (Na-)Conflictperiode Conform: Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse

straatnamen of perceelindelingen. Verder zijn te globale locatieaanduidingen en ruimingen waarbij geen Ontplofbare Oorlogsresten zijn aangetroffen (bijvoorbeeld “schroot”) niet meegenomen. Bovenstaande heeft geresulteerd in onderstaande tabel. Er zijn een groot aantal ruimingen in de omgeving van het onderzoeksgebied. Het betreft voornamelijk geschutmunitie. In de directe omgeving van het onderzoeksgebied komen de volgende kalibers voor: 4,2 inch mortier, 8cm mortier, 10cm mortier, 76mm brisantpantsergranaat, 81mm mortier, 25pdr rookgranaat met tijdschokbuis, 25 ponder brisantgranaat. MELDINGS- EN RUIMGEGEVENS VAN VERDACHTE OBJECTEN / ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN (1971-2022) Nummer Locatie Aangetroffen

1975002860

Oostrum (Limburg) Van Broekhuizenstraat 40 Geijsterseweg 12 Geijsterseweg/ hoek Witte Vrouwenstraat Van Broekhuizenstraat 40

1975003041

Van Broekhuizenstraat 40

2001000347 2002001608

Vlasakker 1a Monseigneur Hanssenstraat 67

2003001712

Geijsterseweg 22

2007000473 2007001467

Monseigneur Hanssenstraat Van Broekhuizenstraat 61

2008000975 1975001441

Van Broekhuizenstraat 23 Venray (Limburg) Van Broekhuizenstraat 61

1975002934 1983004079

Van Broekhuizenstraat 40 Van Broekhuizenstraat 1a

1985002383

Geijsterseweg 26

1993002019

Geijsterseweg 2

1995000996

Vlasakker 3

1996001660 20110635 20132090 20152210

Geijsterseweg 28 Monseigneur Hanssenstraat 18K Geeststraat 2 Geijsterseweg

20161443 20090221 20170731

Monseigneur Hanssenstraat 51 Van Broekhuizenstraat 59 Monseigneur Hanssenstraat 9

1971001395 1972002484 197400552

1 R.K.G. (rookgranaat) 1 rkg (rookgranaat) 25 pr (ponder) leeg 1 staart van 4,2 in (inch) mr. (mortier) 1 bg (brisantgranaat) 10 cm (centimeter) mr (mortier) m/sb (met schokbuis) 1 bg (brisantgranaat) 10 cm (centimeter) mr (mortier) m/sb (met schokbuis) 1 staartstuk van 4,2 “ (inch) mortier leeg 1 staartstuk v. (van) 4,2 “ (inch) mort (mortier) versch. (verschoten) 1 scherfhandgranaat no (nummer) 36 (Mills) (GB) (Groot-Brittannië) 1 staartstuk van 4,2 “ (inch) mortier leeg 1 brisantpantsergranaat van 76 mm (millimeter) bodembuis m66 serie verschoten 1 staartstuk van een 4,2 inch mortiergranaat 1 bg (brisantgranaat) v. (van) 4,2 “ (inch) mr (mortier) m sb (met schokbuis) 2 bg (brisantgranaat) van 8 cm (centimeter) mr (mortier) 1 bg (brisantgranaat) v. (van) 3,7 “ (inch) m sb (met schokbuis) no 117 (versch) (verschoten) 1 bg (brisantgranaat) van 3,7 inch m/mtb (met mechanische tijdbuis) incpl. (incompleet) 1 Rkg (rookgranaat) v (van) 25 pr (ponder) m/rest (met restant) v tsb (rest van tijdschokbuis) z/rkpotten (zonder rookpotten) versch. (verschoten) 1 rkg (rookgranaat) v.

(van) 25 pr (ponder), met rest/ost (restant van ontsteker), versch (verschoten) 1 schroot (geen mun) (geen munitie) 1 Brisantgranaat; 25 pdr met schokbuis No 117 (verschoten) 1 Staartstuk; 4.2 inch mortiergranaat (verschoten) 1 Brisantpantsergranaat; 57 mm met bodembuis M66 (US) (verschoten) 1 Staartstuk; 4.2 inch mortiergranaat (verschoten) (Geen informatie) Gevechtslading, 3 inch raket; 60 lbs, halfpantser met bodembuis No 865/878 (verschoten)

Tabel 16: De geselecteerde en geanalyseerde meldings- en ruimrapporten uit (de omgeving van) het onderzoeksgebied over de periode 1971-2022.

Projectcode: P03784 Versie: Definitief

Pagina 50 van 64

Oostrum-Oost Type onderzoek: Vooronderzoek (Na-)Conflictperiode Conform: Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse

De ruimingen die herleidbaar zijn tot een locatie, zijn weergegeven op de kaart P03784_EOD_01 op de volgende pagina.

Projectcode: P03784 Versie: Definitief

Pagina 51 van 64

Oostrum-Oost Type onderzoek: Vooronderzoek (Na-)Conflictperiode Conform: Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse

Een nadeel van het meldings- en ruimarchief van de EOD is dat deze niet volledig is: over de meldingen/ruimingen tussen 1940-1944 en 1947/1948-1971 zijn bij de EOD en het Semi-statisch Informatie Beheer Ministerie van Defensie (SIB) nauwelijks gegevens beschikbaar. Eventuele meldingen of ruimingen van (vermoede) explosieven in of direct grenzend aan het onderzoeksgebied over de periode medio 2010-2019 zijn digitaal raadpleegbaar bij de EOD. Het SIB te Rijswijk beschikt nog wel over het archief van de Mijn- en Munitieopruimingsdienst (M.M.O.D). Deze dienst was in de periode 1945-1947 verantwoordelijk voor het opruimen van mijnen en achtergelaten munitie, waardoor een klein deel van de leemten in kennis opgevuld is. Het archief van de M.M.O.D bestaat uit meldingen, kaarten, plattegronden en ruimingrapporten uit diverse Nederlandse gemeenten en is voor deze studie eveneens geraadpleegd voor de relevante locaties. ARCHIEF MIJN- EN MUNITIEOPRUIMINGSDIENST (M.M.O.D.) Inv.nr.: Doos 43 Doos 44 Doos 45 Doos 46 Doos 47 Doos 48 Doos 49 Doos 50 Doos 51 Doos 52 Doos 53 Doos 54 Doos 55

Omschrijving Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 43 A t/m B Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 44 B t/m E Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 45 E t/m G Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 46 G t/m H Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 47 H t/m K Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 48 K t/m L Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 49 M t/m N Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 50 N t/m O Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 51 P t/m S Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 52 S t/m U Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 53 V t/m W Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 54 W Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 55 W t/m Z

Tabel 17: De geselecteerde en geanalyseerde archiefstukken van het Semi-statisch Informatie Beheer (SIB) van het Ministerie van Defensie.

Gedurende de oorlog zijn door de strijdende partijen mijnenvelden ingericht. Deze velden werden voor verschillende doeleinden aangelegd: bescherming, verdediging, het stoppen of desorganiseren van de vijandelijke opmars. Daarnaast werden zogenaamde ‘schijnmijnenvelden’ aangelegd. Een dergelijk veld bevatte geen explosieven en had het doel om de vijandelijke opmars te vertragen. Het soort (antitank- of antipersoneelmijnen) en het aantal gelegde mijnen binnen een mijnenveld was afhankelijk van de functie van het veld. Na de oorlog zijn de mijnenvelden in Nederland (voor zover bekend) in kaart gebracht in zogenaamde “mijnenboeken”. Deze mijnenkaarten zijn in het bezit van de EOD. Uit een aanvraag aan de EOD is gebleken dat er geen mijnenvelden in of nabij het onderzoeksgebied hebben gelegen.

Archieven: Internationaal Bundesarchiv-Militärarchiv te Freiburg In het Bundesarchiv-Militärarchiv te Freiburg is de collectie Lageberichte van de Luftwaffenführungsstab geraadpleegd, die meldingen bevat over bomafworpen op Nederlands grondgebied in de periode 10 mei 1940 – 10 november 1941. Uit raadpleging van dit archief (RL 2-II Generalstab Der Luftwaffe / Luftwaffenfűhrungsstab) is gebleken dat er voor het onderzoeksgebied geen gegevens omtrent oorlogshandelingen naar het onderzoeksgebied herleidbaar zijn. The National Archives te Londen Voor deze bureaustudie is in archiefmateriaal afkomstig van The National Archives (TNA) te Londen een relevante onderzoeksinspanning geleverd aangaande het verzamelen van informatie over door de Royal Air Projectcode: P03784 Versie: Definitief

Pagina 53 van 64

Oostrum-Oost Type onderzoek: Vooronderzoek (Na-)Conflictperiode Conform: Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse

Force uitgevoerde luchtaanvallen in het onderzoeksgebied of de directe omgeving. Hierbij is de periode 10 mei 1940 – 8 mei 1945 in ogenschouw genomen en is onderzoek verricht in relevante stukken van meerdere onderdelen van de Royal Airforce.7 Het onderzoek is hierbij gericht op het vaststellen van het aantal, de hoofden subsoort, gewichtsklasse en het type ontsteker(s) van eventuele afwerpmunitie en raketten die tijdens de luchtaanval zijn ingezet en op de inslaglocaties daarvan. Naast informatie over luchttroepen beschikt TNA eveneens over zogenoemde ’War Diaries’ van Britse, Canadese en Schotse eenheden ten tijde van de bevrijding van Nederland. Uit de archiefstukken van de AIRen WO-collecties kunnen gegevens gevonden worden omtrent aanvalsdoelen, gevechtshandelingen en de gehanteerde of gebruikte ontplofbare oorlogsresten. De Geallieerden hanteerden gedurende de Tweede Wereldoorlog onder andere het zogeheten Nord de Guerre coördinatenstelsel. De gegevens uit internationaal bronnenmateriaal (zoals bijvoorbeeld Daily Logs of War Diaries) met de eventueel daarin aangehaalde coördinaten zijn door middel van Geallieerde stafkaarten herleidbaar naar een locatie. De kaartvierkanten (elk met een oppervlakte van circa 1km²) die bij het doornemen van de Geallieerde bronnen zijn gehanteerd, zijn te zien op de kaart op de volgende pagina.

Het onderzoeksgebied valt in de kaartvierkanten QE8027 en QE8127. Deze en aangrenzende kaartvierkanten zijn meegenomen in het onderzoek.

7 Onderdelen van de Royal Airforce kunnen betreffen Bomber Command, Coastal Command, Fighter Command / Air

Defence Britain en Second Tactical Airforce. Afhankelijk van de achterhaalde indicaties omtrent luchtaanvallen, kunnen de relevante luchtmachtonderdelen nader bestudeerd zijn. Projectcode: P03784 Versie: Definitief

Pagina 54 van 64

Oostrum-Oost Type onderzoek: Vooronderzoek (Na-)Conflictperiode Conform: Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse

Er is gebruik gemaakt van de Daily Logs van de Geallieerde 2nd Tactical Airforce. De 2nd TAF was een Geallieerd luchtleger dat veelvuldig in de periode september 1944-april 1945 boven Nederland actief is geweest. Deze gegevens zijn afkomstig uit The National Archives te Londen. Uit deze gegevens kan in de meeste gevallen (onder andere) informatie worden gehaald omtrent de aanvalsdoelen, het verloop van de gebeurtenissen/gevechtshandelingen en de gehanteerde wapens en/of gebruikte Ontplofbare Oorlogsresten. Alvorens de gegevens uit deze Daily Logs verwerkt worden, dienen de volgende zaken opgemerkt te worden. De ervaring leert dat enige terughoudendheid bij het hanteren van de gegevens uit deze bron op zijn plaats is. Coördinaataanduidingen, informatie over bommenlast en gevechts-/ bombardementsbeschrijvingen kunnen door allerlei oorzaken niet overeenkomen met de werkelijke gebeurtenissen en/of locaties. Indien voorhanden, zal door middel van ander bronnenmateriaal (zoals de Operation Record Books van de betrokken RAF-squadrons) of luchtfotoanalyse wordt getracht de (beschreven locaties van de) oorlogshandelingen te verifiëren en (indien relevant) te herleiden.

Voorgenoemd kaartvierkanten zijn bij de bestudering van onderstaande archiefdocumenten meegenomen: AIR 37 AIR MINISTRY: ALLIED EXPEDITIONARY AIR FORCE, LATER SUPREME HEADQUARTERS ALLIED EXPEDITIONARY FORCE (AIR), AND 2ND TACTICAL AIR FORCE: REGISTERED FILES AND REPORTS Inv.nr.: Omschrijving: 715

2nd Tactical Airforce: Daily log: Sept.- Oct. 1944

716

2nd Tactical Airforce: Daily log: Nov.- Dec. 1944

717

2nd Tactical Airforce: Daily log: Jan.- Feb. 1945

718

2nd Tactical Airforce: Daily log: Mar.- May 1945

Tabel 18: De geraadpleegde documenten uit AIR37 van The National Archives te Londen (Groot-Brittannië).

Library And Archives Canada In The Library and Archives Canada worden de War Diaries van Canadese grondtroepen bewaard. In de bevrijdingsperiode zijn met name Britse legereenheden actief geweest in deze regio, waardoor er geen bruikbaar archiefmateriaal s aangetroffen in het Canadees archief.

Nationale en internationale luchtfotoarchieven Voor dit onderzoek heeft Xplosure de beschikbare luchtfoto’s betreffende de datums waarop de oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden geïnventariseerd. Deze inventarisatie heeft plaatsgevonden op basis van de luchtfotocollecties van The Royal Commission on the Ancient and Historical Monuments of Scotland / National Collection of Aerial Photography te Edinburgh (NCAP), Wageningen UR te Wageningen (WUR) en de Topografische Dienst Kadaster te Zwolle (TOPO). Van de Topografische Dienst Kadaster zijn overigens ook kaarten bestudeerd die in het kader van de achterhaalde contra-indicaties de ontwikkelingen van het onderzoeksgebied in de naoorlogse periode in beeld hebben gebracht. Uit de geïnventariseerde luchtfoto’s zijn de meest geschikte luchtfoto’s geselecteerd. Bij de selectie is rekening gehouden met dekking, opnamedatum in relatie tot oorlogshandelingen, kwaliteit van het fotobeeld en de schaal. Er is getracht om luchtfoto’s te gebruiken van vóór de oorlogshandelingen en van zo kort mogelijk ná de relevante gebeurtenis (mits van voldoende kwaliteit voor interpretatie op oorlogsschade). Van de beschikbare luchtfoto’s is de keuze gemaakt om beelden te analyseren van de periode oktober 1944 tot december 1944 omdat dat een belangrijke periode was in de omgeving van het onderzoeksgebied.

In deze periode heeft (ook) het plangebied tot frontgebied behoord waarbij intensieve beschietingen hebben

Projectcode: P03784 Versie: Definitief

Pagina 56 van 64

Oostrum-Oost Type onderzoek: Vooronderzoek (Na-)Conflictperiode Conform: Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse

plaatsgevonden. Multitemporele benadering van de analyse leert dat er inderdaad sprake is geweest van een groot aantal inslagkraters van artillerie binnen het te bewerken gebied. Verder is in de periode tussen 15 oktober 1944 en 24 december 1944 een loopgraaf aangelegd binnen het plangebied. Twee militaire stellingen in het onderzoeksgebied dateren van vóór 15 oktober 1944. De volgende beelden zijn voor het onderdeel luchtfotoanalyse geselecteerd, in ArcGIS Pro verwerkt en geanalyseerd op de aanwezigheid van munitie gerelateerde bodemverstoringen of –schades: OPNAMEDATUM

SORTIENUMMER

BEELDNUMMERS

OPNAMEHOOGTE

15-10-1944

400-1303

4383, 4387, 4388

1:27.000

24-12-1944

33-2077

1054, 1055, 1056

1:15.000

Tabel 20: De geselecteerde, verwerkte en geanalyseerde luchtfoto’s

Bovenstaande luchtfoto’s zijn voor de daadwerkelijke analyse middels ArcGIS Pro op de huidige topografie geplaatst en op munitie gerelateerde bodemverstoringen geanalyseerd.

Projectcode: P03784 Versie: Definitief

Pagina 57 van 64

Oostrum-Oost Type onderzoek: Vooronderzoek (Na-)Conflictperiode Conform: Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse

Bijlage 2: Vaststellen verdacht gebied en afbakening in vooronderzoek Deze bijlage maakt onderdeel uit van het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten en beschrijft uitgangspunten voor het beargumenteerd afbakenen van verdacht gebied. INDICATIE ALGEMENE OMSCHRIJVING

MILITAIR OBJECT Gebouw, bouwwerk of cluster van gebouwen en/of bouwwerken, al dan niet voorzien van wapens en/of Conventionele Explosieven (CE), dat dient ter verdediging, voor logistieke doeleinden of voor de huisvesting van militairen in oorlogstijd. Militaire gebouwen/bouwwerken kunnen worden onderverdeeld in drie categorieën: ▪ veldversterkingen (lichte constructie van hout, grond e.d.); ▪ zware versterkingen (ongewapend/licht gewapend beton, baksteen/beton combinaties); ▪ duurzame versterking (zwaar gewapend beton, eventueel met stalen pantserdelen). Een niet-limitatieve opsomming van objecten waaraan kan worden gedacht: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

wapenopstelling; geschutopstelling; barak; munitieopslag, al dan niet in open veld; zoeklichtopstelling; radaropstelling; gevechtsloopgraaf; communicatieloopgraaf; schuilloopgraaf; schuttersput; mangat; tankgracht- of geul; bunker, in de vorm van zware of duurzame versterking; kampement; obstakel, zoals prikkeldraadversperring, wegafzetting, drakentand, palenveld tegen luchtlandingen, net tegen torpedo’s en afgezonken schip; ▪ een verdedigingswerk bestaande uit meerdere objecten. UITGANGSPUNTEN

VOOR

HET BEARGUMENTEERD AFBAKENEN

VAN

VERDACHT

Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren:

GEBIED

▪ de aard/functie van het object; ▪ of het object onderdeel vormde van een groter geheel; ▪ het aantal vermoedelijk aanwezige CE ter plaatse van het militair object gedurende het gebruik daarvan; ▪ de vermoedelijke locatie in of nabij het object waar CE werden opgeslagen; ▪ tijdstip en reden van het verlaten van het militair object (bijvoorbeeld: Projectcode: P03784 Versie: Definitief

Pagina 58 van 64

Oostrum-Oost Type onderzoek: Vooronderzoek (Na-)Conflictperiode Conform: Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse

voordat de bevrijding plaatsvond, opmars vijandelijke troepen, algehele capitulatie, verplaatsen van wapens); ▪ informatie over het opruimen van het militaire object en / of de daar aanwezige CE; ▪ welke voor de hand liggende dumplocaties er in de nabijheid van het object aanwezig zijn geweest; ▪ of er aanwijzingen zijn dat CE zijn aangetroffen op de locatie van het object of in de nabijheid daarvan, en zo ja, welke relatie deze CE heeft/hebben met de bekende aard/functie van het object.

INDICATIE ALGEMENE OMSCHRIJVING UITGANGSPUNTEN

VOOR

HET BEARGUMENTEERD AFBAKENEN

VAN

VERDACHT

MIJNENVELD Geregistreerd mijnenveld of gebied waar ooit de aanwezigheid van landmijnen is vermoed. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren:

GEBIED

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ INDICATIE ALGEMENE OMSCHRIJVING UITGANGSPUNTEN

VOOR

HET BEARGUMENTEERD AFBAKENEN

VAN

VERDACHT

het aantal en type gelegde mijnen; het aantal en type geruimde mijnen; of het mijnenveld meerdere keren op aanwezigheid van mijnen is onderzocht; de nauwkeurigheid van de aangegeven begrenzing van het mijnenveld; verschijningsvorm; welke voor de hand liggende dumplocaties er in de nabijheid van het mijnenveld aanwezig zijn geweest; of er aanwijzingen zijn dat CE zijn aangetroffen op de locatie van het mijnenveld of in de nabijheid daarvan, en zo ja, welke relatie deze CE heeft/hebben met het mijnenveld.

DUMPLOCATIE VAN ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN Informatie dat op een specifieke locatie CE in de landbodem en/of waterbodem zijn gedumpt met als doel CE te verwijderen of te verbergen Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren:

GEBIED

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

INDICATIE ALGEMENE OMSCHRIJVING

Projectcode: P03784 Versie: Definitief

het type of de typen CE die zijn gedumpt; losse CE of verpakt; wijze van dumping (met vrachtwagen, met de hand, vanaf een vaartuig); locatie van dumping (land/water); de verplaatsing van CE in het water en de ophoping bij obstakels in het water ingeval van dumping van CE in water.

VLIEGTUIGCRASH Het neerkomen van (delen van) een militair vliegtuig, niet zijnde een geslaagde (nood)landing.

Pagina 59 van 64

Oostrum-Oost Type onderzoek: Vooronderzoek (Na-)Conflictperiode Conform: Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse

UITGANGSPUNTEN

VOOR

HET BEARGUMENTEERD AFBAKENEN

VAN

VERDACHT

Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren:

GEBIED

▪ of er aanwijzingen zijn dat er onderdelen van het toestel (of delen daarvan) in de bodem of op/in de waterbodem zijn achtergebleven, en zo ja: ▪ de bekende locatie(s) van neerkomen; ▪ de CE die aan boord waren bij neerkomen; ▪ de toestand van het toestel bij neerkomen; ▪ schadebeeld; ▪ de bergingswerkzaamheden die in de verschillende tijdvakken (in de directe nasleep van de crash, direct na de bevrijding en daarna) hebben plaatsgevonden; ▪ de ondergrondse verplaatsing van het toestel of delen daarvan; ▪ of er aanwijzingen zijn dat CE zijn aangetroffen op de crashlocatie, en zo ja, welke relatie deze CE heeft/hebben met de crash; ▪ de mogelijke aanwezigheid van stoffelijke resten, milieukundige ▪ bodemverontreiniging (zoals brandstof) en archeologisch erfgoed. ▪ INDICATIE ALGEMENE OMSCHRIJVING UITGANGSPUNTEN VOOR HET BEARGUMENTEERD AFBAKENEN

VAN

VERDACHT

VERNIELINGSLADING Vernielingslading (al dan niet in werking gesteld) Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren:

GEBIED

▪ gebruikte CE als vernielingslading; ▪ de aard van het te vernietigen object, zoals gebouwen, bruggen en wegen; ▪ de (locatie van) de plaatsing van de vernielingslading ten opzichte van het te vernietigen object; ▪ of de lading (gedeeltelijk) in werking is gesteld en of daardoor een deel van de vernielingslading is verplaatst; ▪ schadebeeld; ▪ opruimwerkzaamheden ter plaatse van het vernietigde object; ▪ of er aanwijzingen zijn dat CE zijn aangetroffen op de locatie van het te vernietigen object, of in de nabijheid daarvan.

INDICATIE ALGEMENE OMSCHRIJVING UITGANGSPUNTEN

VOOR

HET BEARGUMENTEERD AFBAKENEN

VAN

VERDACHT

(ONGECONTROLEERDE) MASSA EXPLOSIE / VERNIETIGINGSLOCATIE (Sympathische) detonatie van een explosievenvoorraad zoals bijvoorbeeld een munitieopslag of munitietrein of een locatie waar CE vernietigd zijn Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren:

GEBIED

▪ ▪

Projectcode: P03784 Versie: Definitief

de locatie waar de explosie(s) heeft/hebben plaatsgevonden (primaire detonatiehaard); de wijze waarop de explosie(s) tot stand is/zijn gekomen (bijv. beschieting, ongeval of gecontroleerde detonatie); Pagina 60 van 64

Oostrum-Oost Type onderzoek: Vooronderzoek (Na-)Conflictperiode Conform: Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse

▪

▪ ▪ ▪ ▪

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ INDICATIE ALGEMENE OMSCHRIJVING UITGANGSPUNTEN

VOOR

HET BEARGUMENTEERD AFBAKENEN

VAN

VERDACHT

de voorziening waarin de CE waren ondergebracht/gelegen ten tijde van de explosie (bijvoorbeeld een gebouw, een open munitieopslagvoorziening, een springput waarin de CE zijn ingegraven, aan boord van trein/vrachtwagen/schip); de terreineigenschappen/geografische omstandigheden van het gebied waar de explosie/vernietiging heeft plaatsgevonden; de hoofdsoort, subsoort, type en aantal/hoeveelheid van de opgeslagen/aanwezige bij de explosie betrokken CE; het tijdsbestek waarin de massa-explosie/munitievernietiging heeft plaatsgevonden; of er aanwijzingen zijn dat CE zijn aangetroffen in de omgeving van de (ongecontroleerde) massa explosie / vernietigingslocatie, en zo ja, of deze CE een relatie heeft / hebben met de explosie; de locaties waar als gevolg van de explosie weggeslingerde CE zijn beland en de spreiding ervan; de vraag of weggeslingerde CE direct na de explosie aan de oppervlakte is / zijn gebleven of is / zijn ingedrongen in de bodem; de zorgvuldigheid waarmee eventuele ruimingen kort na de explosie hebben plaatsgevonden en onder welke omstandigheden/condities dat is gebeurd.

ARTILLERIEBESCHIETING Beschieting door grondgebonden geschut, mortieren of grondgebonden (meervoudige) raketwerpsystemen of beschieting door scheepsgeschut. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren:

GEBIED

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ INDICATIE ALGEMENE OMSCHRIJVING

Projectcode: P03784 Versie: Definitief

het soort en kaliber granaat; de locatie van waar is geschoten; de nauwkeurigheid waarmee het doel is geregistreerd; de afstand waarover is geschoten; de locaties en spreiding van granaatinslagen; type beschieting (bijvoorbeeld: storingsvuur, uitwerkingsvuur, afsluitingsvuur); intensiteit van de beschieting (bijvoorbeeld: aantal vuurstoten, duur van de vuurstoten, aantal granaten per vuurstoot, totaal aantal verschoten granaten); periode waarbinnen beschietingen hebben plaatsgevonden (uren, dagen, maanden, enz.); of de beschieting werd uitgevoerd met een waarnemer; of er vooraf is ingeschoten; of er CE zijn aangetroffen in het kennelijk beschoten gebied, of in de nabijheid daarvan, en zo ja, of deze CE een relatie heeft/hebben met de beschieting

RAKETBESCHIETING DOOR JACHTBOMMENWERPERS Raketbeschieting door jachtbommenwerpers, in de Nederlandse praktijk doorgaans door Hawker Typhoons Pagina 61 van 64

Oostrum-Oost Type onderzoek: Vooronderzoek (Na-)Conflictperiode Conform: Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse

UITGANGSPUNTEN

VOOR

HET BEARGUMENTEERD AFBAKENEN

VAN

VERDACHT

Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren:

GEBIED

▪ de bekende locaties en spreiding van raketinslagen, zoals gebleken uit de inventarisatie van het bronnenmateriaal; ▪ het aantal verschoten raketten per toestel; ▪ het aantal aantoonbaar gedetoneerde raketten; ▪ informatie over de na de raketbeschieting door de autoriteiten geregistreerde blindgangers (indien beschikbaar); ▪ het maximale aantal nog aanwezige blindgangers; ▪ het verwachte aantal blindgangers; ▪ type jachtbommenwerper; ▪ vliegrichting ten tijde van het afvuren van de raketten; ▪ wijze van verschieten (het verschieten van alle raketten in één of meerdere salvo’s); ▪ eventuele andere bekende gegevens over de toegepaste tactiek; ▪ verwachte of maximale horizontale ondergrondse verplaatsing van de raket direct na inslag; ▪ of er aanwijzingen zijn dat CE zijn aangetroffen in de omgeving van de beschieting, en zo ja, of deze CE een relatie heeft / hebben met de beschieting.

INDICATIE ALGEMENE OMSCHRIJVING UITGANGSPUNTEN VOOR HET BEARGUMENTEERD AFBAKENEN

VAN

VERDACHT

BOMBARDEMENT MET BRISANTBOMMEN Luchtaanval met inzet van brisante afwerpmunitie, inclusief clusterbommen. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren:

GEBIED

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

▪ ▪ ▪ ▪

Projectcode: P03784 Versie: Definitief

de bekende locaties en spreiding van bominslagen; het aantal afgeworpen bommen per toestel; het aantal aantoonbaar gedetoneerde bommen; informatie over de na het bombardement door de autoriteiten geregistreerde blindgangers; het maximale aantal nog aanwezige blindgangers; het verwachte aantal blindgangers; type bommenwerper; wijze van afwerpen / toegepaste tactiek (zoals een afworp in duikvlucht, een afworp van geringe hoogte of een afworp van grote hoogte, vliegrichting, afworp in salvo ja/nee, als clustermunitie ja/nee); verwachte of maximale horizontale ondergrondse verplaatsing van de bom direct na inslag; of er aanwijzingen zijn dat CE zijn aangetroffen in de omgeving van het bombardement, en zo ja, of deze CE een relatie heeft / hebben met het bombardement.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12762436/1