15 Ruimtelijke Onderbouwing Zonnepark Wusterveld
Tekst van het document
Gelet op de opgave, acht de provincie een brede en grootschalige toepassing van beschikbare technieken noodzakelijk met de gelijktijdige ontwikkeling van nieuwe technieken. Daarbij geldt als voorwaarde dat de bestaande leveringszekerheid geborgd blijft, de omgevingskwaliteit de aandacht heeft, kosten acceptabel zijn en de maatregelen bijdragen aan een duurzame ontwikkeling. Dit sluit aan bij de landelijke aanpak zoals geschetst in het Nationaal Energie Akkoord. De provincie zet in op een regionale en lokale aanpak. In de Omgevingsvisie van Limburg wordt de energietransitie in de gebouwde omgeving, bij bedrijf, de maakindustrie, verkeer en vervoer en in de land- en tuinbouw gestimuleerd. Een concretere uitwerking van de energietransitie verwerkt zij in samenwerking met gemeenten en partijen daarom in de Regionale Energiestrategie (RES). Kwaliteiten van Limburg De grote variatie in omgevingskwaliteiten is een kenmerk en sterk punt van Limburg. Een Limburgse kwaliteit is een diversiteit in karakteristieken en eigenschappen van de ruimtelijke omgeving. De provincie beoogt zowel een versterking van de steden als op het landelijk gebied. Tevens zet zij in op het 'verweven' van functies, oftewel het creëren van meervoudig ruimtegebruik. Voorbeelden hiervan zijn het recreatief gebruik van natuur en het gebruik van tijdelijk leegstaande terreinen voor de energievoorziening.
Om recht te doen aan de variatie in omgevingskwaliteiten, wordt er in het POL onderscheid gemaakt in zeven globaal afgebakende gebiedstypen. Dit zijn zones met elk een eigen karakter, herkenbare eigen kernkwaliteiten, en met heel verschillende opgaven en ontwikkelingsmogelijkheden. Binnen het bebouwd gebied onderscheid de provincie Limburg de volgende zones: • stedelijk centrum; • bedrijventerrein; • overig bebouwd gebied. In het landelijk gebied gaat het om de zones: • goudgroene natuurzone; • zilvergroene natuurzone; • bronsgroene landschapszone;
www.eelerwoude.nl
•
buitengebied.
Figuur 14: Kaart provinciale Omgevingsvise met gebiedszonering, waarbij projectgebied Zonnepark Wüsterveld is aangeduid als 'Buitengebied' (bron: Geconsolideerde Omgevingsvisie Limburg 2014).
Het projectgebied is gelegen in het 'Buitengebied' (zie figuur 14). De ligging in 'Buitengebied' brengt geen directe beperking mee voor de voorliggende ruimtelijke ontwikkeling.
Geconsolideerde Omgevingsverordening Limburg 2014 In de Omgevingsverordening Limburg 2014 heeft de provincie regels van de belangen uit de Omgevingsvisie vastgelegd. Het wordt ingezet om bepaalde essentiële onderdelen van het beleid juridisch te borgen. In de geconsolideerde Omgevingsverordening Limburg 2014 zijn geen specifieke regels opgenomen voor de realisatie van een grondgebonden zonnepark. Wel ligt het projectgebied binnen ‘Grondwateronttrekkingsgebied’ en ‘boringsvrije zone Venloschol’. Het is verboden in dit gebied grondwater te onttrekken of water te infiltreren beneden de bovenkant van de Bovenste Brunssumklei in het gebied Roerdalslenk en beneden 5 meter +NAP in het gebied Venloschol. Hier is geen sprake van met het voorliggende plan.
Omgevingsvisie provincie Limburg en concept-ontwerp Omgevingsverordening De Omgevingsvisie Limburg vervangt in 2021 het POL 2014. De ontwerp versie is op 25 augustus 2020 vastgesteld door de Gedeputeerde Staten. Naar verwachting vindt besluitvorming plaats in april 2021 door Provinciale Staten over de Omgevingsvisie. De provincie Limburg wil naar eigen vermogen bijdragen aan de Rijksdoelstellingen om te komen tot een duurzame energievoorziening. Gezien de ligging van de provincie en het grondgebruik zijn de mogelijkheden voor het komen tot een duurzame energievoorziening in Limburg beperkt. De provincie stelt geen eigen doelstellingen en plannen op ten aanzien van de energietransitie, maar neemt een ondersteunende rol aan bij nieuwe innovaties en ontwikkelingen. Dit doet zij onder andere bij de verduurzaming van Chemelot en de uitvoering van de Regionale Energiestrategie. De provincie baseert haar handelen bij nieuwe initiatieven op draagvlak en wil haar inwoners daarbij maximaal betrekken.
www.eelerwoude.nl
De basis voor de energietransitie ligt voor de provincie Limburg bij de 'trias energetica', wat betekent: • energieverbruik verminderen door verspilling in te perken; • energieopwekking vanuit duurzame bronnen (niet-fossiel), zoals water, wind en zon; • gebruik van zo efficiënt en schoon mogelijke fossiele bronnen bij de energiebehoefte die niet op een duurzame manier ingevuld kan worden. Op het gebied van zonne-energie pleit de provincie Limburg voor zorgvuldigheid bij ruimtelijke inpassing. Voor dergelijke ontwikkelingen is ‘De Limburgse Zonneladder’ van toepassing (niet volg tijdelijk). Deze is weergegeven in figuur 15.
Figuur 15: Limburgse zonneladder (bron: Ontwerp Omgevingsvisie Limburg).
Eind 2020 zijn moties door Provinciale Staten ingediend. Realisatie van ZonPV (Photo Voltaic) op goede landbouwgrond en binnen kwetsbare natuur moet, conform de ingediende moties, als uitzonderingsmogelijkheid worden gebruikt bij de inpassing van zonne-energie. Het dictum van deze moties luidden verder als volgt: -
-
“In de Provinciale Omgevingsvisie het 'nee, tenzij-principe’ dat wordt gehanteerd bij de Limburgse zonneladder nader te omschrijven en te duiden en op te nemen in de nog op te stellen Omgevingsverordening. Zo uit te leggen dat goede landbouwgrond en kwetsbare natuur als uitzonderingsmogelijkheid worden gebruikt bij de inpassing van zonne-energie; In de Omgevingsverordening een motiveringsplicht op te nemen zodat gemeenten en de provincie moeten motiveren waarom er wordt gekozen voor een bepaalde trede van de zonneladder. “
www.eelerwoude.nl
Het college van Gedeputeerde Staten heeft aangegeven deze motie uit te voeren en de strekking van het dictum te verwerken in zowel de Provinciale Omgevingsvisie als ook de Omgevingsverordening. In de Omgevingsverordening wordt bepaald hoe de provincie toeziet op een juiste toepassing van de Limburgse zonneladder en op kwalitatief goede afweging en onderbouwingen bij initiatieven voor grondgebonden zonneparken. Het 'nee, tenzij' principe van de zonneladder zal via de instructieregels nader geduid worden en vergt een nadere motivatieplicht bij initiatieven rondom zonneparken. Daarbij gaat het om een goede ruimtelijke integrale afweging, de instandhouding van de landschapsstructuur en bijbehorende kenmerken, het combineren van meerdere functies, aandacht voor lokaal draagvlak en participatie en het doorlopen van zorgvuldige procedures. In de concept-ontwerp Omgevingsverordening (van 23 maart 2021) zijn (instructie)regels opgenomen m.b.t. zonneparken
Artikel 13.3 Instructieregels grondgebonden zonneparken 1. Een omgevingsplan laat geen grondgebonden zonnepark toe binnen het Natuurnetwerk Limburg of binnen een waterwingebied. Zonnepark Wüsterveld is niet gelegen binnen het Natuurnetwerk Limburg of binnen een waterwingebied. 2.
Een omgevingsplan laat geen grondgebonden zonnepark toe in een bestaand bos- of natuurgebied binnen de groenblauwe mantel. Zonnepark Wüsterveld is niet gelegen in een bestaand bos- of natuurgebied. 3.
Een omgevingsplan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg of de regio Midden- Limburg laat een grondgebonden zonnepark alleen toe als dat in lijn is met de Limburgse principes van de Provinciale Omgevingsvisie en in afstemming met de Regionale Energiestrategie Noord- en MiddenLimburg. De gemeente Venray zet in op het opwekken van duurzame energie. Ingezet wordt het opwekken van meer dan 1.200 TJ in 2030, door middel van zonne- en windenergie. Dit is weergegeven in het gemeentelijke ‘Kader voor Opwekking Duurzame Energie’. De Klimaatmonitor (cijfers zijn uit 2017) geeft aan dat er al ca. 160 TJ elektriciteit wordt opgewekt binnen de gemeente. Dit betekent nog ca. 1.070 TJ te gaan tot 2030. In de wetenschap dat de eventuele radarverstoring door windturbines een erg groot deel van de gemeente vooralsnog ongeschikt maakt, schat de gemeente Venray momenteel de potentie voor windenergie wat beperkter in en stelt dit op 100 TJ. Rekening houdend met de al aanwezige productie van 160 TJ, resulteert dit in een additioneel benodigde productie door zon van circa 970 TJ. Venray zet voor het opwekken van zonne-energie in op 5 sporen tegelijk, om het doel te behalen. Hierbij zijn de voorkeuren (zoals zon op dak) bepaald, maar is ook afgewogen welk doel (per spoor) haalbaar is. Dit heeft geleid tot de ‘Zonneladder van Venray tot 2030’ die hierna is weergegeven.
Deze zonneladder komt op hoofdlijnen overeen met de ‘De Limburgse Zonneladder’.
www.eelerwoude.nl
Hieruit blijkt dat ook zonneparken op landbouwgronden noodzakelijk zijn (sporen 4 en 5) om de doelstelling te halen. Zonnepark Wüsterveld valt binnen het doel om tot 2030 in ‘Spoor 4’ 50 hectare aan zonneparken te realiseren. Zonnepark Wüsterveld heeft een bruto oppervlakte van 9,1 hectare. Daarnaast verleend de gemeente Venray voorlopig planologische medewerking aan één ander zonnepark. Dit betreft een initiatief aan de Beemdweg van circa 20,5 hectare. Het verlenen van planologische medewerking aan Zonnepark Wüsterveld is ook in afstemming met de Regionale Energiestrategie Noord- en Midden-Limburg. Zie hiertoe paragraaf 3.4.1 van de voorliggende Ruimtelijke Onderbouwing. 4.
Een omgevingsplan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg laat een grondgebonden zonnepark alleen toe als dat in lijn is met de Limburgse principes van de Provinciale Omgevingsvisie en in afstemming met de Regionale Energiestrategie Zuid- Limburg. Het voorliggende initiatief ligt niet in de regio Zuid-Limburg. 5. Een omgevingsplan laat geen grondgebonden zonnepark op landbouwgrond toe tenzij: a. een zorgvuldige ruimtelijke afweging heeft plaatsgevonden ten aanzien van de locatie; De locatiekeuze is zorgvuldig tot stand gekomen. Het zonnepark kan hier worden aangesloten op het elektriciteitsnet, de gronden zijn niet geschikt in de bedrijfsvoering van de aspergeteler omdat de gronden voor het grootste deel te laag liggen en te nat zijn, de gronden zijn beschikbaar, het zonnepark is hier landschappelijk goed inpasbaar binnen de aanwezige landschapsstructuren en langs de snelweg, en op deze gronden kan de opwekking van duurzame energie samengaan met andere functies (meervoudig ruimtegebruik). b.
voorzien wordt in een goede landschappelijke en natuurlijke inpassing en beheer passend bij de aanwezige kernkwaliteiten van het landschap; Zonnepark Wüsterveld wordt goed landschappelijk ingepast en natuurlijk en landschappelijk ingericht. Zo wordt middels de realisatie van nieuwe landschapselementen bijgedragen aan de landschappelijke inrichting binnen de kaders van de kenmerkende mozaïekverkaveling in de omgeving. De beplanting rondom de zonnepanelen blijft laag om de openheid deels te behouden, maar ook historische afwisseling (open- en geslotenheid) terug te brengen. Het zonnepark wordt in de aanwezige kavelstructuur gevoegd en herstelt een historische kavelstructuur. Dit wordt gedaan door nieuwe hagen toe te voegen om het zonnepark. Hiermee wordt het park voor automobilisten en omwonenden deels aan het zicht onttrokken en de groenstructuur versterkt, zonder de openheid te niet te doen.
www.eelerwoude.nl
c.
de zonnepanelen in een opstelling worden geplaatst die aansluit op een bij het gebied passende bodemkwaliteit; en De grond binnen het projectgebied wordt nu gebruikt als vrij intensief gebruikte landbouwgrond. Het bodemleven zal hierdoor minimaal zijn. Er wordt een zuid-opstelling toegepast met 2,5 meter afstand tussen de rijen. Ook tussen de panelen worden kleine openingen gelaten. Hierdoor kan water verspreid blijven infiltreren in de bodem en is er sprake van zonlicht-intreding. De ondergrond van het zonnepark heeft een diepe grondwaterstand (VI – VII) en bestaat uit lemig fijn zand wat een goede waterdoorlatend heeft. Het hoogteverschil in het projectgebied is gering. Er is enkel microreliëf aanwezig in de ondergrond. Het risico op erosie en oppervlakkige afstroming is daarmee klein c.q. afwezig. Realisatie van een zonnepark met kruidenrijk grasland als vaste onderbegroeiing kan op deze plek voor de komende decennia een stabiele situatie bieden waar geen chemicaliën (kunstmest of gewasbeschermingsmiddelen) worden toegepast. Dit biedt kansen voor verbetering van het bodemleven, de bodemstructuur, verbetering van het zelfreinigend vermogen en daarnaast extra habitat voor bestuivers en plaagbestrijders. Er zijn derhalve geen nadelige effecten voor de bodem te verwachten. d.
het omgevingsplan een verplichting tot het verwijderen van het zonnepark bevat na beëindiging van de activiteit. In het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning voor het zonnepark is opgenomen dat het zonnepark na beëindiging moet worden verwijderd. 6.
De motivering van een omgevingsplan voor een grondgebonden zonnepark bevat een verantwoording van de wijze waarop invulling is gegeven aan het derde of het vierde lid en het vijfde lid. Deze motivering is opgenomen. 7.
Bij het vaststellen van een omgevingsplan dat voorziet in een functie die een grondgebonden zonnepark toestaat houdt het gemeentebestuur rekening met het betrekken van de omgeving bij de functietoekenning, het zorgdragen voor maatschappelijk draagvlak voor de functietoekenning en het maximaal gebruik van de mogelijkheden voor (financiële) participatie bij de exploitatie van het zonnepark. Hier is aan voldaan. Dit is nader onderbouwd in de paragrafen 2.2.11 en 2.2.12 van de voorliggende Ruimtelijke Onderbouwing.
Conclusie provinciaal beleid Het voorliggende ruimtelijke plan past binnen het provinciaal beleid. Het plan geeft invulling aan de verduurzamingopgave, past binnen ‘De Limburgse Zonneladder’ en is inpasbaar binnen de aangegeven landschappelijke kernkwaliteiten.
www.eelerwoude.nl
3.4 Regionaal beleid Regionale Energiestrategie Noord- en Midden Limburg De vijftien gemeenten in Noord- en Midden Limburg vormen met Provincie Limburg, Waterschap Limburg en Enexis de RES-regio Noord- en Midden Limburg. Samen met inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden maakt men een RES (Regionale Energie Strategie). Onderzocht wordt: • Hoe energie kan worden bespaard zodat minder opgewekt hoeft te worden. • Waar en hoeveel duurzame elektriciteit in deze regio opgewekt kan worden. • Hoe stap voor stap van het aardgas af kan. • Hoe energie kan worden opgeslagen en getransporteerd. Op 1 april 2021 is de RES 1.0 vrijgegeven voor besluitvorming. De partijen willen in totaal 1.200 GWh duurzame energie opwekken in 2030. Projecten die hiervoor nodig zijn, moeten in 2025 vergund zijn. Er zijn reeds projecten gerealiseerd en er zijn reeds veel projecten gepland, maar veel van deze projecten staan nog niet vast.
Naast de gerealiseerd projecten en de projecten die in de planning staan, zijn er veel nieuwe initiatieven in ontwikkeling. Dit betreft de zogenoemde ‘ambitieprojecten’. Dit wordt in de RES benoemd als positieve ontwikkeling en dit vormt een grote bijdrage aan de regionale opgave. De vele lokale initiatieven vergroten de noodzaak tot (meer) afstemming tussen de RES-partners. Onder andere over netwerk (schaarste) en het borgen van RES uitgangspunten. Hiervoor wordt momenteel een grootschalige opwek aanpak uitgewerkt. Ook na 2025 zal de behoefte aan duurzaam opgewekte energie blijven groeien. Daar wordt nu alvast rekening mee gehouden. Het ontwikkelen van energieprojecten en voldoende netwerkcapaciteit kost namelijk veel tijd. Onderzocht wordt daarom wat nu al wat nodig is voor deze opgave na 2025, zodat betrokken partijen en partners in de regio hun verantwoordelijkheid kunnen nemen. Daarnaast wordt gestreefd naar minimaal 50% lokaal eigendom bij grootschalige zon- en windprojecten. Dit kan bijvoorbeeld via een Energiecoöperatie.
www.eelerwoude.nl
Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het voorliggende initiatief komt tegemoet aan het doel voor het opwekken van in totaal 1.200 GWh aan duurzame energie 2030, waarbij de projecten in 2025 vergund moeten zijn. Het voorliggende Zonnepark Wüsterveld maakt, samen met het initiatief voor het Zonnepark aan de Beemdweg, deel uit van de inbreng van de Gemeente Venray om dit doel daadwerkelijk te realiseren. Met betrekking tot financiële participatie werkt LC Energy samen met BeePower. Dit betreft de lokale energiecoöperatie. Het streven van LC Energy en BeePower is dat het zonnepark voor 50% in eigendom komt van een lokale energiecoöperatie. BeePower onderzoekt nu de manieren om risicovol te investeren in de ontwikkelfase. Maar zij onderzoekt ook op welke manier het eigenaarschap wordt vormgegeven, en op welke manier de omgeving de mogelijkheid krijgt om financieel te participeren. Het is hierbij belangrijk om een product op de markt te brengen dat duidelijk is over de risico’s, en deze niet onterecht bij argeloze inwoners neerlegt.
3.5 Gemeentelijk beleid Coalitieakkoord De gemeente Venray wil het gebruik van fossiele brandstoffen beperken en een duurzame energievoorziening stimuleren. Hiermee wordt ook de uitstoot van CO2 verminderd. Doel is om in 2030 CO2 neutraal zijn met compensatie. Dit wil de gemeente bereiken door een besparing te realiseren op het totale energieverbruik van 37,5% ten opzichte van 2013, waarbij 45% van de resterende energiebehoefte in de gemeente geproduceerd wordt met schone technieken. Volgende stap is volledig energieneutraal in 2050. Dit doet de gemeente door in het landschap ruimte te maken voor grootschalige duurzame energieopwekking en afspraken te maken met regiogemeenten om de regionale opgave voor duurzame energieopwekking te realiseren. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Realisatie van Zonnepark Wüsterveld past binnen de ambities zoals uitgesproken in het Coalitieakkoord.
Toekomstvisie Venray 2030 De Toekomstvisie Venray 2030, ‘Venray loopt voorop’, is tot stand gekomen in 2019 en geeft een doorkijk naar 2030. In de visie is als nadrukkelijke ambitie opgenomen dat Venray in 2030 de verantwoordelijkheid heeft genomen voor de eigen energievoorziening en is Venray aan de slag met energiebesparing, opwekking van duurzame elektriciteit en het gebruik van duurzame warmte. De energietransitie zet zich nog voort tot 2050. Dan wil Venray energieneutraal zijn. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Zonnepark Wüsterveld draagt bij aan de geformuleerde ambitie m.b.t. het opwekken van duurzame energie.
www.eelerwoude.nl
Energiestrategie 2030 De gemeenteraad van Venray heeft in 2013 besloten om actief beleid te maken zodat gemeente energieneutraal is in 2030, met compensatiemogelijkheden. In de Energiestrategie zijn de volgende (streef)doelen voor opwekking geformuleerd voor 2030:
Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Realisatie van Zonnepark Wüsterveld past binnen de doelstellingen zoals geformuleerd binnen de Energiestrategie 2030.
Kader voor Opwekking Duurzame Energie (KODE) Inleiding De gemeenteraad van Venray heeft op 29 oktober 2019 de beleidsregel ‘Kader voor Opwekking Duurzame Energie’ vastgesteld. Met de KODE wil de gemeente inhoud geven aan de energietransitie. Met als doel om de energievoorziening meer te transformeren naar lokaal beleid en daarmee bij te dragen aan een schonere woonen leefomgeving. De focus ligt daarbij op zonne- en windenergie, omdat dit een toepasbare en bewezen techniek is. Tegelijkertijd behoren nieuwe technieken ook tot de mogelijkheden. De gemeente ziet zowel het nut als de noodzaak om tot voldoende lokale opwekking van duurzame energie over te gaan. Rijksbeleid is de energievoorziening van centraal en fossiel steeds meer te transformeren naar lokaal en hernieuwbaar. De energietransitie biedt ook zeker kansen. Dit betekent dat weliswaar lokaal de lasten merkbaar worden, maar dat ook de lusten meer lokaal behouden kunnen worden. Dat kan de lokale en regionale economie versterken. De noodzaak mag helder zijn: klimaatverandering is een belangrijke aanleiding voor de energietransitie. CO2 en andere emissies door fossiele brandstoffen zorgen voor onder andere temperatuurstijging, droogte, stijging van de zeespiegel en verstoring van ecosystemen.
Daarnaast zien we problemen met de winning van aardgas in Groningen en willen we tegelijkertijd niet te zeer afhankelijk zijn van bepaalde buitenlanden. Hierover zijn mondiaal en nationaal afspraken gemaakt. De landelijke doelen zoals nu geformuleerd liggen op het tussenstation van 2030 en zijn gefocust op het behalen van 49% CO 2-reductie. In de periode 2030-2050 wordt gewerkt naar 95% CO2-besparing. Zonne- en windenergie is een toepasbare en bewezen techniek. Er is geen sprake van uitstoot tijdens de exploitatie en het kan decentraal worden toegepast. Het is, mits met beleid toegepast, een maatschappelijk breed geaccepteerde vorm van duurzame energieopwekking. In de afgelopen jaren heeft vooral de opwekking van zonne-energie een enorme vlucht genomen. In eerste instantie ging het alleen om het opwekken van zonneenergie op de daken van woningen en bedrijfsgebouwen. Door de toegenomen urgentie en rijkssubsidiemogelijkheden is het aantal verzoeken voor het realiseren van grootschalige grondgebonden zonneparken en windparken in den lande aanzienlijk toegenomen.
www.eelerwoude.nl
Biovergisting, biomassacentrales, mestvergisting en vergelijkbare installaties zijn buiten beschouwing gelaten in dit kader en doorlopen bij ontwikkeling ervan een maatwerkaanpak. Reden hiervoor is dat deze over het algemeen bedrijfsgebonden zijn en worden voorzien door passende wet- en regelgeving. Zonne- en windparken daarentegen zijn een relatief nieuwe ontwikkeling in het buitengebied van de gemeente Venray, en vragen om nadere kaderstelling. Het kader richt zich op het lokaal hernieuwbaar opwekken van elektriciteit (ruim 1.200 TJ in 2030) door middel van zonne- en windenergie. De Klimaatmonitor (meest recente cijfers zijn uit 2017) geeft aan dat er al ca. 160 TJ elektriciteit wordt opgewekt binnen de gemeente. Dit betekent nog ca. 1.070 TJ te gaan tot 2030. In de wetenschap dat de eventuele radarverstoring door windturbines een erg groot deel van de gemeente vooralsnog ongeschikt maakt, schat de gemeente Venray momenteel de potentie voor windenergie wat beperkter in en stelt dit op 100 TJ. Rekening houdend met de al aanwezige productie van 160 TJ, resulteert in een additioneel benodigde productie door zon van 970 TJ. Met KODE Venray is een uitnodigingskader tot stand gekomen in samenspraak met verschillende partners en belangenorganisaties en uiteindelijk vastgesteld door de gemeenteraad.
Hierin staat op welke locaties wat mogelijk is, op welke manier en hoe inwoners en gebruikers van het gebied meegenomen worden in het ontwikkelproces en welke mogelijkheden er zijn voor participatie. De kwaliteit van de landschapscomponent (van landschap tot kavel tot objecten) en de participatieve component (van omgevingsdialoog tot partnerschap) staat voorop. Zowel de ruimtelijke component als de participatiecomponent is gedetailleerd omschreven in KODE Venray. In een vroeg stadium biedt KODE Venray handvatten om te bezien of een initiatief voldoende kwaliteit heeft om op enig moment het vergunningstraject in te gaan. 4 doelen en 10 uitgangspunten De gemeente Venray onderscheidt 4 doelen, die vervolgens zijn uitgewerkt in 10 uitgangspunten voor projecten. 1 Ruimte: zuinig en zorgvuldig gebruik van de ruimte Waar mogelijk uitgaan van dubbel ruimtegebruik, waar dit niet kan kijken of gebiedsontwikkeling door inzet van energieopwekking een impuls kan worden gegeven (denk aan agrarische ontwikkeling of natuurontwikkeling op den duur). 2 Inwoners: samen werken aan een acceptabel plan Zwaar tillen aan de omgevingsdialoog gedurende de planperiode en daarna.. 3 Locatie: esthetica, inpassing, verbetering kwaliteit en ecologie werken aan projecten die de kwaliteit van de omgeving verbeteren.
4 Eigenaarschap: eerlijk verdelen van lasten en lusten Borgen dat de economische voordelen in aanleg en exploitatie voor een substantieel deel in de regio en gemeente blijven. Deze 4 doelen vertalen zich in 10 uitgangspunten voor concrete projecten. • Uitgangspunt 1: Het volgen van een zorgvuldige omgevingsdialoog Het plan voor Zonnepark Wüsterveld is tot stand gekomen na een intensief proces met omwonenden en andere belanghebbenden. Er is tweemaal een periode geweest van intensief contact met de omgeving. Eerst in de
www.eelerwoude.nl
initiatieffase: eind 2019 en begin 2020. En daarna na selectiefase bij de gemeente, waarin dit voorliggende plan is geselecteerd om nader uit te werken tot een vergunningaanvraag, in het voorjaar van 2021. Het separaat bijgevoegde document ‘Omgevingsdocument’ beschrijft uitgebreid welke stappen in het omgevingsproces zijn doorlopen, wat de resultaten waren en hoe de plannen (onder andere in samenspraak met de dorpsraad en BeePower)) zijn gevormd tot een lokaal passend plan. •
Uitgangspunt 2: In te onderscheiden gebieden staat de gemeente ontwikkelingen toe, of deze worden uitgesloten, waarbij elk gebied is te beschouwen als een ‘spoor’. In de paragraaf ‘Uitsluitingsgebieden: waar kan het niet’ onder het kopje ‘Nabij dorpen en wijken’ is opgenomen dat zonneweides groter dan 5 ha op minimaal 500 meter van de rand van een dorp of wijk liggen, tenzij omwonenden akkoord gaan in geval de zonneweide dichterbij ligt. De gemeente Venray gaat uit van een zone van 500 meter rond de bebouwde kom. De plangrens van het voorliggende project is gelegen op ongeveer 250 meter van de bebouwde kom, zodat omwonenden volgens de KODE akkoord moeten gaan. Bij de KODE ontbreekt een toelichting op welke wijze aan deze voorwaarde uitvoering dient te worden gegeven. Zo kan de vraag worden gesteld hoe breed of hoe beperkt het begrip ‘omwonenden’ moet worden opgevat en op welke wijze akkoord gegeven moet worden. Aan de voorwaarde dat omwonenden akkoord moeten gaan, is door initiatiefnemer invulling gegeven op een wijze zoals terug te lezen is in het separaat bijgevoegde Omgevingsdocument. In twee participatieronden is met de energiecoöperatie en de Dorpsraad besproken op welke wijze aan deze voorwaarde invulling gegeven kan worden.
Een ieder is de mogelijkheid geboden om bij de Dorpsraad en bij initiatiefnemer eventuele bezwaren omtrent de komst van het zonnepark naar voren te brengen. Hiervan is op verschillende manieren kennisgegeven. Onderkend wordt dat deze voorwaarde ook zo strikt gelezen zou kunnen worden, dat omwonenden expliciet (schriftelijk) akkoord moeten geven. De KODE is vastgesteld beleid waar in beginsel mee in overeenstemming dient te worden gehandeld. In beginsel, want van beleid kan onder voorwaarden worden afgeweken. In dit geval zijn er voldoende argumenten die een afwijking van het beleid op dit punt rechtvaardigen. Om die reden wordt met toepassing van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de vangnetregeling als opgenomen in hoofdstuk 7 van de KODE afgeweken van de KODE ten aanzien van deze voorwaarde. De afwijking van de KODE bestaat eruit, dat er voor dit project geen strikte toepassing wordt gegeven aan de voorwaarde dat omwonenden akkoord moeten geven voor een zonnepark binnen 500 meter van de bebouwde kom. Artikel 4:84 Awb luidt dat het bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.
De vangnetregeling houdt in dat, in geval er naar het oordeel van het college sprake is van bijzondere omstandigheden bij de toepassing van het toetsingskader voor zonneparken of windturbines het college het recht behoudt om af te wijken van het bepaalde in dit kader. Het bevoegd gezag is in dit specifieke geval van oordeel dat handelen overeenkomstig de beleidsregel zowel voor initiatiefnemer als gemeente gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen doelen. Dit wordt als volgt toegelicht. In dit specifieke geval kan worden afgeweken van de voorwaarde omdat wordt voldaan aan de (achterliggende) bedoeling uit de KODE op dit punt en de belangen die hiermee worden gediend. De voorwaarde ‘Nabij dorpen en wijken’ is bij amendement van CDA, D66, Samenwerking Venray, VENRAY Lokaal en ProVenray op 29 oktober 2019 toegevoegd aan de KODE. In de toelichting bij het amendement wordt het volgende opgemerkt: - “De gemeente Venray beschikt over een groot buitengebied. - Dorpen mogen niet beperkt worden in hun uitbreidingsmogelijkheden. - Voor agrarische bedrijven in de kernrandzonebedrijven die willen saneren worden de opties om zonnepanelen op de daken te leggen of op de bedrijfskavel gestimuleerd.
www.eelerwoude.nl
-
-
Het is niet wenselijk om daar dan ook grote zonneweides te ontwikkelen. Bij grote zonneparken zijn omvormers nodig om geluidsoverlast veroorzaken. De Visie veehouderij stimuleert bedrijven in de kernrandzone te saneren waardoor deze gebruik kunnen maken om de kavel te benutten voor zonnepanelen en er een verdienmodel ontstaat waardoor het gemakkelijker wordt te stoppen. Het wordt moeilijker voor stoppende bedrijven gebruik te maken van de ruimtevoor-ruimte-regeling in de nabijheid van het bedrijf. Het draagvlak voor dergelijke initiatieven voor het desbetreffende dorp of wijk wordt vergroot.”
In dit geval wordt de kern Castenray niet beperkt in de uitbreidingsmogelijkheden. In gemeentelijke structuurvisies zijn er geen plannen opgenomen om de kern Castenray uit te breiden in de richting van de locatie van het beoogde project. Ook anderszins zijn hier op dit moment geen gemeentelijke plannen voor. Vanwege de ligging in de nabijheid van agrarische bedrijven en de realisering van de innovatieve varkensstal op korte termijn aan de westzijde van het projectgebied en de ligging langs de snelweg A73, is het projectgebied naar verwachting op voorhand geen in aanmerking komende locatie voor woningbouw. Bovendien heeft het zonnepark een looptijd van 25 jaar, wordt het hierna ontmanteld en wordt het terrein dan in de oorspronkelijke toestand hersteld. Het project heeft dus (op de langere termijn) geen gevolgen voor eventuele andere plannen met dit terrein. Verder wordt het niet moeilijker voor stoppende bedrijven om gebruik te maken van de RvR-regeling in de nabijheid van het bedrijf. Uitgangspunt in de RvR-regeling is dat RvR-woningen(en) worden gebouwd op de locatie waar ook de bedrijfsgebouwen worden gesloopt. In dit geval zijn er binnen het projectgebied geen bedrijfsgebouwen gelegen. Een zonnepark heeft geen (grote) milieucontouren die belemmerend kunnen werken voor RvR-woningen. De agrarische bedrijven in de kernrandzone die op dit moment willen saneren c.q.
overgaan tot functieverandering zullen eventuele vrijkomende kavels niet benutten voor het plaatsen van zonnepanelen. Een inventarisatie heeft laten zien dat, zover deze agrariërs de wens hebben om zonnepanelen te plaatsen, uitsluitend gebruik zal worden gemaakt van de optie ‘zon op dak’. Tot slot is er meer dan voldoende draagvlak voor het project. Voor het creëren van draagvlak is de afstand tot de kern Castenray geen bepalende factor (geweest). Hoe de plannen zijn gevormd tot een lokaal passend plan is toegelicht in paragraaf 2.2.12 ‘Omgevingsproces’ van de Ruimtelijke Onderbouwing, paragraaf 6.3.1 van de Ruimtelijke Onderbouwing en de separaat bijgevoegde bijlage ‘Omgevingsdocument’. Met het enkele feit dat omwonenden niet expliciet (schriftelijk) om toestemming worden gevraagd worden de achterliggende bedoeling en de belangen van de KODE ten aanzien van deze voorwaarde niet geschaad. Daar staat tegenover dat bij strikte toepassing van de voorwaarde het project mogelijk geen doorgang kan vinden. Kortom, strikte toepassing van de (akkoordverklaring-) voorwaarde zou in dit specifieke geval onevenredig zijn in verhouding tot de met de KODE te dienen doelen.
www.eelerwoude.nl
• Uitgangspunt 3: Per gebied (spoor) stellen van kwantitatieve doelen, limieten en fasering richting 2030 De gemeente onderscheidt vijf sporen waar onder voorwaarden mogelijkheden bestaan voor zonne-energie. De 5 sporen van de Venrayse zonneladder zijn in de tabel hierna weergegeven.
Spoor 1 betreft zonnepanelen op daken. Uitgangspunt is het bereiken van minimaal 60 hectare aan zonnepanelen op daken tot 2030. Het voorliggende plan valt niet binnen spoor 1 •
Uitgangspunt 4: Voor alle nieuwe bedrijfsdaken of publieke daken wil de gemeente plaatsing van zonnepanelen aan de hand van voorwaarden opleggen. Het voorliggende project valt onder ‘Spoor 4’. Dit betreft ‘oude ontginningen’. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten: o het beleggen van maximaal 50 ha in genoemd gebiedstype Het project is met bruto circa 9,1 hectare aanmerkelijk kleiner dan de totaal toegestane 50 hectare. Binnen dit gebiedstype zijn geen concrete plannen waar de gemeente planologische medewerking aan verleend, voor gezamenlijk meer dan 50 hectare. Hier wordt aan voldaan. o de minimaal (bruto)maat is 2 ha, de maximaal maat is 25 ha. Hier wordt met het voorliggende plan aan voldaan. Het projectgebied is circa 9,1 hectare groot. o ten behoeve van enige spreiding liggen zonneparken groter dan 5 ha minimaal 1.000 meter verwijderd van elkaar. Binnen 1.000 meter is geen concreet ander plan voor een zonnepark, waaraan planologische medewerking wordt verleend door de gemeente. o voor de periode 2019 (na vaststelling van dit kader) tot en met 2021 gaat de gemeente uit van het vergunnen van ieder geval één zonnepark via tendering. In totaal zijn nu twee zonneparken geselecteerd door de gemeente Venray. Het voorliggende project betreft één van deze twee projecten.
o vanaf 2022 doet het college van B&W een voorstel voor een vervolg in dit gebied: wederom tendering of uitnodigingsplanologie. Dit is niet relevant voor het voorliggende plan. o bouwvlakgerelateerde projecten zijn mogelijk. Dit is niet relevant voor het voorliggende plan o installatie is vergunningplichtig en voldoet aan de uitgangspunten zoals in dit kader genoemd. Hieraan wordt voldaan. o er is sprake van landschappelijke inpassing, zie bijlage 3 als leidraad.
www.eelerwoude.nl
Zonnepark Wüsterveld wordt goed landschappelijk ingepast en natuurlijk en landschappelijk ingericht. Hierbij is aangesloten op de ‘Leidraad kwaliteit op locatie bij zonneparken’, welke als bijlage bij KODE is gevoegd. Zo wordt middels de realisatie van nieuwe landschapselementen bijgedragen aan de landschappelijke inrichting binnen de kaders van de kenmerkende mozaïekverkaveling in de omgeving. De beplanting rondom de zonnepanelen blijft laag om de openheid deels te behouden, maar ook historische afwisseling (open- en geslotenheid) terug te brengen. Het zonnepark wordt in de aanwezige kavelstructuur gevoegd en herstelt een historische kavelstructuur. Dit wordt gedaan door nieuwe hagen toe te voegen om het zonnepark. Hiermee wordt het park voor automobilisten en omwonenden deels aan het zicht onttrokken en de groenstructuur versterkt, zonder de openheid te niet te doen. Het inrichtingsplan wijkt op een uitgangspunt af die benoemd zijn in de Leidraad welke is bijgevoegd bij de KODE. Dit betreft de hoogte van de zonnepanelen: de zonnepanelen zijn 1,73 meter hoog. Dat is iets hoger dan de in beginsel gestelde 1,7 meter, waardoor men er vanuit de omgeving overheen kan kijken. Het projectgebied ligt lager dan de omgeving (zie doorsnedes welke opgenomen zijn in het separaat toegevoegde inrichtingsplan) waardoor vanuit de omgeving toch over de panelen heen gekeken kan worden.
Door toepassing van multifunctioneel ruimtegebruik van panelen boven asperges en een proefopstelling zijn twee stellages in de noordpunt van het projectgebied 2,2 en 2,5 meter hoog, wat ook afwijkt van de gestelde maximumhoogte maar noodzakelijk is voor de aspergeteelt. De bomenrij en struweelgroepen zullen het zicht op deze hogere panelen filteren. o Er is sprake van een compensatieplicht in geval van ontwikkeling zonneweide in het bronsgroene landschap. Uitgangspunten die daarbij gehanteerd worden zijn de kernkwaliteiten van het groene karakter, het visueel-ruimtelijk karakter, cultuurhistorisch erfgoed en het reliëf. Het voorliggende project ligt niet in het bronsgroene landschap. o in geval van bronsgroene landschap mag de ontwikkeling geen negatief effect hebben op de natuurlijke landschapsvormende processen die leidend zijn voor het functioneren van het bronsgroene landschap als natuurlijke klimaatbuffer om zowel kernen als het buitengebied weerbaar te maken dan wel te houden tegen klimaatverandering. Het voorliggende project ligt niet in het bronsgroene landschap. o de gemeente geeft geen medewerking aan aanvragen voor zonneparken anders dan spoor 1, 2 of 3, buiten de tendering. Deze uitzondering geldt niet voor aanvragen waarvoor voor het vaststellen van dit beleidskader een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend.
Het voorliggende plan is door de gemeente geselecteerd na een tender. •
Uitgangspunt 5: Initiatiefnemer levert bewijs dat opgewekte stroom kan worden geleverd, kan worden opgeslagen of worden omgezet in een energiedrager Zonnepark Wüsterveld heeft de zekerheid van een netaansluiting bij netbeheerder Enexis. Het gaat om een netaansluiting van 6 MVA aansluiting- en transportcapaciteit. De netaansluiting kan halverwege 2022 worden gerealiseerd. Daarmee kan dit project op korte termijn een bijdrage leveren aan de klimaatdoelstelling van de gemeente. • Uitgangspunt 6: Verkennen zoekgebied(en) voor grootschaliger opwekking in de jonge ontginningen Dit is niet van toepassing op het voorliggende project. • Uitgangspunt 7: Stellen van kwalitatieve ontwerpprincipes en eisen aan landschap, kavel en object De gemeente heeft een aantal ontwerpprincipes opgesteld die aan initiatiefnemers vooraf worden meegeven en waarop de gemeente toetst en afweegt. De ontwerpprincipes maken onderscheid tussen het niveau van het landschap, de kavel en het object. Hiertoe is ook een leidraad opgesteld die ondersteunend is het bij ontwerpen van het zonnepark. Van de initiatiefnemer verwacht de gemeente in ieder geval een landschappelijke inpassingsstudie met aandacht voor cultuurhistorische waarden, inpassing, flora en fauna, wegenstructuur en
www.eelerwoude.nl
visualisaties. De gemeente wil ‘overwoekering’ van het landschap door zonneparken voorkomen. Reden dat de gemeente continu kijkt naar het cumulatieve effect van meerdere parken op een hoger schaalniveau. Vanwege het cumulatieve effect zijn er in open landschappen een beperkt aantal grote zonneparken beter inpasbaar, dan een groot aantal kleine. Voor besloten landschappen geldt het omgekeerde. Dubbel ruimtegebruik, zoals combinaties met (stroken)landbouw, water, begrazing, parkeren wordt toegejuicht. Het voorliggende plan voldoet aan de ontwerpprincipes, op de niveaus van landschap, kavel en object. Dit is nader onderbouwd in het separaat bijgevoegde inrichtingsplan Met de landschappelijke inrichting, welke gelijktijdig met de technische installatie wordt gerealiseerd, en inpassing wordt aangesloten op de karakteristieken van het landschap en het versterken van de groene dooradering. De nieuwe landschapselementen dragen bij aan de landschappelijke inrichting binnen de kaders van de mozaïekverkaveling in de omgeving. De beplanting rondom de zonnepanelen blijft laag om de bestaande openheid deels te behouden, maar ook historische afwisseling (open- en geslotenheid) terug te brengen. Nieuwe hagen worden toegevoegd om het zonnepark deels aan het zicht te onttrekken en de groenstructuur te versterken (zonder de openheid te niet te doen).
Hiermee wordt het zicht vanuit omwonenden en automobilisten op het zonnepark gefilterd. Hiermee wordt wel het landschap veranderd, maar deze overheersen niet. Belangrijke belangen als toerisme, leefbaarheid, cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit worden niet aangetast. Binnen nabijheid van de projectlocatie worden geen andere zonneparken ontwikkeld. Tot slot is bij het voorliggende project sprake van dubbel ruimtegebruik. Zie hiertoe de paragrafen 2.4 en 2.5 van de voorliggende Ruimtelijke Onderbouwing. Dit betreft enerzijds het versterken van de biodiversiteit en anderzijds aspergeteelt onder en naast panelen. • Uitgangspunt 8: De gemeente gaat actief monitoren op bodemgesteldheid en biodiversiteit Ervan uitgaande dat een zonnepark voldoet aan ontwerpprincipes, zijn er redenen om een positieve ontwikkeling van de vegetatie te verwachten in termen van biodiversiteit. Omdat nog veel niet bekend is rond de effecten van zonneparken, stellen we voor om een vijfjaarlijkse monitoring op te zetten. Gemeente vraagt initiatiefnemer om een (uniform in opzet) 0-meting van de bodem, wat betreft organisch stofgehalte, bodemleven en bodemstructuur en 0-meting van de biodiversiteit. Dit voor rekening van de initiatiefnemer. LC Energy heeft een meetprotocol opgesteld voor Zonnepark Wusterveld, welke voldoet aan de genoemde uitgangspunten.
Dit ‘Meetprotocol Bodem en biodiversiteit bij zonnepark Wüsterveld’ is als separate bijlage bijgevoegd. • Uitgangspunt 9: Streven naar substantieel aandeel lokaal eigenaarschap De gemeente gaat uit van de volgende streefcijfers rond participatie (zie tabel hierna). Dit kan dus lopen via een coöperatie, zoals Bee Power, maar kan ook lopen via een constructie die de initiatiefnemer organiseert. Naast of in plaats van een coöperatieve participatie is het ook mogelijk dat de gemeente direct of indirect deelneemt in een zonnepark. Reden hiervoor kan zijn dat de coöperatieve participatie niet van de grond komt, maar ook omdat de gemeente bijvoorbeeld gronden inbrengt of weloverwegen strategisch een positie wil innemen.
Met betrekking tot financiële participatie werkt LC Energy samen met BeePower. Dit betreft de lokale energiecoöperatie. Het streven van LC Energy en BeePower is dat het zonnepark voor 50% in eigendom komt van een lokale energiecoöperatie. BeePower onderzoekt nu de manieren om risicovol te investeren in de
www.eelerwoude.nl
ontwikkelfase. Maar zij onderzoekt ook op welke manier het eigenaarschap wordt vormgegeven, en op welke manier de omgeving de mogelijkheid krijgt om financieel te participeren. Het is hierbij belangrijk om een product op de markt te brengen dat duidelijk is over de risico’s, en deze niet onterecht bij argeloze inwoners neerlegt.
•
Uitgangspunt 10: Op basis van het geïnstalleerd vermogen wordt eenmalig een tegenprestatie gestort in het gemeentelijk kwaliteitsfonds door parken die behoren tot de sporen 4 en 5 Welke financiële bijdrage een zonnepark in een oude of jonge ontginning gebiedstype moet leveren is in onderstaande tabel nader uitgewerkt. Uitgangspunt hierbij is dat een goede landschappelijke inpassing altijd een voorwaarde is bij een ontwikkeling in het buitengebied.
Omdat LC Energy en BeePower streven naar een 50% participatie is de bijdrage aan het Kwaliteitsfonds in dat geval nul. Ondanks dat partijen zich hard inzetten om dit te bereiken, kan het zijn dat een andere uitkomst bereikt wordt. In het geval van een coöperatief participatie aandeel van 30 tot 50% is de afdracht ca. €12.500 (€0,25 * 50.000 m2) of in het geval van 0 tot 30% participatie €25.000 (€0,50* 50.000 m2). Met het project Zonnepark Wüsterveld wordt per opgewekt MWh €1 per jaar (gedurende 16 jaar) vrijgemaakt voor de omgevingsfondsen. Indien Zonnepark Wüsterveld een afdracht naar het gemeentelijke Kwaliteitsfonds moet doen, wordt deze als eerste hierop in mindering gebracht. In het geval van een afdracht van €25.000 aan het Kwaliteitsfonds betekent dit een verlaging van € 1.562,50 (€25.000/16) op het jaarlijks beschikbare budget. In het geval van een productie van 10.000 MWh komt het beschikbare budget voor het duurzaamheids- en leefbaarheidsfonds Castenray tussen de € 8.437,50 en de € 10.000,-. Dit fonds wordt via de dorpsraad Castenray direct ter beschikking gesteld aan de gemeenschap in Castenray.
Ruimtelijk kwaliteitskader buitengebied Venray, december 2010 Het Ruimtelijke kwaliteitskader geeft de randvoorwaarden aan waarbinnen een ruimtelijke ontwikkeling kan plaatsvinden. Het voorliggende projectgebied ligt volgens het Ruimtelijk kwaliteitskader in 'Oud bouwland', in het ‘deelgebied Leunen, Veulen, Heide, Catenray’ (zie figuur 16). Het oude bouwland rondom het projectgebied wordt gekenmerkt door dynamische maar vrij hoekige kavelstructuren en verschillende open en meer besloten gebieden. Er is een overgang naar meer rechtlijnige verkavelingsstructuur van oud bouwland naar jonge ontginningen. De wegen kennen een dynamische loop door het gebied. Beplanting bestaat veelal uit dichte beboste gebieden en laanstructuren. Vanuit Castenray lopen er een aantal duidelijk lintbebouwing structuren,
www.eelerwoude.nl
waarvan er één aan de zuidkant van het projectgebied ligt. Andere gebouwen die prominent aanwezig zijn in de het omliggende landschap zijn grote stallen en loodsen. Met name aan de andere zijde van de snelweg, ten oosten van het projectgebied, zijn een aantal van deze gebouwen gesitueerd.
Figuur 16: Landschapskenmerken deelgebied Leunen, Veulen, Heide, Castenray.
Daarnaast zijn er streefbeelden opgesteld voor elk deelgebied. Het projectgebied ligt in 'Open gebied' waar de volgende relevante uitgangspunten gelden: • Landschappelijke structuur: Behoud van open gebieden rondom essenlandschap en ten zuiden van de Oostrumsche beek. Behoud van zichtlijnen naar die open gebieden; • Verkavelingstructuur/ Bebouwingsstructuur: Behoud van patroon, grootte en fijnmazigheid van de diverse verkavelingen zowel de grootschalige verkaveling als de mozaïekstructuur. • Verkavelingstructuur/ Bebouwingsstructuur: Aansluiting van de karakteristiek van verkavelingsstructuur op bebouwingsstructuur rekening houdend met diverse richtingen in rooilijnen en verkavelingen.
www.eelerwoude.nl
Figuur 17: Streefbeeld Leunen, Veulen, Heide, Castenray.
Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het project Zonnepark Wüsterveld houdt rekening met de genoemde uitgangspunten en streefbeelden. De verkavelingsstructuur wordt blijft behouden, en de zonnepanelen worden evenwijdig aan deze structuur geplaatst. Met de realisatie van nieuwe landschapselementen wordt bijgedragen aan de landschappelijke inrichting binnen de kaders van de kenmerkende mozaïekverkaveling in de omgeving. De beplanting rondom de zonnepanelen blijft laag om de openheid deels te behouden, maar ook historische afwisseling (open- en geslotenheid) terug te brengen. Het zonnepark herstelt een historische kavelstructuur. Dit wordt gedaan door nieuwe hagen toe te voegen om het zonnepark. Hiermee wordt het park voor automobilisten en omwonenden deels aan het zicht onttrokken en de groenstructuur versterkt, zonder de openheid te niet te doen. De constructie met zonnepanelen wordt maximaal 1,73 meter hoog, terwijl het projectgebied lager ligt dan zijn omgeving. Hierdoor kan over de panelen heen gekeken worden, wat bijdraagt aan het behouden van de openheid.
Structuurvisie Dorpsontwikkelingsplan Castenray 2010 De raad van de gemeente Venray heeft op 2 november 2010 de Structuurvisie Dorpsontwikkelingsplan Castenray vastgesteld. In het Dorpsontwikkelingsplan is benoemd dat met het gemeentelijke energie- en klimaatbeleid wordt beoogd om het energieverbruik in de hele gemeente te verminderen en daarnaast zoveel mogelijk over te schakelen op duurzame energie. Relevant m.b.t. de voorliggende ontwikkeling is ook dat benoemd wordt dat toekomstige ontwikkelingen zorgvuldig worden ingepast, waarbij de bestaande kwaliteit, uitstraling en het karakter van Castenray wordt versterkt. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Met de realisatie van Zonnepark Wüsterveld wordt ook in Castenray bijgedragen aan het behalen van de geformuleerde gemeentelijke ambitie m.b.t. het opwekken van duurzame energie. Het zonnepark wordt daarbij zorgvuldig landschappelijk ingepast. Hiertoe is een inrichtingsplan opgesteld welke separaat is bijgevoegd. Hierin
www.eelerwoude.nl
is onderbouwd dat wordt aangesloten op de bestaande gebiedskenmerken (zoals de kavelstructuur en de openheid). Met de realisatie van het zonnepark worden ook mogelijkheden geboden voor financiële participatie, aan de inwoners van Castenray.
3.6 Conclusie Uit de voorgaande beleidstoets is gebleken dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen het nationale, provinciale, regionale en gemeentelijk beleid.
www.eelerwoude.nl
4 Waardentoets 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt de impact van de ontwikkeling op de verschillende waarden beschreven. Hieronder vallen flora & fauna, archeologie, cultuurhistorie en water. Er wordt beschreven wat er is onderzocht en welke resultaten hieruit zijn gekomen. Vervolgens wordt hier een conclusie uit getrokken met betrekking tot de ontwikkeling.
4.2 Natuurwaarden De Wet natuurbescherming bestaat uit drie onderdelen: de bescherming van soorten, de bescherming van gebieden en de bescherming van houtopstanden. Soortenbescherming De voorgenomen ontwikkeling is getoetst aan de Wet Natuurbescherming. Hiertoe is een Quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd. Het onderzoek (‘Quickscan Wet natuurbescherming, diverse agrarische percelen nabij Wusterweg (ong) te Castenray’) is als separaat document toegevoegd bij deze Ruimtelijke Onderbouwing. De aanwezigheid van geschikt habitat om het projectgebied voor de verschillende soorten en soortgroepen is weergegeven in de tabel zoals weergegeven in figuur 18. In de tabel is samengevat of de voorgenomen ingreep mogelijk verstorend kan werken en wat de consequenties zijn voor eventuele vervolgstappen, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningtrajecten. In de tabel is weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.
www.eelerwoude.nl
Figuur 18: Tabel met overzicht geschiktheid projectgebied voor soortgroepen en te nemen vervolgstappen.
Conclusie is dat overtredingen van de Wet natuurbescherming ten aanzien van algemene broedvogels kunnen worden voorkomen door rekening te houden met het broedseizoen of door voorafgaand aan de werkzaamheden een controle op broedgevallen uit te voeren. Voor overige beschermde soorten zijn overtredingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming gezien de aard van de voorgenomen ingreep of wegens het ontbreken van geschikt habitat, het ontbreken van sporen en/of vanwege een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling niet aan de orde. Wel dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht. Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden betreffen een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/43/EEG) en de gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Natuurbeschermingswet 1998, inmiddels Wet Natuurbescherming) beschermd. De Ecologische Hoofdstructuur (EHS)/ Natuurnetwerk Nederland (NNN) betreft een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het omhakken of rooien van bossen is niet zomaar toegestaan in de Wet natuurbescherming.
Dit geldt ook bij het rooien of het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging van bomen tot gevolg hebben. Hieronder valt ook beschadiging door vee. Onder bos wordt verstaan: • alleen bossen die buiten de ‘bebouwde kom Boswet’ liggen; • alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are (1.000 m2); • bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat.
www.eelerwoude.nl
Natura 2000-gebieden: niet- stikstof gerelateerde effecten Het projectgebied is niet gelegen binnen de grenzen, of in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, Boschhuizerberg, bevindt zich op circa 4,5 kilometer afstand ten noorden van het projectgebied (zie figuur 19).
Figuur 19. Ligging projectgebied (gele pijl) ten opzichte van Natura 2000.
Het projectgebied is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect, zoals toenamen van geluid, licht of depositie van stikstof. Externe effecten als gevolg van licht en geluid door de voorgenomen plannen binnen het projectgebied zijn, gezien de afstand (± 4,5 km) tot de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden, in combinatie met de aard van de plannen, niet te verwachten.
www.eelerwoude.nl
Natura 2000-gebieden: Stikstof gerelateerde effecten Activiteiten die in het kader van de aanleg van het zonnepark worden uitgevoerd, kunnen door de uitstoot van stikstof, wel negatieve effecten hebben op Natura 2000-gebieden. Om te bepalen of met de nieuwe ontwikkeling/inrichting negatieve effecten op een Natura 2000-gebied plaatsvindt door de uitstoot van stikstof tijdens de aanlegfase, is een berekening uitgevoerd met Aerius calculator (versie 2020). De berekening is uitgevoerd aan de hand van de op de werklocatie in te zetten voer- en werktuigen met benodigde draaiuren en het wegverkeer van en naar het terrein. De Aerius calculator heeft met de ingevoerde gegevens berekend dat er als gevolg van de aanleg het zonnepark geen sprake is van stikstofdepositie boven de 0,00 mol/ha/jr op een Natura 2000-gebied. Men kan hierdoor spreken over een niet significante stikstofdepositie. Dit betekent dat de benodigde inzet van mobiele werktuigen en het aantal transportbewegingen geen significant negatieve invloed hebben op de instandhoudingsdoelen van stikstofgevoelige habitattypen van Natura 2000-gebieden. De Aeriusberekening is separaat bijgevoegd in het rapport ‘Stikstofberekening Zonneveld Wüsterveld’.
Ook in de gebruiksfase is er geen sprake is van stikstofdepositie boven de 0,00 mol/ha/jr op een Natura 2000-gebied Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het projectgebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland. Het projectgebied ligt ook niet in de nabijheid van een gebied, behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. Het meest nabijgelegen gebied bevindt zich circa 950 meter ten zuiden van het projectgebied. In figuur 20 is de ligging van het projectgebied ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland weergegeven. Ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland worden bij de voorgenomen werkzaamheden geen bezwaren voorzien in de uitvoering van de voorgenomen hertontwikkeling binnen het projectgebied.
Figuur 20. Ligging projectgebied (gele pijl) ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland. Groene markering betreft goudgroene natuur en lichtgroene markering betreft zilvergroene natuur, beide behorend tot het Natuurnetwerk Nederland; grijze markering betreft bronsgroene landschapszone.
www.eelerwoude.nl
Houtopstanden Binnen het projectgebied worden geen bomen gekapt. Daardoor is een nadere toetsing niet van toepassing.
4.3 Archeologische waarden Aardkundige, archeologische waarden moeten zoveel mogelijk worden behouden. Op basis van het verdrag van Malta en de wet op de archeologische monumentenzorg is het uitgangspunt gesteld om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk terplekke te bewaren en maatregelen te nemen om dit te bewerkstelligen. De verstoorder van de bodem is verantwoordelijk voor het behoud van de archeologische resten. Daar waar behoud ter plekke niet mogelijk is, betaalt de verstoorder het archeologisch onderzoek en de mogelijke opgravingen. Voor ruimtelijke plannen die archeologische waarden bedreigen, moeten betrokken partijen in beeld brengen welke archeologische waarden in het geding zijn. Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Ten behoeve van het project is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Doel van het onderzoek was een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het projectgebied is. Dit is uitgevoerd door middel van het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende en verwachte archeologische waarden. Het uitgevoerde inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft vervolgens tot doel de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen.
Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodem-opbouw is binnen het projectgebied en wat de gevolgen zijn van het in het projectgebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. Met de resultaten van het archeolgisch onderzoek kan worden vastgesteld of binnen het projectgebied archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of vervolgonderzoek dan wel planaanpassing noodzakelijk is. Het uitgevoerde archeologische bureauonderzoek en verkennend booronderzoek is opgenomen in de separate bijlagen bij deze Ruimtelijk Onderbouwing. Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek Op basis van de landschappelijke ligging van het projectgebied en de bekende archeologische waarden in de omgeving heeft het projectgebied een lage gespecificeerde verwachting voor archeologische resten uit het Paleolithicum en Mesolithicum en een hoge gespecificeerde verwachting voor archeologische resten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Resultaten inventariserend veldonderzoek Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat het projectgebied oorspronkelijk nattere omstandigheden kende dan wat verwacht werd op basis van het bureauonderzoek. Mogelijk leidde de aanwezigheid van verspoelde lemige lagen in de ondergrond tot hangwater.
Verder is de bodem in het projectgebied door moderne bodemingrepen, mogelijk ook om de doorlatendheid te verbeteren (bijvoorbeeld door het verploegen van leemlagen in de ondergrond), matig tot sterk verstoord. Op basis van de waargenomen bodemverstoringen en de aanwezigheid van veel nattere landschappelijke omstandigheden dan op basis van het bureauonderzoek was verwacht, kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden niet meer in situ worden verwacht. De gespecificeerde archeologische verwachting zoals die is opgesteld in het bureauonderzoek wordt op basis van de resultaten van het booronderzoek bijgesteld naar laag voor alle perioden.
www.eelerwoude.nl
Conclusie en advies Het bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het projectgebied zouden kunnen bevinden. Daarom is er aansluitend een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Op basis van de waargenomen bodemverstoringen en de aanwezigheid van veel nattere landschappelijke omstandigheden dan op basis van het bureauonderzoek was verwacht, kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden niet meer in situ worden verwacht. De gespecificeerde archeologische verwachting zoals die is opgesteld in het bureauonderzoek wordt op basis van de resultaten van het booronderzoek bijgesteld naar laag voor alle perioden. Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek is geadviseerd om het projectgebied vrij te geven. Dit advies is overgenomen door de gemeente, bij wijze van een (selectie)besluit. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).
4.4 Cultuurhistorische waarden Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten, ook cultuurhistorische waarden in het projectgebied worden meegewogen bij een afwijkingsbesluit in het kader van de Wro. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Volgens de provinciale kaart ‘Cultuurhistorische Waardenkaart Limburg’ liggen er binnen of in de nabijheid van het projectgebied geen relevante belangrijke cultuurhistorische waarden en geen rijks- en of gemeentelijke monumenten die met het voorliggende plan worden aangetast. Het voorliggende plan houdt rekening met de bestaande kavelstructuur en het opgestelde inrichtingsplan speelt in op de hier geldende gebiedskenmerken. Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief Er worden, met de realisatie van het zonnepark, geen cultuurhistorische waarden in het geding gebracht.